Feeds:
Berichten
Reacties

Op zo’n 18 km van Die ligt het dorpje Luc-en-Diois. Tientallen keren reden we er doorheen, maar we stonden er letterlijk en figuurlijk niet bij stil. Al viel iedere keer onze mond open van verbazing bij de Pic de Luc. Boven het dorp ligt een berg met een hoge top, de zogenaamde Pic. In 1442 scheurde een deel ervan los. Enorme brokken steen vielen in de rivier. Deze stapel rotsen noemt men de Claps, afkomstig van het Occitaanse woord clap of clapas (= rotsblok). Occitaans is het dialect dat men sprak van hier tot de Middellandse Zee: De Langue d’Oc ofwel de taal van de Oc.
Door de versperring van de Drôme ontstonden er 2 meren, het Grote Meer, ongeveer 5 km lang en 300 hectare, en het Kleine Meer, van 6 hectare.

De drooglegging van het Grote Meer gebeurde door een gat in de rotsblokken te boren, eind 18e eeuw. De Drôme springt vanaf dat punt tientallen meters omlaag.
En elke keer als ik die grote rotsblokken passeer, vraag ik me af: Wat zou ik gedacht hebben als ik  in 1442 had geleefd? Zou het een nachtmerrie zijn? Had ik de avond ervoor teveel gedronken misschien?
De mensen die er toen woonden, maakten meteen gebruik van de situatie: het meer werd een grote visvijver totdat  de eigenaren van de grond, de monniken van Chartreux, het land onteigenden.
Tegenwoordig is het kleine meer een aardige spartelvijver, met een snack. Voor de kinderen is het water leuk, ouderen kunnen naast de rotsblokken en het vallende water omhoog lopen, zo’n 10 minuten, tot aan de zogenaamde Saute de la Drôme.

En voor het eerst lopen we de dorpswandeling van Luc-en-Diois. Weg van de hoofdstraat ga je ineens terug in de tijd. Een stuk van een marmeren Romeinse zuil markeert de toegang naar het oude stadje, dat ontstond in de eerste eeuw voor Christus. Luc was toen de hoofdstad van de Voconces, een Gallo-Romeinse stam met een gebied zo groot als het huidige departement. Om onbekende redenen werd in de 2e eeuw na Chr. ineens Die de hoofdstad, daarna verloor Luc zijn betekenis. Op verschillende plaatsen zijn nog hergebruikte overblijfselen van de Romeinen te zien, zoals een sarcofaag ( nu in gebruik als bloembak), een fragment van een altaar, een stenen goot op Romeinse manier gemaakt (en petit appareil) en bij het Office de Tourisme staat een deel van een Romeinse zuil mooi ingemetseld in de muur. De fontein er tegenover heeft een kapiteel aan de top, eveneens afkomstig van een Romeinse zuil.

Abt Froment, foto Office de Tourisme

Ook al heel lang op mijn te -doen- lijstje, de fossielenverzameling van abt Froment. Iedere vrijdagochtend (als er ook een schattig en typisch Frans marktje is) te bezichtigen in het gemeentehuis. In juli en augustus overigens iedere ochtend, en gratis.
Wat we nog gemist hebben is de zadelmakerij. De familie Roland heeft daar 4 generaties lang zadels voor paarden gemaakt en hersteld, tot 1952, toen de tractoren hen van de markt verdreven. Het ziet er nog steeds zo uit als toen, alsof de laatste Roland een ommetje is gaan maken. De openingstijden zijn hetzelfde als bij de fossielenverzameling, ook gratis. Dus waarom niet even kijken? Wij hebben het gemist, dus het blijft op mijn lijstje staan…

Zadelmakerij, foto Office de Tourisme

En ook een soort van een nachtmerrie, maar van een heel andere categorie: we moeten weer eens naar het ziekenhuis in Valence, gewoon voor controle. Mijn arts begint zo langzamerhand een beetje te ontdooien, maar elke vorm van humor ontgaat haar. Ik moet nu mijn medicijn zelf gaan spuiten, ergens in een vetlaag.
“Nou, dat is gemakkelijk bij mij”, zei ik.
Geen lachje kon eraf. En dan te bedenken dat haar man, ook arts in hetzelfde ziekenhuis, zo’n vrolijke Frans is.

Maar goed, op de terugreis aten we in een restaurantje waar we eerder heel goed en uiterst plezierig hebben gezeten/ gegeten. Nu liet de bediening te wensen over, om het maar zwak uit te drukken. Binnen waren 3 tafels bezet, 1 dame hield zich met de gasten daar bezig. Buiten, bij ons dus, ging het om zeker 10 tafels en de ober rende zich de benen onder zijn lijf vandaan. Toch redde hij het niet. Een Franse dame riep hem boos – maar wel gevat- toe:
“Moeten we soms met de wijn wachten tot de wijnoogst?”
Bij ons ging het goed tot de koffie. Die kwam niet, ook al vroeg Rien er 5 x om. Op het laatst ging hij die zelf maar halen, tegelijk met de rekening. Want inmiddels ergerden wij ons mateloos aan de nachtmerrie naast ons. Echt  vervelende kinderen.

En voor het geval dat u denkt dat ik een kinderhater ben: er waren nog 5 andere kleintjes. Ze vermaakten zich prima met en onder de takken van een treurwilg en speelden zoet in het grind. Eén zo’n wijsneus was een jaar of zes, had een grote uilenbril op en kon net lezen. Zei geheel zelfstandig tegen de ober: “Ik wil geen kindermenu, wel mosselen met frites. En een glas Grenadine met niet teveel water”. Dat vind ik nou echt leuk, zo’n eigenwijs kruimeltje…

Nog een paar foto’s van de Claps de Luc..

 

 

 

Waaibomenhout

Waaibomenhout komt van bomen, die met de wind meewaaien en dat hout is daardoor nergens geschikt voor. Het wordt in de spreektaal vaak gebruikt voor houtproducten van een slechte kwaliteit. Wijzelf nemen dat wat ruimer: als iets niet deugt noemen wij het waaibomenhout, ook als het van een ander materiaal is.

En daar hebben we nogal wat ervaring mee opgedaan. Onze eerste tent bijvoorbeeld was van een soort plastic gemaakt. Aan de Middellandse Zee, in de verzengende hitte, kookten we haast gaar in dat ding. En de Mistral waaide zo hard, dat het zand via alle luchtgaten naar binnen stroomde. We werden bijna levend begraven.
Vanwege een hernia van Rien was het kamperen in een tent slechts van korte duur. Samen met vrienden kochten we eerst een oud caravannetje en toen dat beviel een nieuwe. Een Beijerland, zo heette dat merk. Midden in de eerste nacht zakten Rien en ik door het bed. Nee, we sliepen gewoon, geen wilde toestanden. Hoe los je dat nou op, om 3 uur ’s nachts, op een camping? We ondersteunden het bed met het reservewiel en een krat boeken, maar van slapen kwam niks meer, ik durfde me die nacht niet meer te verroeren.
De lattenbodem bleek op een paar minischroefjes te rusten, dat was de volgende dag zo gerepareerd. Bij een nieuwe caravan van hetzelfde merk kwamen de bovenkastjes van de keuken zomaar naar beneden. De term waaibomenhout is dus absoluut van toepassing op Beijerland.
Op onze eigen camping overigens hadden we voor de verhuur een caravan van het merk Hobby. Pas later begrepen we de opmerking dat je met een Hobby meteen een hobby erbij hebt: er was altijd gedoe met dat ding. Zo moesten we al snel het matras vervangen. Uiteraard kon dat alleen bij Hobby en dat was dubbel duur. Wel heel zuur dat ook dit nieuwe matras binnen 5 jaar alweer helemaal versleten was. Ik zoek liever andere hobby’s….

Toen we de boerderij hier kochten, dachten we nogal simpel over een sanitairblok. Er stonden nog drie muren van een vroegere gierkelder: een muurtje erbij, dak erop, inrichten en klaar is Kees. Dachten we. Maar er kwam een heel nieuw gebouw, met 2 verdiepingen, gemetseld door vakmensen. Tegen de tijd dat de vloertegels gelegd moesten worden, waren onze reserves bijna op. Een vriendje wist wel een zaak, waar ze restpartijen verkochten. Wij namen bij voorbaat al 10% extra tegels, want nabestellen zou lastig worden. Toen wisten we nog niet dat onze tegelzetters alleen met liters bier vooruit te branden waren en dat ze dus heel veel tegels zouden “verknippen”.

Precies in die tijd ging deze tegeltoko failliet, een nabestelling was daarom überhaupt niet mogelijk. Bij dezelfde zaak hadden we 2 houten deuren gekocht voor dat sanitairblok, ook waaibomenhout: ieder jaar moest Rien na de winter schuren, anders gingen ze niet meer open of dicht. En zo betaal je heel veel leergeld.

Bij dit huis zouden we alles goed aanpakken, dat was ons voornemen. Maar ja.. een van onze Portugese bouwvakkers had zelf een keuken in Valence gekocht, echt goedkoop en van prima kwaliteit. Privé wilde ik beslist een Schmidtkeuken, maar voor de grote gîte was een goedkoper exemplaar wel een optie. Ter plekke aangekomen leek het aanbod echt fantastisch: 50% korting op alle meubels en op alle inbouwapparatuur. Daar tekenden we voor. De keukenkasten werden precies op de afgesproken dag geleverd en geplaatst, maar de inbouwapparatuur moet tot op de dag van vandaag nog worden geleverd. Op het goede moment werd ik heel nijdig: ” Als het nu niet met spoed wordt geleverd, kom ik de aanbetaling ophalen”. Zonder te blikken of te blozen kreeg ik mijn cheque terug. Maar goed ook, want niet veel later ging de zaak failliet. Onze plaatselijke keukenboer leverde toen de apparatuur en zei fijntjes: “Ik had die kastjes voor dezelfde prijs kunnen leveren, want goedkoop is het niet. Ze verdubbelen eerst de prijs en geven dan 50% korting”. Gelukkig is het allemaal wel van goede kwaliteit.

Voor de bouw van de studio namen we in eerste instantie een andere beslissing. Eigenlijk moest het een logeermogelijkheid voor vrienden en familie worden. Dat hoefde dus niet luxe te zijn. Maar bij het uitzoeken van een goedkope douchecabine kregen we al problemen: dat was echt waaibomenhout! Alles trilde, als je een deur open deed was je al blij dat ie ook weer dicht kon. No way, niet zulke troep in ons huis.

Er kwam een folder in de bus met goedkope bedden, dus ik vroeg de speciaalzaak of hij die kon leveren. “Ja, kunnen wel, maar  doen we niet”, was zijn antwoord. En hij liet me in de toonzaal het verschil in kwaliteit zien: die goedkope waren gemaakt van waaibomenhout. En daar gingen we weer, betaalden drie maal zo veel. Maar het zijn goede bedden, dat wel. Bij het eerste gebruik van dit onderkomen dienden zich meteen de volgende problemen aan: in het voor- en najaar is verwarming wel prettig en ventilatie in de badkamer ook. Natuurlijk meteen door ons geregeld. Goedkoop is het dus niet geworden…

Er kan in een seizoen altijd iets kapot gaan. Nu was een sifon onder een aanrecht ineens een beetje lek. Ook al staat er – bij toeval- een afwasbak onder, het hoort niet zo. En dus gaat Rien dat meteen repareren.
Wij zullen ook best eens een steek laten vallen, maar de kans daarop moet je zo klein mogelijk maken. Stel je voor dat mensen van ons zeggen: da’s waaibomenhout..

 

 

Musee de Die

Al een paar keer was ik in het museum van Die en eerlijk gezegd vond ik er maar weinig aan.Er zijn 8 zogenaamde tijdzalen, waaronder eentje vol met Romeinse munten en een met oude landbouwwerktuigen. Soms hebben ze een speciale collectie, zoals die met oude ansichtkaarten van Die en de regio. Omdat het mij wat tegenviel, besteedde ik er tijdens de stadswandelingen ook niet veel aandacht aan.
Tot nu.
Afgelopen zaterdag was het een nationale monumentendag, in het kader van de archeologie en oude molens. En dus was het museum weer eens gratis te bezichtigen. Vlak voordat we naar de markt gingen, pikten we dit nog even mee.
Hebben we toch al die jaren over het hoofd gezien wat de meest bijzondere dingen zijn! Er was namelijk buiten nog een gebouw met allemaal stenen overblijfselen uit de Prehistorie, de tijd van de Romeinen en de Middeleeuwen.

De oudste voorwerpen in het museum zijn een menhir van 4 meter hoog, enige vuistbijlen en een bronzen armband. In die vroege periode ( zo’n 250 jaar voor Christus ) kwam ook Hannibal hier voorbij.
De Romeinen woonden in dit gebied globaal tussen 100 jaar voor Chr. en 480 jaar na het begin van de jaartelling. Ze maakten er een mooie stad van, met een groot plein – een forum-, een paar tempels, 2 aquaducten en verschillende thermen. Op het eerste gezicht lijkt het of dat allemaal verdwenen is. Maar behalve de restanten die als vulling in de stadsmuur zijn gebruikt, liggen er dus ook heel wat van die overblijfselen in het museum: delen van grafzerken, afbeeldingen van hoofden, sierstenen van een dakgoot, een graftombe met dakpannen, een altaar plus een deel van een prachtig mozaïek, gevonden in Pontaix. En nog heel veel meer. Veel van de voorwerpen hebben Latijnse teksten, daar studeer ik nog even op…

Ook in de Middeleeuwen bruiste Die. Er was al eeuwen een bisschop met een eigen paleis, maar ook een protestantse academie, een meisjeskostschool, een klooster met nonnen en eentje met de Cordeliers. Er waren ondernemers nodig om iedereen van voedsel en kleren te voorzien. Daar kwamen dan weer rijke burgers op af,die mooie, grote huizen lieten bouwen. En ook uit die periode liggen in het museum mooie stenen overblijfselen, zoals een kapiteel en een deel van de stenen balustrade in de kathedraal plus een lachende leeuwenkop. Alle foto’s staan op de Facebookpagina van Mas Dea Augusta

Het museum is gehuisvest in een mooi herenhuis uit de 18e eeuw. Nu nog wel, want de gemeente Die wil de hele collectie graag overbrengen naar het bisschoppelijk paleis. Een prachtidee, maar eerst ” even” het geld regelen…

Museum is uiteraard te bezichtigen, in juni alle middagen in juli en augustus ook ‘ s ochtends.

En…. deze zaterdag alweer gratis!!!

 

Verliefd op de Drôme, dat ben ik nog steeds, ook omdat ik hier telkens nieuwe dingen ontdek. Wat dat betreft heb ik wel een zielsverwant gevonden in Sabine, de oprichtster van Drôme-blog. Het is al minstens een jaar geleden dat zij schreef over de watervallen bij Pontaix. Ik printte het uit, legde het op mijn bureau en verder kwam het niet. Tot kort geleden gasten van ons schitterende foto’s van het dorpje maakten. Nu moest en zou ik erheen…

Het departement de Drôme kent veel mooie stadjes en dorpjes. Dat Pontaix het meest gefotografeerde is, komt vooral door de strategische ligging: veel toeristen rijden er langs, moeten afremmen en zien dan hoe mooi het plaat(s)je is.
De Romeinen hadden die goeie plek ook al in de gaten: het lag aan de Romeinse route van Valence naar Italië en er was een overgang over de rivier. Vanaf de bergtop had men zicht op alle passanten en kon men de toegang tot de vallei van de Drôme daardoor goed verdedigen. Op de bergtop bouwde men daarom in de 12e eeuw een kasteel. Tegenwoordig staan er nog paar resten van de muren overeind.

Foto Jan Verschuur

Het dorp zelf ontstond in de Middeleeuwen en dat is nog te zien aan de oude huizen. Waar de toeristen voor stoppen, dat zijn de mooie, oude panden die met de voeten in de rivier staan. De 3 bruggen over de rivier zijn altijd een lust voor het oog vanwege de vele bloembakken die eraan hangen. En ook de tempel is aan de buitenkant heel speciaal, met haar 2 boven de rivier hangende erkers.

Op de resten van een kapel uit de 12e eeuw bouwde men in de 15e eeuw de huidige tempel. Inmiddels is deze geklasseerd als historisch monument en zijn er diverse restauraties verricht. Eerst de klokkentoren, toen de buitenmuren die door de rivier werden aangetast, daarna de deur uit de 17e eeuw, de beweegbare preekstoel, ook 17e eeuw, en de tribune. Vervolgens de fresco’s uit de 13e en 14e eeuw op de Noordelijke muur, waaronder Christus aan het kruis (14e eeuw) met Maria en Magdalena. Later werd de westelijke muur gerenoveerd met daar de litres, de zwarte rouwbanden, onderbroken door emblemen, de tekens van de Hugenoten in de 16e eeuw.( In juli en augustus is de tempel soms open voor publiek).

Watervallen en waterbassins van het riviertje l’Aiguebelle: Alleen als je echt goed kijkt kun je vanaf de doorgaande weg een waterval zien. Om er dicht bij te komen, moet je wel het dorpje inlopen. Meteen tegenover de voetgangersbrug is er een  viol, een typisch woord uit het Diois voor een steegje. Daarna ga je onder een soustet door, een gewelfde doorgang. Vervolgens via een trappetje een beetje stijgen en dan zie je al snel het eerste watervalletje met een mooi waterbassin. Wat nu? Het pad gaat duidelijk verder aan de overkant van het beekje. We wagen het erop, komen net tot onze enkels in het water en dan kunnen we op naar de volgende waterval. Het wordt spannend: aan de rechterkant gaat de helling steil naar beneden, en links moet je echt goed bukken, omdat je anders je hoofd stoot. Maar er is langs dat hele stuk een stang aan de rots bevestigd, zodat je je stevig kunt vasthouden.

De beloning is echt de moeite waard: we komen bij de mooie tweede waterval. Je bent er helemaal alleen op de wereld, het water klettert in een bassin en loopt daarna naar beneden. Je wordt er stil van.
Het is mogelijk om hier terug te gaan, maar wij waden nog een keer door het water, op naar de ruïne. Dat is best klauteren tussen het struikgewas, maar niet moeilijk noch gevaarlijk. Boven is er een prachtig uitzicht op de rivier, naar links en rechts.Er zijn 2 routes naar beneden, een langere via de wijngaarden van de Clairette, en de kortste direct naar het dorp. Wij kiezen de kortste, de langere kennen we al.

Het pad is net twee voeten breed, maar o, wat zijn de bloemen er mooi! Verschillende Orchideeën, de Campanula, het Bijenkorfje, Wilde Tijm, Wilde Valeriaan,Wilde Anjers, Stokrozen. Vlakbij het dorp zijn er eerst een paar ruïnes van oude huizen, daarna wordt het dichtere bebouwing. Eenmaal beneden is het beslist de moeite waard om niet meteen naar de auto te lopen, maar ook de rest van Pontaix even te bekijken.

En wij hebben, net als al die toeristen, ook veel foto’s gemaakt. Een leuke herinnering aan een leuke wandeling.

 

PS: Meer foto’s staan op onze Facebook- pagina Mas Dea Augusta

Kortgeleden zorgde een cyberaanval wereldwijd voor problemen. Ik was op dat moment al bezig met een column over oplichters, fraudeurs en hackers, vooral gebaseerd op de -grappige-  eigen ervaringen.
Het is niet altijd pure domheid, als mensen in dat soort trucs trappen. Zelf waren we in Nederland jaren klant bij dezelfde garage. Als we een andere auto wilden, kregen we er zo eentje mee voor een test. Tot iemand na zo’n proefritje niet meer terugkwam. Toen was het vertrouwen van die ondernemer wel weg.
Meestal vinden we dit soort oplichting echt erg voor de getroffenen, maar eenmaal lachten we in ons vuistje. We hadden ons huis in 1978 goed verkocht en werkten daarom soepel mee met de nieuwe bewoners. Zo hadden we, terwijl we er nog woonden, al allerlei wanstaltige lampen aan onze plafonds, “want er was net een elektricien bij hen op bezoek”. En omdat ze zo snel mogelijk wilden verhuizen, mochten de schoonmakers op onze verhuisdag “achter ons aan werken”. Wat niet helemaal goed ging, want voor ik het in de gaten had, werden onze kasten door hen leeggehaald. Een week na de verhuizing waren alle struiken in de tuin tot aan de grond gekortwiekt, ondanks het feit dat in de koopakte stond dat wij een paar weken de tijd hadden om deze te verplanten. Een half jaar later stond de koopster in de Privé, met een zielig verhaal over hoe haar vriend al haar spaargeld er door gejast had en daarna met de noorderzon verdween. Gerechtigheid. Slecht gedrag komt altijd bij je terug…

Hier in Frankrijk komen we regelmatig in aanraking met allerlei vormen van fraude, oplichting en ook met hackers. Meestal zijn we er wel op bedacht, maar eenmaal op de camping werd onze computer gehackt voor we het in de gaten hadden. Ze konden niet bij onze bankgegevens, zagen niets over onze gasten of de reserveringen, maar al onze bestanden waren niet meer toegankelijk. Wat een ramp, zo midden in het seizoen! De hele planning moest opnieuw, de standaardformulieren waren weg, de lijst met aanbetalingen ook enzovoort. Sindsdien hebben we 3 vormen van bescherming en wordt er dagelijks een back-up gemaakt.
Ondanks alle waarschuwingen vindt nog niet iedereen een virusprogramma belangrijk. Een van onze vrienden was daardoor ook aan de beurt. Zijn vrouw schrijft graag brieven en stukjes voor bruiloften en partijen en wilde dat eens verlevendigen met poëziealbumplaatjes. Manlief, erg dyslectisch, typte het woord poesie in en kreeg meteen een hoeveelheid porno binnen. Met dat soort bestanden ontvang je onmiddellijk meer ellende. In paniek belde hij Rien op: “Ik kan niet meer mijn computer in, heb een waarschuwing van de Gendarmerie en moet € 100,- boete betalen voordat ik weer met mijn computer mag werken.” Het was pure oplichting en Rien vond het een leuke klus om dit probleem gratis te verhelpen.

Vrijwel dagelijks krijg ik voor ons bedrijf mails die niet koosjer zijn. Dan willen mensen een gîte bij ons huren in een onrendabele periode, met 3 of 4 personen en dan gedurende een paar weken. Het ziet er betrouwbaar uit, bijvoorbeeld een man met vrouw en kind, of 4 managers van een Engels bedrijf. Voor als je het geld echt nodig hebt, is dat een aantrekkelijk verzoek. Maar de schrijver wil altijd meteen weten hoeveel het in totaal gaat kosten en hoe dat betaald kan worden. Dan weet ik al hoe laat het is. Als je erop ingaat, stuurt men een cheque met een veel te hoog bedrag, gevolgd door het verzoek om het teveel betaalde terug te storten. Pas na 3 weken komt de bank er achter dat de eerste cheque niet gedekt is, en jij bent je betaalde geld wel kwijt.
Nieuw is de volgende toevoeging: Wilt u bij de totale kosten € 1000,- optellen vanwege de kosten van de vliegtickets en € 200,- voor uw commissie? Wegens een bankstaking kunnen wij namelijk niet bij ons geld. En gij gelooft het…

Deze is ook heel grappig qua taalgebruik:

Je vous contact afin de vous soumet ma reservation du 16/06/2017 au 17/07/2017 je serais accompagnee de mon epoux. Si vous avez de la disponibiliter veuillez me faire parvenir un devis, au pire des cas donner moi vos disponibiliters ulterrieure car nos dates de sejour son flexible. Ik maak zelf ook best fouten in de Franse taal, maar dit is echt, echt dieptreurig. Gewoon de spellingscontrole even aanzetten, dat scheelt al de helft…

Een heel bijzonder aanbod krijgen we vanuit Oekraïne: men wil onze website in het Oekraïens vertalen, want er zijn daar minstens 40 miljoen potentiële klanten. Heb het even opgezocht, het land heeft 45 miljoen inwoners. De oorlog daar is mij in ieder geval niet ontgaan, dus hoeveel vakantiegangers heeft dat land eigenlijk? En gaan die mensen naar Die in Frankrijk?

Een investeringsmaatschappij uit Maleisië wil echt graag in ons bedrijf investeren, we krijgen diverse mails. Ik hoef alleen maar de gegevens op te sturen. En ons telefoonnummer melden, dan kunnen we praten over mogelijke investeringen. Idioten, die hebben geen idee wat voor soort bedrijf(je)  we hebben.
Rien en ik hebben ook nog eens “ het voorrecht dat we op een business lijst geplaatst kunnen worden”. Ook in dat geval krijgen we een grote som geld. Grappig, de afzender is dezelfde als onder een andere mail, die is kennelijk vergeten dat hij ons al eerder had benaderd met een zwetsverhaal…
En fijn: Mijn mailadres heeft meegedaan aan een loterij en daar is de hoofdprijs op gevallen, wel € 616.810,-. Of ik maar even contact wil opnemen.

Echt ontroerend is het volgende verhaal:
Ik heb kanker, ben weduwe en heb geen kinderen, maar wel heel veel geld. Anderhalf miljoen Euro wil ik weggeven. Heeft u daar een bestemming voor ? Ik wil niet sterven zonder een goede bestemming van mijn geld. En die mevrouw heeft mij uitgekozen. Geweldig toch?

Heel bijzonder : de kleinzoon van de koning van Benin kan alle problemen oplossen, zoals prostaatkanker, werkloosheid, gedoe met je vrouw, falen op seksueel gebied, juridische problemen enzovoort. Hij ondertekent de mail met fetisj, als naam, wat bovennatuurlijke kracht betekent. Is er iemand die dat gelooft? Als hij bovennatuurlijke krachten heeft zou hij toch weten dat hij bij mij aan het verkeerde adres is?

En voor iedereen met seksuele problemen ( Waarom krijg ík dat in hemelsnaam???) een bericht van de online apotheek: Mijn broer is apotheker en die kan alle erectieproblemen verhelpen. Maar ook als je epilepsie hebt, oogproblemen, slaaptekort, een gevoelige huid en kanker…hij lost het allemaal op. Bestel hier online je pillen…

Bij alles vraag ik me af: waarom zou iemand mij zoveel geld willen geven, waarom zou iemand in ons bedrijf willen investeren, hier in Die? Hoe kan iemand per mail beslissen welke pillen ik zou kunnen gebruiken voor welke oogafwijking dan ook?

En toch zijn er altijd mensen die voor de bijl gaan. In de familiekring liet een lichamelijk gehandicapte zich eens een duur matras opdringen, terwijl het niet veel meer was dan een lap schuimrubber. Hoe durf je dat te doen. Zo kreeg ze ook, net als veel ouderen, een telefoonabonnement aangesmeerd, dat suggereerde goedkoop te zijn, maar het beslist niet was. Gelukkig waren er andere familieleden die te hulp schoten en alles konden annuleren.

Omdat wij een bedrijf hebben worden we regelmatig gewaarschuwd door de Gendarmerie. Maar het allerbeste is toch zelf een beetje wantrouwend te zijn: de computer goed beschermen tegen ongewenste indringers en niet alle mooie woorden geloven.
En elke keer ook een beetje lachen om al die onnozele mailtjes…

 

Kookgek

Ergens in het jaar 2000 heb ik de strijd over al dan niet naar Frankrijk verhuizen opgegeven. En eenmaal over de streep was er geen andere keus dan proberen er het beste van te maken.

Tijdens de voorbereiding lieten we de eigen ervaringen de revue passeren, zo ook met de table d’ hôte. Op 3 campings deden we mee aan de gezamenlijke maaltijden. Bij Lou in de Alpen moesten we onze eigen stoelen en tafel meenemen en ook een bord met bestek en glazen. Maar hij kookte wel de sterren van de hemel, alleen een hoofdgerecht. Als je een toetje wilde, pakte je maar een ijsje uit de vriezer. En de wijn was ook geen probleem: je kon zo uit zijn winkeltje een fles pakken. Tegen kostprijs, dat was wel aardig, maar niet zakelijk. Op de tweede camping was er een echt restaurant, waar je à la carte kon eten. Eenmaal per week was er een gezamenlijke maaltijd. Dat hoofdgerecht wilden we wel, maar aan gezelschap hadden we geen behoefte: als je bijna het hele jaar met andere mensen werkt, is gewoon samen zijn ook heel erg fijn. Maar Luc zei altijd ja en deed nee. Plaatste ons dan aan een tafel met anderen en iedere keer hadden we een topavond. En het eten was voortreffelijk. Bij een derde camping was de table d’hôte een geoliede machine. Lekker eten, goed georganiseerd, met een fijne gastheer.

Overal leerden we wat. Ons begin was wel kneuterig. Ik hing een vraag op een briefje in ons sanitairblokje: Wie eet ermee? De belangstelling overviel ons, overal moesten ineens plastic tafels en stoelen vandaan komen. Borden, glazen en bestek werden met spoed uit Valence gehaald. En met het menu kwam ik niet verder dan Boeuf Bourgignon en Coq au Vin. Dat laatste gerecht komt Rien tot op de dag van vandaag zijn neus uit, zo vaak maakte ik het.

Coq au Vin

In het begin werd er 5 dagen per week gekookt, dus meteen die eerste winter moest ik aan de bak, nieuwe gerechten uitproberen. En wat werd dat een leuke hobby!

Voor de eerste gasten van dit jaar kon ik meteen de keuken in, voor een welkomstmaaltijd. Het ene stel stond jaren op onze camping en we haalden natuurlijk veel herinneringen op. Ik kreeg ook te horen hoe gezellig en lekker de zondagse koffie met taart was. Dan kun je niet anders dan er eentje maken, toch? Geen straf overigens, want gebak maak ik nooit alleen voor onszelf, daar heb ik mee-eters voor nodig. Deze keer vond ik een recept van een perentaart met chocola. De hoeveelheid van dat laatste ingrediënt stond er niet bij, dus ik koos voor een blok van 200 gram. Het is maar goed dat de gasten het restant ook mee naar huis namen…

Tijdens een weekje zonder “inwonende” gasten koken we verschillende keren voor vrienden. De Fondue Savoyarde bestaat uit 3 soorten kaas. Dat mengen met een beetje knoflook, een snufje nootmuskaat, ietsje witte wijn en een scheut Kirsch en je eet je vingers erbij op. ( Overigens moesten we de drank deze keer vervangen door druivensap, omdat de vriendin geen alcohol mag hebben.)

Een paar dagen later komen er andere Nederlandse vrienden langs, ’s middags om 12 uur. Dat is wel een beetje stressen, want na de stadswandeling moet ik alle boodschappen doen en de hoofdmaaltijd voorbereiden. Het voorgerecht, gepureerde meloen met geroosterde ham, kost me ’s ochtends namelijk veel tijd. En hoeveel ervaring ik inmiddels ook heb, van het minste of geringste kan ik helemaal van slag raken, een goede en tijdige voorbereiding voorkomt dat.

Het hoofdgerecht, een saute de porc au curry, maak ik daarom een dag van tevoren. Veel stoofgerechten worden daar nog net iets lekkerder door. Het is een Frans potje met varkensvlees, tomaat, ui, appel, sinaasappel, crème fraiche en veel kerrie en gember. Ook lekker.

Met het toetje mag ik van mezelf altijd experimenteren: een glaasje met bananenvla, verse bananen, bolletje ijs, een beetje advocaat en een toefje slagroom, zie hier een grand dessert.

De dag erna komen Franse vrienden hier eten. Het hoofdgerecht is een gewaagde keus: Kip Madras. Mijn vrouwelijke gast houdt absoluut niet van pittig eten, misschien moet ik het voor haar wat verdunnen met wat room. En anders blust ze de brand maar met Pastis.

Als er zaterdag nieuwe gasten aankomen is het een makkie: de eerste dag kiezen ze voor een door mij gemaakte pizza, door Rien in de gîte thuisbezorgd. En dan op zondag de table d’hôte. En deze keer waag ik het erop, een nieuw gerecht voorschotelen aan gasten zonder het eerst zelf te hebben geprobeerd.

Blanquette de Veau

Naast Boeuf Bourgignon en Coq au Vin is de Blanquette de Veau een van de bekendste Franse gerechten. Op de camping maakte ik regelmatig de ” armeluisvariant” met kalkoen in plaats van kalfsvlees. En kortgeleden de Blanquette met zalm, ook heerlijk. Nu dus die met kalf en – ook al lijkt het een soortgelijk gerecht- de bereiding is heel anders. Het vlees moet stoven in melk, je maakt een roux, een mengsel van roomboter en bloem en voegt daar later een eidooier aan toe. Champignons, ui, wortel, crème fraiche en kruiden maken het af. Ik vind het best spannend.

Als voorgerecht kies ik voor de caillette. Dat is een typisch streekgerecht, qua vorm te vergelijken met een gehaktbal of gehaktbrood. Het hoofdbestanddeel is varkensvlees met het blad van snijbiet en spinazie, plus natuurlijk kruiden. Het is echt lekker en voor de gasten iets bijzonders.

Caillette

Dat koken is leuk, maar helemaal happy ben ik met ons nieuwe koffiezetapparaat. Het is minstens 1,5 jaar geleden dat onze Siemens het na 22 jaar begaf. We kozen voor een filterapparaat van Electrolux, niet het minste merk en ook niet het goedkoopst. Maar wat een geweldige miskleun en wat een bedroevende klantenservice! Alles wat er mis kon zijn, was ook  fout. Regelmatig stopte ie ermee. Dan heb je zin in koffie en is het toch niet klaar, ondanks de eindpiep. Grrr. Een kopje inschenken zonder te knoeien lukte niet. De laatste kop koffie bleef ook altijd in de kan achter. Formeel kpn je 10 Franse kopjes zetten, maar bij stand 9 zat een gat, dan klotste de rest van het water weg. Het ding gebruikte daarnaast nog eens de dubbele hoeveelheid koffie. En vanaf de eerste dag stond aangegeven dat het kalkfilter vervangen moest worden, maar de klantenservice wist niet hoe dat moest..

Wat heb ik vaak de neiging gehad dat kreng over de reling van ons terras naar beneden te gooien! Maar ja, we kwamen er maar niet uit welk apparaat we dan wel zouden willen. En aan nog een miskleun hadden we geen behoefte.

Rien is met dit soort zaken meer een volhouder, die vond uiteindelijk de Siemens Q serie. En wat genieten wij daarvan, en straks ook onze gasten! Espresso, gewone koffie van versgemalen bonen, cappuccino, latte, heet water voor thee… het kan allemaal en alles is even lekker. En simpel te reinigen. Het kost wat, maar dan heb je ook wat.

De komende week is ons programma nog niet echt vol, tijd dus om confiture te maken. Onze eigen fruitoogst wordt niks dit jaar: precies toen de bomen volop in de bloei stonden, ging het hard vriezen. Eén nachtje maar, met heel veel schade. Dus ga ik nu fruit kopen. Niet voor mij, want alleen op zondag mag ik van mezelf een croissantje met jam. En Rien eet dat helemaal niet, zelfs niet in de yoghurt. Nee,ik maak tientallen potten voor anderen..Een echte kookgek dus.

 

Vanwege de negatieve verhalen over Ibiza – bomvolle stranden, alleen maar disco’s, dronken gasten etc.- zouden we zelf nooit kiezen voor dit eiland. Maar door de verhalen van onze Bekende Nederlander en vooral ook zijn uitnodiging gaan we er toch naartoe. Een beslissing waar we geen seconde spijt van hebben.

Op het vliegveld bij Marseille verbazen we ons eerst hogelijk. Zoals het hoort hebben we alle toiletartikelen in kleine hoeveelheden in plastic zakjes verpakt. Maar dat moet overnieuw: vloeibaar hoort bij vloeibaar. Wat een onzin, je kunt toch zien wat het is? Maar goed, we doen het natuurlijk wel. Rien heeft thuis op het laatste moment nog 2 grotere verpakkingen in de koffer gestopt, 150 mg insmeerspul en een dure tube voetencreme, dat wordt allebei ingepikt. Schurken! Na de douane kan ik wel andere tubes kopen, dan wordt er ineens niets meer gecontroleerd. Nog meer idioterie: Ryan Air zet op de website exact wat de maten van de toegestane handbagage is, maar geen hond die ergens op let. Dus er gaan hele rugzakken mee naar binnen. Gelukkig hebben we een voorspoedige vlucht en landen we veilig. En dat is het enige dat telt.

 

Op het vliegveld van Ibiza staat BN ons op te wachten. En dat is maar goed ook, want hij woont werkelijk in the middle of nowhere. Het is inmiddels stikdonker, we hadden zijn huis echt nooit gevonden. De eerste afspraak was dat hij een auto voor ons zou huren, zodat we zelf het eiland zouden kunnen verkennen. Maar bij nader inzien vindt BN het toch gezelliger om ons overal naar toe te rijden. Dat verhoogt onze feestvreugde zeer…

Na een drankje en een lichte maaltijd bij hem gaan we naar ons ruime gastenverblijf.

Hij heeft een prachtig huis, niet extreem groot, maar wel heel sfeervol. Het zwembad ligt midden in een mooie tuin. Ik kijk mijn ogen uit bij de planten die overal bloeien. Zijn auto moet subiet stoppen als ik een heg van Amaryllissen zie. Daar heb ik in december altijd 1 plant van, nu zie ik verschillende heggen volop in de bloei.

De volgende dagen ontdekken we hoe mooi het eiland is buiten de extreem toeristische gebieden. We drinken iedere ochtend koffie in een ander dorp of stadje en BN laat ons al zijn favoriete strandjes zien. Bijna iedere dag eten we in een ander restaurantje. De Franse keuken vinden we perfect, maar iets anders op het menu is ook wel eens prettig. Een spies met lamsvlees of de echte Paella, een menu in een Indiaas restaurant…we genieten overal van en laten ons vooral leiden door de adviezen van  onze gastheer.

De hele dag horen we zijn sterke verhalen en grappen en grollen… Overigens is het niet uitsluitend eenrichtingsverkeer: Rien kan op computergebied veel voor hem doen.

Onderweg zien we heel veel moois, zoals plantages vol met fruitbomen, bijvoorbeeld sinaasappel, citroen, amandel en olijven. Bloeiende Cactussen, Bougainvilles in allerlei kleuren, Hybiscushagen… echt prachtig! Ik snap het best, dat er hele volksstammen naar dit eiland gaan. Dat de meeste toeristen voor de drukke stranden kiezen en voor appartementjes in torenhoge flats, dat begrijp ik dan weer niet. Al heeft ook de drukke hoofdstad veel moois te bieden. De laatste dag brengen we daar door. De oude stad is mooi om te zien en staat dan ook op de lijst van de Werelderfgoederen. We gaan er kriskras doorheen en dalen dan weer af naar het nieuwe deel van de stad, met alle winkels waar toeristen zo gek op zijn. Wij vermaken ons op een terrasje en kijken naar de outfits van iedereen. Het is koud voor deze tijd van het jaar, toch zijn er mensen die met korte broek en blote armen over straat lopen. Zo van : ik heb vakantie in een zonnig land en dus doe ik de zomerkleren aan. Mij niet gezien, ik heb een dikke trui geleend en Rien draagt de winterjas van onze gastheer.

Bloeiende cactus

We praten samen veel over taal. BN heeft Engels gestudeerd, spreekt behoorlijk Frans, heeft intensief Spaans gevolgd en is daarnaast een woordkunstenaar in het Nederlands. We hebben het over de logica in een taal en de moeilijkheden die anderen daarmee ondervinden. In het Frans spreek je bijvoorbeeld de laatste letter van een woord meestal niet uit. Maar toen ik een stuk vlees wilde zonder bot, sans os, lachte de slager me hartelijk uit: het was niet san oo, maar echt sans os. Van sans wordt de laatste s. als verbindingsletter wel uitgesproken en de s. van os ook, omdat er anders verwarring zou optreden ( uitspraak oo. staat voor eau, water..). Dat probleem geldt niet alleen voor vreemde talen. Bijvoorbeeld het m(i)auwen van de kat klinkt net als mouwen in je jas. Wij Nederlanders weten dat, net zoals je schrijft ik koop en wij kopen en dat je dat allebei uitspreekt met een dubbele o. Leg dat maar eens uit aan een buitenlander.

BN houdt een verhandeling over woorden waarvan het verkleinwoord een heel andere betekenis heeft. Een autootje is een kleine auto, dat is normaal. Maar een beet is iets anders dan een beetje. Achter een klont kun je van alles zetten, zoals een klont klei, maar als je alleen een klontje zegt, weet iedereen dat het over suiker gaat. Hetzelfde geldt voor het woord pot. Het verkleinwoord is potje, bijvoorbeeld een potje jam, maar dat is heel iets anders dan een potje klaverjassen. Zo had ik het nog nooit bekeken.

Aan alles komt een eind, terug dus naar huis. Op het vliegveld van Eivissa ( = Ibiza) zien we een stel toeristen die we gelukkig tijdens ons verblijf daar gemist hebben. Twee groepen aangeschoten Engelse vijftigers, met een kuitbroek aan, hoge sokken in sandalen en liters bier voor zich…Je zult zo’n  brok lawaai maar naast je hebben in het vliegtuig! Wij treffen het, zelfs de groep Franse pubermeisjes gedragen zich keurig.

Als we in Marseille arriveren, hebben we daar hetzelfde probleem als de vorige keer: hoe vind je de bus die naar de verafgelegen parkeerplaats rijdt? Als we eindelijk de Intercom daarvoor hebben gevonden, snauwt de man aan de andere kant ons af en verbreekt meteen de verbinding. Zei hij nou dat de bus eraan kwam? Of juist niet? Maar voordat we ons echt  zorgen kunnen maken, komt er een vriendelijke voorbijganger langs, die ons vraagt waar  we op wachten. We leggen uit dat we de meneer van de Intercom niet goed hebben begrepen. Nou, dan vraagt hij het toch even? En hij komt vervolgens gezellig bij ons op het bankje een praatje maken. Woont toevallig in Avignon en vindt het prachtig dat we “zijn” stad net hebben bezocht. Je moet terugkomen in juli, adviseert hij, dan zijn er allemaal festivals. En weg is ie, want zijn busje komt zo…

Ondertussen is het flink gaan waaien, het is code oranje. Maar ja, wij moeten wel naar huis. We denken dat onze oppassers al naar bed zijn, maar die zitten nog heel gezellig op ons wachten. Ze vertrekken de volgende dag, maar niet nadat Rien al het verrichte tuinwerk heeft bewonderd. In drie etappes heeft Ed alle heggen rondom ons terrein gesnoeid, sommige hagen waren 4 meter dik en bijna 3 meter hoog.. Onze tuinkabouter die in de zomer die heggen kortwiekt moest tot nu toe met een laddertje in een sloot staan, naar boven klauteren, een halve meter snoeien en dan de ladder weer verplaatsen. En wat een wankel evenwicht! Dat hoeft dus niet meer op die manier.

En nu weer in het gewone zomerritme. De eerste gasten van het seizoen zijn er, dat is ook weer gezellig.