Feeds:
Berichten
Reacties

Uitgebalanceerd

Aan het eind van het seizoen maken we de balans op: het was weer fantastisch, in cijfers uitgedrukt misschien wel een 9,5. Een minpuntje aan het begin waren de 2 annuleringen, samen goed voor 4 weken verhuur. Eigenlijk was ik vooral narrig over de opgegeven reden: ” We kiezen toch voor een ander deel van Frankrijk”. Voor het eerst sinds 2002 overkomt ons dit. Nu vragen we bij iedere reservering meteen een aanbetaling en niet pas vanaf begin januari.

Ook bijzonder, het groeiend aantal mensen dat wil afdingen op de huur. Bij het beoordelen van de prijs van een overnachting in een hotel, chambre d’ hote of gîte kijken wijzelf altijd naar wat er geboden wordt, welke prijs er in die regio gebruikelijk is en wat wij zelf willen betalen. Afdingen doen we nooit.

En dan krijgen we hier verzoeken binnen met de volgende teksten:

– We willen in september 2 weken bij u komen. Welke scherpe prijs biedt u?

-Als we rechtstreeks bij u boeken krijgen we natuurlijk wel korting?

C’ est le ton qui fait la musique, het gaat er maar net om hoe je de vraag stelt…

Daar staat dan wel weer een geweldige reservering voor volgend jaar tegenover. Het echtpaar J. en M. was al eens samen bij ons en hij kwam ook een paar keer alleen, als deelnemer aan de Drômoise, met ieder jaar in september ruim 1500 mensen fietsers. J. vroeg wat we vrij hadden in de periode van half augustus tot half september volgend jaar en wat de kosten zouden zijn. Dat laatste was geen verzoek om korting, we hebben de website voor 2018 gewoon nog niet aangepast. Er was goed nieuws voor hem: alles is nog vrij, de prijzen blijven hetzelfde en er komen een paar aanbiedingen bij. Toen zijn reservering daarna binnenkwam knipperden we even met de ogen: 5 weken, samen met zijn vrouw. Dat is een gezellig vooruitzicht.

Veel van de reserveringen zijn “gewoon”. Sommige mensen vragen eerst of iets beschikbaar is, anderen vullen meteen een formulier in. Midden in het seizoen kwam er een heel bijzonder reserveringsformulier binnen. Deze mensen wilden de studio huren, oppervlakte 22m2, met 8 personen. Zelfs al zou ik hen allemaal gaan stapelen, dan wil dat nog niet. Met de opgegeven telefoonnummers was ook iets vreemds aan de hand. Het ene begon met 0032, dat is België, het andere met 0031, dus Nederland. En beide nummers eindigden op dezelfde 4 cijfers. Wat doe je daar nou mee? Was het een nep-reservering? Een grapje van  vrienden? Ik heb toch maar netjes gevraagd of dat van die 8 personen wel klopte. Er volgde geen antwoord. Zie je wel, dat was niet serieus, dacht ik meteen. Twee dagen later ontving ik een schattig mailtje: ” We waren op uw website gebotst en zo enthousiast, en nu horen we maar niks”. Het kwam gelukkig goed en het waren echt fijne gasten.

Niet altijd reageer ik zo uitgebalanceerd. Toen er weer eens een mail kwam om ” al” onze ruimtes te huren met 7 personen, voor 3 weken, zonder daarbij de exacte data aan te geven, voelde ik meteen nattigheid. Aangebrand mailde ik terug dat onze appartementen voor 2 personen zijn, zoals op de website staat vermeld, en dat de beschikbaarheid daar ook te zien valt. Ik kreeg meteen lik op stuk: “Fijn, zo’n lieve mail”. Deze man kon natuurlijk niet weten dat dit soort mailtjes meestal van oplichters komen… 

Terwijl de laatste gasten er nog zijn, beginnen we al met de voorbereiding van het nieuwe seizoen. Vorig jaar hadden we op ons eigen terras een tarp, als experiment. De avondzon scheen er altijd recht in de ogen, dat doek voorkwam dit. Maar het was geen gezicht. Dus maakte een bedrijf een mooi scherm, precies op maat. De tarp ging daarna naar de studio. Experiment opnieuw geslaagd, maar niet mooi genoeg. Daar moeten we deze winter dus weer een oplossing voor bedenken.

Bij het grote appartement is dit jaar een nieuw afdak geplaatst. Dat is zo goed bevallen, dat de studio nu ook een vaste overkapping krijgt. En Rien moet de douchecabine in het grote appartement verbouwen. Vorig jaar al was er een probleempje met de ophanging van de douchekop. Rien bedacht een ingenieuze oplossing, maar helaas: 2 gasten lieten – per ongeluk- de douchekop vallen en daar kon ie niet tegen. Met een provisorische ophanging is het eind van het seizoen gehaald, maar dat moet natuurlijk anders. Rien heeft trouwens wel zin in die klus.

Ik houd me ondertussen bezig met de bedden: op het wensenlijstje staan nieuwe hoeslakens, nieuwe hoofdkussens en in de studio zelfs nieuwe matrassen. Nog maar 4 seizoenen gebruikt, maar ja, er zijn vlekken ingekomen en dat kan niet.

Om het allemaal een beetje in balans te houden investeren we ook nog in onszelf: eindelijk komen er nieuwe eetkamerstoelen in onze woonkamer. De oudjes hebben we minstens 20 jaar en ze zijn nog steeds goed. Maar onder de ijzeren poten zijn geen nieuwe geluidsbeschermers te vinden, in heel Frankrijk niet. Dus het hele seizoen moeten we opletten, om onze gasten beneden niet te hinderen.

Net toevallig nu gaan er 2 apparaten in huis kapot, de motor van de afzuiginstallatie en de drukgroep van de boiler. Met een beetje pech moet die laatste helemaal leeg, 300 liter. Gelukkig zijn er mensen die daarvoor hebben doorgeleerd, die mogen het oplossen.

Een bekende trakteert ons weer eens op alle vooroordelen over de Fransen:

– Ze schieten alle vogels dood ( niet waar, is verboden)

– Het onderwijs deugt niet, leerkrachten zijn kindonvriendelijk( niet waar, maar er zijn hier wel strenge regels, kinderen worden nog opgevoed)

– Fransen zijn arrogant( nog nooit gemerkt)

– Fransen komen hun afspraken niet na( net als bij Nederlanders: sommigen niet, de meesten wel) En over dat laatste: voor die nieuwe motor van de afzuiginstallatie gaan we naar de witgoedzaak, maar die meneer levert dat niet. Hij belt meteen een collega, die binnen een uur op de stoep staat. De man moet de motor bestellen en spreekt af een week later terug te komen. Maar de bestelling arriveert vlot en de elektricien staat dagen eerder voor onze poort. Zo kan het dus ook.

Ondertussen zijn we nog steeds bezig met de offertes voor de gevels. Twee bedrijven reageerden bij de eerste aanvraag uitermate correct, zij kwamen ook meteen met een offerte. Een derde bedrijf maakte een afspraak, maar wie er kwam, niet deze druif. Dat geeft echt vertrouwen! Twee maanden later belt die meneer ineens op, stuurt meteen een offerte die echt een heel stuk lager is dan de 2 andere. Maar wel met een derderangs verf. Rien vraagt daarom een offerte op basis van dezelfde verf als de anderen gebruiken, want anders ga je appels met peren vergelijken. Dat probeert hij duidelijk te maken, maar de facadier raakt helemaal in verwarring: wat hebben appels en peren nou met die verf te maken?? Deze spraakverwarring is te vergelijken met onze uitdrukking: er is geen hond. Hier kijken ze je dan vreemd aan, want Fransen zien geen kat. Inmiddels hebben we gekozen voor meneer Aardbei en wat een toeval: de ondernemer die alle zonbescherming regelt, laat op dit moment zijn gevels door dit bedrijf stuken. Dat zit wel snor dus.

De Façades op de camping.

 

 

En we komen alweer een beetje in ons winterritme: na het ontbijt eerst een kop koffie en de krant, voor we wat actiever worden. In de zomer kan dat niet, dan moet Rien beslist voor 10 uur bij het zwembad zijn. Het gebeurt regelmatig dat er een pad ’s nachts ons zwembad induikt. Door de stroming drijft het diertje in onze filter en daar kan hij het vege lijf redden door zich met de pootjes vast te houden.Tot 10 uur, want op dat tijdstip gaat de pomp aan. Die kracht is te groot en dan gaat het beestje dood. Tenzij Rien voor die tijd het filter schoonmaakt…Dagelijks dus. 

P.S. De volgende column laat even op zicht wachten, we gaan een weekje op vakantie.

 

Advertenties

Feestbeest

Ik was ( let op de verleden tijd) jarenlang een hoofdpijnklant. Te druk met mijn werk of te druk tussen mijn oren, het leidde allebei standaard tot migraine. Op de camping kon ik wat dat betreft helemaal mijn lol op. Er waren maanden dat er iedere 36 uur een migrainepil in moest. En dan deed ik nog heel voorzichtig met alcohol: 3 glazen wijn was al foute boel. Rien had dus geluk, na elk etentje of feestje was ik automatisch de Bob.
Tussen het ontdekken van de schildklierproblemen en de uiteindelijke operatie zaten 7 maanden. Om de vervelende kwaaltjes in die tussentijd het hoofd te bieden kreeg ik een pilletje, wat toevallig ook migraine voorkomt. Er zitten er 50 in een doosje, € 0,03 per stuk, tegenover € 3,70 per migrainepil. Het leven is nu een heel stuk prettiger en de ziektekostenverzekeraar zal ook wel blij zijn.
Nog een leuk effect daarvan: ik kan zomaar een glas wijn extra drinken zonder meteen gestraft te worden. Alhoewel…
Kortgeleden hadden we een leuk feest bij Nederlanders, ‘ s avonds vanaf zes uur, romantisch rond het zwembad, met een heuse band erbij. De wijn ging frequent rond, water stond er niet op tafel. Er was een hapjesbuffet, dienbladen met amuses kwamen af en aan voorbij. Maar ik ben daar wat huiverig voor, heb geen idee of dat een beetje verantwoord is voor mijn figuur. Daarom nam ik niet zoveel. Tot ik om 21.30 uur de schrik van mijn leven kreeg: de volgende ochtend moest ik om 8 uur bloedprikken. Nuchter. Hoe nuchter ben je nog na 4 glazen wijn?
Ik was er al bang voor, de leverwaarden waren ongeveer verdubbeld en ver buiten de marges. Dus met dichtgeknepen billen ging ik naar de reumatoloog, ik zou vast op mijn duvel krijgen. Ze is al niet zo’n spontaan figuur, je kunt je niet voorstellen dat zij ooit zelf eens uit de band springt. Maar er gebeurt een wonder. Ze lacht vriendelijk naar me en zegt: “Na het weekend zie ik veel van dit soort uitslagen”. Oeps, gered.
Dat had ik natuurlijk kunnen verwachten, die Fransen denken anders over alcohol en medicijnen. Toen ik vroeger eens met een medicijnvergiftiging in een Frans ziekenhuis terecht kwam, was mijn lever zeer vergroot. Ondanks dat kreeg ik bij de maaltijd een karafje met wijn.( Dat is nu niet meer zo!)

Ook een feestje, de Vendredi de Die, op 5 vrijdagavonden in de zomermaanden. Op 4 pleinen wordt er muziek gemaakt, overal een ander genre. Bij Place St. Pierre worden bekende Franse chansons gespeeld en gezongen. Tot dit jaar was er een regionale dansgroep die dan de hele avond actief was, nu zijn het vooral de oudere toeristen. Op Place Jules Plan, een schattig Frans binnenpleintje, wordt vaak klassieke muziek gespeeld. Place St. Marcel is het plein van ” het harde geluid”, zoals rock en rhythm & blues, dat swingt daar de pan uit. En bij de kathedraal varieert de muzieksoort van Franse chansons tot swingende meezingers. En de plaatselijke drumband treedt er wel eens op, maar dat is meer folklore. Onder het genot van een glas wijn bij Café de Paris wordt echter alles leuk.
Verschillende cafe’s en restaurants springen hierop in en organiseren hun eigen muziek. Zo zagen wij op 3 van de 5 vendredis onze voormalige postbode ergens optreden. Zijn prachtige dochters werkten in de zomermaanden op onze camping. Vooral bij de table d’hôte waren ze een succes, in hun hotpants. Maar belangrijker: ze werkten goed en waren heel aardig, ook voor de gasten.

En nog een Frans feest tot besluit. Een vriendin van ons gaat met pensioen en dat wordt gevierd met een eetfestijn. Als we aankomen om 19.30 uur draaien er al 3 speenvarkens aan een spit. Porcelet, of bébé cochon noemen ze dat. Het is weer typisch Frans, pas om 21.30 uur is er wat te eten, een saladebuffet. Als tussengerecht krijgen we een Trou Normande, een bol sorbetijs ( citroen, appel of peer) overgoten met Calvados, Eau de Vie of een perenlikeur. Dit is om de eetlust op te wekken.
Daarna krijgt iedereen een bord vol met speenvarken en aardappelgratin. Echt heerlijk, maar voor mij veel te veel. Naast mij zit de broer van het feestvarken, een boswachter, en die eet 2 van die borden leeg! Het kaasplateau om 23.30 uur sla ik maar over, hij niet. Bij het toetje ben ik weer van de partij, dat is gewoon een plastic bakje met verse vruchten. Buurman neemt er weer twee. Het is inmiddels half twee als er nog een dessert komt: 2 overheerlijke taarten. Maar dat red ik dus echt niet meer. Als de polonaise begint wil ik echt weg. Gelukkig is er een buurvrouw die de volgende dag om 6 uur moet opstaan. Niet geheel zonder eigenbelang bied ik aan om haar naar huis te brengen. En Rien vindt het ook prachtig: ik was even vergeten dat we met mijn tweepersoons autootje waren, dus hij had het mensje onderweg op schoot.
Die Franse feestjes zijn echt leuk hoor, en het eten lekker, maar voor mij mag het best een onsje minder zijn.

Bij onze eigen feestjes heb ik dat gelukkig zelf in de hand. Zelf bepalen wanneer ik eet en vooral hoeveel.

Voor de liefhebbers nog een eigen recept van dit feestbeest.  Het oorspronkelijk recept vond ik zo verschrikkelijk saai, dat ik er een heel nieuwe draai aan heb gegeven

Jacqueline’s Provencaalse kip                               

Per 4 personen
600 gram kipfilet
1 kleine courgette
1 stuk prei, zowel wit als groen
1 rode paprika
6 abrikozen, minimaal, meer mag ook
120 gram abrikozenjam
1 ui
2 knoflooktenen
peper en zout.
Provençaalse kruiden/ Herbes de Provence
( hoeveelheden komen niet zo nauw).

 

Snijd de kip in blokjes, kruidt het met peper, zout en Herbes de Provence. ( Ik marineer het graag een paar uur). Snijd de groenten redelijk fijn en de abrikoos juist wat grover.
Braad in de ene pan de kip gaar ( niet te lang, anders wordt het droog) en in de andere pan de groenten, NIET de abrikoos. Ook de groenten niet te lang doorbakken.
Doe de groenten bij de kip, voeg de abrikoos toe en daarna de jam. Even laten doorwarmen.

Wil je meer zoet, dan wat meer jam toevoegen. Juist wat hartiger? Dan in het mengsel nog wat Provençaalse kruiden erbij.

Serveren met rijst.
Ik maak er een vruchtensalade bij, maar met sla of komkommer kan ook.  Eet smakelijk.

Het historische stadje Die lijkt op het eerste gezicht niet heel bijzonder: een lange winkelstraat, een kathedraal en een paar leuke terrasjes. Maar er is heel veel te ontdekken, ook steeds opnieuw. Bij de stadswandeling bijvoorbeeld stellen mensen me soms vragen waar ik op dat moment geen antwoord op heb. En dat moet ik dan thuis meteen uitzoeken…

De vraag was deze keer wat het verschil is tussen een basiliek en een kathedraal. Wikepedia zegt dat een basiliek een bepaalde bouwvorm is. In de Klassieke Oudheid diende een basiliek als markthal en beursgebouw, later als rechtszaal. In de tijd van de Romeinen werd het een kerkgebouw met een middenschip en 2 zijbeuken. Voor de Katholieken is de term basiliek een eretitel voor een bijzonder kerkgebouw.

Een kathedraal is de belangrijkste kerk in een bisdom. Het is niet alleen een groot gebouw, maar ook groots, met rijke versieringen. De combinatie met een basiliek komt ook voor, dan heet het een kathedrale basiliek. En, zo staat erbij: als een bisdom wordt opgeheven, blijft de kathedraal als zodanig in gebruik. Dat laatste is het geval in Die.

Weer eens nieuwe feiten opzoeken vind ik echt interessant. Zo las ik dat er tussen 325 en 1801 een bisschop in Die was. In dat laatste jaar sloot Napoleon een concordate, een overeenkomst met de Paus: er werd een nieuwe indeling van de bisdommen gemaakt en dat van Die verviel. Valence werd het enige bisdom in de Drôme.

In eerste instantie had die bisschop hier helemaal geen kathedraal, maar een kerk. In de zesde eeuw werd er een doopkapel bij gebouwd, later kwam daar een klooster bij, huizen voor monniken en een kerkhof voor kinderen: die laatsten mochten immers niet op een gewoon kerkhof liggen als ze nog niet gedoopt waren. Bij de renovatie van Place de la Republique in 2013 vond men voor het gebouw van de Sous-Prefect een gaaf skelet en daaronder was nog een kerkhof geweest. Van die kinderen misschien??

Pas in 909 is er echt sprake van een kathedraal, die de naam Sainte-Marie draagt. Godsdienstoorlogen zorgen ervoor dat het gebouw diverse malen geheel of gedeeltelijk verwoest wordt. Dat is prachtig te zien aan de gevels: op onverwachte plekken zijn de kantstenen van deuren en ramen te zien, tegenwoordig allemaal dichtgemetseld. En ook opvallend: de oplettende kijker ziet verticale breuklijnen, waar de bouwstenen links een ander formaat hebben dan rechts.
Het is mooi om die muren te bestuderen vanaf Cafe de Paris, met een kopje koffie of een glas wijn….

In 1673 is de kathedraal voor het laatst weer opgebouwd. Maar dat geldt niet voor de klokkentoren: er zijn foto’s dat die maar 2 verdiepingen had. In 1933 werd de klok van 1530 weer op zijn plek gezet. En pas in 1927 is de huidige spits van smeedijzer er bovenop geplaatst. Mooi om te zien: de hergebruikte Romeinse zuilen, op iedere verdieping 4 stuks.

De stadswandeling doe ik vanaf 2004 en nog steeds ontdek ik nieuwe dingen, al zijn het soms anderen die mij daar op wijzen. Zo vroeg een leuke puber waarom 1 van de bisschoppen ( er zijn 8 standbeelden) een afgehouwen hoofd onder zijn voet had. Dat was me in al die jaren nog nooit opgevallen. Had er ook niets over gelezen. Maar ik heb hier in Die mijn eigen orakel: Mijn oudere vriend A. weet alles, echt alles over de kathedraal. En altijd als ik hem zie, deelt hij mij zijn nieuwste ontdekkingen mee. Ik stel hem de vraag, en hij geeft als verklaring dat het afgehouwen hoofd staat voor de ongelovige, die door de bisschop terechtgesteld is, misschien als afschrikwekkend voorbeeld voor anderen.
A. heeft een boekje geschreven over de Cathedrale Notre Dame de Die. Ik krijg het eerst exemplaar en hij schrijft er voor in: pour Jacqueline, en très, très grande amitié. Zet er dan nog gauw achter, in kleine letters: zonder haar echtgenoot te vergeten. In grote vriendschap dus.

Op nóg een vraag weet ik even geen antwoord: waarom er boven de westelijke ingang, in de boog boven de deur, een menselijk gezicht met ingevallen ogen te zien is. Thuis lees ik dat het een masker is, waarschijnlijk bedoeld om het kwaad af te wenden.
En wat we ook vaak over het hoofd zien, de 12 kapitelen boven de 3 ingangen van de klokkentoren. Ze gelden als de mooiste voorbeelden daarvan uit de 12e eeuw. Het gaat daarbij om de offerande van Kaïn en Abel, het zoenoffer van Abraham, een vrouwelijk paardmens en een naakte man: de een strijdend tegen een griffioen en de ander tegen een draak. En bij de zuidelijke deur eveneens gevechten tussen een mens en een dier. Ook binnen zijn er nog verschillende van die kapitelen -uit de 13e eeuw- te zien. Helaas zitten ze erg hoog. Voor een echte bestudering kun je het beste even op de grond gaan liggen. Maar dan denken ze vast dat ik gek ben geworden…

Waar de meeste mensen ook aan voorbijlopen is de prachtig gerestaureerde zonnewijzer op de buitenkant van de apsiskapel. Een paar jaar geleden heeft een groep langdurig werklozen de restauratie uitgevoerd en het is werkelijk heel mooi geworden.  Met ook een mooie tekst: Het Ware Licht verlicht iedereen.

En tot besluit nog een aardig verhaal. In 1858 is de vloer in de kathedraal geplaveid. En daarom zie je niet, zoals in de meeste oude kerken, de graven van de rijke burgers. Waarom dat is gedaan? Misschien omdat de graven niet goed waren afgedicht en de kerkgangers daardoor last hadden van die rijke stinkerds.

Het blijft toch boeiend, zo’n oude kathedraal met een heel levensverhaal. Zeker als je daar weer eens met een frisse blik tegen aan kijkt.

 

 

Intimi(teiten)

 

Het is druk in de zomer. We hebben natuurlijk onze eigen gasten, maar er komt ook van alles aanwaaien. Zo staan mijn vriendinnen al een paar weken op onze voormalige camping. We ontmoeten elkaar op de markt, borrelen bij hen of bij ons of op het terras van Domaine du Mûrier. Heel apart: iedereen vraagt altijd of we daar wel eens komen. Jazeker, we hebben nog steeds een leuk contact met de nieuwe eigenaar en zijn gezin. Bij de overname van zo’n bedrijf kun je over 1001 dingen onenigheid krijgen, maar dat is nul keer gebeurd, gelukkig. Natuurlijk doet hij een aantal dingen anders, maar daar bemoeien we ons niet mee. Ieder heeft immers zijn eigen stijl.
Zo’n voorbeeld van je overal mee bemoeien kennen we hier uit de regio. Kindlief heeft het bedrijf van pa en moe overgenomen en zij leveren luid en duidelijk commentaar op alles. Dat lijkt me niet gemakkelijk, een reden temeer om het zelf niet te doen. En bovendien, als je voor iets betaald hebt, is het van jou. Dan mag je ermee doen wat je wilt.

Maar we hebben best wel eens gemengde gevoelens als we daar zijn. Rien mist het hele campinggebeuren nog steeds, ik vooral het koken voor de gasten. En de mensen natuurlijk, sommige tenminste. Soms zijn er kampeerders die alleen een plek huren en zich met niemand bemoeien. (Toen wij beiden een drukke baan hadden, deden we ook zo ). Anderen vinden het geweldig om de hele vakantie met Jan en Alleman te kleppen. De meeste gasten zitten daar ergens tussenin. Wij, als campingbazen, hadden met de één een hartstikke leuk contact en met een ander nauwelijks. En soms klikte het gewoon van twee kanten en ontstonden er hechte relaties. Met dat soort gasten heb ik ook buiten het seizoen regelmatig contact.

Met twee van die stellen gaan we op de 14e juli, de nationale feestdag, eerst naar een restaurant en later naar het vuurwerk. Ineens gaat het gesprek een intieme kant op.

Zo las ik een column van Aaf Brandt Corstius, waarin zij de vervuiling door maandverband en tampons aan de orde stelde. Om die vervuiling tegen te gaan is er nu een cup, om vaginaal in te brengen. Aaf zag het al helemaal voor zich: een volle cup die overstroomt, speciaal als je net een witte broek aan hebt. Of de cup valt uit je handen bij het verschonen en veroorzaakt een bloedbad. Ik moet zeggen: die column las als een thriller…
Voor mij was dit onbekend, maar vriendin Bruni, al 5 jaar gepensioneerd als bedrijfsleider in een drogisterij, kende het cupje en beaamde alle nadelen.
Vriendin Paula had ook nog wat intiems te vertellen. Het vrijen met haar echtgenoot was ineens wat pijnlijk. Ze vroeg of hij soms een ragebol aan zijn geslachtsdeel had zitten. Het idee!!! Brrr. Bij de huisarts bleek het om een schimmelinfectie te gaan. Daar krijg je dan 1 pil voor en dan volgt intern een grote schoonmaak. Maar ondertussen was manlief ook besmet. Die had, volgens Paula, ineens een bloemkool. Wat ik me daarbij moet voorstellen weet ik niet, maar het was wel lachwekkend.
Heel vroeger heb ik het ook eens gehad, tijdens een vakantie in Frankrijk. Ik wist wat het was en zocht het Franse woord voor schimmel. Dat is best ingewikkeld.
Het is geen paard, een cheval pommelé. Ook geen mycose, een huidziekte. Ik koos voor moissisure, uitslag. Dat leek me wel passend, maar het was het ook niet. De apothekersassistente noemde het een champignon. He? Een champignon? Die kun je toch eten? Maar ja, die groeit ook in het donker…

Paula pijnigde haar echtgenoot wel vaker. Als ze een zwaar gevoel in haar voorhoofd heeft, gebruikt ze Toco Tholin, een huismiddeltje met onder andere menthol erin. Met de vingers doe je een paar druppels op het voorhoofd. En dan moet je niet, zoals zij deed, daarna je echtgenoot betasten bij zijn intieme delen… Door de manier waarop ze dit vertelde zagen we het allemaal voor ons.
Fleur deed ook een duit in het zakje: toen ze pas verliefd was, ging ze een weekendje weg met haar geliefde. Ze wilde even spontaan op het bed duiken, maar zag over het hoofd dat het om twee eenpersoons bedden ging. Prompt viel ze ertussen: weg romantisch moment!
En Bruni dacht: Ik zal je krijgen, met dat gespring op bed. Die stopte toen kussens onder de dekens, waardoor Fleurs romantische idee nog een keer de mist in ging.
We lachen door deze grappen tranen met tuiten en daardoor merken we nauwelijks dat het vuurwerk wordt afgeblazen: er staat teveel wind en dat is een gevaar voor het historische stadje en de natuur eromheen.
Niet getreurd, onze avond was ondanks dat ook al perfect.

En nog een onverwachte ontmoeting: in de tijd dat ik lid was van de Tweede Kamer, liepen daar 250 parlementair journalisten rond. Dat zijn, net als politici, ook maar gewone mensen, dus de een is goed in zijn vak, een ander niet echt en een hoop zitten er tussenin. Ik kende er best veel, vooral omdat de collega met wie ik de werkkamer deelde, Willem Vermeend, ongekend populair was. Die had altijd wel iets interessants te melden. Een van de betere vrouwelijke journalisten uit die periode liep ik later bij de Emancipatieraad nog eens tegen het lijf. Dat werd een prettig gesprek. En daarna verloren we elkaar uit het oog.
Ineens melden mijn vriendinnen dat ze, volkomen toevallig, op Domaine du Mûrier terecht is gekomen. Fleur geeft haar meteen een exemplaar van mijn eerste boek en dat las ze in een ruk uit. Ik krijg een SMS: Gegrinnikt over de Haagse slangenkuil, recente trauma’s Franse bureaucratie. Feest van herkenning maar vooral: wat een heerlijke aire naturelle heb je gerealiseerd. Mijn dag kan dan al niet meer niet meer stuk! De volgende middag ontmoeten we haar bij de verjaardag van Bruni en wat is dat gezellig. We hebben het niet eens over de politiek.

Ondertussen hebben we ook nog een avondje Franse les. Onze tuinvrouw is alweer postiljon d ‘ amour: we hebben het over de offertes die we vragen voor het schoonmaken van onze gevels. Het is typisch Frans, gewoon weken wachten met een reactie. Tuinvrouw meldt dat onze leraar – waarmee ze bevriend is- zijn muren net heeft laten restaureren. Dus gaan we daar eens kijken. Maar ja, dat betekent automatisch een eetafspraak. En ook automatisch een avondje les. Soms begrijp ik echt niet wat ik fout doe. Bijvoorbeeld champignon, dat zeg je zelfs in het Nederlands als sjampienjon. Maar het is niet goed, het is eerder sjampiennnnnjon. Vrouwlief is ook lerares, maar afkomstig uit het Noorden en daar hebben ze andere accenten. Maandag, lundi dus, spreken wij uit zoals het er staat. Leraar is het niet met zijn vrouw eens, hij zegt meer leundi. Wie heeft er gelijk?
Maar goed, we krijgen wel het telefoonnummer van meneer Steenkool, we sturen hem een SMS en wonder boven wonder regelt hij meteen een afspraak. Na 2 weken heeft ook een derde bedrijf zich gemeld, we zijn benieuwd. Het gaat vast heel mooi worden. Nog even wachten, het is een klus voor als alle gasten weg zijn.

En nog een toetje: De vriendin van onze beste vrienden gaat met pensioen en ze stuurt een schattig kaartje: De hond heeft er genoeg van om altijd maar alleen thuis te zijn. Daarom heeft ze  besloten “de prendre ma ras de bol“. Dat betekent ergens de buik vol van hebben. Voor ons weer een leuk feestje, met alleen maar intimi.

 

Als je goed kijkt zijn de vlekken op de gevel wel te zien..

 

 

Op zo’n 18 km van Die ligt het dorpje Luc-en-Diois. Tientallen keren reden we er doorheen, maar we stonden er letterlijk en figuurlijk niet bij stil. Al viel iedere keer onze mond open van verbazing bij de Pic de Luc. Boven het dorp ligt een berg met een hoge top, de zogenaamde Pic. In 1442 scheurde een deel ervan los. Enorme brokken steen vielen in de rivier. Deze stapel rotsen noemt men de Claps, afkomstig van het Occitaanse woord clap of clapas (= rotsblok). Occitaans is het dialect dat men sprak van hier tot de Middellandse Zee: De Langue d’Oc ofwel de taal van de Oc.
Door de versperring van de Drôme ontstonden er 2 meren, het Grote Meer, ongeveer 5 km lang en 300 hectare, en het Kleine Meer, van 6 hectare.

De drooglegging van het Grote Meer gebeurde door een gat in de rotsblokken te boren, eind 18e eeuw. De Drôme springt vanaf dat punt tientallen meters omlaag.
En elke keer als ik die grote rotsblokken passeer, vraag ik me af: Wat zou ik gedacht hebben als ik  in 1442 had geleefd? Zou het een nachtmerrie zijn? Had ik de avond ervoor teveel gedronken misschien?
De mensen die er toen woonden, maakten meteen gebruik van de situatie: het meer werd een grote visvijver totdat  de eigenaren van de grond, de monniken van Chartreux, het land onteigenden.
Tegenwoordig is het kleine meer een aardige spartelvijver, met een snack. Voor de kinderen is het water leuk, ouderen kunnen naast de rotsblokken en het vallende water omhoog lopen, zo’n 10 minuten, tot aan de zogenaamde Saute de la Drôme.

En voor het eerst lopen we de dorpswandeling van Luc-en-Diois. Weg van de hoofdstraat ga je ineens terug in de tijd. Een stuk van een marmeren Romeinse zuil markeert de toegang naar het oude stadje, dat ontstond in de eerste eeuw voor Christus. Luc was toen de hoofdstad van de Voconces, een Gallo-Romeinse stam met een gebied zo groot als het huidige departement. Om onbekende redenen werd in de 2e eeuw na Chr. ineens Die de hoofdstad, daarna verloor Luc zijn betekenis. Op verschillende plaatsen zijn nog hergebruikte overblijfselen van de Romeinen te zien, zoals een sarcofaag ( nu in gebruik als bloembak), een fragment van een altaar, een stenen goot op Romeinse manier gemaakt (en petit appareil) en bij het Office de Tourisme staat een deel van een Romeinse zuil mooi ingemetseld in de muur. De fontein er tegenover heeft een kapiteel aan de top, eveneens afkomstig van een Romeinse zuil.

Abt Froment, foto Office de Tourisme

Ook al heel lang op mijn te -doen- lijstje, de fossielenverzameling van abt Froment. Iedere vrijdagochtend (als er ook een schattig en typisch Frans marktje is) te bezichtigen in het gemeentehuis. In juli en augustus overigens iedere ochtend, en gratis.
Wat we nog gemist hebben is de zadelmakerij. De familie Roland heeft daar 4 generaties lang zadels voor paarden gemaakt en hersteld, tot 1952, toen de tractoren hen van de markt verdreven. Het ziet er nog steeds zo uit als toen, alsof de laatste Roland een ommetje is gaan maken. De openingstijden zijn hetzelfde als bij de fossielenverzameling, ook gratis. Dus waarom niet even kijken? Wij hebben het gemist, dus het blijft op mijn lijstje staan…

Zadelmakerij, foto Office de Tourisme

En ook een soort van een nachtmerrie, maar van een heel andere categorie: we moeten weer eens naar het ziekenhuis in Valence, gewoon voor controle. Mijn arts begint zo langzamerhand een beetje te ontdooien, maar elke vorm van humor ontgaat haar. Ik moet nu mijn medicijn zelf gaan spuiten, ergens in een vetlaag.
“Nou, dat is gemakkelijk bij mij”, zei ik.
Geen lachje kon eraf. En dan te bedenken dat haar man, ook arts in hetzelfde ziekenhuis, zo’n vrolijke Frans is.

Maar goed, op de terugreis aten we in een restaurantje waar we eerder heel goed en uiterst plezierig hebben gezeten/ gegeten. Nu liet de bediening te wensen over, om het maar zwak uit te drukken. Binnen waren 3 tafels bezet, 1 dame hield zich met de gasten daar bezig. Buiten, bij ons dus, ging het om zeker 10 tafels en de ober rende zich de benen onder zijn lijf vandaan. Toch redde hij het niet. Een Franse dame riep hem boos – maar wel gevat- toe:
“Moeten we soms met de wijn wachten tot de wijnoogst?”
Bij ons ging het goed tot de koffie. Die kwam niet, ook al vroeg Rien er 5 x om. Op het laatst ging hij die zelf maar halen, tegelijk met de rekening. Want inmiddels ergerden wij ons mateloos aan de nachtmerrie naast ons. Echt  vervelende kinderen.

En voor het geval dat u denkt dat ik een kinderhater ben: er waren nog 5 andere kleintjes. Ze vermaakten zich prima met en onder de takken van een treurwilg en speelden zoet in het grind. Eén zo’n wijsneus was een jaar of zes, had een grote uilenbril op en kon net lezen. Zei geheel zelfstandig tegen de ober: “Ik wil geen kindermenu, wel mosselen met frites. En een glas Grenadine met niet teveel water”. Dat vind ik nou echt leuk, zo’n eigenwijs kruimeltje…

Nog een paar foto’s van de Claps de Luc..

 

 

 

Waaibomenhout

Waaibomenhout komt van bomen, die met de wind meewaaien en dat hout is daardoor nergens geschikt voor. Het wordt in de spreektaal vaak gebruikt voor houtproducten van een slechte kwaliteit. Wijzelf nemen dat wat ruimer: als iets niet deugt noemen wij het waaibomenhout, ook als het van een ander materiaal is.

En daar hebben we nogal wat ervaring mee opgedaan. Onze eerste tent bijvoorbeeld was van een soort plastic gemaakt. Aan de Middellandse Zee, in de verzengende hitte, kookten we haast gaar in dat ding. En de Mistral waaide zo hard, dat het zand via alle luchtgaten naar binnen stroomde. We werden bijna levend begraven.
Vanwege een hernia van Rien was het kamperen in een tent slechts van korte duur. Samen met vrienden kochten we eerst een oud caravannetje en toen dat beviel een nieuwe. Een Beijerland, zo heette dat merk. Midden in de eerste nacht zakten Rien en ik door het bed. Nee, we sliepen gewoon, geen wilde toestanden. Hoe los je dat nou op, om 3 uur ’s nachts, op een camping? We ondersteunden het bed met het reservewiel en een krat boeken, maar van slapen kwam niks meer, ik durfde me die nacht niet meer te verroeren.
De lattenbodem bleek op een paar minischroefjes te rusten, dat was de volgende dag zo gerepareerd. Bij een nieuwe caravan van hetzelfde merk kwamen de bovenkastjes van de keuken zomaar naar beneden. De term waaibomenhout is dus absoluut van toepassing op Beijerland.
Op onze eigen camping overigens hadden we voor de verhuur een caravan van het merk Hobby. Pas later begrepen we de opmerking dat je met een Hobby meteen een hobby erbij hebt: er was altijd gedoe met dat ding. Zo moesten we al snel het matras vervangen. Uiteraard kon dat alleen bij Hobby en dat was dubbel duur. Wel heel zuur dat ook dit nieuwe matras binnen 5 jaar alweer helemaal versleten was. Ik zoek liever andere hobby’s….

Toen we de boerderij hier kochten, dachten we nogal simpel over een sanitairblok. Er stonden nog drie muren van een vroegere gierkelder: een muurtje erbij, dak erop, inrichten en klaar is Kees. Dachten we. Maar er kwam een heel nieuw gebouw, met 2 verdiepingen, gemetseld door vakmensen. Tegen de tijd dat de vloertegels gelegd moesten worden, waren onze reserves bijna op. Een vriendje wist wel een zaak, waar ze restpartijen verkochten. Wij namen bij voorbaat al 10% extra tegels, want nabestellen zou lastig worden. Toen wisten we nog niet dat onze tegelzetters alleen met liters bier vooruit te branden waren en dat ze dus heel veel tegels zouden “verknippen”.

Precies in die tijd ging deze tegeltoko failliet, een nabestelling was daarom überhaupt niet mogelijk. Bij dezelfde zaak hadden we 2 houten deuren gekocht voor dat sanitairblok, ook waaibomenhout: ieder jaar moest Rien na de winter schuren, anders gingen ze niet meer open of dicht. En zo betaal je heel veel leergeld.

Bij dit huis zouden we alles goed aanpakken, dat was ons voornemen. Maar ja.. een van onze Portugese bouwvakkers had zelf een keuken in Valence gekocht, echt goedkoop en van prima kwaliteit. Privé wilde ik beslist een Schmidtkeuken, maar voor de grote gîte was een goedkoper exemplaar wel een optie. Ter plekke aangekomen leek het aanbod echt fantastisch: 50% korting op alle meubels en op alle inbouwapparatuur. Daar tekenden we voor. De keukenkasten werden precies op de afgesproken dag geleverd en geplaatst, maar de inbouwapparatuur moet tot op de dag van vandaag nog worden geleverd. Op het goede moment werd ik heel nijdig: ” Als het nu niet met spoed wordt geleverd, kom ik de aanbetaling ophalen”. Zonder te blikken of te blozen kreeg ik mijn cheque terug. Maar goed ook, want niet veel later ging de zaak failliet. Onze plaatselijke keukenboer leverde toen de apparatuur en zei fijntjes: “Ik had die kastjes voor dezelfde prijs kunnen leveren, want goedkoop is het niet. Ze verdubbelen eerst de prijs en geven dan 50% korting”. Gelukkig is het allemaal wel van goede kwaliteit.

Voor de bouw van de studio namen we in eerste instantie een andere beslissing. Eigenlijk moest het een logeermogelijkheid voor vrienden en familie worden. Dat hoefde dus niet luxe te zijn. Maar bij het uitzoeken van een goedkope douchecabine kregen we al problemen: dat was echt waaibomenhout! Alles trilde, als je een deur open deed was je al blij dat ie ook weer dicht kon. No way, niet zulke troep in ons huis.

Er kwam een folder in de bus met goedkope bedden, dus ik vroeg de speciaalzaak of hij die kon leveren. “Ja, kunnen wel, maar  doen we niet”, was zijn antwoord. En hij liet me in de toonzaal het verschil in kwaliteit zien: die goedkope waren gemaakt van waaibomenhout. En daar gingen we weer, betaalden drie maal zo veel. Maar het zijn goede bedden, dat wel. Bij het eerste gebruik van dit onderkomen dienden zich meteen de volgende problemen aan: in het voor- en najaar is verwarming wel prettig en ventilatie in de badkamer ook. Natuurlijk meteen door ons geregeld. Goedkoop is het dus niet geworden…

Er kan in een seizoen altijd iets kapot gaan. Nu was een sifon onder een aanrecht ineens een beetje lek. Ook al staat er – bij toeval- een afwasbak onder, het hoort niet zo. En dus gaat Rien dat meteen repareren.
Wij zullen ook best eens een steek laten vallen, maar de kans daarop moet je zo klein mogelijk maken. Stel je voor dat mensen van ons zeggen: da’s waaibomenhout..

 

 

Musee de Die

Al een paar keer was ik in het museum van Die en eerlijk gezegd vond ik er maar weinig aan.Er zijn 8 zogenaamde tijdzalen, waaronder eentje vol met Romeinse munten en een met oude landbouwwerktuigen. Soms hebben ze een speciale collectie, zoals die met oude ansichtkaarten van Die en de regio. Omdat het mij wat tegenviel, besteedde ik er tijdens de stadswandelingen ook niet veel aandacht aan.
Tot nu.
Afgelopen zaterdag was het een nationale monumentendag, in het kader van de archeologie en oude molens. En dus was het museum weer eens gratis te bezichtigen. Vlak voordat we naar de markt gingen, pikten we dit nog even mee.
Hebben we toch al die jaren over het hoofd gezien wat de meest bijzondere dingen zijn! Er was namelijk buiten nog een gebouw met allemaal stenen overblijfselen uit de Prehistorie, de tijd van de Romeinen en de Middeleeuwen.

De oudste voorwerpen in het museum zijn een menhir van 4 meter hoog, enige vuistbijlen en een bronzen armband. In die vroege periode ( zo’n 250 jaar voor Christus ) kwam ook Hannibal hier voorbij.
De Romeinen woonden in dit gebied globaal tussen 100 jaar voor Chr. en 480 jaar na het begin van de jaartelling. Ze maakten er een mooie stad van, met een groot plein – een forum-, een paar tempels, 2 aquaducten en verschillende thermen. Op het eerste gezicht lijkt het of dat allemaal verdwenen is. Maar behalve de restanten die als vulling in de stadsmuur zijn gebruikt, liggen er dus ook heel wat van die overblijfselen in het museum: delen van grafzerken, afbeeldingen van hoofden, sierstenen van een dakgoot, een graftombe met dakpannen, een altaar plus een deel van een prachtig mozaïek, gevonden in Pontaix. En nog heel veel meer. Veel van de voorwerpen hebben Latijnse teksten, daar studeer ik nog even op…

Ook in de Middeleeuwen bruiste Die. Er was al eeuwen een bisschop met een eigen paleis, maar ook een protestantse academie, een meisjeskostschool, een klooster met nonnen en eentje met de Cordeliers. Er waren ondernemers nodig om iedereen van voedsel en kleren te voorzien. Daar kwamen dan weer rijke burgers op af,die mooie, grote huizen lieten bouwen. En ook uit die periode liggen in het museum mooie stenen overblijfselen, zoals een kapiteel en een deel van de stenen balustrade in de kathedraal plus een lachende leeuwenkop. Alle foto’s staan op de Facebookpagina van Mas Dea Augusta

Het museum is gehuisvest in een mooi herenhuis uit de 18e eeuw. Nu nog wel, want de gemeente Die wil de hele collectie graag overbrengen naar het bisschoppelijk paleis. Een prachtidee, maar eerst ” even” het geld regelen…

Museum is uiteraard te bezichtigen, in juni alle middagen in juli en augustus ook ‘ s ochtends.

En…. deze zaterdag alweer gratis!!!