Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for oktober, 2017

Vlekken op de gevels, zoals linksboven

Onze gasten vragen vaak hoe het leven tussen de Fransen is. En of de vooroordelen wel kloppen, zoals afspraken niet nakomen en de zogenaamde Franse slag. Wij ervaren eigenlijk op die punten geen verschil met Nederland: de meeste mensen werken goed en doen wat ze beloven. Af en toe is er een uitzondering, maar daar kunnen we dan wel weer om lachen. Deze week kwamen we toevallig Gino tegen, die het terras rond ons zwembad heeft gemaakt. Het was in 2013 knap lastig om hem hier te krijgen voor het bespreken van de mogelijkheden en de prijzen. Uiteindelijk lukte het. Op de dag van de werkzaamheden was hij op tijd aanwezig en het was alsof hij op een fluitje blies: er stond zomaar een ploeg van 7 man sterk beton te kruien. Ze werkten zich de hele dag uit de naad en daarna gingen ze met Gino mee uit eten. Dat werd kennelijk laat, want de volgende ochtend kwamen ze pas om 10 uur opdagen, hun ontbijt nog in de hand en het verzoek om koffie, héél véél koffie. Het was nogal laat geworden, zei Gino, en hij was ook wakker geworden naast een onbekende vrouw. Nu zien we hem in Die en Rien vraagt of hij een oplossing heeft voor het probleem bij het zwembad, in het betonnen terras. Volgende week komt hij langs, belooft hij. Maar bij Gino schuift de volgende week altijd op. We wachten wel af…

Met de facadiers gaat het tot nu toe naar wens. De eerste ochtend zijn ze een kwartier later dan aangekondigd,omdat ze zich hadden verkeken op de afstand: iedere dag is het enkele reis 2 uur rijden! En daarnaast maken ze ook nog minimaal 8 volle werkuren. Petje af!

Die eerste ochtend zetten ze tweederde van het huis in de steigers en meteen worden die gevels met een professionele hogedrukspuit gereinigd. Daarbij klauteren de mannen als katten over de steigers. Ik sta erbij te griezelen, zo smal zijn de planken. En dan is het weer reuze grappig hoe de meest katachtige van de facadiers, Abdel, reageert als onze poes met een dooie muis in haar bek aan komt lopen. Hij gaat bijna gillend op de vlucht, roept ons erbij en zegt: “Moet je kijken! Moet je kijken wat ze heeft!”  Onze hulp Olga wil de muis zo vast pakken en dan griezelt Abdel nog meer. Wij kennen deze cadeautjes van de poes wel: veger en blik pakken, muis opvegen en over de heg kieperen. Gaia brengt ze dan gelukkig niet nóg een keertje…

Het werk gaat voorspoedig tot Abdel vraagt of ze op zondag mogen werken, ” want de volgende week is hij er niet.” Ik vraag belangstellend of hij vakantie heeft. Nee, een andere klus. Daar schrikken we van. Het werk zou 2 weken in beslag nemen, de patron weet dat we daarna naar Nederland gaan. We willen onze oppassers echt niet confronteren met werklui over de vloer: elk dagdeel moeten we wel een beslissing nemen, bijvoorbeeld of een plantenbak mee geverfd moet worden. De chaos rond het huis willen de oppassers vast wel voor lief nemen, maar ze zouden zich niet vrij voelen om hun eigen gang te gaan. Dat willen we niet. Bovendien voelen  wij ons niet prettig in het huis in de steigers en alle ramen afgeplakt met plastic, net een doodskist. Ook de poes is helemaal van slag, dan ga je toch niet met een gerust hart naar Nederland?

Als ik ‘ s avonds om 21.30 uur een mail stuur naar de patron, waarin ik schrijf dat we ons ongerust maken, belt hij binnen een kwartier op: “Maak je niet ongerust, het komt de tweede week echt af.” Top service, als dat gaat lukken.

De eerste gevels zijn alweer klaar

We verwennen de mannen ook wel, vanwege hun goede prestaties. Ze stappen ’s ochtends de auto uit en de eerste kop koffie staat meteen klaar. Koffie na hun maaltijd, een fles gekoeld water…we zijn de hele dag in de bediening. Maar het wordt gewaardeerd. Eerst moeten we een kop van hun eigen thee drinken, Turkse thee. Speciaal voor ons is er door moeder thuis wat meer gezet. Het is lekker, maar smaakt wel hetzelfde als de onze. Op zondag neemt Abdel een doos Turks Fruit mee. Ik ben daar niet zo gek op, vind het eigenlijk zoete troep, maar deze is echt heerlijk.

Onze nieuwe hulp in de huishouding is ook heel bijzonder. Vanaf 2005 hebben we 4 Portugese zusjes in dienst gehad, soms wel 3 tegelijk op de camping. Drie van hen zijn nu een restaurant begonnen. Gelukkig kwam net op dat moment de 4e zus -en eigenlijk de eerste die bij ons werkte- tijdelijk terug in Die. De hele zomer hield deze Witte Tornado ons huis en de gîtes schoon. Ze moest het werk bij ons echter opzeggen, omdat ze een pittige en kostbare opleiding voor pleegzorg had afgerond. Dan ben je verplicht om daarna ook mensen op te vangen, en terecht. Maar Tornado vond zelf een opvolgster en werkte haar ook in.

Olga is met haar man, een afgestudeerd jurist, uit Moldavië meegekomen. Via Portugal, want door zijn Portugese moeder heeft hij een dubbel paspoort. Dat is een gelukje voor hem, want nu heeft hij geen problemen met een verblijfsvergunning in Europa.

En ook al heb je een goede studie afgerond, dan nog heb je de banen niet voor het uitzoeken. Zo zeg ik altijd dat ik  hier niet eens geschikt ben als vakkenvuller bij de supermarkt. Bijvoorbeeld: onze overbuurman weigert zijn gehoorapparaat te dragen en spreekt dialect. Dat communiceert niet gemakkelijk. En zo iemand gaat mij dan in de winkel vragen waar de zemelen liggen. Daar kom ik vast niet uit.  Daarom is de man van Olga als bouwvakker aan de slag gegaan. Is daar kennelijk zo goed in, dat hij inmiddels een eigen bedrijf heeft met 7 man personeel.

Tafel ook aan de onderkant…

Omdat de gevels worden opgeknapt moeten alle luiken eraf, dat is een mooi moment om ze te verven. Ik vraag Olga of haar man een schilder in dienst heeft. Hoezo? Waarvoor? Als ik uitleg dat het om de luiken gaat, zegt ze dat zij dat wel wil doen. En dat gaat uit de kunst. Zelfs iets te uitbundig. We hebben in 2007 een partij afgeprijsde stoelen op de kop getikt. Geverfd zouden ze € 280,- per stuk kosten, ongeverfd € 80,-. Voor die € 200,- per stoel – we kochten er 8- wilde ik zelf wel verven. Het is 10 jaar later echt nodig om ze op te knappen. Dat doe ik, Olga verft de bijbehorende tafel. Maar ze schildert ook de onderkant van het blad…

We zijn gek met haar en zij kennelijk met ons: om de haverklap neemt ze cadeautjes mee, zoals een fles wijn en mierzoete chocolaatjes uit Moldavië en een koffiekoekje van de Lidl. De facadiers zijn ook zeer van haar gecharmeerd, het is een mooie meid om te zien.

En ook grappig: die mannen zitten 4 uur per dag samen in de auto, werken hier overdag 8 uur en dat kletst dan onophoudelijk met elkaar. In het Turks, dus ik versta er geen klap van. Onze Portugese bouwvakkers doen hetzelfde, die monden staan ook niet stil. Wat hebben die mannen toch allemaal te bespreken? Maar het gaat geen seconde ten koste van hun werktempo. Dat ligt hoog. En tegen alle vooroordelen in: het kan de Portugezen en de Turken geen bal schelen of ze lange dagen maken en  het weekend door moeten werken. De middagpauze van de facadiers duurt hooguit een halfuurtje, de koffie gieten ze echt naar binnen.

“Au boulot!”, zeggen ze dan. Hup, weer aan het werk!

 

Read Full Post »

Als jong studentje kreeg ik mijn eerste kamer bij een hospita. Dat was immers vertrouwd? Ja, als ze thuis zou zijn wel, maar ze was er nooit, omdat ze bij ” haar broer” verbleef. Na 3 maanden belde ze op om de huur op te zeggen, want ze had een huis bij “haar broer” in de buurt gekregen. Een paar dagen later ging ik naar mijn kamer, op de bovenste etage, en toen bleek dat ze de verlichting overal -behalve in mijn kamer- al had afgesloten. Ik aarzelde geen moment, was ook mét alle lampen aan doodsbang in dat huis en ging daarom rechtstreeks naar Rien. We kenden elkaar nog niet zo lang, misschien dat zijn bed van 90 cm breed voor ons tweetjes daarom geen probleem was…

Binnen no time was er een andere kamer gevonden, bij een gezin in een achterbuurt. Niks kwaads van die mensen, maar het verschil met een 18-jarige snotneus was gewoon te groot. Ik zat liever bij Rien, in zijn studentenhuis met 3 andere jonge mannen. Een tijdje was dat leuk, tot de huisjesmelker ( met echt een lap voor zijn oog!) het volgende huis erbij trok. Ineens moesten meer dan 10 mensen 1 toilet en 1 douche delen. De huur ging natuurlijk niet omlaag. Er kwam allerlei gespuis in de kamers, zoals verslaafden en werklozen met een ander dag- en nachtritme. Rien als hoofdbewoner kon al het vuil opruimen en ik was met het schoonmaken van de gemeenschappelijke ruimtes de klos. Om de voortdurend vieze keuken niet te hoeven gebruiken, kochten we een campingtoestel en kookten op de eigen kamer, op de grond. Een oom van Rien zag wat er gebeurde en regelde een andere kamer voor ons. Heel veel mooier, heel veel ruimer, voor dezelfde prijs en….met een ontzettend leuke huisbaas.
Toch gingen we daar na twee jaar weg, want voor een habbekrats konden we een arbeidershuisje kopen. Dat moesten we weer verkopen toen ik mijn eerste baan kreeg, op grote afstand. Dat nieuwbouwhuis was niet op tijd klaar, daarom waren we opnieuw aangewezen op een huurbaas. Twee kamers met kost en inwoning, bij aardige mensen, dat klinkt niet slecht. Maar het eten was er afgrijselijk. Veel en vooral vet, dat was belangrijker dan smakelijk. Ik heb heel wat stukken vlees onder de tafel weggemoffeld, de honden waren er gelukkig blij mee. Na vervolgens 3 jaar in een koophuis te hebben gewoond moesten we weer even tijdelijk huren, tot ons volgende nieuwe huis klaar was. Ditmaal zaten we in een tot zomerhuisje verbouwd kippenhok. Midden in een strenge winter gingen we daarna naar een cascohuis, dat we zelf nog moesten afbouwen.

In Frankrijk wisselden we van rol, toen werden wij de verhuurders. In 9 van de 10 keer hebben we leuke, gezellige, normale en fatsoenlijke gasten, maar de mooiste verhalen gaan natuurlijk over de mensen die afwijken van de norm. Wat te denken van de eigenares van een vies inlegkruisje onder een bed. Of iemand die geen nieuwe vuilniszak in de bak doet, terwijl er nieuwe zakken liggen. Tomatensaus tot op ooghoogte aan de muren smeren. Een aanrecht vol met afwas achterlaten. Het haar rood verven en een witte handdoek van ons daarvoor gebruiken… we leerden daar dat Onze Lieve Heer rare kostgangers heeft.
Er waren ook best grappige incidentjes. Zo nam iemand eens al ons beddengoed mee. Dan sta je wel vreemd te kijken als je de was gaat ophalen. Het was een vergissing en via via kwam het terug. Zoals wij op onze beurt ook via via de hier achtergelaten spullen weer bij de eigenaar (laten) bezorgen: dit jaar verloor een gast een gouden ring in het zwembad en hoe we ook zochten, die kwam niet meer tevoorschijn. Tot bijna aan het einde van het seizoen. Riens broer kwam toen net langs, onderweg naar zijn vakantieadres, nam de ring mee naar Nederland en daar kwam de rechtmatige eigenaar hem weer ophalen.
Ook grappig: Op ons reserveringsformulier vragen wij alleen naar het aantal personen, niet of het om een echtpaar gaat, twee mannen of twee vrouwen.Misschien dat we dat toch maar moeten doen?? Ik had eens een man aan de lijn die met “zijn partner” wilde komen. Nietsvermoedend maakte ik een tweepersoons bed op. De vrouw was bij binnenkomst bijzonder aangebrand: ” Maar dáár ga ik niet slapen!” Bleek het om een reisgenoot te gaan, niet om een bedpartner. Bovendien was samen op vakantie gaan toch niet zo’n goed idee: hun ruzies waren zelfs bij de receptie te horen. Gelukkig stond er ook een goede bedbank, het beddenprobleem was zo opgelost.

facilityindustry

Een mannelijk paar kwam precies aan op het moment dat de table d’hôte begon, spitsuur dus. ( Gasten weten dat, het staat altijd vermeld in de betalingsbevestiging). Ik bracht hen naar het appartement, vertelde dat ik naar de keuken moest en dat we de volgende ochtend tijd voor hen vrij zouden maken. Dat deden we ook, maar het kwaad was al geschied, ze waren boos en bleven boos. Eenmaal thuis kregen we een lange mail. Zij zaten beiden in de “facilityindustry” en somden op wat wij allemaal fout deden. Wij hadden ook, door “geen” aandacht aan hen te besteden, een grote omzet gemist. Maar het meest gruwelijke was toch wel het kunstwerk in de woonkamer, een pentekening van een blote vrouw. Niet een pornografisch inkijkje, maar gewoon een liggend naakt. Als je dat stoort, dan hang je het schilderij toch achterstevoren? Een handdoek eroverheen kan ook. Maar je laat je vakantie niet verpesten door zoiets.

Al een paar jaar huren wij zelf gîtes van Fransen. Hebben daar grote verschillen meegemaakt. De eerste keer was het te kleine appartement volledig volgestouwd met alles wat de verhuurster zelf mooi vond. Zo stonden er o.a. 3 complete serviezen met bijbehorende borden en schalen. Voor spullen van ons was nauwelijks ruimte. En Rien moest in een boogje plassen, omdat er boven het toilet een grote boiler hing. De tweede gîte was het tegenovergestelde: alles was er in de juiste hoeveelheden en qua kleur ook perfect op elkaar afgestemd. Zelfs echte kunstwerken aan de muur. Maar ja, na 3 jaar wil je wel eens een ander gebied bekijken.
We hebben nu net weer 9 dagen vakantie achter de rug. Een week lang zitten we in een gîte bovenop een berg. Het appartement is lekker groot, het uitzicht op zee echt geweldig. Maar o, wat doet het onderhoud van dat pand zeer aan de ogen! Een kraan die los zit, een scheur in de bank, een radiator die helemaal scheef hangt, overal beschadigd verfwerk, een ligstoel op het terras met een wiel eraf, de buitentafel die kapot is en daarom plat op de grond ligt enzovoort…We ergeren ons er niet aan, maar zouden de verhuurder wel 1000 tips willen geven hoe hij dit op kan lossen. Maar eerlijk is eerlijk, de huurprijs is beslist laag, dus wij mogen helemaal niet mopperen. En de verhuurder is zo’n schatje, die zou ik zo willen inpakken en mee naar huis nemen….

Ter afsluiting van onze vakantie gaan we nog een weekend naar Montpellier, een echte studentenstad. Rien heeft een hotelkamer geboekt net aan de rand van het centrum, van de keten Kyriad. We zaten eerder in een hotel van hen en daar kon je letterlijk je kont niet keren: je moest achterstevoren het toilet in. Ik heb er weinig vertrouwen in dat het deze keer beter is, maar de foto’s zien er goed uit. Dat zegt ook niks, want ik zou niet graag de verhuurders de kost geven die hun ruimtes met een groothoeklens fotograferen.
We hebben geluk, wat we zien krijgen we ook. En een keurige service erbij. Omdat we er 2 nachten zijn, trekken we zelf na de eerste nacht ons bed even recht en zijn we zuinig met de handdoeken. Bij terugkomst uit de stad ziet het er echter weer uit om door een ringetje te halen. Die eerste nacht kan ik niet zo goed slapen en hoor dat de bovenburen veel plezier in bed hebben. Na de eindkreet van de vrouw begint het feest opnieuw en daarna nog een keertje.
Omdat ik toch wakker lig, bedenk ik allerlei mogelijkheden: Is het een jong, verliefd stelletje? Iemand met zijn minnares? Een man die Viagra heeft geslikt? Kennelijk is dit slaapverwekkend, want met het tellen kom ik niet verder dan 3 x…

Het zit er weer op, de vakantie. Thuis lekker klussen, ter voorbereiding op de “facadiers“: alles wat in de weg staat, moet aan de kant voor de mensen die de gevels gaan opknappen. Alleen al op ons terras boven staan 5 tafels, 10 stoelen, 12 plantenbakken en zeker 20 frutsels.

Als het na 2 weken werk -volgens de planning- allemaal klaar is, kunnen wij de appartementen met een gerust hart weer verhuren.

 

Read Full Post »

Ieder derde weekend in september zijn veel van de historische gebouwen gratis voor het publiek te bezichtigen. Frankrijk is in 1984 met deze Open Monumentendagen gestart, inmiddels doen al meer dan 50 landen mee. En met groot succes, zo waren er in 2016 in Frankrijk 12 miljoen bezoekers ( op een bevolking van 66 miljoen), en maar liefst 17.000 plaatsen om te bezichtigen. Het gaat daarbij vooral om staatsbezit, zoals paleizen, kathedralen, overheidsgebouwen etc. Maar ook particulieren stellen die dagen hun bijzondere bezittingen open voor het publiek.

Vrijwel ieder jaar doe ik wel een deel van het programma. Deze keer begonnen Rien en ik bij de hydraulische molen van de Aube, privé- bezit. Deze molen functioneerde van de 17e eeuw tot de afgelopen negentiger jaren. Ik was er eens binnen in 2002, om iets te regelen, en daardoor had ik niet in de gaten hoe mooi en hoe oud het was. Zag trouwens ook alleen het deel waar de walnoten tot olie werden verwerkt ( zie foto). Dat er ook een heel oude graanmolen was plus een houtzagerij merkte ik niet op. Nu wel dus. De huidige bewoners hebben alle machines prachtig schoongemaakt en gerestaureerd, alleen werken ze nog niet.

En het waterrad moet nog worden opgeknapt, dat is echt in slechte staat. Dat rad verwerkte al vanaf de 16e eeuw het water dat hoog uit de bergen kwam en vervolgens o.a. langs onze camping naar de Drôme stroomde.

’s Middags bezochten we eerst een oude smederij, la Forge . In de garage van de familie Maillet is alles gebleven zoals het in de 19e eeuw ook was en dat is prachtig om te zien. Speciaal voor de gelegenheid is het houtvuur opgestookt, het is er knap heet: je zult er bij die temperaturen moeten werken!

Er is hier een altijd heel actieve buurtvereniging. Die heeft voor de gelegenheid een paar prachtige oude auto’s tentoongesteld.

Daarna lopen we het gebouw van de Sous- Prefect binnen. Ook daar was ik al eerder. Voor de camping moesten we een aantal brandblussers hebben, maar niemand wist hoeveel. Dat ging ik daar vragen. Een klein en gedrongen mannetje, een soort Danny DeVito, was er de baas. Toen ik mee moest naar zijn kantoor maakte ik een opmerking over het mooie herenhuis. “Of ik de raadszaal wel eens gezien had?” En apetrots – terecht- liet hij me deze schitterende zaal uit het begin van de 19e eeuw zien. Vandaag staan er 2 heren ellenlange toespraken te houden. Over de stijl Directoire ( met veel Griekse, Romeinse en Egyptische elementen)en de Empire- stijl ( meer op schoonheid gericht). Ook over het begin 19e eeuwse beschilderde behang, tamelijk uniek in Frankrijk. De schouw is imponerend groot en het is prachtig hoe de kroonluchter erin gespiegeld wordt. De meubels zijn aangeschaft in 1855.

 Na dit bezoek gaan we de klokkentoren van de kathedraal op, zo’n 140 treden. Wat een schitterend uitzicht over Die van daar! Het stadje zelf met al die oude gebouwen en de daken met antieke pannen. De nauwe straatjes, de temple, het bisschoppelijk paleis, het gemeentehuis dat vroeger een meisjeskostschool was… met de foto’s geniet ik nog uren na.

Tenslotte gaan we nog naar de zogenaamde Chinese Salon. In de 18e eeuw woonde er een advocaat in een prachtig herenhuis, aan de Rue Saint-Vincent. Op de begane grond liet hij in 1716 de muren en gewelven van een kamer beschilderen met Chinese motieven. De schilder, Farjon, gebruikte als voorbeeld o.a. de Mandarijnmannetjes van Delfts aardewerk. Er zijn mannen en vrouwen te zien in Chinese kleding, maar ook landschappen, zeeën, havens, jachttaferelen en bloemslingers. Dat was gewoon mode in die tijd. Het is werkelijk prachtig. ( Tegenwoordig tijdens de zomermaanden ook open voor publiek.) Toen we hier kwamen wonen, was de salon net ontdekt, oud, vies en afgebladderd. Nu is de restauratie bijna voltooid.

De rest van het programma doen we volgend jaar wel. Volgens onze tuinvrouw is de Romeinse riolering beslist het bezichtigen waard. En de rondleiding bij het plein van de Cordeliers ook. Net als de Tour de Purgnon, voor het eerst op het programma. Ik kijk er naar uit, naar de volgende Journées Européennes du Patrimoine.

 ( Voor meer foto’s zie de Facebookpagina van Mas Dea Augusta).

 

 

 

Read Full Post »