Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for juli, 2017

Intimi(teiten)

 

Het is druk in de zomer. We hebben natuurlijk onze eigen gasten, maar er komt ook van alles aanwaaien. Zo staan mijn vriendinnen al een paar weken op onze voormalige camping. We ontmoeten elkaar op de markt, borrelen bij hen of bij ons of op het terras van Domaine du Mûrier. Heel apart: iedereen vraagt altijd of we daar wel eens komen. Jazeker, we hebben nog steeds een leuk contact met de nieuwe eigenaar en zijn gezin. Bij de overname van zo’n bedrijf kun je over 1001 dingen onenigheid krijgen, maar dat is nul keer gebeurd, gelukkig. Natuurlijk doet hij een aantal dingen anders, maar daar bemoeien we ons niet mee. Ieder heeft immers zijn eigen stijl.
Zo’n voorbeeld van je overal mee bemoeien kennen we hier uit de regio. Kindlief heeft het bedrijf van pa en moe overgenomen en zij leveren luid en duidelijk commentaar op alles. Dat lijkt me niet gemakkelijk, een reden temeer om het zelf niet te doen. En bovendien, als je voor iets betaald hebt, is het van jou. Dan mag je ermee doen wat je wilt.

Maar we hebben best wel eens gemengde gevoelens als we daar zijn. Rien mist het hele campinggebeuren nog steeds, ik vooral het koken voor de gasten. En de mensen natuurlijk, sommige tenminste. Soms zijn er kampeerders die alleen een plek huren en zich met niemand bemoeien. (Toen wij beiden een drukke baan hadden, deden we ook zo ). Anderen vinden het geweldig om de hele vakantie met Jan en Alleman te kleppen. De meeste gasten zitten daar ergens tussenin. Wij, als campingbazen, hadden met de één een hartstikke leuk contact en met een ander nauwelijks. En soms klikte het gewoon van twee kanten en ontstonden er hechte relaties. Met dat soort gasten heb ik ook buiten het seizoen regelmatig contact.

Met twee van die stellen gaan we op de 14e juli, de nationale feestdag, eerst naar een restaurant en later naar het vuurwerk. Ineens gaat het gesprek een intieme kant op.

Zo las ik een column van Aaf Brandt Corstius, waarin zij de vervuiling door maandverband en tampons aan de orde stelde. Om die vervuiling tegen te gaan is er nu een cup, om vaginaal in te brengen. Aaf zag het al helemaal voor zich: een volle cup die overstroomt, speciaal als je net een witte broek aan hebt. Of de cup valt uit je handen bij het verschonen en veroorzaakt een bloedbad. Ik moet zeggen: die column las als een thriller…
Voor mij was dit onbekend, maar vriendin Bruni, al 5 jaar gepensioneerd als bedrijfsleider in een drogisterij, kende het cupje en beaamde alle nadelen.
Vriendin Paula had ook nog wat intiems te vertellen. Het vrijen met haar echtgenoot was ineens wat pijnlijk. Ze vroeg of hij soms een ragebol aan zijn geslachtsdeel had zitten. Het idee!!! Brrr. Bij de huisarts bleek het om een schimmelinfectie te gaan. Daar krijg je dan 1 pil voor en dan volgt intern een grote schoonmaak. Maar ondertussen was manlief ook besmet. Die had, volgens Paula, ineens een bloemkool. Wat ik me daarbij moet voorstellen weet ik niet, maar het was wel lachwekkend.
Heel vroeger heb ik het ook eens gehad, tijdens een vakantie in Frankrijk. Ik wist wat het was en zocht het Franse woord voor schimmel. Dat is best ingewikkeld.
Het is geen paard, een cheval pommelé. Ook geen mycose, een huidziekte. Ik koos voor moissisure, uitslag. Dat leek me wel passend, maar het was het ook niet. De apothekersassistente noemde het een champignon. He? Een champignon? Die kun je toch eten? Maar ja, die groeit ook in het donker…

Paula pijnigde haar echtgenoot wel vaker. Als ze een zwaar gevoel in haar voorhoofd heeft, gebruikt ze Toco Tholin, een huismiddeltje met onder andere menthol erin. Met de vingers doe je een paar druppels op het voorhoofd. En dan moet je niet, zoals zij deed, daarna je echtgenoot betasten bij zijn intieme delen… Door de manier waarop ze dit vertelde zagen we het allemaal voor ons.
Fleur deed ook een duit in het zakje: toen ze pas verliefd was, ging ze een weekendje weg met haar geliefde. Ze wilde even spontaan op het bed duiken, maar zag over het hoofd dat het om twee eenpersoons bedden ging. Prompt viel ze ertussen: weg romantisch moment!
En Bruni dacht: Ik zal je krijgen, met dat gespring op bed. Die stopte toen kussens onder de dekens, waardoor Fleurs romantische idee nog een keer de mist in ging.
We lachen door deze grappen tranen met tuiten en daardoor merken we nauwelijks dat het vuurwerk wordt afgeblazen: er staat teveel wind en dat is een gevaar voor het historische stadje en de natuur eromheen.
Niet getreurd, onze avond was ondanks dat ook al perfect.

En nog een onverwachte ontmoeting: in de tijd dat ik lid was van de Tweede Kamer, liepen daar 250 parlementair journalisten rond. Dat zijn, net als politici, ook maar gewone mensen, dus de een is goed in zijn vak, een ander niet echt en een hoop zitten er tussenin. Ik kende er best veel, vooral omdat de collega met wie ik de werkkamer deelde, Willem Vermeend, ongekend populair was. Die had altijd wel iets interessants te melden. Een van de betere vrouwelijke journalisten uit die periode liep ik later bij de Emancipatieraad nog eens tegen het lijf. Dat werd een prettig gesprek. En daarna verloren we elkaar uit het oog.
Ineens melden mijn vriendinnen dat ze, volkomen toevallig, op Domaine du Mûrier terecht is gekomen. Fleur geeft haar meteen een exemplaar van mijn eerste boek en dat las ze in een ruk uit. Ik krijg een SMS: Gegrinnikt over de Haagse slangenkuil, recente trauma’s Franse bureaucratie. Feest van herkenning maar vooral: wat een heerlijke aire naturelle heb je gerealiseerd. Mijn dag kan dan al niet meer niet meer stuk! De volgende middag ontmoeten we haar bij de verjaardag van Bruni en wat is dat gezellig. We hebben het niet eens over de politiek.

Ondertussen hebben we ook nog een avondje Franse les. Onze tuinvrouw is alweer postiljon d ‘ amour: we hebben het over de offertes die we vragen voor het schoonmaken van onze gevels. Het is typisch Frans, gewoon weken wachten met een reactie. Tuinvrouw meldt dat onze leraar – waarmee ze bevriend is- zijn muren net heeft laten restaureren. Dus gaan we daar eens kijken. Maar ja, dat betekent automatisch een eetafspraak. En ook automatisch een avondje les. Soms begrijp ik echt niet wat ik fout doe. Bijvoorbeeld champignon, dat zeg je zelfs in het Nederlands als sjampienjon. Maar het is niet goed, het is eerder sjampiennnnnjon. Vrouwlief is ook lerares, maar afkomstig uit het Noorden en daar hebben ze andere accenten. Maandag, lundi dus, spreken wij uit zoals het er staat. Leraar is het niet met zijn vrouw eens, hij zegt meer leundi. Wie heeft er gelijk?
Maar goed, we krijgen wel het telefoonnummer van meneer Steenkool, we sturen hem een SMS en wonder boven wonder regelt hij meteen een afspraak. Na 2 weken heeft ook een derde bedrijf zich gemeld, we zijn benieuwd. Het gaat vast heel mooi worden. Nog even wachten, het is een klus voor als alle gasten weg zijn.

En nog een toetje: De vriendin van onze beste vrienden gaat met pensioen en ze stuurt een schattig kaartje: De hond heeft er genoeg van om altijd maar alleen thuis te zijn. Daarom heeft ze  besloten “de prendre ma ras de bol“. Dat betekent ergens de buik vol van hebben. Voor ons weer een leuk feestje, met alleen maar intimi.

 

Als je goed kijkt zijn de vlekken op de gevel wel te zien..

 

 

Read Full Post »

Op zo’n 18 km van Die ligt het dorpje Luc-en-Diois. Tientallen keren reden we er doorheen, maar we stonden er letterlijk en figuurlijk niet bij stil. Al viel iedere keer onze mond open van verbazing bij de Pic de Luc. Boven het dorp ligt een berg met een hoge top, de zogenaamde Pic. In 1442 scheurde een deel ervan los. Enorme brokken steen vielen in de rivier. Deze stapel rotsen noemt men de Claps, afkomstig van het Occitaanse woord clap of clapas (= rotsblok). Occitaans is het dialect dat men sprak van hier tot de Middellandse Zee: De Langue d’Oc ofwel de taal van de Oc.
Door de versperring van de Drôme ontstonden er 2 meren, het Grote Meer, ongeveer 5 km lang en 300 hectare, en het Kleine Meer, van 6 hectare.

De drooglegging van het Grote Meer gebeurde door een gat in de rotsblokken te boren, eind 18e eeuw. De Drôme springt vanaf dat punt tientallen meters omlaag.
En elke keer als ik die grote rotsblokken passeer, vraag ik me af: Wat zou ik gedacht hebben als ik  in 1442 had geleefd? Zou het een nachtmerrie zijn? Had ik de avond ervoor teveel gedronken misschien?
De mensen die er toen woonden, maakten meteen gebruik van de situatie: het meer werd een grote visvijver totdat  de eigenaren van de grond, de monniken van Chartreux, het land onteigenden.
Tegenwoordig is het kleine meer een aardige spartelvijver, met een snack. Voor de kinderen is het water leuk, ouderen kunnen naast de rotsblokken en het vallende water omhoog lopen, zo’n 10 minuten, tot aan de zogenaamde Saute de la Drôme.

En voor het eerst lopen we de dorpswandeling van Luc-en-Diois. Weg van de hoofdstraat ga je ineens terug in de tijd. Een stuk van een marmeren Romeinse zuil markeert de toegang naar het oude stadje, dat ontstond in de eerste eeuw voor Christus. Luc was toen de hoofdstad van de Voconces, een Gallo-Romeinse stam met een gebied zo groot als het huidige departement. Om onbekende redenen werd in de 2e eeuw na Chr. ineens Die de hoofdstad, daarna verloor Luc zijn betekenis. Op verschillende plaatsen zijn nog hergebruikte overblijfselen van de Romeinen te zien, zoals een sarcofaag ( nu in gebruik als bloembak), een fragment van een altaar, een stenen goot op Romeinse manier gemaakt (en petit appareil) en bij het Office de Tourisme staat een deel van een Romeinse zuil mooi ingemetseld in de muur. De fontein er tegenover heeft een kapiteel aan de top, eveneens afkomstig van een Romeinse zuil.

Abt Froment, foto Office de Tourisme

Ook al heel lang op mijn te -doen- lijstje, de fossielenverzameling van abt Froment. Iedere vrijdagochtend (als er ook een schattig en typisch Frans marktje is) te bezichtigen in het gemeentehuis. In juli en augustus overigens iedere ochtend, en gratis.
Wat we nog gemist hebben is de zadelmakerij. De familie Roland heeft daar 4 generaties lang zadels voor paarden gemaakt en hersteld, tot 1952, toen de tractoren hen van de markt verdreven. Het ziet er nog steeds zo uit als toen, alsof de laatste Roland een ommetje is gaan maken. De openingstijden zijn hetzelfde als bij de fossielenverzameling, ook gratis. Dus waarom niet even kijken? Wij hebben het gemist, dus het blijft op mijn lijstje staan…

Zadelmakerij, foto Office de Tourisme

En ook een soort van een nachtmerrie, maar van een heel andere categorie: we moeten weer eens naar het ziekenhuis in Valence, gewoon voor controle. Mijn arts begint zo langzamerhand een beetje te ontdooien, maar elke vorm van humor ontgaat haar. Ik moet nu mijn medicijn zelf gaan spuiten, ergens in een vetlaag.
“Nou, dat is gemakkelijk bij mij”, zei ik.
Geen lachje kon eraf. En dan te bedenken dat haar man, ook arts in hetzelfde ziekenhuis, zo’n vrolijke Frans is.

Maar goed, op de terugreis aten we in een restaurantje waar we eerder heel goed en uiterst plezierig hebben gezeten/ gegeten. Nu liet de bediening te wensen over, om het maar zwak uit te drukken. Binnen waren 3 tafels bezet, 1 dame hield zich met de gasten daar bezig. Buiten, bij ons dus, ging het om zeker 10 tafels en de ober rende zich de benen onder zijn lijf vandaan. Toch redde hij het niet. Een Franse dame riep hem boos – maar wel gevat- toe:
“Moeten we soms met de wijn wachten tot de wijnoogst?”
Bij ons ging het goed tot de koffie. Die kwam niet, ook al vroeg Rien er 5 x om. Op het laatst ging hij die zelf maar halen, tegelijk met de rekening. Want inmiddels ergerden wij ons mateloos aan de nachtmerrie naast ons. Echt  vervelende kinderen.

En voor het geval dat u denkt dat ik een kinderhater ben: er waren nog 5 andere kleintjes. Ze vermaakten zich prima met en onder de takken van een treurwilg en speelden zoet in het grind. Eén zo’n wijsneus was een jaar of zes, had een grote uilenbril op en kon net lezen. Zei geheel zelfstandig tegen de ober: “Ik wil geen kindermenu, wel mosselen met frites. En een glas Grenadine met niet teveel water”. Dat vind ik nou echt leuk, zo’n eigenwijs kruimeltje…

Nog een paar foto’s van de Claps de Luc..

 

 

 

Read Full Post »

Waaibomenhout

Waaibomenhout komt van bomen, die met de wind meewaaien en dat hout is daardoor nergens geschikt voor. Het wordt in de spreektaal vaak gebruikt voor houtproducten van een slechte kwaliteit. Wijzelf nemen dat wat ruimer: als iets niet deugt noemen wij het waaibomenhout, ook als het van een ander materiaal is.

En daar hebben we nogal wat ervaring mee opgedaan. Onze eerste tent bijvoorbeeld was van een soort plastic gemaakt. Aan de Middellandse Zee, in de verzengende hitte, kookten we haast gaar in dat ding. En de Mistral waaide zo hard, dat het zand via alle luchtgaten naar binnen stroomde. We werden bijna levend begraven.
Vanwege een hernia van Rien was het kamperen in een tent slechts van korte duur. Samen met vrienden kochten we eerst een oud caravannetje en toen dat beviel een nieuwe. Een Beijerland, zo heette dat merk. Midden in de eerste nacht zakten Rien en ik door het bed. Nee, we sliepen gewoon, geen wilde toestanden. Hoe los je dat nou op, om 3 uur ’s nachts, op een camping? We ondersteunden het bed met het reservewiel en een krat boeken, maar van slapen kwam niks meer, ik durfde me die nacht niet meer te verroeren.
De lattenbodem bleek op een paar minischroefjes te rusten, dat was de volgende dag zo gerepareerd. Bij een nieuwe caravan van hetzelfde merk kwamen de bovenkastjes van de keuken zomaar naar beneden. De term waaibomenhout is dus absoluut van toepassing op Beijerland.
Op onze eigen camping overigens hadden we voor de verhuur een caravan van het merk Hobby. Pas later begrepen we de opmerking dat je met een Hobby meteen een hobby erbij hebt: er was altijd gedoe met dat ding. Zo moesten we al snel het matras vervangen. Uiteraard kon dat alleen bij Hobby en dat was dubbel duur. Wel heel zuur dat ook dit nieuwe matras binnen 5 jaar alweer helemaal versleten was. Ik zoek liever andere hobby’s….

Toen we de boerderij hier kochten, dachten we nogal simpel over een sanitairblok. Er stonden nog drie muren van een vroegere gierkelder: een muurtje erbij, dak erop, inrichten en klaar is Kees. Dachten we. Maar er kwam een heel nieuw gebouw, met 2 verdiepingen, gemetseld door vakmensen. Tegen de tijd dat de vloertegels gelegd moesten worden, waren onze reserves bijna op. Een vriendje wist wel een zaak, waar ze restpartijen verkochten. Wij namen bij voorbaat al 10% extra tegels, want nabestellen zou lastig worden. Toen wisten we nog niet dat onze tegelzetters alleen met liters bier vooruit te branden waren en dat ze dus heel veel tegels zouden “verknippen”.

Precies in die tijd ging deze tegeltoko failliet, een nabestelling was daarom überhaupt niet mogelijk. Bij dezelfde zaak hadden we 2 houten deuren gekocht voor dat sanitairblok, ook waaibomenhout: ieder jaar moest Rien na de winter schuren, anders gingen ze niet meer open of dicht. En zo betaal je heel veel leergeld.

Bij dit huis zouden we alles goed aanpakken, dat was ons voornemen. Maar ja.. een van onze Portugese bouwvakkers had zelf een keuken in Valence gekocht, echt goedkoop en van prima kwaliteit. Privé wilde ik beslist een Schmidtkeuken, maar voor de grote gîte was een goedkoper exemplaar wel een optie. Ter plekke aangekomen leek het aanbod echt fantastisch: 50% korting op alle meubels en op alle inbouwapparatuur. Daar tekenden we voor. De keukenkasten werden precies op de afgesproken dag geleverd en geplaatst, maar de inbouwapparatuur moet tot op de dag van vandaag nog worden geleverd. Op het goede moment werd ik heel nijdig: ” Als het nu niet met spoed wordt geleverd, kom ik de aanbetaling ophalen”. Zonder te blikken of te blozen kreeg ik mijn cheque terug. Maar goed ook, want niet veel later ging de zaak failliet. Onze plaatselijke keukenboer leverde toen de apparatuur en zei fijntjes: “Ik had die kastjes voor dezelfde prijs kunnen leveren, want goedkoop is het niet. Ze verdubbelen eerst de prijs en geven dan 50% korting”. Gelukkig is het allemaal wel van goede kwaliteit.

Voor de bouw van de studio namen we in eerste instantie een andere beslissing. Eigenlijk moest het een logeermogelijkheid voor vrienden en familie worden. Dat hoefde dus niet luxe te zijn. Maar bij het uitzoeken van een goedkope douchecabine kregen we al problemen: dat was echt waaibomenhout! Alles trilde, als je een deur open deed was je al blij dat ie ook weer dicht kon. No way, niet zulke troep in ons huis.

Er kwam een folder in de bus met goedkope bedden, dus ik vroeg de speciaalzaak of hij die kon leveren. “Ja, kunnen wel, maar  doen we niet”, was zijn antwoord. En hij liet me in de toonzaal het verschil in kwaliteit zien: die goedkope waren gemaakt van waaibomenhout. En daar gingen we weer, betaalden drie maal zo veel. Maar het zijn goede bedden, dat wel. Bij het eerste gebruik van dit onderkomen dienden zich meteen de volgende problemen aan: in het voor- en najaar is verwarming wel prettig en ventilatie in de badkamer ook. Natuurlijk meteen door ons geregeld. Goedkoop is het dus niet geworden…

Er kan in een seizoen altijd iets kapot gaan. Nu was een sifon onder een aanrecht ineens een beetje lek. Ook al staat er – bij toeval- een afwasbak onder, het hoort niet zo. En dus gaat Rien dat meteen repareren.
Wij zullen ook best eens een steek laten vallen, maar de kans daarop moet je zo klein mogelijk maken. Stel je voor dat mensen van ons zeggen: da’s waaibomenhout..

 

 

Read Full Post »