Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for januari, 2014

Vroeger, voor de tijd van de voorbehoedsmiddelen, was dit een manier om niet voortdurend zwanger te raken. Ik heb die tijd niet meegemaakt, in mijn tienerjaren al kon je bij de Rutgerstichting gewoon de pil krijgen. En nu  mijn lijf al lang geen kind meer kan baren, wordt mij ineens periodieke onthouding geadviseerd….

Het is echt wat je noemt een kwakkelwinter. In november, toen we in Nederland waren, heeft het hier gesneeuwd. Daarna kwam er een wat koudere periode met vooral nachtvorst. Toen volgden de dagen elkaar op in een afwisseling van regen, wind en zon, eigenlijk een beetje herfstig. En dat precies zorgde voor problemen. Eerst is het Rien die kapseist: de dag voor zijn verjaardag constateert de huisarts dat hij een zware bronchitis heeft. “Oppassen, het is besmettelijk.”, voegt ze eraan toe. Dat doen we keurig. En toch…na een week begint mijn keel te kriebelen, later voel ik mijn oren ook en krijg ik koortsuitslag. Pas als de keel helemaal ontstoken is en mijn hoofd vol watten zit, ga ik ook maar eens naar de huisarts. Dezelfde diagnose, dezelfde waarschuwingen. En….”Ook niet zoenen hoor!” , dus echt periodieke onthouding.

Het meest bizarre is dat zelfs onze kleine poes is aangestoken. Nu we er nog maar eentje hebben, krijgt zij alle knuffels, ietsje teveel dus. De dierenarts vermoedt een angina, poes krijgt een spuit en pilletjes. Als het niet binnen een paar dagen overgaat, moet ze verdoofd worden, zodat de arts het beter kan onderzoeken. Wij mensen begrijpen het wel, als men zegt: “Steek de tong eens uit en zeg eens “Aaaaah.” Maar Gaia laat dat dus niet gebeuren….

Rien mocht door de bronchitis tijdelijk niet klussen, maar afgelopen zaterdag wilde hij toch de bouwvakkers ondersteunen. Sinds deze week is hij weer druk doende in de nieuwe studio. Alle leidingen voor water en elektra moeten voor aanstaande zaterdag op de goede plek zitten, want dan gaan de mannen betegelen. Ik maak me ondertussen nuttig met het voorbereiden van de inrichting. De belangrijkste hobbel is het bepalen van de kleuren. Rien kent maar 1 kleur en dat is blauw ( Hij werpt dan altijd tegen: Nee, veel meer kleuren, namelijk lichtblauw, donkerblauw, kobaltblauw….). Ik houd meer van rood of geel als basiskleur. Maar gite Desse is rood met beige, dus Justin wordt ijsblauw met roomwit. De zon- en lichtwerende gordijnen zijn al besteld, net als de bedden en zo  krijgt het langzaam vorm. Dat moet ook, want eind april is de Desse al verhuurd en vanaf dat moment mogen we van onszelf geen lawaai meer maken.

Justin is het laatste grote project dat we onderhanden nemen, daarna worden het kleinere klusjes om een beetje bezig te blijven. Een afdakje voor bouwmaterialen, een fietsenstalling, dat soort zaken. En vanaf dit voorjaar wil Rien weer gaan wandelen in de bergen, misschien met gasten van de camping. Hij mist dat namelijk echt.  Ik ga de stadswandelingen weer doen, als micro-entrepreneur, zeg maar als miniondernemer.

En ondertussen hebben we nog een project, misschien…Omdat ik in de winter heimwee naar Nederland heb, onderzoeken we de mogelijkheid om een recreatiewoning te kopen in Nederland. Die zijn er te kust en te keur, in alle prijsklassen. Maar wat we écht graag willen kunnen we niet zomaar betalen. Daarvoor hebben we een aanvullende hypotheek nodig. We vragen daarom her en der informatie aan.

Bij toeval moeten we bij onze Franse bank zijn. Toen we de camping verkochten en het nieuwe woonhuis niet meteen beschikbaar was, moesten we ons geld even parkeren. De accountmanager van de bank adviseerde ons heel goed. Net als in Nederland is een bepaalde som spaargeld vrij van belastingen, Livret A genoemd. Livret B betreft Développement Durable, over dat bedrag betaal je een klein beetje belasting. Aandelen van de bank worden weer iets meer belast en daartussen in zit nog een Livret de Fidelité . Onzin om die rekeningen allemaal aan te houden, als ze leeg zijn. Maar voor het opheffen ervan moeten we wel weer naar Crest. Als we er toch zijn, informeren we naar de mogelijkheden van een hypotheek op dat recreatiehuisje. Nou, dat kan best hoor, maar vanwege Riens leeftijd wel in 10 jaar aflossen. En ook is een levensverzekering verplicht van een paar honderd euro per maand. Dat ons hele huis hier als onderpand geldt, doet daar niets aan af. Nou, toedeloe, dat kunnen we beter regelen in Nederland….

Als we van huis wegrijden is de eerste sneeuw gevallen. Vanwege de bronchitis pakken we onszelf dik in, met de wollen sjaals die ik net gebreid heb. Halverwege is het ineens een heel ander landschap: geen sneeuw te bekennen en een heerlijk zonnetje. Dat is in een bergachtige omgeving vaak zo: in oktober kun je in de korte broek rondlopen in Die, na de Col de Rousset beland je ineens in de winter. Of als we een dagje naar Valence gaan, 70 km verderop, het is soms een wereld van verschil. Dus misschien is het een beetje gek dat we zo dik ingepakt bij de bank in Crest aankomen. En daar moet ik heel erg lachen om Rien, die heeft niet in de gaten dat zijn sjaal onder de jas uitpiept, als een soort schaamlapje. Misschien dat die gedachte bij me opkomt omdat ik bezig ben met een column over periodiek onthouding…..IMG_0358

IMG_0349

Read Full Post »

Al bijna 40 jaar heb ik mijn rijbewijs en eigenlijk ben ik nooit een brokkenpiloot geweest. Drie keer was ik betrokken bij een kleine aanrijding. De eerste keer zat een buurvrouw gigantisch te klungelen bij het verlaten van haar oprit. En ik, als “ervaren” chauffeur, dacht: Kom, laat ik even achteruit gaan, dat is gemakkelijker voor haar. Maar als je de achteruitkijkspiegel niet gebruikt, zie je niet dat er inmiddels iemand achter je heeft geparkeerd. Boem! De bouwvakkers die daar werkten, vielen bijna van hun steiger van het lachen en ik schaamde me rot.

De tweede keer was het gevolg van een black-out. Tijdens het boodschappen doen kreeg ik migraine en daarom ging ik zo snel mogelijk naar huis. Ik zeilde zomaar een bocht uit, op een T-splitsing, en raakte een tegenligger. De schade was niet groot, maar het dorp had er knap last van: samen raakten we een transformatorhuisje en bij iedereen ging het licht uit….De laatste keer was hier in Die, toen een gevangenisboefje mij inhaalde, terwijl ik linksaf sloeg. Ik zag hem met hoge snelheid over de straat schuiven, tegen een stenen muur klappen en meteen stond hij weer op zijn benen…Godzijdank.  En in al die jaren kreeg ik slechts 1 bekeuring voor te hard rijden. Maar misschien was dat wel een kwestie van geluk hebben.

Het rijden beheers ik dus redelijk, maar de techniek van de auto en ik, dat is een minder goede combinatie. Ik had dat rijbewijs nog maar pas, toen ik voor een verkeerslicht moest wachten. Het regende en er kwam allemaal stoom van de motorkap af. Hups, auto aan de kant, want misschien stond ie wel in de fik. Niks hoor, koude regen op een warme motorkap geeft dat resultaat.…

Nog in Hardenberg maakte ik me onsterfelijk bij de garage, omdat ik een verdacht geluid hoorde. Bleek het de antenne te zijn, die na een wasbeurt niet overeind gezet was en daarom wat tikte. Of hier in Die: overal zoeken naar de winterbanden die de hele zomer onder de auto zaten. Die banden en wielen, dat is toch al een zwak punt van mij. Wel honderden keren heb ik naast de auto gestaan omdat ik dacht dat er iets mis was. Hobbelige weg? Maar dat kan toch ook een lekke band zijn? Of zouden de wielen niet goed vast zitten?… En nooit was er iets aan de hand. Daarom is wat er pas gebeurde, zo verbazingwekkend.

Op zondag haal ik voor het ontbijt croissantjes en donkerbruin brood. Ik rijd beheerst weg, wacht tot onze poort open gaat, daarna wacht ik tot ie weer gesloten is. En op 2 wielen de bocht door, om zo snel mogelijk op de plaats van bestemming aan te komen, die tijd ligt al ver achter me. Na een paar honderd meter kom ik bij de rotonde en daar denk ik: Gek, het lijkt of mijn banden glad zijn. Maar dat kan toch niet? Er zitten net winterbanden onder, de garage zou dat niet doen. Of komt het misschien van de regen??  Al rijdend pieker ik daarover.  Achter mij seint een auto, maar ik denk dat die een bekende heeft gezien, dat het dus niet voor mij is. Gek, hij blijft steeds maar seinen. Toch maar even aan de kant, kijken wat er is.De man stapt ook uit en wijst me op mijn platte voorband. Oeps…

naamloosMijn telefoon heb ik niet bij me. Niet dat het wat uitmaakt, dat ding zit vaak leeggelopen in mijn tas. Gelukkig leent de man me zijn “model koelkast”. Ik vraag hem netjes of ik de kosten van dat telefoontje mag betalen, maar dat wil hij niet. Even later komt Rien eraan. Inmiddels heb ik bedacht dat hij in de stromende regen echt die band niet gaat verwisselen: hij heeft een zware bronchitis. Dus ik parkeer mijn auto bij de Cave Jaillance en vraag daar of de auto er mag blijven staan tot maandag. Heel vriendelijk: “Natuurlijk, mevrouw”.  De volgende dag lever ik de sleutel in bij de garage en voor € 20,- wordt de auto opgehaald en de band geplakt.

Ondertussen doe ik boodschappen bij de supermarkt. Daar kennen ze me allemaal, omdat ik er in de afgelopen jaren voor de table d’hôte  karren vol heb gekocht. In rustiger tijden maken we praatjes, over de vakantie, naar Nederland gaan, breien en andere hobby’s. Nu kom ik binnen en meteen stelt de hoofdcaissière me een vraag die ik niet helemaal goed versta. Ik antwoord dat ik vitamientjes kom halen – en wijs de mandarijnen aan- voor mijn echtgenoot die ziek is. Ze vraagt het nog een keer: “Is het probleem met je auto opgelost? “ Ik begrijp volstrekt niet hoe zij dat nou kan weten. Ze helpt me uit de droom: “Ik zat gisteren in de auto die je liet stoppen”. Dus vertel ik haar dat de auto door de garage gehaald is, omdat Rien te ziek is om de band zelf te verwisselen. “Had dat even gezegd, dan hadden wij dat voor je gedaan.”  Daar klapt je mond toch van open, van zoveel vriendelijkheid? Geweldig, zulke mensen.

Zulke dingen hebben we wel vaker meegemaakt. We waren eens op vakantie in Schotland en zochten de weg naar een camping. Een Schot hield ons staande, vroeg wat we zochten en reed vervolgens wel 10 km voor ons uit, om ons naar de betreffende camping te brengen. Inmiddels was het stikdonker. Voor we het in de gaten hadden, deed iemand de lichten van zijn auto aan, zodat we onze tent konden opzetten. We waren “flabbergasted”  over zoveel hulpvaardigheid.

Geweldige mensen genoeg, maar dat zeggen we niet over de belastingambtenaren hier. Ze nemen ons fors te grazen. De hypotheek op onze boerderij hebben wij helemaal privé afgelost, dus nooit een cent aftrek bij de Nederlandse of Franse overheid. Je zou daarom denken dat dit privé is en blijft. Maar omdat we er een bedrijf hebben gevestigd,  moeten we na de verkoop een forse Plus-Value betalen, belasting over de meerwaarde. Dat voelt als heel oneerlijk, maar we hebben geen keus. Die meerwaarde ( dus ook het spaargeld uit Nederland, dat wij in de camping investeerden)  stoppen we in de verbouwing van het nieuwe huis: na 6 jaar leegstand is er heel wat achterstallig onderhoud. De belastingdienst pakt ons opnieuw: Nu is ons huis meer waard geworden en dus verdubbelen ze de onroerendgoedbelasting. Omdat we een bouwvergunning hebben aangevraagd moeten we formulieren invullen in verband met die onroerendgoedbelasting. En dan volgt er alweer een vervelende verrassing: vanwege het zwembad komt er nog eens een forse aanslag bovenop. Nu wachten we nog op die van de gîte…. En dat is helemaal zuur: de inkomsten uit de verhuur worden sowieso al met 30% belast. Niemand om ons heen betaalt zoveel, tijd dus om een expert in te schakelen. Belasting betalen is prima, maar het moet wel een beetje eerlijk blijven…. Maar is het niet een bekend Nederlands gezegde: Klagers hebben geen nood, pochers geen brood? Zondag had ik in ieder geval nog brood. Maar het zal nog wel even duren voordat ik die ambtenaren hier geweldige mensen ga noemen….

Gisteravond schreef ik deze column, vanochtend kwam deze Dagelijkse Gedachte binnen:  Je mag nooit de wil verliezen om iemand te helpen, ook al is die persoon niet in staat om die hulp te zien, te herkennen of terug te geven. Chico Xavier  

Read Full Post »

Ik kan echt helemaal in de stress schieten als ik een tijdje niks van iemand hoor: Heb ik iets verkeerds gedaan? Er iets uitgeflapt wat niet zo handig was? Een verjaardag vergeten? Mijn gepieker is niet uniek, zo blijkt wel uit dit bekende versje:

Een mens lijdt dikwijls ’t meest
Door ’t lijden dat hij vreest
Doch dat nooit op komt dagen.
Zo heeft hij meer te dragen
Dan God te dragen geeft.

Vaak maak ik me voor niks zorgen. Zo kwam ik pas iemand tegen met wie ik al een tijdje geen contact meer had. Ze was mijn theetante, samen namen we ons werk, onze relaties, familieverbanden, de plaatselijke politiek en wat al niet meer onder de loep. Even  bijbeppen en dan konden we er weer tegenaan. Zomaar ineens leek het afgelopen te zijn. Zij heeft een druk bestaan, wij verhuisden 2 x, maar toch…vaak vroeg ik me af: heb ik soms iets verkeerds gedaan???  Onverwacht loop ik haar tegen het lijf. Het was meteen alsof we elkaar gisteren nog gezien hadden. Daar word ik dus vrolijk van.

Een vrolijke happening was ook de aanvraag van mijn “riante” Franse pensioen. Op Tweede Kerstdag gaan we al vroeg op pad. In Valence aangekomen lopen we de betreffende straat in, maar vinden nergens een huisnummer. Bij een soort busstation wijst iemand ons op een stalen deur.  Die is dicht, er is geen bel. Gelukkig komen er een paar mensen aan die een code intoetsen, zodat ook wij naar binnen kunnen. Een piepklein bord geeft aan dat we naar de tweede verdieping moeten, met een lift waarin afval gedumpt is. We krijgen er een beetje de kriebels van. Gelukkig worden we boven hartelijk ontvangen door een dame die uitvoerig praat over hoe mooi Nederland is, vooral Amsterdam, en dat je er zo fijn kunt fietsen…

De meegebrachte kopietjes zijn niet van belang, mijn in het Frans vertaalde cv wordt ongezien terzijde geschoven: Buitenland, niet nodig. Dan komen er meer teleurstellingen: “Als u het pensioen nu opvraagt, levert  dat een strafkorting op van zo’n 29 %”. Hallo, waarom stuur je dan een bericht over mijn recht op een pensioen? Tweede minpunt: “Weet u dat er ongeveer 30% ingehouden wordt aan sociale zekerheid en belastingen?” Tel uit je winst: De benzine naar Valence, de parkeergarage, een kop koffie voordat we weer terugrijden…weg is mijn hele pensioen. Ik zie er de grap wel van in, het is toch een leuke besteding van die Tweede Kerstdag.

Dan is er nog zo’n contact dat ineens weer opbloeit. Een aantal jaren geleden heeft een stel Amerikanen hier een ruïne gekocht. Inmiddels staat er een mooi huis, maar voor het zover was  huurden ze regelmatig een appartement bij ons, om de volgende bouwetappe te regelen. Als we de camping verkopen en niet meer regelmatig langs hun huis rijden, verliezen wij hen uit het oog. Dat komt natuurlijk ook, omdat zij hier alleen maar tijdens de schoolvakanties zijn. En ineens sta ik achter hen bij de supermarkt. Wij Nederlanders zeggen dan meteen: “Kom je eens langs om wat te drinken?” En zij komen inderdaad langs.  Ook hier valt de periode die we elkaar niet hebben gezien, zo in het niet.  Zij vertellen ons interessante dingen over hun baan als leerkrachten aan een Internationale School in Verweggistan. Dat je zomaar 3 weken zonder water komt te zitten, in het meest luxueuze deel van de hoofdstad van dat land. Daar kunnen wij ons niks bij voorstellen, met zoveel water als je maar wilt. Wij geven hen weer antwoord op al hun vragen over een verblijfsvergunning, een Franse auto, de ziektekostenverzekering enzovoort. Het enige dat knap vervelend is, is het zoeken naar de Engelse woorden. We wonen hier nu 13 jaar en in dit soort zaken hebben we de Franse woorden eerder paraat dan de Engelse…Maar we begrijpen elkaar.…

Het plaatje is wel mooi..

Het plaatje is wel mooi..

We gaan nóg een keer naar Valence. Het is mijn verjaardag en ons feestje met vrienden is een week later. Zoals ieder jaar eten we in hetzelfde restaurant in het centrum, maar wat valt dat deze keer bar tegen. De Souris d’agneau braisée, lamsvlees dat urenlang zacht moet sudderen, is taai als een leren lap. De aardappelpuree en de groenten zijn helemaal uitgedroogd. Dat kun je zo echt niet serveren.

Maar het volgende programmaonderdeel maakt alles helemaal goed: we gaan naar het Musée des Beaux Arts, net als het Rijksmuseum na een lange verbouwing pas heropend. Het is gebouwd op de overblijfselen van een oeroude muziektempel en het voormalig bisschoppelijk paleis. Vanaf die eerste periode is er onophoudelijk gebouwd, verbouwd en aangebouwd. Er is een middeleeuwse toren uit de 12e eeuw,  een zuilengang met spitsbogen uit de 15e en 16e eeuw, een ruim herenhuis met haar voorplein en een schaduwtuin. Plus twee prachtige buitenterrassen met een werkelijk adembenemend uitzicht ( van 360 º)  over de bergen van de Ardèche, de Vercors, de stad Valence en de vallei van Rhône.

Het gebouw is megagroot en omvat 6 niveaus. Zoals in veel musea zijn er afdelingen voor de prehistorie, archeologie, schilderkunst, en voorwerpen zoals munten en stenen kruiken of meubels. Ook is er hedendaagse kunst. Maar wat ik het meest bijzonder vind, dat zijn de stenen vloermozaïeken. In Die bevindt zich in de Chapelle Saint Nicolas een prachtig mozaïek uit de twaalfde eeuw. Maar ver voor die tijd had Luc-en-Diois, hier 18 km vandaan,  al een heel mooi exemplaar. Ongeveer 120 jaar voor Christus vochten de Romeinen tegen de Galliërs, ook in de vallei van de Drôme. Luc-en-Diois was toen de hoofdstad van de Voconces, een gebied zo groot als het huidige departement de Drôme. Uit die periode dateert een superbe mozaïek van ongeveer 20m2. Steentje voor steentje is dat overgebracht naar het museum van Valence.

Het is een geometrisch “tapijt”,met  Grieks-Romeinse motieven, vooral zwart-wit en een enkel kleurelement, zoals de slinger van bladeren van een wilde vijg op een zwarte ondergrond. Dit plaveisel geldt als een van de mooiste en opmerkelijkste van alle “Narbonnais” ( Dat is de naam van een Romeinse provincie, het  hele gebied tussen de Alpen en de Franse zuidkust).  Er zijn er nog veel meer te bewonderen in het Museum van Valence.. Voor 1 middag is het allemaal teveel, dus we gaan nog een keer terug…

En dan weer naar huis. Rien werkt met zijn handen aan de studio, ik met mijn hoofd. Hij doet nu werk dat je later nooit zult zien: uitdenken waar je water en elektra nodig hebt. De Portugezen maken in 1 dag alle gleuven in de muur, Rien stopt de kabels erin en dan wordt het meteen weer dichtgesmeerd. Volgende week de muren en het plafond stuken en daarna begint het leuke werk. Mijn taak ook, de kleuren, het verven, de inrichting.

Belvedère vanaf het museum

Belvedère vanaf het museum

En met al die wisselende contacten is mijn decemberdipje weer voorbij…

Geluk bestaat niet uit grote dingen bereiken,
maar uit kleine dingen waarderen.
Olaf Hoenson  Red. Dagelijkse Gedachte

Read Full Post »