Feeds:
Berichten
Reacties

Kookgek

Ergens in het jaar 2000 heb ik de strijd over al dan niet naar Frankrijk verhuizen opgegeven. En eenmaal over de streep was er geen andere keus dan proberen er het beste van te maken.

Tijdens de voorbereiding lieten we de eigen ervaringen de revue passeren, zo ook met de table d’ hôte. Op 3 campings deden we mee aan de gezamenlijke maaltijden. Bij Lou in de Alpen moesten we onze eigen stoelen en tafel meenemen en ook een bord met bestek en glazen. Maar hij kookte wel de sterren van de hemel, alleen een hoofdgerecht. Als je een toetje wilde, pakte je maar een ijsje uit de vriezer. En de wijn was ook geen probleem: je kon zo uit zijn winkeltje een fles pakken. Tegen kostprijs, dat was wel aardig, maar niet zakelijk. Op de tweede camping was er een echt restaurant, waar je à la carte kon eten. Eenmaal per week was er een gezamenlijke maaltijd. Dat hoofdgerecht wilden we wel, maar aan gezelschap hadden we geen behoefte: als je bijna het hele jaar met andere mensen werkt, is gewoon samen zijn ook heel erg fijn. Maar Luc zei altijd ja en deed nee. Plaatste ons dan aan een tafel met anderen en iedere keer hadden we een topavond. En het eten was voortreffelijk. Bij een derde camping was de table d’hôte een geoliede machine. Lekker eten, goed georganiseerd, met een fijne gastheer.

Overal leerden we wat. Ons begin was wel kneuterig. Ik hing een vraag op een briefje in ons sanitairblokje: Wie eet ermee? De belangstelling overviel ons, overal moesten ineens plastic tafels en stoelen vandaan komen. Borden, glazen en bestek werden met spoed uit Valence gehaald. En met het menu kwam ik niet verder dan Boeuf Bourgignon en Coq au Vin. Dat laatste gerecht komt Rien tot op de dag van vandaag zijn neus uit, zo vaak maakte ik het.

Coq au Vin

In het begin werd er 5 dagen per week gekookt, dus meteen die eerste winter moest ik aan de bak, nieuwe gerechten uitproberen. En wat werd dat een leuke hobby!

Voor de eerste gasten van dit jaar kon ik meteen de keuken in, voor een welkomstmaaltijd. Het ene stel stond jaren op onze camping en we haalden natuurlijk veel herinneringen op. Ik kreeg ook te horen hoe gezellig en lekker de zondagse koffie met taart was. Dan kun je niet anders dan er eentje maken, toch? Geen straf overigens, want gebak maak ik nooit alleen voor onszelf, daar heb ik mee-eters voor nodig. Deze keer vond ik een recept van een perentaart met chocola. De hoeveelheid van dat laatste ingrediënt stond er niet bij, dus ik koos voor een blok van 200 gram. Het is maar goed dat de gasten het restant ook mee naar huis namen…

Tijdens een weekje zonder “inwonende” gasten koken we verschillende keren voor vrienden. De Fondue Savoyarde bestaat uit 3 soorten kaas. Dat mengen met een beetje knoflook, een snufje nootmuskaat, ietsje witte wijn en een scheut Kirsch en je eet je vingers erbij op. ( Overigens moesten we de drank deze keer vervangen door druivensap, omdat de vriendin geen alcohol mag hebben.)

Een paar dagen later komen er andere Nederlandse vrienden langs, ’s middags om 12 uur. Dat is wel een beetje stressen, want na de stadswandeling moet ik alle boodschappen doen en de hoofdmaaltijd voorbereiden. Het voorgerecht, gepureerde meloen met geroosterde ham, kost me ’s ochtends namelijk veel tijd. En hoeveel ervaring ik inmiddels ook heb, van het minste of geringste kan ik helemaal van slag raken, een goede en tijdige voorbereiding voorkomt dat.

Het hoofdgerecht, een saute de porc au curry, maak ik daarom een dag van tevoren. Veel stoofgerechten worden daar nog net iets lekkerder door. Het is een Frans potje met varkensvlees, tomaat, ui, appel, sinaasappel, crème fraiche en veel kerrie en gember. Ook lekker.

Met het toetje mag ik van mezelf altijd experimenteren: een glaasje met bananenvla, verse bananen, bolletje ijs, een beetje advocaat en een toefje slagroom, zie hier een grand dessert.

De dag erna komen Franse vrienden hier eten. Het hoofdgerecht is een gewaagde keus: Kip Madras. Mijn vrouwelijke gast houdt absoluut niet van pittig eten, misschien moet ik het voor haar wat verdunnen met wat room. En anders blust ze de brand maar met Pastis.

Als er zaterdag nieuwe gasten aankomen is het een makkie: de eerste dag kiezen ze voor een door mij gemaakte pizza, door Rien in de gîte thuisbezorgd. En dan op zondag de table d’hôte. En deze keer waag ik het erop, een nieuw gerecht voorschotelen aan gasten zonder het eerst zelf te hebben geprobeerd.

Blanquette de Veau

Naast Boeuf Bourgignon en Coq au Vin is de Blanquette de Veau een van de bekendste Franse gerechten. Op de camping maakte ik regelmatig de ” armeluisvariant” met kalkoen in plaats van kalfsvlees. En kortgeleden de Blanquette met zalm, ook heerlijk. Nu dus die met kalf en – ook al lijkt het een soortgelijk gerecht- de bereiding is heel anders. Het vlees moet stoven in melk, je maakt een roux, een mengsel van roomboter en bloem en voegt daar later een eidooier aan toe. Champignons, ui, wortel, crème fraiche en kruiden maken het af. Ik vind het best spannend.

Als voorgerecht kies ik voor de caillette. Dat is een typisch streekgerecht, qua vorm te vergelijken met een gehaktbal of gehaktbrood. Het hoofdbestanddeel is varkensvlees met het blad van snijbiet en spinazie, plus natuurlijk kruiden. Het is echt lekker en voor de gasten iets bijzonders.

Caillette

Dat koken is leuk, maar helemaal happy ben ik met ons nieuwe koffiezetapparaat. Het is minstens 1,5 jaar geleden dat onze Siemens het na 22 jaar begaf. We kozen voor een filterapparaat van Electrolux, niet het minste merk en ook niet het goedkoopst. Maar wat een geweldige miskleun en wat een bedroevende klantenservice! Alles wat er mis kon zijn, was ook  fout. Regelmatig stopte ie ermee. Dan heb je zin in koffie en is het toch niet klaar, ondanks de eindpiep. Grrr. Een kopje inschenken zonder te knoeien lukte niet. De laatste kop koffie bleef ook altijd in de kan achter. Formeel kpn je 10 Franse kopjes zetten, maar bij stand 9 zat een gat, dan klotste de rest van het water weg. Het ding gebruikte daarnaast nog eens de dubbele hoeveelheid koffie. En vanaf de eerste dag stond aangegeven dat het kalkfilter vervangen moest worden, maar de klantenservice wist niet hoe dat moest..

Wat heb ik vaak de neiging gehad dat kreng over de reling van ons terras naar beneden te gooien! Maar ja, we kwamen er maar niet uit welk apparaat we dan wel zouden willen. En aan nog een miskleun hadden we geen behoefte.

Rien is met dit soort zaken meer een volhouder, die vond uiteindelijk de Siemens Q serie. En wat genieten wij daarvan, en straks ook onze gasten! Espresso, gewone koffie van versgemalen bonen, cappuccino, latte, heet water voor thee… het kan allemaal en alles is even lekker. En simpel te reinigen. Het kost wat, maar dan heb je ook wat.

De komende week is ons programma nog niet echt vol, tijd dus om confiture te maken. Onze eigen fruitoogst wordt niks dit jaar: precies toen de bomen volop in de bloei stonden, ging het hard vriezen. Eén nachtje maar, met heel veel schade. Dus ga ik nu fruit kopen. Niet voor mij, want alleen op zondag mag ik van mezelf een croissantje met jam. En Rien eet dat helemaal niet, zelfs niet in de yoghurt. Nee,ik maak tientallen potten voor anderen..Een echte kookgek dus.

 

Vanwege de negatieve verhalen over Ibiza – bomvolle stranden, alleen maar disco’s, dronken gasten etc.- zouden we zelf nooit kiezen voor dit eiland. Maar door de verhalen van onze Bekende Nederlander en vooral ook zijn uitnodiging gaan we er toch naartoe. Een beslissing waar we geen seconde spijt van hebben.

Op het vliegveld bij Marseille verbazen we ons eerst hogelijk. Zoals het hoort hebben we alle toiletartikelen in kleine hoeveelheden in plastic zakjes verpakt. Maar dat moet overnieuw: vloeibaar hoort bij vloeibaar. Wat een onzin, je kunt toch zien wat het is? Maar goed, we doen het natuurlijk wel. Rien heeft thuis op het laatste moment nog 2 grotere verpakkingen in de koffer gestopt, 150 mg insmeerspul en een dure tube voetencreme, dat wordt allebei ingepikt. Schurken! Na de douane kan ik wel andere tubes kopen, dan wordt er ineens niets meer gecontroleerd. Nog meer idioterie: Ryan Air zet op de website exact wat de maten van de toegestane handbagage is, maar geen hond die ergens op let. Dus er gaan hele rugzakken mee naar binnen. Gelukkig hebben we een voorspoedige vlucht en landen we veilig. En dat is het enige dat telt.

 

Op het vliegveld van Ibiza staat BN ons op te wachten. En dat is maar goed ook, want hij woont werkelijk in the middle of nowhere. Het is inmiddels stikdonker, we hadden zijn huis echt nooit gevonden. De eerste afspraak was dat hij een auto voor ons zou huren, zodat we zelf het eiland zouden kunnen verkennen. Maar bij nader inzien vindt BN het toch gezelliger om ons overal naar toe te rijden. Dat verhoogt onze feestvreugde zeer…

Na een drankje en een lichte maaltijd bij hem gaan we naar ons ruime gastenverblijf.

Hij heeft een prachtig huis, niet extreem groot, maar wel heel sfeervol. Het zwembad ligt midden in een mooie tuin. Ik kijk mijn ogen uit bij de planten die overal bloeien. Zijn auto moet subiet stoppen als ik een heg van Amaryllissen zie. Daar heb ik in december altijd 1 plant van, nu zie ik verschillende heggen volop in de bloei.

De volgende dagen ontdekken we hoe mooi het eiland is buiten de extreem toeristische gebieden. We drinken iedere ochtend koffie in een ander dorp of stadje en BN laat ons al zijn favoriete strandjes zien. Bijna iedere dag eten we in een ander restaurantje. De Franse keuken vinden we perfect, maar iets anders op het menu is ook wel eens prettig. Een spies met lamsvlees of de echte Paella, een menu in een Indiaas restaurant…we genieten overal van en laten ons vooral leiden door de adviezen van  onze gastheer.

De hele dag horen we zijn sterke verhalen en grappen en grollen… Overigens is het niet uitsluitend eenrichtingsverkeer: Rien kan op computergebied veel voor hem doen.

Onderweg zien we heel veel moois, zoals plantages vol met fruitbomen, bijvoorbeeld sinaasappel, citroen, amandel en olijven. Bloeiende Cactussen, Bougainvilles in allerlei kleuren, Hybiscushagen… echt prachtig! Ik snap het best, dat er hele volksstammen naar dit eiland gaan. Dat de meeste toeristen voor de drukke stranden kiezen en voor appartementjes in torenhoge flats, dat begrijp ik dan weer niet. Al heeft ook de drukke hoofdstad veel moois te bieden. De laatste dag brengen we daar door. De oude stad is mooi om te zien en staat dan ook op de lijst van de Werelderfgoederen. We gaan er kriskras doorheen en dalen dan weer af naar het nieuwe deel van de stad, met alle winkels waar toeristen zo gek op zijn. Wij vermaken ons op een terrasje en kijken naar de outfits van iedereen. Het is koud voor deze tijd van het jaar, toch zijn er mensen die met korte broek en blote armen over straat lopen. Zo van : ik heb vakantie in een zonnig land en dus doe ik de zomerkleren aan. Mij niet gezien, ik heb een dikke trui geleend en Rien draagt de winterjas van onze gastheer.

Bloeiende cactus

We praten samen veel over taal. BN heeft Engels gestudeerd, spreekt behoorlijk Frans, heeft intensief Spaans gevolgd en is daarnaast een woordkunstenaar in het Nederlands. We hebben het over de logica in een taal en de moeilijkheden die anderen daarmee ondervinden. In het Frans spreek je bijvoorbeeld de laatste letter van een woord meestal niet uit. Maar toen ik een stuk vlees wilde zonder bot, sans os, lachte de slager me hartelijk uit: het was niet san oo, maar echt sans os. Van sans wordt de laatste s. als verbindingsletter wel uitgesproken en de s. van os ook, omdat er anders verwarring zou optreden ( uitspraak oo. staat voor eau, water..). Dat probleem geldt niet alleen voor vreemde talen. Bijvoorbeeld het m(i)auwen van de kat klinkt net als mouwen in je jas. Wij Nederlanders weten dat, net zoals je schrijft ik koop en wij kopen en dat je dat allebei uitspreekt met een dubbele o. Leg dat maar eens uit aan een buitenlander.

BN houdt een verhandeling over woorden waarvan het verkleinwoord een heel andere betekenis heeft. Een autootje is een kleine auto, dat is normaal. Maar een beet is iets anders dan een beetje. Achter een klont kun je van alles zetten, zoals een klont klei, maar als je alleen een klontje zegt, weet iedereen dat het over suiker gaat. Hetzelfde geldt voor het woord pot. Het verkleinwoord is potje, bijvoorbeeld een potje jam, maar dat is heel iets anders dan een potje klaverjassen. Zo had ik het nog nooit bekeken.

Aan alles komt een eind, terug dus naar huis. Op het vliegveld van Eivissa ( = Ibiza) zien we een stel toeristen die we gelukkig tijdens ons verblijf daar gemist hebben. Twee groepen aangeschoten Engelse vijftigers, met een kuitbroek aan, hoge sokken in sandalen en liters bier voor zich…Je zult zo’n  brok lawaai maar naast je hebben in het vliegtuig! Wij treffen het, zelfs de groep Franse pubermeisjes gedragen zich keurig.

Als we in Marseille arriveren, hebben we daar hetzelfde probleem als de vorige keer: hoe vind je de bus die naar de verafgelegen parkeerplaats rijdt? Als we eindelijk de Intercom daarvoor hebben gevonden, snauwt de man aan de andere kant ons af en verbreekt meteen de verbinding. Zei hij nou dat de bus eraan kwam? Of juist niet? Maar voordat we ons echt  zorgen kunnen maken, komt er een vriendelijke voorbijganger langs, die ons vraagt waar  we op wachten. We leggen uit dat we de meneer van de Intercom niet goed hebben begrepen. Nou, dan vraagt hij het toch even? En hij komt vervolgens gezellig bij ons op het bankje een praatje maken. Woont toevallig in Avignon en vindt het prachtig dat we “zijn” stad net hebben bezocht. Je moet terugkomen in juli, adviseert hij, dan zijn er allemaal festivals. En weg is ie, want zijn busje komt zo…

Ondertussen is het flink gaan waaien, het is code oranje. Maar ja, wij moeten wel naar huis. We denken dat onze oppassers al naar bed zijn, maar die zitten nog heel gezellig op ons wachten. Ze vertrekken de volgende dag, maar niet nadat Rien al het verrichte tuinwerk heeft bewonderd. In drie etappes heeft Ed alle heggen rondom ons terrein gesnoeid, sommige hagen waren 4 meter dik en bijna 3 meter hoog.. Onze tuinkabouter die in de zomer die heggen kortwiekt moest tot nu toe met een laddertje in een sloot staan, naar boven klauteren, een halve meter snoeien en dan de ladder weer verplaatsen. En wat een wankel evenwicht! Dat hoeft dus niet meer op die manier.

En nu weer in het gewone zomerritme. De eerste gasten van het seizoen zijn er, dat is ook weer gezellig.

 

 

We boffen weer eens. Vlak voor ons seizoen begint gaan we nog een weekje logeren bij een Bekende Nederlander, op Ibiza. En onze oppas komt al een paar dagen eerder, zodat wij er nog een stedentripje aan vast kunnen plakken. Op vrijdagochtend vertrekken we naar Avignon, hét centrum van kunst en cultuur. Maar ook een stad met een rijke geschiedenis. En zo mooi, dat het hele oude centrum op de lijst van Werelderfgoederen staat.

De meeste hotels zijn er pittig geprijsd, maar wij vinden een buitenkansje: Residence Les Cordeliers heeft nog een betaalbare studio vrij. Het ligt net binnen de vestingmuren in het oude centrum. Het personeel is uiterst plezierig, geeft goede tips om wat te doen en waar te eten. De studio is prima, het bed ook. Een dikke 10 voor dit geheel.

Vanaf onze kamer lopen we via een mooie route meteen naar het Palais des Papes. In 1309 vestigde Paus Clemens V zich in Avignon, omdat hij in Rome van alle kanten bedreigd werd. Vanaf 1335 tot 1364 bouwden verschillende Pausen aan het grootste -15.000 m2!  -gotische paleis van Europa. De Franse koning bemoeide zich echter steeds meer met de Paus, waarna deze terugkeerde naar Rome. De Franse kardinalen waren het daar niet mee eens en benoemden een eigen Paus. Toen waren er tijdelijk dus 2…

Om een eerste indruk van Avignon te krijgen gaan we met een toeristentreintje langs alle highligts. Wat een prachtige, oude stad! Het grootse Palais des Papes maakt meteen een geweldige indruk. Op hetzelfde plein het mooi versierde Hotel des Monnaies. Aan het Place de l’ Horloge staat, naast het Theatre,  ook het stadhuis, Hotel de Ville, met een klokkentoren uit de 14e eeuw. Indrukwekkend zijn de puntgaaf gerestaureerde vestingmuren, rond het oude centrum gebouwd in de 14e eeuw: bijna 5 km lang, met 39 massieve torens, kantelen, schietgaten en verschillende stadspoorten.

Onderweg zien we diverse Musea (een aparte stadswandeling leid je langs deze musea en andere monumentale panden).

Op het plein voor het enorme Paleis drinken we wat en dan lopen we de 2,5 km weer terug. In de Rue de Teinturiers met veel alternatievelingen en kunstenaars komen we terecht in een van de 2 restaurants die de hoteldame ons had aanbevolen. We eten er fantastisch, voor een normale prijs. Het is een bruisend nachtleven, daar langs het Sorgue- kanaal.

De volgende dag lopen we via een andere route naar de bovenkant van de stad en bekijken het romantische park, het Rocher des Doms, met talloze fonteinen, standbeelden, een meertje met mooie zwanen en een grot.

Van hieruit een prachtig uitzicht over de Rhône en de Pont d’ Avignon. We dalen daar af naar het gratis pontje over – een arm van- de Rhône, dat vaart naar het Ile de la Barthelasse, met haar 700 hectare het grootste riviereiland van Europa.

Daar lopen we een eind langs de rivier en gaan via een vaste brug weer terug naar de stad. Dan opnieuw 2,5 km lopen naar onze kamer, voor een korte siësta. De bezichtiging van de 25 zalen van het Palais des Papes staat daarna op het programma. Buiten ziet het paleis er redelijk sober uit, binnen was het een en al rijkdom. Diverse kapellen zijn van top tot teen versierd met fresco’, muurschilderingen. De zalen waren enorm, bijvoorbeeld 34 meter lang, 10 meter hoog en 50 meter breed.

 

Na anderhalf uur is het genoeg geweest, de Pont d’ Avignon staat wel op onze foto’s, maar we hebben geen tijd meer om die te bezoeken. Deze brug heet eigenlijk de Pont Saint Bénezet, genoemd naar de arme herdersjongen die met onmenselijke kracht een steen optilde, die de basis voor de brug vormde.

Deze jongen kreeg een visioen, waarin hij werd opgeroepen een brug over de Rhône te maken. Tussen 1177 en 1185 werden 22 bogen gemaakt, over 900 meter, ter ondersteuning, maar vanaf 1668 staan er nog 4 overeind. Het kapelletje op de brug is wel bewaard gebleven.

Iedereen kent wel het liedje

Sur le pont d’Avignon, on y danse, on y danse..

maar er werd nooit op deze brug gedanst..Misschien dat er ooit een danslokaal was, zeker weet men het niet.

We lopen terug naar ons gezellige wijkje en eten er wederom voortreffelijk.

De volgende dag rijden we richting Marseille. Pas ‘ s avonds vliegen we naar Ibiza, maar we gaan alvast die kant op. Onderweg drinken we een kopje koffie en zien een typisch Franse steiger: die hangt gewoon met 1 bout in een muur. Je zult er maar moeten werken…

Wordt vervolgd.

 

PS. Meer foto’s staan vanaf vrijdag op de Facebookpagina van Mas Dea Augusta.

 

Omdat we op 400 meter hoogte wonen komen de bloembollen pas laat boven de grond. Eind maart kwamen ook pas de eerste blaadjes aan de bomen. Maar daarna ging het ineens hard. De bollen bloeien inmiddels uitbundig, de fruitbomen lijken overdekt met een laken van kant en de rozen zitten volop in de knop. Ook buiten onze eigen tuin is het mooi. Ik geniet mateloos van de Wilde Bostulp. Dat is een beschermde plant, die vooral rondom Die voorkomt.

Bijna iedere dag passeer ik het nieuwe bedrijventerrein in aanbouw en telkens moet ik een beetje grinniken. Jaren geleden werd er aan de noordkant van Die een project met sociale woningbouw wel een half jaar stilgelegd, vanwege die Wilde Bostulp. Er kwamen biologen aan te pas om ze uit te graven en op een andere plaats te planten. En waar werd dat gedaan? Precies op de plek waar een ecologisch bedrijventerrein was gedacht. De bouw daar werd eerst drie maal stilgelegd vanwege allerlei archeologische vondsten, zoals grafheuvels. En dat is ook typisch Frans: ze stuiten op iets, gooien het gat dicht, dan komt er een tweede ploeg graven en de boel onderzoeken. Gat dicht en nog een derde keer…

Als er leidingen in de grond moeten worden gelegd gaat dat net zo: men graaft een geul,leggen buizen voor elektra erin en dicht. Daarna, voor de aanvoer van bijvoorbeeld water, wordt er weer een greppel gemaakt, die vervolgens ook dichtgegooid wordt. En dat kan voor een derde of vierde keer gebeuren als er riolering of een telefoondraad in moet. Voor ons Nederlanders onbegrijpelijk, maar het heeft hier alles te maken met wie verantwoordelijk is voor wat. Daar zit wat in. 

Zo ging dat dus ook met die opgravingen. Daarna moest de Wilde Bostulp opnieuw worden verplaatst door een stel biologen. En de bedrijven die wilden bouwen, moesten maar wachten…

Of de verplanters hun werk niet goed hebben gedaan, of dat er spontaan vermenigvuldigingen hebben plaatsgevonden, dat weet ik niet. In ieder geval is het toch nog een zaaibed van gele bollen. Helaas zijn ze superbeschermd ( boete € 800,- als je ze uitgraaft), dus ik mag er niet een paar pikken om in mijn eigen tuin te zetten. Gelukkig krijg ik er een stel van de vroegere buurman. Die vindt de bescherming maar onzin: hij woont achter de grote Cave, waar ze vanwege de uitbreiding zoveel onkruidverdelger hebben gespoten dat daar deze hele eeuw geen bol meer op zal komen. Maar ja, regels zijn regels: pikken en herplanten is verboden, doodspuiten mag wel.

Met dezelfde buurman gaan we uit eten en we rollen weer eens van verbazing van de stoel. Niet ver van Die is er een gemeente, Rochefourchat, die bestaat uit 1 inwoner. Deze oudere dame woont er zelfs niet eens permanent. Het kan nog gekker: op Internet valt te lezen dat er in Frankrijk 7 gemeentes zijn die überhaupt geen inwoners hebben. In Nederland is er regelmatig sprake van een gemeentelijke herindeling, omdat men vindt dat gemeenten met minder dan 10.000 inwoners niet de mogelijkheid hebben om voldoende deskundige ambtenaren aan te trekken. Hier denken ze daar dus anders over. Overigens: met 1 inwoner is het wel zo gemakkelijk: de burgemeester, ambtenaren en bevolking zijn het altijd met elkaar eens…

Ondertussen blijven wij genieten van het voorjaar. Niet alleen de gele Wilde Bostulp staat te bloeien, de Gewone Vogelmelk met haar witte bloemen valt goed op het gras, net als de honderden Blauwe Druifjes. Maar ja, het gras moet weer gemaaid, dus de Druifjes worden door Rien geplet.

Als we weer eens naar Valence gaan, komen we onderweg een wonderboom tegen. Een Blauwe Regen heeft zich daar omhooggewerkt langs alle takken van een boom. Nu die plant volledig in bloei staat is het een juweeltje om te zien.

Nog zo’n juweeltje begint net in onze tuin te bloeien, de Tamaris. Deze boom stond er al toen we dit huis kochten en is dus al behoorlijk groot. Vanaf ons terras kijken we op een roze wolk van fijne bloemen. Straks, na de bloei, vormen de takken met zijn smalle bladeren een prachtig,natuurlijk zonnescherm.

Tamaris

De tuin biedt ons nóg een onverwacht cadeautje. In juni hebben we in ons weiland wel 30 tot 40 orchideeën staan, de Orchis Pyramidalis. En de Bokkenorchis groeit hier ongeveer als onkruid langs de kant van de weg. Van de Orchis Militaris, het Soldaatje, hebben we er maar eentje, ooit eens weggenomen van een plek waar niemand ervan kon genieten. Gestolen goed gedijt niet, zeggen ze, maar deze wel. En nu vinden we zomaar een Purperorchis in het talud dat vorig jaar met een shovel volledig omgespit is. Er blijken er nog meer te staan, wat een cadeautje, zomaar half april.

Het lijkt wel of de natuur inmiddels in de hoogste versnelling staat. In Die zijn verschillende gevels veranderd in een lila wolk, dankzij de Blauwe Regen. In de bermen en in de tuinen staan ook de Irissen volop te bloeien, net als de Sering in verschillende kleuren en de gele Gouden Regen. Prachtig allemaal.

En waar ik ook van geniet: Riens belangrijkste project van deze winter is eindelijk af. Het heeft hem heel wat hoofdbrekens gekost voordat de schets van een veranda veranderd was in een bouwtekening. En daarna het traject van tekening naar de realisatie. Meestal denk ik wel mee,maar deze keer wist hij precies hoe het moest worden. Ik had er een hard hoofd in, maar moet toegeven dat ie het mooi bedacht heeft en uitgevoerd.

Nu heeft de grote gîte een mooie schaduwhoek. Omdat we hebben gekozen voor een waterdicht scherm kunnen gasten ook buiten zitten als het – zeldzaam hier- even regent. Nu nog het zwembad schoonmaken en dan kunnen de gasten komen.

Maar eerst gaan we zelf nog een weekje weg.

Tot later!

 

De stekker eruit.

Trump in Amerika heeft het uitgevonden: als zijn leugens worden doorgeprikt, gaat het ineens om “alternatieve feiten”. Waarmee onzin zomaar de waarheid wordt. In Nederland heeft hij al navolgers. De woordvoerders van DENK beweerden bijvoorbeeld dat artsen bij oudere allochtonen eerder de stekker eruit zouden trekken. Volgens mij zijn juist artsen de allerlaatsten die lichtzinnig een leven beëindigen. Sterker nog, als het je diepste overtuiging is dat jouw leven voltooid is of niet meer zinvol, of als het een ondraaglijke last is, dan moet je nog flink je best doen om een arts te vinden die jou wil helpen bij het sterven. Dus dit is volstrekte kletskoek van DENK.

Wat wij hier van anderen horen en ook zelf meemaken is dat “allochtonen” niet altijd even gemakkelijk met artsen kunnen communiceren.

Sommige Fransen rebbelen in een moordend tempo, praten binnensmonds of een beetje dialect: wie raakt dan niet de draad kwijt? Artsen voegen daar dan medische termen aan toe, die je zelfs in het Nederlands nauwelijks kent. En ze draaien hier ook nog eens bekende begrippen om: AIDS  is SIDA en een MRI-scan is een IRM. Niet altijd simpel dus. Ik red me meestal best met de Franse artsen, maar als het even kan vergezelt Rien mij.

Toen ik in januari uit Nederland terugkwam met  een flinke verkoudheid, die daarna overging in bronchitis, was Rien solidair, kreeg het ook, dus gingen we samen naar de huisarts. Zij begon over de ontstekingsremmer die ik al minstens 2 jaar slik. Daar moest ik mee stoppen, had de reumatoloog gezegd. Uit het gerebbel maakte Rien op dat ik het af en toe wel mocht nemen als pijnstiller, maar ík begreep juist dat het een absoluut verbod was. Met een boel ellende als gevolg: de ontstekingen terug en alle energie weg. Zes weken later moest ik er weer zijn voor iets anders en toen wilde ik even weten wie het nu goed had begrepen, Rien of ik. Nou, geen van beiden, want ik moest er pas mee stoppen als ik een vervangend medicijn heb. Sterker nog, gedurende 6 weken moet ik ze allebei gebruiken. Dat had ze toch echt niet gezegd, zo slecht is ons Frans niet…

De reumatoloog is op dit punt echt het tegenovergestelde. Alles wordt gewikt en gewogen, het hele lijstje met mogelijkheden wordt afgevinkt. En eindelijk komt ze ook bij een specifiek medicijn terecht. Maar we zijn er nog niet, ze wil eerst nog een onderzoek van de lever en de longen. Nou, prima, zo’n APK. Het leveronderzoek ging voorspoedig en de arts echode meteen even de nieren. Alles goed, dus fluitend door naar de longarts. Ik heb weliswaar tientallen jaren gerookt, maar nooit veel. Het maximum van 4 sigaretten per dag ben ik al sinds 2013 aan het minderen. Ik zat nu op 1 à 2 per week. Denk maar niet dat iemand zegt: Goed gedaan! En de longarts was al helemaal niet onder de indruk.

Artsen vragen altijd naar je beroep. Wat zeg ik dan? Membre du Parlement National? Dat zei deze man dus niks. Deputé? Dat is een afgevaardigde. Kan zomaar van alles zijn.

“En in Frankrijk, wat deed u daar? Een camping gehad? Wat deed u dan, de administratie?”

Ja, onder andere, maar ook de stadswandeling en koken voor 30 tot 50 personen.(Pas later werd me duidelijk dat hij wilde weten of ik in een vervuilde omgeving had gewerkt.) Daarna begon het echte onderzoek. Eerst op de weegschaal. Ik zei:

“Dat is een beetje “penible“.

Gevatte reactie: “Niet mijn schuld.”

Ik wees op mijn schildklier, maar hoefde verder niks uit te leggen: het litteken in mijn hals had hij meteen al opgemerkt.

En toen werd het echt grappig. Rien kon vanuit de spreekkamer alles zien en die had de tijd van zijn leven. De arts legde uit wat ik moest doen, eerst met woorden, daarna met gebaren. “Héééél diep inademen en dan abrupt uitademen!” Hij leek net een dansende dirigent, die het orkest tot ongekende hoogte opzweepte: hóger, hóóger, hóóóger!! Daarna was het een schoolmeester, die zijn klas tot bedaren probeerde te brengen: láger, lááger, láááger!!

Ik deed echt mijn best, maar het bleef foute boel, ik had niet genoeg lucht. Hij legde omstandig uit dat het om COPD ging. Op Internet las ik later dat COPD voor 85% veroorzaakt wordt door roken, maar dan moet je wel 10 jaar lang ongeveer een pakje per dag hebben weg gepaft. Dat heb ik nog nooit gedaan, geen dag. Maar ja, na de donderpreek van deze arts beloofde ik meteen te stoppen met ook die laatste sigaret.

Na dit onderzoek reden we door naar Noord-Frankrijk, waar we een schitterende chambre d’hôte hadden geboekt. Het lag aan een zijarm van de Moezel en er was een restaurant op 50 meter afstand. Wel dicht, dat stond er net even niet bij op de website. Nadat we het hele dorp – wel mooi- hadden rondgereden vonden we Chez François, een onooglijk dorpscafeetje waar heerlijke pizza’s werden gemaakt. Tot onze verbazing had de man ook een toetje in de aanbieding. Zo uit de supermarkt, nog in het plastic bakje. Reuze grappig. Onze overnachting daar was geweldig. We kregen een ruime kamer, met een behoorlijke stoel en een echte zitbank. En de eigenaresse was allerliefst, we vertrokken uiteindelijk met een fles wijn uit de regio. In veel hotels tref je het slechter.

’s Ochtends voor het vervolg van de reis maakten we nog even een wandeling langs de Moezel. Werkelijk schitterend! We begonnen in de mist en eindigden in de zon.

Toen we twee weken later terugkwamen in Die troffen we huis, haard en poes geweldig verzorgd aan. ( Iedere avond kregen we een appje, met een foto van Gaia: op schoot, op de kast, buiten, verkiezingsuitslag kijken enzovoort) Als dank voor de goede zorgen loop ik daarna met de oppassers de stadswandeling in Chatillon-en-Diois. Wat was dit weer leuk om te doen!

En meteen daarna mocht ik weer het medische circuit in. Eindelijk kreeg ik het recept voor de nieuwe medicijnen, daar rijd je dan weer 140 km voor… Twee dagen later opnieuw naar hetzelfde ziekenhuis, want de dansende longarts wilde een MRI van de longen. Om zeker te zijn, zei hij, maar ondertussen begon ik hem wel te knijpen. Met COPD kan ik wel leven, maar wat als het longkanker is?

De ontvangst bij de scanner was niet echt plezierig. Als een stout kind werd ik terechtgewezen door zo’n jonge hittepetit die me niet goed uitlegde wat ik moest doen.

” Normaal ademen en als ik het zeg helemaal uitademen en dan blokkeren!” Ja, maar als je dan net uitgeademd hebt, kun je er niet veel extra lucht meer uitpersen. Nog een keertje overdoen dus en toen dat opnieuw fout ging, dreigde ze: misschien moest het onderzoek nog wel een derde keer. Zou die geit dat nou ook doen met Fransen? Ik zou haar stekker er wel even uit willen halen!

Na een uur wachten hadden we een gesprek van 3 minuten met de arts die de MRI moest beoordelen: helemaal niets aan de hand,slechts een minimale bronchitis.

Met die resultaten liepen we naar de longarts. Hij herkende me meteen, zei tegen de assistente dat ik beloofd had onmiddellijk te stoppen met roken en was beslist tevreden met de uitkomst van het onderzoek. Was dat nou zijn bedoeling? Mij flink schrik aanjagen? Dat is hem gelukt. Maar deze allochtoon trekt voorlopig even de stekker uit die artsen…

De mal voor een mooie taart

De mal voor een mooie taart

Wij begonnen in Nederland al vroeg met uitgebreid koken voor vrienden. Dat was altijd een mooie aanleiding om nieuwe gerechten uit te proberen. Regelmatig hadden we thema-avonden, zoals Mexicaans, Italiaans, Argentijns of Grieks. Tegenwoordig is dat niet meer zo’n hele klus, je koopt een pak uit de serie Wereldgerechten of struint een beetje rond op Internet, toen schafte je steeds nieuwe kookboeken aan.

Kortgeleden vond ik een Grieks kookboek terug en dat was perfect voor een etentje met vrienden: Rien maakte Kleftico, een lamsvleesgerecht, en ik een echte Griekse salade. Vriendin M. wilde daarna graag het recept van mijn dessert. In ruil daarvoor kreeg ik er een van haar, een meer dan verrukkelijke chocoladetaart met amandelmeel. Ik had net daarvoor een prachtige tulband in roosvorm gevonden bij de Lidl. Bolletje ijs erbij, toefje slagroom ernaast: dit mag op het menu voor de table d’hôte.foto-2

 

Verjaardagen spelen bij de Fransen niet zo’n grote rol. Koffie met gebak, een borrel drinken of een feest geven, dat doen ze eigenlijk niet. Bij een kroonjaar, een 25-jarig huwelijk of het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd pakken ze wel meteen uit, meestal met een repas. Bij onze buren van de camping was dat een paar keer van midi a minuit en dat betekende ook echt van 12 tot 24 uur eten, al mocht je tussentijds wel een duik in hun zwembad nemen.

Anderen kiezen ervoor om iets te vieren in een restaurant of laten de traiteur hapjes en maaltijden bezorgen. De afgelopen zaterdag mochten we een verjaardag meevieren in La Petite Auberge. Aan dat restaurant hebben we mooie herinneringen. Toen we de tweede keer de boerderij bezochten, voor de aankoop, logeerden we in dit hotel/restaurant. In die eerste jaren gaven de toenmalige eigenaren ons altijd het gevoel van “thuiskomen”. De vorige eigenaar was een echte topkok, maar met een voorliefde voor alcohol. Uiteindelijk ging dat mis. Daarna kwam er een jong stel in. Samen knapten ze het hele pand op en hij werd steeds beter in de keuken. Afgelopen zaterdag genoten we daar van een geweldig zesgangenmenu, waarbij je de vingers er bijna bij opat.

img_0796Het was een heel speciaal gezelschap, vijf Engelsen en vier Nederlanders. De eigenaresse van de auberge sprak Frans, haar man/ kok Nederlands. Dat betekende dus steeds overschakelen op een andere taal. Dan zeg je ineens trois tegen een Engelse dame, terwijl je three bedoelt.. En ook bijzonder: onder de aanwezigen waren verschillende schrijvers. Eén man was na zijn pensionering gepromoveerd als historicus en heeft sindsdien minstens 15 boeken over de Eerste Wereldoorlog geschreven. En een van de dames -die  accentloos Nederlands, Engels en Frans sprak- heeft al een aantal tweetalige kinderboeken op haar naam staan. De feestvierder zelf, een professor, had acht boeken gepubliceerd. Daar ben ik maar een kleintje bij, bezig met mijn derde boek in het tempo van een slak. Maar toch wel bijzonder: negen mensen aan tafel, waarvan er vijf boeken hebben gepubliceerd.

Niet minder interessant zijn de etentjes met collega’s uit de toeristenbranche. Er valt altijd wel wat uit te wisselen over ons vak: het aantal boekingen, contacten met gasten, investeringen enz. Of over privézaken, zoals gelezen boeken en nog te kijken films. Met hen nemen we regelmatig een middagmenu bij restaurant Mazel. Overal in Frankrijk kun je tussen de middag genieten van een dagmenu voor weinig geld. Vrijwel altijd gaat het om 1 hoofdschotel en als je dat niet lust, heb je pech gehad. Zo loop ik een stukje verder als het om andouille gaat -worst van ingewanden-, of tripes, de darmen. Dat laatste mag dan een specialiteit in deze regio zijn, mij niet gezien!

Eimg_0788en enkele keer biedt een restaurant de keus tussen bijvoorbeeld vlees of vis. Maar Mazel slaat alles: daar kun je kiezen uit vijf voorgerechten, vijf hoofdschotels en zes desserts. Dat kost € 12,50 p.p. Met een kwart liter wijn p.p. en een kop koffie erbij € 15,-. En het is allemaal even lekker. Natuurlijk zijn er meer restaurants die echt de moeite waard zijn, die staan op ons lijstje voor het zomerseizoen.( Ik heb geen aandelen, krijg geen etentje en of zelfs een glas wijn aangeboden voor deze reclame: dus oprecht gemeend.)

Ondertussen is het hier al echt voorjaar, tenminste deze week. De bloembollen in de tuin komen voorzichtig boven. Ik vind her en der polletjes narcissen, die ik wel zelf geplant heb, maar kennelijk niet in het hoofd opgeslagen. Een echte verrassing dus. Dat geldt ook voor de Hyacinten, die onze oppassers vorig jaar meenamen: dat ze nu weer opkomen is een dubbel cadeau. De wilde Primula’s zijn ook prachtig, alsof ze zo uit de winkel komen. En op het terras staat een pot Blauwe Druifjes uitbundig te bloeien. De bijen en hommels hebben het maar druk met de honing eruit te halen.  img_0786

Primula's, gewoon in onze tuin.

Primula’s, gewoon in onze tuin.

Dit is zo’n mooi begin van weer een seizoen met gasten: de tuin die iedere week mooier wordt, de investeringen in de gîtes, straks het zwembad weer open… en nog veel etentjes te gaan in Die.

 

 

 

men-161005__340Er zijn soms uitdrukkingen in de familie- of kennissenkring, die een speciale betekenis hebben, of meteen een aardige herinnering oproepen. De grappigste voor ons is eentje van jaren geleden, nog in Nederland.

We aten met vrienden in een Grieks restaurant en naast ons zat een stel bobo’s. Het was de huisarts uit een naburig dorp, met zijn vrouw. Zij was toen gemeenteraadslid en stoomde later via de Provinciale Staten door naar de Eerste Kamer. Bij hen aan tafel zat de plaatselijke opbouwwerker, die zich heel wat meer voelde dan de gemeenteambtenaar die ik toen nog was. Later draaiden de rollen om, toen ik -voor hen- onverwacht in de Tweede Kamer kwam. Die avond was er een nieuwe serveerster, die het vak nog moest leren. Toen de tafel naast ons uitgegeten was, vroeg ze vriendelijk:

“Hij zat had?”

Dat is zeer plat Drents voor “Heeft u voldoende gegeten?”

Het moet gezegd, de mensen naast ons verblikten of verbloosden niet. Nog steeds gebruiken Rien en ik onderling die uitdrukking. Als we uitgegeten zijn, zeggen we: “Zat had!”

 

Rien had vroeger een paar ooms die in het buitenland werkten. De Engelse zat in de diamanten, een ander in het Midden Oosten en een derde deed iets bij de KLM in het buitenland. Van wie precies de uitdrukking kwam, weten we niet, maar het was een gevleugelde uitspraak: ” We kijken door de voorruit.” Oftewel: ” We zien er naar uit!” ( we’re looking foreward).

img_0782De Engelse oom had vaker van die aardige opmerkingen. Hij was een groot liefhebber van alles wat groeit en bloeit. Oom had bijvoorbeeld een uitgebreide verzameling vogelbeeldjes, drie ervan staan nu bij ons. In de tuin bij hem in Kent groeiden verschillende soorten orchideeën en hij kroop bijna over de grond om ze te zien groeien. En in de serre had hij een schitterende collectie Venusschoentjes en andere exotische bloeiers.

” Om te janken, zo mooi!”, zei hij dan.

Zittend voor de televisie was het een emotionele man, net als Riens moeder trouwens. Was er op de televisie iets schokkends te zien, dan reageerden ze beiden met soortgelijk commentaar.

“Rotzakken!”

“Wat een wereld!”

En H. voegde er aan toe:

“Er moet meer geschoten worden!”

Dat meende hij niet echt, maar zijn verontwaardiging was dat wel.img_0783

Rien herhaalt een variant daarop regelmatig:

“Allemaal doodschieten!”

Dat bedoelt hij niet zo, want elk spinnetje in ons huis wordt persoonlijk door hem gered:”want het zijn levende wezens.”

Je zult in het echt maar degene zijn die moet beslissen over leven en dood! In januari 1991 moest de Tweede Kamer instemmen met het al dan niet meedoen aan de Golfoorlog. Ik was me er zeer van bewust slechts een minuscuul radertje in het geheel te zijn en ook dat mijn stem absoluut niet doorslaggevend was. Maar ik had er echt nachtmerries van, daarover te moeten (mee)beslissen. Als je voor de doodstraf bent, moet je ook het lef hebben om zelf de knop in te drukken, zelf de laatste spuit te geven. Zo ben ik niet. Maar toch….af en toe verwens je wel sommige criminelen. Deze week zagen we weer eens een flits van Opsporing Verzocht. Een van de verhalen ging over een zeventigplusser. Die deed op een avond de deur open, waarschijnlijk met de hoopvolle gedachte dat er bezoek kwam. Meteen werd zijn gezicht tot appelmoes geslagen. En dat voor een buit van twee mobiele telefoons en een portemonnee. Dat zijn momenten waarop Rien zegt:

“Doodschieten, allemaal!”

Of de drie gozertjes die zonder enige aanleiding een ouder homopaar in elkaar beukten. Dezelfde verwensing.

Van mij hoeven die gasten niet dood, maar ik ben wel voor echt strenge straffen. En geen gemier van advocaten-van-de duivel dat ze een slechte jeugd hebben gehad. Ook al is je vader inbreker en slaat hij je moeder regelmatig in elkaar, dat geeft jou geen enkel recht om hetzelfde te doen. Als kind weet je al, dat je geen Euro uit de knip van je moeder mag jatten. En als je dat van huis niet meekrijgt, dan heb je nog altijd de onderwijskrachten, de buren, de ouders van je vriendjes en de televisie: het kan je gewoon niet ontgaan wat goed en fout is. Streng straffen dus. En dat de geitenwollen sokken dan zeggen dat ze daar niet beter van worden,  dat boeit me niet zo: de maatschappij wordt er wel beter van.

Ook verbazingwekkend, het hele gedoe rond Patricia Paay. Persoonlijk kan ik me niets voorstellen bij plassex en vind ik het een beetje naïef om daar een filmpje van te maken. Maar het is en blijft privé. Wat je in je slaapkamer doet gaat niemand wat aan. Dus het hacken van zo’n filmpje is totaal illegaal. Het verspreiden ervan is nog vele malen erger. GeenStijl ( en Dumpert) doet werkelijk zijn naam eer aan. Beide clubs horen bij de Telegraaf en die zou toch moeten weten wat Privé is. Doodschieten hoeft nog net niet, maar de schadeloosstelling voor La Paay kan wat mij betref niet hoog genoeg zijn.

Word ik nu een rechtse bal? Misschien wel, maar als grenzen worden overschreden hoort dat consequenties te hebben. Het is jammer dat er geen nieuwe partijen meer bij kunnen voor de TweedeKamerverkiezingen, anders zou ik de PVSS oprichten, de Partij Voor de Strengere Straffen. En nee, doodschieten hoort daar niet bij…trump-1938339__340