Feeds:
Berichten
Reacties

Keerpunt

Tot vandaag, 28 juli, geen Internet en daarom geen eerdere column!

Tot zondag 14 juni om 20 uur blijft het spannend of Frankrijk zijn grenzen zal openen.
Ed en Thea, onze vaste oppassers, staan dan al in de startblokken. Ze komen met een twee-assige aanhanger om de grote kuipplanten en tuingereedschappen te halen. Ed heeft het in Nederland al helemaal uitgedacht en zit ter plaatse nog eens te passen en te meten. Uiteindelijk, na 6 dagen, ligt er 6 kub strak op de aanhanger.
Thea en ik kunnen letterlijk wel inpakken. Dat hebben we bij de vorige verhuizing in 2012 ook samen gedaan en het verloopt nu net zo vlot. Precies een week later vertrekken ze weer.
Het is niet alleen geweldig vanwege het werk dat er verzet is. Gewoon door hun aanwezigheid wordt de in weken opgebouwde spanning een heel stuk minder.

’s Avonds eten we met de buurtjes van de camping. Tijdens de maaltijd bellen de verhuizers op: hun werk is vlotter gegaan dan ze dachten, dus komen ze eerder aan. Grote griebel, daar hebben we nog niet op gerekend!
Rien waarschuwt nog: met die grote bak van 18 meter lang kom je onze poort niet in. Maar ja, toch proberen en daardoor moeten ze 5 km doorrijden, via een bergweg, om daar te kunnen keren. Daarna lukt het wel, maar het is millimeterwerk, echt ongelooflijk knap!
Voor de trappen hebben ze ook al een oplossing bedacht: ze bouwen eerst een steiger halverwege, zodat ze op die manier elkaar de dozen aan kunnen geven. In 2 x een halve dag zit alles erin en daar gaat de boedel!

Wij pakken onze eigen auto in en gaan vroeg naar bed, om de volgende dag aan de grote reis te beginnen: vanwege de poes 1120 km in 1 ruk. Onze dame gedraagt zich voorbeeldig, ze mauwt alleen heel zachtjes. Gaia is daarna meteen gewend in het gastenhuis, achter onze nieuwe woning. Maar de volgende ochtend is ze niet meer te houden, ze móet en zál naar buiten. Met angst en beven gaan we met haar wandelen in de tuin. Ook dat doet de poes geweldig, ze blijft netjes bij ons. We durven het daarom wel aan haar buiten te laten als Ed en Thea hun volgeladen kar komen brengen. En in het gastenhuis ontdekt Gaia de zitzak, zo’n ding waarin je in neervalt en nooit meer uitkomt. De dame is er zielsgelukkig in. En nóg een cadeautje voor haar: er zijn overal vensterbanken. Dat was ze niet gewend. Nu kan ze over de landerijen uitkijken.

Het nieuwe huis staat vol met cadeautjes als we aankomen. De verkopers hebben in overleg een boel achtergelaten, maar er staat nog veel meer en alles is even mooi. Ook is er een grote bos bloemen van hen. Plus van die zorgzame dingen, zoals papier en verfrisser in het toilet. Ook een bak met informatie over het huis, zoals het merk van de keuken, een gebruiksaanwijzing van de combi-oven enzovoort.

Toen we in februari het huis bezichtigden, zagen we in de tuin al veel zelfgemaakte kunstwerken van mozaïek.  We hadden geen seconde verwacht dat ze zoveel zouden achterlaten. Het lijkt wel een beeldentuin, we genieten er elke keer weer van.
We hadden toen al geregeld dat Riens oudste broer en zijn oudste dochter de koopakte zouden tekenen. Zij doen nu ook de inspectie vooraf. We krijgen een bericht dat ze de sleutel hebben achtergelaten “in de vlinderpot”. Ze bedoelen dat ze namens de familie van Rien 2 potten met planten hebben neergezet, plus 2 bakken met hangplanten. De namen van alle familieleden staan genoteerd op papieren vlinders die daarin zijn gezet.
Ed en Thea, die al zoveel werk verzet hebben, nemen ook nog eens een prachtige roos mee, plus een bak met geraniums. Maar het grappigste cadeau staat op het aanrecht. Twee pakjes, de een met koffie en lekkers, de ander met wijn, 2 glazen en nootjes. Geen naamkaartje te vinden. Daarom bedanken we ongeveer iedereen die in aanmerking komt als gulle gever, maar niemand weet iets.
Het zijn ook niet de mensen die bellen, of die een kaart hebben gestuurd. Wie o wie? Totdat Rien de wijnglazen uitpakt. Dan rolt er een toepasselijk kaartje uit van de schenkers. Die vlak daarna op de stoep staan, om het huis in te drinken.

Onze nieuwe buren komen ook een boeket brengen, vrienden uit Frankrijk laten 2 boompjes bezorgen, er zijn kaarten gestuurd en er bellen mensen. Na alle onrust van de afgelopen maanden zijn dat cadeautjes voor de ziel.
Echt een keerpunt.

En dan begint het grote uitpakken. Een zus van Rien komt met haar partner 2 dagen helpen. P. is een handige Harry, hij zet stellingen in elkaar, mijn bureautje ook, plaatst nieuwe wc-brillen en denkt mee met Rien over probleempjes: zo branden alle lantarenpalen op het hele terrein de hele nacht. Dat mag wel ietsje minder. En zus A. is een geweldige hulp met het uitpakken. Als wij ons moeten melden bij de gemeente als nieuwe inwoner, heeft zij in die 2 uur pakweg 10 dozen leeggemaakt. Dat schiet nog eens op.

Het uitpakken levert aardige verrassingen op. Zo heb ik voor de verhuizing alle sleutels van ladenblokjes, kasten etc keurig vastgeplakt. Kennelijk ben ik er 2 vergeten en dat lossen de verhuizers zelf op: die gooien ze, met een label eraan, zomaar in een doos. Laat ik die nou toevallig als eerste uitpakken… Maar een doos met ondergoed, sokken, hemden enzovoort is en blijft zoek. Gelukkig heb ik voldoende in de reiskoffers gepakt. Als we alles 3 x hebben bekeken, geef ik het op. Er staan nog 2 koffers, waar volgens mij onze schoenen in zitten. Nee dus, al het ondergoed ligt ertussen gepropt.

Zo’n nieuw huis brengt allerlei onverwachte dingen met zich mee. In Die hebben we bijvoorbeeld alle lampen in het hele huis laten hangen. En hier hebben de bewoners- volkomen terecht- hun schemerlampen meegenomen. Daardoor zitten we de eerste avonden in het donker.

Het kantoor van Rien is een verhaal apart. De verkopers laten hun hele inrichting daarvan achter, maar ja, wij hebben 3 bureaus en een bijpassende kast, zonde toch om weg te doen? Maar bij binnenkomst vinden we dat wat er staat toch veel mooier. Dus onze kantoorinrichting, nog van de campingperiode, gaat deels in de aanhanger bij Ed, zijn kleindochter is er blij mee.

Als we hier op vrijdag 26 juni aankomen is het nog heerlijk weer. Maar dat slaat al snel om. Vooral voor Rien is dat wel even slikken. En toch… we genieten erg van dit huis, dit plekje. Het is weer een keerpunt in ons leven, de zoveelste verrassende wending..

Corona treft sommige mensen heel hard, dus wij mogen eigenlijk helemaal niet mopperen over wat ons daardoor allemaal overkomt. Het meeste is -achteraf zeker- klein ongemak, al levert mij dat veel slapeloze nachten op.
Zo was er eerst nogal wat gedoe over de verkoopdatum van ons huis. In heel Frankrijk lagen aan- en verkopen van huizen ineens stil door de effecten van het Coronavirus. Bij ons zou dat ook gebeuren, omdat de koper van het huis van ónze koper als rechter ineens moest beslissen over vervroegde vrijlating van gevangenen. Dat verzin je toch niet, dat zoiets jou overkomt? Maar na heel veel geregel kwam het goed. In eerste instantie dus, want toen trok de koper van háár huis zich terug, vanwege het Coronavirus. Onze eigen kopers hebben bij familie het ontbrekende bedrag geleend en toen was dat financiële gedeelte eindelijk afgerond.

Dat alles heeft wel een grappig gevolg. Dat ene stel kopers moet het huis daardoor eerder leeg opleveren. Daarom komt die inboedel al op 16 juni hier en moeten wij een halve woonkamer, een halve garage, een halve zolder en een hele slaapkamer vrij hebben. En dat is nog niet vroeg genoeg, ze komen al eerder met een auto vol spullen. En een dag nadat hun boedel arriveerde kwamen er nog eens 2 fietsen binnen. Maar het zijn ontzettend leuke mensen, we accepteren alles van hen.

En dan reken je niet op een volgende donderslag bij heldere hemel. Er is hier een organisatie, de SAFER, de Société d’ Aménagement Foncier et d’ Etablissement Rural.
Je zou het kunnen zien als een landbouworganisatie, die opkomt voor alle belangen van agrariërs. Zij heeft bij elke verkoop van een huis of stuk grond een voorkeursrecht, ten gunste van boeren die die grond zouden kunnen gebruiken. Dat is best begrijpelijk, zeker als boerderijen massaal worden opgekocht door mensen uit de grote steden of, zoals momenteel voorkomt, door cohorten Chinezen. Dan komen die jonge agrariërs niet meer aan de bak.
Maar de verhalen over deze club zijn beslist niet positief:

Er wordt regelmatig misbruik gemaakt van die positie, zodat ze al de Maffia wordt genoemd. In 97% van de gevallen waarin gebruik gemaakt wordt van het voorkeursrecht wil ze de grond helemaal niet hebben. In de volksmond wordt gezegd dat ze de macht gebruikt om de grondprijs te drukken voor boeren die zonder alle subsidies toch al geen schijn van kans zouden hebben. Intimidatie, gebruikmaking van trucs en machtsmisbruik is hen niet vreemd, zo lees ik.
Er is bijvoorbeeld een kwestie uitgevochten voor de rechter, omdat ze een boer 10% boden van wat hij van een particulier kon krijgen, om vervolgens zélf de grond te verpatsen tegen een hogere prijs…

Normaal heeft de SAFER na de ondertekening van het voorlopige koopcontract 2 maanden de tijd om bezwaar aan te tekenen tegen de verkoop van een huis in een agrarisch gebied.
Toen wij de camping kochten, kregen we ook al met deze club te maken. Dat vonden we raar: de boerderij stond op dat moment al 3 jaar te koop. Het huis was te groot voor een gezin en de grond te weinig om er nog als boer van te kunnen leven. Zou de SAFER dan toch dwars gaan liggen? Dat liep toen met een sisser af.

Nu worden we volkomen overvallen door diezelfde club. Welk belang kan zij nou hebben? We hebben een perceel waarop ons huis staat, een kleine boomgaard plus een weiland, met een paar moerbeibomen, verwilderde bramen en een bult stenen van een afgebroken huisje: wat wil een boer hiermee? Bovendien, de 2 boeren om ons heen pachten de grond, beide eigenaren hebben helemaal geen geld om het van ons te kopen. En pakweg 800m2, volkomen ingesloten zonder toegangsweg, is voor niemand interessant. Bovendien moet de SAFER, als er een voorlopige koopakte is getekend, ook nog het huis voor dezelfde prijs kopen die in de akte staat. We begrijpen daarom volstrekt niet waarom ons dit nou overkomt.

Op 7 december al hebben bij het voorlopige verkoopcontract getekend met een verkoopdatum in juni. Toen kwam de confinement, de opsluiting, meteen met een wet waarbij in Frankrijk allerlei termijnen werden opgeschort. Daarom beroept de SAFER zich nu op de verlenging van die termijn van 2 maanden.
De notaris belt ons zelf om het probleem mee te delen: de SAFER zal een beslissing nemen voor eind juli. We schrikken ons weer helemaal lam, dan ligt de hele verkoop opnieuw op zijn kont. Hij belooft meteen de volgende dag contact op te nemen met de SAFER en dat doet hij ook. Het is de koper van dit pand die ons de volgende dag goed uitlegt wat er nu precies aan de hand is.
In ons eerste koopcontract stond dat wij de afvoer van de septic tank vóór de overdracht moesten aanpassen aan de nieuwe normen. Omdat de kopers een ecologisch systeem willen, hebben we daarna een andere oplossing gekozen: de verkoopprijs verlagen en deze voorwaarde uit het contract. Wij zouden dit een aanpassing van een bestaand contract noemen, in Frankrijk is dit een splinternieuwe zaak. En dan beginnen alle procedures opnieuw. Eigenlijk valt die SAFER dus niks te verwijten.
Ik word hier heel onrustig van, durf zo langzamerhand niet meer te geloven in een goede afloop. Maar gelukkig, de SAFER gaat akkoord. Ook dit was weer een storm in een glas water.

We hebben nóg een gevalletje met de notaris. Frankrijk kent de Plus-Value, de meerwaardebelasting bij verkoop van je tweede woning. Nou, niks te vrezen dus, dachten we. Maar de gîte, waarvan we al die jaren netjes de inkomsten hebben opgegeven, wordt als zakelijk goed gezien. En dus dreigt die Plus-Value. Van het te betalen bedrag mag je de werkzaamheden van bedrijven aftrekken, niet de kosten van materialen die je zelf hebt gebruikt. Rien krijgt ongeveer angstdromen van wat we moeten betalen, omdat het lijkt alsof de notaris onze hele opsomming afwijst. Hoe hij het doet, snappen we niet, maar uiteindelijk komt zijn berekening op nul. Ik kan de man wel zoenen!

Meteen steekt de volgende storm op. Ik schreef al dat de basisverzekeringen tegen ziektekosten van ondernemers is veranderd. Bij Rien is dat soepel verlopen, bij mij is er een probleem ontstaan door het wisselen van een voornaam. Een aardige mevrouw belooft me een code te sturen, zodat ik weer toegang krijg tot mijn eigen verzekering. In plaats daarvan ontvang ik twee brieven waarin staat wat ik allemaal moet aanleveren voordat dit rechtgezet wordt. Zoals een geboortebewijs en als dat niet in het Frans is, met een vertaling van een beëdigde tolk, eventueel te regelen via het Consulaat. Dat zit in Parijs! Een nieuwe RIB, bankincasso, is ook nodig, want de oude staat op de verkeerde voornaam. Kletskoek, er staat dus geen voornaam op zo’n RIB! Wat te doen? Ik stuur een mail naar de aanvullende verzekering, met de naam en het mobiele nummer van degene die dit probleem heeft veroorzaakt en dan is het zomaar opgelost.
En nóg gekker: het ziekenhuis was de eerste die me de blokkade van mijn carte vitale meldde. Nu ga ik ernaartoe, met mijn nieuwe inschrijvingsbewijs en de receptioniste kijkt me aan alsof ik niet goed snik ben: Probleem? Er is helemaal geen probleem met u, er is ook geen openstaande rekening.

En dan komt er wéér een tegenvaller: Rien informeert keurig op tijd wanneer hij allerlei abonnementen op moet zeggen. Bij Orange, de Franse KPN, is dat 2 weken van tevoren. Als Rien dat op die dag doet, krijgt hij ook antwoord: abonnement gewijzigd per eind juni. Maar wat blijkt? Ze gooien ons er meteen uit en dat rechtzetten kost 2 weken. Maar diezelfde avond nog is het Internetgedeelte hersteld. Telefonisch zijn we even onbereikbaar, maar soit, het zij zo.

Het gaat allemaal voorbij, deze stormen in een glas water, maar leuk is anders.

Nu eerst verhuizen. Tot later, in Nederland.

Een simpel leven?

Werkrelaties kunnen heel verschillend zijn qua beleving. De ene persoon ligt je meer dan de ander, er loopt af en toe een deugniet tussen én je kunt het treffen, dat het echt een prettig mens is. Zelfs een vriendschap komt er wel eens uit voort. Ik ken alle variaties.

Nu worden we door een van onze werkrelaties hier uitgenodigd voor een apéro in de volkstuin. Hun vaste woonadres is een sociale huurflat. De verhalen die we daarover in de loop der jaren hebben gehoord zijn schrikbarend: tochtig, gevaarlijk qua elektra en slecht onderhouden. Niet verwonderlijk dus dat ze van eind april tot eind oktober eigenlijk wonen op hun volkstuin. Daarvan zagen we regelmatig foto’s. Ook de opbrengst van bijzondere tomaten, komkommers, courgettes, de bijen etc. werd met ons gedeeld. Of we kregen stekjes van hen of van de buurvrouw, die daar bloemen kweekt.
Nu dus een apéro ter plekke. We kijken onze ogen uit. We verblijven in “de serre”, gemaakt van doorzichtige golfplaten. Het huisje zelf bestaat uit een keukentje met daarboven een slaapplaats waar je alleen rechtop kunt zitten, niet staan. Een paar jaar geleden hebben ze het volkstuintje ernaast gekocht. Daar hebben ze een houten chaletje gebouwd, waar hun 2 pubers kunnen slapen.
Ze tappen -met toestemming van de buurvrouw- stroom bij haar af voor de koelkast en 1 lampje. Buiten is er een primitief toilet. Alhoewel ze niet op een waterleiding zijn aangesloten, beschikken ze wel over water.
Zielsgelukkig zijn ze daar. Het is geen zuinigheid, dat ze zo leven, maar een overtuiging. Als ze heel soms een paar dagen op vakantie gaan, gooien ze een matras achter in hun bestelautootje en dan slapen ze ergens in een bos. Een simpel leven dus en wat een verschil met ons! Vergeleken met hen zijn wij echt een stel verwende gasten…

Misschien komt het door het Coronavirus, dat je meer nadenkt over alles wat je hebt, en over alles wat er veranderd is in de wereld. En hoe dat soms wel, maar niet altijd een verbetering is.
Kijk naar de mobiele telefonie. Toen ik in 1989 in de Tweede Kamer kwam werden wij uitgerust met een semafoon, want we moesten áltijd en óveral bereikbaar zijn. Met een bepaalde regelmaat werden we opgepiept met dat ding. Dan zat je in de trein naar huis en was je verplicht op het eerste het beste station uit te stappen om te bellen met het secretariaat van de fractie. Want in het geval van een hoofdelijke stemming moest je met spoed terug. Dat laatste is nooit echt gebeurd, telkens was het loos alarm. En dan reed je trein inmiddels het station uit. Grrrrr!

Aan het begin van de negentiger jaren kwamen de eerste mobiele telefoons op de markt, een koelkastmodel, maar daar was ik wel blij mee. Zelfs als Kamerlid moest je aantonen dat je over voldoende inkomen beschikte. En nu heeft iedereen zo’n ding.
In diezelfde periode raakte de computer ingeburgerd. Wat een zegen! Een van mijn leukste klussen was het houden van spreekbeurten. Die tekst had je dan op papier en iedere keer kon je alles overtypen, omdat het accent in elke situatie iets anders lag. Met de computer was het met een beetje knippen en plakken zo gebeurd…(Overigens was later een papiertje met steekwoorden voldoende).

Toen we in Frankrijk arriveerden, eind 2001, was het bellen naar het buitenland nog schreeuwend duur. Een gesprek met Nederland kostte al gauw € 5,- en omdat we die eerste jaren nauwelijks een inkomen hadden, was dat een rib uit ons lijf.
Door de aanstaande verhuizing kom ik die eerste jaaropgave van de belasting tegen: inkomen in 2002 € 6000,- in de min.
Dat is gelukkig nadien wel veranderd en ook het bellen naar het buitenland, eerst met de vaste lijn en veel later ook met het mobieltje, is nu betaalbaar.
Maar of het zo’n zegen is, dat je altijd en overal en voor iedereen bereikbaar bent?

Inmiddels maakt die telefoon het leven in bepaalde opzichten óók wel een stuk simpeler. Bij de groenteboer en de bakker reken ik contactloos af. Bij de supermarkt nog niet, omdat ik dat wat ingewikkelder vindt. Uit eten met je vrienden en de rekening delen? Even een tikkie sturen en het is zo gepiept. WhatsApp of een klein berichtje sturen? Uitermate handig, al houd ik zelf niet zo van allerlei filmpjes en grapjes versturen.

Het bankieren tussen 2 landen was in onze beginjaren hier echt een crime. Al lang voordat Nederland zover was kon je in Franse supermarkten pinnen. En vervolgens hielden die ontwikkelingen hier op. Daar hadden we vaak last van. Bijvoorbeeld: toen we de camping bouwden stond het budget nog op een Nederlandse rekening. Als we daarvan een deel nodig hadden moesten we eerst schriftelijk bij de Postbank formulieren aanvragen, om daarmee een internationale overboeking te regelen. Dat kostte zo maar 10 dagen. En het telebankieren, zoals we in Nederland kennen, staat hier nog steeds in de kinderschoenen. Zo kregen we nu, mei 2020, voor het eerst van de accountant -die we sinds 2002 hebben- een factuur met daarop een banknummer. Dus werken we nog steeds veel met cheques. Dat moet toch simpeler kunnen?

Wat de sociale zekerheid betreft hebben we hier geen klagen, als het om de voorzieningen gaat. Maar de uitvoering! Eerst moesten we wennen aan alle afkortingen en namen: de Organic voor het pensioen, de Urssaf voor familie-uitkeringen, een basisverzekering voor ziektekosten en de aanvullende, een heel ander systeem dan het Nederlandse. Vooral in het begin was het een heel gepuzzel. Na een paar jaar werden voor ondernemers alle sociale lasten op een hoop gegooid en heette dat ineens RSI. Toen ik me als stadsgids moest inschrijven als ondernemer, was de situatie wéér helemaal anders. Sociale premies en belastingen draag ik af via die URSSAF. Voor mijn ziektekostenverzekering moest ik naar LaRam, die ik omdoopte tot de Ramp, vanwege de bedroevende dienstverlening. Wat ik vroeg, deden ze niet, en wat ik niet vroeg (me ten onrechte uit de verzekering gooien) dus wel. Dat betekende een nieuwe pasfoto maken en 3 weken wachten op een geldige carte vitale. En overal maar uitleggen dat je geen wanbetaler bent…

In de opperste wijsheid zijn alle basisverzekeringen tegen ziektekosten voor ondernemers nu opeens samengevoegd. Dat is een goed idee, tenminste, als het werkt.
Ineens ben ik er weer uit gekieperd. Dat is knap vervelend als je op 1 dag naar het ziekenhuis moet, vervolgens naar de huisarts en daarna naar de apotheek…
Het duurt 8 dagen voordat ik een wachtwoord krijg en dan hóóp ik maar dat ik een schriftelijke verklaring-van-verzekerd-zijn kan downloaden. En dat terwijl aan het eind van de maand net vanwege de verhuizing een dubbele hoeveelheid medicijnen moet meenemen. Getver. Maar ze zijn tenminste telefonisch bereikbaar, en de dame helpt me prettig.
Zoals gewoonlijk gaat deze verandering bij Rien in één keer goed. Gelukkig maar, want hij heeft een broertje dood aan administratie, dat is meestal mijn klusje. Maar ik zucht dan wel even: Had dit niet simpeler gekund?

Hartkloppingen

Mijn hart gaat echt sneller kloppen, nu we sinds 11 mei weer zonder verklaring weg mogen, in een straal van 100 km rond ons huis. Ook al moeten we mensen letterlijk op afstand houden, we mogen gelukkig onze vrienden weer ontmoeten.

Direct maandag gaan we naar onze buurtjes van de camping, die we 10 weken niet hebben gezien. Je kunt wel eindeloos bellen, maar dit is fijner.  Op dinsdag komen de kopers van ons huis hier borrelen. We hebben spannende tijden met hen achter de rug -steeds in een goede sfeer- maar gewoon met elkaar aan tafel zitten, praat toch wat gemakkelijker. En ze zijn echt van onschatbare waarde voor ons, bijvoorbeeld met hun ervaring in de financiële wereld.

Op woensdag komen vrienden bij ons eten, donderdag halen wij een repas  bij anderen. M. is een uitmuntende kok, maar om de plaatselijke restaurants te steunen, maakt zij maximaal gebruik van de maaltijdbezorging.
Aan het eind van die middag gaan wij met een volgeladen auto naar de koper van onze camping. Alle Nederlandse boeken, Dvd’s en Cd’s gaan die kant op, net als de mappen met door mij vertaalde wandelingen, de uitgezette autoroutes en de map met fietstochten. Uiteraard moeten we een apéro drinken. Meteen komen er verhalen naar boven over de verkoop in 2011/2012. Gelukkig konden we vanaf het eerste moment echt goed met elkaar opschieten, want er ging nogal wat mis tijdens het proces. De bank in Die bijvoorbeeld zegde hem een lening toe, en vlak voor de overdracht bleek dat zij die bevoegdheid niet eens had. En toen het wél rond was, vergiste de notaris zich en schreef dat de financiering NIET akkoord was. Misverstandje, maar je krijgt er wel hartkloppingen van.

De koop en verkoop van een huis is nooit een simpel klusje. De rijke pa van een studievriendje van Rien had indertijd een leuk huisje voor hem gekocht. Vlakbij P. kwam net zo’n kneuterig woninkje te koop. Met Riens vader als borg konden we 19.500, – gulden lenen, voor het huis inclusief kachels, vloerbedekking en gordijnen.
Na de overdracht waren de mooie kachels vervangen door rotte barrels. Als studentjes hadden we volstrekt geen weerwoord.
Het huisje tegenover ons werd daarna gekocht door een kennis, een koppelbaas.
Na het afstuderen kreeg ik een baan 125 km verderop. J. had een vriendje die ons huisje wel wilde kopen. Er kwam zo’n yup binnen, die bij allerlei persoonlijke spullen zei: “Dat zit natuurlijk ook bij de koop inbegrepen”. We hadden geen idee hoe je dan moest reageren…
We spraken af dat wij de dag na de verhuizing het huis zouden schoon maken en dan enige planten uit de tuin mee nemen. Toen we aankwamen was er echter al een grote schoonmaakploeg aan het werk en de tuin gesloopt. Daar hadden we dan enkele reis 125 km voor gereden…

In Westerhaar hadden we meer geluk: op de dag dat wij informeerden naar een koophuis kwam er net eentje beschikbaar. Een paar jaar later verkochten we dat.  Wijs geworden door de eerdere ervaring lieten we in de akte opnemen dat wij de door een architect aangelegde tuin binnen 6 weken, dus net na de zomer, zouden leeghalen. Nou, dat hoefde niet meer, want een dag na de verhuizing was de tuin plat. Er kwam namelijk een grasveld met een haag van coniferen. Natuurlijk hadden we een rechtszaak kunnen aanspannen, maar we lieten het daarbij. Gerechtigheid: de dame in kwestie had een nieuwe lover en die kleedde haar binnen een paar maanden letterlijk en figuurlijk volledig uit.

Toen we heel veel jaren later ons volgende huis wilden verkopen hadden we in eerste instantie niet zo’n goeie makelaar. Iedereen die ons huis zomaar wilde bekijken liet hij binnen. Bijvoorbeeld de vrouw van een badmintonvriendje die meteen zei: “Nou, ik heb wel eens mooiere huizen gezien”. Dat mag je denken, maar ook zeggen?
En de echtgenote van een arts- die later de landelijke pers haalde vanwege ruzies in de maatschap- meldde dat ze graag huizen bekeek, omdat ze overal een glas sherry vroeg en kreeg…
De volgende makelaar kon het dus alleen maar beter doen en deed dat dan ook.
Weer jaren later, toen we vanwege de Frankrijkplannen de woonboerderij wilden verkopen, hadden we opnieuw een aantal bijzondere kijkers. Ook al kun je op foto’s prima zien hoe een huis eruitziet, toch kregen we vreemd commentaar: mijn kasten passen hier niet, de schilderijen kunnen niet aan de muur. Dat was een poging om de prijs te drukken, want later meldden ze zich opnieuw. We gingen op vakantie en in dat ene weekje kregen we ineens 3 echt geïnteresseerde kopers. Er kwam bijvoorbeeld een mevrouw langs en een half uur later hadden we een prachtig bod. Binnen no time echter vroeg ze of ze een ton zwart kon betalen. He? Wat moeten wij met zoveel zwart geld? Om haar ter wille te zijn hebben we de dingen die wij toch al wilden achterlaten, qua waarde wat opgekrikt, maar dat was het dan.
Gelukkig verliep het hele proces correct.

Via een zomerhuisje en het appartement bij Riens oudste broer kwamen we in Frankrijk. Drie dagen na aankomst zouden we de definitieve akte tekenen voor de boerderij, maar helaas…vertraging. Er moest nog een stuk grond worden opgemeten door het kadaster en daar was een wachttijd van 9 maanden. Gelukkig werkte er een familielid van de boer en kon de ellende tot 2 maanden beperkt worden.
We hadden onze buitenlandhypotheek in Nederland geregeld en toen, terwijl we daar al zaten met de hele inboedel, ging de ING dwarsliggen. Onze verzekeringsman had weer een kennis die vaker met dat bijltje gehakt had. Binnen een dag was het in orde en waren de hartkloppingen voorbij.

Toen we bij de notaris zaten -om eindelijk deze verkoopakte te tekenen- lag die man onverwacht dwars. De ING had niet het hele bedrag overgemaakt, precies de notariskosten was men vergeten. De notaris dreigde: Als je niet eerst met dat geld over de brug komt, krijgt de boer de verkoopprijs niet. Gelukkig had ik het chequeboek in de tas en kon het worden opgelost. Maar door al dit gedoe kregen we wel een band voor het leven met de boer. Letterlijk, want we zaten zelfs aan zijn sterfbed.

Bij de aanschaf van dit huis ging alles heel soepel. Overigens geldt dat ook voor het chaletje dat we in 2001 kochten (en later weer verkochten) en de huidige recreatiewoning: geen centje pijn.

En nu gooit het Coronavirus bijna roet in het eten. Onze kopers moesten hun eigen huis kwijt en dat lukte binnen 3 dagen. Mooi, zou je denken. Maar het is een rechter die het huis gaat kopen en die stikte ineens in het werk: gevangenen met lichte straffen worden vervroegd vrijgelaten vanwege het Coronavirus. En juist zij moest al die rapporten beoordelen. Dus wilde ze de koop uitstellen. Maar ook dat kwam in rustiger vaarwater. Die Fransen verblikken of verblozen hier niet van, die zijn het wel gewend. Ik hou echter niet van dit soort opwinding, van deze hartkloppingen. Gelukkig dat ik zo’n kalme echtgenoot heb…