Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for maart, 2020

Opgesloten

In 2004 werd ik gevraagd columns te schrijven over ons leven hier, de cultuurverschillen tussen Frankrijk en Nederland, de taalproblemen enzovoort. Daar kwamen de belevenissen op de camping bij en ik voegde “toeristische” info toe. En dan af en toe eentje uit de categorie “Lollig bedoeld”. Dat laatste gold voor die van een week geleden.

Meestal zit ik een tijdje te broeden, voordat er een ei is gelegd. En dan gebeurt het dat zo’n “lollige” column ineens een vlag op een modderschuit wordt.Want plotseling ziet onze wereld er anders uit.

 

Het Coronavirus was ons natuurlijk niet ontgaan, eerst in China, daarna in Italië en toen verder Europa in. Wij volgden de adviezen meteen op: handen vaker wassen, niet meer zoenen en een beetje afstand houden. Dat moet ook wel, want formeel horen wij bij de zogenaamde kwetsbaren. Rien ziet er nog steeds uit als een jonge God (of zijn mijn ogen niet meer zo goed?), maar is toch de zeventig gepasseerd. En ik heb een ontstekingsreuma. Dan kun je maar beter het zekere voor het onzekere nemen.

We volgen uiteraard het regionale nieuws en concluderen dat het nog wel meevalt met de besmettingen. We zijn dan ook volledig overrompeld door de plotseling aangekondigde confinement,  de opsluiting.
Macron houdt duidelijk van krachtig optreden, zo was de sluiting van de scholen al in een eerder stadium aangekondigd. Op een bevolking van 67 miljoen mensen waren er toen 6573 patiënten, dat viel eigenlijk nog wel mee voor zo’n groot land. Maar daarvan waren er wel 1187 in de dag voor de aangekondigde opsluiting! Voeg daarbij het feit dat Frankrijk grenst aan Italië, met meer dan 23000 geregistreerde besmettingen op een bevolking van 62 miljoen. Aan de andere grens, met Spanje, gaat het ook hard met het Coronavirus: bijna 13000 gevallen op een bevolking van 49 miljoen mensen. Dus ja, ik begrijp dat krachtige optreden wel.

We lezen dit op maandagavond, kunnen dinsdag tot 12 uur nog vrij bewegen en dat is het dan.
Rien heeft benzine voor de grasmaaier nodig, mijn tank is bijna leeg, dus dat is zijn klus voordat de opsluiting ingaat. Hij dropt mij intussen bij de Intermarché. Een passant zegt daar: “Bon courage!”,veel geluk. Behalve mega lange rijen zijn er lege schappen: geen koffieboon te krijgen en er is nog precies 1 ei te koop. Normaal krijgen wij die van onze buurtjes van de camping, maar ja, daar mogen we niet komen nu….

Wij slaan wat extra vlees en groente in. Niet omdat we bang zijn dat het niet meer te koop zal zijn, maar vanwege de attestation, de verklaring die we per keer mee moeten nemen. Vanaf dinsdag 12 uur mogen we alleen nog op straat komen
– om naar het werk te gaan,
– voor het doen van de noodzakelijke boodschappen
– als we voor onze gezondheid naar buiten moeten (dokter, apotheek enz.)
– voor dringend bezoek aan familie, aan kwetsbare mensen of voor het opvangen van kinderen
– en we mogen, in de buurt van ons huis, een stukje lopen of de hond uitlaten, maar absoluut in je eentje, niet samen.
Er worden 100.000 politieagenten ingezet om dit te controleren en zonder formulier kost dat meteen € 135,-. Normaal grappen we altijd dat we geld van mogelijke bekeuringen liever investeren in een etentje in een restaurant, maar ja, dat zit er nu ook even niet in.

Het sociale leven ligt echt plat, alle afspraken worden geannuleerd. Vanwege onze verhuizing vond de huisarts dat we even wat extra onderzoeken moeten ondergaan. Zo is een bloedonderzoek naar de prostaatwaarden een jaarlijkse happening. Maar de arts wil nu, zonder dat daar verder aanleiding toe is, even een echo laten maken. En ik krijg last van een knie, de linker deze keer: moet dus een röntgen en een MRI laten maken. Maar alles wordt geannuleerd…
Begrijpelijk, want het is niet dringend.

Vriendin M. komt weer naar Frankrijk en bedenkt tijdens de reis hoe ze haar verjaardag vorm zal geven. Maar ze wordt ingehaald door de tijd, zelfs een etentje in beperkte kring mag niet meer. Gelukkig waren ze net op zaterdag nog bij ons. En zoals altijd heb ik veel te veel eten gekookt, dat komt de volgende dag meteen van pas: al op zondag zijn alle restaurants gesloten.

Veel ondernemers houden hun klanten op de hoogte via Facebook. Daar lees ik ook dat op de markt alleen nog de voedselkramen staan. Schoenen, kralen, hoedjes en dat soort zaken zijn verboden. Nou gaan wij eigenlijk alleen naar de markt voor de gezelligheid, voor een kopje koffie en onverwachte ontmoetingen, maar dat is er allemaal niet meer bij, op dit moment.

En de apotheek laat klanten weten dat zijn pand nu eenrichtingsverkeer kent: door de voordeur naar binnen en de achterdeur naar buiten. Heb je Corona-achtige klachten, dan moet je dat meteen melden. Je mag producten in de zaak niet aanraken. Deze keer moet je zélf je verzekeringspas in het controle- apparaat stoppen, en betalen mag ook uitsluitend met een pas. Dat laatste is een ramp voor al die oudere Fransen die liever met een cheque betalen…En, zo waarschuwt de apotheker, er zijn geen maskers meer beschikbaar en ook geen handgel.

Gelukkig kunnen wij onszelf goed bezig houden en hebben met zijn tweetjes gezellig. Dat geldt niet voor iedereen. Er zijn mensen die zichzelf niet kunnen vermaken, die anderen moeten zien en spreken, die niet van lezen houden…die hebben het zwaar.

Om de zwakkeren te beschermen, om de periode van confinement zo kort mogelijk te laten duren, is er maar 1 optie: iedereen moet zich aan de voorschriften houden.
De eerste middag zijn er dus ook meteen 4000 boetes uitgedeeld. Prima, want er zijn toch overal hersenloze figuren, zowel in Frankrijk als in Nederland. Die de gok nemen: ik zie wel als ik het krijg.  Die volstrekt niet aan de medeburgers denken.. Ik zou hen persoonlijk wel willen opsluiten..

Maar het Coronavirus is niet uitsluitend narigheid. Harriët Duurvorst schrijft in haar column in de Volkskrant dat wat ik ook voel.

Ineens zijn allerlei zekerheden verdwenen zoals je gezondheid, financiële welstand, je baan, je vrijheid. Maar er ontstaat ook een nieuwe verwantschap, want we zitten allemaal in hetzelfde schuitje. Er is veel solidariteit en compassie. Ineens waarderen we de zorg weer meer.

En het thuiswerken heeft ook positieve kanten, zoals minder files en minder uitstoot van CO2. De combinatie van werk en zorgtaken is ineens verplicht. Dat opent ook nieuwe perspectieven.
Ze eindigt met What doesn’t kill you, makes you stronger.
Ja, we zitten hier opgesloten. Maar we leven nog!

PS. Mijn vriendin stuurt me een pagina uit een boek van haar favoriete schrijver, Dean Koontz, die in 1981 (!)het volgende schreef:

Read Full Post »

Bovven

De aanleiding voor deze column is een schattig briefje van oudere Nederlandse kennissen van ons. Het is beslist niet bedoeld om hen als dom af te schilderen, dat zijn ze niet en dat verdienen ze ook niet: ze waren namelijk jarenlang hun gewicht in goud waard voor ons.

Toen we emigreerden zouden we de definitieve koopakte 3 dagen later tekenen. Dat werd uiteindelijk 2 maanden later. We liepen daardoor compleet met onze ziel onder de arm, konden zelfs niet lezen, omdat de boeken “ergens” in de 100 opgestapelde verhuisdozen lagen. Ik wás al niet enthousiast over onze emigratie, maar nu wilde ik wel kruipend terug naar Nederland.

In zo’n bui belde ik Jozef en Maria, de enige Nederlanders die we toen kenden in de Drôme. We gingen er ‘s middags naartoe en kwamen ‘s avonds pas laat thuis, bedolven onder tips. Hoezeer we met hen boften, beseften we nog niet.
Ze hielpen met van alles en nog wat. En toen we twee jaar later gepiepeld werden door een bank en bijna kopje onder gingen, bood Jozef meteen € 10.000, – aan, net als een paar andere vrienden trouwens. Omdat we dat niet wilden, kookte Maria vervolgens regelmatig voor ons en gaf dan een overlevingspakket mee voor thuis.

Maar het was beslist geen eenrichtingsverkeer. Ik schat dat Rien er een paar honderd keer is geweest om problemen met televisies en computers op te lossen. Dan reden we dus 80 km, omdat Jozef de afstandsbediening van de tv verkeerd om in de handen had en daarmee alles ontregelde. Of “De printer doet het niet!”. Nee, niet als je op de fax knop drukt…
En ik was goed voor allerlei formulieren en brieven, het afkopen van een Franse levensverzekering, of het schrijven van een bezwaarschrift. Eenmaal werd ik in het ziekenhuis opgeroepen, om te tolken. Bij binnenkomst was Maria bijna in tranen: “Het gaat heel slecht, ik zit aan de morfine”. Dat bleek dus gewoon paracetamol te zijn…
Zij beiden hadden geen gevoel voor taal, zelfs niet voor het Nederlands. En dat had soms hilarische effecten. Zo kocht Maria eens vlees uit de diepvries -lekker goedkoop- wat hondenvoer bleek te zijn. Het smaakte overigens best.
Inmiddels wonen ze weer in Nederland, omdat het qua taal toch te lastig werd. We onderhouden het contact per brief en ontmoeten elkaar soms.

Nu ontvangen wij een lief briefje en ze schrijft over een kennis. Zijn vrouw is overleden, dus “hij is een saam”.
Prachtig: één en niet meer samen. De man lijdt ook aan “dimensie”.
Misschien dat wij dit soort fouten niet maken in het Nederlands, in het Frans echt wel. De allerleukste in al die jaren blijft toch onze doodserieuze opmerking bij de kachelboer, “dat we doodgegaan waren”. (décédé in plaats van décidé, besloten hebben).
De blunder van het Office de Tourisme mag er trouwens ook zijn. Zij maakt gebruik van een vertaalmachine en dan krijg je soms bizarre uitkomsten. De regio Diois wordt o.a. aangeprezen vanwege haar viols, dat wordt vertaald als verkrachtingen. Een viol is een steegje en heeft als tweede betekenis verkrachting (violence). Niet echt een aanbeveling, lijkt me.

Over het algemeen zeggen mensen tegen ons: Tu te débrouilles bien, je red je goed. Dat klopt, maar het is wel steenkolen Frans…
En dat beseffen we elke keer weer als we een mailtje krijgen van de kopers van ons huis hier. Dat is zulk prachtig taalgebruik! Als ik het tegen de schrijver zeg, is het hoffelijke antwoord dat hij geen Nederlands spreekt…
We boffen echt met hen. Het huis is verkocht, maar wij moeten de afvoer van de septic tank aanpassen aan de nieuwe normen. Dat is ingewikkeld, bovendien willen de nieuwe bewoners een ecologisch systeem. Zij redden ons eruit: Dan passen we de koopacte toch aan? Aan onze kant de verkoopprijs iets verlagen en zij nemen deze verplichting over. Zij regelen dat wel ook even met de notaris.

In ons huis hier staan nogal wat kasten, die hier al waren toen we het kochten. Er zijn daarnaast inmiddels 2 gîtes ingericht. Wat moeten wij toch met al die spullen? We maken een lijst van zaken die we hier willen laten – offert, aangeboden- en een lijst met spullen die we willen verkopen. De kopers nemen alles over, zonder een dubbeltje af te dingen.
We hebben nóg een specifiek probleem, omdat we naar Nederland gaan verhuizen: de bank geeft geen overbruggingskrediet, omdat het onderpand zich in Frankrijk bevindt. Dus eigenlijk moeten wij ons huis hier eerder verkopen, vervolgens 10 dagen elders verblijven, voordat we het Nederlandse huis definitief kunnen kopen. De kopers denken alweer creatief mee: we mogen van hen wat langer blijven wonen, na de verkoop.
Voor dit soort zaken komen ze regelmatig even langs en telkens is het gezellig: we vinden het daarom echt jammer dat we hen niet eerder hebben ontmoet.

Alle afspraken worden per mail geregeld. Dat begint dan met “Bonjour à vous deux” en eindigt met “Bien à vous”. (Goedendag jullie twee en het ga jullie goed) En over de overnamelijst: “Merci de votre offre et au grand plaisir de se revoir bientôt”. Terwijl ze ons van de “rommel” afhelpen, bedanken zij ons en zien ons graag weer.
Dat is toch boffen, met zulke kopers?

Met de bank in Nederland slechten we elke keer een nieuw hobbeltje. Voor het hypotheekdossier moet er bijvoorbeeld een kopie van een geldig paspoort bij. Rien had die al eens gescand, 2 paspoorten op 1 pagina, maar dat mag niet. Ik word daar iebelig van, Rien niet: met knippen en plakken heeft hij het zo voor elkaar. Dan komt de hypotheekofferte, pakweg € 50.000, – te hoog, dus gaan we niet akkoord. Rien blijft de rust zelve, stuurt de correcties even door en dan eindelijk, eindelijk is het rond!
Pas op dat moment durf ik een eerste mail naar de verkopers van het nieuwe huis te sturen. En het antwoord is geweldig: ze hadden net die ochtend aan de makelaar gevraagd of zij wel met ons contact mochten opnemen. Nóg een toevalligheid: ook zij maken een map maken met alle gebruiksaanwijzingen etc. En bij het opruimen kijken zij naar wat wij weer kunnen gebruiken. Wat een leuk contact is ook dat.
Boffen, toch? ( Of bovven?)

Read Full Post »

Het leuke van een zolderopruiming is dat je zoveel vergeten dingen tegenkomt. Zo heb ik bij de stadswandelingen altijd een map bij me, met daarin de tekst van de rondleiding. Dat is mijn stukje zekerheid: als je het even niet meer weet, heb je altijd je papiertje nog. Vooral met jaartallen komt dat wel van pas.
Zo’n map vult zich dan in de loop der tijd met allerlei foldertjes die ik zo her en der opduikel, bijvoorbeeld tijdens de Journées Européennes du Patrimoine, de Open Monumentendagen.

En nu, surprise, vind ik een soortgelijke map uit de campingperiode, met daarin o.a. prachtige oude ansichtkaarten van Die en vertalingen die ikzelf heb gemaakt, van het mozaïek en dergelijke.

Dat laatste is overigens een bizar verhaal. Indertijd vertaalde ik dat soort folders altijd gratis voor het Office de Tourisme, gevraagd en ongevraagd. Dat kostte zomaar 2 dagen, omdat het vaak ingewikkeld taalgebruik is. Raar, dat je dan niet eens een reactie krijgt. En nog gekker is het wanneer je je eigen tekst als folder tegenkomt op de balie van een andere camping. Dus wél er iets mee doen, maar een mail met een bedankje kost teveel moeite.
Nu overkomt me weer zoiets. Ik vraag aan een instantie of ze mijn Franstalige toeristische boeken uit deze regio kunnen gebruiken. Ruw geschat hadden die boeken een nieuwwaarde van € 600 tot € 700,-. Ja, die willen ze graag. Ik sjouw de 50 boeken van zolder, lever ze in bij een stagiair en moet dan zelfs mijn tas terugvragen. Tot op heden nog geen schriftelijke reactie gehad.  Dat kost toch niks?

Maar goed, díe folders vind ik dus terug. En ook een artikel over La Comtesse de Die. Tijdens de stadswandeling sta ik letterlijk stil bij haar.
Op zich is de buste schattig om te zien, gewoon een lief gezichtje, een beetje bedeesd, op een sokkel, in een miniparkje.

Deze dame, Béatrice de Viennas, leefde in de 12e eeuw en was de dochter van de laatste graaf van Dia, graaf Isoard II. Ze trouwde met Guillaume de Poitiers. Ze behoorde dus qua afkomst en huwelijk tot de hoge Occitaanse society. (Occitaans was de streektaal in vrijwel de hele onderste helft van Frankrijk).
Ze ontving daarom de meest bekende troubadours, verhalenvertellers en jongleurs van die tijd aan haar hof.
Op een van hen, Raimbaut van Oranje, werd ze verliefd. Maar deze was haar ontrouw en dat leverde prachtige liefdesgedichten op. Ze werden vaak uitgevoerd met fluit en ook die muziek is er nog.
Er zijn er 5 bewaard gebleven, de enige uit die periode in de Occitaanse taal. Tijdens  haar leven was ze ook al beroemd: haar gedichten worden vermeld in een lijst van het Vaticaan, al tijdens haar leven.

Ze was dus een gravin van Poitiers, een protestantse familie. Die club streed gedurende 2 eeuwen met de bisschoppen van Die, waarbij het niet alleen om geloof, maar ook om macht en grondgebied ging. Het geweld in de Drôme begon in 1562 en duurde in eerste instantie tot 1598, toen het Edict van Nantes werd gesloten: de protestanten mochten toen vrijelijk hun geloof belijden. Kardinaal Richelieu perkte die vrijheden al in 1629 in en in 1685 maakte Lodewijk de XIVe er helemaal een eind aan. Op dat moment sloegen 200.000 Hugenoten, een Franse vorm van het protestantisme, op de vlucht, van Zuid- Oost Frankrijk via Zwitserland uiteindelijk naar Duitsland.
Die vluchtroute is tegenwoordig een belangrijk en wel 2000 km lang wandelpad, dat ook via Die (Croix St. Justin) loopt.

De oorsprong van de godsdienstoorlogen in deze regio lag in het kasteel van Crest, dat eerst toebehoorde aan een paus. Door een huwelijk kwam het in bezit van de familie van de Poitiers.
Lodewijk de XIIIe ontmantelde dit kasteel in 1633. De toren bleef gelukkig bewaard, omdat men zo slim was om dat een gevangenis te noemen.

De strijd tussen de protestanten en de katholieken is in de Drôme op een bijzondere manier te zien: als éen van de kemphanen ergens op een mooi uitzichtpunt een kasteel of fort bouwde, bleef de ander niet achter. Dat verklaart waarom er in verschillende plaatsen ruïnes van 2 kastelen te vinden zijn. In Die zou de Tour de Purgnon gebouwd zijn op de plek waar vroeger een kasteel stond.

Aan de andere kant van Die, ongeveer achter camping La Pinède, stond het kasteel van de andere partij, waarschijnlijk de katholieken.
Daar woonde volgens de legende La Belle Justine. Deze dochter van nobele mensen was ernstig misvormd. Ze had weliswaar mooie hazelnootkleurige ogen en een melkwitte huid, maar zag er “weerzinwekkend” uit. Uit de beschrijving: scherpe lippen, tanden die uit de hoeken staken als bij een varkenssnuit, geen armen, maar stronken zonder handen…
Om mensen niet te veel te laten schrikken droeg ze voortdurend een kap. De legende vertelt dat ze om die reden de kathedraal bezocht via een speciaal voor haar aangelegde tunnel.
Toch eindigt dit verhaal positief: ze had een deugdzaam karakter en was sterk, werd daarom vereerd als een heldin.
Van het kasteel zijn slechts enkele sporen over. Er is wel een bergwandeling die La Belle Justine heet.

Read Full Post »

Er zijn van die reclame-uitingen die je altijd bijblijven. Zoals die van de skileraar die roept: ”Heee! Biertjuuuh???
Of die van de afscheidsbijeenkomst, georganiseerd voor een uitzendkracht: “Het waren twee fantástische dagen!!!”
Nou, die hadden wij ook.

Verschillende mensen maken gebruik van de gelegenheid om hier nog even te logeren en dat is reuze gezellig.
Nu komt onze BN-er langs en hij neemt een vriend mee, Jo.
Voor Fransen geldt dat jouw vrienden ook mijn vrienden zijn. Dus als wij in Die bekenden tegenkomen met hun vrienden, moet meteen iederéén gezoend worden. Maar als je als Nederlander hier een andere Nederlander ontmoet, is het even wat lastig. Dus vraag ik het Jo zelf: Een Nederlands handje of een Franse zoen? Hij kiest de zoen en dat tekent meteen de sfeer.

Jo heeft 40 jaar gewerkt als journalist en presentator en weet dus erg veel. Je drukt gewoon op een knopje en de hele encyclopedie springt open. Zo vertellen wij dat we hier kennis hebben gemaakt met een gerenommeerde Britse historicus, die boeken schrijft over de Slag bij de Lemme in België. Of zoiets…. Hups, een hele verhandeling over veld- en zeeslagen volgt.
Jo is breed geïnteresseerd, we springen van de hak op de tak. Films, muziek, pensioenen, politiek…noem maar op. En de hele tijd heeft hij de telefoon bij de hand: “Dat zoeken we even op”.

Zijn partner ken ik nog uit mijn periode in de Tweede Kamer, dus gaan we op zoek naar gemeenschappelijke kennissen. Omdat Jo een tijd parlementair journalist was, kent hij ook veel Kamerleden. Samen zoeken we uit wat er van die mensen geworden is. Velen van hen zijn inmiddels overleden, want ik was toen een van de jongste Kamerleden en zij allemaal stukken ouder.

En wat een toeval: ik had in de afgelopen dagen net eens gezocht naar oud-collega’s. Er is een Vereniging voor Oud- Parlementariërs – leden van de Eerste en Tweede Kamer en het Europarlement- die elkaar 2 x per jaar ontmoeten. Daar worden ook interessante excursies aan gekoppeld. Bijvoorbeeld eerst een ontvangst ergens door een Commissaris van de Koningin en dan een bezoek aan een museum, met een goede gids erbij. Omdat ik er toch nooit bij kon zijn, zegde ik mijn lidmaatschap op. Maar de verhuizing biedt nieuwe perspectieven.
Door die recente zoektocht kan ik leuk meepraten. En al die weetjes die tussendoor over de tafel tuimelen, allemaal reuze boeiend!

Vanwege het werk is er een appartement in Brussel. Terwijl je zou verwachten dat in zo’n internationaal centrum de huren de pan uitrijzen, is het omgekeerde het geval: Belgen die het zich kunnen permitteren, kopen een huis in de hoofdstad, als pensioenvoorziening, en verhuren dat pand vervolgens. Als veel mensen hetzelfde doen, gaan de huren vanzelf omlaag. Dus in plaats van op en neer te reizen, met alle gedoe en alle kosten van dien, heb je daar een mooie ruimte voor jezelf. Dat had ik indertijd ook, het was echt een rustpunt in een onrustig bestaan.

BN heeft mij kennelijk aangeprezen als stadsgids, dus gaan we op stap, ondanks de regen, hagel en natte sneeuw. Die stadswandeling loop ik al vanaf 2004 en dan heb je ineens iemand bij je die een vraag stelt, waar je geen antwoord op hebt: “Hoe oud is dat kruisbeeld in de kathedraal? Het hoofd is te groot, vergeleken met de rest van het lichaam en dús moet het oud zijn.” Dat had ik in 15 jaar nog nooit opgemerkt…Weer wat geleerd.

Halverwege de wandeling drinken we koffie in een alternatief tentje. Ondernemerschap is opvallend verschillend met Nederland. Daar word je opgeleid tot kok of kapper en dat blijf je -meestal- je hele werkzame leven. In Frankrijk is dat anders, hier wisselt een ondernemer sneller van beroep. Zo had dame C. eerst een bloeiende plantenzaak, begon ze daarna een heel bijzonder restaurant, runde ze vervolgens een groentekraam op de markt en nu dus de koffieshop. Ze heeft er een gezellige huiskamersfeer weten te creëren, waardoor je er met plezier komt. Ook de beide mannen houden hiervan.

Dat verschil in ondernemerschap heeft ook wel iets te maken met de noodzaak van vakdiploma’s. Indertijd kreeg ik zomaar toestemming om te gaan koken voor gasten op de camping. Inmiddels is dat wel aangescherpt. Toen we naar dit huis gingen verhuizen heb ik even met het idee gespeeld om een “openbare” table d’hôte te beginnen, vergelijkbaar met wat ze in Nederland een huiskamerrestaurant noemen. Omdat ik op dat moment meer dan 10 jaar ervaring had met koken voor gasten, hoefde ik niet naar de driedaagse (!) cursus, maar was een halve dag genoeg. Of je daar wat van opstak, telde helemaal niet. Zo weet ik dat een Nederlander die in de Drôme een camping overnam, zo’n cursus moest volgen, terwijl hij nog geen woord Frans sprak. Bij voedsel kun je nog zeggen dat de gasten wel wegblijven als het niet smaakt. Maar dat je de regels over hygiëne snapt, is toch best belangrijk, lijkt me. Uiteraard wisselen we dit soort ervaringen uit met onze gasten, die dat maar heel apart vinden.

Ondertussen houdt BN natuurlijk ook niet zijn mond. Dus horen we de laatste nieuwtjes over zijn optredens, nieuwe projecten, wilde invallen enzovoort. En ook alvast de lijn van een geheel nieuwe voorstelling. In het najaar begint er weer een tournee en tot onze vreugde kunnen we daar bij zijn.
Dat is een van de dingen die ik hier echt mis. Natuurlijk hebben ze theaters in Frankrijk, maar je moet altijd ‘s avonds in het donker terug, 70 km enkele reis, waarvan de helft over een bochtige bergweg. Dat is geen pretje en openbaar vervoer is geen optie.
En ook al spreken wij behoorlijk Frans, in grotere ruimtes is het nogal eens lastig om dat goed te volgen. Dus als muziekstukken aan elkaar worden gepraat, als verklaard wordt waar het over gaat, dan missen we nogal eens de clou.
Ik verheug me er nu al op dat dit straks anders wordt. In een straal van 35 km rondom de nieuwe woonplaats zijn heel wat grotere en kleinere theaters…

Ik misbruik ook de kennis van Jo betreffende nieuwe media. Want wat moet ik straks met mijn column? Vrij leven in Frankrijk is dan verleden tijd… BN verzint ogenblikkelijk een nieuwe naam voor een volgend weblog.

Maar misschien moet ik gaan vloggen, dat is toch de mode? Of een podcast maken? Daar weet Jo veel van, hij heeft er zelf veel gemaakt. Maar het máken is het probleem niet, wel hoe je dat bericht in de lucht krijgt. Hoe krijg je luisteraars? Dat zoekt hij voor me uit bij weer een andere bekende Nederlander…
Maar voorlopig ga ik hier nog even door.

En wat ons bezoek betreft: het was doodvermoeiend, maar ook: het waren twee fantástische dagen!

 

Read Full Post »