Feeds:
Berichten
Reacties

Vanaf maart 2002 gaan wij 2 x per jaar naar Nederland. De eerste keren maakte ik 5 weken van tevoren al een doe-lijstje. Door de opbouw van de camping hadden we namelijk een boel andere dingen aan het hoofd. Nu is dat wel anders. Desondanks is het altijd krankjorum druk voordat we kunnen vertrekken.

Om maar wat voorbeelden te noemen. Onze poezenprinses doet haar behoefte bij voorkeur in de tuin. Toch moet ze de kattenbak binnen wel eens gebruiken. Bij het passeren ruiken we dat soms en dan grijpen we in. Maar voordat onze oppassers aankomen moet de bak dus persé uitgeboend zijn. Idem met de koelkast en de vriezer. Er moet uiteraard voldoende kattenvoer in huis zijn en dat betekent 3 soorten brokjes, 2 verschillende zakjes met zacht voer, knabbelstokjes en stukjes kip, de laatsten apart verpakt in de diepvries. En dat in een hoeveelheid waar ze wel 3 maanden van kan leven.

De winterbanden moeten bij beide auto’s worden geregeld. Precies 1 keer gokten we dat het nog wel kon en dat hebben we geweten. Vanwege hevige sneeuwbuien moesten wij heel België door met een gangetje van 40 km per uur, terwijl iedereen met winterbanden ons voorbij sjeesde. In de laatste week voordat we naar Nederland gaan hebben we daarom nu een dubbele afspraak. Eerst auto 1 naar de garage, meteen doorrijden naar het laboratorium voor onze jaarlijkse controle en daarna thuis ontbijten. Normaal is de eerste wagen dan klaar en kunnen we nummer 2 brengen. Maar nu loopt het anders, uiteindelijk worden er 6 banden afgekeurd, niet helemaal onverwacht. Bij de garage hebben wij de gewoonte om meteen af te rekenen. Maar helaas, het pinapparaat is kapot. Ik wil daarna een cheque brengen, maar – dat zul je altijd zien- het boekje is leeg en het nieuwe is niet aangekomen. Gelukkig geeft de garage mij een RIB, een Rélevé d’Identité Bancaire – de bankgegevens met het IBAN nummer erbij- zodat Rien het geld kan overmaken.

Nieuwe brillen

Onze huisarts vond de griepinjectie tot nu toe nooit nodig, nu moeten we dat wel doen en ook beslist vóór onze reis. Dus alweer een extra tripje naar de apotheek. Nog zoiets. Als je in Frankrijk je ogen wilt laten meten, moet je naar de oogarts, en die heeft een wachtlijst van drie tot vier maanden. En ja hoor, twee weken voor ons vertrek kunnen we er pas terecht. Daardoor krijgen we uiteindelijk de nieuwe brillen een dag voordat we afreizen. Eerst een keertje op en neer, 80 km., om de montuurtjes uit te zoeken en dan nogmaals om ze op te halen. Dat kost ons 2 x een middag. Het kan dan nog niet op met de onverwachte klussen. Zo stuurt een van mijn pensioenfondsen een brief met het verwijt dat ik de In-leven-verklaring niet heb ingeleverd. Potverdorie, de ambtenaar van de gemeente is mijn getuige dat die ingevuld en gepost is. Maar ja, ik moet er weer achteraan. Zucht.

Als onze oppassers uit Nederland aankomen, hebben we alle klussen afgewerkt. Geheel ontspannen kunnen we met hen uit eten. Onze poes vindt het niet leuk als wij niet thuis zijn, dus normaal komt zij dan, uit baldadigheid, behoorlijk laat binnen. Nu is ze er meteen, begint te eten, komt op schoot, gaat weer eten en daarna weer op schoot. Ik aai haar, niks aan de hand. Als Rien naar het toilet wil, sprint ze voor hem uit. Dat betekent: Meelopen! Ik wil vers water! En wel nu! Hij pakt haar even op en ze geeft een kreet van de pijn. Daar begrijpen we niks van. Als ze daarna weer op mijn schoot springt, zie ik een open wond op haar flank. Toevallig is onze oppas een gepensioneerde dierenarts, dus die roep ik uit zijn bed. Hij ontsmet de wond, zegt dat het niet ernstig is en dat hij het goed in de gaten zal houden.

Met een gerust hart gaan we de volgende dag op weg naar Nederland. Als we een paar uur gereden hebben, komt er een telefoontje: onze dame heeft nóg een open wond, deze is 3 cm en moet echt worden gehecht. Op zondag! Met veel moeite krijgen we een dienstdoende dierenarts te pakken. Deze ontdekt nog een derde wond, onder de andere oksel. Onder verdoving worden er pakweg 20 kleine hechtingen aangebracht. Hij denkt, net als onze oppassers, dat Gaia ergens in verstrikt is geraakt en zich los heeft geworsteld. En dat gebeurt dus net als wij niet thuis zijn! Heel naar, niet in het minst voor de oppassers. Iedere dag krijgen we gelukkig een verslag over de stand van zaken, soms met een foto erbij.

De ellende is inmiddels voorbij, en de knuffelfactor van Gaia is door de goede verzorging wederom een graadje opgeschroefd…

Uit angst toch eerder naar huis te moeten -vanwege onze prinses- plan ik alle afspraken achter elkaar en vaak 2 op een dag. Druk, druk, druk dus. Maar de ene is nog leuker dan de andere. Zo gaan we naar een feest van vrienden. In ’t Waarhuis in Aduarderzijl- een mooi, karakteristiek en drie eeuwen oud rechthuis- wordt gegeten, gedronken en gekletst. Tussen de bedrijven door zingen de eigenaren, de kok en zijn vrouw, prachtige songs. Ook heel bijzonder, vooral voor mijzelf: Ik draag een jurk! Een rok of jurk heb ik in Frankrijk niet meer aan gehad. Ze zien me hier aankomen! In de zomer in luchtige kleding, in de winter -voorheen- als bouwvakker verkleed, en dan ineens als dame? De Diois komen vast niet meer bij. Maar ik moet eerlijk zeggen dat het advies van mijn favoriete verkoopster heel goed is. Ze probeert me al zo’n 2 jaar in een jurk te persen, tot nu toe zonder succes. Maar ja, met dit feest voor de boeg, met een hoog jurkgehalte, moet ik wel…En wat heel schattig is: de verkoopster is speciaal voor mij aanwezig in de winkel, op wat voor haar normaliter een vrije dag is. Top.

De dag na dit feest gaan Rien en ik samen naar een voorstelling van Ellen ten Damme. Wat een geweldige zangeres! Wat een energie! Wat een spetterende show! Ze hupt en springt over het podium op enorm hoge hakken en heeft haar stem dan ook nog onder controle. Alleen erop lópen vind ik tegenwoordig al een hele uitdaging. Ook heel grappig: Als we thuis zijn, wijst het theater per mail ons op de volgende voorstellingen, onder andere een optreden van de Chippendales. Laat ik dan net in mijn eentje in Nederland zijn! Wie weet…

 

Doordat alle afspraken in het eerste deel zijn gepland, hebben we zowaar de laatste 3 dagen voor onszelf. Wij zetten de tuintafel voor het raam, strooien iedere dag voer voor de vogels en eekhoorns en zitten daardoor echt eersteklas…

 

En dan komt de tijd om weer naar Frankrijk te gaan. We vertrekken wat vroeger dan anders en het is volgens de navigator minder kilometers dan we gedacht hadden, dus opgewekt gaan we op reis. Dat gevoel gaat snel over: het is een aaneenrijging van wegwerkzaamheden, ernstige auto-ongelukken en ellenlange files. We doen uiteindelijk 10 uur over 600 kilometer, maar komen wel heelhuids aan. En dat is wat telt.

De tweede reisdag worden we geconfronteerd met de Gilets Jaunes, de Gele Hesjes. Macron heeft een aantal heftige beslissingen genomen. Zo wordt voor de laagste inkomens de Taxe d’ Habitation, een deel van de onroerendgoedbelasting, afgeschaft. Daartegenover zijn de brandstofprijzen heel snel verhoogd. Plotseling ontstaat er een opstand. Al ver voor Dijon geven borden boven de weg aan dat heel Lyon geblokkeerd is, niet alleen de weg door de stad, maar ook de grote rondweg. Wij kiezen eieren voor ons geld en nemen een andere route. Vlak voor Grenoble duiken wij toch de fuik in: de Gele Hesjes hebben de afrit van de tolweg geblokkeerd, zorgen voor enig oponthoud maar ook voor een gratis doorgang. En in tegenstelling tot de televisiebeelden:  het is een gemoedelijk sfeertje, de betogers en Gendarmes staan gezellig met elkaar te kletsen. Dat zien we de dagen erna ook.

Thuis kunnen we lekker knuffelen met Gaia, die – zoals het een poes betaamt- even goed laat merken dat ons vertrek niet op prijs werd gesteld. Pontificaal gaat ze spinnen bij de oppas, niet bij ons. De oppassers nemen ons daarna mee uit eten, ondanks alle extra zorgen die zij hadden. Chapeau!

En dan kan ik gaan aftellen voordat ik (weer) vertrek, voor mijn vrouwentripje.

 

Advertenties

AOW, AaahOhWee

Regelmatig lees je iets over de koopkrachtdaling van ouderen. Dat hebben wij niet echt meegekregen, misschien heeft onze voorgeschiedenis daar wel mee te maken. Als campingeigenaar ben je zelfstandig ondernemer, met een onzeker inkomen. Soms verdien je goed, maar door omstandigheden buiten je schuld kan dat ook zo omdraaien. Een hittegolf in Frankrijk, prachtige temperaturen in Nederland, een benzineoorlog…mensen die nog niet hebben geboekt, maken dan zó een andere keus. Het omgekeerde geldt ook: bij slecht weer in Nederland stromen de toeristen deze kant op. Maar het blijft dus altijd onzeker. Sinds Rien zijn pensioen heeft, komt er zomaar elke maand een vast bedrag op de bankrekening. Dat ervaren wij als pure rijkdom. Mij hoor je dus niet klagen.

En nu moet ik zelf AOW aanvragen. Grote griebel, wat is dat ingewikkeld! Toen we in Frankrijk gingen wonen en werken, adviseerde de accountant mij om “meewerkend echtgenoot” te worden. Onbetaald, want anders werd het te duur in de premies voor de sociale voorzieningen. En, zei ze, jij krijgt later toch al een goed pensioen. Als het daarbij was gebleven, was er geen vuiltje aan de lucht geweest. Dan had ik simpelweg de gekorte AOW kunnen aanvragen. Maar ja, in de zomer van 2012 heb ik nog als kok gewerkt op Domaine du Mûrier. Omdat daar netjes premies van zijn betaald, heb ik recht op een -uiteraard minimaal- pensioen. Drie jaar geleden kreeg ik daarover al eens een brief. Vervolgens gingen wij naar Valence, om dat pensioentje op te vragen. Met de benzinekosten, het parkeergeld en de kop koffie die we dronken, zaten we al in de min. Dus die vroege aanvraag hebben we toen maar laten zitten.

Vanaf 2013 werk ik hier als stadsgids. Drie maanden lang, 1 à 2 x per week leid ik mensen door de historie van Die. Daar verdien ik een leuk zakcentje mee, waar dan 25% aan sociale lasten en 5% belasting afgaat. Maar dan ben ik wel verzekerd voor de ziektekosten. En…- dat wist ik niet eens- daar bouw ik pensioen mee op.

Dat moet ik nu tegelijk aanvragen met de Nederlandse AOW, of ik nu stop of niet. Gelukkig helpt onze accountant daarmee, want aan dat soort administratieve processen waag ik me niet meer. Dat deed ik op de camping eens, toen de regeling van de witte werkster ook voor kleine bedrijven inging. Dapper begon ik, om bij vraag 3 al helemaal de kluts kwijt te raken. Wat is uw taux? Taux?? Het woordenboek gaf wel de vertaling, nl. het belastingpercentage, maar welk percentage, over welk bedrag? En als je vraag 3 niet had ingevuld, kwam je niet verder. Grrrrr…..

Het kan nog erger: Heb je je eindelijk, eindelijk door een tiental vragen heen geworsteld, valt Internet eruit. Weg alles wat je hebt ingevuld! Wat ik toen zei, kan ik hier niet op paper zetten…

Gelukkig is de Sociale Verzekeringsbank in Nederland heel klantvriendelijk. Een aardige meneer belt me terug -na een mail van mij- en stuurt de benodigde formulieren op. Heel fijn, nu heb ik meteen de naam van iemand die me daar kan helpen.

Want AaahOhWee, wat is het lastig! Bij Rien ging het simpel, die heeft in het onderwijs gewerkt en daarna zijn eigen bedrijf gehad. Alle data zo voorhanden. En Rien is bovendien een Piet Precies, die bewaart alles keurig in mappen en ordners, op datum of op alfabet. Ik verzamel óók alles, alleen weet ik nooit wáár…

Maar liefst 9 verschillende banen had ik in Nederland. Toen ik vanwege stemproblemen afgekeurd werd uit het onderwijs ben ik per dezelfde datum begonnen in een andere functie. Maar eerst op proef, dus met een herplaatsingstoelage. Toen ik uit de Tweede Kamer ging, startte ik de dag erna bij de Emancipatieraad. Omdat dit parttime was, kreeg ik wachtgeld, waarop de verdiensten werden gekort. Dat gebeurde ook met mijn inkomen als lid van de Provinciale Staten. Op de dag dat de Emancipatieraad ophield te bestaan, kon ik beginnen in een andere functie. Omdat het een aan de overheid gelieerde instelling was, werd er maximaal gebruik gemaakt van mijn wachtgeld, eigenlijk dus werken met behoud van uitkering, voor een bepaalde periode. En nu moet ik bewijsstukken van dat alles verzamelen…Zucht.

Ik ben zelf dus een chaoot met papieren, ben regelmatig wat kwijt en vind het pas na lang zoeken terug. Nu kan ik bijvoorbeeld mijn aanstelling als lid van de Emancipatieraad niet vinden. Dat was een Koninklijk Besluit, dus een aanstellingsbrief met de -echt handgeschreven- handtekening van Koningin Beatrix eronder. Dat zou ik toch nooit weggooien??? Maar ja, die brief is niet te vinden.

Nou hebben we met onze verhuizing naar Frankrijk ook wel pech gehad. We hadden een erkende verhuizer ingeschakeld, die onze inboedel een paar maanden in de opslag had. Toen hij met de vrachtwagen in Die aankwam, bleek er van alles te missen. Dat onze matrassen er niet waren en twee fauteuils ook niet, dat hadden we meteen door. Het duurde toch nog 3 maanden voordat die ook kwamen, en pas nadat we dreigden nieuwe te kopen op hun rekening. Hoezo erkend??? Een ” nest” grote bloempotten voor de tuin is nooit meer boven water gekomen. Die hadden zij niet gehad, zeiden ze.

Datzelfde geldt voor sommige boeken en een deel van onze administratie. Je mist het een en ander, maar je kunt niet bewijzen dat het bij hen in de opslag was. En nu zoek ik me dus wezenloos naar stukken die hier misschien nooit geweest zijn. Op mijn speurtocht kom ik wel dingen tegen waarvan ik niet eens wist dat ik ze in mijn bezit had. Bijvoorbeeld de rapporten van de lagere school en die van de HBS. Leuk om terug te zien.

We zinken nog een stukje verder het bureaucratische moeras in. Eerst komt er een mail van het Office de Tourisme, dat onze gite opnieuw geklasseerd moet worden. Wat een onzin, via hen krijgen we 0% reserveringen binnen. Toch informeer ik even. Gelukkig maar, want het ontmoedigingsbeleid voor wildgroei à la Airbnb is pittig: de toeristenbelasting wordt bij het ontbreken van een geldige classificatie verhoogd tot 4% van de huursom, met een maximum van € 2,40 per persoon per dag. Goedemorgen, voor onze gasten betekent dat een verhoging van 66%. En daarbovenop voor de eigenaar óók nog een nare maatregel. Omdat je geen enkele aftrekpost hebt voor appartementen (niet voor de bouw, inrichting, schoonmaakster, niks) geldt er een vaste regel: 29% van de ontvangen huursom wordt meegenomen voor de belastingen. Bij niet geklasseerde appartementen wordt dat 50%. Nou, die rekensom is snel gemaakt…Toch maar die € 165,- betalen voor de keuring. Maar de papierhandel die hierbij weer komt kijken!!! Alle afmetingen moeten worden genoteerd. Denken ze dat zo’n appartement krimpt of zo?? En deze: Zitten de hotelschakelaars er nog in? Nee, die hebben we inmiddels gesloopt. Echt idioot, dit soort vragen. Overigens is dit landelijk vastgesteld beleid, ons Office valt niets te verwijten.

En dan moeten we als toegift een bewijs bij de gemeente halen dat ons appartement ingeschreven staat. Die heeft nota bene net een brief gestuurd dat ze onze toeristenbelasting heeft ontvangen. Zijn daar geen computers waarin bestanden zijn gekoppeld?

Het houdt nog niet op met de bureaucratie. Een van mijn pensioentjes is ineens een stuk lager, daarom informeer ik naar de reden. Krijg keurig antwoord: mijn belastingvrijstelling geldt niet meer, die moet ik opnieuw aanvragen. Ook dat is gek: de Belastingdiensten van verschillende landen wisselen wél uit wat jij op je bank hebt staan, maar simpelweg informeren of jij belastingplichtig bent in een ander land is er niet bij. Dat moeten wij dus zelf bewijzen, met een formulier van 9 velletjes.

Na die hele papierwinkel mag ik best even klagen, AaaahOhWee dus. Maar alles is opgestuurd, hopen maar dat het goed komt.

PS. De volgende column komt ietsje later dan normaal.

In 2001 was er nog geen tv-programma Ik Vertrek, maar het begin van ons Franse avontuur had daar best in gepast. Toen we op 4 november 2001 naar Die vertrokken, zouden we 4 dagen later het definitieve koopcontract tekenen. Bij aankomst vertelde de verkoper echter dat er een probleem was. Een stukje land moest nog worden opgemeten en het Kadaster had een wachttijd van 9 maanden. Daar sta je dan, met je poezen en een koffer met kleren, de hele inboedel ergens onderweg in een verhuiswagen. Er was wel een appartement voor ons beschikbaar, met een oud bed en een formica eethoek, maar bordjes, kopjes, pannen… niets was er. Dat was best behelpen.

We maakten van de nood een deugd en investeerden in de kennismaking met mensen en organisaties en ook in het verkennen van de omgeving. Onze eerste autotocht leidde ons naar de bron van de rivier de Drôme. Die is te vinden bij het minidorp La-Bâtie-des-Fonds, met 5 inwoners en een eigen burgemeester(?).

Vroeger woonden er meer mensen, totdat aardverschuivingen in 1935 en 1936 de meeste huizen vernielden. Ook het huis van de Curie: de legende vertelt dat daaronder de eerste bron van de Drôme werd gevonden.

We verwachtten er heel wat van, uit de grond opborrelend water of zo, maar het leek toen niet meer dan een wat drassige plek. Jaren later maakte het departement er een vlonder van 250 meter lang, zodat je al rondwandelend meer zicht hebt op de verschillende bronnetjes. Er zijn er vlakbij nóg twee, die van de Carabes en van Chamel, samen zorgen ze ervoor dat er een slootje ontslaat. Beetje bij beetje wordt dat een rivier, die uiteindelijk na 175 kilometer in de Rhône uitkomt. Maar hier, bij het begin, kun je je gewoon niet voorstellen dat mensen er in het voorjaar op kunnen raften, wildwaterkanoën.

Dicht bij La-Bâtie-des-Fonds ligt het dorp Valdrôme, een skigebiedje met ook in de zomer veel toeristische activiteiten, zoals van alles rondom astrologie. In augustus, de maand van de vallende sterren, staan daar talloze sterrenkijkers opgesteld, waar mensen uit heel Europa op af komen. Voor jongeren zijn er ook allerlei stages over dat onderwerp.

Er zijn in die buurt bovendien talloze wandelingen uitgezet. We waren zelf nog nooit in dit hooggelegen dorp en het is echt spectaculair: je kunt er gemakkelijk inrijden, maar het is voor ons een hele toer om de auto weer om te draaien voor de terugtocht. (Dat komt ook, omdat we de parkeerplaats die wél simpel bereikbaar is, pas in de gaten hebben bij vertrek). Behalve een mooie zonnewijzer is er niet veel te zien.

Op de terugreis passeren we wedérom de Claps de Luc. In 1442 brak, door een aardverschuiving, de hoogste bergtop, de Pic, in grote stukken. Die brokken stremden de rivier en daardoor ontstonden er twee meren, een grote en een kleinere. Eeuwenlang werd er gevochten om het grootste meer, vanwege de vruchtbare grond eromheen en de visvangst. In 1788 werd dat meer drooggelegd en in 1804 werd er een gat in de rotsen geboord, zodat de Drôme weer verder kon stromen. Dit gat, deze plek, heet de Saut de la Drôme, omdat de rivier hier werkelijk vele meters naar beneden ” springt”. In het voorjaar, als het smeltwater vanuit de bergen naar beneden komt, gaat dat met donderend geweld. Dat levert mooie plaatjes op. Er schijnt ook een mooi pad van de Claps naar de Saut te lopen, met informatieborden. Dat moeten we nog eens gaan ontdekken.

Terwijl wij onze gasten aanraden om daar een kijkje te gaan nemen en eventueel een dag door te brengen aan het lieflijke meertje, hebben wij dat zelf nog nooit gedaan. Nu stoppen we er en we boffen: zelfs de snackbar is open, voor een kopje koffie. De steile wanden van de rotsen daar lenen zich goed voor bergbeklimmen. Er is zelfs een heuse klimschool. Ook is er een zogenaamde via ferrata, een met staalkabels uitgezet parcours. Je zit gezekerd aan die kabels en de voeten kun je meestal op stalen stijgbeugels neerzetten. De via ferrata bij de Claps is 650 meter lang en je overbrugt 200 meter hoogteverschil. Voor iemand die op de lageduikplank al hoogtevrees heeft, is dit helemaal niks. Ik zit liever aan dat meertje, met de voeten op de grond.

Nu, met de herfstvakantie, is er een jonge vader aan het oefenen met zijn kinderen. Die aapjes hebben flexibele schoentjes en gaan zó omhoog, op een oefenplek. Ze kijken goed waar ze hun voeten neerzetten en waar ze met hun handen grip hebben op de stenen. Zijn ook niet gezekerd door een touw, ik griezel ervan. Als er eentje uitglijdt naar beneden rollen er wat traantjes, maar pa zegt: Kom op, niet piepen. En hups, de volgende poging…

Waar we wél eerder waren: het Marais des Boulignons, een moeras dat is overgebleven van dat vroegere grote meer, vóór de drooglegging. Schapen en paarden uit de Camarque onderhouden het huidige moeras,door het riet en jonge boompjes op te eten. In dit prachtige natuurgebiedje is een mooie rondwandeling te maken van 3 kilometer, het Sentier du Marais, met slechts een hoogteverschil van 100 meter. Die tocht gaat gedeeltelijk over vlonders, om de voeten droog te houden. Er zijn wel 320 verschillende soorten planten geteld, 31 soorten Libelles, 5 soorten reptielen, 73 soorten vlinders, en 61 soorten vogels, waaronder de kiekendief, een grote roofvogel. Zeldzaam ook is de witte Moerasorchidee. Nog 2 bijzondere dingen: tijdens de wandeling kom je ineens een verroeste oude auto tegen, die in 1944 gestolen was van de Wehrmacht, met de kogelgaten in het dak. Men had de auto in een droge periode verborgen, en toen kwam de regen…

En er is een mooie ruïne, bereikbaar via een steil hellinkje, waarschijnlijk gebouwd door de bezitters van het grote meer, de monniken van Chartreuse.

Nu onze laatste gasten zijn vertrokken, werken we ons klussenlijstje af: Het zwembad winterklaar maken, buitenmeubels en kuipplanten naar binnen brengen, door de zon aangetast beitswerk herstellen enzovoort. Zo’ n toeristisch middagje is dan een leuke afwisseling.

 

P.S. Onze eerder gemaakte eigen foto’s van het moeras kon ik niet terugvinden. Deze zijn van les montagnards bretons.

Einde seizoen

Het was weer een prachtig seizoen, bijna een tien plus, met slechts 1 smetje. Zo onbelangrijk, dat ik het alweer vergeten was. Totdat ik mijn handgeschreven commentaar op het reserveringsformulier teruglas. “Kapotte spullen”.

Nou is het heel normaal dat er wel eens iets stuk gaat, zoals een kurkentrekker, de knoflookpers, een handvat van een mesje of een lamp die ermee stopt. Dat gebeurt in je eigen huishouding ook. En -ik geef het toe- soms doe je gewoon iets stoms: je handen met kerrie niet afspoelen onder de kraan, maar afvegen aan de vaatdoek. Oeps, die vlek gaat er nooit meer uit.

Onze gasten overkomt dat ook. De waarborgsom spreken we daarvoor nooit aan, alhoewel we dat punt dit jaar wel héél dicht waren genaderd…

Toen we de gîte bouwden, hebben we er een grote, glazen pui in laten maken. Van buitenaf kun je niet zien wat erbinnen gebeurt, maar toch heb ik, vanwege het gevoel van privacy, vitrages gekocht. Het was echt een toevalstreffer: een paar chique gordijnen waren sterk afgeprijsd en daardoor ineens betaalbaar.

Bij een van de gasten wapperen die vitrages dagenlang naar buiten, totdat de deur dichtwaait en er een grote winkelhaak in zit. Als dit gemeld wordt, krijgt Rien ongevraagd meteen te horen dat ons ophangsysteem niet deugt. Dat heeft er werkelijk niets mee te maken. Gelukkig ben ik er niet bij, want ik kan daar niet zo goed tegen: terwijl je zelf iets doms doet meteen de bal over de schutting gooien. We trekken het niet van de waarborgsom af, ook al moet ik 3 gordijnen vervangen. Maar wel een aantekening dus…

Gelukkig waren álle, echt álle andere gasten helemaal top. Het begon al ergens in maart, toen ik een mailtje kreeg van Dinie. Zij was indertijd met haar gezin een van de eerste gasten op de camping. Dinie en Arend konden hun pubers af en toe wel achter het behang plakken, maar wij vonden het grut allerliefst. (Dat vonden wij van de ouders trouwens ook…) Ieder jaar kwamen ze terug, ook in het nieuwe huis, en nu in het voorjaar dus dat mailtje:

Dochterlief moet een afstudeerscriptie schrijven, wil dat bij jullie doen en vraagt of ik dan meega, kan dat?

Tuurlijk. Een paar dagen later:

Manlief en het vriendje van de dochter willen ook mee, kan dat?

Ook goed, gezellig, maar dan liever wel in 2 gîtes.

Het weekend daarna:

Zoon wil ook mee, kan dat?

Het wordt wel behelpen, die moet dan maar op de slaapbank.

Nog een paar weken later:

Zoon heeft een nieuwe vriendin, mag die ook mee?

Ja, dan moeten zij maar in het tuinhuisje slapen.

Zo begint ons seizoen, met 6 gasten tegelijk, en wat was dat gezellig! Die scriptie is volgens mijn waarneming met de ogen dicht bij het zwembad geschreven, maar inmiddels is dochter T. wel afgestudeerd.

Een paar dagen na hun vertrek komt Maartje, eveneens een vaste gast van de camping, om haar tweede echtgenoot de prachtige Drôme te laten zien. Ook dat is weer leuk, net als trouwens met de daaropvolgende gasten.

Soms springt een stel eruit door toevalligheden. Met voor ons onbekende Hardenbergers -waar wij 25 jaar woonden- heb je ineens gesprekken over “Ken je die en die ook?” En een ander paar komt uit Assen, waar Rien en ik beiden woonden als pubers. In de studententijd gingen we er stappen, op een plek waar nu een grote nieuwbouwwijk uit de grond is gestampt. Grappig, dat zo allerlei jeugdherinneringen bovenkomen.

En ” de meiden” komen weer terug. Ik bedoel niet mijn 2 hartsvriendinnen die ook weer op de camping staan, maar een soortgelijk koppel. In 2014 waren ze hier voor het eerst en het was reuze gezellig. Maar, zeiden ze, wij gaan nooit 2 x naar dezelfde plek. Om het daaropvolgende jaar meteen weer op de stoep te staan…En inderdaad sloegen ze toen even over. Dit jaar waren ze er weer, nu zelfs 3 weken. Voorzichtig begonnen ze al over een volgende keer te praten. Tegelijkertijd kwam er een mail binnen van een mij onbekende dame:

Ik weet dat ik heel vroeg ben, maar zijn de volgende 2 weken in augustus 2019 nog vrij? Onze meiden reageerden meteen: Ons verblijf vastleggen! En de andere dame kon gelukkig haar vakantie nog opschuiven.

Voor de vierde keer zijn Martine en Anders hier. Dat is zo leuk van verschillende mensen over de vloer hebben, iedereen brengt zijn eigen ervaringen mee. Anders is bijvoorbeeld onderhoudsmonteur bij een patatfabriek. We vernemen wat er allemaal- volledig computergestuurd- gebeurt met de aardappel die binnenkomt, totdat ie als frietjes in een zak er weer uitgaat. En Martine is activiteitenbegeleidster bij dementerende ouderen. Hier in de regio struint ze alle brocantes af, de rommelmarkten, om materiaal voor haar ” oudjes” te scoren. En wederom neemt ze een vuilniszak met lavendel mee. Haar cliënten wrijven de zaadjes eruit en Martine maakt daarbij toastjes met Boursin, zo hebben ze een echte Franse middag…Geweldig vind ik dat soort verhalen.

Ook bijzonder: aan het begin van het seizoen krijgen we een reservering binnen van een onbekende meneer, die de naam van zijn partner erbij vermeld. He, die ken ik!! In het eerste jaar van de Sociale Academie hebben we in ieder geval enige tijd samen in een groep gezeten. Ik kwam daarna in een zooitje ongeregeld terecht. Was daar verreweg de jongste, zo groen als gras en bloedserieus, terwijl de rest te typeren was als langharig werkschuw tuig. Ik keek mijn ogen uit, dan ging zo’n gast naar de supermarkt, koos een dure wijn voor tussen de middag (????) en plakte er voor het afrekenen een sticker op van een goedkope fles. En als je je ‘ s avonds niet lam zoop in hun gezelschap of zo stoned als een garnaal werd, dan hoorde je er niet echt bij. Niet mijn clubje dus. A. had het beter bekeken, die zat in de groep waar ik achteraf ook bij had gemoeten. Ik keek reuze tegen haar op. Ze was een jaar ouder dan ik, had veel meer levenservaring en woonde bij haar ouders op een zelfstandige etage. Het is nu ontzettend leuk om uit te wisselen hoe onze levens nadien zijn verlopen. En ook grappig, haar partner is een beer van een vent (leuk en aardig) en die goede man is bang voor poezen, zelfs voor dat kleine schatje van ons. Rien begrijpt daar niks van, zo’ n poes doet toch niks? Nou, ik snap hem volkomen, angst kun je namelijk niet beredeneren. Ik ben bang voor een spin, terwijl die niet eens een kattenkrab uitdeelt.

Trix is onze laatste gast dit jaar in de studio. Ze is in haar eentje, daarom moeten we wel iedere dag wijn met haar drinken. Wat een straf he? Het is beslist een zwaar leven, als je appartementen verhuurt…

Naast al deze gasten zijn er ook familieleden en vrienden die langskomen, in de studio, in een hotel – omdat wij geen plek hebben- of op de camping. Bijna alle dagen feest dus. De laatste gasten zijn nu vertrokken. En het is net als op de camping: Na de winter kun je niet wáchten tot de eerste gasten komen. En nu is het heel fijn om weer een tijdje met zijn tweetjes te zijn. Uit principe klussen we niet tijdens het seizoen, nu staat de eerste verfpot al klaar. Aan de bak dus, na een prachtig seizoen.

 

PS. Terwijl de rozen nog volop in bloei staan, zijn de vuurdoorns in onze heggen al in herfsttooi.

Pies en poep

Wees niet bezorgd, dit wordt geen column over mijn stoelgang. Wel over onze bijzondere ervaringen met menselijke uitwerpselen.

Toen wij de boerderij hier kochten stond in de koopakte dat onze afvoer in de nabije toekomst aan nieuwe milieueisen zou moeten voldoen. Vervolgens hoorden we daar nooit meer iets van. Wat de camping betreft waren de voorwaarden wél heel strikt: er werd uitsluitend een openingsvergunning verleend als ons sanitair op het riool aangesloten zou worden óf als er een eigen zuiveringsinstallatie aangelegd werd. En dat laatste was een uiterst kostbare zaak. Maar we hadden geluk: de riolering van de gemeente Die liep onder onze grond, het was een kwestie van een geul laten graven en daarna aansluiten.

Wij voelden ons meestal gezegend met de gasten, ze waren vaak leuk, aardig, netjes en correct. Maar nét niet altijd, niet allemaal … Zo raakte de septictank van de boerderij eens verstopt, omdat een huurster van een appartement haar maandverbandjes door het toilet spoelde. Midden in het seizoen stond onze binnenplaats daardoor onder de drek. Daarna sloten we ook het huis op de riolering aan. Probleem opgelost, nou ja…dít probleem dan.

Er zijn wel meer mensen die een vreemde relatie met hun eigen afvalproducten hebben. Vanwege de hygiëne hadden we hangtoiletten (níet de Franse hurkpotten) en in de achterwand waren bakken ingebouwd voor tampons en maandverband. Op een dag kwam de schoonmaakster de receptie invliegen, terwijl de stoom uit haar oren kwam. Ze trof nu al voor de derde keer een mensendrol in die bakjes aan en daar greep zij dan in. Buiten de schoolvakanties waren er geen kinderen op de camping en honden lukt het niet om hun poep op die manier te verstoppen, dus de dader moest wel een volwassene zijn. Op dat moment hadden we een gast die niet alles op een rijtje had, dus we kalmeerden de toiletjuffrouw: ” Die gaat morgen weg, het probleem is dan opgelost”. Niet dus, daarna gebeurde het nog een keer, de dader was kennelijk een ” normaal” iemand. Nou ja, normaal? En hoe gestoord ben je als je -echt gebeurd!- ruim een meter naast de pot poept? Of de wanden even lekker insmeert…

Naast de pot piesen, dat gebeurt nog wel eens, omdat mannen niet goed richten of een borreltje te veel op hebben. Maar je uitwerpselen ernaast droppen??? Volgens mij ben je knettergek, als je je eigen drol uit de pot vist en dan in het bakje voor het maandverband stopt. Op die momenten werd ik wel heel nieuwsgierig naar wat zo iemand thuis doet…

Nu maken we dit niet meer mee. En toch gaat er hier ook wel eens iets mis. Dit huis had 6 jaar leeg gestaan, voor wij het kochten en dat was niet zo goed voor allerlei leidingen, afvoerbuizen etc. En dat merk(t)en we af en toe. Toen bijvoorbeeld in november 2014 onze oppas arriveerde, liet ik vol trots de nieuwe studio zien. Werd daar verrast door een kerriekleurige smurrie in de douchebak. Het nieuwe toilet was gelukkig nog niet gebruikt, dus het was geen poep of pies. De afvoer van het water vanuit de studio en onze eigen keuken, dat bleek teveel te zijn voor dezelfde, flink aangekoekte buis.

Deze week hadden we weer een stinkend zaakje bij de hand. Bij verkoop van gebouwen is hier een bouwkundig en technisch rapport verplicht. Dat moest ook gebeuren toen de camping in andere handen overging. Het was toen een wassen neus, die keurmeester was echt niet van deze wereld. Hij constateerde o.a. dat er geen afvoer van de wasemkap was. Nou, een hele hoge dus. Ook miste hij de aardlekschakelaar, die was er volgens hem niet. Nu hadden wij die boerderij indertijd gekocht met net zo’n keuringsrapport en daar ontbraken echt wezenlijke zaken. Op zoek naar een stopcontact in een slaapkamer bleken er bijvoorbeeld 2 gaatjes in een houten plint te zitten, met daarachter elektriciteitsdraden in alle kleuren van de regenboog. Levensgevaarlijk! En voor die ondeskundige man moesten we € 2000,- betalen ( bedrijfskeuring, dus extra duur).

Toen we dit huis kochten waren er diverse technische rapporten, o.a. over de afvoer van water en riolering. Allemaal dik in orde. Bij een controle zijn we nu ineens aan de beurt, het hele afvoersysteem wordt afgekeurd. Als Rien met de controlerende dame binnen komt, staat zijn gezicht op onweer. Maar na een tijdje doorpraten wordt het wel begrijpelijker. In 2012 is het systeem goedgekeurd, omdat er -doordat het huis de 6 jaar ervoor niet bewoond was- geen enkel probleem zichtbaar was. Maar nu wordt de afvoer dagelijks gebruikt. De septictank zit vol, de overstort functioneert niet goed en daardoor kan er “vloeistof” in het slootje voor ons huis komen. Hetgeen, terecht, verboden is. Het eerste is simpel te verhelpen, het tweede is lastiger. De afvoerbuizen hebben namelijk een te sterke helling, zegt de dame.

Voor het legen van de tank komt er een prachtige vrachtwagen voorgereden. Die niet alleen leegt, maar ook reinigt en met een computer de binnenkant van de buizen controleert. Daarna komt er een man langs die alles bestudeert en zijn conclusie is niet misselijk: volgens hem moeten we kiezen tussen een nieuwe septictank óf een groter uitvloeiveld. En daarnaast een beter aangelegd buizensysteem. In beide gevallen gaat het hele grasveld op de schop. Wat een klus! Gelukkig worden we niet gesommeerd om het direct aan te pakken. En dan komen onze buurtjes weer een avondje eten. Zij stellen ons onmiddellijk gerust: in het dorp naast ons zijn alle afvoersystemen afgekeurd en niemand die er verder iets aan doet. En bovendien zijn de ervaringen met zo’n speciale septictank helemaal niet goed, dus in het ergste geval moeten we het uitvloeiveld wat vergroten. We wachten eerst maar even op de offerte.

Wel passend bij dit onderwerp is mijn toenemende hekel aan zogenaamde kouwe kak, vooral als mensen opscheppen over hun bezittingen, inkomen en/of intelligentie. Bijvoorbeeld:” Ik heb een afspraak met iemand die nog rijker is dan ik…” Maar hoe rijk ook, deze man drinkt steeds koffie op onze kosten en geeft nooit iets terug. Zijn kakmadam begroet ons met de woorden dat we zo’n belachelijke helm op hebben. (We zijn hen fietsend gepasseerd). De keer daarop zijn haar eerste woorden: ” Ben je weer op je fietsje?” Alsof we op roestige rammelkasten rijden, i.p.v. op goeie elektrische fietsen. Ik begrijp echt niet waarom iemand zo denigrerend doet. Zo gauw ze nu onze kant op komen, vertrekken wij…Lekker kak!

Een ander voorbeeld, nog stugger, van een man in ons gezelschap die alleen voor zichzelf en 2 familieleden koffie bestelt. Als Rien daarom voor ons eigen groepje een rondje aan de ober doorgeeft, roept deze gast heel hard: “Ja, en voor mij ook een biertje!” We zijn iedere keer weer met stomheid geslagen over zoveel lompheid, zoveel arrogantie, over zulk gebrek aan sociale intelligentie.

Gelukkig zijn er altijd mensen die wél leuk zijn, zoals bijvoorbeeld A. Iedere woensdag neemt hij speciaal voor ons boeken mee over de geschiedenis van Die, over haar “tweelingsteden”, of een klapper met affiches die hij ooit zelf maakte. Een uiterst belezen man, autodidact en niks geen kouwe kak. Voor Rien heeft hij deze keer een speciaal cadeautje meegenomen. Een bordje met de tekst: Vrouwen zijn niet gecompliceerd, het zijn de mannen die niets begrijpen. De grap zit natuurlijk in het woord Rien.

En weer thuis ontvangen we de een na laatste gast van dit seizoen. Ze komt meteen binnen met een tas vol cadeaus. Zelfs de poes is niet vergeten. Dat maakt alle ergernis van de marktdag weer helemaal goed.

Misschien zijn we het pies- poepstadium weer te boven, voor de kouwe kak moet ik nog een strategie bedenken. Iemand tips??

Concullega’s

Tijdens onze laatste jaren in Nederland was Rien zelfstandig ondernemer en “ontwierp” ik een leergang voor startende ondernemers. Ik leende daarvoor veel kennis uit de boeken van zijn cursus Algemene Ondernemersvaardigheden. Zo ook alles over EVA, je Enig VerkoopArgument, oftewel: hoe onderscheid jij je van collega’s in dezelfde branche? Je kraakt hen niet af, zoals je wel ziet in reclames. Dat is niet alleen onaardig, maar ook onverstandig. Want als er iets te vergelijken valt, is er ook meer te kiezen. En als er meer keuze is, trekt dat extra klanten aan. Win-win dus voor beide kanten.

Dat geldt ook voor campings en appartementen. Voordat wij ons vestigden in Die moesten wij antwoord geven op de vraag wat ons unieke verkoopargument zou worden, hoe wij ons wilden onderscheiden van de andere campings. Grote kampeerplekken, dat bedachten we zelf. Broer T. maakte daar extréém grote plekken van.

Over de omgang met collega’s dachten we van tevoren helemaal niet na. Dat kwam vanzelf, toen de verkoper van de boerderij ons verwees naar de overburen, eigenaren van een echt grote camping. En in plaats van te denken dat ze er een concurrent bij kregen, vlak voor de eigen deur, hielpen ze ons waar ze maar konden. Hij gaf ons talloze tips en stelde ons even zo vaak gerust als er weer eens een vergunning was geweigerd. Zij verwees meteen kampeerders door, toen hun camping ” complet” was. Wij vingen weer een gezin van hen op dat een nacht te vroeg arriveerde, waardoor het besproken huisje nog niet vrij was. Onze campings waren absoluut verschillend, daarom konden we over en weer ook gasten doorverwijzen. Bijvoorbeeld als mensen mij vroegen of er animatie voor de kinderen was. Bij de overburen wel, niet bij ons. Ook een andere camping hielp met de start, door te wijzen op onze winterstalling voor caravans. Dat werd ons eerste vaste inkomen.

Ook met concullega’s is het belangrijk dat het geen eenrichtingsverkeer is. En dat hoeft niet beslist in de toeristenbranche te zijn. Een etentje aanbieden, passen op de huisdieren, een avondje assisteren in het restaurant, omdat er te weinig helpers zijn… je doet gewoon wat je kunt. En als mensen nóóit iets teruggeven, dan stop je vanzelf met daar verder energie in te stoppen.

Nu heb ik alweer een tijdje contact met een Nederlandse inwoonster van de Drôme, die net zo gek op dit departement is als ik. Die er graag over schrijft, op een eigen weblog, namelijk. www.drome-blog.nl. En heel slim, dat kondigde ze aan op www.nederlanders.fr., een website voor Nederlanders met een huis in Frankrijk.

Al sinds we hier wonen verzamel ik alle informatie over de Drôme, met het idee er ooit een boek over te schrijven, omdat een Nederlands versie over dit gebied niet beschikbaar is. Maar Sabine is me voor. Haar blog leidt tot een tv-opname, ze wordt gastredacteur bij Côte & Provence én ze krijgt de vraag om dat boek te schrijven. Ik zou natuurlijk stik jaloers kunnen zijn, maar gelukkig voel ik dat niet zo. In tegendeel, ik werk graag mee aan haar blog en verschaf informatie en foto’s voor haar boek. In ruil daarvoor zet zij overal mijn naam bij. Wij ontdekken – heel gezellig- samen de kanaaltjestocht in Valence en ik krijg van haar een -oude- dorpswandeling door Bourdeaux. Talloze malen reden we al door dit dorp, dronken er zelfs op een terras koffie, maar nooit bezichtigden we het eeuwenoude, hooggelegen dorp zelf. Nu wel.

De oude ruïnes van het kasteel torenen hoog boven Bourdeaux uit. Heel bijzonder: in deze hele regio vochten de katholieke bisschoppen van Die eeuwenlang tegen de protestantse graven van Poitiers. Meestal bouwden ze in de buurt van elkaar een kasteel, zodat ze de tegenstander goed in het oog konden houden. Hier in Bourdeaux is er de Grand Manteau, de Grote muur van de Toren van de bisschoppen van Die uit de 12e eeuw, 3 meter dik en 25 meter hoog. En maar ietsje verderop, echt op tientallen meters, ligt de Grande Salle, waar de toren van de graven van Poitiers uit de 13e eeuw is. Eenmaal boven heb je een schitterend uitzicht over het dal. Ook bijzonder is het Renaissancehuis van het eind van de 15e eeuw, met een overhellend dak en een prachtige raamomlijsting. En persoonlijk vind ik de oude klokkentoren mooi, de beffroi, uit de 13e eeuw.

Uiteraard gaan we bij Sabine langs, om haar net uitgekomen boek te scoren. Verrassende Drôme is echt heel mooi geworden. 159 pagina’s over “mijn” regio: de Diois, de hele vallei van de Drôme, de iets zuidelijker gelegen Drôme Provençale en een hoofdstuk over de steden in die gebieden.

Ze beschrijft natuurlijk de mooiste plekken qua natuur, de leukste dorpjes, bijzondere markten, streekproducten, gezellige terrasjes, bijzondere restaurants. Maar ook krijg je informatie over waar de bewoners van leven, welke bijzondere activiteiten je waar kunt ondernemen enz. Ik vind het echt een wereldboek en voor liefhebbers van de Drôme beslist een must. Ik heb echt geen aandelen in de verkoop, dit is een eerlijke beoordeling…

Interesse? In Nederland gewoon te koop via Bol.com. Verrassende Drôme, Sabine Dekker. En voor de mensen rondom Die: ik heb er een paar op voorraad.

 

En tenslotte nog een toppertje onder de taalblunders. Aan het eind van het zomerseizoen komt men hier weer uit zijn holletje: de toeristen zijn grotendeels naar huis, net als de logees van iedereen. En ook al was dat allemaal heel fijn, nu is er weer tijd voor zeg maar de wintervrienden. Het regent daardoor afspraken.

Fransen hebben niks met verjaardagen, tenzij het een kroonjaar is. Dus als wij bij de buurvrouw op haar verjaardag op de stoep staan, met een schattig plantje, is ze blij verrast. En we ontkomen er niet aan om de volgende dag daar te gaan eten. Zoals altijd heeft ze weer iets bijzonders op tafel gezet. Daarom nodig ik hen uit om bij ons te komen eten. Heb een nieuw kookboek en wil graag recepten uitproberen. Vraag aan Rien wat proefkonijn in het Frans is (we hebben op de telefoon een woordenboek). Ondertussen leg ik hen uit wat Rien op zoekt: une personne ou un lapin pour tester les recettes. Daar begrijpt de buurvrouw helemaal niks van: gaan we een konijn testen? Rien vindt het woord cobaye. Daarmee wordt het nog gekker, dat is – als tweede betekenis- een cavia. Die Fransen eten veel dingen die wij Nederlanders niet lusten, zoals orgaanvlees, maar nu spannen wij echt wel de kroon met het eten van cavia’s…Nog snikkend van de lach gaan we naar huis..

 

 

Het is alweer een eeuwigheid geleden dat ik de wandelroutes door de wijngaarden van de Clairette heb vertaald.

De legende van de ontdekking van deze sprankelende wijn is grappig. Ruim 2000 jaar geleden hielden de bewoners hier zich al bezig met de wijnbouw. De legende verhaalt dat zij eens hun kruiken met wijn voor het invallen van de winter in de Drôme lieten liggen, gewoon omdat ze die vergeten waren. Toen ze deze in het voorjaar weer tegenkwamen, ontdekten ze dat het een zoete, bruisende wijn was geworden. Het huidige proces is nog steeds op dit principe gebaseerd: de most wordt tijdens de gisting koud gehouden, waardoor de natuurlijke suikers bewaard blijven. Na het bottelen gaat het proces van gisting door die suikers verder en ook de bubbelvorming. Overigens is deze zogenaamde Tradition een mix van 2 druivensoorten, de Clairette en de Muskaat. De andere soort, de Brut wordt eerst alleen van de Clairettedruif gemaakt en daar wordt tijdens de tweede gisting een likeur aan toegevoegd.

In de folder met die wijnwandelingen staat een poëtische tekst: De wijngaarden van de Diois strekken zich langs de rivier de Drôme uit over bijna 1600 hectaren, in een prachtig natuurbehouden gebied, waar de zachtheid van het zuiden en de frisse Alpenlucht elkaar tegenkomen. De Drôme slingert tussen de berghellingen, door wijngaarden, lavendelvelden en fruitbomen. De wijnen lijken op dat landschap: charmerend en verrassend.

De routes zijn tamelijk eenvoudig, ze duren 3 tot 6 kwartier met een maximale stijging van 160 meter. En dat laatste niet eens achter elkaar, maar verdeeld over de hele wandeling. Simpel dus en mede daarom zijn ze populair. Die eerste vertalingen kostten best veel tijd. Fransen zijn geneigd om een route met punt A en B aan te geven en vergeten dan te melden dat je drie keer bij een kruising komt. Nederlanders willen graag alles tot 3 cijfers achter de komma helder hebben. Dus wij moesten nogal wat info toevoegen. En nu is dat geheel overbodig: er zijn prachtige bordjes geplaatst die de paden goed aangeven.

 

De eerste van de wandelingen, genoemd In het land van de Gervanne, ligt het verst naar het westen. De route loopt rond het dorpje Suze en langs het riviertje de Gervanne.

Op verzoek van 2 gasten loopt Rien de tweede tocht, die Onder de Trois Becs heet, naar het gebergte dat er hoog boven uittorent. De start is bij Saint-Sauveur-en-Diois, een schattig dorpje met 64 inwoners. Ook weer zo mooi beschreven: “Het pad ligt bezaaid met bosrijke heuvels”. De derde wandelroute is meer een pedagogisch ontdekkingspad. Diverse etappes in de wijnbouw worden op borden uitgelegd: snoei, bloei, krenten, opbinden, pluk, bescherming tegen ongedierte en de aarde. Het Land van de Marne (mergel) is vooral interessant vanwege de geologie: “Toen de bergen uit de zee verrezen ontstond er uit de aardkorst een koepel van 3000 meter hoogte, midden in het keteldal van Vercheny. Water maakte groeven in de lagen, waarna afgravingen volgden.” Mergel is een mengsel van klei en kalk en is daarom goed voor de wijnbouw, met name de muskaatdruif.

Dichtbij ons huis ligt de 5e route, bij Ponet, de Vallei van de Wijnen. Ponet is een schilderachtig dorp en ligt in een ” dichte” vallei, aan alle kanten omsloten door bergen.

En dan iets bijzonders; In de oude folder stond nog een zesde wandeling, die net boven Die loopt. Prachtig langs een riviertje met stroomversnellingen en weer uitkomend op de oude vestingmuren. Om onduidelijke redenen is deze in de nieuwe folder weggevallen.

Het Balkon van de Haut Diois is de naam van de zevende route, bij het plaatsje Barnave. Dit botanische dorp met kleine straatjes, oude huizen en gewelfde doorgangen heeft ook een leuke Auberge, waar je heerlijk onder de gewelven kunt eten. De wandeling loopt over een soort balkon, 100 meter lang, boven het dorp en van daaruit heb je ook een prachtig uitzicht. Wij liepen deze route eens nadat het een tijd geregend had. Er bleef steeds meer klei aan onze bergschoenen plakken, waardoor het letterlijke een zware tocht werd.

En tenslotte de laatste, Tussen Wijn en Cabanons. Hier liggen veel wijngaarden aan de voet van de majestueuze Glandasse. Het is een zaaibed van cabanons, kleine schuurtjes, in een prachtig panorama. En deze hadden we dus willen lopen, met een volgende gast.

Onze BN-er, laten we hem vanwege de privacy Whico noemen, naar zijn favoriete drankje- komt langs met zijn nieuwe auto. Toen we vorig jaar bij hem waren, werden we rondgereden in zijn 20 jaar oude Jeep. Whico hecht volstrekt niet aan nieuwe spullen, maar nu moest hij er toch aan geloven. De airco deed het niet meer, dus draaide hij zelf zijn raampjes open, handmatig. Maar zijn vriendin was daar niet zo van gecharmeerd, het pas geföhnde haar raakte daardoor de war. Toen de deur eruit viel ook nog werd het helemaal penibel. Gelukkig had zijn dealer een showroommodel klaarstaan. Op weg naar ons moest Whico allerlei nieuwe snufjes ontdekken: elektrische ramen, navigatie, handsfree telefoon, cruise control, parkeerhulp enzovoort. Helemaal enthousiast demonstreerde hij alles aan Rien.

We hadden graag met hem een van de bovengenoemde wijnwandelingen willen doen, maar hij is redelijk vermoeid. Over 3 weken beginnen zijn try-outs. Hij oefent bij ons de speciaal voor die shows geschreven liedjes en doet en passant de hele voorstelling voor. Vraagt steeds: Vind je het niet vervelend? Maar we hangen aan zijn lippen!

Tweemaal gaan we uit eten en ook al heeft hij een bekend gezicht, niemand herkent hem. Zijn bezoek leidt ook tot iets grappigs. We zitten op een terrasje, als bekenden erbij komen. Die man vraagt beleefd aan Whico wat hij voor de kost doet. “Nou,” zegt Whico, “ik doe iets in het theater”. Heel verbaasd vraagt de man of hij daar wel van kan leven. Denkt misschien dat hij de toneelknecht is of zo. ” Dat gaat best”, is het antwoord. Klopt wel, die nieuwe auto verdient hij met 3 optredens, maar geen moment schept hij daarover op.

Na 2 nachten bij ons moet hij weer verder. Jammer, want het verveelt geen seconde met hem. Dus ja, die wandeling nummer 8 moeten Rien en ik nu maar samendoen.

Van 8 tot 16 september wordt voor de vijfde keer ” de maand van de wijn” gevierd. In het hele gebied van de Clairette zijn er in totaal 24 activiteiten, zoals begeleide wandelingen door de wijngaarden, te voet of met de elektrische fiets. Allerlei proeverijen in diverse caves, niet alleen van wijn maar ook van in deze regio gemaakte chocola. Je kunt zelf meedoen aan de wijnpluk, ook bij maanlicht. En de 17e september, tijdens de Open Monumentendagen, is er een fototentoonstelling over de wijngaarden vroeger en nu, in het Museum te Die, ook weer gratis toegankelijk.

 

Zeg nou zelf, Die is een bruisende stad, net als de Clairette. Of, zoals de folder het stelt:

In het midden stroomt de rivier de Drôme, het fluitglas van de Clairette weerkaatst haar gebied, de mensen tintelen…