Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for december, 2017

kaart uit 1947

Toen we eind 2001 hier kwamen wonen stond het e-mailverkeer nog in de kinderschoenen. Teksten kon je al goed versturen, maar foto’s toevoegen of letters in die foto’s shoppen, dat ging echt nog niet. En dus puilde onze brievenbus rondom de feestdagen uit van de kaarten. De postbode keek zijn ogen uit, want in Frankrijk is dit beslist niet zo’n hype. En bovendien worden kaarten veel later, tot ver in februari, verstuurd en dan vooral door bedrijven.

Op Internet las ik dat de Romeinen al mondelinge Nieuwjaarswensen uitwisselden. De Egyptenaren schreven daarna hun nieuwjaarsgroeten op papyrusrollen. In Europa gaf men elkaar pas in de 15e eeuw handgeschreven wensen, tenminste, de elite deed dat. Echt populair werd het vanaf de 19e eeuw, door de eerste echte kaarten die vanuit Amerika kwamen. Een explosieve groei volgde, totdat de emailkaart zijn entree deed.

In Nederland liggen de winkels vol met kaarten met simpele teksten zoals: Fijne/Gezegende Kerstdagen en een Gelukkig Nieuwjaar. Of Happy New Year. Hier in Frankrijk is dat niet anders: Meilleurs Voeux komt het meeste voor, gewoon: Beste Wensen. Of Je te souhaite de bonne fêtes de fin d’année = Ik wens je een fijn feest aan het eind van het jaar. Maar net als in Nederland komen hier ook prachtige teksten voorbij. En dan wordt er meteen even vol uitgepakt:

A l’aube de cette nouvelle année je vous présente mes meilleurs voeux et j’espère de tout coeur que vos souhaits, même le plus fous ou les plus impossibles, seront exaucés. = Bij het gloren van dit nieuwe jaar bied ik mijn beste wensen aan en ik hoop van ganser harte dat uw wensen, zelfs de gekste of de meest onmogelijke, uit zullen komen.

1954

Of deze:

Pour cette nouvelle année, je vous souhaite que tout soit meilleur, plus bon que l’année précédente. Que ce qui fut difficile hier ne soit désormais plus qu’un mauvais souvenir du passé au milieu des milliers de souvenirs joyeux de demain. Je vous souhaite de tout coeur vos souhaits se réalisent.

Voor dit nieuwe jaar wens ik dat alles beter gaat, beter dan het voorgaande jaar. Dat het gisteren moeilijk was, is slechts een slechte herinnering uit het verleden, temidden van duizenden vreugdevolle momenten van morgen. Ik wens u van ganser harte dat al uw wensen uitkomen.

En soms heeft een tekst echt een persoonlijke betekenis. Bijna 2 jaar geleden werd hier een nieuwe directrice van het Office de Tourisme aangesteld. Ik had een heel plezierig contact met iedereen daar, misschien ook omdat ik gedurende 10 jaar gratis al hun vertalingen had gedaan. En ineens was dat afgelopen, ontstond er een vervelende sfeer. Ik trok toen mijn eigen plan – kon de stadswandelingen immers ook wel zelf organiseren -, maar het bleef me dwarszitten. Had ik iets fout gedaan? Iets verkeerds geschreven in de mail aan die nieuwe bazin? Bij Fransen moet je een brief of mail altijd beginnen met een beleefde opening: Hoe gaat het met u? Of iets dergelijks. Wij Nederlanders vallen meteen met de deur in huis. Pats boem: Mag ik een vraag stellen? En soms gebruiken we de verkeerde woorden. Zo keek mijn Franse vriendin me eens vernietigend aan toen ik haar vroeg: Hé, leef je nog? Terwijl ik daar niks vervelends mee bedoelde.

Dus las ik mijn mail wel 100x terug. Daar lag het niet aan. Bijna driekwart jaar later, toen de dame op staande voet was ontslagen, hoorde ik dat ze vanaf de eerste dag het personeel over de kling had gejaagd. Gelukkig had het dus niks met mij te maken. Daarom ik stuurde nu een nieuwjaarswens naar het personeel en kreeg deze tekst terug.

Merci pour cette gentille intention. Je vous souhaite une bonne fin d’année, entre amis,e n famille, ici ou d’ailleurs, pourvu que ce soit fraternel.

= Bedankt voor deze aardige intentie. Ik wens je een fijn uiteinde, met vrienden of familie, hier of elders, in de hoop dat het vriendschappelijk is.

Niet zomaar een voorgedrukt zinnetje, maar echt van toepassing op ons. Dat is fijn.

1957

En dan gebeurt er nog iets bijzonders. Zoals in Nederland de krantenjongen langs komt met zijn nieuwjaarswens, zo bellen hier de postbode en de brandweer aan. Die laatste had ons na de verhuizing in 2012 nooit meer gevonden. Nu staan de brandweermannen op de stoep, met een kalender. We hebben te weinig kleingeld in huis en daarom krijgen ze een riante papieren bijdrage. Ze zijn stomverbaasd. Maar die brandweer is belangrijk voor ons, niet alleen bij brand, maar ook bij andere calamiteiten. In feite bemannen zij de echte ambulances, zoals we die in Nederland kennen. En het is in voorkomende gevallen heel fijn als ze weten waar wij wonen. Ze konden nu overigens bijna in hun eigen ambulance worden afgevoerd, want de stoere jongens deden niks met mijn waarschuwing: Pas op, het is glad. De mannen stampten stevig door, tot ze onderuit gingen…

Met onze Franse vrienden praten we over de verschillende gebruiken met Oud en Nieuw. De oliebollen hebben ze al eens geproefd, daar doen we hen niet echt een plezier mee. En dat er in Nederland voor miljoenen aan vuurwerk wordt afgestoken, daar kunnen de buurtjes met hun hoofd niet bij. Ik ook niet, eigenlijk. Siervuurwerk wordt hier uitsluitend op de 14e juli afgestoken, georganiseerd door de overheid. Dat en een paar vuurpijlen om middernacht kan ik ook nog waarderen. Maar het geknal van rotjes en carbid kan mij gestolen worden. Geef mij dan maar de wat minder spectaculaire avond hier: lekker eten, televisie kijken en om middernacht een glas Clairette, vergezeld van de Nieuwjaarswensen.

Tot slot voor u, heel simpel. Ik wens u voor 2018 heel veel geluk toe. Geluk met de gezondheid, in de liefde, met vrienden, in uw werk en/of vrije tijd. Geluk in uw leven dus.

En wat een toeval: Ik heb net de tekst van deze column klaar als we met onze buurtjes praten over nieuwjaarswensen. Buuf heeft albums vol met oude kaarten, nog gekregen van haar schoonmoeder. De plaatjes bij deze tekst komen uit die albums.

1962

Read Full Post »

Boer met paard en wagen, daarop wijnvaten

 

Al minstens 5 jaar is de westelijke entree van Die een aanfluiting. De rotonde daar is aangeplant met het artistieke niveau van een baby: een kwart lavendel, een kwart wijnstruiken en de helft grasveld. En nu ineens verschijnen er werkelijk prachtige kunstwerken!

Het brengt mij op de vraag waarom Frankrijk het land van de rotondes is.

Dit verkeersplein heeft een aardige historie. In de 19e eeuw ontstonden er in Parijs problemen met de vele koetsen. Omdat ze zo lang waren kon de koetsier nauwelijks de bocht nemen op de kruispunten. Inmiddels is Frankrijk wereldrecordhouder met het aantal rotondes: er zijn er meer dan 40.000.

En waarom zoveel?

Allereerst omdat het een Franse uitvinding is. (Ze zijn erg chauvinistisch. ) En natuurlijk is de verkeersveiligheid een belangrijke reden. Volgens een onderzoek van de Europese Commissie daalt het aantal ongelukken hierdoor met 41%. En Frankrijk is een zeer centraal aangestuurde staat, dus als men van hogerhand iets wil, volgt de lagere bestuurslaag automatisch. Een vierde reden is dat bestuurders graag een zichtbaar resultaat willen van hun werk: een brug, een rotonde, een groot gebouw etc. Zo van: Dat heeft de gemeenschap aan mij te danken. Er zijn ook mensen die beweren dat de politieke partijen commissie krijgen als ze voor veel rotondes stemmen. Dat is niet te bewijzen, maar ook niet onwaarschijnlijk.

Dansend paar, picknickers en de mûrier.

Toen er hier jaren geleden nog een onzalig plan bestond voor een rondweg rond Die, waren er maar liefst 5 rond- points  opgenomen, op een lengte van misschien 3 kilometer. En eentje daarvan zou midden op onze camping komen. Maar dat plan is gelukkig definitief van de baan.

 De regelgeving is inmiddels veranderd, maar toen wij eind 2001 ons wilden vestigen in Frankrijk, hebben we een jaar gedaan over het verkrijgen van een verblijfsvergunning. Daarom moesten we regelmatig naar Valence. Aan de zuidkant van die stad kregen we letterlijk het heen en weer van de rotondes. Het centrum – waar we moesten zijn- werd niet aangegeven. Frontlozier? Die richting herkenden we niet, dus doe nog maar een rondje. De andere bordjes zeiden ons ook niks, dus gokken maar. Een paar honderd meter verder idem: geen bordje centrum, wel Victor Hugo. Dat is de naam van het centrum. Daarna ging het ook nog niet altijd goed. Zo reed ik, al kwebbelend, ongewild zomaar de autoroute op. Gelukkig mocht ik van de bewaker net voor de slagbomen omkeren, anders was ik mooi in de aap gelogeerd.

Maar liefst 8 rotondes

Op de foto van Valence zijn 2 dingen te zien. Het is duidelijk dat, als er zóveel wegen bij elkaar komen, het zonder rotondes een absolute chaos zou worden. Ook is te zien dat deze rotondes verschillende vormen hebben. De simpelste is die met 1 rijstrook. In Valence zijn er ook veel zogenaamde Hondenbotten: om het verkeer rondom een snelweg goed te regelen is er aan beide kanten een rotonde gemaakt. Meestal is een rondpoint echt rond, maar een ovale vorm bestaat ook. Op die manier kunnen er namelijk meer wegen op aansluiten. De Turborotonde is handig voor als je weet waar je naartoe moet. Borden geven aan welke rijstrook je moet hebben. Die is dan met een betonnen band afgescheiden van de andere stroken. Als je niet op tijd op de borden hebt gelezen welke kant je op moet, ben je de sigaar.

 

Gelukkig hebben ze hier in Die de meest simpele vorm. Tot deze week dus ook minimaal aangelegd, maar nu in een voor de Drôme typerende stijl mooi gemaakt. Verschillende rotondes op de departementale wegen zijn versierd met roestbruine kunstwerken die een verband hebben met het leven in deze regio. Crest, o.a. bekend vanwege de Picodon, een pittig geitenkaasje, heeft op 1 rotonde een optocht van 6 geiten, met een weegschaal, gereedschap,  muziekinstrumenten enzovoort. Aouste, een dorp verder, volgde met beelden van spelende kinderen, kanoërs en een vaderfiguur. Weer dichterbij Die, bij Saillans, kwamen soortgelijke kunstwerken: een boer met een paard en ploeg, wijnbouwers met houweel en onkruidverdelger en een gestileerde druif. En nu in Die in dezelfde stijl ook een rotonde vol.

Er is een boer te zien, met een kar waarop wijntonnen liggen. Een dansend paar, mensen die jeu de boules spelen. En een gezellige picknicktafel met de flessen Clairette erop.

Picknicken

Dat de gemeente er een oude Murier heeft gepland omdat ook die karakteristiek is voor deze regio, dat vindt deze voormalige eigenaar van Domaine du Murier natuurlijk bijzonder leuk.

Die en de omgeving is al heel mooi, maar nu komt er weer een sterretje bij…

PS. Een artikel in de krant meldt net dat de artiest een geitenhouder uit de Ardèche is, die als tijdverdrijf oud ijzer verwerkte tot een kunstwerk. Deze hobby is nu zijn baan.

En nog meer aanvullingen: met deze rotondes worden verschillende etappes in de cultuur van de Clairette de Die verbeeldt, van omploegen van het land tot aan de wijn.

 

 

 

 

Boulers???

Read Full Post »

Iedere dag krijg ik per mail de zogenaamde Dagelijkse Gedachte binnen. Vaak is dat even een moment van bezinning. Over deze bijvoorbeeld.

Een rustig en bescheiden leven brengt meer vreugde met zich mee dan de jacht op succes, die voortdurend onrust met zich meebrengt. Albert Einstein.

Toen we nog in Nederland woonden, zou ik dit nooit onderschrijven. Wij wilden altijd meer. Het ging ons niet om meer geld, maar vooral om meer weten en meer bereiken. Daarnaast hadden we een druk sociaal leven met sport (competitie natuurlijk) en vrienden. Dan vergeet ik nog onze onbetaalde bestuursfuncties.

Dat lijkt allemaal Halleluja, maar naast hoge toppen zijn er altijd diepe dalen. Op die manier kijk ik ook terug op mijn periode in de Tweede Kamer. Het was geweldig om daar te zijn en deel uit te maken van het landsbestuur. Ongelooflijk boeiend ook, en dingen meemaken die aan een gewone sterveling voorbijgaan. Maar dat laatste niet alleen in positieve zin. Zoals tijdens het werk constant op je hoede moeten zijn -uit angst figuurlijk een mes in je rug te krijgen- , dat is bepaald niet plezierig.

Dit ligt inmiddels ver achter mij. Maar met bovengemelde uitspraak van Einstein ben ik het nu wel heel erg eens.

Niet dat ik spijt heb van onze roerige jaren. Ze vormen vaak ook mooie herinneringen. Zo was ik op de HBS al een druktemaker. Schreef kritische stukjes in de schoolkrant, was lid van het schoolparlement (wat niks voorstelde) en nam o.a. het initiatief voor een Biafra- actie (snoep verkopen voor kindjes die honger hadden, een beetje ondoordacht misschien).

Nog maar net begonnen aan een studie liep ik Rien al tegen het lijf. Wij waren beiden beslist ijverige studenten. Rien bijvoorbeeld studeerde een half jaar eerder af. En na het derde studiejaar werd mij door de stagebegeleider al een fulltimebaan aangeboden. Ik accepteerde het niet, wilde eerst mijn diploma halen. Maar we waren toch geen saaie nerds, er was ook ruimte voor veel plezier. Bijvoorbeeld met onze jonge huisbaas, die het pand van zijn oma beheerde en er zelf ook woonde. Op de benedenverdieping zat een dierenwinkel, die ondernemer was echt een zeurkous. Daarom bedachten we een stunt die hem aan het schrikken moest maken. Twee vrienden, verkleed als een gefortuneerd stel, kwamen opdraven en zij liepen opvallend met plattegronden van het huis te zwaaien, her en der delen van het pand aanwijzend. De dierenhandelaar moest zo de indruk krijgen dat het verkocht zou worden. Of hij er iets van meegekregen heeft, weten we niet. Hij gaf in ieder geval- heel sterk!- geen krimp. Maar wij hadden wel wekenlang voorpret.

Wij kochten daarna een minihuis in een dorpje boven Groningen. Ook al waren we studenten, de dorpsbewoners accepteerden ons meteen. Zo moesten we mee met het jaarlijkse uitstapje. ” Om 7 uur opstaan, lukt dat?”, vroegen ze. Dat Rien al een half jaar om 6.30 uur vertrok vanwege een stage, dat was hen nog niet opgevallen.

Rien zou door de mannelijke dorpsgenoten “ontmaagd” worden, hij mocht daarom mee naar een nachtclub. Veel blote vrouwen zag hij niet, het dranktempo lag veel te hoog voor hem. Maar die alcohol wende wel…dachten we. Zo kwamen we eens ’s ochtends terug van een feestje. Eenmaal in de auto beseften we dat rijden toch niet zo’n goed idee was. Gelukkig kon je in een Renault 4 heel veel kleppen openzetten, waardoor we bij zinnen bleven.

Na het afstuderen waren we de wilde haren nog niet kwijt. Mijn eerste baan was in een multifunctioneel gebouw, waarin ook een sporthal zat. De collega’s daar speelden samen badminton en Rien en ik haakten aan, net als Riens collega R.. Soms ging hij na het spelen nog even met ons mee, voor een drankje. Zo ook toen we vlak voor een verhuizing zaten. De door mij gemaakte Rumtopf moest nog leeg. De vruchten waren al verwerkt in toetjes, alleen de drank was nog over. Die was inmiddels lekker gaan gisten. Met zijn drieën maakten we de fles leeg. Twee volle dagen spraken Rien en ik niet met elkaar, zo’n hoofdpijn hadden we. En vriend R?? Die ging nog gewoon met de auto naar huis. Het was in de tijd dat je daar niet over nadacht. Inmiddels zijn we wel verstandiger.

We bleven jarenlang badminton spelen. En na het sporten moest het verloren vocht natuurlijk worden aangevuld. De sporthalbar ging dicht om half 2, op maandag, maar dan zat de stemming er net goed in. Diverse keren zetten we het feest voort bij iemand thuis. Tot het een keer 6 uur werd en wij om 7 uur moesten opstaan, omdat ons werk kort daarop begon. Toen beseften we dat dit aan het begin van een werkweek niet zo’n slimme zet was.

Daarna was het vooral in de weekenden dik feest. De grappigste herinnering was wel het saunabezoek bij vrienden in huis. De hele avond waren we druk met die sauna: lekker zweten, de kou in, afspoelen, vruchtensapje…en dat een paar keer. Daarna zaten we urenlang te borrelen. Om 3.30 uur gingen wij en een ander stel mensen naar huis. We hadden geen zin om de kleren nog aan te doen, dus in de ochtendjassen stapten wij in de auto. En meteen erna reed de politie achter ons aan. Wij kwamen met de schrik vrij, de andere bestuurder moest blazen…

Jaren later gingen we naar Frankrijk. Maar een rustig en bescheiden leven zat er toen nog niet. De eerste jaren hier waren tamelijk enerverend. Je bent ontworteld, moet je settelen in een heel nieuwe omgeving, in een nieuwe baan en met mensen die een andere taal spreken. Privé veranderden er ook dingen door de emigratie: sommige “vrienden” haakten af, en goeie kennissen werden daarentegen echte vrienden. Samen met de heimwee was dat wel een tombola van emoties.

Het gedoe met het verkrijgen van alle vergunningen leverde ook heel wat stress op. Als ik dat nu vergelijk met wat je wel eens ziet bij Ik Vertrek, dan valt dat achteraf allemaal nog best mee. Maar toen waren we bij iedere – onterechte- afwijzing helemaal van slag.

Veel viel er toen ook niet te feesten. Verjaardagen worden hier vaak gevierd met etentjes, dat worden meestal geen latertjes. Die enkele keer dat we wel een echt feest meemaken zijn wij de eersten die afhaken: of we moeten via bochtige bergweggetjes terug ´s nachts, of we hebben gasten voor wie we er -nuchter- moeten zijn , of we houden het zelf niet vol vanwege drukke werkzaamheden op dat moment.

Dat wil niet zeggen dat we een saai leven leiden, zie mijn eerdere columns. Deze week was er weer een internationaal diner, met Fransen, Engelsen en Nederlanders aan tafel. Het schakelen gaat dan nog wel eens mis, soms per vergissing en soms omdat het woord in de andere taal je eerder te binnen schiet. Maar iedereen begrijpt elkaar. Er waren stevige discussies en stellingnames. Fransman P. vroeg bijvoorbeeld aan Engelsman M. hoe hij over de Brexit dacht.

“Catastrophe!”, was het antwoord.

De andere Engelsen beaamden dat, niet alleen de politieke keuze, maar ook vanwege de onzekerheid over de persoonlijke gevolgen. Hoe zou het in de toekomst gaan met hun pensioenen, hun ziektekostenverzekering enzovoort?

De Fransen kregen ook nog even lik-op-stuk. “Die lopen wel 50 jaar achter!”, zei de gastvrouw. Ze kreeg gelijk, al werd het wel verminderd tot 20 jaar. Dat ligt ook inderdaad genuanceerd, kijk maar naar de kookprestaties of de mode. Generaliserend vind ik de Fransen op dat gebied uitblinkers. Maar op andere terreinen is het echt wel die 50 jaar. Internetbankieren staat hier nog steeds in de kinderschoenen, hele kuddes betalen met cheques. En het woord emancipatie moeten ze nog uitvinden, in deze machocultuur. Macron wil daar nu iets aan doen, maar voorlopig zijn dat enkel woorden en geen daden.

De gastheer en gastvrouw, beiden tachtigers, hadden zelf gekookt voor 10 man. Ik bood aan als dessert een taart te maken. Hoe moeilijk kan dat zijn voor iemand die er honderden heeft gemaakt? Nou, deze mislukte, er zat echt geen smaak aan. Daarom laagvliegend naar de super om nieuwe ingrediënten te halen. Een toppertje van de camping lukte nu ook, gelukkig. Maar het was wel even stressen.

De “jacht op succes” zijn we dus nog steeds niet helemaal kwijt: De appartementen moeten perfect zijn, de taart en de table d’ hôte ook. Een rustig en bescheiden leven??? We werken eraan….

Mooi in de sneeuw

Read Full Post »