Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for november, 2019

De pot op!

Inmiddels hebben we al zo’n 40 jaar ervaring met Franse toiletten, in verschillende soorten.
Overigens is de meest bijzondere nog steeds die van mijn moeders pleegouders in Hooghalen. Daar ging je nog echt naar de poepdoos, dus een houten plank met middenin een gat. Je productie werd opgevangen in een ton en je veegde de billen af met oude kranten. Ik heb er niks aan overgehouden.
Onze eerste vakantie in Frankrijk, in 1981, was wat dat betreft ook heel apart. Vrienden van ons kwamen bij toeval ‘s avonds op een strand terecht en zetten hun tentje naast dat van anderen. De volgende ochtend bleek het om een naaktstrand te gaan. Eenmaal thuis zeiden ze dat het ook wel iets voor ons zou zijn. Dus wij die kant ook op. Het was een strand met helemaal niks, geen water, geen douche en geen toilet. Als je je behoefte moest doen ging je met een schepje een eindje de rimboe in, groef een gat en deed daar het hoognodige. We vonden dat toen allemaal prachtig.

Onderweg, langs de doorgaande wegen in Frankrijk, kwam je in die tijd nog overal de hurktoiletten tegen.
Dat was zo’n vierkante, porseleinen plaat op de grond, met een gat in het midden. Je moest wel goed richten, anders kreeg je natte benen. En een beetje door je knieën zakken, niet echt een fijn standje. Met een beetje pech kreeg je ook nog een lading spoelwater over je voeten. Knap lastig, maar hygiënisch was het wel. Tenminste, als andere reizigers er niet een rotzooi van maakten en dat was vaak wel het geval in het hoogseizoen. Zo zag ik eens een drol, zó groot, dat ik dacht dat die wel van een olifant moest zijn. Kokhalzend opende ik dan andere deuren, tot ik een toilet vond dat ermee door kon. Eenmaal lukte ook dát niet, toen zocht ik een boom uit waarachter ik mijn plasje kon doen. Helaas had ik niet gezien dat er een bos brandnetels stond. Dat heb ik geweten!
Onze oplossing daarna was een zogenaamde porta pottie, in de caravan. Voor onderweg was dat voor mij ideaal.

In de loop der jaren zijn die openbare toiletten in Frankrijk toch wel een stuk verbeterd. Vaak zie je nu zit wc’s zonder bril. Onder een toiletbril kan zich niet alleen viezigheid ophopen, maar ook een verzameling aan bacteriën en ziektekiemen. Vandaar het weglaten ervan. Voor de mannen is dat niet zo’n probleem, die moeten een beetje goed mikken. Voor vrouwen is het wel een stuk lastiger. Want bril of niet, zo’n pot is vies. Dus óf je neemt doekjes mee om het zitgedeelte eerst te reinigen, óf je gaat erboven hangen. En dan? Ik vind het niet zo fris, in ieder geval.
Wij reizen altijd in maart/april en in oktober/november naar Nederland, de tijd van de lange broeken. Voor je het weet hangen je pijpen in de nattigheid op de vloer. Dus het is een hele kunst om die broek eerst te “beveiligen”. Inmiddels ben ik daar aardig bedreven in, maar nog liever houd ik mijn plasje op.

In restaurants wisselt de kwaliteit van het sanitair gedeelte ook sterk. Soms kom je terecht in een toonzaalmodel, alles picobello voor elkaar. En soms is het een echte gribus. Vies, geen toiletpapier, geen zeep en handdoekjes..dan hoef ik spontaan niet meer. Dat kun je de eigenaar overigens niet uitsluitend aanrekenen. Zo kreeg ik van een restaurant in Die eens de vraag om een tekst te vertalen. “Of de Nederlandse ouders aub hun kinderen niet in het toilet wilden laten spelen”. Het water moet zo’n eigenaar dan al aan de lippen staan, voordat ie mij dat verzoek doet. En ik? Ik kreeg toen plaatsvervangende schaamte!
Op de camping hadden wij daar ook wel ervaring mee. Niet iedereen kon er begrip voor opbrengen dat kinderen onder de zes jaar bij de toiletgang begeleid moesten worden door een van de ouders. Maar als je 1 x met een schuursponsje de opgedroogde poep van alle muren hebt moeten verwijderen, piep je wel anders.
Tegenwoordig hebben wij niks meer te klagen op dit gebied. Gewoon alleen maar nette mensen bij ons…

De aanleiding voor dit onderwerp zijn de sanitaire stops die we tegenwoordig langs de autoroutes maken. De tolwegen zijn in Frankrijk in particuliere handen. In Italië heeft dat geleid tot het instorten van een brug in Genua, door achterstallig onderhoud. In Frankrijk zie je dat er veel wordt geïnvesteerd, en niet alleen in het onderhoud van de wegen. Zo zijn er de laatste jaren heel veel wegrestaurants volledig vernieuwd. Het sanitair is daardoor ook helemaal up to date. Verrassend zijn echter de toiletgebouwtjes op de gewone parkeerplaatsen, de aires. Ook die zijn grotendeels vernieuwd en uitgerust met de nieuwste snufjes.

Allereerst is het ruim opgezet. Met een knopje kun je regelen dat het zitgedeelte wordt gereinigd vóór gebruik. Er is voldoende toiletpapier. En je handen wassen is helemaal een belevenis: met 3 elektronische ogen wordt geregeld dat er zeep op je handen komt, vervolgens water en daarna worden je handen gedroogd. Niks geen gesmeer, geen handdoekjes die een onverlaat in een hoekje gooit of die de rol toiletpapier even voor de lol afwikkelt. En om de service compleet te maken rijdt een schoonmaakploeg van parking naar parking, om de puntjes op de i. te zetten.

Jaren geleden, dus nog voor die verbeteringen, dacht ik een ongelukje te hebben. Dus eerst uit het hotelkoffertje schone kleren gepakt. Toen zo’n ieniemienie gore plee in. Daar op 1 been balancerend broekspijp 1 naar beneden, zonder dat deze in de drab belandde. Toen broekspijp 2. Bij het onderbroekje aangekomen bleek het loos alarm te zijn…. Maar ja, ik kon toch moeilijk in mijn slipje naar buiten, dus opnieuw balancerend broekspijp 1 weer omhoog en vervolgens nummer 2. Het is allemaal goed gekomen, maar ik ben wel héél erg blij met die ruime toiletten van nu.

Overigens nog een sterk verhaal van een van onze trouwste gasten. Onderweg liet A. haar handtas in een toilet hangen, met alle waardevolle spullen erin, zoals paspoorten en bankpasjes. Daar kwam ze pas 100 km verder achter. Bij het volgende benzinestation meldden ze dat en daar werd uitstekend gereageerd: met Google Maps zochten ze uit om welk station het ging, even een telefoontje die kant op en de tas werd veiliggesteld. En als toppunt van de service: de handtas werd naar de overkant van de weg gebracht, want dat was gemakkelijker voor onze klanten. Hoefden ze niet om te rijden.
Die mensen van het benzinestation hadden ook kunnen denken: u kunt de pot op. Dus er is op veel fronten wel wat verbeterd…

Read Full Post »

Toen we ons in november 2001 vestigden in Frankrijk, keken we meteen onze ogen uit in de supermarkten. Wát een hoeveelheden chocola en wát een hoge prijzen. Met name de zogenaamde papillotes vielen ons op. Omdat we nog moesten beginnen aan alle investeringen in de nieuwe camping kocht ik de goedkoopste soort bij de Aldi. Inmiddels ken ik het verschil met de echte: die “neppers” zijn gevuld met een mengsel van witte bonen met suiker.

Het is nu begin november en de winkels liggen er inmiddels alweer vol mee, zoals de pepernoten in Nederland ook al in oktober te koop zijn.
Ik zoek op Internet naar de geschiedenis van de papillotes.

In Lyon werkte aan het eind van de 18e eeuw een bekende bakker en chocolademaker, Monsieur Papillote. Vanwege de drukte voor de kerstdagen nam hij een leerling aan. Deze werkte zich uit de naad, tot deze commies door het raam een glimp opving van het mooie meisje, dat boven de zaak woonde. Hij was helemaal ondersteboven van haar. Om indruk te maken pikte hij na het werk chocola uit de bakkerij, schreef romantische woordjes op een papiertje en wikkelde dat om de lekkernij. Het snoepgoed legde meneer vervolgens voor haar deur.

Over wat er daarna gebeurde bestaan 2 versies.

De tragische: de jonge gezel werd betrapt en weggestuurd door zijn baas. Die laatste vond zijn idee echter wel interessant en besloot het te commercialiseren. Hij verving de lieve woorden door grapjes, raadsels en spelletjes. De naam van de echte ontdekker verdween, die van Papillote bleef.
De tweede versie kent een gelukkiger afloop. De jonge commies trouwde met zijn liefje, de nicht van Monsieur Papillote. En waarschijnlijk leefden ze nog lang en gelukkig…

Vanaf 1898 werd deze lekkernij echt een succes door de Chocolaterie Révillon, die het als kersttraditie introduceerde. De eerste versie bestond dus uit chocola, gevuld met marsepein en gewikkeld in een papiertje met daarop een boodschap. Inmiddels is er allerlei franje bij gekomen, zelfs letterlijk: het omslag is goud- of zilverkleurig, en ook de franjes sprankelen. Men gebruikt diverse soorten chocola, of fruitgum, ook wel kastanjes, speculaas, maar meestal dus chocola. Onder dat schitterende omhulsel zit een tweede papiertje, met een rebus, grapje, een aardig citaat, of een rotje, een pétard. Persoonlijk vind ik die van het merk Révillon het lekkerst en die met de citaten het leukst.

Deze lekkernij is vooral populair in de regio Rhône-Alpen, waar de Drôme onderdeel van is, en er wordt per jaar 3000 ton ( dus x 1000kg) gesnoept. Officieel begint de verkoop op 8 december bij de start van het Fête du Lumière van Lyon. Maar zoals gezegd, het is nu al volop te koop.

In Nederland kennen we het woord papillotte ook, met een t. meer in het woord. Dan gaat het om een kookwijze: een stuk vis of vlees wordt verpakt in aluminiumpapier en dan gegaard op de grill, op de barbecue of in de oven. In Frankrijk werd dit uitgevonden in 1825. Met papillotten werden vroeger ook krullen in het haar gemaakt. En weer in het Frans: als je mèches in je haar wilt – wat wij coupe soleil noemen- dan worden strengen haar met verf in aluminiumpapier gewikkeld. Dit bestond al in 1617!
Maar ik houd het bij de chocoladeversie, lekker snoepen en citaten vertalen…

Hier een paar voorbeelden met een vrije vertaling:

 

 

 

 

 

* Le rire et le sommeil sont les meilleurs remèdes du monde. Iers gezegde. De lach en de slaap zijn de beste remedies ter wereld.
* La vie est courte, mais un sourire ne prend qu’une seconde. Cubaans spreekwoord. Het leven is kort, maar een glimlach kost slechts een seconde.
* Un compliment vaut un baiser. Alfred de Musset. Een compliment is een zoen waard.
* Le parfait bonheur ne consiste qu’à rendre les hommes heureux.Jean-Baptiste Rousseau. Het ware geluk bestaat slechts uit mensen gelukkig te maken.
* Notre plus grande gloire n’est pas de ne jamais tomber, mais de nous relever chaque fois. Confusius. Onze grootste overwinning is niet om nooit te vallen, maar om elke keer weer op te staan.
* L’ idéal de l’amitié c’est de se sentir un et de rester deux. Anne Sophie Swetchine. De ideale vriendschap is je één voelen en met zijn tweeën zijn.

Leuk he, die papillotes? 

Read Full Post »

Hele volksstammen worden soms met 1 woord getypeerd: Friezen zijn koppig, een Saks is laks enzovoort. Er zal best een koppige Fries zijn en een lakse Saks, maar dat geldt toch niet voor een hele groep? De titel van deze column wil dan ook niet suggereren dat álle bewoners van de Drôme leuk zijn…

De mensen die wij hier kennen hebben het allemaal druk in het zomerseizoen. Ze hebben óf een bedrijf in de toeristenbranche, óf frequent familie en vrienden te logeren. Rond oktober is dat over. Dus tijd voor afspraken met leuke mensen, en toevallig bijna allemaal uit de Drôme.

Bij thuiskomst doen we hetzelfde als andere vakantiegangers: auto leegpakken en de wasmachine aan. Gelukkig maar, want net als ik op zondag de laatste was droog heb, begint het te stortregenen. Niet zoals in Zuid-Frankrijk, waar zelfs doden zijn gevallen. Op maandag vlug vlug de boodschappen, daarna naar de tandarts en ‘s middags moet ik een driegangenmaaltijd koken. Alles staat nét klaar als onze BN-er komt logeren. Die eerste avond wordt het een compleet drankbacchanaal. De mannen beginnen met whisky en de dop van de fles gaat er niet eens meer op, want dat is zonde van de tijd…

Het leidt wel tot intieme gesprekken. Bijvoorbeeld over ouder worden. Het accepteren van de lichamelijke aftakeling, of juist zeuren over kwaaltjes. Over of leeftijd al dan niet je gedrag bepaalt. Of over seks: Hebben ouderen daar nog zin in? Wel bijzonder om dat soort gesprekken te voeren met iemand die je maar een paar keer per jaar ziet.
Politiek gezien zitten we op dezelfde lijn, maar wat ons beroepsleven betreft zijn we heel verschillend. Negen switchte ik van baan en beroep, Rien 3x en BN zegt van zichzelf: ik kan eigenlijk niks anders. Het gesprek komt vanzelf op zijn collega’s, mensen die wij alleen van de televisie kennen. Daar kijken wij heel anders tegenaan. BN ziet de vakman in hen -of niet-, terwijl ik alleen zie hoe iemand zich presenteert. Hij ziet de schoonheid van een tekst, voor mij moet een song bovenal mooi klinken. Dat wij tijdens lange autoritten meezingen met André Hazes sr., daar kan hij echt niet bij.

We genieten ook mateloos van de verhalen van BN. En dat zijn niet alleen maar voorbereidingen op een nieuwe show, gewoon ook dingen die hij meemaakt. Zoals deze. Bij aankomst op Schiphol gaat hij meestal met het openbaar vervoer naar zijn huis. Deze keer huurt hij een auto. Toen we bij hem logeerden, reed hij nog in een 20 jaar oud barrel. Zijn keus deze keer verbaast ons daarom, hij huurt een Jaguar. Maar hoe duur de auto ook is, hij moet achteraan in de rij bij het verhuurbedrijf. Eindelijk aan de beurt, moet hij de creditcard laten zien waarmee hij betaald heeft. Toevallig heeft hij die niet bij zich. Hoeveel stampij BN ook maakt, hij krijgt die auto niet mee. Twee uur later is de enige oplossing een oud brikje huren.
En zo buitelen de verhalen over tafel. Bijvoorbeeld over het familielid dat getrouwd is met een Afrikaan. Het is echte liefde, de man is goed voor zijn vrouw en kind, heeft een vaste baan, maar doet weinig moeite om te integreren. Leert níet de Nederlandse taal, eet iedere dag in zijn eentje een hele vis, met kop en staart en dat soort dingen. Maar ja, wie doet hij daar kwaad mee?
Ook zijn creativiteit stopt geen moment. Zo vertelt hij over nieuwe teksten die nu nog vooral in zijn hoofd zitten. Hij test bij ons ook een beetje hoe de verhaallijnen en de grappen vallen. Het is leuk om dat later in een show terug te zien.

Waarschijnlijk zwabbert het gesprek ook door de drank alle kanten op. En misschien is dat de oorzaak van het incidentje de volgende ochtend. Wij zitten al klaar voor het ontbijt als BN in zijn onderbroek binnen komt stuiteren: “Rien, er is een ernstige lekkage in je badkamer! Het water stroomt uit de tegels”. Getsie, dat hebben we in een gîte op de camping al eens meegemaakt. Toen moest een deel van een muur worden opengebroken. Wij hebben hier in de cabines 2 sproeikoppen, een regendouche en een gewone. Dat had hij nog nooit gezien. Dus toen hij de regendouche afsloot en er water bleef stromen, raakte hij in paniek. Gelukkig loopt het nu dus met een sisser af.

Rien is de hele ochtend druk met allerlei zaken voor hem te regelen, apps op zijn telefoon installeren, een Franse verkeersboete betalen enz.
En uiteraard raken de mannen niet uitgepraat over de snufjes in hun auto’s. ‘s Middags doen we een gedeelte van de stadswandeling in Die. Heerlijk, zo’n man die zo breed is geïnteresseerd! (Net als Rien trouwens, die ruil ik echt niet in…)

Als hij vertrokken is komen de volgende vrienden langs. Deze afspraak moet op stel en sprong, want dit echtpaar gaat in Nederland verhuizen en is dus voor langere tijd weg. Er komt nog een derde persoon mee en die vertelt een bijzonder verhaal. Een kennis van ons heeft, net als meer ouderen, een middel in huis om – indien de situatie uitzichtloos is- euthanasie te kunnen plegen. (Euthanasie is in Frankrijk onbespreekbaar.)  Dat ligt ongebruikt in de kluis, tot de man op een ochtend om 6 uur door de Gendarmerie van zijn bed wordt gelicht. Ergens in Amerika heeft men de verzendlijst van dat spul te pakken gekregen en dat wordt nu in beslag genomen.

De dag erna hebben we alweer een eetafspraak met vrienden. Ook hun seizoen is voorbij, er is dus heel wat aan ervaringen uit te wisselen.
En een vriendin deelt mee dat ze kaarten heeft voor een concert in het prachtige kasteel van Grignan, of we mee willen. Daar is toch maar 1 antwoord op mogelijk?
De groep TagadaTsing, bestaat uit 4 zangers/ komieken die a capella Angelsaksische songs uit de 30-er jaren tot nu zingen. Na de eerste 2 liedjes denk ik: Vind ik dit leuk? Wil ik hier blijven zitten? Alle armen, benen en hoofden bewegen, het is meer clownesk, dan muzikaal. Maar daarna ben ik totaal verkocht. Wát een stemmen! Wát een mooie, jazzy vertolking van bekende songs. En ze krijgen de uitverkochte zaal helemaal op zijn kop. Bijvoorbeeld bij het bekende lied Kumbaya, my Lord. Het scheelde niet veel of het publiek ging op de stoelen meedansen. Of de titelsong van The Titanic: prachtig gezongen en zeer dramatisch uitgebeeld. Of I will always love you, van Whitney Houston. En ook heel mooi: twee keer gaan alle zangers naar een verschillende hoek van de zaal, verplaatsen zich al zingend, zodat je iedere keer een ander erbovenuit hoort. Het is echt een fantastische avond. Daarna wel anderhalf uur terugrijden, in het donker, gedeeltelijk in de mist, over een bochtige weg. Maar mijn privéchauffeur doet het goed. Krijgt als beloning thuis een whisky. En ik? Ben heel blij met alle leuke mensen in de Drôme.

Read Full Post »