Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for mei, 2015

pycaranthaEr zijn verschillende manieren om met geld om te gaan, iedereen kan dat in eigen omgeving zien. Je hebt mensen die heel zuinig zijn, omdat het moet, of omdat het een levenswijze is. Anderen leven in weelde, die geven  hun geld gemakkelijk uit, omdat ze genoeg hebben of omdat ze alles willen hebben wat ze mooi vinden. En daartussen zitten veel andere manieren om geld te besteden. Dat we daarin niet allemaal gelijk zijn, maakt het leven wel boeiend.

 

Wijzelf hebben al vanaf onze studententijd veel geïnvesteerd in “stenen”. Toen kreeg je als samenwonend stel gewoon geen huurhuis, hokken hoorde niet. Voor het geld dat we aan huur kwijt zouden zijn, konden we wel een minihuisje kopen. Het was geen vetpot, ik ontving een maximale studiebeurs en Rien zelfs minder dan dat. Maar ons inkomen vulden we handig aan:  door per week drie uur als caissière te werken, verdiende ik tegelijk mijn ziektekostenverzekering. Verbouwingen aan dat eerste huisje konden we betalen door de inkomsten uit vakantiewerk. En ons eerste tuintje daar was misschien maar 16m2, toch was het voor ons pure weelde.

Cadeautje van de natuur

Cadeautje van de natuur

 

Eigenlijk hebben we dat altijd zo gedaan,  investeren in “stenen”.  Voor ons geen verre reizen, geen designerkleding, geen Ferrari. Alles wat we konden missen, staken we in het verfraaien van huis en tuin.

En dat ging niet altijd even soepel, zo stond ik eens woest tegenover Rien: voor de verandering van een stenen schuur in een winkel bij zijn eigen bedrijf wilde hij zo weinig mogelijk lenen. Dus  de hele verbouwing moest van ons maandelijks inkomen betaald worden. Dat er geen geld meer was voor een in mijn ogen noodzakelijke nieuwe jas, ging mij echt te ver. Die jas kwam er, het bedrijf ook…wel met een kleine lening.

 

Ook later was het nog wel eens heel krap, onze eigen planning. Zo had een Franse bank ons halverwege 2003 een lening toegezegd voor de verbouwing van een gîte.  Eerdere investeringen deden we tot dan toe uit eigen zak, maar deze opknapbeurt werd iets te duur. Er zat namelijk astbest in het dak, dat moest er dus af. De bank gaf maanden daarvoor al groen licht, we mochten alvast beginnen en zij zou de stukken wel tekenen. Toen we halverwege de verbouwing waren, weigerde ze alsnog. Met kunst- en vliegwerk overleefden we die winter en konden we de klus afmaken. Zonder lening dus….

 

Orchis Pyramidalis

Orchis Pyramidalis

We doen het nog steeds, investeren in huis en tuin. Maar geluk zit niet in de grootte van je woning, niet in de hoeveelheid luxe. Geluk is als je blij en tevreden kunt zijn met wat je hebt. Zo genieten wij mateloos van onze tuin en de wonderen die zich daar voordoen.

Aan de voorkant van het terrein staat een grote, hoge haag, die vooral bestaat uit Pycarantha, een vuurdoorn. Toen we het huis kochten was deze, na 6 jaar verwaarlozing, monsterlijk groot geworden. En vanwege de grote, scherpe doornen heeft Rien een bloedhekel aan die heg. Maar nu  bloeit hij overdadig, echt mooi om te zien.

 

In een stukje tuin dat we vorig jaar hebben aangelegd, staat zomaar een grote pol klaprozen, de coquelicot,s te bloeien. De fruitbomen hangen inmiddels weer vol vruchten, die hebben de nachtvorst overleefd. Van een schoonzus kregen we een stek van een heel bijzondere druif. Voor het eerst krijgen we nu druiven uit eigen tuin…

En dan zien we iets heel bijzonders: In een talud, midden in het niet gemaaide gras,  vinden Rien en ik zomaar een paar orchideeën. Twee ervan staan al in volle bloei, de Bijenorchis. De derde, de Orchis Pyramidalis,  komt net met haar kopje boven de bodembedekkers uit.  Het lijkt wel een roze variant van de Blauwe Druif, maar dat wordt straks een prachtige bloem. Als het goed is, komen er nog meer van, pakweg 30 stuks, in ons weiland. De derde soort, het Soldaatje of de Orchis Militaris, is inmiddels al uitgebloeid.

Bijenorchis

Bijenorchis

De natuur hier in de Drôme geeft dit zomaar gratis, dat is toch weelde?

 

Read Full Post »

Abracadabra.

une batterie

une batterie

We wonen hier alweer 14 jaar en toch verwonderen we ons nog iedere dag over de Franse taal. Het lijkt soms wel abracadabra ( wat een toverspreuk is of onbegrijpelijk woordgebruik.) Zo is de zogenaamde turbotaal momenteel in de mode. Bon App, zeggen ze hier voor de maaltijd, de afkorting van Bon Appétit. De kapster vraagt mij Com d´hab? en bedoelt Comme d´habitude?, zoals gewoonlijk. En de jongens die iets aan het zonnescherm moeten veranderen, maken het wel heel bont. Ze vertrekken met de woorden Bon Aprèm. Ze bedoelen Bon après-midi, een goede namiddag.

Heel boeiend zijn ook de fouten die wij – en de toeristen ook- regelmatig maken met de zogenaamde faux amis, de valse vrienden. Het zijn woorden die zowel in het Frans als in het Nederlands voorkomen, maar net iets anders betekenen. Een leuk voorbeeld is het woord batterij. Wij zijn geneigd dat te vertalen met la batterie, maar dat is een accu. Een batterij is namelijk een pile.

une pile

une pile

Nee, niet een pil. Toen een Nederlandse gast bij de apotheek een pil voor een bepaald kwaaltje vroeg en daarbij het woord pile gebruikte, begreep deze er niets meer van. En voor de mensen die met de auto naar Frankrijk gaan: een file is een bouchon. La file bestaat ook, maar dat is een rij. Alhoewel: als je in de file zit, sta je ook vaak in een rij…

Het horloge is een montre, un horloge is een klok of een uurwerk. In de stadswandeling van Chatillon moet je bij het horloge afslaan, dan is het wel aardig als je weet dat dit bij de klokkentoren is.

De koffer is ook zo´n faux amis. Op vakantie neem je een valise mee en je waardevolle spullen doe je in de kluis, de coffre. Als je een krantje koopt, is dat le journal. Le courant, het woord dat wij vroeger wel voor krant gebruikten, betekent stroom, of stroming.

En pas op met het woord nul. In het Frans is dat zéro. Gebruik je nul, dan zeg je dat iets of iemand waardeloos is.

Post is ook zo´n lastig woord. De post in de brievenbus is le courrier, het postkantoor is la poste en le poste is de standplaats. Hiermee kun je dus 3 x de mist ingaan.

Het is trouwens maar waar je je druk over maakt. Een kennis van ons vervoegt geen enkel werkwoord en maakt nooit een verschil tussen le en la. Ondanks alle missers die daar het gevolg van zijn, begrijpt iedere Fransman hem.

Waar we zelf nog wel eens de fout mee ingaan, zijn de uitdrukkingen. Wij zijn geneigd die woord voor woord te vertalen, maar voor Fransen is het dan abracadabra. Zo zei ik eens tegen onze doodgoeie buurvouw, die ik een tijdje niet gezien had: He, leef je nog? Tenminste, dat was mijn bedoeling. Nicole keek me heel vreemd aan: ze stond voor me, dus natúúrlijk leefde ze nog.

En soms gaat het gewoon mis, omdat ze hier een ander woord gebruiken. Voor Nederlanders die in Frankrijk wonen of er vaak verblijven, is er een speciale website: www.nederlanders.fr. Mensen helpen elkaar daar, stellen vragen, geven adviezen en soms zijn er leuke columns te lezen. Zo las ik daar een artikel van Nicky Bouwmeester over een aantal uitdrukkingen die in het Frans net iets anders zijn dan in het Nederlands.

Wij weten precies wat we bedoelen als we zeggen: Nu zijn de rapen gaar! De Fransen maken daar van: Les carottes sont cuites, de wortelen zijn gekookt. Als haringen in een ton zitten is hetzelfde als Comme sardines dans une boîte,als sardientjes in een blikje.

Wij Nederlanders willen geen slapende honden wakker maken, Fransen laten hun kat met rust: il ne faut pas réveiller le chat qui dort. En wij zien beren op de weg, zij wolven: voir des loups. Met de hond en de kat is er nog zo’n aardige verwisseling. Er is geen hond, zeggen wij, voor de Fransen is het de kat:  il n’y a pas un chat.foto

Als iets een rib uit ons lijf kost, is het duur. De Fransen zeggen dat het hen een arm kost, ça coûte un bras. Of nog leuker: la peau des fesses, de huid van je billen verpatsen om iets te kunnen kopen.

Ook grappig: Roken als een ketter is hier roken als een brandweerman: fumer comme un pompier.

En een uitdrukking die in het Nederlands nogal eens fout gaat, is de mond-tot-mondreclame. Let maar op hoeveel mensen niet zeggen: mond-op-mond ( is wel heel letterlijk…). In Frankrijk voorkomen ze die vergissing, want daar is het van mond tot oor: de bouche à l’oreille.. En zo gaat het ook letterlijk, toch?

Net een ander woord kiezen ze ook voor de handdoek in de ring werpen, zij gooien de spons: jeter l’éponge. En wij krijgen soms een gepeperde rekening in een restaurant, de Fransen een gezouten: une note salée.

In diezelfde column stond een prachtig plaatje over de prijs van een kop koffie op een terras.note-salée-gepeprde-rekening-535x336

Dat kost € 7,- als je zegt: “Een koffie”,

€ 4,25 voor “Een koffie, alstublieft.”

En slechts € 1,40 voor degene die het heel beleefd vraagt: “Goedemorgen, mag ik een koffie alstublieft?”

Wij doen dat laatste automatisch, niet alleen omdat we ons aanpassen aan de gebruiken hier, maar ook omdat beleefdheid niks kost. Zelf zaten we er eens bij toen een vriendje de ober riep met de woorden: Garçon! Het klonk alsof er een kwajongen bij de les geroepen werd. We kregen er plaatsvervangende schaamte van.

Onze buurvrouw van de camping houdt van taal en ze vindt het bijzonder dat wij zo geïnteresseerd zijn in “haar” Frans. Dus ik vertel haar over  bovenstaande uitdrukkingen. Die snapt ze wel, maar de faux amis, dat is lastiger uit te leggen. Maar als we het over beleefdheid hebben, zitten we weer volledig op een lijn. Zij hebben vroeger een bar gerund en Nicole kent het van toen nog wel: van sommigen krijg je Ni bonjour, ni le merde. Niet een groet, niet de shit.

Ook al is het soms abracadabra, de Franse taal blijft toch heel erg leuk.

Read Full Post »