Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for januari, 2013

Vorige week is Rien 65 jaar geworden. Bejaard noemden ze dat vroeger,  mensen waren toen blij als ze die status hadden bereikt.

Tot na de Tweede Wereldoorlog gold het kostwinnersmodel. De man werkte voor het gezin, de gehuwde vrouw werd geacht thuis voor de kinderen en huishouding te zorgen. De kostwinner bleef werken tot hij er bij neerviel, want de AOW bestond toen niet. Landarbeiders bijvoorbeeld moesten toen de aardappelen nog met de hand rooien. Dat valt niet mee, als je de zestig gepasseerd bent. De uitdrukking: “je dood werken ” krijgt zo betekenis.  Dus dat Vadertje Drees in 1947 de Noodwet Oudedagsvoorziening bedacht, (die later veranderde in de AOW), was niet zo gek. Oudere werknemers mochten daardoor op hun  65ste stoppen met werken.

Wikepedia geeft bij bejaarde een aardige tekst:  Bij bejaardheid denken mensen al snel aan allerlei lichamelijke ongemakken als gevolg van de leeftijd en het afhankelijk zijn van hulpmiddelen als een wandelstok, looprek, rollator, maaltijden van tafeltje dek je en  meer medicijngebruik. Dit gaat echter lang niet voor alle oudere mensen op. Steeds vaker zijn ouderen gezond en fit.
Rien is zeker niet bejaard. Een wandelstok gebruikt hij uitsluitend bij bergwandelingen en de maaltijden kan hij prima zelf maken, al stelt hij mijn tafeltje-dek-je ook op prijs….Toch verandert er wel wat in onze leefstijl.

Zo’n dertig jaar geleden was ik beleidsambtenaar in een klein team van leeftijdsgenoten. Op een van de collega’s kon je de klok gelijk zetten. Stipt om 5 voor 12  maakte hij zijn bureau leeg, fietste naar huis voor de lunch, kwam weer binnen om 13.30 uur, om vervolgens door te werken tot 5 voor half zes. Hij vertelde hoe zijn avondprogramma eruit zag: Als de kinderen naar bed waren, dronk hij 1 kop koffie en om kwart voor negen nam hij met zijn vrouw een appeltje en een glas water. Een uurtje later gingen ze dan naar bed. Ik gruwde van zo’n geregeld leven. Dat moest wel echt heel erg saai zijn…

Wij zaten toen nog midden in onze wilde jaren. Vrienden van ons hadden een sauna, na de laatste gang werd het altijd bijzonder gezellig. In de ochtendjassen sloegen we menig drankje achterover. Op een keer was het wel erg laat geworden. We hadden geen zin meer om ons aan te kleden.  Prompt werden wij aangehouden, samen met toenmalige vrienden. Wat zullen die agenten gedacht hebben van 2 auto’s met mensen in ochtendjassen, zo diep in de nacht?

Was dit in een weekend, ook op doordeweekse avonden vierden we feest. De badminton was op maandagavond. Als de bar om half 2 dicht moest, ging het feest nog regelmatig door bij iemand thuis. We zijn wel eens om half 6 naar bed gegaan, waarna we om 8 uur les moesten geven. Maar dat was de categorie “eens, maar nooit meer”, want dan zit je jezelf behoorlijk in de weg. En dat nog los van de verantwoordelijkheid die je hebt t.o.v. je leerlingen… We speelden toen ook competitie, Rien en ik zaten in hetzelfde team. Na een feest op een vrijdagvond  moesten we op zaterdagochtend tegen de koplopers spelen. En ook al zag ik alle pluimpjes dubbel, we deden het toch nog heel behoorlijk…

Engel was ook lid van die club. In die tijd was hij impresario en bemiddelde o.a. voor Thijs van Leer en Jan Vayne. We woonden van hen verschillende huiskamerconcerten bij. Op een dag belde hij op: “Hebben jullie zondagmiddag iets te doen? Zo niet: ik heb een theater afgehuurd en Lenny Kuhr komt daar optreden”. Het was echt een leuke middag, dus toen hij een volgende keer belde met de vraag of wij zaterdagavond iets hadden, ging ik er meteen vanuit dat het weer zoiets  zou zijn. Nou nee, wij hadden een keer tegen hem gezegd dat hij eens moest komen barbecueën. Zijn vrouw was zaterdag jarig en nu wilde hij haar de barbecue bij ons aanbieden, als cadeautje…Ik was met stomheid geslagen.

Die vindingrijkheid overviel me vaker. Toen ik lid was van de Tweede Kamer, moest Rien zich de eerste keren legitimeren als mijn echtgenoot, voordat hij langs de beveiliging kwam. Engel niet, die stond volkomen onverwacht naast mijn bureau. Dat flikte hij ook tijdens de WAO-crisis, in de negentiger jaren. Het partijcongres van de PvdA was uitsluitend voor genodigden en dat werd ongelooflijk streng bewaakt.  Ik zat op de afgeschermde gastentribune en plotseling zat Engel naast me. Hoe hij binnenkwam wilde hij niet vertellen…

Bij een lustrum van die sportclub liep het ook een beetje uit de hand. De toenmalige voorzitter, in zijn functie een ongelooflijk stijve hark, zong samen met een ander bestuurslid “Put your shamelips on my shoulder…” Juist omdat hij dat zong, zat de stemming er meteen in. Toen de partij daar was afgelopen, gingen we op weg naar het huis van een van de feestvierders. Hoe het kwam weet ik nog steeds niet, maar plotseling liep ik met een mooie man aan de ene  kant van het gaas, terwijl de rest van de groep aan de andere kant stond. Aangekomen bij het huis van de gastvrouw viel deze zo pal achterover op straat, oorzaak drank. Maar ze was niet beschadigd, dus het bedierf de sfeer volstrekt niet. Het was gelukkig in een weekend, we konden doorgaan tot het ochtendgloren.

Maar de wilde jaren gingen voorbij. Doorhalen tot diep in de nacht en de andere dag weer fit en vrolijk opstaan, dat ging steeds moeizamer. En dan sta je voor de vraag: Hoe leuk is het om door te feesten en te beesten, als je daar minstens een dag stuk van bent?  We hebben er niet echt een principebesluit over hoeven te nemen. Hier in Frankrijk, zeker op het platteland, worden feesten anders gevierd. Met eten, heel veel eten en dat urenlang.

En wat doen wij, als we niet bij anderen eten? We drinken na de maaltijd een kop koffie en wat later op de avond eten we een appeltje en drinken een glas water. Saai he?

Misschien is bejaard niet het juiste woord, maar bedaard zijn we inmiddels wel….

PS 1: Als deze column net klaar is, volgt het bericht van de abdicatie van Koningin Beatrix. Ook aan haar bewaar ik bijzondere herinneringen. Heb namelijk een kopje thee met haar gedronken -met één koekje-, echt! Ze ontving alle leden van de Tweede Kamer voor een kennismakingsbezoek. Een collega van het CDA, Ank Bijleveld, nu Commissaris van de Koningin in Overijssel, en ik kwamen allebei uit Overijssel, waren beiden jong en hadden ook nog eens een soortgelijk takenpakket. We werden dus 1000 keer verwisseld, maar niet door de Koningin. Die wist exact dat ze met Ank kon praten over de bijstandswet en met mij over fraude. En alles zelf voorbereid, in handgeschreven oneliners, ze wist echt waar ze het over had…Ik werd op slag Oranjegezind. Ook Rien heeft leuke herinneringen aan haar. Hij vergezelde me op onze eerste Prinsjesdag samen, ik in het vak van de Staten-Generaal, hij in het gastenvak. Toen Beatrix binnenkwam, had ze duidelijk oogcontact met Rien. Later, bij het 12,5- jarig regeringsjubileum, stond zij vlak bij ons. Ook al had ze haar eigen Prins op het witte paard aan haar zijde, je zag haar denken: Waar ken ik die mooie man van? Maar ja, we zaten niet op het niveau dat we konden zeggen: hé, kom je eens een borrel drinken?We moeten het doen met de leuke herinneringen…Ik wens haar wel een lang, gezond  en bedaard leven toe!

PS 2. Voor de mensen die niet via een aparte mail op de hoogte gesteld zijn van onze nieuwe website , hierbij de naam: http://www.masdeaaugusta.com. Misschien wat ingewikkeld: de Mas ( Provençaalse hofstede) Dea Augusta, dat is de naam van ons bedrijf. De site is het bezoeken waard….vinden wij

Read Full Post »

 

Veel mensen vinden wat hen zelf overkomt vaak heel erg. Een beetje relativeren helpt dan. Zo word ik op dit moment stapelgek van de Franse bureaucratie, relativeren brengt dat naar de juiste proporties terug.

De onroerendgoedbelasting is, net als in Nederland, gesplitst in een deel voor het eigendom en een deel voor de bewoning, resp. Taxe Foncière en Taxe d’Habitation. Maar anders dan in Nederland gaat het hier om 2 formulieren, die op 2 verschillende tijdstippen in de brievenbus vallen.We hebben inmiddels al een paar flinke aanvaringen met de Belastingdienst achter de rug. In het derde jaar dat we hier woonden, stuurden ze plotseling de genoemde belastingen naar ons voormalige adres in Nederland, waardoor er te laat werd betaald. Zonder discussie 10% boete erover heen, maar dat werd zo weer terug gedraaid. Terwijl we al jaren ieder kwartaal via de accountant onze BTW-aangifte deden, kregen we zomaar een boete van € 800,-. Zonder dat ze het verteld hadden, werden we verplicht die aangifte maandelijks te doen. En omdat we dit niet wisten, waren we 2 maanden over tijd. We konden praten als Brugman, we móesten het per maand regelen. En idioot: bij de eerstvolgende maandelijkse aangifte werden we alweer gecorrigeerd. We waren namelijk een kwartaalbedrijf….Hoe vaak hadden we dat al niet gezegd?

Met de televisie in de receptie ging het net zo. Ik dacht dat het kijk- en luistergeld betaald was, vroeg daarover inlichtingen, maar het antwoord liet op zich wachten. En dus kreeg ik een boze ambtenaar over me heen, die dreigde met een boete van € 300,-. De accountant adviseerde om niet te reageren, omdat we de gevraagde bijdrage al betaald hadden. Wat schetst onze verbazing? Een half jaar nadien werd het bedrag –onterecht- teruggestort. Vanwege alle heisa heb ik niks gezegd. Daarna regelden we zoveel mogelijk een automatische incasso, een prélèvement. Dan kan er niks fout gaan…zou je denken.

Maar we liggen alweer in de clinch met een dame van de Impôts. We ontvangen de Taxe Foncière, zien het woord prélèvement staan en ruimen de papieren netjes op. Automatisch betaald, denken we. Maar we zijn even vergeten dat inmiddels onze zakelijke rekening is opgeheven. Als ik daar zelf achter kom, is de uiterste betaaldatum 5 dagen overschreden. Ik schrijf dit dezelfde dag in een brief, doe er een cheque bij en een  zogenaamde RIB,om de automatische incasso ook voor volgend jaar te regelen. Toch krijg ik een boete van 10%. Een beetje aangebrand vervoeg ik me bij de Impôts, waar me geadviseerd wordt om schriftelijk te verzoeken de boete te laten vervallen. Als ik de brief de volgende dag breng, heb ik ook een cheque bij me voor de Taxe d’Habitation. Van de eerste belasting hoor ik nooit meer iets, bij de tweede gaat alles mis wat er mis kan gaan. Eerst ontvangen we een brief dat er dubbel betaald is. Ik  meld meteen dat dit niet klopt, maar ja, het zit al in de mallemolen. Als het geld op onze rekening staat, breng ik een tweede cheque, om dat weer glad te strijken. En dan, begin januari, hebben ze me in de hoogste boom: een aanslag plus 10% boete omdat ik niet op tijd betaald heb. Als ik nog wat behendiger in de Franse taal zou zijn, had ik gezegd:  Allemaal de pot op, jullie.….

Even zo vrolijk bellen ze mij een paar dagen later op om het adres van de vorige bewoner te achterhalen. Een gemeentelijke basisadministratie kennen ze hier namelijk niet.

Met de vergunningen hebben we ook al zo’n gedoe.  De goedkeurende verklaringen van de Nationale Schoonheidscommissie zijn binnen, en het is een kwestie van simpel afwerken. Maar nee, als er 2 maanden voor staat, dan wachten ze tot de juiste dag. Dat weerhoudt ons overigens niet: we beginnen gewoon. Toch leiden al die vergunningen er wel toe dat het hier beetje bij beetje mooier wordt. Daar geniet ik echt van, bijvoorbeeld ‘s avonds bij het sluiten van de gordijnen:  de simpele lampen van een bouwmarkt verlichten de oprijlaan zo prachtig. Af en toe ben ik dan bang het te mooi is, dat het ons te goed gaat, en dat er dus wel een kink in de kabel zal komen. En dan staat Tegenspoed op de stoep.…

sneeuw

In 2003 kwam een jonge, hongerige rode kater  op de camping voedsel zoeken. Hij was niet meer weg te slaan. Het hele terrein maakte Paljas vrij van zwerfkatten, hij was echt heer en meester. Twee jaar later kwam er een kitten onze camping op gelopen. Ik wilde geen derde kat, maar ja, zo’n kleintje is wel heel vertederend. Een paar jaar later nam deze Koen de leiding over van Paljas en je zag dat de grote beer van vroeger steeds een beetje verder in schrompelde. Hij werd ziekelijk, met vaak bronchitis. Bij onze verhuizing naar het tijdelijke huis is het Koen die daar vecht met een wilde boskat: Ho, hier woon ik nu, en je laat ons en vooral de kleine Abessijn met rust. Hij moet het bekopen met een flinke jaap in zijn bil, maar dat weerhoudt hem er niet van om het gevecht aan te gaan, telkens als de bedreiger langs komt.

Eenmaal terug in Die loopt Koen eerst een paar keer terug naar de camping, tot hij een nieuw doel heeft: onze eigen poezen beschermen tegen de katten uit de buurt. Die laten zich het terrein, dat de afgelopen jaren van hen was, niet zomaar afpakken. Koen is de klos, die loopt opnieuw een flinke vleeswond op. En dan is Paljas ineens weer ziek, een vuurrode keel. Hij besmet ook Koen, dus beiden gaan ze naar de dierenarts. Een andere deze keer, ik wil wel eens een second opinion voor Paljas. De uitslag is heel naar: beide heren hebben de FiV, ook wel kattenaids genoemd. Op zich gaan ze hieraan niet dood, maar ze worden wel gevoeliger voor allerlei ziektes. Uiteindelijk kan hun lichaam die niet meer bestrijden. Ook al kan dat nog jaren duren, het is geen prettige gedachte.

En toch is ook dit klein leed in vergelijking met wat sommige anderen overkomt. Op Domaine du Mûrier hadden we vooral een wat ouder publiek, met veel vaste gasten. Door een scherp geheugen kan ik veel van hen “uittekenen”. Als iemand ernstig ziek is, onthoud ik dat. Soms mail ik met de vraag hoe het gaat, soms durf ik dat niet goed. En een enkele keer is de dood me te snel af. Daar baal ik van. Als mensen besluiten niet meer terug te komen… soit, dat is een vrijwillige keus. Dat wij de camping hebben verkocht en we daardoor misschien heel wat bekenden  mislopen, ook daar kan ik mee leven. Maar mensen nooit meer terugzien  omdat ze – te vroeg- zijn gestorven, dat kan ik niet goed verdragen. In de afgelopen 2 jaar overkwam het ons al 4 keer. (Natuurlijk is dat voor de achterblijvers veel erger, dat besef ik uiteraard.)

Pas gebeurde het weer. Een sportvriend, aan wie we prachtige herinneringen hebben, moest een ongelijke strijd opgeven. Werk zorgde indertijd letterlijk voor afstand tussen ons, maar we bleven al die jaren contact met hen houden. Eenmaal waren ze te gast op Domaine du Mûrier en het was alsof we elkaar gisteren nog gezien hadden. Wat was het fijn, samen! Ze gingen nooit 2 x naar dezelfde vakantiebestemming, vertelden ze, maar stiekem hoopten we dat wij de uitzondering op de regel zouden zijn. Helaas, dat gebeurt dus niet meer. Maar de mooie herinneringen aan hem toveren elke keer een glimlach op mijn gezicht.

En tegelijk denk ik: Is een dierbare verliezen, niet heel veel erger dan bijvoorbeeld de bureaucratie in Frankrijk?  Is een persoonlijke crisis niet veel erger dan een financiële crisis? Dagelijkse Gedachten heeft ook deze keer weer een toepasselijke spreuk:

Koester niet je bezittingen. Koester mensen.
Anthony J.D’Angelo  

Read Full Post »

De verkoop van ons bedrijf heeft er natuurlijk ingehakt, al is de fase van donder en geweld nu grotendeels voorbij.
Vanaf 2003 werden we regelmatig benaderd met de vraag of we onze camping wilden verkopen. Zo kwam er eens een soort Malle Pietje langs met de vraag “of hij ons bedrijf even mocht zien”, want de regio had verteld dat het te koop was. Ik heb hem per omgaande teruggestuurd naar de betreffende dame. Toch kwam er nog een volgende gast, een vrouw met wie ik een prettig contact had ( omdat ze op een andere camping werkte). Ze zat in de denkfase, vroeg daarom of ze mocht komen praten. Dat was goed, zo hebben we immers ook onze beste vrienden hier leren kennen. Maar de vriendin die ze meenam, maakte het binnen een paar minuten te bont. Die vroeg meteen naar onze accountantsverslagen. Op mijn vraag of ze überhaupt een camping kon betalen, reageerde ze alsof ik naar haar seksleven informeerde. Ook kwamen er verschillende mensen voorbij die nog steeds denken dat je in Frankrijk huizen en campings voor een appel en een ei kunt kopen. Soms had ik er wel lol in, soms werd ik razend, bijvoorbeeld die keer dat iemand zonder iets te vragen zomaar onze schuren binnenliep.

Jaren later schakelden we een makelaar in met als extra opdracht alle fantasten bij ons vandaan te houden. En dat deed ie. De eerste kijker met wie de makelaar aankwam, wist precies wat hij zocht, wat hij kon en wilde betalen. En –belangrijker eigenlijk -, de man paste goed bij ons en het bedrijf. Ik heb hele columns kunnen vullen met de stroomversnellingen waarin we daarna terechtkwamen. Nu 2012 voorbij is, is ook de officiële relatie met de camping over: we waren volgens het contract verplicht om een jaar lang bijstand te verlenen bij problemen. ( Wat niet wegneemt dat we nog steeds een plezierig contact hebben).

Inmiddels is er op een andere wijze sprake van donder en geweld. Nu we ons eigen huis een beetje op orde hebben, moet de gîte gerealiseerd worden, tegelijk met het zwembad. Dat laatste was niet zo’n eenvoudige beslissing. Op Internet vind je prachtige aanbiedingen van wat ze hier een coque noemen: zo’n blauwe, kant-en-klare bak. Als je die bestelt, komt er een vrachtwagen en die takelt hem zo in een door jou gegraven gat. Maar wie is ervoor verantwoordelijk dat die bak er waterpas inkomt? En hoe zit het met de garantie? Een tweede optie is een zogenaamde kit kopen, een bouwpakket, uit te breiden met telefonische begeleiding. Onze Franse leraar heeft dat gedaan. Het heeft hem pakweg 130 dagen werk gekost en 50 telefoontjes. Dat zien we onszelf niet doen. Het meest luxe is de pret à plonger, dan wordt het zwembad plonsklaar opgeleverd. Omdat de gîte af moet en ook de tuin nog moet worden verfraaid, hebben we voor deze laatste optie gekozen. Op 5 maart gaat de graafmachine aan de slag, een paar dagen later wordt het beton in de panelen gestort, 21 droogdagen….en plonsen maar ( begin april, brrrr). Omdat we in de showroom meteen hebben beslist, kregen we een jacuzzi plus jetstream cadeau. ( De foto is een animatie, het zonneterras eromheen is niet ingetekend)

 

Dus nu hebben we tijd voor de gîte. Bouwvakkers Nozem en Jojo hebben 2 weken vrij van hun werk. Om 7.30 uur staan ze bij ons op de stoep en werken door tot 18 uur. De tweede dag nemen ze extra hulp mee, krachtpatser Porgy, afkomstig uit Moldavië. Op basis van verhalen van een vorige hulp dachten we dat ie daar net uit de klei kwam. Het tegendeel is waar. Hij is een in Frankrijk opgeleide acteur, die perfect Frans spreekt. In zijn eigen beroep kan hij niet aan de slag en dus werkt hij als opperman in de bouw. Ineens gaan de gesprekken tijdens de koffie over politiek, Nederlandse recepten, bekende Nederlandse films enzovoort. Alweer een bijzondere ervaring.

En wat gaat het werk dan met donder en geweld! Rien kan de mannen nauwelijks bijbenen met de leidingen voor elektra en water. Want alles moet tussen het isolatiemateriaal geleid worden, voordat de wanden “dicht” gaan. ( Dat gaat dus ook een paar keer mis: wand dicht, leiding vergeten….) Als de mannen pauze hebben, werkt Rien nog even door. Binnen een paar dagen zijn alle wanden en plafonds geïsoleerd, liggen de leidingen op de goede plek, zit er een afvoer voor de douche en is er een nieuw keukenraam geplaatst. De gipsplaten zijn “gegipst”, dus pleisterwerk op de naden en dan weer afschuren…wat een tempo en wat een stof! Na 3 dagen stoppen ze even, rondom Oud en Nieuw, en dat vinden we helemaal geweldig. Nu kunnen wij rustig naar Valence, een keuken uitzoeken en tegels voor de badkamer. We gaan voor de classificatie van 4 sterren, dus het moet echt mooi bij elkaar passen. Met de keuken boffen we: een mooi standaardmodel, uit te breiden met een ingebouwde vaatwasser. Dat betekent dat we de oude keuken nu op leboncoin, een soort Marktplaats gaan zetten. Daar hadden we al een diepvries op geplaatst en binnen 2 dagen hebben we 25 reacties. Ook de oude poort zijn we zo kwijt. Dat schept ruimte in een garage waar straks mijn buitenplanten moeten overwinteren. Misschien dat de jongens nog tijd hebben om de garagedeuren daar te vervangen door openslaande deuren en een raamkozijn. Grappig verschil met Nederland: dit soort deuren koop je met de kozijnen in 1 pakket en standaard met het glas erin. Plus een sticker erop: de kwaliteit is zodanig dat het energiebesparend is en dus krijgen we een lager BTW-tarief…

Al die dagen ben ik bezig met de catering en met de administratieve rompslomp rond de vergunningen. Alhoewel we al mondeling toestemming hebben voor zowel het appartement als het zwembad, moet het een en ander nog formeel worden afgehandeld. Dus eerst een goedkeurende verklaring vragen van de architect van de nationale schoonheidscommissie, Bâtiment de France, omdat we in een beschermd gebied wonen. Dat avis favorable heb ik gelukkig. Daarna de bureaucratische mallemolen in. Als ik alles netjes heb ingevuld, moet het toch ineens een bouwvergunning worden in plaats van de simpele aanvraagmethode. En dat gaat dan alleen om het veranderen van de garagedeuren in een open raampartij, de buitenkant dus.

Het zware werk is nu af met de gîte, de leuke karweien moeten nog. Hoe goed we zelf ook kunnen klussen, Nozem kan nu eenmaal beter betegelen en Dinges kan gewoon beter verven.
Jojo is perfect met de muren en de deuren. Samen hebben ze ook nog goede ideeën over hoe dingen aan te pakken, welk materiaal we moeten kopen enzovoort. Half januari gaan zij daarmee verder. En wij werken gewoon door, maar nu wel in ons eigen tempo. plattegrond

Niet alles wat met donder en geweld gaat, loopt ook goed af. Jojo denkt dat hij de nieuwe poort zelf open kan maken en weet het zo volkomen te ontregelen, dat er nieuwe elektronica in moet. En ik spuit 2 maal achter elkaar na het douchen niet lak in mijn haar, maar de luchtverfrisser voor het toilet. Dus een beetje meer rust in de tent, dat kan geen kwaad…
Een mooi motto voor 2013!

Read Full Post »