Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for oktober, 2018

In 2001 was er nog geen tv-programma Ik Vertrek, maar het begin van ons Franse avontuur had daar best in gepast. Toen we op 4 november 2001 naar Die vertrokken, zouden we 4 dagen later het definitieve koopcontract tekenen. Bij aankomst vertelde de verkoper echter dat er een probleem was. Een stukje land moest nog worden opgemeten en het Kadaster had een wachttijd van 9 maanden. Daar sta je dan, met je poezen en een koffer met kleren, de hele inboedel ergens onderweg in een verhuiswagen. Er was wel een appartement voor ons beschikbaar, met een oud bed en een formica eethoek, maar bordjes, kopjes, pannen… niets was er. Dat was best behelpen.

We maakten van de nood een deugd en investeerden in de kennismaking met mensen en organisaties en ook in het verkennen van de omgeving. Onze eerste autotocht leidde ons naar de bron van de rivier de Drôme. Die is te vinden bij het minidorp La-Bâtie-des-Fonds, met 5 inwoners en een eigen burgemeester(?).

Vroeger woonden er meer mensen, totdat aardverschuivingen in 1935 en 1936 de meeste huizen vernielden. Ook het huis van de Curie: de legende vertelt dat daaronder de eerste bron van de Drôme werd gevonden.

We verwachtten er heel wat van, uit de grond opborrelend water of zo, maar het leek toen niet meer dan een wat drassige plek. Jaren later maakte het departement er een vlonder van 250 meter lang, zodat je al rondwandelend meer zicht hebt op de verschillende bronnetjes. Er zijn er vlakbij nóg twee, die van de Carabes en van Chamel, samen zorgen ze ervoor dat er een slootje ontslaat. Beetje bij beetje wordt dat een rivier, die uiteindelijk na 175 kilometer in de Rhône uitkomt. Maar hier, bij het begin, kun je je gewoon niet voorstellen dat mensen er in het voorjaar op kunnen raften, wildwaterkanoën.

Dicht bij La-Bâtie-des-Fonds ligt het dorp Valdrôme, een skigebiedje met ook in de zomer veel toeristische activiteiten, zoals van alles rondom astrologie. In augustus, de maand van de vallende sterren, staan daar talloze sterrenkijkers opgesteld, waar mensen uit heel Europa op af komen. Voor jongeren zijn er ook allerlei stages over dat onderwerp.

Er zijn in die buurt bovendien talloze wandelingen uitgezet. We waren zelf nog nooit in dit hooggelegen dorp en het is echt spectaculair: je kunt er gemakkelijk inrijden, maar het is voor ons een hele toer om de auto weer om te draaien voor de terugtocht. (Dat komt ook, omdat we de parkeerplaats die wél simpel bereikbaar is, pas in de gaten hebben bij vertrek). Behalve een mooie zonnewijzer is er niet veel te zien.

Op de terugreis passeren we wedérom de Claps de Luc. In 1442 brak, door een aardverschuiving, de hoogste bergtop, de Pic, in grote stukken. Die brokken stremden de rivier en daardoor ontstonden er twee meren, een grote en een kleinere. Eeuwenlang werd er gevochten om het grootste meer, vanwege de vruchtbare grond eromheen en de visvangst. In 1788 werd dat meer drooggelegd en in 1804 werd er een gat in de rotsen geboord, zodat de Drôme weer verder kon stromen. Dit gat, deze plek, heet de Saut de la Drôme, omdat de rivier hier werkelijk vele meters naar beneden ” springt”. In het voorjaar, als het smeltwater vanuit de bergen naar beneden komt, gaat dat met donderend geweld. Dat levert mooie plaatjes op. Er schijnt ook een mooi pad van de Claps naar de Saut te lopen, met informatieborden. Dat moeten we nog eens gaan ontdekken.

Terwijl wij onze gasten aanraden om daar een kijkje te gaan nemen en eventueel een dag door te brengen aan het lieflijke meertje, hebben wij dat zelf nog nooit gedaan. Nu stoppen we er en we boffen: zelfs de snackbar is open, voor een kopje koffie. De steile wanden van de rotsen daar lenen zich goed voor bergbeklimmen. Er is zelfs een heuse klimschool. Ook is er een zogenaamde via ferrata, een met staalkabels uitgezet parcours. Je zit gezekerd aan die kabels en de voeten kun je meestal op stalen stijgbeugels neerzetten. De via ferrata bij de Claps is 650 meter lang en je overbrugt 200 meter hoogteverschil. Voor iemand die op de lageduikplank al hoogtevrees heeft, is dit helemaal niks. Ik zit liever aan dat meertje, met de voeten op de grond.

Nu, met de herfstvakantie, is er een jonge vader aan het oefenen met zijn kinderen. Die aapjes hebben flexibele schoentjes en gaan zó omhoog, op een oefenplek. Ze kijken goed waar ze hun voeten neerzetten en waar ze met hun handen grip hebben op de stenen. Zijn ook niet gezekerd door een touw, ik griezel ervan. Als er eentje uitglijdt naar beneden rollen er wat traantjes, maar pa zegt: Kom op, niet piepen. En hups, de volgende poging…

Waar we wél eerder waren: het Marais des Boulignons, een moeras dat is overgebleven van dat vroegere grote meer, vóór de drooglegging. Schapen en paarden uit de Camarque onderhouden het huidige moeras,door het riet en jonge boompjes op te eten. In dit prachtige natuurgebiedje is een mooie rondwandeling te maken van 3 kilometer, het Sentier du Marais, met slechts een hoogteverschil van 100 meter. Die tocht gaat gedeeltelijk over vlonders, om de voeten droog te houden. Er zijn wel 320 verschillende soorten planten geteld, 31 soorten Libelles, 5 soorten reptielen, 73 soorten vlinders, en 61 soorten vogels, waaronder de kiekendief, een grote roofvogel. Zeldzaam ook is de witte Moerasorchidee. Nog 2 bijzondere dingen: tijdens de wandeling kom je ineens een verroeste oude auto tegen, die in 1944 gestolen was van de Wehrmacht, met de kogelgaten in het dak. Men had de auto in een droge periode verborgen, en toen kwam de regen…

En er is een mooie ruïne, bereikbaar via een steil hellinkje, waarschijnlijk gebouwd door de bezitters van het grote meer, de monniken van Chartreuse.

Nu onze laatste gasten zijn vertrokken, werken we ons klussenlijstje af: Het zwembad winterklaar maken, buitenmeubels en kuipplanten naar binnen brengen, door de zon aangetast beitswerk herstellen enzovoort. Zo’ n toeristisch middagje is dan een leuke afwisseling.

 

P.S. Onze eerder gemaakte eigen foto’s van het moeras kon ik niet terugvinden. Deze zijn van les montagnards bretons.

Read Full Post »

Einde seizoen

Het was weer een prachtig seizoen, bijna een tien plus, met slechts 1 smetje. Zo onbelangrijk, dat ik het alweer vergeten was. Totdat ik mijn handgeschreven commentaar op het reserveringsformulier teruglas. “Kapotte spullen”.

Nou is het heel normaal dat er wel eens iets stuk gaat, zoals een kurkentrekker, de knoflookpers, een handvat van een mesje of een lamp die ermee stopt. Dat gebeurt in je eigen huishouding ook. En -ik geef het toe- soms doe je gewoon iets stoms: je handen met kerrie niet afspoelen onder de kraan, maar afvegen aan de vaatdoek. Oeps, die vlek gaat er nooit meer uit.

Onze gasten overkomt dat ook. De waarborgsom spreken we daarvoor nooit aan, alhoewel we dat punt dit jaar wel héél dicht waren genaderd…

Toen we de gîte bouwden, hebben we er een grote, glazen pui in laten maken. Van buitenaf kun je niet zien wat erbinnen gebeurt, maar toch heb ik, vanwege het gevoel van privacy, vitrages gekocht. Het was echt een toevalstreffer: een paar chique gordijnen waren sterk afgeprijsd en daardoor ineens betaalbaar.

Bij een van de gasten wapperen die vitrages dagenlang naar buiten, totdat de deur dichtwaait en er een grote winkelhaak in zit. Als dit gemeld wordt, krijgt Rien ongevraagd meteen te horen dat ons ophangsysteem niet deugt. Dat heeft er werkelijk niets mee te maken. Gelukkig ben ik er niet bij, want ik kan daar niet zo goed tegen: terwijl je zelf iets doms doet meteen de bal over de schutting gooien. We trekken het niet van de waarborgsom af, ook al moet ik 3 gordijnen vervangen. Maar wel een aantekening dus…

Gelukkig waren álle, echt álle andere gasten helemaal top. Het begon al ergens in maart, toen ik een mailtje kreeg van Dinie. Zij was indertijd met haar gezin een van de eerste gasten op de camping. Dinie en Arend konden hun pubers af en toe wel achter het behang plakken, maar wij vonden het grut allerliefst. (Dat vonden wij van de ouders trouwens ook…) Ieder jaar kwamen ze terug, ook in het nieuwe huis, en nu in het voorjaar dus dat mailtje:

Dochterlief moet een afstudeerscriptie schrijven, wil dat bij jullie doen en vraagt of ik dan meega, kan dat?

Tuurlijk. Een paar dagen later:

Manlief en het vriendje van de dochter willen ook mee, kan dat?

Ook goed, gezellig, maar dan liever wel in 2 gîtes.

Het weekend daarna:

Zoon wil ook mee, kan dat?

Het wordt wel behelpen, die moet dan maar op de slaapbank.

Nog een paar weken later:

Zoon heeft een nieuwe vriendin, mag die ook mee?

Ja, dan moeten zij maar in het tuinhuisje slapen.

Zo begint ons seizoen, met 6 gasten tegelijk, en wat was dat gezellig! Die scriptie is volgens mijn waarneming met de ogen dicht bij het zwembad geschreven, maar inmiddels is dochter T. wel afgestudeerd.

Een paar dagen na hun vertrek komt Maartje, eveneens een vaste gast van de camping, om haar tweede echtgenoot de prachtige Drôme te laten zien. Ook dat is weer leuk, net als trouwens met de daaropvolgende gasten.

Soms springt een stel eruit door toevalligheden. Met voor ons onbekende Hardenbergers -waar wij 25 jaar woonden- heb je ineens gesprekken over “Ken je die en die ook?” En een ander paar komt uit Assen, waar Rien en ik beiden woonden als pubers. In de studententijd gingen we er stappen, op een plek waar nu een grote nieuwbouwwijk uit de grond is gestampt. Grappig, dat zo allerlei jeugdherinneringen bovenkomen.

En ” de meiden” komen weer terug. Ik bedoel niet mijn 2 hartsvriendinnen die ook weer op de camping staan, maar een soortgelijk koppel. In 2014 waren ze hier voor het eerst en het was reuze gezellig. Maar, zeiden ze, wij gaan nooit 2 x naar dezelfde plek. Om het daaropvolgende jaar meteen weer op de stoep te staan…En inderdaad sloegen ze toen even over. Dit jaar waren ze er weer, nu zelfs 3 weken. Voorzichtig begonnen ze al over een volgende keer te praten. Tegelijkertijd kwam er een mail binnen van een mij onbekende dame:

Ik weet dat ik heel vroeg ben, maar zijn de volgende 2 weken in augustus 2019 nog vrij? Onze meiden reageerden meteen: Ons verblijf vastleggen! En de andere dame kon gelukkig haar vakantie nog opschuiven.

Voor de vierde keer zijn Martine en Anders hier. Dat is zo leuk van verschillende mensen over de vloer hebben, iedereen brengt zijn eigen ervaringen mee. Anders is bijvoorbeeld onderhoudsmonteur bij een patatfabriek. We vernemen wat er allemaal- volledig computergestuurd- gebeurt met de aardappel die binnenkomt, totdat ie als frietjes in een zak er weer uitgaat. En Martine is activiteitenbegeleidster bij dementerende ouderen. Hier in de regio struint ze alle brocantes af, de rommelmarkten, om materiaal voor haar ” oudjes” te scoren. En wederom neemt ze een vuilniszak met lavendel mee. Haar cliënten wrijven de zaadjes eruit en Martine maakt daarbij toastjes met Boursin, zo hebben ze een echte Franse middag…Geweldig vind ik dat soort verhalen.

Ook bijzonder: aan het begin van het seizoen krijgen we een reservering binnen van een onbekende meneer, die de naam van zijn partner erbij vermeld. He, die ken ik!! In het eerste jaar van de Sociale Academie hebben we in ieder geval enige tijd samen in een groep gezeten. Ik kwam daarna in een zooitje ongeregeld terecht. Was daar verreweg de jongste, zo groen als gras en bloedserieus, terwijl de rest te typeren was als langharig werkschuw tuig. Ik keek mijn ogen uit, dan ging zo’n gast naar de supermarkt, koos een dure wijn voor tussen de middag (????) en plakte er voor het afrekenen een sticker op van een goedkope fles. En als je je ‘ s avonds niet lam zoop in hun gezelschap of zo stoned als een garnaal werd, dan hoorde je er niet echt bij. Niet mijn clubje dus. A. had het beter bekeken, die zat in de groep waar ik achteraf ook bij had gemoeten. Ik keek reuze tegen haar op. Ze was een jaar ouder dan ik, had veel meer levenservaring en woonde bij haar ouders op een zelfstandige etage. Het is nu ontzettend leuk om uit te wisselen hoe onze levens nadien zijn verlopen. En ook grappig, haar partner is een beer van een vent (leuk en aardig) en die goede man is bang voor poezen, zelfs voor dat kleine schatje van ons. Rien begrijpt daar niks van, zo’ n poes doet toch niks? Nou, ik snap hem volkomen, angst kun je namelijk niet beredeneren. Ik ben bang voor een spin, terwijl die niet eens een kattenkrab uitdeelt.

Trix is onze laatste gast dit jaar in de studio. Ze is in haar eentje, daarom moeten we wel iedere dag wijn met haar drinken. Wat een straf he? Het is beslist een zwaar leven, als je appartementen verhuurt…

Naast al deze gasten zijn er ook familieleden en vrienden die langskomen, in de studio, in een hotel – omdat wij geen plek hebben- of op de camping. Bijna alle dagen feest dus. De laatste gasten zijn nu vertrokken. En het is net als op de camping: Na de winter kun je niet wáchten tot de eerste gasten komen. En nu is het heel fijn om weer een tijdje met zijn tweetjes te zijn. Uit principe klussen we niet tijdens het seizoen, nu staat de eerste verfpot al klaar. Aan de bak dus, na een prachtig seizoen.

 

PS. Terwijl de rozen nog volop in bloei staan, zijn de vuurdoorns in onze heggen al in herfsttooi.

Read Full Post »