Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for januari, 2019

Ik ben blij dat ik niet meer in de landelijke politiek zit. Kijk nu naar het kinderpardon. Sommige buitenlanders weten van meet af aan dat ze nooit een verblijfsvergunning zullen krijgen. Desondanks worden er 3 kinderen in dat gezin geboren. En als dan het moment van uitzetting eindelijk toch nabij is, zoekt men de publiciteit. Ophoepelen dus??? In eerste instantie zou je dat wel denken. Maar die kinderen hebben nooit om deze situatie gevraagd. Ze zijn hier volledig geïntegreerd, spreken de taal van hun ouders niet en hebben in dat “moederland” een heel andere toekomst dan in Nederland. Is dus de overheid de grote boosdoener? Ook daar kun je wel enige nuances bij aanbrengen. Hoe zoek je nu uit of iemand een fantast is of een echt slachtoffer? En als de buitenlander met nieuwe argumenten naar voren komt, is het dan billijk om dat opnieuw te toetsen? Is het bovendien niet heel menselijk én begrijpelijk dat  vluchtelingen en buitenlanders streven naar een gelukkig bestaan? Zoals u en ik?
Kortom, ik ben blij dat ik hier niet over hoef te beslissen.
Maar van de ongenuanceerde meningen over vreemdelingen heb ik mijn buik weer eens vol.

Zelf ben ik ook een buitenlander, maar een slechte behandeling onderga ik heel zelden. Heel soms ben ik toch weer even aan de beurt…
Het verschil tussen een – al dan niet economische- vreemdeling en ons was al merkbaar bij het aanvragen van de verblijfsvergunning. Wij werden keurig te woord gestaan bij de Préfecture, terwijl “ donkere” mensen geen poot aan de grond kregen. De ambtenaren vonden dat wij, in tegenstelling tot die anderen, wél een zekere bron van inkomsten zouden gaan genieten. Dat concludeerden zij uit ons gelikte ondernemersplan. Maar als je nou écht verstand van ondernemen hebt, weet je dat je in een plan alles wel kunt opschrijven. (Achteraf kwam er van dat plan bijna niets uit, behalve dan de eindconclusie, dat we het wel zouden redden). Overigens stuurden diezelfde ambtenaren ons een jaar lang van het kastje naar de muur: We kregen geen verblijfsvergunning als we niet ingeschreven waren bij de Chambre de Commerce, de Kamer van Koophandel. Daar werden we niet ingeschreven omdat we geen ziektekostenverzekering hadden. En die kregen we weer niet omdat we niet geregistreerd waren bij de Chambre de Commerce, een lekkere cirkelredenering. Uiteindelijk was met 1 telefoontje van onze accountant alles geregeld…
Maar tot op de dag van vandaag merken we dat sommige mensen denken dat je stom en achterlijk bent, als je niet perfect de taal spreekt en schrijft. Nu hebben we weer zo’n voorbeeld bij de hand, met de ziektekostenverzekering. Die club geeft überhaupt nooit antwoord op mails en brieven, de reden waarom we deze organisatie niet La RAM noemen, maar La RAMP.
Nu voer ik een strijd over € 28,-.
Iedere week, op zondagavond, moet ik mezelf een spuit toedienen en dat mag ik beslist niet vergeten. Toen we de laatste keer naar Nederland reden, op een zondag, bleek die spuit kapot te zijn. Gelukkig had ik er nog eentje bij me, dus voor die avond was ik gered. Maar in Nederland moest ik een nieuwe regelen bij de apotheek. Dat was een heel gedoe, want zo’n medicijn mogen ze niet zomaar afgeven, daar kwam zelfs mijn paspoort aan te pas. Het leek wel of het om een kilo heroïne ging, ipv om een simpel spuitje…
Eenmaal terug in Frankrijk stuurde ik de factuur naar mijn Assurance Maladie, met het verzoek mijn kosten te vergoeden. In een brief legde ik het waarom uit. Want als je zelf niet genoeg medicijnen meeneemt vanuit Frankrijk, krijg je die sowieso niet vergoed. Ik maakte foto’s van de kapotte spuit, kopietjes van mijn ziektepas en van de Europese verzekering ( want, zo weten we van een vriendin, als die laatste verlopen is, krijg je óók niks vergoed.) Als reactie ontving ik eerst een formulier specifiek voor buitenlandse ziektekosten. Oké, dat vulde ik in en stuurde het terug. Nu krijg ik alwéer een formulier: of ik de reis wil bewijzen, de ziekenhuisopname en de ontvangen vergoeding vanuit Nederland. Laaiend stuur ik een brief terug: Hoe moet ik die reis bewijzen, met bonnetjes van de benzine soms? En een ziekenhuisopname? Lees die bijgevoegde brief van mij! Het is de allereerste keer  in 17 jaar, dat wij een vergoeding vragen voor in het buitenland gemaakte kosten en dan ook nog voor een minimaal bedrag. Rien zegt: Laat toch zitten!  Aan m’n hoela, ik denk echt dat dit kantoorgrietje meent een buitenlander te grazen kunnen nemen. Dat laat ik niet gebeuren.

Maar het kan veel veel erger. Onze hulp in de huishouding, de liefste die we ooit hadden, wordt ook duidelijk slechter behandeld omdat ze buitenlander is. Zij, laten we haar Maan noemen, is op exact dezelfde manier verzekerd tegen ziektekosten als wij, dus de basis met een aanvulling tot 100%. Maar wel bij een andere maatschappij. Overal moet ze fors bijbetalen. Zo was ze in het weekend bij haar vaste huisarts en die bracht € 50,- in rekening voor het consult. Dat op zich is al onzinnig, maar op zijn minst had hij een factuur moeten geven. Die had ze dan bij haar ziektekostenverzekering kunnen indienen, voor een vergoeding. Het vragen van een factuur is haar volledig onbekend, terwijl ze hier al 5 jaar woont. Iemand uit de zorgsector had haar dat toch eens kunnen vertellen? Of gewoon ongevraagd zo’n factuur moeten geven? Hierdoor heeft ze wel honderden euro’s per jaar teveel betaald. Háár huisarts is echt van een heel ander slag dan de mijne. Als je een chronische ziekte hebt, mogen er geen eigen bijdragen in rekening worden gebracht voor alle kosten die deze ziekte betreffen, zelfs niet de simpele aspirientjes. Dat wist ik niet, maar mijn huisarts vertelde dit en regelde zelf de formaliteiten daarvoor wel even. Zo kan het dus ook.

Met de verblijfsvergunning wordt Maan ook van het kastje naar de muur gestuurd en dat in het kwadraat. Haar situatie is  niet eenvoudig: ze is geboren in Oost Europa en daar getrouwd met een landgenoot. Die heeft door zijn moeder- vroeger werkzaam in Portugal- een Portugees paspoort gekregen. Maan en haar man hebben ook in Portugal gewoond en zij kreeg een Portugese verblijfsvergunning. Manlief vond werk in Frankrijk -dat mag met een Europees paspoort- en Maan volgde.
Ze woont hier al zo’n 5 jaar en kan dat bewijzen, heeft 2 kinderen die naar school gaan en ze betaalt haar belastingen. Nu moet Maan die Portugese verblijfsvergunning omzetten in een Franse. “Frankrijk” stuurt haar naar de Portugese ambassade in Marseille ( enkele reis 225 km…). Daar verwijzen ze haar terug: “Frankrijk”  moet dat regelen. Maar wie, wat en waar? We hebben hier een paar vriendelijk dames bij de Sous-Prefect, een onderafdeling van het departement. Zij schrijven echter alleen op een blaadje op welke momenten Maan terecht kan bij het departement in Valence en dat is het dan. Nog steeds weet ze niet welke documenten ze moet overleggen. Dikke kans dus dat ze straks voor niks 140 km aflegt. Wat is het nou voor moeite om haar even te helpen?

Met bovenstaande voorbeelden wil ik niet beweren dat iedere buitenlander recht heeft op een vrije vestiging. Ik vind ook, dat je best eisen mag stellen aan wie wel en wie niet toegelaten wordt. Maar een menselijke benadering, dat kost toch niks?

PS. En precies als ik deze column afheb komt het bericht dar er een compromis is over het kinderpardon…

 

 

Read Full Post »

Op zich heb ik niet zoveel met mijn verjaardag, al vind ik het wel een cadeautje als je er weer een jaar bij hebt in een redelijk goede gezondheid. Dat is immers het beste wat je kunt krijgen, toch, naast liefde en geluk?
De behoefte om dat jaarlijks uitgebreid te vieren, voel ik niet meer zo. Twee jaar was ik op mijn verjaardag in mijn eentje in Nederland en beide keren kon ik door ijzel mijn huisje niet uit. Niks aan dus. Vorig jaar viel het op een zondag, ook geen lekker moment om iets te ondernemen. Nu heb ik al een tijd het plan om een dagje naar Grenoble te gaan.

De verjaardag zelf begint al goed. Poes Gaia doet – 2,5 week na terugkomst uit Nederland- nog steeds niet echt lief tegen me: mijn afwezigheid werd niet gewaardeerd. Nu komt ze de badkamer in, gaat op haar achterpootjes tegen het wastafelmeubel staan (nog nooit gebeurd) en doet het kopje in de knuffelstand: Aaien maar! En daarna belt mijn reismaatje al, die weet dat we vroeg op stap gaan.trapgevel

In de zomer is de trip van Die naar het noorden van de Drôme al heel mooi, maar ‘s winters is het echt sprookjesachtig. In alle jaargetijden is het verrassend dat je na de tunnel van de Col de Rousset in een heel ander landschap en klimaat terecht komt. Ook aan de bouwstijl zie je meteen de scheidslijn tussen de Méditerranée en de Alpen. De grotere gebouwen lijken op Oostenrijkse chalets, de kleinere huizen hebben typische trapgevels. En na de tunnel kom je in deze tijd van het jaar meteen in een witte wereld terecht. Even verderop wordt het nóg mooier: de bomen zijn prachtig berijpt. En bepaald sprookjesachtig wordt het als we bij de Gorges de Bourne aankomen (in feite net buiten de Drôme). Water dat via de berghellingen naar beneden sijpelt, bevriest en maakt schitterende ijspegels, hele wanden vol, kilometerslang. Wat een plaatje(s)!
Het is er sowieso mooi, langs de bergengten en onder de overhangende rotsen door. In Villard-de-Lans, qua aanzicht een Oostenrijks skioord, drinken we cappuccino. Een echte dus. De Franse bars hebben allemaal de mogelijkheid om melk op te schuimen, dus het zou simpel zijn om ook een echte cappuccino te maken. Maar in 99% van de gevallen krijg je koffie met slagroom. Daar houd ik niet zo van. Maar hier treffen we het. Precies tijdens het spitsuur rijden we Grenoble binnen. Uiteindelijk komen we bij de gedroomde parkeergarage uit, pal onder het Office de Tourisme. Normaal halen we daar even de plattegrond van de stad, maar ja, midi, dus dicht. Maar we denken de weg wel te kennen. Niet dus, we lopen eindeloos rondjes.

Er zijn in onze directe woonomgeving geen Chinese restaurants, dus in een grote stad grijpen we meteen die kans. Eerder aten we in een Aziatisch restaurant precies achter het Office, maar ja, die is er nu niet meer. Na veel omzwervingen vinden we toch iets dat erop lijkt. Maar wat een gedoe! Bij binnenkomst moeten we op een scherm intoetsen wat we willen eten. Kiezen uit een menukaart met alleen Chinese gerechten met hier en daar een Frans woord ertussen, dat is echt niet simpel.
Het woord soupe kennen we, Rien kiest voor de nouille, soep met noedels, ik voor de miso tofu. Dat laatste woord komt me wel bekend voor.
Daarna kiezen we voor gyozas. De Fransen noemen het de Japanse ravioli, een deeglapje dat gevuld is met lam, varken of garnaal. Accompagné, dus samen met rijst of koolsla. Gelukkig dat we soep kozen, daardoor hebben we een eetlepel, want met stokjes eten is voor ons een middag vullend programma. De rode wijn komt weer uit de koelkast, dat vinden we zo’n rare gewoonte in Frankrijk. Net zo vreemd is het om rode wijn in het kleinste glas te schenken. Rien heeft bij zijn horecacursus geleerd dat je vanwege het aroma juist het grootste glas moet nemen. Maar Frankrijk is een wijnland, wie weet het nu beter?

En dan wordt het tijd om naar Lafayette te gaan, een warenhuis vergelijkbaar met de Bijenkorf. Naast goedkope spullen hebben ze vooral de duurdere merken in huis. Maar het is uitverkoop, dus sla je slag! De aanbiedingen gelden alleen als je een klantenkaart hebt, dat moeten we dus eerst even regelen. Thuisgekomen snap ik waarom: ze bombarderen je vanaf dag 1 met mails.
Ik wil nu graag een nieuwe handtas en Rien zoekt er eentje met 50% korting. Dank je de koekoek, dan kost ie toch nog € 285,-. Ik hoef geen ding van plastic, maar zo’n dure wil ik echt niet. Net als met een horloge: ik wil zonder pijn in mijn buik over een paar jaar een nieuwe kunnen kiezen.
Omdat in Die onze gewaardeerde schoenverkoper met pensioen is, kijkt Rien hier even naar nieuwe schoenen. De keus is niet groot, maar toch vindt hij een paar beauty’s. Bij elke aanschaf krijgen we een bon van € 15,- om te besteden bij de parfumerie. Ook lekker. Bij iedere kassa probeert men ons, echt opdringerig, een creditcard aan te smeren. Ze willen wel de hele winkel met ons meelopen, zodat we alsnog op elke aanschaf € 15,- extra korting krijgen. Krijgen ze soms provisie daarop? Wij willen helemaal niet zo’n kaart! In het verleden heb ik eens een verkeerde toets ingedrukt bij de Intermarché. De boodschappen van € 60,- zou ik daarna in 18 maanden afbetalen, met 20% rente…Te gek voor woorden.
Bij de laatste betaling krijgen we alwéér bonnen: als we binnen 2 maanden terugkomen krijgen we 2 x € 10,- korting. Even het gezonde verstand gebruiken: dat betekent 3 uur rijden, 140 km, voor dat bedrag???
Rien wil eigenlijk nog een nieuwe zomerjas, want hij heeft spijt van een goedkope aanschaf van 2 jaar geleden. Tot zijn stomme verwondering zijn die jassen er nu niet. Ja, daarvoor is het nu uitverkoop, dan gaat de wintercollectie eruit.  Dus misschien later? Voor vandaag is het in ieder geval wel genoeg.

We drinken nog een kop nepcappuccino – meer slagroom dan koffie- en rijden dan naar huis. De haarspeldbochten van de Col de Rousset zijn prima te doen in het donker, je ziet geen afgronden… Dat klinkt trouwens enger dan het is, zolang wij hier wonen zijn daar geen mensen verongelukt.

Thuis begint er een ander feestje: heel veel felicitaties per mail, WhatsApp, SMS, Facebook. Zelfs een speciaal bericht van de supermarkt en de ziektekostenverzekeraar. Plus veel telefoontjes. En gedurende een week komen er nog kaarten per post.
L’anniversaire is toch best leuk. Op naar de volgende.

Read Full Post »

Auto-avonturen

Op sommige vlakken hebben wij beslist een turbulent leven geleid, bijvoorbeeld door mijn baanwisselingen of Riens droom om naar Frankrijk te verhuizen. Op andere terreinen zijn we redelijk voorspelbaar, misschien wel een beetje saai. Zo zijn wij óók met auto’s echte Francofielen. Al gingen we daarbij wel eens eventjes vreemd.

Ik was net 19 jaar, toen we ons eerste exemplaar kochten. Per trein naar Riens ouders met een weekendretour kostte toen 30 gulden p.p.. Broer P.was datzelfde bedrag kwijt. Voor 300 gulden konden we een meer dan 10 jaar oude Opel Kadet kopen, maar geen maatschappij wilde ons verzekeren. Ik had toen een studentenkamer in een achterbuurtje, mijn huisbaas wist wel een oplossing. Mijn ouders wilden in die periode dat wij ons zouden gaan verloven. Dat was onder studenten toen beslist het toppunt van burgerlijkheid. Daarom maakten wij er, als compromis, ons eigen feestje van. We leenden een tent en gingen begin april- ons verstand was kennelijk ook nog in ontwikkeling- naar een camping op de Veluwe en verloofden ons daar in alle stilte. Gelukkig waren we toen nog straalverliefd, want wat was het koud! Dat vond de auto ook, die weigerde iedere ochtend. De campingbaas was zo goed om ons dagelijks aan te slepen, maar zijn afscheidswoorden waren best begrijpelijk: “Leuk dat jullie hier waren, maar ook fijn dat je weer vertrekt.”Citroens Ami Break en Lelijke Eend
Als schrootwaarde kregen we een paar maanden later 60 gulden terug. En na de zomer konden we door onze vakantiebaantjes een beter vervoermiddel kopen. Toen ook hier mankementen aan kwamen, kozen we een Engelse auto. Met 4 man maakten we een proefrit, om goed te kunnen beoordelen of er wat mis was. Toch werden we belazerd: om te verdoezelen dat de lagers kapot waren, was er zaagsel in gedaan. Zo moesten we hem ook weer doorverkopen, geld voor een dure reparatie was er immers niet. Gelukkig was de koper een zoon van een garagehouder, dat suste ons geweten. Overigens nam deze jongen óns op zijn beurt ook weer te grazen: hij wilde die auto wel kopen, op voorwaarde dat we zijn antieke Renault 4 voor een klein bedrag wilden inruilen. Daar hebben we maar kort in gereden: als we de afrit van de snelweg afdaalden leek het wel of we gingen vliegen! En de bodem rechts voor was één groot, zwart gat.
Daarna kochten we van een monteur een opgeknapte Ami Break, maar die hield het ook niet lang vol. Twee Renaultjes later, tot dan dus 7 oude barrels in 4 jaar, kreeg Rien zijn eerste baan.
We moesten er wel geld voor lenen, maar met Riens salaris- voor ex-studenten een enorm bedrag- konden we ons een nieuwe Renault 4 Safari veroorloven. Toen we de dealer vroegen naar de inruilwaarde van ons eigen exemplaar was het antwoord: “Wees maar blij dat je niet van de weg bent gehaald, de balken zijn volledig verrot”. Die man was overigens wel de eerste betrouwbare verkoper.

We bleven de Franse auto’s trouw, tot een splinternieuwe Renault 5 binnen de kortste keren verroestte. Even gingen we vreemd met een Honda. Daar waren we echt gelukkig mee tot Riens herniaoperatie, de instap was toen voor hem veel te laag. Daarna bleven we bij het merk Citroën.

Zelf geef ik niet zoveel om auto’s, voor mij is een apart modelletje belangrijk, bijvoorbeeld een Volkswagen Kever ( met voorin een zandzak omdat ie anders instabiel was) of een Mazda met een mooi, rond kontje. Maar ik ben wel altijd degene die aangeeft dat Rien een nieuwe(re) moet kopen. We gebruiken zijn wagen uitsluitend voor de langere afstanden. Dan moet je er toch niet aan denken dat je hier om middernacht op een bergweg motorpech krijgt? Of onderweg naar Nederland bent en dan al je bagage over moet laden in een leenauto? Dus Rien krijgt huiswerk, hij moet onze mogelijkheden onderzoeken.
Bij toeval heeft de Peugeotdealer hier een Open Dag als wij voorbijrijden. Een aardige verkoper staat ons te woord, regelt een proefrit en belt een paar keer. Maar ook al gunnen we hem de koop, Rien kan met zijn lange lijf niet zitten in de ene Peugeot( 3008) en de andere( 5008) is zo’n bakbeest, die willen we niet. Dus op naar onze vertrouwde Citroëngarage. Van een bepaald model krijgen we een folder mee. De verkoper is beslist geen vervelende man, maar hij is onzeker en spreekt ons niet zo aan. Biedt ook veel te weinig voor onze auto. Maar dan stuurt hij toch een mail: de auto staat nu in de showroom, kom maar kijken. We vinden het model echt mooi, maar de inruil van onze eigen wagen blijft gewoon te laag. We besluiten naar Valence te rijden en daar een Mitsubishi-garage te zoeken. Die hebben een hybride-versie, de auto lijkt verder vergelijkbaar met wat we nu hebben. Daar worden we vrijwel meteen afgepoeierd: de dames in de receptie kijken niet op of om, de verkoper heeft het druk met een andere klant, die er niet is! Hij heeft ook geen brochure van de auto. Noteert wel onze gegevens en belooft een prijsopgave te doen: ” Van de meest luxe versie dan maar?” Denkt hij dat we fantasten of oplichters zijn? Of houdt hij niet van buitenlanders? Geen probleem, ik wil dit showroommodel nog niet gratis hebben, het is echt een lompe kar.
Dan komt Citroën alsnog over de brug. Meer inruilwaarde geven ze niet, maar wel een aardige korting op de aan te schaffen auto. Het gaat tenslotte om het verschil, nietwaar?

En dan krijgt dit verhaal ineens een andere wending. We gaan een dagje op stap met lieve vrienden. Eerst koffie drinken bij hen, daarna ergens lunchen. Het is Riens beurt om te rijden. Na een heerlijke maaltijd in Grignan gaan we naar wijndomein La Montine, dat jaarlijks een proeverij organiseert. Als echte profs gooien we iedere keer na een paar slokjes de rest weg. Wel begrotelijk als het om wijnen gaat van € 40,- per fles. Gelukkig hebben ze ook betaalbare drankjes die goed smaken, dus we gaan niet ” leeg” terug.
De navigator leidt ons helemaal door de binnenlanden, in het donker, maar uiteindelijk komen we weer thuis. Uiteraard hebben we gesproken over de avonturen met auto’s, over wat ons exemplaar nog waard is, dat ie steeds op tijd de onderhoudsbeurten heeft gehad, dat er voor de zomer wel nieuwe banden om moeten, enzovoort. ’s Avonds krijgen we volkomen onverwacht een mail, onze vrienden vragen of zij de auto mogen kopen. “We weten dat jullie geen garantie kunnen geven, zoals een garage dat doet, en we zullen er nooit ruzie over krijgen, ook niet als de auto een dag na aankoop instort”. We zijn perplex en ook een beetje huiverig, want “met je vrienden moet je wandelen, niet handelen.” Overigens hebben we met verschillende stellen hier prettige ervaringen met dingen aan elkaar verkopen, of onderlinge dienstverlening, zonder dat het ooit tot problemen heeft geleid. Maar toch…we aarzelen.
We stellen voor dat ze de auto meenemen naar hun eigen garage of dat ze bij onze monteur informeren naar de staat van de auto, maar dat vinden ze niet nodig. Dus op hoop van zegen maar. En ze krijgen er nog een cadeautje bij, een nieuwe accu. In dit geval ben ik wel blij dat ie het nu begeeft en niet over 2 maanden.

Overigens is de “nieuwe aanwinst” wel een tweede keus. We hadden erg graag een elektrische auto willen kopen, maar dat is voor de lange afstanden nog echt een avontuur. De volgende dan maar…

Op deze nieuwjaarsdag sluit ik me graag aan bij de wens van MarcMarie Huijbregts: Laat alle pijn, verdriet en teleurstelling achter in 2018 en neem het geluk mee naar 2019.

Read Full Post »