Feeds:
Berichten
Reacties

In of boven de wolken bij de Col de Rousset?

Twintig kilometer van Die, 8 haarspeldbochten verderop en zo’n 800 meter hoger ligt de Col de Rousset. De Col vormt de grens tussen de Alpen en de Provence, het is daardoor ook een scheidslijn tussen het klimaat van de bergen en de Mediterranee. En dat merk je meteen als je de tunnel-die vlak voor de Col ligt- uitkomt. Zo gingen wij met vrienden eens op 24 oktober naar boven, om er een wandeling te maken. Thuis liepen we met blote benen en een T-shirt. Namen wel warmere kleren mee, want bij de Col is het meestal 10 graden koeler. Maar toen we de tunnel uitkwamen, wisten we niet wat we zagen: het was een volledig besneeuwd winterlandschap! Het werd een lastige wandeling, maar wel mooi om te doen.

24 oktober…

In de zomer zijn er heel andere activiteiten dan in de winter. De allernieuwste is de luge, de bobslee, over een traject waar je 300 meter stijgt en 760 meter daalt, langs steile hellingen, door verschillende bochten, over een voetgangerspassage, door het bos en langs open plekken. Het is absoluut een sensatie, maar wel een veilige: de bobslee zit vast op een rail, dus je vliegt er niet uit. Nog een activiteit voor de durfals, de zogenaamde trottins, de steps met grote banden. De trottin-tout-terrain is een soort mountainbike met grote banden. Op de camping hadden we eens een moeder die net zo doldriest als haar puberdochter naar beneden sjeesde, die kwam bont en blauw terug. Maar meestal gaat het dus wel goed…

In de zomermaanden is ook de stoeltjeslift open. Boven kun je prachtig de Vale Gieren zien en er is een oriëntatietafel. Vanaf daar heb je een magnifiek uitzicht op Die, de regio Diois en de Grand Veymont (met 2341 m. de hoogste berg van de Drôme). De niet zo sportieve mensen kunnen met de lift ook weer terug, anderen lopen via de skihellingen naar beneden, simpel en mooi om te doen. Voor de kinderen is er nog een groot springkussen waar je 7 meter naar beneden kunt jumpen. En de Pumptrack, een bochtig circuit voor BMX en VTT, steps en skateboards.

En heel erg spannend: er is een Via Ferrata, waarbij je de berg op kunt klauteren, gezekerd aan een kabel en met steunen voor handen en voeten. Je gaat daar van 1215 naar 1375 meter hoogte, bijna loodrecht omhoog. Ik griezel al bij het opschrijven hiervan…

Zelf blijf ik liever met de benen op de grond, bijvoorbeeld met de prachtige bergwandelingen die je kunt maken rond de Col de Rousset. De mooiste 2 zijn toch wel die naar het Plateau du Beure en de Rotsen van de Aiglette. De eerste leidt je naar de top van de Glandasse, de megahoge kliffen waar je ook tientallen Vale Gieren kunt zien. En de rotsen van de Aiglette bereik je via een oude Romeinse weg. Rien heeft ze beiden al tientallen keren gelopen met onze gasten.

In de winter is de Col de Rousset vooral een sneeuwparadijs. Er zijn maar liefst 26 skipistes, waaronder 2 zwarte en 5 rode. Er is 1 stoeltjeslift, de andere zijn slepers. Even verderop is er nog een skigebied, Font d’ Urle, voor wie van afwisseling houdt. Men kan hier niet alleen langlaufen, maar ook alpineskiën en….de biatlon: dat is alpineskiën en daarna met een karabijn schieten. Verschillende wereldkampioenen komen uit deze regio, die kunnen hier naar hartelust oefenen. En nog een bijzonderheid: de Vercors is DE plek voor het trainen van sledehonden. Het is ook mogelijk om een ritje in zo’n slee te maken. Natuurlijk kun je in de winter ook met een gewone slee de hellingen af of weer in de luge, de bobslee over een rail.

Een laatste inspannende bezigheid in de sneeuw is het lopen met de zogenaamde raquettes. Dit zijn een soort tennisrackets, vastgezet aan de schoenen. Door het grotere oppervlak is het mogelijk om over dikke lagen sneeuw te lopen. Dat lijkt mij zeer vermoeiend. Net als het langlaufen tegen de helling op. Dat doen ze met de ski’s in een V-vorm. Ik voorzie dat ik op die manier ongewild met een noodgang richting dal zal gaan. Brr.

Kortgeleden gingen Rien en ik weer eens naar de Col, met de bedoeling er sneeuwfoto’s te maken. Maar de tunnel bood alweer een verrassing, er lag vrijwel geen sneeuw. Gelukkig was het restaurant Le Rustic wel open. Het was er behaaglijk warm, de eigenaar adviseerde ons een huisgemaakte wafel te nemen en Rien at er zijn vingers bijna bij op. Op de terugreis naar huis wachtte ons nog een verrassing. Een parkeerplaats was helemaal gewijd aan de Vale Gier. Deze grote vogel (spanwijdte van de vleugels 2,75 meter!) is in 1999 hier opnieuw uitgezet. In het begin werden ze bijgevoerd met botten uit het abattoir, maar sinds 2007 mogen de karkassen niet meer worden verstrekt. Nu de populatie groeit is de voedselvoorziening dus een probleem, waardoor het een enkele keer voorkomt dat een Gier een koe aanvalt. En dat terwijl het een vredelievend dier is, en ook nuttig, omdat het andere kadavers opruimt. Een paar jaar geleden is de Gypaete Barbu (de Lammergier) hier ook uitgezet. Er kwam een vrouwtje met 2 mannetjes, ze werden in een soort grot gezet en een webcam legde alles vast. En wat ik wonderbaarlijk vond: toen de tijd rijp was, ging het uitgebroede jong op de rand van de berg staan, keek even naar beneden, spreidde zijn vleugels uit en vloog! Die wist dus precies wat ie moest doen…

Als je dat zo ziet, dan kun je alleen maar denken: wat is de natuur hier toch allemachtig prachtig.

 

Advertenties

Me#Too of Pas Moi

Nee, hier ga ik de Me#Too- discussie niet overdoen. Iedereen is het er wel over eens dat je een ander niet ongewenst bij zijn of haar intieme delen aanraakt. Nou ja, iedereen?? Als je Trump heet mag je ongestraft zeggen dat je “ze wel bij hun poesje mag pakken”. En seksuele misdadigers vinden hun gedrag natuurlijk ook volkomen onschuldig.

De beroemde Française Catharine Deneuve deed onverwacht ook een duit in het zakje. Zij beweerde in een krantenartikel – onder de kop Pas Moi, niet ik – met zo’n 100 vrouwelijke medestanders  dat “mannen het recht moeten hebben om jou duidelijk te maken dat ze je leuk vinden”. Wat een pertinente onzin, dat is het onderwerp helemaal niet: een ongewenste intimiteit is heel iets anders dan onschuldig geflirt. Dom, dom. Maar op 1 punt had ze in mijn ogen wel gelijk: je kunt niet zomaar beschuldigingen de wereld in slingeren zonder enige vorm van bewijs. Want dan is het  een heel goedkope afrekening.

En er zit nog een andere waarheid in. ( Voor alle duidelijkheid: ik heb het dus niet over verkrachting of ander seksueel geweld.). Vroeger dachten we echt anders over een aantal zaken. Bijvoorbeeld over roken. Er zijn veel oude film- en televisiebeelden met  mensen die een sigaret in de hand hadden. Dat zie je nu nauwelijks meer. En er was een Alcoholwet voor nodig om een meerderheid van de mensen ervan te overtuigen dat je beter niet met drank op achter het stuur kunt kruipen. Verkrachting is natuurlijk nooit goed geweest, maar in het verleden gold toch wel het stereotype beeld van de man als de veroveraar en hij kon daarom bijna alles maken. En daar heb ik ook wel ervaring mee, Me#Too.

Ik kreeg wat dat betreft mijn vuurdoop in de politiek. Vlak voordat ik naar de Tweede Kamer ging, was ik behoorlijk afgevallen. Dat liet ik graag zien, dus op een partijcongres droeg ik een korte broekrok, een trui met aan de achterkant een ontblote rug en een paar naaldhakken. Het was allemaal netjes, maar toch.

Toen ik een paar maanden later echt in functie was, kreeg ik meteen de wilde mannen achter me aan. Op dat moment nog niet de collega’s, maar de medewerkers. De eerste wilde mij wel even afzetten bij mijn Haagse kamer. Heel naïef stapte ik in zijn auto, maar al rap kreeg ik het gevoel dat er een andere bedoeling achter zat. Toen hij moest wachten voor een kruising, sprintte ik de auto uit. De volgende avond was het weer raak. Die bobo vergezelde mij in de tram, best gezellig hoor, maar bij mijn stopplaats wilde hij ook ineens uitstappen “om mij naar de deur te begeleiden.” Ja dáág, mij naar bed brengen zeker!

En temidden van pakweg 50 mensen vroeg een minister hardop, dus niet eens stiekem in mijn oor, : ” Ga je met mij naar bed?” Het was een onooglijk mannetje, maar zelfs al was het de knapste man op aarde – die had ik thuis al-, dan nog: ik zou meteen bekend staan als een gewillige vrouw. Nou nee, bedankt. Maar het is toch absurd dat iemand in zo’n positie denkt dat hij dat wel kan maken?

Anderen in dat circuit keken mijn bloes ongeveer uit. Een van hen kwam later in de problemen vanwege ongewenst gedrag tegenover vrouwen. Hij ontkende, maar ik wist wel beter.

Beslist niet iedereen was zo, echt niet alle mannen, maar een enkele wel, de liefhebber zullen we maar zeggen. En dan heb je thuis een vrouw, daarnaast een minnares en dan nog lust je er elders wel pap van…Ik veroordeel dat niet, had alleen nooit de behoefte om de nieuwste verovering van zo iemand te zijn. Maar goed, zo lang je nee kunt zeggen, en je nee wordt geaccepteerd (!), ben je geen slachtoffer. Pas moi.

In weer een andere baan ( ik had er 8 voor ons vertrek naar Frankrijk) werd ik geconfronteerd met iemand die zijn handen letterlijk niet thuis kon houden. Dat was zo’n onhandige versierpoging, dat ik er alleen maar om kon lachen. Net als om de man die zomaar vanuit het niets in mijn tepels kneep. Wat dacht hij daar nou mee te bereiken? Dat ik voor zijn charmes viel?  Het was zo krankjorum, dat ik het niet eens als aanstootgevend heb ervaren. Maar dat was het natuurlijk wel.

De eerlijkheid gebied me wel te zeggen dat er naast de mannelijke veroveraars ook de vrouwelijke verleidsters zijn. De zogenaamde Golddiggers, zij die via het bed omhoog willen klimmen. Ook die ben ik in mijn carrière wel tegengekomen. En soms kun je daar nog wel een beetje begrip voor hebben. Want wat zijn je toekomstkansen als je geen opleiding hebt en bijvoorbeeld in de kantine van een fabriek werkt? Maar ook in het politieke circuit zag ik dat. Voor een medewerkster was een Kamerlid heel interessant, voor fractiegenoten de (macht van de) voorzitter. Ik voelde me (en was dat misschien ook wel…) een provinciaaltje in dat circuit. Rien gaf me wekelijks mijn eigen “voorbehoedsmiddel” mee, in de vorm van videobanden. Met een drankje erbij kon ik in mijn eigen appartementje even ontspannen naar een filmpje kijken.

Het is gemakkelijk oordelen over dit soort situaties. Maar als je een baan hebt van 9 tot 5, en je daarna thuis wordt verwacht, dan zijn de verleidingen en ook de mogelijkheden  een stuk minder. En de politiek is een stressbaan. Je moet continu op scherp staan. Zo werd ik eens overvallen door een journalist met vragen over de ontvoerder van Heineken. Dan moet je stante pede een antwoord formuleren, namens jouw fractie, zonder ooit over die kwestie te hebben nagedacht. Dat voelt echt als lopen op glad ijs: je kunt alleen maar hopen dat je overeind blijft. Door zulke spanningen zoeken mensen naar ontlading, in drank en/ of seks. Omdat ik er dicht opzat kon en kan ik het wel een beetje begrijpen. Maar dit kan nooit, echt nooit een vrijbrief zijn voor ongewenste intimiteiten.

Hier in Frankrijk heb ik dit soort Me#Too-achtige ervaringen niet opgedaan. Maar ik ben natuurlijk ook niet meer een lekker jong ding… En ik moet eerlijk zijn, het bovenstaande valt natuurlijk helemaal in het niet bij hetgeen  de echte slachtoffers hebben meegemaakt. Hopelijk zegt over een tijdje niemand meer Me#Too, maar wel Pas Moi.

 

Heel Frankrijk Bakt

Natuurlijk moet de eerste column in dit nieuwe jaar wel beginnen met een nieuwjaarswens, dus hier komt ie: ik hoop dat eenieder het mooiste jaar van zijn of haar leven gaat beleven. ( En dat zeg ik dan volgend jaar weer…) Voor mij is het in ieder geval een bijzonder jaar, ben nu namelijk officieel bejaard. Ontvang nog geen AOW, maar kom al in de buurt. Een echt kroonjaar is er voor Rien. In Frankrijk geeft dat allerlei voordeeltjes, zoals korting op bijvoorbeeld treinreizen. En nu wordt het nog mooier. Wij hebben een zogenaamde witte werkster. Zij ontvangt haar salaris netto en ik vul de gemaakte uren en het betaalde bedrag maandelijks in op een website. Per omgaande wordt er een mail verzonden over de sociale lasten die automatisch van onze rekening worden afgehaald. Om een indruk te geven: bij een betaling van € 13,- per uur komt daar ongeveer € 11,- bovenop. Dat is een dure grap, maar de Franse overheid stimuleert het wit werken, door van die € 24,- ongeveer de helft “terug te betalen” als aftrekpost. Dan moet je wel genoeg loonbelasting betalen en aan die eis voldoen wij niet: onze Nederlandse pensioenen worden grotendeels dáár belast en dus betalen we hier te weinig om in aanmerking te komen voor dit voordeeltje.

Maar omdat wij het belangrijk vinden dat onze helpers goed verzekerd zijn, hebben wij dat de afgelopen jaren zonder klagen opgehoest. En nu komt diezelfde overheid ons tegemoet: we gaan de helft minder aan sociale lasten betalen voor onze hulp. Dat is een maatregel, speciaal voor ouderen. Dank u wel!!

De Franse regering stimuleert op meer manieren gewenst gedrag. Om elektriciteit te besparen zijn er verschillende subsidies. Daar hebben we al gebruik van gemaakt met de aanschaf van de houtkachel en de rolluiken. Nu gebeurt er nog iets grappigs. Ik lees op Facebook dat je een zolder kunt isoleren voor € 1.-. Net als bij Nederlandse reclames geldt hier ook: als het te mooi lijkt om waar te zijn, dan ís het ook niet waar. Dus hier doen we niks mee. Tot we onverwacht een telefoontje krijgen van een bedrijf dat 3 maanden te laat reageert op een mail van ons, over de renovatie van de muren. Rien vergist zich, denkt dat het een ander bedrijf is en zegt: “We hebben nog wel een andere klus voor u”. Vrijwel meteen arriveert er een soort vertegenwoordiger, gekleed in een joggingpak. Ik heb er niet een prettig gevoel bij, maar de man maakt een goede indruk op Rien. We moeten wel rap beslissen: het gaat om een subsidieregeling die per 1-1-2018 verdwijnt. Dus we harken die 30% korting weer binnen. Op een zaterdagochtend wordt onze zolder geïsoleerd: een paar dakpannen eraf, een grote slurf op die manier naar binnen en blazen maar, zakken vol met glaswol gaan zo naar boven. Uiteindelijk ligt er een laag van 50 cm, dat isoleert best. De 3 mannen doen de klus snel en goed, hebben alle papieren bij zich plus de factuur, dus boter bij de vis. En ze vertellen dat er nog een extra subsidie op zit vanwege Riens leeftijd. Een onverwacht cadeautje.

 Ondertussen beleef ik een geweldige verjaardag, terwijl Rien en ik op die dag gewoon met zijn tweetjes zijn.(We hebben namelijk zowel in Frankrijk als in Nederland later nog een feest.)Twee dagen ervoor krijg ik een envelop van mijn hartsvriendinnen, gevuld met maar liefst 15 verjaardagskaarten en op de achterkant allemaal mooie teksten. Bijvoorbeeld:

-Verjaardagen zijn net als wijntjes. Je geniet er meer van als je niet telt hoeveel je er gehad hebt.

-Vandaag ben je geen jaar ouder, maar slechts een dag, vergeleken met gisteren.

-Het leven is een feestje! Je moet wel zelf de slingers ophangen.

– De mooiste jaren van het leven beginnen elk jaar opnieuw.

Vijftien dus. Echt lief.

 Onze hulp neemt die dag al met een fantastische, zelfgemaakte taart mee. Heel Frankrijk Bakt zou ze zomaar kunnen winnen, zo lekker! Om te voorkomen dat ze te vaak met zo’n calorieënbom binnenkomt, bestel ik bij de Franse Hema (echt waar!) een minitaartvorm voor haar.

En Rien laat een prachtige voorjaarsbak maken met Helleborus, Primula’s en Violen. Daar moest hij wel veel moeite voor doen, want Frankrijk was massaal op vakantie tussen 22 december en 9 januari. Bloemist daarom dus gesloten, maar gelukkig was het tuincentrum wel open. En middenin deze periode had Rien een lekke band met zijn auto. Mooi alle garages dicht. Gelukkig is er mijn autootje, voor een boodschap helemaal prima. Maar dat zul je altijd zien: net nu hadden we een afspraak in een restaurant, hoog in de bergen. Hoe dichterbij we kwamen, hoe ijziger het werd op die bergweg. Dat was knap griezelig, omdat vangrails daar ontbraken. Ik stierf duizend doden. En toen begon het tijdens de maaltijd ook nog te sneeuwen. Het eten was overheerlijk, we hebben de terugreis overleefd, maar zonder sneeuw en ijs op de weg is het toch wel plezieriger.

 

Er komen nog meer kaarten binnen, o.a een zelfgemaakte van mijn wordfeudvriendin. Ze heeft duidelijk heel lang gewerkt aan die compositie. Echt heel mooi! Via Facebook stromen tientallen felicitaties binnen, ook een heel stel per mail, verschillende telefoontjes, zoals van mijn lievelingstante en dan ’s avonds ook nog een keer van mijn vriendinnen: zo’n dag kan toch niet meer stuk??

 Persoonlijk is leeftijd voor mij niet zo’n dingetje. Dat alles niet meer zo soepel gaat als vroeger, dat je kwaaltjes krijgt waar je niet meer van af komt… dat verandert niks aan mijn levenslust. Ik erger me dan ook aan mensen die iedere zin beginnen of eindigen met: Nu ik ouder word… Die praten zichzelf het graf al in.

Je kunt het proces van aftakelen best proberen te vertragen. (wat overigens niet voor iedereen is weggelegd..) Toen ik ineens nieuwe plooien in mijn gezicht ontdekte, was dat tijd voor actie. Al tientallen jaren gebruik ik een dagcrème, een dure, vanwege een allergie voor parfum in dat soort smeersels. Zo’n pot kost € 25,- en ik doe er ongeveer 2 maanden mee. Met een nachtcrème van hetzelfde merk wordt dat dus het dubbele. Bij de supermarkt hier vind ik een crème van € 2,73. Uitermate effectief, al ga ik wel als een glimmende eikel naar bed, maar ach, wat geeft dat? Ik smeer heel wat af nu, Rien inmiddels ook. Het levert ons regelmatig complimenten op, maar als iemand veronderstelt dat wij wel vijftigers lijken, denken wij toch eerder aan een oogafwijking van die persoon. Maar leuk om te horen is het wel…

 Al met al vind ik het tot nu toe best een Happy New Year.

 

 

 

kaart uit 1947

Toen we eind 2001 hier kwamen wonen stond het e-mailverkeer nog in de kinderschoenen. Teksten kon je al goed versturen, maar foto’s toevoegen of letters in die foto’s shoppen, dat ging echt nog niet. En dus puilde onze brievenbus rondom de feestdagen uit van de kaarten. De postbode keek zijn ogen uit, want in Frankrijk is dit beslist niet zo’n hype. En bovendien worden kaarten veel later, tot ver in februari, verstuurd en dan vooral door bedrijven.

Op Internet las ik dat de Romeinen al mondelinge Nieuwjaarswensen uitwisselden. De Egyptenaren schreven daarna hun nieuwjaarsgroeten op papyrusrollen. In Europa gaf men elkaar pas in de 15e eeuw handgeschreven wensen, tenminste, de elite deed dat. Echt populair werd het vanaf de 19e eeuw, door de eerste echte kaarten die vanuit Amerika kwamen. Een explosieve groei volgde, totdat de emailkaart zijn entree deed.

In Nederland liggen de winkels vol met kaarten met simpele teksten zoals: Fijne/Gezegende Kerstdagen en een Gelukkig Nieuwjaar. Of Happy New Year. Hier in Frankrijk is dat niet anders: Meilleurs Voeux komt het meeste voor, gewoon: Beste Wensen. Of Je te souhaite de bonne fêtes de fin d’année = Ik wens je een fijn feest aan het eind van het jaar. Maar net als in Nederland komen hier ook prachtige teksten voorbij. En dan wordt er meteen even vol uitgepakt:

A l’aube de cette nouvelle année je vous présente mes meilleurs voeux et j’espère de tout coeur que vos souhaits, même le plus fous ou les plus impossibles, seront exaucés. = Bij het gloren van dit nieuwe jaar bied ik mijn beste wensen aan en ik hoop van ganser harte dat uw wensen, zelfs de gekste of de meest onmogelijke, uit zullen komen.

1954

Of deze:

Pour cette nouvelle année, je vous souhaite que tout soit meilleur, plus bon que l’année précédente. Que ce qui fut difficile hier ne soit désormais plus qu’un mauvais souvenir du passé au milieu des milliers de souvenirs joyeux de demain. Je vous souhaite de tout coeur vos souhaits se réalisent.

Voor dit nieuwe jaar wens ik dat alles beter gaat, beter dan het voorgaande jaar. Dat het gisteren moeilijk was, is slechts een slechte herinnering uit het verleden, temidden van duizenden vreugdevolle momenten van morgen. Ik wens u van ganser harte dat al uw wensen uitkomen.

En soms heeft een tekst echt een persoonlijke betekenis. Bijna 2 jaar geleden werd hier een nieuwe directrice van het Office de Tourisme aangesteld. Ik had een heel plezierig contact met iedereen daar, misschien ook omdat ik gedurende 10 jaar gratis al hun vertalingen had gedaan. En ineens was dat afgelopen, ontstond er een vervelende sfeer. Ik trok toen mijn eigen plan – kon de stadswandelingen immers ook wel zelf organiseren -, maar het bleef me dwarszitten. Had ik iets fout gedaan? Iets verkeerds geschreven in de mail aan die nieuwe bazin? Bij Fransen moet je een brief of mail altijd beginnen met een beleefde opening: Hoe gaat het met u? Of iets dergelijks. Wij Nederlanders vallen meteen met de deur in huis. Pats boem: Mag ik een vraag stellen? En soms gebruiken we de verkeerde woorden. Zo keek mijn Franse vriendin me eens vernietigend aan toen ik haar vroeg: Hé, leef je nog? Terwijl ik daar niks vervelends mee bedoelde.

Dus las ik mijn mail wel 100x terug. Daar lag het niet aan. Bijna driekwart jaar later, toen de dame op staande voet was ontslagen, hoorde ik dat ze vanaf de eerste dag het personeel over de kling had gejaagd. Gelukkig had het dus niks met mij te maken. Daarom ik stuurde nu een nieuwjaarswens naar het personeel en kreeg deze tekst terug.

Merci pour cette gentille intention. Je vous souhaite une bonne fin d’année, entre amis,e n famille, ici ou d’ailleurs, pourvu que ce soit fraternel.

= Bedankt voor deze aardige intentie. Ik wens je een fijn uiteinde, met vrienden of familie, hier of elders, in de hoop dat het vriendschappelijk is.

Niet zomaar een voorgedrukt zinnetje, maar echt van toepassing op ons. Dat is fijn.

1957

En dan gebeurt er nog iets bijzonders. Zoals in Nederland de krantenjongen langs komt met zijn nieuwjaarswens, zo bellen hier de postbode en de brandweer aan. Die laatste had ons na de verhuizing in 2012 nooit meer gevonden. Nu staan de brandweermannen op de stoep, met een kalender. We hebben te weinig kleingeld in huis en daarom krijgen ze een riante papieren bijdrage. Ze zijn stomverbaasd. Maar die brandweer is belangrijk voor ons, niet alleen bij brand, maar ook bij andere calamiteiten. In feite bemannen zij de echte ambulances, zoals we die in Nederland kennen. En het is in voorkomende gevallen heel fijn als ze weten waar wij wonen. Ze konden nu overigens bijna in hun eigen ambulance worden afgevoerd, want de stoere jongens deden niks met mijn waarschuwing: Pas op, het is glad. De mannen stampten stevig door, tot ze onderuit gingen…

Met onze Franse vrienden praten we over de verschillende gebruiken met Oud en Nieuw. De oliebollen hebben ze al eens geproefd, daar doen we hen niet echt een plezier mee. En dat er in Nederland voor miljoenen aan vuurwerk wordt afgestoken, daar kunnen de buurtjes met hun hoofd niet bij. Ik ook niet, eigenlijk. Siervuurwerk wordt hier uitsluitend op de 14e juli afgestoken, georganiseerd door de overheid. Dat en een paar vuurpijlen om middernacht kan ik ook nog waarderen. Maar het geknal van rotjes en carbid kan mij gestolen worden. Geef mij dan maar de wat minder spectaculaire avond hier: lekker eten, televisie kijken en om middernacht een glas Clairette, vergezeld van de Nieuwjaarswensen.

Tot slot voor u, heel simpel. Ik wens u voor 2018 heel veel geluk toe. Geluk met de gezondheid, in de liefde, met vrienden, in uw werk en/of vrije tijd. Geluk in uw leven dus.

En wat een toeval: Ik heb net de tekst van deze column klaar als we met onze buurtjes praten over nieuwjaarswensen. Buuf heeft albums vol met oude kaarten, nog gekregen van haar schoonmoeder. De plaatjes bij deze tekst komen uit die albums.

1962

Boer met paard en wagen, daarop wijnvaten

 

Al minstens 5 jaar is de westelijke entree van Die een aanfluiting. De rotonde daar is aangeplant met het artistieke niveau van een baby: een kwart lavendel, een kwart wijnstruiken en de helft grasveld. En nu ineens verschijnen er werkelijk prachtige kunstwerken!

Het brengt mij op de vraag waarom Frankrijk het land van de rotondes is.

Dit verkeersplein heeft een aardige historie. In de 19e eeuw ontstonden er in Parijs problemen met de vele koetsen. Omdat ze zo lang waren kon de koetsier nauwelijks de bocht nemen op de kruispunten. Inmiddels is Frankrijk wereldrecordhouder met het aantal rotondes: er zijn er meer dan 40.000.

En waarom zoveel?

Allereerst omdat het een Franse uitvinding is. (Ze zijn erg chauvinistisch. ) En natuurlijk is de verkeersveiligheid een belangrijke reden. Volgens een onderzoek van de Europese Commissie daalt het aantal ongelukken hierdoor met 41%. En Frankrijk is een zeer centraal aangestuurde staat, dus als men van hogerhand iets wil, volgt de lagere bestuurslaag automatisch. Een vierde reden is dat bestuurders graag een zichtbaar resultaat willen van hun werk: een brug, een rotonde, een groot gebouw etc. Zo van: Dat heeft de gemeenschap aan mij te danken. Er zijn ook mensen die beweren dat de politieke partijen commissie krijgen als ze voor veel rotondes stemmen. Dat is niet te bewijzen, maar ook niet onwaarschijnlijk.

Dansend paar, picknickers en de mûrier.

Toen er hier jaren geleden nog een onzalig plan bestond voor een rondweg rond Die, waren er maar liefst 5 rond- points  opgenomen, op een lengte van misschien 3 kilometer. En eentje daarvan zou midden op onze camping komen. Maar dat plan is gelukkig definitief van de baan.

 De regelgeving is inmiddels veranderd, maar toen wij eind 2001 ons wilden vestigen in Frankrijk, hebben we een jaar gedaan over het verkrijgen van een verblijfsvergunning. Daarom moesten we regelmatig naar Valence. Aan de zuidkant van die stad kregen we letterlijk het heen en weer van de rotondes. Het centrum – waar we moesten zijn- werd niet aangegeven. Frontlozier? Die richting herkenden we niet, dus doe nog maar een rondje. De andere bordjes zeiden ons ook niks, dus gokken maar. Een paar honderd meter verder idem: geen bordje centrum, wel Victor Hugo. Dat is de naam van het centrum. Daarna ging het ook nog niet altijd goed. Zo reed ik, al kwebbelend, ongewild zomaar de autoroute op. Gelukkig mocht ik van de bewaker net voor de slagbomen omkeren, anders was ik mooi in de aap gelogeerd.

Maar liefst 8 rotondes

Op de foto van Valence zijn 2 dingen te zien. Het is duidelijk dat, als er zóveel wegen bij elkaar komen, het zonder rotondes een absolute chaos zou worden. Ook is te zien dat deze rotondes verschillende vormen hebben. De simpelste is die met 1 rijstrook. In Valence zijn er ook veel zogenaamde Hondenbotten: om het verkeer rondom een snelweg goed te regelen is er aan beide kanten een rotonde gemaakt. Meestal is een rondpoint echt rond, maar een ovale vorm bestaat ook. Op die manier kunnen er namelijk meer wegen op aansluiten. De Turborotonde is handig voor als je weet waar je naartoe moet. Borden geven aan welke rijstrook je moet hebben. Die is dan met een betonnen band afgescheiden van de andere stroken. Als je niet op tijd op de borden hebt gelezen welke kant je op moet, ben je de sigaar.

 

Gelukkig hebben ze hier in Die de meest simpele vorm. Tot deze week dus ook minimaal aangelegd, maar nu in een voor de Drôme typerende stijl mooi gemaakt. Verschillende rotondes op de departementale wegen zijn versierd met roestbruine kunstwerken die een verband hebben met het leven in deze regio. Crest, o.a. bekend vanwege de Picodon, een pittig geitenkaasje, heeft op 1 rotonde een optocht van 6 geiten, met een weegschaal, gereedschap,  muziekinstrumenten enzovoort. Aouste, een dorp verder, volgde met beelden van spelende kinderen, kanoërs en een vaderfiguur. Weer dichterbij Die, bij Saillans, kwamen soortgelijke kunstwerken: een boer met een paard en ploeg, wijnbouwers met houweel en onkruidverdelger en een gestileerde druif. En nu in Die in dezelfde stijl ook een rotonde vol.

Er is een boer te zien, met een kar waarop wijntonnen liggen. Een dansend paar, mensen die jeu de boules spelen. En een gezellige picknicktafel met de flessen Clairette erop.

Picknicken

Dat de gemeente er een oude Murier heeft gepland omdat ook die karakteristiek is voor deze regio, dat vindt deze voormalige eigenaar van Domaine du Murier natuurlijk bijzonder leuk.

Die en de omgeving is al heel mooi, maar nu komt er weer een sterretje bij…

PS. Een artikel in de krant meldt net dat de artiest een geitenhouder uit de Ardèche is, die als tijdverdrijf oud ijzer verwerkte tot een kunstwerk. Deze hobby is nu zijn baan.

En nog meer aanvullingen: met deze rotondes worden verschillende etappes in de cultuur van de Clairette de Die verbeeldt, van omploegen van het land tot aan de wijn.

 

 

 

 

Boulers???

Iedere dag krijg ik per mail de zogenaamde Dagelijkse Gedachte binnen. Vaak is dat even een moment van bezinning. Over deze bijvoorbeeld.

Een rustig en bescheiden leven brengt meer vreugde met zich mee dan de jacht op succes, die voortdurend onrust met zich meebrengt. Albert Einstein.

Toen we nog in Nederland woonden, zou ik dit nooit onderschrijven. Wij wilden altijd meer. Het ging ons niet om meer geld, maar vooral om meer weten en meer bereiken. Daarnaast hadden we een druk sociaal leven met sport (competitie natuurlijk) en vrienden. Dan vergeet ik nog onze onbetaalde bestuursfuncties.

Dat lijkt allemaal Halleluja, maar naast hoge toppen zijn er altijd diepe dalen. Op die manier kijk ik ook terug op mijn periode in de Tweede Kamer. Het was geweldig om daar te zijn en deel uit te maken van het landsbestuur. Ongelooflijk boeiend ook, en dingen meemaken die aan een gewone sterveling voorbijgaan. Maar dat laatste niet alleen in positieve zin. Zoals tijdens het werk constant op je hoede moeten zijn -uit angst figuurlijk een mes in je rug te krijgen- , dat is bepaald niet plezierig.

Dit ligt inmiddels ver achter mij. Maar met bovengemelde uitspraak van Einstein ben ik het nu wel heel erg eens.

Niet dat ik spijt heb van onze roerige jaren. Ze vormen vaak ook mooie herinneringen. Zo was ik op de HBS al een druktemaker. Schreef kritische stukjes in de schoolkrant, was lid van het schoolparlement (wat niks voorstelde) en nam o.a. het initiatief voor een Biafra- actie (snoep verkopen voor kindjes die honger hadden, een beetje ondoordacht misschien).

Nog maar net begonnen aan een studie liep ik Rien al tegen het lijf. Wij waren beiden beslist ijverige studenten. Rien bijvoorbeeld studeerde een half jaar eerder af. En na het derde studiejaar werd mij door de stagebegeleider al een fulltimebaan aangeboden. Ik accepteerde het niet, wilde eerst mijn diploma halen. Maar we waren toch geen saaie nerds, er was ook ruimte voor veel plezier. Bijvoorbeeld met onze jonge huisbaas, die het pand van zijn oma beheerde en er zelf ook woonde. Op de benedenverdieping zat een dierenwinkel, die ondernemer was echt een zeurkous. Daarom bedachten we een stunt die hem aan het schrikken moest maken. Twee vrienden, verkleed als een gefortuneerd stel, kwamen opdraven en zij liepen opvallend met plattegronden van het huis te zwaaien, her en der delen van het pand aanwijzend. De dierenhandelaar moest zo de indruk krijgen dat het verkocht zou worden. Of hij er iets van meegekregen heeft, weten we niet. Hij gaf in ieder geval- heel sterk!- geen krimp. Maar wij hadden wel wekenlang voorpret.

Wij kochten daarna een minihuis in een dorpje boven Groningen. Ook al waren we studenten, de dorpsbewoners accepteerden ons meteen. Zo moesten we mee met het jaarlijkse uitstapje. ” Om 7 uur opstaan, lukt dat?”, vroegen ze. Dat Rien al een half jaar om 6.30 uur vertrok vanwege een stage, dat was hen nog niet opgevallen.

Rien zou door de mannelijke dorpsgenoten “ontmaagd” worden, hij mocht daarom mee naar een nachtclub. Veel blote vrouwen zag hij niet, het dranktempo lag veel te hoog voor hem. Maar die alcohol wende wel…dachten we. Zo kwamen we eens ’s ochtends terug van een feestje. Eenmaal in de auto beseften we dat rijden toch niet zo’n goed idee was. Gelukkig kon je in een Renault 4 heel veel kleppen openzetten, waardoor we bij zinnen bleven.

Na het afstuderen waren we de wilde haren nog niet kwijt. Mijn eerste baan was in een multifunctioneel gebouw, waarin ook een sporthal zat. De collega’s daar speelden samen badminton en Rien en ik haakten aan, net als Riens collega R.. Soms ging hij na het spelen nog even met ons mee, voor een drankje. Zo ook toen we vlak voor een verhuizing zaten. De door mij gemaakte Rumtopf moest nog leeg. De vruchten waren al verwerkt in toetjes, alleen de drank was nog over. Die was inmiddels lekker gaan gisten. Met zijn drieën maakten we de fles leeg. Twee volle dagen spraken Rien en ik niet met elkaar, zo’n hoofdpijn hadden we. En vriend R?? Die ging nog gewoon met de auto naar huis. Het was in de tijd dat je daar niet over nadacht. Inmiddels zijn we wel verstandiger.

We bleven jarenlang badminton spelen. En na het sporten moest het verloren vocht natuurlijk worden aangevuld. De sporthalbar ging dicht om half 2, op maandag, maar dan zat de stemming er net goed in. Diverse keren zetten we het feest voort bij iemand thuis. Tot het een keer 6 uur werd en wij om 7 uur moesten opstaan, omdat ons werk kort daarop begon. Toen beseften we dat dit aan het begin van een werkweek niet zo’n slimme zet was.

Daarna was het vooral in de weekenden dik feest. De grappigste herinnering was wel het saunabezoek bij vrienden in huis. De hele avond waren we druk met die sauna: lekker zweten, de kou in, afspoelen, vruchtensapje…en dat een paar keer. Daarna zaten we urenlang te borrelen. Om 3.30 uur gingen wij en een ander stel mensen naar huis. We hadden geen zin om de kleren nog aan te doen, dus in de ochtendjassen stapten wij in de auto. En meteen erna reed de politie achter ons aan. Wij kwamen met de schrik vrij, de andere bestuurder moest blazen…

Jaren later gingen we naar Frankrijk. Maar een rustig en bescheiden leven zat er toen nog niet. De eerste jaren hier waren tamelijk enerverend. Je bent ontworteld, moet je settelen in een heel nieuwe omgeving, in een nieuwe baan en met mensen die een andere taal spreken. Privé veranderden er ook dingen door de emigratie: sommige “vrienden” haakten af, en goeie kennissen werden daarentegen echte vrienden. Samen met de heimwee was dat wel een tombola van emoties.

Het gedoe met het verkrijgen van alle vergunningen leverde ook heel wat stress op. Als ik dat nu vergelijk met wat je wel eens ziet bij Ik Vertrek, dan valt dat achteraf allemaal nog best mee. Maar toen waren we bij iedere – onterechte- afwijzing helemaal van slag.

Veel viel er toen ook niet te feesten. Verjaardagen worden hier vaak gevierd met etentjes, dat worden meestal geen latertjes. Die enkele keer dat we wel een echt feest meemaken zijn wij de eersten die afhaken: of we moeten via bochtige bergweggetjes terug ´s nachts, of we hebben gasten voor wie we er -nuchter- moeten zijn , of we houden het zelf niet vol vanwege drukke werkzaamheden op dat moment.

Dat wil niet zeggen dat we een saai leven leiden, zie mijn eerdere columns. Deze week was er weer een internationaal diner, met Fransen, Engelsen en Nederlanders aan tafel. Het schakelen gaat dan nog wel eens mis, soms per vergissing en soms omdat het woord in de andere taal je eerder te binnen schiet. Maar iedereen begrijpt elkaar. Er waren stevige discussies en stellingnames. Fransman P. vroeg bijvoorbeeld aan Engelsman M. hoe hij over de Brexit dacht.

“Catastrophe!”, was het antwoord.

De andere Engelsen beaamden dat, niet alleen de politieke keuze, maar ook vanwege de onzekerheid over de persoonlijke gevolgen. Hoe zou het in de toekomst gaan met hun pensioenen, hun ziektekostenverzekering enzovoort?

De Fransen kregen ook nog even lik-op-stuk. “Die lopen wel 50 jaar achter!”, zei de gastvrouw. Ze kreeg gelijk, al werd het wel verminderd tot 20 jaar. Dat ligt ook inderdaad genuanceerd, kijk maar naar de kookprestaties of de mode. Generaliserend vind ik de Fransen op dat gebied uitblinkers. Maar op andere terreinen is het echt wel die 50 jaar. Internetbankieren staat hier nog steeds in de kinderschoenen, hele kuddes betalen met cheques. En het woord emancipatie moeten ze nog uitvinden, in deze machocultuur. Macron wil daar nu iets aan doen, maar voorlopig zijn dat enkel woorden en geen daden.

De gastheer en gastvrouw, beiden tachtigers, hadden zelf gekookt voor 10 man. Ik bood aan als dessert een taart te maken. Hoe moeilijk kan dat zijn voor iemand die er honderden heeft gemaakt? Nou, deze mislukte, er zat echt geen smaak aan. Daarom laagvliegend naar de super om nieuwe ingrediënten te halen. Een toppertje van de camping lukte nu ook, gelukkig. Maar het was wel even stressen.

De “jacht op succes” zijn we dus nog steeds niet helemaal kwijt: De appartementen moeten perfect zijn, de taart en de table d’ hôte ook. Een rustig en bescheiden leven??? We werken eraan….

Mooi in de sneeuw

Vice versa

Het is weer tijd om naar Nederland te gaan. Normaal verkeer ik al weken van te voren in een staat van opwinding, deze keer doet het me niks. Dat is te wijten aan de schildkliermedicijnen. In Nederland waren deze bijna een half jaar niet verkrijgbaar, met alle nare bijverschijnselen van dien voor de patienten.
In Frankrijk speelde een ander probleem: de fabrikant vond het nodig het omhulsel van de pillen te veranderen en veel mensen kregen daardoor vervelende klachten. Ook ik raakte helemaal van de leg. Vooral de zwaarmoedigheid, alsof ik de hele dag een persoon extra op mijn rug moest meetorsen. Dus leuk naar Nederland? Laat mij maar in m’n bed, met een deken over mijn hoofd, dacht ik. Maar het lijf is er inmiddels aan gewend en dan is het leven ineens 100% leuker. Dus alsnog vrolijk op reis.

Die goede stemming was ook wel nodig, want voor de derde keer op rij ging onze navigator in Duitsland geheel zijn eigen gang. De vorige keer verdwaalden we zo in een bosgebied, dat we na een uur rondjes draaien 4 km verder van huis waren. Nu reden we op een weg, die ons in één rechte streep naar onze bestemming zou leiden. Onverwacht adviseerde de navigator een bepaalde afslag te nemen. Weer kwamen we in de rimboe terecht. Daarna de goede weg vinden viel nog niet mee. ( En we hebben heus recente wegenkaarten bij ons!). Maar eenmaal aangekomen in ons huisje was alles snel vergeten.

Om de kosten te dekken wordt dit object, als wij er niet zijn, verhuurd. Van de opbrengst worden o.a. de parkkosten betaald, het onderhoud van huis en tuin geregeld en wordt er geld gereserveerd voor vervanging.
Ineens is het hele huisje opnieuw ingericht, tot in detail is alles op elkaar afgestemd qua kleur en materiaal. De vorige inrichting vonden wij ook mooi, op een werkelijk afgrijselijk schilderij na. Het was een landschap, voornamelijk hardgroen en blauw, met koeien in de wei bij een meertje. Die koeien zag je in spiegelbeeld in het water terug. De laatste keer had een huurder het schilderij op de kop gehangen en dat viel nauwelijks op. Het is nu vervangen door een gestileerde hertenkop van hout. Daar moet je ook van houden, maar het past wel in de inrichting.

De volgende dag is er alweer een verrassing. Een van mijn creatieve schoonzussen kwam in de zomer bij ons langs. K. droeg t- shirts die ik heel mooi vond. “Zelfgemaakt”, zei ze. Nu heeft ze een hele serie voor mij genaaid.

Omdat het onduidelijk was of onze grote bouwklus op tijd klaar zou zijn, durfde ik niet alvast afspraken te maken met familie en vrienden. Met een aantal lukt dat nu niet meer, op zo korte termijn. Jammer, maar daardoor kunnen we ineens heel andere dingen doen. Zo gaan we naar Hardenberg, koffie drinken in onze favoriete tent. Onderweg komen we G. tegen. Hij was pakweg 8 jaar lang, gedurende 6 tot 10 weken per seizoen, een gouden vrijwilliger op onze camping, samen met echtgenote H. We halen meteen een heleboel herinneringen op, gewoon even genieten dus.

Maanden geleden zagen we op Internet de ideale nieuwe eetkamerstoelen. Het ging om een Nederlandse fabrikant, maar ze werden ook verkocht in een meubelzaak in Valence. Dus wij die kant op, met het chequeboek alvast in de tas. Wat een teleurstelling! Allereerst stonden de stoelen niet in de toonzaal en de verkoper was ook niet van plan op een andere manier iets te regelen. Je moet zo’n stoel toch even uitproberen voor je tot de aankoop overgaat?
Weer thuis ging Rien zoeken waar ze wel te bezichtigen zijn. Zo komen we terecht bij Eijerkamp in Zutphen. Dat is een verademing: een prachtige zaak, deskundig personeel en een goeie service. Zonder dat we het gevraagd hebben krijgen we € 10,- korting per stoel. Nog een cadeautje: als de koop gesloten is ontvangen we een bon voor de lunch plus een kop koffie.Als we daarna vragen hoe we het centrum van Zutphen kunnen bereiken, loopt de verkoper zelfs even mee naar buiten om de weg te wijzen.
Zutphen is een van de oudste steden in Nederland en dat is o.a. te zien aan de vele historische gebouwen, de prachtige torens en een mooie stadsmuur. Wat is het leuk om hier rond te struinen! Echt een aanrader.
De volgende dag wordt ook al een toppertje. We hebben kaarten gekregen van het Klein Orkest, maar moeten daarvoor wel naar Emmeloord rijden. Een dorp, midden in een kale vlakte en een gevaarlijke weg er naartoe, dat is het beeld in ons hoofd. In alle opzichten is het anders: een goede en veilige route, een mooie winkelstraat en het eindeloze eetcafé Eindeloos. We kunnen er wel iets drinken, tot 6 uur, daarna is het al volgeboekt. Dus op naar de buren, want het theater ’t Voorhuys heeft ook een bar. Dat is een schitterende ambiance met vriendelijk personeel…hier wat eten lijkt ons wel een goed idee. We zijn de laatsten die nog een plek krijgen.
Na het hoofdgerecht loopt Rien binnendoor naar het theater, om de gereserveerde kaarten te halen.

” O, u bent die meneer uit Frankrijk?”

Dat vindt de directeur wel heel bijzonder. Helemaal als Harry Jekkers na afloop van de show uitgebreid de tijd voor ons neemt. Als hij even op de foto moet met verschillende fans, nemen de andere leden van de band het gesprek met ons over. Het is echt jammer dat het om middernacht afgelopen is. De directeur brengt ons daarna persoonlijk naar de uitgang, het is een heuse VIP- behandeling.
De uitnodiging voor Ibiza hebben we alweer op zak, maar ik hoop dat Harry eerder bij ons komt.

En hierna begint het gebruikelijke carrousel van familie- en vriendenbezoek. Ook leuk, want daarom gaan we tenslotte naar Nederland. Maar die  dagen in Zutphen en Emmeloord, die maken het dit keer wel heel bijzonder.

De terugreis verloopt voorspoedig. In Duitsland smachten we naar koffie, er zijn  weinig mogelijkheden langs de autobanen om een kopje te drinken. En net als er voor onze neus een ongelukje gebeurt, waardoor er een file ontstaat, zien we een bord: Koffie, over 500 meter, speciaal voor Rien en Jacqueline. ( Nou ja, dat laatste natuurlijk niet echt…)

In Toul overnachten we. Naast het hotel zit een goed restaurant, met een speciale kaart waarop alleen gerechten met orgaanvlees staan: darmen, niertjes, zwezerik etc. Gelukkig is er een tweede kaart, meer onze smaak. En voordat we gaan eten, drinken we nog even wat in de buurtkroeg. Op ongeveer 30m2 is er een bar, een tabakszaak, een lectuurhal en een gokafdeling. Wij kijken onze ogen uit: wat kun je er in korte tijd een boel geld doorjagen…

En dan verder naar huis, waar een poesje op ons wacht. En de oppas natuurlijk.

Het was weer fijn.