Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for juli, 2019

Toen we nog studeerden vonden we het huwelijk het toppunt van burgerlijkheid. Toch moesten we wel. Mijn eerste sollicitatie was namelijk meteen raak, maar wel onder de voorwaarde dat we in het streng christelijke dorp niet zouden gaan samenwonen. Als ik dat niet wilde toezeggen ging de benoeming niet door. Nou ja, dan toch maar getrouwd. We hadden, net afgestudeerd, natuurlijk geen cent te makken. Bij C&A kocht ik een lange jurk van gebleekte katoen, Rien schafte -met het oog op een toekomstige baan als leraar- een keurige broek met bijpassend colbertje aan en dat was het. Het bruiloftsfeest was in onze schuur. Mijn nieuwe collega’s reden ons dorpje wel 3 x door, op zoek naar een feestzaal. Gelukkig stond er een bed in de schuur, waar ze de hele avond strak naast elkaar zaten. Alle andere gasten zaten op de grond.

In het welzijnswerk was de dresscode dat je er een beetje alternatief uitzag. Daarna, als 24-jarige chef van een afdeling Verhuur en Bewonerszaken, werd dat wel anders. Mijn taak was o.a. bemiddelen bij burenruzies, met geweld dreigende bewoners kalmeren en anderen vertellen dat ze nog lang niet aan de beurt waren voor een huis. Gelukkig was ik toen voor de duvel niet bang. Terwijl de directeur door de achterdeur vluchtte, moest ik bijvoorbeeld bij de voordeur een woeste woonwagenbewoner kalmeren. Door keurige rokjes te dragen maakte ik tenminste een klein beetje indruk.
In mijn volgende baan als lerares kon ik me wel wat vrijer kleden, maar als schooldecaan werden het weer nette jurkjes.

Toen ik naar de Tweede Kamer ging, was het vanaf dat moment “strak in het pak”. En niet alleen de kleding: mijn gepermanente haar moest dagelijks gestyled worden, de oorbellen moesten bij de kleding passen en de make-up ook. Bij de Emancipatieraad daarna wisselde het per dag. De donderdag was voor de Openbare Raadsvergaderingen en voor overleg met deskundigen uit het hele land. Dan moest je er tiptop uitzien. De vrijdag was “Casual Friday”, dan hadden we vergaderingen met de staf of we schreven beleidsstukken. Dus dan kwam het niet zo nauw. Tot ik, omdat ik vicevoorzitter was, een keertje onverwacht een perspresentatie moest doen. Daar had ik even niet op gerekend. Mijn haar was niet met de föhn bewerkt, ik droeg een lange broek met een trui en kwam uiteraard vol in beeld op het journaal van 8 uur. En natuurlijk had “iedereen” me zo gezien. Een ramp! Dat gebeurde me daarna nooit meer.
Toen we naar Frankrijk gingen was dat op een aantal punten een bevrijding: nooit meer een permanentje in mijn haar, niet meer dagelijks bijpassende oorbellen uitzoeken, geen rokken en jurken aan. Ze zouden hier trouwens ook gek staan te kijken, in het begin was ik immers bouwvakker en vliegende keep. Als er bouwmateriaal gehaald moest worden ging ik me heus niet snel verkleden.
In die eerste jaren hier gingen de verdiensten voor een groot deel in het bedrijf zitten, dus kleding was de sluitpost. Langzaam ging dat beter, maar een jurkje dragen zat er niet in. Ik voelde me er ook niet meer lekker in…dacht ik. Mijn leuke verkoopster bij Willemsmode in Nieuwleusen probeerde het elke keer: Wil je echt niet eentje passen? Nee dus.
Maar afgelopen november ging ik overstag. Twee vriendinnen zijn allebei inspectrice in het onderwijs. Beide dames dragen graag jurkjes -niet alleen in het werk- en hebben daar ook een mooi figuurtje voor. Toen een van hen een feest gaf liet ik me toch overhalen door mijn verkoopster. Ik paste een jurk en was meteen verkocht. In het voorjaar nog een keertje. Beide keren wel veilig met een legging eronder, het moet wel in acceptabele stapjes gaan…

En nu krijg ik zomaar van Rien een jurkje op onze trouwdag, eigenlijk een trouwjurk dus…

Hierdoor getriggerd ga ik eens op Internet zoeken hoe het huwelijk in Frankrijk is geregeld. Dat lijkt qua voorwaarden wel een beetje op Nederland, al blijft het bijzonder dat je altijd en overal moet bewijzen waar je woont. Ze kennen hier namelijk geen Gemeentelijke Basisadministratie. En -de Fransen houden echt van papieren- je moet een stapel documenten aanleveren. Nederland kan er ook wat van trouwens. Ik heb, naast de AOW 3 pensioentjes en Rien 1. Dat betekent dat wij in totaal 6 x naar de gemeente moeten om een bewijs van in leven zijn te laten tekenen. Op een dag stond ik daarvoor in de rij en de oudere man voor mij was zijn huwelijksdocumenten aan het regelen. Omdat hij met een buitenlandse trouwde waren dat -tig papieren. Zelfs van alle getuigen moest hij de NAW-gegevens overleggen, een kopie van hun identiteitsbewijzen etc. En dan krijgt zo iemand ook nog een gesprek waarbij een ambtenaar moet vaststellen dat het niet om een schijnhuwelijk gaat.

Wat ik meekrijg uit mijn omgeving en wat ik erover lees in de krant, gaan de meeste Franse stelletjes eerst “PACSEN”. Dat betekent dat er een samenlevingscontract wordt opgesteld, de PACS. Daarin worden de rechten en plichten vastgelegd, maar dat is allemaal veel simpeler te regelen dan een huwelijk. Een trouwpartij komt er jaren later vaak ook wel, bijvoorbeeld als de kinderen wat groter zijn. De PACS vervalt dan. Typisch Frans is de gewoonte om op zaterdagmiddag te trouwen. De bruidstoet gaat dan luid toeterend naar het gemeentehuis en daarna eventueel naar de kerk om vervolgens feest te vieren. Op de camping kregen wij regelmatig verzoeken van groepen om daar een nacht te kunnen kamperen, vanwege zo’n bruiloft. Voor hen lekker goedkoop, maar voor ons één brok ellende: met 30 man op een kluitje, midden in de nacht terugkomen, met een flinke slok op.. Hoe leuk is dat voor andere gasten? Wij deden het in ieder geval niet.
En de Franse trouwjurk? Sommige vrouwen dragen een simpel jurkje, anderen kiezen voor een sprookjesjurk. En dat laatste is tegenwoordig voor iedereen bereikbaar. Zo bestelde een van onze Portugese medewerksters van de camping een roze droom uit China voor € 167,-. Mijn C&A -jurkje indertijd was de helft daarvan, in guldens….

Read Full Post »

Tussen 18 mei en 29 september hebben we voortdurend gasten, op deze ene week na. En ook al hoeven we voor hen niet hele dagen thuis te zijn, we houden er toch altijd rekening mee. Dus hebben we al een tijdje geleden bedacht dat we nu een dagje naar Grenoble kunnen. Het is wel snikheet, maar ja, we gaan toch.
Heen rijden we via de prachtige Col de Menee, 1457 meter hoog. Maar vanaf het dorp Menee tot aan Chichiliane, over een lengte van 25 kilometer, zijn ze met de weg bezig. Het is één lang grindpad. Normaal beslist geen gevaarlijke weg, maar nu glibberen we langs de afgronden.

Grenoble is de hoofdstad van de Franse Alpen en ligt prachtig tussen 3 bergmassieven: die van de Chartreuse, de Vercors en de Belledonne. De bekende schrijver Stendhal, die hier geboren is, schreef: “Aan het eind van elke straat zie je een berg”. Overigens was hij niet altijd even positief: “Grenoble is voor mij als een herinnering aan een afschuwelijke indigestie”. Maar dat laatste heeft hoogstwaarschijnlijk te maken met zijn onplezierige jeugd..

In 1968 werden er de Olympische Spelen georganiseerd en dat bracht een enorme modernisering teweeg: een nieuw stadhuis, nieuwe luchthaven, verbeterde infrastructuur en…afgrijselijk lelijk…een aantal betonkolossen voor alle journalisten. Niet iedere vooruitgang is dus een verbetering.
Eenmaal in de stad aangekomen halen we bij het Office de Tourisme eerst wat informatie en dan lopen we naar Galeries Lafayette, een soort Bijenkorf. Onderweg passeren we de eerste verrassing.
Al in de 2e eeuw voor Christus hadden de Romeinen de stad ingenomen. Net als Die lag deze plaats op een verbindingsas naar Italië. Er is nu een straat opengebroken en 2 mannen werken onder een parasol, om zich te beschermen tegen de hitte. Als we dichterbij komen, lezen we dat het om archeologisch onderzoek gaat, met overblijfselen van de Romeinen en uit de Middeleeuwen.

Dan naar Lafayette. Rien zoekt een zomerjasje, ook al vallen de mussen nu door de hitte dood van het dak. En hij vindt iets moois, tegen een sterk gereduceerd tarief: dat het voorverkoop is, was ons even ontgaan. Ondertussen loop ik rond bij de sieraden. Wil graag een ketting met rode kralen, maar vind die niet. Terwijl we samen rondkijken duikt er een verkoopster op ons af: de vergulde ketting waar we voor staan heeft een achterkant van leer en dat is qua kleur aan te passen. Even later loop ik blij de deur uit, met een ketting en een bijpassende armband. Mijn geluk is echter van korte duur, want op de terugreis blijkt dat de verkoopster het leertje niet goed heeft vastgezet, kwijt dus. Gelukkig is het van een bekend merk en 2 dagen later heb ik een nieuw achterkantje in de postbus.

Na een simpele maaltijd gaan we met Le Petit Train de stad verkennen.
De oude stad is prachtig, met haar decoratieve, geschilderde huizen, geplaveide straatjes en de vele pleintjes, bijna allemaal met een standbeeld. Een bekend museum, gevestigd in het voormalige bisschoppelijke paleis, staat op de oude stadswallen van de Romeinen, uit de derde eeuw. Een volgende keer moet ik hier echt naar binnen, want de geschiedenis van Grenoble van de Oudheid via de Middeleeuwen tot nu wordt daar zichtbaar gemaakt. Voor een geschiedenisfreak is dat een must….
Zoals het een grote stad betaamt, zijn er talloze andere musea: modern, archeologisch, Stendhal enzovoort.
Uiteraard heeft Grenoble een grote Kathedraal Notre Dame en een Paleis van Justitie -gebouwd rond 1500- waarin eeuwenlang het parlementsgebouw van de Dauphiné gevestigd was. Het is een schitterend gebouw, rijkelijk gedecoreerd in verschillende stijlen.
In het treintje hebben we een Nederlandse tekst, met soms grappige, verkeerde vertalingen. Zo wordt de Dauphiné vertaald met de dolfijntjes. Hier wordt toch echt het graafschap van de Dauphiné, van de kroonprins bedoeld. (Dauphin heeft als tweede betekenis kroonprins). Vlakbij dit Palais de Justice vindt men ook het Café de la Table Ronde, uit 1739, het een na oudste café van Frankrijk. Maar ja, je zit in een treintje en kunt er niet zomaar uit….

Uiteraard passeren we ook het fort van de Bastille, uit 1591, een vroegere gevangenis. Met een kabelbaan, in de volksmond de Bubbels genoemd, kun je ernaartoe, met spectaculaire uitzichten. Dat hadden we eerder al eens gedaan, toen het snerpend koud was. Nu lees ik dat er een fantastisch restaurant zit…dat doen we dan een volgende keer!
Met het treintje rijden we over diverse pleintjes, zo ook over het Place des Herbes,waar nog steeds de boerenmarkten worden gehouden. Het Place des Cordes is mooi vanwege de 18e -eeuwse huizen eromheen.
Er zijn ook prachtige parken, zoals de Jardin de Ville en de Jardin des Dauphins. De eerste ligt rond het 17e -eeuwse Hotel de Lesdiquières en heeft o.a. prachtige rozentuinen. De tweede, de Jardin des Dauphins, ligt aan de brede rivier de Isère, gebouwd op de plaats van de oude vestingwerken van de stad, wel 30 hectare groot, met veel oude bomen en wilde struiken. Vanwege de zuidelijke ligging groeien er zelfs banaanbomen.
We starten en eindigen deze trip op het Place de Grenette, het belangrijkste stadsplein van Grenoble. Er zijn schilderachtige historische huizen te zien en ook veel cafeetjes en restaurantjes met hun terrassen op het plein.
In de 17e eeuw werden hier de graan- en dierenmarkten gehouden. Vanwege de hitte gaan wij na de rondrit naar huis, de rest bewaren we voor een volgende keer.

Als we thuiskomen zien we dat Grenoble het landelijke nieuws heeft gehaald. Ondanks de hitte zijn de zwembaden namelijk gesloten. De reden? Er is een rel uitgebroken omdat vrouwen met boerkini’s aan wilden zwemmen in het openbare zwembad, wat tot hevige protesten van anderen leidt. Dat vind ik de idiotie ten top: in veel zwembaden, onder andere op campings, zijn langere shorts voor jongens verboden, vanwege de hygiëne. En dan in een jurk het water in? Het is voor mij net zoiets als naakt zwemmen en recreëren: echt prima als je dat wilt, maar het is niet de norm, dus kan het niet overal. Daarom moet je organiseren dat er speciale tijden of aangewezen plekken zijn voor dat soort speciale wensen. Maar ja, Grenoble zit niet te wachten op mijn mening…
Het blijft tóch een prachtige stad. Daar gaan we vast nog wel eens een dagje naartoe!

Read Full Post »