Feeds:
Berichten
Reacties

A male boar shows his impressive tusks

Voor het seizoen begint maken we nog rap even wat afspraken met vrienden, bijvoorbeeld met onze leraar Frans en zijn vrouw. Bij hen durf ik wel Aziatische gerechten te maken. De meeste Fransen die ik ken zijn namelijk niet zo gek op pittig gekruid voedsel, zij wel.
Wij worden ook weer eens uitgenodigd voor een repas bij onze voormalige buren. Een typisch Frans voorgerecht is crudités, rauwkost dus. Daarna brengt een andere buurman, J.P., het hoofdgerecht binnen. Hij is jager, dus staat er zwijnskop op het menu. Een vriendin heeft als dessert een heerlijke Tiramisu gemaakt. Ik zit stikjaloers te kijken naar 2 magere dames die allebei 4 keer opscheppen….
Het is een geweldig sfeertje. De kok is echt de entertainer van de avond. Hij spreekt niet altijd even duidelijk, dus af en toe ontgaat ons de clou van een verhaal. En soms missen we een bijbetekenis. Een lange grap gaat bijvoorbeeld over ma biche. Dat het een hinde is, weten we, en een verhaal daarover is niet zo verwonderlijk, als ze over de jacht praten. Maar ma biche betekent óók mijn schatje…

Vooral in de eerste jaren hier blunderde ik nogal eens met afspraken. Ik weet dat lundi maandag is en mardi dinsdag, maar toch vergiste ik me regelmatig. Dan had ik een afspraak op mardi en was ik weer een dag te vroeg, op de maandag dus. Of we zaten te wachten op bezoek, dat maar niet kwam. Gelukkig ben ik niet de enige… Een lieve vriendin krijgt een nieuwe heup en voor die tijd wordt er van alles gecontroleerd. Dan blijkt dat een ader in haar hals zo verstopt zit, dat die eerst vervangen moet worden. Op de dag van de geplande opname staat manlief ‘ s ochtends onverwacht bij ons voor de deur, met de mededeling dat zijn vrouw op de  salle de réanimation  ligt. We krijgen er bijna zelf een hartverzakking van, omdat we menen dat ze gereanimeerd is. Maar dat ligt een slagje anders. Ze hadden zich allebei vergist in de datum. En door een gelukkig toeval belde iemand van het ziekenhuis op de opnamedag nog even: “Als u vanmiddag komt, vergeet u dan niet bepaalde papieren mee te nemen?”  Vanmiddag??? Zonder dat telefoontje waren ze gewoon een dag te laat geweest.. Toen manlief bij ons op de stoep stond om dat te vertellen, was de operatie net achter de rug, vandaar dat ze in de salle de réanimation lag, de uitslaapkamer.
Maar door dit gedoe komt mijn vriendin weer onderaan op de wachtlijst voor een nieuwe heup. En we zien haar in de maanden daarop veranderen in een zielig vogeltje, het lijkt wel of alle levenslust verdwijnt. Dus als die nieuwe heup er eindelijk in zit, bel ik even met haar om te vragen of ze al bezoek kan ontvangen. “ Bonjour, c’est Jacqueline à l’appareil”, zo begin ik. “Ja zeg, dat zie ik heus wel”, antwoordt ze pittig.
Toch gaat dat telefoongesprek niet geheel vlekkeloos. Wij redden ons meestal prima in het Frans, maar sommige foutjes zijn echt ingebakken. Wij Nederlanders gaan “op visite”, dus verfransen wij dat tot visiter. Fout, dat is íets bezichtigen. Een persóón bezoeken is rendre visite. Er ontstaat daardoor echt een Babylonische spraakverwarring.
Als we dan toch ‘s middags in het ziekenhuis zijn, 1 dag na de operatie, zit ze rechtop, met de benen buiten boord, in een allerbeste stemming. Dus niet alleen een nieuwe heup, ook de levenslust is terug. Als we haar een paar dagen later weer opzoeken, zit ze buiten in een rolstoel en het is dik feest met een heel stel vrienden om haar heen.
We gaan regelmatig even langs, in het ziekenhuis bij de patiënt en thuis bij de tijdelijk alleenstaande man. Dat zijn zulke grappige gesprekken. Onze vriend is zeer ontevreden over het gemeentelijke beleid t.a.v. het onderhoud van de wegen, de groenvoorziening en de nieuw aangelegde pleinen. Wij zien vooral hoe Die telkens een beetje mooier wordt, hij wijst ons vooral op de onvolkomenheden. Zo zijn de wegen richting camping volledig kapot gereden door vrachtwagens en zijn de slootkanten onstabiel doordat het gras dood is gespoten. Iedereen gaat links rijden en daardoor staat een eeuwenoud muurtje van pierres op instorten. De vuilniswagen moet nu de verboden kant van het eenrichtingsweg nemen en dat is ook een van de twee toegangswegen naar 2 campings: voor je het weet zit alles verstopt. Vriend spreekt de wethouder er regelmatig op aan, maar die zegt Oui, oui, ja, ja, en daar blijft het bij. Zijn bijnaam in Die is inmiddels Monsieur OuiOui.
Hij laat echt domme dingen gebeuren. Zo is er een nieuwe busstop gemaakt bij het lyceum. Klein probleem: de bus kan de bocht niet nemen. En als je daar van de parkeerplaats afrijdt, moet je een haakse bocht nemen, en de stoep is wel 20 cm hoog. Door een onverwachte verhoging in het wegdek wordt je ook bijna gelanceerd als je te hard gaat.
Dat trottoir is trouwens op zich een belevenis. Mooi aangelegd met kleine steentjes, alleen bij iedere regenbui spoelen die steentjes op de straat en moet de gemeentereiniging dat weer vegen. En meneer OuiOui wast zijn handen in onschuld.


Wij winden ons er niet over op, houden ons liever bezig met de huidige gasten. Zij waren in 2009 al op de camping en we pakken de draad zo weer op. Samen eten, leuke gesprekken en veel lachen. Als ik terug kom van de supermarkt staat zij haar was net op te hangen op een rekje. Het was mij niet meteen opgevallen, maar ze wijst me zelf op haar “afwijking”: de 2 wasknijpers voor ieder slipje moeten beslist van dezelfde kleur zijn. En dat gaat ver, ook de 3 washandjes hebben allemaal een gelijke knijper. Haar echtgenoot vult nog even aan: thuis hebben ze op de vensterbank links en rechts een vaas, links en rechts een beeldje en middenin iets anders. Als de ramen gelapt worden moet alles even weg. Bij het terugzetten komt de centimeter erbij, want het moet absoluut gelijk staan. Ze kan er zelf ook smakelijk om lachen.

En nog een voorbeeld van ons Franse leven: een half jaar lang wonen wij ongeveer op ons terras. Het avondmaal bestaat, als wij met zijn tweetjes zijn, vaak uit een stukje vlees of vis op de barbecue met een salade, lekker simpel dus. Poes zit dan vlakbij, ze weet immers nooit of er iets te halen valt. Ondertussen houdt ze alles in de gaten wat beweegt, zoals een hagedis of een ree. Nu zit ze zó alert te kijken dat wij nieuwsgierig worden. En dan zien we in onze boomgaard een vos met 2 jonkies spelen. Wat mooi!

Advertenties

De mousserende Clairette de Die was in de tijd van de Romeinen al een populaire wijn en dat is het nog steeds. Om nog meer toeristen te trekken wordt daar handig op in gespeeld.
Zo is er al jaren een folder met lichte wandelingen door de wijngaarden. Er zijn 8 routes, van 3 tot 6 kwartier, allemaal met een eigen karakter. Na mijn eerste vertaling moesten wij die natuurlijk zelf controleren en tot op de dag van vandaag lopen wij ze regelmatig.
Ook al jaren geleden bedacht door het Syndicaat van de Clairette: de artistieke rotondes in de hele vallei van de Drôme.
Voor het maken van de kunstwerken hiervoor werd Pierre-Louis Chipon uitgenodigd. Deze geitenfokker zocht in 1986 een embleem om zijn producten aan de kant van de weg te kunnen aanprijzen. Zo ontstond het eerste beeld van een geit, gemaakt van roestig, oud ijzer dat hij op zijn eigen erf vond. Omdat dit werk zeer gewaardeerd werd, ging hij een kunstopleiding volgen. Zijn geitenstal veranderde daarna langzamerhand in een atelier.

Een aantal jaren geleden is deze kunstenaar door het Syndicaat van de Clairette aangezocht om kunstwerken te maken voor 6 rotondes tussen Crest en Die, over een lengte van 40 km. Doelstelling van het Syndicaat is om de waarde van de streek en de wijnbouw in de vallei van de Drôme voor het voetlicht te brengen. En dan ook nog op een pedagogische manier. Dat gebeurt door met de kunstwerken het hele proces van de druivenplant tot uiteindelijk de wijn uit te beelden.

De eerste rotonde ligt net buiten Crest. Hier wordt alles rondom het inplanten van de wijnstruiken uitgebeeld, met de ploeger en zijn paard en ploeg, de jongeman die het perceel steenvrij maakt, een kar om die stenen in te gooien en een jong stelletje, dat de plantstokken plaatst.
Een paar kilometer verder werd al jaren eerder het eerste rond-point op die manier ingericht. Hier staan de toeristische activiteiten rondom Aouste-sur-Sye centraal: het picknicken, kanoën plus een bergwandelaar. Jarenlang vond ik dit prachtig, inmiddels is Aouste overklast door de andere.

Het is dat er een rotonde is, anders zou je het dorp Piegros-La Clastre zo voorbijrijden. Hier wordt het snoeien van de druivenstruiken uitgebeeld, op de rotonde zelf, maar vooral ook naast de weg, met mooie rijen druivenranken. Dat laatste zou gebeurd zijn om passanten te wijzen op het bestaan van het dorp…

Saillans had al heel lang een rotonde die mooi was ingericht. Maar de ploeger met zijn paard en de ploeg stond eigenlijk op de verkeerde plek in deze route. Deze verhuisde dus naar Crest. Bij Saillans wordt nu de druivenpluk uitgebeeld: een kiepkar met een draagmand, een paar plukkers met een volle mand met druiven tussen hen in, een vrouw met kind, een oudere vrouw met een lunchpakket op haar hoofd en wijn in een metalen kan.

Pal voor het Maison de la Clairette, in Vercheny, wordt de vinification, de wijnbereiding uitgebeeld. Het sap van de druiven wordt in flessen gedaan en die liggen daarna 2 maanden horizontaal. Vervolgens gaan de flessen op de pupitres, de houten rekken, en een remueur draait ze steeds weer een beetje rond, schudt ze en zet de flessen telkens een beetje verticaler. Een goede “schudder”, -een man, niet een machine- kan zo’n 50.000 tot 60.000 flessen in zijn eentje dagelijks aan.
En deze methode zorgt uiteindelijk voor de bruisende wijn.

De rotonde van Die is de laatste in de rij. Hier staat la reboule centraal. Dat is streektaal voor een grote maaltijd na de oogst, samen met alle meehelpers. Er staat een boer met zijn paard en wagen, met daarop een paar wijnvaten. Er zijn picknickers, spelende kinderen, een dansend paar en jeu de boule-spelers. Een gezellige boel dus.

Het is echt jammer dat je op een rotonde op het andere verkeer moet letten, want voor je het weet race je dit voorbij. Gelukkig kun je overal even stoppen, om de beelden goed te bekijken. Echt even doen!

En route, onderweg

Echt enthousiast was ik niet over ons vertrek naar Frankrijk. Maar als je A zegt, moet je ook B zeggen. Dus ging ik mee, wel met de belofte dat we regelmatig naar Nederland zouden gaan. En dat doen we ook, 2 x per jaar. In die eerste jaren hadden we geen geld om onderweg te overnachten, dus knalden we in 1 ruk door. Heel langzaam veranderde dat en kon er een goedkoop hotelletje vanaf. Inmiddels stel ik wel wat meer eisen. In mijn blootje naar het gemeenschappelijke toilet op de gang, dat wil ik niet. Het bed is ook een dingetje: in de oudere Franse hotels hebben ze nog wel eens ledikanten van 140 bij 190 cm. Rien past daar strak in tussen hoofd- en voeteneind.
Aanwezigheid van personeel vinden wij daarnaast prettig. Bij de goedkoopste hotels krijg je een code waarmee je binnen kunt komen. Stel dat het niet lukt? Dan sta je daar compleet verloren voor de deur.
Een afgesloten parkeerplaats vinden we ook steeds belangrijker. Een jaar geleden had de Abdij van Pont-à-Mousson een mooie aanbieding. De parking was weliswaar openbaar, maar vanuit het hotel goed zichtbaar. Toen we de volgende dag op ons vakantiepark aankwamen en rustig over een verkeersdrempel reden, zakte zo het achterraam van de auto in de deur. Later bleek dat dieven hadden geprobeerd de auto open te breken. De reparatie kostte ons € 500,- . Dan kun je maar beter betalen voor een afgesloten parkeergarage.

En het “eisenpakket” is nog langer…Zo’n overnachting moet wel een beetje betaalbaar zijn. Luxe, zoals een binnenzwembad, een ochtendjas en slippers op de kamer, plus het diner ‘ s avonds en het ontbijt ‘s ochtends erbij, dat kiezen we niet. In een ander hotel betaal je zomaar € 19,- per persoon voor het ontbijt. Dat vind ik een beetje duur voor een bakje yoghurt met muesli, want bij een Engels ontbijt met gebakken worstjes ga ik gillend op de vlucht.
Het wensenlijstje afvinken is echter geen garantie voor geluk. Zo lukte het eens om een kamer te bemachtigen midden in het centrum van Dijon, een hotel met 3 sterren en ook nog betaalbaar. Op de website zag het er prachtig uit, maar wat viel het tegen! Ik moest ongeveer achterstevoren het toilet in, zo krap was het op die zolderkamer. En dat, terwijl we een normale prijs moesten ophoesten. (Vrienden van ons betaalden hetzelfde bedrag, maar kregen daarvoor wel een fatsoenlijke kamer). Overigens hadden Rien en ik er wel een leuke avond, maar dat kwam niet door het hotel. Kennelijk rust er voor ons geen zegen op Dijon: een keer erna wilden we graag het oude stadscentrum bekijken, maar toen regende het. Dijon staat dus nog op de bucketlist.
Een paar keer overnachtten we ergens “in de rimboe”. De natuur is daar prachtig, maar er is weinig te beleven. Kleinere steden vinden we al leuker: ons hotel in een buitenwijk van Toul ligt naast een goed restaurant en een grappig Frans kroegje. De hotels in Langres zijn, op 1 na, allemaal afgekeurd door ons, maar dat stadje zelf is zo leuk! Daar kun je bijvoorbeeld even een wandeling maken bovenop de oude stadsmuren en genieten van de weidse uitzichten. Vaker kiezen we voor een grotere stad, zoals Metz, Luxemburg of Nancy. Deze laatste plaats ligt exact op de helft van onze route. Een paar keer logeerden we in hotel Ariane, beslist vergane glorie, in een buitenwijk, maar wel met goede bedden, een afgesloten parkeerplaats en beslist goedkoop. We hadden er een paar bijzondere ervaringen. De ene keer vonden we er een geweldig Aziatisch restaurant, terwijl we gewoon de buurt verkenden. Een andere keer aten we in het simpele restaurant van het hotel, tegelijk met de nationale volleybalploeg: wát een lange mannen! En we namen vanaf het hotel eens de bus naar het mooie centrum, een avontuur op zich.

Deze keer boeken we op de terugreis een Ibishotel in het centrum van Nancy. Hun budgethotels zijn beslist betaalbaar en goed genoeg voor een overnachting. Vanaf het hotel is het 650 meter lopen naar het schitterende Place Stanislas. Dat is een groot plein met allemaal terrasjes eromheen. Een en al gezelligheid dus, vooral in het weekend. Bovendien kijk je er je ogen uit. De mooie en grote gebouwen uit de 18e eeuw, die het plein begrenzen, zijn o.a. de Opera, het Grand Hotel en het Hotel de Ville. Op de 4 hoeken van het plein staan prachtige, metershoge hekken, zwartgeverfd met goud. De directe omgeving is ook bijzonder: maar liefst 3 parken staan, net als dit plein, op de lijst van de UNESCO, de werelderfgoederen. Ook op loopafstand de Vieille Ville, de oude stad. Maar daar hebben we deze keer geen tijd voor.Vieille Ville
We gaan naar een restaurant waar we eerder de specialiteit van deze regio aten, de Elzasser zuurkool. Maar helaas, een nieuwe eigenaar, dus ook een andere menukaart. In het restaurant van Jean Lam eten we toepasselijk een lamsvleesspies. Terug in het hotel is er in de kamer naast ons kennelijk een feest aan de gang. Dat belooft wat voor de nacht, vrezen we. Maar stipt om 23 uur is het doodstil.

Ook op een andere manier ben ik en route. De gezondheidszorg in Frankrijk is helemaal top, vinden wij, al denken sommige bewoners van Die er anders over. Die begrijpen niet, dat je een afdeling Verloskunde niet open kunt houden voor 2 bevallingen per week. Voor chirurgische ingrepen kwam er óf een knutselaar uit Crest, of een gepensioneerde arts uit Die een middagje hobbyen.
Die laatste man was echt een goede arts, maar als je onder het mes moet, hoop je toch dat iemand nog een beetje geoefend is. Daarom is de afdeling chirurgie ook opgedoekt.  Wel is er een meer dan uitstekende Eerste Hulp, met moderne röntgenapparatuur en ook een scanner. Bovendien ga je, als het wat moeilijker is, meteen met een helikopter naar Valence, niemand hier zeurt over geluidsoverlast.
Voor een mammografie is er momenteel een wachtlijst van 8 maanden. In Crest, in een splinternieuw ziekenhuis, kan ik vrijwel meteen terecht. En wat een belevenis is dat! Als ik de wachtkamer binnenkom, zit er een soort zwerver: smoezelige kleren, vet haar en zo. Ik ben blij dat hij geen borsten heeft en geplet gaat worden in hetzelfde apparaat als ik…
Hij heeft contact met een vrouw tegenover hem, ook een alternatief type. Door haar zelfgemaakte jas en verdere uitstraling ziet ze er een beetje uit als een vogelverschrikkertje. Ik kan niet verstaan waar ze het samen over hebben: ze lispelen, alsof ze hun kunstgebit vergeten zijn. En dan komt nummer 3 uit de onderzoekskamer. Die dame lijkt net een heksje, met haar alternatieve kleding. Er ontbreekt nog net een puntmuts. Dan ben ik aan de beurt, keurig op tijd. Als mijn röntgenfoto’s gemaakt zijn, komt er plotseling een kromgebogen, oudere vrouw in een wollen vest, de kamer binnen schuifelen, waar ik met ontbloot bovenlijf wacht op de arts. Even denk ik dat er iemand ontsnapt is van de psychiatrische afdeling. De dame begint zomaar aan mijn borsten te voelen en pas dan zegt ze dat zij de radioloog is. Nou, dat mag ik hopen….
En dan ga ik weer en route, terug naar Die. Zit de hele weg te gniffelen omdat het zo’n grappige ervaring was.

Regeltjes….

Frankrijk is een prachtig land om te wonen. Niet alleen qua natuurschoon, maar ook de mentaliteit van laisser faire, —leven en laten leven-, spreekt ons bijzonder aan.
En toch zijn er hier zaken die ons hogelijk verbazen. Dat geldt trouwens niet alleen voor Frankrijk.
Maar we wonen nou eenmaal hier en dus komen de voorbeelden van onze verbazing ook uit Frankrijk. Dankzij Napoleon gebruiken wij in de Nederlandse taal nogal wat Franse woorden. Garage, compromis, factuur, maar ook bureaucratie, regeltjes dus.

Toen we een andere auto kochten werd ons aangeraden om een kleine lening te nemen, want daarmee zouden we de garantieperiode aanmerkelijk verlengen. En, zeiden ze erbij, na een half jaar los je de lening af, maar de garantietermijn blijft dan wel gelijk. Dat is best een goed advies, maar de bureaucratie die hierbij komt kijken! De belastinggegevens van voorgaande jaren, een recente factuur van de elektriciteitsmaatschappij, identiteitsbewijzen…, alles willen ze weten. En als we uiteindelijk de auto ophalen moeten we meer dan 20 papieren van een paraaf c.q. handtekening voorzien. Dat was met de camping wel anders. De accountant adviseerde ons om niet steeds alle investeringen uit eigen zak te betalen, maar daarvoor bedrijfsleningen te nemen. Wilden we pakweg € 10.000, – lenen voor een nieuwe gîte, dan vroeg de bankmeneer: Wil je niet een beetje meer? En dat werd dan geregeld met 1 handtekening.
Nu rollen we opnieuw van onze stoel van verbazing. Sinds kort werkt de partner van onze tuinvrouw bij ons en we zijn heel blij met hem. Hij doet zijn werk heel secuur, denkt mee, adviseert ons, is betrouwbaar en stipt. Hij heeft daarnaast een vaste baan als onderhoudsman. Daar moet ook wel eens een lamp verwisseld worden. Tegenwoordig is daarvoor een cursus van 2 dagen vereist! In het eigen huis mag iedereen dat zonder diploma doen en nu, in overheidsdienst, moet je een formation volgen om op een trapje te mogen staan. Want anders moet je een steiger opbouwen. Schiet dat niet een beetje door?
Nog zo’n voorbeeld. Toen wij in 2002 een vergunning vroegen voor de table d’hôte moesten we daarvoor naar de douane. Er werd een formulier ingevuld, we betaalden € 10,- en dat was het. Als je er letterlijk en figuurlijk niks van bakt, blijft de klant vanzelf weg, zo was de redenering. Een paar jaar later moesten nieuwe campingeigenaren in de regio ineens 3 dagen naar een cursus. Dat een kennis van ons toen nog geen 1 woord Frans sprak, was geen bezwaar, hij was immers aanwezig geweest? De verkoop van de cursus was kennelijk belangrijker. Die indruk kreeg ik in ieder geval ook, toen ik in 2012 informeerde naar de nieuwste regels voor de table d’hôte. Omdat ik inmiddels 10 jaar ervaring had met het koken voor gasten, zou ik ontheffing kunnen krijgen. Een halve dag cursus à € 300,- was voldoende. En voor wat? Leren koken soms? Nou, mooi niet dus. Mijn grootse plannen heb ik in de kast gezet en nu kook ik slechts af en toe voor anderen.

De Fransen zijn echt dol op regeltjes en bureaucratie. Schrijf je een cheque uit van € 50,-, dan moet je je legitimeren. Is het bedrag hoger dan € 100,-, dan eist men 2 legitimatiebewijzen. En toch gaat het ondanks dat soort formaliteiten nog mis. Begin november kregen Rien en ik beiden een nieuwe bril. We waren bij een opticien, die zelf de vergoeding van zowel de basis- als aanvullende verzekering regelt. Dat is gemakkelijk. Terwijl we bij de opticien onze beide ziektepassen hebben laten zien, gaat het met die van mij mis. Ze hebben niet mijn nieuwe nummer geregistreerd en dat blijkt pas 5 maanden later. Maar dat is toch idioot? LaRam is mijn basisverzekering, Eovi is de naam van de aanvullende. Hoeveel Beijlens hebben ze daar in het bestand met een corresponderend adres en geboortedatum? Maar nee, zelf denken is er niet bij. Ze sturen elk verzoek om een vergoeding van de opticien gewoon terug: nummer correspondeert niet met de naam. Gelukkig is het de fout van de leuke opticien zelf, anders zou ik me nog schuldig voelen ook.

En voordat ik me nog meer kan opwinden over allerlei bureaucratie, gaan we weer even naar Nederland.
Sinds half februari hebben we dus de andere auto en er was sindsdien nog weinig gelegenheid om die uit te proberen. Natuurlijk, Rien zat dagen in de kar om alle knopjes uit te proberen. Ik daarentegen ben een paniekvogel met dat soort nieuwe dingen. Rien moet mij dus echt dwingen om ook achter het stuur te kruipen. Eerst was die versnellingspook al een probleem, maar goed, hij startte toch. Gewoon recht op de weg blijven was ook geen kunst, maar toen ik de cruise control ging proberen, werd het penibel. Net op dat moment ging namelijk de handsfree telefoon en stuiterde ik ook nog eens recht op een rotonde af. Ik dus volkomen in paniek, maar het liep goed af. Inmiddels lukt het allemaal wel…
Nu gaan we samen naar Nederland en heeft Rien de kans om alle nieuwigheidjes uit te proberen.
Hij vindt het prachtig dat de cruise control zich aanpast aan de voorganger: als die snelheid mindert, doet de auto dat automatisch ook. Als een andere bestuurder er plotseling tussen schiet, remmen wij ineens af. Wij rijden 130 km per uur als een vrachtwagen plotseling sterk van links naar rechts buigt voor een afslag en ik vlieg naar voren. De gordel houdt me tegen, maar mijn maag zit dubbel. Even later voegt Rien strak in in de linkerbaan, net achter de bumper van de voorganger. Auto remt automatisch af en mijn maag zit in de keel. “Goed he?”, glundert hij, “Hij doet het!” Maar ik voel me net een geklutst ei. Verder is het een mooie auto, dat wel. En ik heb mijn zin, hij is 20 cm korter. Al mag er nu wel minder bagage mee…En eerlijk is eerlijk, dat met die cruise control was gewoon even wennen.

De reis is verder een feestje en we slapen in een prachtig hotel, Scheid’s in Wasserliesch, net in Duitsland, met uitzicht op de Moezel ( foto boven). Eenmaal in Nederland hebben we het mooiste weer ooit. Tussen alle bezoekjes door kunnen we lekker in ons tuintje zitten. En we hebben zomaar 2 volle dagen zonder afspraken. Beide keren maken we een mooie wandeling langs de Vecht in Hardenberg. En met vriend R. eten we ook nog eens op een terras aan die Vecht, omdat hij toevallig daar gereserveerd heeft. Datzelfde geldt voor J. en M., ook zij nemen ons mee naar een restaurant aan die rivier. Toeval?

HJ en A leiden ons via een schitterende route naar een restaurant in Twente, waar we buiten kunnen lunchen. In alle opzichten is ook dat een lekker uitje.
Ik ga niet alle bezoekjes en alle attente cadeaus opnoemen, maar eentje verdient wel drie sterren. We hebben al geluk met drie fantastische oppasstellen voor poes en huis, nu heeft een van hen, J., voor ons een quilt gemaakt met alle poezen erop waar ze in de afgelopen jaren op gepast heeft. Dat moet haar honderden uren hebben gekost…
En terwijl wij in Nederland zijn, wordt in Frankrijk onze tuin aangepakt. Eigenlijk heb ik alleen maar wat te klagen over de bureaucratie, toch?

Huismus

Vroeger was ik altijd overal voor te porren, het was me ook niet gauw te gek. Zo heb ik in 1994 op hoge hakken de Tafelberg in Kaapstad beklommen.
Als lid van de Tweede Kamer hoorde ik óók bij een internationale associatie van parlementariërs die als verkiezingswaarnemer  werden uitgezonden. Mijn eerste keer was meteen historisch, dat waren de eerste democratische verkiezingen in Zuid-Afrika. Het was niet uitsluitend interessant, op sommige momenten zelfs gevaarlijk. De eerste dag kwamen waarnemers uit de hele wereld aan in Johannesburg, de tweede dag moest ik al om 6 uur opstaan voor een binnenlandse vlucht van daar naar Kaapstad. Gelukkig dat ik zo vroeg weg moest, want vlak na mijn vertrek ontplofte er een bom voor ons hotel: 10 doden, 100 gewonden. Ik had daar net te voren nog gestaan, maar nu kreeg ik er niets van mee. In Kaapstad stapten wij over in een busje, om het binnenland in te gaan.  We hadden het vliegveld nog niet verlaten of ook daar ontplofte een bom. Wederom merkte ik er niks van, in tegenstelling tot Rien, die het allemaal op het journaal zag en doodongerust was.
Slechts 1x was het voor mij echt bedreigend, toen 3 mannen met geweren in de aanslag op ons afkwamen. Dat liep goed af en verder was het uitsluitend een zeer interessante ervaring. Toen de verkiezingen achter de rug waren gingen wij met ons busje weer terug naar Kaapstad. Omdat ik in functie was, zag ik er keurig uit: bloesje, broekrok en hoge hakken. Bij ons hotel aangekomen liepen net een paar collega’s naar buiten voor een toeristische trip. Vanwege ons werk hadden we daar nog helemaal geen tijd voor gehad, dus toen ze vroegen of ik meeging, bedacht ik me geen seconde. Hups, meteen hun taxi in. En dan sta je even later op je hoge hakken voor de Tafelberg. Die kans laat je toch niet lopen? De chauffeur liet ons daarna de mooie omgeving zien en we eindigden diep in de nacht in een nachtclub in een township. Praten met donkere mensen, afgestudeerd als arts of advocaat, die geen werk kregen omdat ze de verkeerde huidskleur hebben. Dat maakte een diepe indruk.

Tegenwoordig ben ik niet meer zo doldriest, al zijn er nog steeds dingen waar ik zo blind in meega. Een etentje met vrienden? Dagje naar een wijndomein? Toeristische trip maken? Meteen!
Maar niet meer ieder feestje vind ik leuk. Kortgeleden werden we overvallen met een uitnodiging voor een verjaardagsfeestje van een vijfjarige, die – een understatement- niet echt gehoorzaam is. Daar zit je dan met dichtgeknepen billen tussen, want ja, je ermee bemoeien, dat mag natuurlijk niet.
We weten niet wat we mee moeten nemen voor de jarige. Lego misschien? Gelukkig doen we dat niet, het zou volledig in het niet vallen bij de andere cadeaus. Maar liefst 3 op afstand te besturen race-auto’s krijgt hij. Die vliegen alle kanten op. Bijvoorbeeld tegen een ukkie aan, dat net kan lopen. Een van de raceauto’s is zo groot, dat het monstertje er zelf op kan zitten. Zuslief mag even achterop en vliegt er bijna met een noodgang weer af. Het ukkie wordt net op tijd van de grond gehaald, voor ze omver gereden wordt. Dan grijpt opa in, die zegt dat de batterijen opgeladen moeten worden. Rust in de tent…
We hebben toch best plezier en vermaken ons om hoe alles geregeld is. De vorige keer was er alleen bier en sterke drank en toen sprintte de gastvrouw alsnog weg om wijn voor mij te kopen. Nu is er plenty wijn, maar geen kurkentrekker. Uiteindelijk gaat de fles open met een mes. De drankjes gaan in plastic bekertjes, het eten op dito bordjes. Belachelijk? In onze studententijd ging het niet anders. Het is wel grappig om te merken hoe je verandert door de toenemende leeftijd: tegenwoordig moet alles van te voren perfect voorbereid zijn, niks geen plastic bekers en borden. Niet op de grond zitten met elkaar, maar op een fatsoenlijke stoel. Maar gezelligheid en sfeer hangen daar niet van af, ook nu niet.
We moeten uiteraard weer mee-eten en zijn vervolgens 2 dagen helemaal van de leg, de maaltijd viel ons letterlijk zwaar op de maag.

Ondertussen nadert het nieuwe seizoen en wat is dat weer leuk. De eerste gîte hier werd tegelijk met het zwembad gerealiseerd, dat was toen een hele rib uit ons lijf. Voor de buitenzithoek kozen we daarom voor een goedkope oplossing: hard plastic met dikke kussens. Dat zat echter voor geen meter. We hebben al 2 “sleepstoelen”, die overal mee naartoe mogen, maar nu hebben we nog 2 fijne stoeltjes erbij gekocht. De bijpassende salontafel moest apart besteld worden. Als we die gaan halen zijn er net mooie lampjes op zonne-energie in de aanbieding. Rien pakt er 9 en de tree glipt vervolgens uit zijn handen: 5 kapot. En daarmee wordt een aanbieding ineens toch duur….
En er komen nu alweer allerlei gasten logeren. Met vriendjes H en A hebben we een heel bijzondere relatie. Rien en H waren beiden leraar en leerlingbegeleider cq. counselor. Haalden samen het diploma voor een cafébedrijf. De éen begon een natuurcamping in Nederland, de ander in Frankrijk. H wees ons op het huisje in Sibculo. Enthousiast door onze verhalen kocht hij daarna een appartement in Portugal. A en ik wisselen o.a. campingervaringen uit, dat blijft nog altijd leuk. Nu komen ze even logeren. Superleuk! Jammer genoeg moeten ze na 1 nachtje onverwacht naar huis.
Ook jammer: voor de tweede keer in 6 weken gaat een afspraak met onze BN-er niet door. Eerst moest hij zelf zijn heenreis naar Nederland omgooien. Nu wil hij graag op zijn terugreis langskomen, maar dan zijn wij net in Nederland. Gelukkig gaat het lukken in de zomer.
Nu eerst nog 2 weekjes naar Nederland, en daarna ben ik met liefde het komende half jaar een huismus, met alle leuke gasten die gaan komen. Mijn boek met recepten ligt ook alweer klaar…

En op de valreep nog een bijzondere ervaring met een verkeersboete. In principe rijden wij nooit te hard, maar kennelijk heb ik op 10 december, op weg naar Nederland, te gezellig zitten te kwekken met mijn reismaatje en daardoor een bord gemist. Op 27 februari krijg ik de boete thuisgestuurd, met de waarschuwing vóór 3 maart te betalen. Dat probeert Rien wel 10x, maar het lukt niet. Daarom gaan we naar de bank, om een overschrijving te regelen. Extra kosten € 4,50 en dan, zo blijkt later, doet de juf het nog fout ook. Op 8 april krijgen we een aanmaning. Wederom lukt het niet om via Internet contact te leggen, maar telefonisch gaat dat wel. De bankjuf heeft niet een referentie vermeld en dus is het bedrag geparkeerd en wordt het teruggestort. Hoezo? Je hebt toch een naam, adres, en bedrag? Dat moet je toch terug kunnen vinden? Maar daar doen ze niet aan…Dat terugbetalen moeten we dan maar geloven, want ondertussen moeten we binnen 10 dagen de boete opnieuw betalen, anders krijgen we alsnog een verhoging aan de broek. En die 10 dagen…die verlopen 2 dagen na ontvangst van deze aanmaning…En net als de vorige keer wordt de betaling keer op keer geweigerd. Opnieuw naar de bank. Grrrrrrr.

En ook alvast voordat het seizoen begint, Rien haalt hier het zwembad uit de winterslaap, in de stromende regen…

Kleine ongenoegens

Een column schrijven lijkt wel een beetje op bouwen met legoblokjes: je kunt er een heel aantal hebben, maar dan is het nog geen bouwwerk. En ook áls er al iets staat, kan dat toch nog in elkaar storten.
Zo wilde ik een stuk schrijven over de ongenoegens waar je als gewone burger mee geconfronteerd kunt worden. En dan heb je, met een tussenpoos van 3 dagen, ineens een aanslag op moslims, in Nieuw-Zeeland, en ook eentje in Nederland, gepleegd door een al dan niet verwarde man met misschien wat terroristische trekjes. Wat een geluk dat je op dat moment niet dáár bent. En wat worden je eigen ergernissen dan ineens onbeduidend!

Op een heel andere – en absoluut niet te vergelijken- schaal worden wij ook wel eens geconfronteerd met slechte mensen. Een voorbeeld. Omdat een paar keer het favoriete kattenvoer niet op voorraad was, bestelden we dat per Internet. De eerste zending ging perfect, van de tweede kregen we uitsluitend een berichtje dat het afgeleverd was. He? Dat is gek, wij waren gewoon thuis en er was ook niks gebracht. Toen Rien reclameerde mailde men een foto van een bon met daarop zijn handtekening voor ontvangst. Dat was dus vervalst. Gelukkig hebben wij een verborgen camera:  dat er niets was afgeleverd, konden we gemakkelijk bewijzen. En raad eens? Een paar uur later stond de leverancier op de stoep, mét het pakje. Hij wist zogenaamd van niks…
Overigens hebben wij die camera níet omdat het hier onveilig zou zijn, het is een speeltje van Rien, in dit geval wel handig.

Omdat we een andere auto hebben, moet er ook een nieuwe milieusticker op. Met een duidelijke website is dat gemakkelijk zelf te regelen. Rien heeft nét voor het afrekenen in de gaten dat hij wordt opgelicht: criminelen hebben de site gehackt en zij voeren de verzendkosten nogal op. Hetzelfde gebeurt bij een paar nieuwe handgreepjes voor de badkamer. Als hier in Die zulke spullen niet te koop zijn, kijken we op Internet. Waarachtig, Rien vindt een prachtig stel en ook hier komt er ineens € 30,- aan verzendkosten bij. Nou, dan zoeken we wel even verder.

Bij alle aanschaffingen per Internet moet je bedacht zijn op een andere oplichterstruc. Hoe ze het weten, dat mag Joost weten, maar na een bestelling volgt al rap een mail van Colissimo: Voor aflevering a.u.b. even bellen met een mobiel nummer, niet een vaste lijn. Je bent geneigd dat te doen, maar daarna ben je beslist de klos: ze blijven je lang aan de telefoon houden en ondertussen tikt de teller maar door. Waarom het een instinker is: Colissimo is de officiële pakketdienst van La Poste, het staatsbedrijf. Pas als je de mail echt goed bestudeert, zie je dat het een nepper is.
La Poste gaat trouwens zelf ook in de fout. Een vaste gast vraagt me mijn eerste boek op te sturen. Alle kosten zijn voor haar. Van een andere schrijfster heb ik al gehoord dat je expliciet moet vragen naar het tarief voor boeken en drukwerk, dat scheelt enorm. Ik laat daarom het boek zien, vraag naar de verzendkosten en toch geeft de man mij het tarief voor een brief. In plaats van € 1,35 zou dat € 10,- zijn. Ik ga naar huis en print de bewuste pagina van La Poste uit. Toevallig moet Rien voor iets anders daarheen en die zegt gewoon: De verzendkosten zijn € 1,35. Hij hoeft de print niet eens te laten zien, de man accepteert het zo. Schurk!

Ook schurken zijn de verzenders van nep-reserveringen. Deze week meldde meneer Petiteau zich, een bekende Franse naam. Hij wilde voor 2 personen 3 weken onze gÎte huren. Op het moment dat iemand vraagt of we een overschrijving vanaf een Ierse bank accepteren, (en dus ook even onze bankgegevens willen vermelden) staan al mijn haren meteen overeind. Hoe zo, of overmaken mag? Moet ik dan zeggen: Nee, kom je aanbetaling maar brengen vanuit Ierland?
De tekst was keurig Frans. Eindigen met meilleures salutations, beste groeten, is weliswaar correct Frans, maar minder gebruikelijk. En dat je onderschrijft met Monsieur, dat is ook opvallend. Je schrijft óf Mr. Huppeldepup óf je laat met je voornaam weten dat je een mannetje of vrouwtje bent.

Gelukkig houdt de Gendarmerie zich actief bezig met fraude. Waar zij echter nog niet vat op krijgt, is de telefoonterreur van bedrijven, ondanks de registratie bij een soort bel-me-niet- register, de Bloctel. Werden we eerst vooral door callcenters rondom Parijs benaderd, nu komen de belletjes vanuit het hele land. (Dat zie je aan het kengetal). Als ze beet hebben, moet je ook nog uitleggen waarom je geen interesse hebt in hun product. Nu pakken we de telefoon niet eens meer op bij een onbekend kengetal.
En dan komt “Nederland” ook nog even pesten. Tot een paar jaar geleden was het bellen met een mobiele telefoon naar het buitenland erg duur. Daarom had ik een Nederlands mobieltje, met een goedkoop abonnement, voor als we in Nederland waren.
Alleen vrienden en familieleden hebben dat nummer. En zomaar rinkelt dat ding dagelijks, met een anonieme beller. Ra, ra, hoe kan dat? Om een onverklaarbare reden had ik vlak daarvoor een mail gekregen van Radio Help, met de mededeling dat ik binnenkort gebeld zou worden voor een enquête. Ik mailde netjes terug dat mij ondervragen geen zin heeft, omdat wij in het buitenland wonen. Maar het kwaad was al geschied, ik kwam er pas vanaf na een paar pittige mails. Onbeschoft, om jezelf zo op te dringen!

Maar het zijn allemaal slechts kleine ongenoegens in een verder kalm en vredig bestaan. En dat past wel bij de uitkomst van het World Happiness Report van de Verenigde Naties: daar staat Nederland op de vijfde plaats, van de hele wereld! Alleen de Scandinavische landen staan boven ons (ook politiek gezien een heel interessant gegeven, bijvoorbeeld met hun klimaatbeleid, asielbeleid etc. Kennelijk word je daar juist gelukkiger van.)

Als ik even om me heen kijk, heb ik in ieder geval niks te klagen: de zon schijnt, de blaadjes komen weer aan de bomen en struiken, de bloembollen bloeien uitbundig, de nachtegaal heeft zich al weer laten horen. De beide Kerspruimen zijn schitterend, nu een roze wolk, de hele zomer een bordeauxrode schaduwplek. En dan de kleine cadeautjes…. Planten zijn in Frankrijk relatief duur, dat scheelt soms wel een factor 3. Daarbij is de keus in de plantenzaak niet optimaal. Soms val ik dan bij de Lidl met de neus in de boter en hebben ze net dat wat ik graag wil hebben. Zo moesten we in de afgelopen zomer onze bloembakken op het terras weer even opfleuren. De voorraad bij de plantenzaak was naatje, daar kon ik niks mee. De Lidl had precies toen potjes met anjers in de aanbieding. In Nederland vond ik dat indertijd supertruttenplanten, maar onze smaak past zich inmiddels aan aan Frankrijk. Ik maakte het hele schap leeg, € 1,25 per pot was echt een koopje. Maandenlang hadden we er plezier van. Tot onze verbazing hebben ze de winter overleefd en bloeien de eerste nu alweer. En de Hyacinten die vrienden 4 jaar geleden meenamen, komen ook weer overal in de tuin naar boven.
Daar wordt een mens blij van, ondanks het gemopper van hierboven. Dat zijn toch maar kleine ongenoegens?

Toen we in 2002 bezig waren met de vergunning voor onze camping, werden we continu bestookt met nieuwe redenen om die af te wijzen. Zo moesten we ineens aantonen dat er voldoende water was voor de brandweer, ingeval van brand op het terrein. Onbegrijpelijk, we zaten aan de rivier- altijd water- , het veld was toen nog een “onbrandbare” prairie én er liep een kanaaltje over de volle lengte van ons terrein. Maar dat was nog niet voldoende, we moesten beslist een aansluitpunt voor de brandweer maken, zei de toenmalige wethouder. In 1956 was de schuur van onze boerderij afgebrand en sindsdien verzochten de buurtbewoners tevergeefs om zo’n “ brandpunt”.
Maar ja, dat kostte € 150.000,-. Dat geld had de gemeente niet…tot ze een slachtoffer vonden, iemand die deze rekening wel kon voldoen. Gelukkig hadden we toen al hulp van de voorzitter van de campingfederatie, Michel, die meteen gehakt maakte van de wethouder. Het ging er in dat gesprek hard aan toe: “U weet heel goed dat dit niet een verantwoordelijkheid is van een gewone burger. En als u dit niet gelooft, bel ik zelf wel even met de departementale brandweer, die directeur ken ik persoonlijk.” We zagen de wethouder toen voor onze ogen ineenschrompelen.
Michel suggereerde de aanwezigheid van het kanaaltje uit te buiten. Daarom moest ik naar de voorzitter van de associatie die dat beekje beheerde en die de door te laten hoeveelheid water bepaalde. Ik moest aan hem een schriftelijke verklaring vragen dat, ingeval van brand, dit water gebruikt mocht worden. En daardoor kwam ik voor het eerst in de Moulin de l’Aube, die toen nog in bedrijf was als walnotenoliefabriekje. Hoe bijzonder dat was, drong nauwelijks tot me door, ik zag alleen een heel donkere werkplaats. Wilde ook eigenlijk alleen maar zo snel mogelijk een attestation van de molenaar hebben. Dat hij met zijn werk stopte, kreeg ik alleen mee toen we een jaar later met onze eigen walnoten naar een oeroude fabriek in Crest moesten.

Tot mijn verrassing was de oude molen van Die bij de Open Monumentendagen van 2017 ineens te bezichtigen. Het blijkt om een uniek industrieel monument te gaan. Deze molen is ergens in de 17e eeuw in gebruik genomen. Het waterrad, aangedreven door water dat vanuit de bergen naar beneden kwam, werd gebruikt voor een houtzagerij, het malen van graan en het verwerken van walnoten tot olie.

Drie generaties van een familie hadden het gebouw in 2015 gekocht en waren nog niet verder gekomen dan alles schoon te maken. Dat was al een hele klus, knoei zelf maar eens wat olie over de grond..
We keken onze ogen uit. Dat begon buiten al, met het oude waterrad. Ik vond het prachtig, ook al was het verval goed zichtbaar. Het hydraulische systeem, om het rad te laten werken, bestond ook nog, maar gehavend. Binnen waren alle machines bewaard gebleven en zelfs in goede staat.

Het is interessant dat door zo’n watermolen ineens weer een stukje van de historie van Die bekend wordt. Er hebben in totaal langs het Canal des Fondeaux 8 molens en 19 fabrieken gestaan. Er werd bijvoorbeeld linnen gemaakt en verwerkt, wol ontvet enzovoort.
Die bedrijven maakten allemaal dus gebruik van dat stromende water. Een paar van die gebouwen staan er tegenwoordig nog steeds, in gebruik als woonruimte, kantoor of verzamelgebouw voor kleine bedrijven.

Toen wij in 2017 de molen bezochten, was er al een een miellerie, een honingmakerij, in het pand gevestigd, L’Abeille du Vercors. Het laatste deel van die naam zegt het al: de verschillende soorten honing komen exclusief van planten uit het Parc Naturel du Vercors. En deze honing is dus in hun winkeltje te koop.

Binnen zijn de machines inmiddels gerestaureerd en nu is het waterrad aan de beurt. Na de ontmanteling was de slechte staat ervan goed zichtbaar. Vrijwilligers helpen met de opknapbeurt en ook met het inzamelen van de benodigde financiële middelen. Immers, privébezit wordt niet gesubsidieerd.
Het is de bedoeling om uiteindelijk, ergens in 2020, alle machines weer te laten draaien op waterkracht. En dan wordt er ook weer meel gemaakt en walnotenolie.
Maar ik hoop – en verwacht- dat het in het komende toeristenseizoen wel open zal zijn voor bezichtigingen. Dan sta ik graag met mijn neus vooraan.