Feeds:
Berichten
Reacties

En colère, woest

logo-pole-emploiSoms zie je op de televisie mensen die in blinde woede alles en iedereen willen beschadigen. Ik heb dat stadium nooit bereikt, al kan ik best nijdig worden. Je hebt wel eens van die dagen dat er van alles misgaat: de poes maakt een haal in je nieuwe trui, je laat iets moois uit je handen vallen en als toppunt krijg je na het tanken de dop van de benzinetank niet meer dicht. Dan kan ik met een kwaaie kop wel eens stampvoeten bij die auto. Erger wordt het niet, want “Fuck!” of “Kut!” roepen is niet echt ladylike, zo kwaad ben ik toch ook weer niet.

Maar deze week was ik heel dicht bij die blinde woede. Ik had zelfs zin om Rien een mep te geven, terwijl die in al zijn onschuld alleen maar een vraag stelde om me verder te helpen.

Hoe het zo ver kwam?cheques

Al vanaf 2004 werken we met de cheques d’emploi. Door dat systeem wordt persoonlijke arbeid niet zwart maar wit betaald. Het gaat dan vooral om de huishoudelijke hulp en de tuinman. In het begin moest dat met een speciaal chequeboek van de bank. Maandelijks was er 1 exemplaar voor de werkster en  moest ik 1 opsturen, totdat het geautomatiseerd werd. En dat was zo simpel, dat ik het aan Fransen, die niet zo handig zijn met de computer, uit kon leggen.

Op een gegeven moment werd het systeem ook ingevoerd voor kleine zelfstandigen, om de administratieve lasten te verminderen.Moedig begon ik aan die klus. Naam, adres en woonplaats invullen was niet zo lastig, maar daarna. Ik moest een belastingpercentage invullen. Wat? Welk percentage? Hoe hoog? Over welk bedrag? Als je een vraag oversloeg, kon je niet verder. Liep je even bij de computer vandaan, dan was de site verdwenen, met alle gegevens. In die tijd viel ons Internet er regelmatig uit, alles dus weer weg. Ik heb wat gemopperd toen. Uiteindelijk heeft de accountant het opgelost en waren we het geld dat we dachten te besparen aan haar kwijt. Dus de jaren daarna deed zij de loonadministratie voor onze 5 parttimers.

C., die op de camping al het tuinwerk deed, is sinds vorig jaar weer terug bij ons en ze krijgt betaald met de cheques d’ emploi. Voor de winter 2015 vroeg zij mij ineens om de formulieren betreffende het einde van het contract in te vullen. Een vriendin van haar, die 10 jaar op die manier had gewerkt, kreeg kanker, kon niet meer werken en hoopte op een uitkering. Maar omdat zij haar dienstverbanden niet kon bewijzen kreeg ze uiteindelijk niks. Dat wilde C. graag voorkomen. Bovendien schijn je een boete te krijgen van € 750,- als je dat als werkgever nalaat. Onwetend welke administratieve ramp me boven het hoofd hing, zegde ik het toe. De formulieren ” einde contract” en “alles afgerekend” waren gemakkelijk te vinden op Internet. Van het andere formulier, over hoeveel uren er per maand waren gewerkt en tegen welk loon, had ik vorig jaar een kopie gemaakt. Hoe moeilijk kan het dan nog zijn ? Nou, ondoenlijk dus. En het is ook nog eens volkomen overbodig om dat in te vullen, want ze weten alles al. Zoals je in Nederland vroeger het Sofinummer had en nu de DiGiD, zo wordt alles wat met uitkeringen en werk te maken heeft, in Frankrijk geregistreerd met het secunummer, dat van de sociale zekerheid. Elke maand geef ik het aantal uren op en ook wat ik betaald heb. Per omgaande ontvang ik een mail over hoeveel geld ze gaan innen als werkgeverslasten. Bovendien heb ik inzage in de loonstroken die de werknemer ontvangt.

imagesrryuuy9tTel het gewoon even op of maak er een computerprogramma voor. Nee, ik moet zelf op zoek. Het eerste thema op Google gaat over de fusie tussen de Assedic en de ANPE, zeg maar het Arbeidsbureau en de uitkeringsinstantie. Niet erg actueel, ik denk dat die fusie 10 jaar geleden plaats vond. Nu heet dat Pole Emploi. Oké, naar die site dus. Onze gebruikersnaam en het wachtwoord van vorig jaar zijn verlopen, Rien maakt daarom nieuwe aan. Dan kom ik in een domein voor de particuliere werkgever. Dat lijkt me goed. De eerste 2 formulieren vind ik, een uitleg hoe het derde ingevuld moet worden, ook. Maar het formulier zelf ontbreekt. Klik hier, staat er, en dan zit ik weer in de openingspagina. Nog een keer geprobeerd, niks. Tien keer herhalen levert alleen maar meer ergernis op. Rien doet ook een poging en daarna zijn gebruikersnaam en wachtwoord weer ongeldig, want gebruikt vanaf een andere computer…

Pontaix

Pontaix

Ik probeer het opnieuw: voor het opvragen van het formulier moet je gecertificeerd zijn. Wat is dat? Hoe doe ik dat? “Ga naar de pagina met vragen” Daar staat: “Welke formulieren heeft u nodig bij einde contract?” Ja, zover was ik al. Dan ” nous contacter” maar eens geprobeerd. Dus ik begin aan een mail, die halverwege gewoon verdwijnt. Grrrrr.

Het contactformulier met de vraag versturen lukt ook niet. Dan de URSSAF maar eens een mail gestuurd. Dat is de instantie waar de hele regeling van de cheques d’ emploi wordt uitgevoerd. Antwoord: men verwijst naar de website van de Pole Emploi. Grrrr.

Als Rien op dat moment nog een suggestie doet, is het kookpunt bereikt. Ik kan me nog nét beheersen… De volgende dag dezelfde ellende, tot ik plotseling op een organisatie stuit voor gesalarieerden in zeer kleine bedrijven. En daar zie ik het formulier, niet een printversie, maar dat kan Rien natuurlijk wel regelen.

C. helpt met het invullen en dan kan het worden verstuurd. Zelf heeft ze 7 werkgevers. Vorig jaar leek het erop dat ze in de winter werkloos zou zijn, dus alle werkgevers moesten die formulieren invullen. En C. moest zorgen voor voldoende kopietjes, 110 in totaal. En daarna kreeg ze een andere baan, dus ze had ze niet nodig. Bij dit soort zaken zeggen wij vaak: die Fransen hebben de bureaucratie uitgevonden.

Met C. hebben we altijd leuke gesprekken tijdens de koffie- of theepauze. Vaak gaat het over taal. Zij werkt ook bij een ander Nederlands echtpaar, praat nooit over hen, maar deze keer zegt ze over de heer in kwestie: ” Hij is een echte Jonkelman.” Het duurt een hele tijd voordat we snappen dat ze gentleman bedoelt. Zij lacht wel 1000 x over onze uitspraak, nu mogen wij een keertje. En ach, ik ben daardoor niet meer woest.

Hele bomen gaan mee met de stroom

Hele bomen gaan mee met de stroom

 

Wel woest: de rivier de Drôme. November is hier vaak een regenmaand en dat is op zich heel goed voor de natuur. Die kan zich dan lekker volzuigen voor de komende zomer. Maar de regen valt nu wel echt met bakken uit de lucht. Gelukkig niet 24 uur per dag, tussendoor kunnen we nog wel even op een terras zitten en genieten van de zon.

Dat er heel veel water valt, is goed te zien aan de rivier. Die is vele malen hoger en breder dan in de zomer. De sterke stroming neemt alles mee wat in de weg ligt: hele bomen zien we voorbij drijven. Bij Volvent, een dorp in het zuiden van de Drôme, is een nieuwe brug bijna klaar, als het het regengeweld losbarst. De noodbrug spoelt daardoor mee met de stroom. Gelukkig kunnen de inwoners wel gebruik maken van de nieuwe brug. Dat was heel anders in 2003, toen de brug in Die door de sterke stroming werd verwoest. Drie weken waren we afgesloten van de wereld. Maar goed, er vielen geen doden en de rest is te vervangen. Hier kwam een mooi en stevig viaduct, ook bestand tegen een woeste rivier. En de brug in Crest ligt er ook gewoon nog…

De brug bij Crest

De brug bij Crest

 voetBijna 10 pond woog ik bij de geboorte, meteen was ik een gewichtig persoon. Mijn voeten moesten die last al die jaren ( ver)dragen en dat ging niet altijd goed.

Net uit de studiebankjes, als buurtopbouwwerker, deed mijn kleding er nog niet zo toe. Twee jaar later hopte ik naar een andere job, waar ik een immens lange wachttijd voor het spreekuur van een woningbouwstichting moest oplossen. Daar zat ik dan, als snotneus, te luisteren naar mensen die dubbel zo oud waren en problemen kenden waar ik geen enkel benul van had. Keurige kantooorkleding droeg eraan bij dat ik enig gezag kreeg. In de volgende baan, als lerares Maatschappijleer, kon ik weer eventjes vrijbuiteren, maar daarna als schooldecaan was het gedaan met de pret. Mijn kleren moesten wel bij de functie passen.

Met het beklimmen van de maatschappelijke ladder nam ook de hoogte van mijn naaldhakken toe. Net voordat ik in de Tweede Kamer kwam was er in mijn fractie min of meer een kledingcode afgesproken. Iemand drukte dat als volgt uit: “Jullie zitten daar in Den Haag van mijn belastingcenten. Dan mag ik verwachten dat je je fatsoenlijk kleedt.” Daar zat wel wat in. Bij het eerstvolgende partijcongres droeg ik een korte broekrok, een mooi truitje met aan de achterkant een lage hals, en megahoge hakken. Na een geslaagde afvalrace was dat ook echt een mooi plaatje. Ik kwam vol in beeld bij het NOS-journaal…

Bij de Emancipatieraad -de volgende baan- hadden we, als er geen belangrijke afspraken waren, soms een ” casual friday”, dan deden we in spijkerbroek en trui ons kantoorwerk. Op zo’n dag reisde ik eens naar Den Haag en ik had zelfs mijn haar niet keurig gefohnd. Bij binnenkomst wilde de Voorzitter dat ik, haar Vice-Voorzitter, meeging naar een persconferentie in Nieuwspoort. Ik stribbelde tegen, maar er was geen ontkomen aan. Ook toen kwam ik pontificaal in beeld in het journaal en helaas zag “iedereen” mij. Vanaf dat moment ging ik dus altijd, onder alle omstandigheden, keurig gekleed naar mijn werk.hak

En toen, tijdens mijn laatste baan, kreeg ik heel plotseling ontzettend pijn in mijn voet en kon bijna niet meer lopen. De dokter: ” Loop je vaak op hoge hakken? Vanaf nu dus nooit meer!” Was ik toch van mijn eigen voetstuk gevallen! Nou ja, de naaldhakken de deur uit.

 

Een paar jaar later, inmiddels in Frankrijk, diende zich een nieuw probleem aan. Ik kreeg aan beide voeten tegelijk een hielspoor. Dat is een kalkafzetting onder de hiel.Bij iedere stap die je zet, lijkt het of je in een punaise trapt. En ik maakte nogal wat kilometers op een dag. Mijn huisarts wist raad, die gaf – onverdoofd- een injectie in beide hielen. Ik gilde als een mager speenvarken, maar het hielp wel, een jaar lang. Toen het weer zover was, dacht ik slim te zijn. Een andere huisarts hier was heel wat soepeler, die wond ik zo om mijn vinger. “Eerst verdoven!”, zei ik, en hij deed dat zonder protest. Maar daardoor kwam de Cortizon net niet op de juiste plek, het hielp dus niks. Zo wordt eigenwijs zijn – terecht- afgestraft.hielspoor

Maar ja, wat dan? Zoals een campinggast tegen me zei, ik liep inmiddels als een oude vrouw. Er moest dus wel wat gebeuren. Op Internet las ik een advies: ga 30 minuten met de voeten in dieselolie zitten en dan is de pijn verdwenen. Ik deed het,maar mooi niet. Het enige resultaat was dat ik een uur in de wind stonk, naar dieselolie…

 Ten einde raad stuurde ik een mail naar een podoloog, die ik in Nederland al eens raadpleegde. “Loop voortaan alleen op schoenen met een dempende zool, bijvoorbeeld van Mephisto of Wolky”, adviseerde hij. Het eerste merk had in die tijd alleen schoenen met een hoog truttigheidsgehalte, dus probeerde ik de Wolky’s. Ik stapte in het eerste paar en slaakte meteen – letterlijk- een zucht van verlichting: ik voelde echt helemaal geen pijn meer. Mijn kast staat inmiddels dus vol met schoenen van dat merk.

Helaas kan ik ze hier in Frankrijk niet kopen. Gelukkig bestaat Internet en zonodig bestel ik nieuw schoeisel op die manier en laat het bezorgen bij vrienden, die deze kant opkomen. De laatste keer in Nederland moest ik nieuwe laarsjes. Na 7 jaar waren mijn zwartjes aan vervanging toe. In de winkel zag ik niet alleen mooie zwarte, maar ook prachtige blauwe. Schreeuwend duur, dat wel. Gelukkig stopte mijn moeder me al eerder wat briefjes toe en die zaten nog in mijn geheime vakje. Daardoor kon ik beide paren kopen..img_1145-2

 

Op de camping hebben Rien en ik heel wat kilometers afgelegd en dat leverde wel vaker problemen op. Tegenwoordig hebben we alle tijd om te douchen. Naast de gewone “quickies” ( alleen even opfrissen) hebben we ook twee keer in de week de grote beurt: na het wassen het lijf in de smeerolie, de voeten raspen, nagels knippen, haar in de krul enzovoort. Maar tijdens de zomers op de camping vergaten we het voetenwerk nogal eens. Dat had bij Rien op een bepaald moment een raar effect. Hij kreeg zo’n last van een voet, dat hij nauwelijks meer kon lopen. Toevallig hadden we een feestje bij de buren en daar waren verschillende “experts”.

” Het was heel ernstig, misschien een vorm van diabetes en dan konden je voeten wel afsterven!” Ze keken er heel serieus bij, het was echt geen grap. Er was ook een verpleegster bij die we goed kenden, dus we gingen het ook nog geloven. Rien ging daarom naar de “Urgence” van het ziekenhuis, er werden foto’s gemaakt en een arts bekeek de voet van alle kanten. Hij vond niets, dus Rien keerde teleurgesteld terug. Een paar uur later, onder het douchen, vroeg Rien mij of het misschien een likdoorn zou kunnen zijn. En dat was het dus, de pedicure loste het probleem zo op. Niks aan de hand.

 Alhoewel… Met mijn hand is er nog steeds van alles mis. Pakweg 5 verschillende behandelmethodes van de fysiotherapeut, 1 operatie, 4 verschillende spalken, een apotheek vol medicijnen… tot nu toe was er niets dat de ontsteking in de ringvinger kon verhelpen. En wat is nou een vinger? Nou, geef bij de stadswandeling maar eens 20 x een hand aan mensen: er is altijd wel eentje die vindt dat het een ferme handdruk moet zijn. Drie dagen later denk ik nog aan hem… En nu, eindelijk, is via een MRI vastgesteld waar de ontsteking precies zit. Met behulp van een rontgenapparaat kan de reumatoloog nu precies op de goede plek een Cortizoninjectie inspuiten. Zij plus de afdeling radiologie sturen me een brief met wat ik allemaal mee moet nemen: verwijsbrief, foto’s, bloedonderzoeken, MRI- scan enz. Geen hond die er vervolgens naar vraagt. De arts verdooft niks en ik word bijna lek geprikt omdat zij de juiste plek toch niet zomaar vindt. Daarna gaat de hand dik in verband, met een stokje van een soort reuzenmagnum als spalk erin. Als ik vraag wat ik met de hand mag doen, kijkt ze me aan alsof ik achterlijk ben: Niks, er zit toch verband om?img_1151-3

Dus ik laat me door Rien vertroetelen. Helemaal niet erg om even aan handen en voeten gebonden te zijn.

Inmiddels is het alweer een simpele pleister…

 

 

Zwart-wit denken

zw-geziDe zwartepietendiscussie ga ik niet over doen, al heb ik er wel een eigen mening over. Of je nu Nederlander of buitenlander bent, je past je aan aan de gewoonten, gebruiken en tradities van het land waar je woont of verblijft. Hier in Frankrijk is het bijvoorbeeld een doodzonde om iemand tussen 12 en 14 uur te bellen, dat is een heilige pauze en daar kom je niet aan. En in de winkels wacht je heel keurig, zonder te steunen en te kreunen, omdat de caissière aan iedereen vraagt hoe het gaat. Als jij zelf aan de beurt bent, heeft ze namelijk ook alle tijd voor jou.

Van de Zwartepietendiscussie word ik steeds meer onpasselijk. Nooit één seconde in mijn leven heb ik Zwarte Piet als een domme knecht gezien, een ondergeschikte, goed voor grappen en grollen, maar niet serieus te nemen. Zo heb ik ook nooit naar negers gekeken. En ik gebruik hier het woord neger, omdat ook dat voor mij niets denigrerends is. Het is mijn oprechte overtuiging dat je onder alle volken, rassen en huidskleuren goede en slechte mensen hebt, domme en slimme, dikke en dunne, valse en eerlijke en ga zo maar door.

En nu, voor het eerst in mijn leven, ervaar ik racistische gevoelens bij mijzelf, veroorzaakt door de anti- Zwarte-Pietmensen. Blijf van de Nederlandse tradities af, als het je niet past, ga dan alsjeblieft wonen in een land zonder het Sinterklaasfeest. Ik vind het prima als er wat concessies worden gedaan, met Roetpieten of een paar anders gekleurden. Maar stop die vervelende discussie!

In Frankrijk speelt al twee jaar een soortgelijk verhaal. Niet over Zwarte Piet, maar over de kerststal die in de hal van ieder gemeentehuis staat. “De overheid” zou daarmee een voorkeur uitspreken voor een bepaalde  godsdienst en dat mag niet meer in een multiculturele samenleving. Ik vind dat op dezelfde manier bizar als de pietendiscussie: voor mij hoort het bij Frankrijk en het betekent in mijn ogen niet dat andere godsdiensten minderwaardig zijn. In een stadje als Die, met 4500 inwoners, hebben we maar liefst vier geloofsgemeenschappen met een eigen gebouw en dan heb ik de moslims nog niet meegeteld. Dat leeft hier allemaal vredig met elkaar.

Maar ook Frankrijk is een land van compromissen: nu mag de kerststal wel, mits tijdelijk. En er mag geen verwijzing bij liggen met gegevens over de kerstmis ( waar en wanneer) en dergelijke. Werkelijk idioot, want zou ik me nu echt laten bekeren door die kerststal in de Mairie? Of een ander geloof daardoor afzweren??kerststal

Ik vind dat zwart-wit denken, het vertekent de werkelijkheid.

In 1994 was ik waarnemer bij de eerste democratische verkiezingen in Zuid-Afrika. Van te voren dacht ik dat alle blanken daar rijk waren, en alle zwarten ( niet denigrerend bedoeld!) arm. Dat ligt dus iets genuanceerder.

Alle waarnemers werden ingevlogen naar Johannesburg, alwaar we een briefing kregen over de aanstaande verkiezingen, de procedures enzovoort. Daarna hadden we een paar uur voor onszelf. Omdat het een erg onveilige stad is, regelde het hotel een taxi, zodat we met deze chauffeur de township Soweto konden bekijken. We verwachtten hier uitsluitend schamele hutjes te zien, zonder water en elektra. Dat zie je namelijk op televisiebeelden. We waren dan ook hoogst verbaasd toen we het mooie stenen huisje van onze donkere chauffeur mochten bekijken. En de prachtige villa van de ex-vrouw van Mandela,  midden in een grote, omheinde tuin, dat beantwoordde ook niet aan mijn beeld. Overigens was het merendeel van de bewoners natuurlijk wel straatarm..

De volgende ochtend moest mijn ploegje vroeg op, doorvliegen naar Kaapstad. Vlak nadat we vertrokken waren, ontplofte er een bom voor ons hotel, daarbij vielen 10 doden en 100 gewonden. In Kaapstad moesten we overstappen in een busje, het binnenland in. We waren nog maar net weg, toen er verschillende bommen op het vliegveld ontploften. Die werkelijkheid zagen wij niet, op weg naar onze werkplek. De waarnemers moesten alle kieskantoren controleren, de procedures, de formulieren enzovoort. En wij Nederlanders moesten de analfabeten helpen met het invullen van de stembiljetten.

verkiezingHet waren de eerste democratische verkiezingen daar, mensen stonden echt uren in de brandende zon, te wachten om hun stem te mogen uitbrengen. Dat is in Nederland wel anders.

En ’s avonds spraken wij met de plaatselijke bevolking. In ons hotel kwamen vaak mulatten: mensen met een blanke en een donkere ouder. Die voelden zich het meest gediscrimineerd, omdat zij noch bij de ene, noch bij de andere groep hoorden. Hoe zo, zwart-wit denken?

Het was heel leerzaam, dit reisje. Toen de klus met de verkiezingen erop zat, reden we terug naar Kaapstad. Daar aangekomen stapte een stel collega’s net in een taxi, voor een rondje siteseeing. Of ik meewilde? Ik bedacht me geen moment, ging mee naar de Tafelberg en beklom deze op mijn hoge hakken. Later reed de zwarte chauffeur ons naar een township, waar blanken absoluut niet veilig waren. Maar door hem kwamen we in een nachtclub terecht waar afgestudeerde zwarten  ons vertelden dat ze geen baan kregen als advocaat en dergelijke, vanwege hun huidskleur.

En dat is een vorm van discriminatie waar ik me wél druk om maak:  het negatief onderscheid maken op basis van ras, geslacht, huidskleur of geloof. Niet dat gedoe over Zwarte Piet en de kerststal, maar over het echte zwart-wit denken dus. Als iedereen daar nou eens mee zou stoppen…zwart-wit-pastilles-fortuin

img_0605Voor de toeristen, maar ook voor onszelf zijn de markten in Die echt de moeite waard. Zomers en ’s winters brengen ze leven in de brouwerij. Of, zoals in een folder staat, de markt laat het centrum van Die bruisen. Je ziet er alle geuren en kleuren van de Drôme.

Op woensdag en zaterdag komen in de zomer de bezoekers van heinde en ver deze kant op. Dat is ook geen wonder: zo’n 120 kraampjes staan zij aan zij met allerlei koopwaar. Het hele jaar door vind je er groente en fruit, worsten, kaas, gegrilde kip, olijven, nougat, vis, brood. Ook dingen die je niet kunt eten, zoals zeep, kleding, mutsen, schalen, notenkrakers, slalepels etc. En natuurlijk sierraden, die ambachtelijk gemaakt zijn. In de zomer ook de Clairette de Die en andere wijnen. En dan zijn er de kraampjes die speciaal voor de toeristen zijn, met bijvoorbeeld aardewerk, nog meer zeepproducten, tafelkleden.

Vaak gaat het om producten die in Die of in de omgeving zijn geproduceerd of verbouwd. Bijvoorbeeld de walnoten, de Noix de Grenoble, die zijn heel gewild. En de Nougat de Montelimar. Of de zeep van de plaatselijke zeepfabriek.img_0606

Op de markt loopt het water je echt in de mond, je proeft iets en je bent verkocht. Daarna valt de prijs soms wat tegen. Maar ja, als je in de nougatfabriek gaat kijken en ziet hoe werkelijk alles handmatig wordt gedaan- tot aan het pellen van de amandelen en pistachenootjes toe-, dan begrijp je dat ook wel. Hetzelfde geldt een beetje voor de heerlijke kaas van een kaasboer uit het zuiden van de Drôme. De man spreekt je in het Nederlands toe, biedt een plakje aan om te proeven en daarna koop je  een mooi stuk. Kosten € 40,- per kilo, maar wel extreem lekker.

Al die toeristen trekken ook muzikanten aan en die maken vaak prachtige muziek. Het zijn geen amateurs, dat kun je zien en horen. En natuurlijk gaan zij na hun optreden met de pet rond.

muts

Ook in de zomer een speciale pottenbakkersmarkt, waar 40 kunstenaars hun producten aan de man proberen te brengen. En de wolmarkt, waar zelfgemaakte spullen worden verkocht zoals truien, mutsen, sjaals maar ook gesponnen wol. Het is best prijzig, maar alles is handgemaakt. Ik brei zelf graag, een trui kost mij ongeveer 200 uren. Reken zelf maar uit.

Op de markt is uw gulden een daalder waard, zegt men. Maar dat gaat hier niet echt op. De vallei van de Drôme staat bekend als hét biogebied van Frankrijk, dus veel van de producten in de winkels en op de markt zijn biologisch geteeld. Het vereist menskracht, dat is nu eenmaal duur.

Ondanks dat is het toch heel leuk om naar de markt te gaan. Het is  gezellig, wij komen er altijd bekenden tegen. De bedrijvigheid is ook leuk om te zien. En ga gewoon eens een uur op het terras van Café de Paris kijken naar andere mensen. In Die zijn veel kunstenaars en ook die biologische boeren. Het lijkt wel of men een eigen kledingcode heeft, deze mensen zien er bijna allemaal uit als hippies uit de vorige eeuw. Persoonlijk vind ik dat prachtig, veel boeiender dan grijze muizen.

padderNu de toeristen weg zijn is het weer een gewone Franse markt. Meteen komen de winterspullen tevoorschijn: mutsen van lamswol, handschoenen en sjaals, ook pantoffels. En heel bijzonder, een hele kraam met allerlei paddenstoelen. Een kilo eekhoorntjesbrood kost zomaar € 34,- per kilo. Het is hier ongeveer een nationale sport om zelf op zoek te gaan naar eetbare exemplaren, maar wij durven het niet: we kennen het verschil niet tussen de eetbare en de absoluut dodelijke paddestoelen. Gaan we maar niet proberen.

Het heeft wel wat, dat sfeertje, vind ik. En het leukste van de markt? Het terras van Café de Paris. Onder het genot van een kopje koffie kijken naar alle mensen die voorbijkomen. Dat is gratis vermaak ( op het drankje na dan). Geweldig!

En…binnenkort is het Allerheiligen en Allerzielen. De kunstbloemen zijn alweer overal te koop. Maar eerlijk is eerlijk: elk jaar worden de boeketten qua kleur mooier.knst

Een Frans weekje

Ponet St.Auban

Ponet St.Auban

Het vakantieritme achter ons laten valt nog niet mee. Het prachtige weer nodigt ook niet uit tot klussen. Daarom gaan we maar eens een wandeling door de wijngaarden van de Clairette maken. In de eerste jaren van de camping heb ik die allemaal vertaald en samen met Rien gecontroleerd. Later kwamen daar nog zo’n 50 wandelingen bij, dus die eersten vergaten we een beetje. Nu gaan we naar Ponet St. Auban, vlakbij ons huis. Het is een gesloten vallei, een pittoresk dorpje, omgeven door mooie wijngaarden. We lopen eerst door de nauwe ” hoofdstraat” ( waar je met de auto geen tegenligger moet tegenkomen) en komen dan in een mooi, rustig dal. img_0597

Tot onze verbazing is er een monument bijgekomen.Tot halverwege de 19e eeuw waren daar twee bassins van 12 bij 6 meter elk, waar men de stelen van hennep in te weken legde. Daardoor werd het soepel, kon de schors van de hennep worden verwijderd en van het binnenste maakte men o.a. kleding, lakens en touwen. Dat weken moest in stromend water gebeuren, anders zou het gaan stinken. Men heeft het geheel nu in ere hersteld, dus niet alleen de twee bassins, maar ook de oude fontein. En dat is net bij de laatste Open Monumentendagen( 17 en 18 september) opgeleverd. Hebben we gemist, omdat we op vakantie waren.

img_0584Als we dat allemaal hebben bewonderd en de bijgeplaatste uitleg hebben gelezen, gaan we verder, het dal in. Overal wijnvelden om ons heen, geen mens te zien. Zo lijkt het tenminste, maar dat is gezichtsbedrog: tussen de wijnranken lopen overal mensen die de trossen knippen en op de grond leggen. Ook dat is anders dan een paar jaar geleden, toen liep elke plukker met een grote mand voor zijn buik.

Ook mooi om te zien zijn de bloeiende rozen aan het begin van de rijen met druiven. De roos is gevoeliger voor ziekten dan de wijnstruik. De wijnbouwer houdt die dus goed in de gaten en kan op tijd beschermende maatregelen treffen. En wat een toeval: ik kom diezelfde middag M. tegen, een Tsjech die ons in 2003 een maandje heeft geholpen. Wij konden daarna via via voor hem een baan als druivenplukker regelen. Nu is hij er weer. De Muskaatdruif is geplukt, zegt hij, het duurt nog even voor ze aan de Clairette beginnen. Een lieve jongen, maar het is nog net zo’n chaoot als 13 jaar geleden. Ik herinner me nog dat hij zo op een winteravond op de stoep stond, met een voor ons onbekende man: hij had wel zin in een whisky, zei hij. Nooit een saaie dag bij ons.img_0590

We gaan, zoals gebruikelijk, op woensdag naar de markt in Die. Nu de toeristen weg zijn, is het er heel anders: minder kraampjes, minder toeristische spullen en meer lokale bevolking. Vrijwel nooit gaan wij het hele plein rond, meestal beginnen en eindigen we bij Cafe de Paris. Nu gaan we ook naar ons olijvenvrouwtje. Vanuit een piepklein busje verkoopt ze vooral olijven, maar ook amandelen,cranberry’s en worst. Er staat altijd een rij wachtenden, niet alleen omdat ze goedkoop is, maar ook omdat ze onder alle omstandigheden vriendelijk blijft. De man voor ons kiest een handvol olijven en 5 plakjes worst, het wordt apart verpakt en hij krijgt een zakje mee.

Bij het Cafe de Paris ontmoeten we altijd bekenden. Niet te missen Pepito, die ik al zo’n 10 jaar ken. Iedere donderdag ontmoette ik hem in de kathedraal, tijdens mijn stadswandeling. Hij bestudeerde de geschiedenis van dat gebouw en bij elke ontmoeting gaf hij een detail prijs. Omdat, zo zei hij, zijn hart er sneller van ging kloppen dat een Nederlandse zo enthousiast over de stad kon vertellen. Nu pakt hij uit zijn tas het enige exemplaar van het boekje dat hij over de kathedraal schreef. En volgende week krijg ik er ook eentje, die laat hij deze week speciaal voor mij maken. Geweldig, hij krijgt een dikke knuffel en van Rien geld voor zijn onkosten).

img_0595Pepito weet veel van de stad en haar historie. De boeken die erover geschreven zijn kent hij vrijwel allemaal. Van drie weet hij te vertellen dat de “schrijver” een professor uit Royans is – net boven de Drôme-, die de afzonderlijke hoofdstukken van zijn studenten verzamelde, zonder hen te benoemen in het boek. Dat schijnt geen unicum te zijn. Met andermans veren pronken noemen wij dat.

En de humor ligt hier op straat! Als je een camping verkoopt, is bij de prijs alles inbegrepen wat nodig is om het bedrijf draaiende te houden. Dat is natuurlijk discutabel, maar wij lieten wel om die reden de bosmaaier achter. Toen we dit huis kochten, moest er dus meteen een nieuwe worden aangeschaft. Rien koos voor een goede, geschikt voor amateurs. Maar Ed, onze vaste oppas en tuinspecialist, vond het apparaat niet sterk genoeg. Er moest een zogenaamd bramenmes op. Hij zorgde zelf voor een mooie occasion. Nu moest de ” oude” dus worden verkocht. Hier heb je ” Le Bon Coin”, een website zoals Marktplaats. Rien zet de bosmaaier erop en heeft vrijwel meteen een serieuze belangstellende. Als we de dame “googlen” blijkt het een springruiter uit Lyon te zijn. Rien heeft het volste vertrouwen in haar, ik zie meteen spoken: wat heeft iemand uit Lyon, 180 km verderop, nou hier te zoeken? Als de bel gaat, stop ik gauw mijn Ipad onder een vel papier, je weet immers maar nooit? Tot onze stomme verwondering komt er eerst een ambulance ons terrein op en daarna een oude roestbak op wielen. Ik vertrouw het voor geen cent, maar zie dan een jonge vrouw uit de roestbak stappen, niet een getatoeëerde skinhead of zoiets. Uit de ambulance komt een keurige man met een bekend voorkomen. Omdat we hem toch niet helemaal kunnen plaatsen, vraagt Rien of ze nu net uit Lyon komen. Dat zou de vertraging van een half uur immers kunnen verklaren. Nee hoor, ze wonen in Chamaloc, 5 km verderop, en hij is eigenaar of beheerder van een bekende bar hier.Hij weet dus wel precies wie wij zijn.ambulance

Nou ja, appeltje eitje. Rien legt het apparaat uit, de man verdwijnt met hem in de garage en ik lig in katzwijm voor de meegebrachte baby van 6 weken oud.

We hebben het nog even over de ambulance. Hij kon hem goedkoop overnemen van het plaatselijke taxibedrijf. En het is wel handig, iedereen gaat namelijk opzij voor hem. Maar het had ook wel een bezwaar: toen de bevalling aanstaande was moesten ze naar Valence, 70 km verder. Maar bij Crest werden de weeën zo ernstig, dat ze naar het ziekenhuis daar gingen om vervoer per ambulance te vragen. Daar begrepen ze er niets van: je zit toch al in een ambulance? Zoals Cruijff zei: Elk nadeel heeft zijn voordeel, of omgekeerd..

Toen ze weg waren vroeg ik Rien naar de verkoop: wat heb je ervoor gekregen? De man durfde bij ons niet af te dingen, dus deed Rien zelf maar de onderhandelingsruimte er vanaf…

En nu is het gedaan met de pret. Voor we eind oktober naar Nederland gaan, moet er nog heel veel gebeuren. Koffiezetters en waterkokers ontkalken bijvoorbeeld, de kuipplanten naar binnenhalen, winterbanden regelen, bijna alle buitenstoelen in de opslag, het zwembad winterklaar maken enzovoort.

Maar we zijn uitgerust, dus kom maar op. En een Frans weekje? Volgende week weer eentje.

 

 

img_0520Op een zaterdag zwaaien wij om 9 uur de laatste gasten van dit seizoen uit. Een uurtje later zitten wij in de auto, op weg naar ons eigen vakantieadres. Het was de dagen ervoor nog zo druk, dat we nauwelijks beseffen dat we vrij zijn. En als je je hoofd er niet bij hebt, gaat er ook van alles mis. Vlak voor vertrek vraagt de laatste gast aan mij of ik misschien een vlek in mijn shirt heb. Ik heb dat nog geen uur aan, schoon uit de kast gehaald. Gelukkig zijn we nog thuis, dus een ander shirt gepakt en de vlekken even wegpoetsen. Onderweg pak ik een choco tof. Dat zakje snoepjes ligt al vanaf maart in de auto en heeft verschillende hittegolven overleefd. Daardoor zitten er wel brokjes chocola in het papiertje en dus 3 vlekken in mijn  lichte broek. Ook die ochtend schoon uit de kast gehaald. Als we ’s avonds in een restaurant zitten bevat mijn mooie witte bloes na afloop de restanten van een heerlijk vleesgerecht en van de rode dessertsaus. ‘ n Lekker dagje dus.

"Ons" huis op de top

“Ons” huis op de top

Het mag de pret niet drukken, we zitten hier op een daalders plekje. De villa die 9 appartementjes bevat, ligt op de top van een heuvel. Het is een prachtig gebouw, maar met veel achterstallig onderhoud. Dat herkennen we wel, onze boerderij zag er bij aanschaf net zo uit. De jonge Nederlands-Franse eigenaar is bezig met het herstel, maar dat kost hem nog wel even tijd.

 

Omdat ik dit seizoen zoveel gekookt heb voor de gasten, willen we deze vakantie niet zelf de hoofdmaaltijd bereiden. We gaan daarom die eerste avond naar Collioure, een toeristisch stadje waar de parkeerplaatsen in het centrum altijd vol zijn. Bij de eerste P. flikkert een bord met de tekst: nog 9 plaatsen beschikbaar. Helaas alleen voor abonnees. En dan, in het mooiste deel van de stad, ineens een vrije plek. Rien moet de auto er bijna op zijn zijkant inrijden, zo smal is het, maar het lukt. Daarna dus een ticket regelen. We bekijken de betaalautomaat van alle kanten, nergens kan er geld in. Dan een volgende paal geprobeerd. We stoppen er meer geld in dan het maximum, maar toch geeft het apparaat aan dat we onvoldoende betaald hebben. Deze is voor autobussen, met een eenheidstarief van 20,-. Uiteindelijk gaan we terug naar de auto, op zoek naar een andere plek. Net op dat moment komt er een grote familie terug bij hun twee auto’s. Ik vraag hen hoe het moet. Bizar: je moet je kenteken invoeren, daarna krijg je een ticket. Dat staat dus nergens. De oudere man hoort dat we niet Frans zijn en wil weten waar we vandaan komen. Als we Pays-Bas antwoorden, geeft hij ons meteen zijn ticket, “want die Hollanders houden immers niet van geld uitgeven”. De Fransen krijgen ook meteen een sneer: “Zo ’n ticket is helemaal niet nodig, want je denkt toch niet dat de Police Municipal op zaterdagavond werkt?”

Er ontspint zich een leuk gesprek en Rien nodigt het gezin zelfs uit om een borrel met ons te gaan drinken. De mannen hadden dat best gewild, maar de rest van de familie lag dwars. Zo’n kleine gebeurtenis maakt je dag zomaar bijzonder.

Collioure

Collioure

 

Die maandag rijden we de Spaanse grens over. We kopen een auto vol sigaretten en whisky voor onze vrienden. Natuurlijk ook een paar flessen van onze eigen favorieten, dat scheelt toch bijna 30 %. Vlak over de grens zijn een paar gigantische Mc.Donaldachtige eetgelegenheden, maar wij rijden 2 km verder, naar een echt Spaans restaurant. Het eten is er goed en niet duur. Rien bestelt een uiensoep, Sopa de Cebolla, maar er wordt een witte crèmesoep met een gepocheerd ei erin geserveerd. Leg maar eens uit in het Spaans dat je dat niet besteld hebt. Gelukkig smaakt het wel, net als de rest van de maaltijd. Bij het afrekenen betalen we ook voor 2 Cubierto. Het is maar € 1, 90, dus we maken geen stampij. We vinden het wel belachelijk, betalen voor de couverts, je lepel en je vork.

Fort Saint Elme en de Moulin à Huile

Fort Saint Elme en de Moulin à Huile

 

We doen nog iets meer dan alleen eten, drinken en lezen. Vanaf ons terras zien we Fort Rond, Ford Carre en Fort Saint Elme ligggen, allemaal bouwwerken van Vauban. Vanaf ons appartement lopen we eerst naar een strandje en vanaf daar gaat er een pad naar de eerste 2 forten. Imposant, de uitzichten op de zee, rotsen en de bouwwerken. Om te voorkomen dat we hetzelfde pad terug moeten, zoekt Rien een andere route. Hij vertrouwt daarbij blindelings op de kaart op zijn telefoon, ik heb er weinig fiducie  in. Maar het lukt, ook al moeten we ongeveer 15 meter omlaag via bramen en andere prikstruiken. En precies daar waar ik denk dat we op een priveterrein terechtkomen, is een smalle doorgang naar het strand gemaakt. Dat is fijn, want ik had er op onze eigen camping ook een hekel aan als onbevoegden zomaar over het terrein struinden. Dus doe ik dat zelf ook niet.

Twee dagen later gaan we naar Fort Saint Elme, een kasteelachtig gebouw bovenop een heuvel. Oorspronkelijk stond er in de 8e eeuw een vuurtoren, die later meermalen versterkt werd , het laatst door Vauban. Alhoewel je er met de auto en de Petit Train ( een toeristentreintje) kunt komen, gaan wij te voet. Het is een pittige klim, maar absoluut de moeite waard. Op 3 verdiepingen kun je buiten om het fort lopen, met schitterende uitzichten op zee, Collioure en de rest van de omgeving. Binnen is een museum gevestigd, met talloze harnassen, helmen, zwaarden enzovoort.

De kasteelheer zelf

De kasteelheer zelf

We gaan gedeeltelijk hetzelfde pad terug, want we hebben de Moulin à Huile gemist, de Middeleeuwse graanmolen die nu voor het fijnmalen van olijven wordt gebruikt. Hij ligt notabene vlak naast het pad, van bewegwijzering hebben ze hier kennelijk nog nooit gehoord.Dat is in de Drôme beter geregeld. Beneden aangekomen vullen we eerst wat vocht aan, voor we de weg terug nemen. Omdat we een gratis bus moeten halen naar de parkeerplaats hebben we flink de gang erin. Als we daarbij een hele groep ouderen passeren fluistert Rien: “Bejaardenclub.” Ik pareer: “Dat zijn je leeftijdgenoten.” En of ze het gehoord hebben: een van de dames die we voorbij vliegen, waarschuwt de anderen: Pas op, de TGV.( train, maar in dit geval tres grande vitesse)= Zeer hoge snelheid.

En dan is het  voorbij, ons vakantieweekje. Nu begint de klusperiode weer. Ook dat is leuk.

Slechts een deel van ons terras daar

Slechts een deel van ons terras daar

Mr. Bricolage

naamloosMr. Bricolage is de naam van een keten van bouwmaterialenzaken in Frankrijk en bricoleur betekent klusjesman. Dit verhaal gaat over klusjesman Abdel, want Rien wil niet bij naam worden genoemd (??)

Al meer dan 40 jaar klussen wij, waarbij Abdel vooral het zware werk doet en ik de domme kracht ben. Als student kochten we ons eerste minihuis met daaraan vast gebouwd een royale houten schuur, helaas zo rot als een mispel. Dat werd onze eerste klus, die schuur afbreken. Rien sloeg meteen een spijker van 20 cm door zijn duim en werd afgevoerd naar het ziekenhuis. Dat liep gelukkig goed af.pijnlijke-duim-met-hamer-5277476

Een bouwvakker uit de buurt metselde daarna nieuwe muren. Onze studiefinanciering was natuurlijk niet voldoende voor deze activiteiten, maar in de zomervakantie verdienden we het benodigde geld daarvoor. Rien werkte toen via een koppelbaas in Duitsland, zwart betaald en best gevaarlijk. Achteraf bezien hoogst onverantwoord, maar daar dachten we toen helemaal niet over na. Van Abdels vader kregen we een boek voor Doe-het-Zelvers en dat vatten wij op als: we kunnen alles zelf doen. Voor de eerste keer behangen is niet eenvoudig en al helemaal niet als het om een schuine kap van een huisje gaat. Maar er kwam uiteindelijk toch behang aan die wanden. Het vervangen van de verrotte kozijnen stond ook goed beschreven in het boek. Maar wat doe je als de kalk van de muur ernaast naar beneden valt? Gelukkig waren er altijd wel mensen aan wie we dit soort vragen konden stellen.

Na het afstuderen kochten we een splinternieuw huis, waar niet veel aan viel te klussen. Alle aandacht dus voor het buitengebeuren. Abdels oudste broer maakte een mooi ontwerp voor een zogenaamde wilde tuin. Het was best zuur toen jaren later de volgende eigenaar binnen 2 weken alle prachtige bomen en struiken omzaagde en verving door een grasveld met een coniferenhaag. Wij gingen toen naar een cascohuis, daar konden we weer volop aan de slag. Voor de vloerverwarming moesten wij bijvoorbeeld alle buizen in de kruipruimtes leggen. Gelukkig waren we toen nog jong en soepel. De tegels in de badkamer plakten we er zelf aan. Toen het voegsel erop gesmeerd was, gingen wij even lekker relaxen. Daarna moesten we het op de tegels vastgezette voegsel letterlijk eraf schuren: leergeld heet dat. Dat betaalde Abdel ook toen hij een laatste latje voor een kast moest zagen. Terwijl hij met het hout op zijn bovenbeen steunde, schoot de zaagmachine uit, zijn been in, net langs alle spieren en zenuwen.

Meestal ging het goed, soms wel na heel veel moeite. Anderhalve dag lag manlief onder onze Lelijke Eend, om een ringetje van 50 cent te vervangen. Ook de reparatie van onze eerste – goedkope- vaatwasser kostte hem een dag. Geld voor een monteur hadden we toen nauwelijks. Onze allereerste wasmachine kwam van de sloop. Als die niet werkte, mocht Abdel hem terugbrengen. Er was maar één probleem: halverwege stopte het programma. Als ik hem een schop gaf, deed ie het weer. Een goed werkende tijdklok van de sloop, een paar uurtjes werk van Abdel en ik was de koning te rijk. Als student een wasmachine, wie had dat nou?

De boerderij die we later kochten, was technisch in goede staat. Maar alles was groen, bruin, oranje of geel gekleurd. Na de verhuizing zei ik meteen: die mosgroene badkuip haalt de kerstdagen niet. Helaas wel, vier jaar later pas kwam er een mooie, witte badkamer. Uiteraard deden we alles zelf. Toen mijn echtgenoot daar in de stenen schuur een eigen bedrijf wilde beginnen, moest eerst een andere houten schuur worden vergroot. Omdat we geen vergunning hadden gevraagd, planden we de aanbouw op het moment dat het mais op de omringende akkers heel hoog was. Ik verfde het nieuwe gedeelte daarna pijlsnel in dezelfde kleur, niemand die het verschil opmerkte. De stenen schuur vervolgens omtoveren in een winkel en werkplaats viel qua werk wel mee.  Op een doordeweekse dag kreeg ik er onverwacht bezoek van de Belastingdienst. We hadden geïnformeerd  naar inkoopprijzen voor de koopwaar, maar een inschrijving bij de Kamer van Koophandel was daarvoor noodzakelijk. Prompt kregen we controle: of het bedrijf wel bestond?? Ambtenaartje  zag gelukkig dat het voorbereidende werk in volle gang was. Ga echte boeven vangen, zou ik zeggen.

Maar de echte grote bouwactiviteiten kwamen pas op ons pad bij het creëren van de camping. Voor het sanitairblok hadden we wel metselaars aangenomen,maar Abdel en ik gaven alle moellons aan. Dat zijn betonblokken van 20 x 20 x 50 cm, ze wegen 19 kilo per stuk. We maakten zelf ook nog het cement, met zakken van 35 kilo en kruiden dat mengsel naar de metselaars. En tussendoor haalde ik alle bouwmaterialen en voorzag iedereen van een natje en een droogje. Zes dagen per week, meestal 10 uur per dag, 3 maanden lang. Toen stond het gebouw er, de inrichting met toiletten en douches moest nog beginnen. Later kwam daar de bouw van de 3 appartementen bij. Dat ging ook niet altijd in 1 x goed. Voor de aansluiting van een nieuwe vaatwasser bijvoorbeeld moest Abdel een waterleiding verleggen. Hij zaagde het verkeerde buisje door, en hield daarom, net als Hans Brinker, zijn duim voor het gat. Schreeuwde naar mij om hulp, maar in het huis met de 28 kamers kon ik hem niet horen. Het kwam uiteindelijk toch weer goed.14107404-professionele-loodgieter

Al met al zijn er inmiddels 10 badkamers en 10 keukens gemaakt. Geen wonder dat manlief populair is als bricoleur bij anderen hier in de buurt. Het zware werk doet ie niet meer. Maar alle elektriciteit aanleggen voor een nieuw te plaatsen keuken of een toegangspoort vind hij nog steeds een leuke uitdaging. Computers die ontregeld zijn, Canal Digitaal die ineens de zenders verandert..hij verveelt zich nooit.

Nu de laatste gasten weg zijn, hebben we eerst een week vakantie. En dan begint ons klusseizoen weer. Een schaduwhoek voor de grote gîte, een nieuwe overkapping bij de studio, misschien verwarming voor ons zwembad…de lijst is lang.

schaduwterras, eerste schets

schaduwterras, eerste schets

En ik? Ik ga eindelijk beginnen aan mijn derde boek.

Alhoewel ik al een grote lijn in het hoofd heb, ben ik toch benieuwd naar wat u het leukst vindt om te lezen. Taalblunders, Franse gewoontes? Ik hoor het graag. Mag ook privé naar jacq.beijlen@wanadoo.fr