Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for mei, 2019

De mousserende Clairette de Die was in de tijd van de Romeinen al een populaire wijn en dat is het nog steeds. Om nog meer toeristen te trekken wordt daar handig op in gespeeld.
Zo is er al jaren een folder met lichte wandelingen door de wijngaarden. Er zijn 8 routes, van 3 tot 6 kwartier, allemaal met een eigen karakter. Na mijn eerste vertaling moesten wij die natuurlijk zelf controleren en tot op de dag van vandaag lopen wij ze regelmatig.
Ook al jaren geleden bedacht door het Syndicaat van de Clairette: de artistieke rotondes in de hele vallei van de Drôme.
Voor het maken van de kunstwerken hiervoor werd Pierre-Louis Chipon uitgenodigd. Deze geitenfokker zocht in 1986 een embleem om zijn producten aan de kant van de weg te kunnen aanprijzen. Zo ontstond het eerste beeld van een geit, gemaakt van roestig, oud ijzer dat hij op zijn eigen erf vond. Omdat dit werk zeer gewaardeerd werd, ging hij een kunstopleiding volgen. Zijn geitenstal veranderde daarna langzamerhand in een atelier.

Een aantal jaren geleden is deze kunstenaar door het Syndicaat van de Clairette aangezocht om kunstwerken te maken voor 6 rotondes tussen Crest en Die, over een lengte van 40 km. Doelstelling van het Syndicaat is om de waarde van de streek en de wijnbouw in de vallei van de Drôme voor het voetlicht te brengen. En dan ook nog op een pedagogische manier. Dat gebeurt door met de kunstwerken het hele proces van de druivenplant tot uiteindelijk de wijn uit te beelden.

De eerste rotonde ligt net buiten Crest. Hier wordt alles rondom het inplanten van de wijnstruiken uitgebeeld, met de ploeger en zijn paard en ploeg, de jongeman die het perceel steenvrij maakt, een kar om die stenen in te gooien en een jong stelletje, dat de plantstokken plaatst.
Een paar kilometer verder werd al jaren eerder het eerste rond-point op die manier ingericht. Hier staan de toeristische activiteiten rondom Aouste-sur-Sye centraal: het picknicken, kanoën plus een bergwandelaar. Jarenlang vond ik dit prachtig, inmiddels is Aouste overklast door de andere.

Het is dat er een rotonde is, anders zou je het dorp Piegros-La Clastre zo voorbijrijden. Hier wordt het snoeien van de druivenstruiken uitgebeeld, op de rotonde zelf, maar vooral ook naast de weg, met mooie rijen druivenranken. Dat laatste zou gebeurd zijn om passanten te wijzen op het bestaan van het dorp…

Saillans had al heel lang een rotonde die mooi was ingericht. Maar de ploeger met zijn paard en de ploeg stond eigenlijk op de verkeerde plek in deze route. Deze verhuisde dus naar Crest. Bij Saillans wordt nu de druivenpluk uitgebeeld: een kiepkar met een draagmand, een paar plukkers met een volle mand met druiven tussen hen in, een vrouw met kind, een oudere vrouw met een lunchpakket op haar hoofd en wijn in een metalen kan.

Pal voor het Maison de la Clairette, in Vercheny, wordt de vinification, de wijnbereiding uitgebeeld. Het sap van de druiven wordt in flessen gedaan en die liggen daarna 2 maanden horizontaal. Vervolgens gaan de flessen op de pupitres, de houten rekken, en een remueur draait ze steeds weer een beetje rond, schudt ze en zet de flessen telkens een beetje verticaler. Een goede “schudder”, -een man, niet een machine- kan zo’n 50.000 tot 60.000 flessen in zijn eentje dagelijks aan.
En deze methode zorgt uiteindelijk voor de bruisende wijn.

De rotonde van Die is de laatste in de rij. Hier staat la reboule centraal. Dat is streektaal voor een grote maaltijd na de oogst, samen met alle meehelpers. Er staat een boer met zijn paard en wagen, met daarop een paar wijnvaten. Er zijn picknickers, spelende kinderen, een dansend paar en jeu de boule-spelers. Een gezellige boel dus.

Het is echt jammer dat je op een rotonde op het andere verkeer moet letten, want voor je het weet race je dit voorbij. Gelukkig kun je overal even stoppen, om de beelden goed te bekijken. Echt even doen!

Read Full Post »

Echt enthousiast was ik niet over ons vertrek naar Frankrijk. Maar als je A zegt, moet je ook B zeggen. Dus ging ik mee, wel met de belofte dat we regelmatig naar Nederland zouden gaan. En dat doen we ook, 2 x per jaar. In die eerste jaren hadden we geen geld om onderweg te overnachten, dus knalden we in 1 ruk door. Heel langzaam veranderde dat en kon er een goedkoop hotelletje vanaf. Inmiddels stel ik wel wat meer eisen. In mijn blootje naar het gemeenschappelijke toilet op de gang, dat wil ik niet. Het bed is ook een dingetje: in de oudere Franse hotels hebben ze nog wel eens ledikanten van 140 bij 190 cm. Rien past daar strak in tussen hoofd- en voeteneind.
Aanwezigheid van personeel vinden wij daarnaast prettig. Bij de goedkoopste hotels krijg je een code waarmee je binnen kunt komen. Stel dat het niet lukt? Dan sta je daar compleet verloren voor de deur.
Een afgesloten parkeerplaats vinden we ook steeds belangrijker. Een jaar geleden had de Abdij van Pont-à-Mousson een mooie aanbieding. De parking was weliswaar openbaar, maar vanuit het hotel goed zichtbaar. Toen we de volgende dag op ons vakantiepark aankwamen en rustig over een verkeersdrempel reden, zakte zo het achterraam van de auto in de deur. Later bleek dat dieven hadden geprobeerd de auto open te breken. De reparatie kostte ons € 500,- . Dan kun je maar beter betalen voor een afgesloten parkeergarage.

En het “eisenpakket” is nog langer…Zo’n overnachting moet wel een beetje betaalbaar zijn. Luxe, zoals een binnenzwembad, een ochtendjas en slippers op de kamer, plus het diner ‘ s avonds en het ontbijt ‘s ochtends erbij, dat kiezen we niet. In een ander hotel betaal je zomaar € 19,- per persoon voor het ontbijt. Dat vind ik een beetje duur voor een bakje yoghurt met muesli, want bij een Engels ontbijt met gebakken worstjes ga ik gillend op de vlucht.
Het wensenlijstje afvinken is echter geen garantie voor geluk. Zo lukte het eens om een kamer te bemachtigen midden in het centrum van Dijon, een hotel met 3 sterren en ook nog betaalbaar. Op de website zag het er prachtig uit, maar wat viel het tegen! Ik moest ongeveer achterstevoren het toilet in, zo krap was het op die zolderkamer. En dat, terwijl we een normale prijs moesten ophoesten. (Vrienden van ons betaalden hetzelfde bedrag, maar kregen daarvoor wel een fatsoenlijke kamer). Overigens hadden Rien en ik er wel een leuke avond, maar dat kwam niet door het hotel. Kennelijk rust er voor ons geen zegen op Dijon: een keer erna wilden we graag het oude stadscentrum bekijken, maar toen regende het. Dijon staat dus nog op de bucketlist.
Een paar keer overnachtten we ergens “in de rimboe”. De natuur is daar prachtig, maar er is weinig te beleven. Kleinere steden vinden we al leuker: ons hotel in een buitenwijk van Toul ligt naast een goed restaurant en een grappig Frans kroegje. De hotels in Langres zijn, op 1 na, allemaal afgekeurd door ons, maar dat stadje zelf is zo leuk! Daar kun je bijvoorbeeld even een wandeling maken bovenop de oude stadsmuren en genieten van de weidse uitzichten. Vaker kiezen we voor een grotere stad, zoals Metz, Luxemburg of Nancy. Deze laatste plaats ligt exact op de helft van onze route. Een paar keer logeerden we in hotel Ariane, beslist vergane glorie, in een buitenwijk, maar wel met goede bedden, een afgesloten parkeerplaats en beslist goedkoop. We hadden er een paar bijzondere ervaringen. De ene keer vonden we er een geweldig Aziatisch restaurant, terwijl we gewoon de buurt verkenden. Een andere keer aten we in het simpele restaurant van het hotel, tegelijk met de nationale volleybalploeg: wát een lange mannen! En we namen vanaf het hotel eens de bus naar het mooie centrum, een avontuur op zich.

Deze keer boeken we op de terugreis een Ibishotel in het centrum van Nancy. Hun budgethotels zijn beslist betaalbaar en goed genoeg voor een overnachting. Vanaf het hotel is het 650 meter lopen naar het schitterende Place Stanislas. Dat is een groot plein met allemaal terrasjes eromheen. Een en al gezelligheid dus, vooral in het weekend. Bovendien kijk je er je ogen uit. De mooie en grote gebouwen uit de 18e eeuw, die het plein begrenzen, zijn o.a. de Opera, het Grand Hotel en het Hotel de Ville. Op de 4 hoeken van het plein staan prachtige, metershoge hekken, zwartgeverfd met goud. De directe omgeving is ook bijzonder: maar liefst 3 parken staan, net als dit plein, op de lijst van de UNESCO, de werelderfgoederen. Ook op loopafstand de Vieille Ville, de oude stad. Maar daar hebben we deze keer geen tijd voor.Vieille Ville
We gaan naar een restaurant waar we eerder de specialiteit van deze regio aten, de Elzasser zuurkool. Maar helaas, een nieuwe eigenaar, dus ook een andere menukaart. In het restaurant van Jean Lam eten we toepasselijk een lamsvleesspies. Terug in het hotel is er in de kamer naast ons kennelijk een feest aan de gang. Dat belooft wat voor de nacht, vrezen we. Maar stipt om 23 uur is het doodstil.

Ook op een andere manier ben ik en route. De gezondheidszorg in Frankrijk is helemaal top, vinden wij, al denken sommige bewoners van Die er anders over. Die begrijpen niet, dat je een afdeling Verloskunde niet open kunt houden voor 2 bevallingen per week. Voor chirurgische ingrepen kwam er óf een knutselaar uit Crest, of een gepensioneerde arts uit Die een middagje hobbyen.
Die laatste man was echt een goede arts, maar als je onder het mes moet, hoop je toch dat iemand nog een beetje geoefend is. Daarom is de afdeling chirurgie ook opgedoekt.  Wel is er een meer dan uitstekende Eerste Hulp, met moderne röntgenapparatuur en ook een scanner. Bovendien ga je, als het wat moeilijker is, meteen met een helikopter naar Valence, niemand hier zeurt over geluidsoverlast.
Voor een mammografie is er momenteel een wachtlijst van 8 maanden. In Crest, in een splinternieuw ziekenhuis, kan ik vrijwel meteen terecht. En wat een belevenis is dat! Als ik de wachtkamer binnenkom, zit er een soort zwerver: smoezelige kleren, vet haar en zo. Ik ben blij dat hij geen borsten heeft en geplet gaat worden in hetzelfde apparaat als ik…
Hij heeft contact met een vrouw tegenover hem, ook een alternatief type. Door haar zelfgemaakte jas en verdere uitstraling ziet ze er een beetje uit als een vogelverschrikkertje. Ik kan niet verstaan waar ze het samen over hebben: ze lispelen, alsof ze hun kunstgebit vergeten zijn. En dan komt nummer 3 uit de onderzoekskamer. Die dame lijkt net een heksje, met haar alternatieve kleding. Er ontbreekt nog net een puntmuts. Dan ben ik aan de beurt, keurig op tijd. Als mijn röntgenfoto’s gemaakt zijn, komt er plotseling een kromgebogen, oudere vrouw in een wollen vest, de kamer binnen schuifelen, waar ik met ontbloot bovenlijf wacht op de arts. Even denk ik dat er iemand ontsnapt is van de psychiatrische afdeling. De dame begint zomaar aan mijn borsten te voelen en pas dan zegt ze dat zij de radioloog is. Nou, dat mag ik hopen….
En dan ga ik weer en route, terug naar Die. Zit de hele weg te gniffelen omdat het zo’n grappige ervaring was.

Read Full Post »