Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for augustus, 2019

 

Ik begin alvast met de clou: Wij blijven nog even hier!!

De eerste helft van 2018 kende pieken en dalen. Maandenlang kon ik vanwege een ontstoken knie bijna niet lopen. Net toen die kwaal verholpen was, overleed mijn moeder. Op dat moment waren er lieve vrienden in beide gites en ook de maanden erna was het een komen en gaan van allemaal mensen die ik heel graag zie. Desondanks raakte ik eind juli ineens volkomen de weg kwijt. Bijna letterlijk, want met de kolder in de kop liep ik de poort uit en bleef een heel eind doorlopen. Toen ik weer thuis kwam, wist ik het heel zeker: ik wilde terug naar Nederland en wel meteen.
Rien was eerst met stomheid geslagen, maar daarna hebben we een paar goede gesprekken gevoerd. We kwamen toen (dat is inmiddels alweer gewijzigd!!!) tot het volgende plan: Dit huis gaan we verkopen, omdat het voor ons tweetjes best wel groot is. In Die zoeken we dan een kleinere woning, wat ons de ruimte geeft om wat vaker naar Nederland te gaan en vooral wat langer. Want echt remigreren, dat wilde ik zelfs in die gemoedstoestand niet.

Dus zochten we contact met 2 Franse makelaars. En dat was weer een hele belevenis.
Indertijd vond ik ons vorige woonhuis, de boerderij, bij een Franse makelaar. Het eerste mailcontact was meteen al lastig, omdat ze woorden gebruikte die wij niet snapten. Gelukkig hielp onze Nederlandse makelaar-in-Frans-onroerend -goed ons fantastisch. Samen hebben ze de vergunning voor de camping aire naturelle binnengesleept.
Onze tweede ervaring met een Franse makelaar, Cantais, was net zo goed. Deze man had niet alleen een bakje met campings die te koop waren, maar óók een bakje met potentiële kopers. En de juiste mensen bij elkaar brengen is voor iedereen een win-winsituatie. Hij heeft ons bovendien heel goed begeleid in het toch wel ingewikkelde verkoopproces.
Toen we vervolgens een ander huis zochten, stuurde ik een mail naar pakweg 10 makelaars met niet alleen een beschrijving van wat we zochten, maar ook het te besteden budget. Plus een verwijzing naar onze website, zodat ze wisten dat we geen fantasten waren. Nul reacties !(Een Nederlandstalige makelaar heeft,zonder een verzoek van ons, wel serieus meegezocht.). Het huis waar we nu wonen vonden we uiteindelijk via-via.

De meeste makelaars in Frankrijk doen echt veel minder dan hun Nederlandse vakgenoten, terwijl ze het dubbele aan provisie vragen. In cijfers: voor de boerderij was dat tussen de 10 en 20% van de verkoopsom, voor campings 5 à 9% en voor huizen is dat 3 of 4%.
Een Funda-pagina kent men hier niet. Er staat maar 1 foto op de website van de makelaar en de omschrijving is minimaal, ook nauwelijks wervend te noemen. En dan de foto’s!Tegenwoordig moet je in Nederland alle persoonlijke spullen verwijderen. Soms komt er een heel interieurteam, dat zelfs verse bloemen op tafel zet.
Hier is dat een tikje anders. Makelaar 1, Miep, neemt een kantoorjuf mee, die met haar telefoon een paar kiekjes maakt. Makelaar 2, Lotje, fotografeert zelf, met zo’n kleine klikklak. Rien zou dat beslist beter kunnen, zeker met zijn geavanceerde camera. En alles wordt gefotografeerd zoals ze het aantreffen. Ik grap tegen Rien dat ik gelukkig op tijd mijn vieze onderbroek heb opgeruimd. (Wees gerust, die slingert echt niet rond..)

Lotje schrijft in haar overeenkomst dat ze genoegen neemt met 3% provisie. Ik stuur een mail naar Miep, want die vroeg 4%. Meteen doet zij er een procentje af…
Ook met het bepalen van de prijs gaat het heel anders. Wij waren in Nederland gewend dat de makelaar een advies gaf. En door die Fundapagina had je zelf ook wel een redelijk beeld van de waarde van je huis.
Toen we hier nog niet lang woonden, hoorden we al het volgende commentaar: ” Jullie Nederlanders drijven de prijs op. Maar ja, als ik zelf mijn huis wil verkopen, zet ik er ook een ton bovenop”….
Wij geven nu zelf de vraagprijs aan. Beide dames vinden dat wat hoog, maar voor ons is het inclusief de totale inrichting van de beide gites: instapklaar dus voor iemand die ze wil verhuren. Wat moet ik anders met alle meubels, bedden, dekbedhoezen, handdoeken, pannensets enzovoort? En met de opbrengst van de verhuur kun je een aardige hypotheek aflossen. Dat lijkt ons ook wat waard.

Nu betekenen die gites niks voor de Fransen, bijna ieder huis heeft wel een gastenverblijf. Dus voor de dames telt dat niet echt mee in de waardebepaling. Maar goed, we komen tot een compromis, al benoemen de makelaars niet dat de prijs inclusief die inboedel is.
Van Miep horen we een half jaar niks, dan halen we het huis in ieder geval bij haar weer uit de verkoop. Als wij alleen maar vulling in haar plaatjesboek zijn, hoeft het van ons niet meer. Lotje neemt haar taak serieuzer op. Van elk object heeft ze 6 foto’s plus een aansprekende tekst erbij op een gemeenschappelijke website. In mei komt ze met een echte fotograaf. Die heeft er verstand van en maakt prachtige opnames.
En waarachtig: er komt een stel geïnteresseerde mensen langs. Het huis voldoet aan al hun criteria, ze hebben het geld beschikbaar en toch loopt het mis. Bij hun tweede bezoek nemen ze namelijk een (schoon)moeder mee en die speelt de bad quy.
Terwijl wij hen na de bezichtiging een drankje aanbieden, levert die dame voortdurend commentaar, bijvoorbeeld door te wijzen op een tegel bij het zwembad die zit los. Het stel valt dus in het eigen mes: doordat ma zo negatief doet, heeft dochter “niet het goede gevoel”. Onbedoeld heeft het bij mij een ander effect: we lijken wel gek om dit huis te gaan verkopen. En, alsof het zo heeft moeten zijn, Lotje kan even niks voor ons doen vanwege privéomstandigheden. Ze raadt ons aan om in Nederland te gaan adverteren. Op zich is dat een goede gedachte, maar helaas, we hebben er helemaal geen zin meer in.
We genieten van onze gasten, van ons huis, de omgeving, van de tuinman die zo zijn best doet en van de femme de menage die ons huis en de gite(s) perfect schoonhoudt.

Het is ook zo’n prettig seizoen: mooi weer, gezellig drukke markten op woensdag en zaterdag, leuke uitstapjes, bijzondere ontmoetingen, met vrienden eten en/of met hen naar de Vendredis de Die.

En we hebben bijzondere gasten in de appartementen, 2x zelfs mensen die eerder op de camping een gite huurden. Bij hun eerste email wist ik dat nog precies.
Het is vooral leuk dat ze zo verschillend zijn. Zo hebben we deze keer bijvoorbeeld diverse vrijwilligers die boeiend vertellen over hun werkzaamheden. En terwijl het ene stel bewoners niet veel verder komt dan ons zwembad, is een ander paar juist overactief: ‘s morgens om 8 uur al onderweg voor een bergwandeling, en voor de vrouw geldt: hoe moeilijker hoe beter. Manlief probeert er onderuit te komen met de vraag of ze ook een keertje naar de markt zullen gaan, maar vrouwlief zegt: Nee, hop, we gaan de berg op. Eén keertje vond ze het een beetje steil, toen is ze “op haar poep” naar beneden gegaan.

De eerste reservering voor volgend jaar hebben we inmiddels alweer geaccepteerd. En direct na het seizoen gaan we ons huis binnen weer opfrissen. We blijven dus nog even hier.

PS. Onze huidige gasten, die hier voor de vierde keer zijn, laten foto’s zien van hun voorjaarsvakantie. Wij reageerden met: He, dat lijkt precies ons huisje. En dat was het dus ook! Bij het huren van een woning op De Vlegge hadden ze speciaal naar ons onderkomen gevraagd….

Read Full Post »

De Petit Train is een treintje, dat speciaal in de zomermaanden in de wat grotere plaatsen langs toeristische trekpleisters rijdt. De locomotief rijdt met een aantal karren erachter gewoon over de weg, dus niet op rails. Bij het zoeken naar info hierover op Internet zag ik tot mijn verwondering dat àlle Franse toeristentreintjes in Peyrins, in de Drôme worden gefabriceerd…

Waar mogelijk maken wij gebruik van de Petit Train, omdat je op die manier in vogelvlucht een stad leert kennen. Parken, pleinen, bijzondere gebouwen, een stuk geschiedenis…van alles flitst voorbij. Daarna kiezen wij wat we dan beter willen bekijken.
Al vaker waren wij in Valence, o.a. om het oude centrum te ontdekken, eerst gewoon de winkelstraten, later ook de geschiedenis aan de hand van de stadswandeling. En soms leidde een krantenartikel tot een bezoek, bijvoorbeeld toen het museum na een jarenlange verbouwing werd heropend. Het waren niet de 20.000 kunstwerken en archeologische vondsten die me echt boeiden. Ik was meer onder de indruk van de maquettes van oude gebouwen, die duidelijk maakten hoe kleine huizen en kapelletjes in de loop der eeuwen veranderden in kastelen en kathedralen. Eigenlijk geldt dat ook voor het museum zelf: 3 oude gebouwen, waaronder het voormalig bisschoppelijk paleis, zijn prachtig met elkaar verbonden. Oude muren, soms half afgebroken, zijn blijven staan en aangevuld met moderne materialen, zoals een glaswand. En werkelijk spectaculair zijn de uitzichten vanaf de verschillende terrassen.

Een paar weken geleden las ik dat er nu in Valence een Petit Train is. Daar moet ik in!

In “sneltreinvaart” gaan we langs de grote kathedraal St. Apollinaire, in Romaanse stijl gebouwd, en we zien een glimp van het Pendentif, een grafmonument uit 1548. Dit is een rijkversierd gebouw, prachtig gewelfd. En ook al is de kathedraal ernaast diverse keren tijdens godsdienstoorlogen vernield, het Pendentif is altijd onbeschadigd gebleven. En dat, ondanks het feit dat het ook is gebruikt als opslagplaats en varkensstal…
We passeren verschillende prachtige herenhuizen, waarbij Maison Mauresque me nu pas voor het eerst opvalt. Dit huis is in 1858 zogenaamd in Moorse stijl gebouwd, maar dat is nep: geschilderd dus. Alhoewel er wel echte bogen, bloemdecoraties en Middeleeuwse elementen te vinden zijn in de gevel.

Echt speciaal is de façade van het huis der hoofden, Maison des Têtes. In 1530 kreeg dit herenhuis een flamboyante voorgevel, met heel veel hoofden, die de winden voorstellen, het fortuin, de tijd, theologie, rechten enzovoort. Daarnaast ook veel krullen op de gevels, gebladerte, zuilen in en rond de raampartijen en sierlijsten.
Ook het binnenhof is rijkelijk versierd. Aan het huis Dupré-Latour uit 1522 zou je zo voorbijgaan. De meeste herenhuizen van die tijd hebben een inrijpoort, waarna je op een binnenhof komt. Rondom die zogenaamde court bevinden zich de woonetages, te bereiken via een toren, waarin het trappenhuis zit. De deur van dit trapportaal van Maison Dupré-Latour is werkelijk schitterend.

De tempel van St.Ruf is ook bijzonder. Die naam komt van een katholiek orde, die buiten Valence een enorme abdij had gebouwd. De protestanten vernielden dit gebouw volledig en de katholieken vluchtten naar de binnenstad, waar ze de Temple St. Ruf bouwden. Maar de Franse koning vond dat er te veel geloofsgemeenschappen waren en dus werd de orde van St. Ruf verboden. Het gebouw werd een korenhal, voordat het werd geschonken aan de Revolutionairen. Die maakten er een graftombe van, voor een van hun generaals. Bonaparte gaf het gebouw later terug aan de protestanten…

De wijk rondom de kerk St. Jean vind ik persoonlijk heel mooi. Het plein daar is prachtig gerestaureerd en de ijzeren markthallen zijn mooi om te zien. Wekelijks worden hier nog marktjes gehouden en ‘s avonds is de markthal mooi verlicht.
De kerk, met een Romaanse klokkentoren is gebouwd in de 11e en 12e eeuw. Het is een van de eerste parochies van de stad. Het is een prachtig gebouw met arcades, gewelven, openingen met zuilen met kapitelen.
Eromheen staan een aantal Middeleeuwse woningen, zoals Maison de Drapier – het huis van de Lakenhandelaar-, Maison La Pra en Maison Merveilhoux. Nog meer statige panden daar dateren uit de 17e en 18e eeuw. Je kijkt er dus je ogen uit.

We rijden langs meer mooie pleinen, zoals het Place de l’Université en het Place des Clercs. Die zijn met elkaar verbonden, dus het lijkt één groot terras waaromheen restaurantjes liggen.
We vliegen ook nog voorbij aan de kapel van de Cordeliers. Deze monnikenorde vestigde zich in de 12e eeuw in Valence. Na diverse godsdienstoorlogen werd de kapel in de 17e eeuw herbouwd. Tijdens de Revolutie (1789-1799) werd het gebruikt voor opslag van veevoer en munitie, daarna als feestzaal en is het nu archief van het erfgoed van de Drôme. De kapel heeft een mooie façade, een monumentale, barokke entree met origineel timmerwerk. Het interieur is rijk gedecoreerd, heeft ook een mooi front boven de deur.

Ook het Hotel de Ville is van binnen en buiten bewonderenswaardig. In 1808 werd het gemeentehuis gevestigd in een gebouw van het klooster Sainte Marie, dat door Napoleon aan de stad was geschonken. In 1894 zette men een nieuw gebouw, wat karakteristiek was voor de 19e eeuw. Ook hier weer een prachtige gevel, met een klokkentoren, ramen met kruisbogen, enz. Ook het interieur is geklasseerd als historisch monument, vanwege de monumentale trap, het mooie balkon, de beschilderde muren, de sculptuur van Marianne, de namen van bekende inwoners, geschilderd op het plafond, de trouwzaal en nog meer.

In de 19e eeuw ging men buiten het directe centrum bouwen. Er werden mooie, ruime boulevards aangelegd met grote huizen waarvan de gevels rijkversierd waren. Ook kwam er een park, Parc Jouvet, prachtig aangelegd met inmiddels 150 jaar oude bomen en ook een mooi rosarium. Dichter tegen de stad aan kwam het park Champs de Mars, moderner en strakker. Beroemd is de kiosk van Peynet, een muziekkoepel uit 1890, waar in 1942 een inmiddels wereldberoemde foto is gemaakt en dat nu de bijnaam heeft van de Kiosque des Amoureux.

Na ons treinritje gaan we nog even lunchen bij ons favoriete restaurant, Victor Hugo. We eten er weer voortreffelijk, bediening is goed, lekkere wijn.. en dan weer naar huis.

PS. Met ons minibedrijf zijn wij toch interessant voor oplichters en die verzinnen elke keer iets nieuws. Nu krijgen we een verzoek om in oktober gedurende 5 dagen voor 12 mensen een driegangenmenu te maken à € 50,- per persoon per dag, exclusief de drankjes. Als we de bankgegevens doorgeven, maken ze het totale bedrag meteen over. Of we wel even snel willen antwoorden. Nou, dat dacht ik dus niet…

Read Full Post »