Feeds:
Berichten
Reacties

Hartkloppingen

Mijn hart gaat echt sneller kloppen, nu we sinds 11 mei weer zonder verklaring weg mogen, in een straal van 100 km rond ons huis. Ook al moeten we mensen letterlijk op afstand houden, we mogen gelukkig onze vrienden weer ontmoeten.

Direct maandag gaan we naar onze buurtjes van de camping, die we 10 weken niet hebben gezien. Je kunt wel eindeloos bellen, maar dit is fijner.  Op dinsdag komen de kopers van ons huis hier borrelen. We hebben spannende tijden met hen achter de rug -steeds in een goede sfeer- maar gewoon met elkaar aan tafel zitten, praat toch wat gemakkelijker. En ze zijn echt van onschatbare waarde voor ons, bijvoorbeeld met hun ervaring in de financiële wereld.

Op woensdag komen vrienden bij ons eten, donderdag halen wij een repas  bij anderen. M. is een uitmuntende kok, maar om de plaatselijke restaurants te steunen, maakt zij maximaal gebruik van de maaltijdbezorging.
Aan het eind van die middag gaan wij met een volgeladen auto naar de koper van onze camping. Alle Nederlandse boeken, Dvd’s en Cd’s gaan die kant op, net als de mappen met door mij vertaalde wandelingen, de uitgezette autoroutes en de map met fietstochten. Uiteraard moeten we een apéro drinken. Meteen komen er verhalen naar boven over de verkoop in 2011/2012. Gelukkig konden we vanaf het eerste moment echt goed met elkaar opschieten, want er ging nogal wat mis tijdens het proces. De bank in Die bijvoorbeeld zegde hem een lening toe, en vlak voor de overdracht bleek dat zij die bevoegdheid niet eens had. En toen het wél rond was, vergiste de notaris zich en schreef dat de financiering NIET akkoord was. Misverstandje, maar je krijgt er wel hartkloppingen van.

De koop en verkoop van een huis is nooit een simpel klusje. De rijke pa van een studievriendje van Rien had indertijd een leuk huisje voor hem gekocht. Vlakbij P. kwam net zo’n kneuterig woninkje te koop. Met Riens vader als borg konden we 19.500, – gulden lenen, voor het huis inclusief kachels, vloerbedekking en gordijnen.
Na de overdracht waren de mooie kachels vervangen door rotte barrels. Als studentjes hadden we volstrekt geen weerwoord.
Het huisje tegenover ons werd daarna gekocht door een kennis, een koppelbaas.
Na het afstuderen kreeg ik een baan 125 km verderop. J. had een vriendje die ons huisje wel wilde kopen. Er kwam zo’n yup binnen, die bij allerlei persoonlijke spullen zei: “Dat zit natuurlijk ook bij de koop inbegrepen”. We hadden geen idee hoe je dan moest reageren…
We spraken af dat wij de dag na de verhuizing het huis zouden schoon maken en dan enige planten uit de tuin mee nemen. Toen we aankwamen was er echter al een grote schoonmaakploeg aan het werk en de tuin gesloopt. Daar hadden we dan enkele reis 125 km voor gereden…

In Westerhaar hadden we meer geluk: op de dag dat wij informeerden naar een koophuis kwam er net eentje beschikbaar. Een paar jaar later verkochten we dat.  Wijs geworden door de eerdere ervaring lieten we in de akte opnemen dat wij de door een architect aangelegde tuin binnen 6 weken, dus net na de zomer, zouden leeghalen. Nou, dat hoefde niet meer, want een dag na de verhuizing was de tuin plat. Er kwam namelijk een grasveld met een haag van coniferen. Natuurlijk hadden we een rechtszaak kunnen aanspannen, maar we lieten het daarbij. Gerechtigheid: de dame in kwestie had een nieuwe lover en die kleedde haar binnen een paar maanden letterlijk en figuurlijk volledig uit.

Toen we heel veel jaren later ons volgende huis wilden verkopen hadden we in eerste instantie niet zo’n goeie makelaar. Iedereen die ons huis zomaar wilde bekijken liet hij binnen. Bijvoorbeeld de vrouw van een badmintonvriendje die meteen zei: “Nou, ik heb wel eens mooiere huizen gezien”. Dat mag je denken, maar ook zeggen?
En de echtgenote van een arts- die later de landelijke pers haalde vanwege ruzies in de maatschap- meldde dat ze graag huizen bekeek, omdat ze overal een glas sherry vroeg en kreeg…
De volgende makelaar kon het dus alleen maar beter doen en deed dat dan ook.
Weer jaren later, toen we vanwege de Frankrijkplannen de woonboerderij wilden verkopen, hadden we opnieuw een aantal bijzondere kijkers. Ook al kun je op foto’s prima zien hoe een huis eruitziet, toch kregen we vreemd commentaar: mijn kasten passen hier niet, de schilderijen kunnen niet aan de muur. Dat was een poging om de prijs te drukken, want later meldden ze zich opnieuw. We gingen op vakantie en in dat ene weekje kregen we ineens 3 echt geïnteresseerde kopers. Er kwam bijvoorbeeld een mevrouw langs en een half uur later hadden we een prachtig bod. Binnen no time echter vroeg ze of ze een ton zwart kon betalen. He? Wat moeten wij met zoveel zwart geld? Om haar ter wille te zijn hebben we de dingen die wij toch al wilden achterlaten, qua waarde wat opgekrikt, maar dat was het dan.
Gelukkig verliep het hele proces correct.

Via een zomerhuisje en het appartement bij Riens oudste broer kwamen we in Frankrijk. Drie dagen na aankomst zouden we de definitieve akte tekenen voor de boerderij, maar helaas…vertraging. Er moest nog een stuk grond worden opgemeten door het kadaster en daar was een wachttijd van 9 maanden. Gelukkig werkte er een familielid van de boer en kon de ellende tot 2 maanden beperkt worden.
We hadden onze buitenlandhypotheek in Nederland geregeld en toen, terwijl we daar al zaten met de hele inboedel, ging de ING dwarsliggen. Onze verzekeringsman had weer een kennis die vaker met dat bijltje gehakt had. Binnen een dag was het in orde en waren de hartkloppingen voorbij.

Toen we bij de notaris zaten -om eindelijk deze verkoopakte te tekenen- lag die man onverwacht dwars. De ING had niet het hele bedrag overgemaakt, precies de notariskosten was men vergeten. De notaris dreigde: Als je niet eerst met dat geld over de brug komt, krijgt de boer de verkoopprijs niet. Gelukkig had ik het chequeboek in de tas en kon het worden opgelost. Maar door al dit gedoe kregen we wel een band voor het leven met de boer. Letterlijk, want we zaten zelfs aan zijn sterfbed.

Bij de aanschaf van dit huis ging alles heel soepel. Overigens geldt dat ook voor het chaletje dat we in 2001 kochten (en later weer verkochten) en de huidige recreatiewoning: geen centje pijn.

En nu gooit het Coronavirus bijna roet in het eten. Onze kopers moesten hun eigen huis kwijt en dat lukte binnen 3 dagen. Mooi, zou je denken. Maar het is een rechter die het huis gaat kopen en die stikte ineens in het werk: gevangenen met lichte straffen worden vervroegd vrijgelaten vanwege het Coronavirus. En juist zij moest al die rapporten beoordelen. Dus wilde ze de koop uitstellen. Maar ook dat kwam in rustiger vaarwater. Die Fransen verblikken of verblozen hier niet van, die zijn het wel gewend. Ik hou echter niet van dit soort opwinding, van deze hartkloppingen. Gelukkig dat ik zo’n kalme echtgenoot heb…

Bij het plannen van onze emigratie naar Frankrijk spraken we af dat ik elke 2 maanden “even” terug zou gaan. Voor de eerste keer zocht ik reisgezelschap en kwam hier in contact met een Nederlandse vrouw. Toen kon ze niet mee, maar ze gaf me wel een tip: “Als je wilt integreren, ga dan vooral in je eentje op een terras zitten. Zo maak je binnen de kortste keren contact”. Een wijze raad, maar in het begin durfde ik echt mijn mond niet open te doen.

In diezelfde tijd leerde ik ook Aline kennen. Zij was hier als au pair naar toe gekomen en aan een Fransman blijven hangen. Allebei zijn ze echt verfranst.
Dat geldt niet voor mij, ook al heb ik nog zo mijn best gedaan om de taal te leren, om Franse vrienden te maken, om me aan te passen aan het leven hier. Maar je gevoelens uitspreken, emoties delen…het blijft toch in de moedertaal een stuk simpeler.

 

Rien en ik zeggen nooit dat vroeger alles beter was, of, in dit verband, dat alles in Nederland geweldig is. Als je tussen twee werelden balanceert, kun je óók kiezen voor het beste daaruit. Zo namen we in het begin steeds Nederlandse kaas mee. We zijn dol op de Franse soorten, als borrelhap, maar ‘s morgens moet er wel een plakje “Gouda” op de boterham. (Inmiddels verkoopt de supermarkt die trouwens ook.)
In ieder winkelcentrum in Nederland kun je keukensets kopen, een theedoek met bijpassende handdoek. Bijvoorbeeld bij de Hema of die van DDDDD, De Doek Die Direct Droogt. Dat soort sets heb ik hier nooit gevonden. Dus hup, in de boodschappenkar.

Uiteraard gebruiken Fransen ook mousse voor in het haar. In Die kon je kiezen tussen goedkoop plaksel van de supermarkt of een dure bus van de kapper. Daarom slaan we er altijd flink van in.
Soms zijn spullen echt veel goedkoper, zoals de schuursponsjes van de Xenos. In ons huis en in de gites gebruiken we er veel van. Nu de eerste verhuisdozen zijn gearriveerd, zie ik pas hoeveel ik gehamsterd heb. Met die sponsjes bijvoorbeeld kan ik gemakkelijk 3 jaar vooruit…

Die hamsterwoede is niet helemaal onbegrijpelijk. Op de camping had ik een bijzondere kwaal, nl. hielsporen, een kalkafzetting onder de voetzool. Met iedere stap heb je het gevoel dat je in een punaise trapt. Wat was ik indertijd blij met het advies van een Nederlandse podoloog: Draag de schoenen van Wolky, die hebben een verende zool. Probleempje: dat merk verkopen ze niet in Frankrijk. Maar gelukkig, er is een website en via vrienden kwamen de Wolky ’s dan wel naar mij toe. Omdat hier maar 1 schoenenzaak is, die slechts een páár doosjes schoensmeer verkoopt, bestelde ik dat er altijd in de juiste kleur bij. 

Wat ik nu tegenkom laat me blozen: ik kan een hele winkel beginnen in verzorgingsproducten: smeersel in alle kleuren, zeep, bescherming tegen regen, borstels enzovoort. Met die prachtige theedoekensets hetzelfde. Wat we daarvan zelf gebruiken gaat natuurlijk mee naar Nederland, maar ik schat dat ik voor de gites wel 20 combi’s heb. Idem met de handdoeken die wij aan gasten beschikbaar stelden. Gelukkig kan mijn hulp-in-huis ze goed gebruiken. Het bedrijf van haar man werkt met Oost-Europese werknemers, die hebben geen cent te makken. Ook overtollig beddengoed gaat daarom die kant op. Als het goed terecht komt geef je het gemakkelijk weg.

Nog zo’n voorbeeld: in Nederland kun je overal mooie kaarsen kopen, ton-sur-ton, tegen een schappelijke prijs. In een stadje als Die kom je die nauwelijks tegen. Dus wat deed ik? Elke keer mooie combinaties in het boodschappenmandje, zonder me af te vragen of ik er nog genoeg had. De hulp is er weer heeeel blij mee…

Ook op een andere manier balanceren we tussen 2 werelden, die van onze jongere jaren en tegenwoordig. Wat komen we bij het opruimen leuke herinneringen tegen! Onze dansschoenen bijvoorbeeld, met suède zooltjes. We hebben echt op een behoorlijk niveau lessen gevolgd. Rien danste veel beter dan ik, die stond ‘s ochtends tijdens het tandenpoetsen zijn pasjes te oefenen, terwijl ik ze geen seconde kon onthouden. Met als effect dat ik nogal eens in een wokkel veranderde, als we samen op de dansvloer rondzwierden.

 

En ik vind mijn allereerste pop terug, zo eentje die kon knipperen met de ogen, dat was wat voor die tijd. Dat cadeau moet mijn tante een kapitaal hebben gekost!
Ook teruggevonden, een foto van alle 150 leden van de Tweede Kamer uit mijn periode. Ik sta ergens op rij 6, was niet zo handig als sommige van mijn collega’s. Die duwden zich bij zo’n gelegenheid altijd naar de voorste plek. Of ze droegen felgekleurde pakjes, zodat ze meteen op zouden vallen. En één collega, die er in dezelfde tijd arriveerde als ik, zorgde er altijd voor dat zij door het beeld liep als er ergens een camera aanstond. Daar kun je dus Minister mee worden…
Ook uit die periode: Toen nog Koningin Beatrix vierde in oktober 1992 haar 12,5-jarig jubileum als Vorstin. Als volksvertegenwoordiger was ik uitgenodigd voor dat feest, samen met Rien. Speciaal voor deze gelegenheid kocht Rien een peperdure stropdas, 150 gulden, en hij beloofde me dat hij die vaker dan 1 x om zou doen. Nou, als hij dat 3x gedaan heeft, houd ik het hoog aan. Nu vind ik die das terug, mét 2 mottengaatjes erin. Maar toch gaat ie in de verhuisdoos, dit is jeugdsentiment…

Elke dag zijn er nieuwe dingen waar je even bij wegdroomt. Bijvoorbeeld al mijn schrijfsels. Mijn gedichten waren tot mijn 22e mijn uitlaatklep. Toen kreeg ik een baan, waarvoor cursusmateriaal gemaakt moest worden, maar ook een onderzoeksrapport naar de onderwijssituatie ter plaatse. Twee jaar later volgde een folder voor alle inwoners van Almelo. Mijn zelfgeschreven lesmateriaal voor Maatschappijleer is niet bewaard gebleven. Maar al mijn toespraken, als lid van de Tweede Kamer en als lid van de Emancipatieraad: allemaal op een stapel. Mijn lesmateriaal voor Startende Ondernemers is ook weg, maar alle columns van Vrijleven heb ik nog, pakweg 500. Wat leuk! Straks in het nieuwe huis ga ik die gedichten misschien wel uitgeven…

Die hele verhuizing is overigens op zich al het balanceren tussen twee werelden. We hebben uiterst plezierige kopers van ons huis, we hebben met bijzonder aardige verkopers in Nederland te maken. En toch verloopt het proces, net als toen we de camping verkochten, lang niet van een leien dakje. We waren al zo blij dat we hier geen ontbindende voorwaarden hadden, nu kunnen de kopers niet meer terug. Dat laatste gebeurt hier namelijk regelmatig, dat mensen hun verhuisdozen al hebben ingepakt en de koop niet doorgaat. Dat kan ons niet overkomen. Maar nu wordt er gesteggeld over een datum, ook buiten de schuld van de kopers om trouwens. Misschien loopt het weer met een sisser af, dat hopen we dan maar. Leuk is anders. Dus ga ik maar door met dozen pakken en herinneringen tegenkomen, een mooie afleiding.
Maar balanceren is het wel….

Sereen, kálm, en misschien ook wel een beetje saai: dat is de wereld om ons heen.
De opsluiting duurt nu al meer dan 5 weken en in die periode zijn de voorwaarden  steeds een beetje aangescherpt: binnen een kilometer van je huis blijven, boodschappen doen in de dichtstbijzijnde winkel, gedurende maximaal een uur en in je eentje. Er is ook een avondklok: niet naar buiten tussen 21 tot 6 uur.
Dat betekent absolute stilte op straat. Heel af en toe rijdt er een vrachtwagen of een bestelbusje, personenauto’s zie je nauwelijks. De trein hebben we ook al weken niet gehoord. Normaal loeien hier om het minste of geringste de sirenes van ambulances, brandweer en politie. En bijna dagelijks landde er een helikopter voor patiëntenvervoer, maar ook die is vrijwel geheel uit de lucht genomen.

Dat betekent een serene kalmte, de hele dag. We hóren ineens onze buren. Het ene stel bestaat uit vijftigers, die normaal fulltime werken. Nu zijn ze aan het klussen. En heel schattig: omdat wij de oudsten zijn, komt buurman even informeren of alles goed met ons gaat.
In het huis meteen naast ons woonde eerst een oudere dame, met wie we een wisselend contact onderhielden. Zo hadden we eens een leuke, jonge tuinman, Mohammed. De buurvrouw vroeg ons netjes of zij wel even met hem mocht praten. Om vervolgens zo’n heftige ruzie met hem te maken, dat Mohammed nooit meer op kwam dagen. Eenmaal probeerde ze ook Rien op de kast te jagen, maar die werd daar niet warm of koud van…

Nadat ze voorgoed het verpleegtehuis inging was het huis binnen een mum van tijd verkocht. Ineens is er weer leven in de brouwerij. En eindelijk functioneert ook de afscheiding tussen de beide tuinen. Toen we hier kwamen wonen maakten we meteen een hek van gaas om onze poezen binnen boord te houden. En op het terras boven was een grote hor neergezet. Alle drie namen zij die hindernissen binnen vijf minuten om daarna triomfantelijk omhoog te kijken: Kijk eens wat we kunnen? Gelukkig liepen ze niet weg. En nu, eindelijk, hebben we plezier van die afscheiding. De poezen blijven namelijk redelijk in hun eigen kamp.

Alhoewel…… net als ik deze column wil plaatsen stapt de zwarte kat bij ons de woonkamer binnen. Gaia vindt het niet leuk, maar krijst niet eens. Die worden wel vriendjes.

 

Natuurlijk moet ik wel boodschappen doen. Maar eerst je verklaring invullen, de kleffe plastic handschoentjes aandoen…het is geen lolletje. En ook in de supermarkt loop je niet lekker te slenteren. Het is namelijk een behendigheidswedstrijd, je ontwijkt zoveel mogelijk andere mensen, want niet iedereen houdt zelf netjes afstand. Terwijl ik op 1,5 meter blijf bij een caissière, hijgt een jongen ongeveer in mijn nek, omdat hij gecharmeerd is van die jongedame.
En bij de deur hangen 3 zwervers rond, waarvan er eentje mijn boodschappenkar bijna induikt, om het vrijkomende muntstuk te bietsen. Natuurlijk dragen zij geen maskers.
Ik ook niet, want die zijn hier niet te koop. Wel heb ik een sjaal en als iemand te dichtbij komt, kruip ik daarin weg.

Het is trouwens wel grappig om te zien hoe inventief mensen worden. Een oud baasje bijvoorbeeld heeft een vierkant lapje voor zijn gezicht hangen, hij ziet eruit als een echte struikrover.
Onze makelaar komt langs en toont mij haar zelfgemaakte masker. Het zijn 2 koffiefilters over elkaar en aan de zijkanten wat elastieken. Zo debiel ga ik echt niet over straat! Ze draagt hem zelf overigens ook niet.

In principe zijn alle bedrijven geopend, die “noodzakelijke” dingen verkopen. Voedsel is natuurlijk logisch, maar bouwmaterialen? Die zaak is alleen voor “professionals” geopend. Daarom vragen ze of je een rekening hebt. Ja, die hebben we, ook al gebruiken we die niet meer. Dat maakt niet uit. Bij het tuincentrum verkopen ze o.a. diervoeding, de verkoop daarvan is noodzakelijk. Ik laad een kar vol Geraniums, koop 1 zakje brokken voor de poes en dat mag. Overigens hebben ze wel een streng deurbeleid: het aantal mensen dat naar binnen mag is beperkt en dus staan er lange rijen.

Vanaf dat we hier wonen zegt Rien regelmatig: Bureaucratie is een Frans woord. En ook in tijden van Corona wordt dat niet minder. Een vriend van ons wil een herhalingsrecept verlengen, maar moet persé op het spreekuur komen. Dat weigert hij en zijn Nederlandse huisarts is best bereid het recept te mailen. Kort daarna blijkt de Franse huisarts Corona te hebben…
Mijn controleafspraak met de reumatoloog was al een keer verplaatst. Nu belt ze zelf: Of ik echt wil komen, of ik klachten heb. Zo niet, dan kan het consult telefonisch.
Ik heb eigenlijk alleen een herhalingsrecept nodig, maar dat kan dus niet per telefoon. Wel wordt er een afspraak gemaakt voor een teleconsult. Wat is nou het verschil?
Waarschijnlijk is dat een andere vorm van registratie. En waarom zou je het gemakkelijk doen als het moeilijk kan?
Nou ja, het scheelt me een rit naar Valence van 140 km.

Ondertussen zijn we wel Corona moe. In het begin volgden we al het nieuws in Frankrijk en in Nederland, maar we werden er onrustig en gespannen van. Het is net als met programma’s zoals “Opsporing Verzocht”. Kijk een avondje en je denkt dat heel Nederland vol zit met misdadigers. Hier worden in het weekkrantje al een poos niet meer de ernstige ongelukken en inbraken etc gemeld. Dat voelt ineens een stuk veiliger. Ben ik een struisvogel? Niet helemaal, ik lees wel alle maatregelen en adviezen, maar hoef niet iedere avond de mening van Jan en Alleman te horen.
Ik ben corona moe, u ook ?
Daarom was dit mijn laatste column over dat onderwerp.

Een leuke afsluiter: een foto van de schitterende Tamarisk in onze tuin.

Barre tijden?

Om misverstanden te voorkomen, dit is geen klaagzang, in tegendeel. Ik voel me namelijk zeer gezegend. Rien en ik zijn beiden -tot op heden, meteen afkloppen! – gezond en niemand van onze dierbaren is besmet. Je leest in de krant dat door de ophokplicht sommige echtparen elkaar naar het leven staan. Dat is hier niet zo, maar voor het geval ik Rien tóch achter het behang zou willen plakken: we hebben een gîte, dus we kunnen zo apart gaan wonen. Of even afkoelen in onze eigen tuin. Als je driehoog achter woont, met een gezin in een kleine ruimte, is dat toch allemaal anders.
En gepensioneerden hebben een redelijk vast inkomen, al wordt dat in de nabije toekomst misschien wel wat lager. Zelfs in het zwartste doemscenario -dat er een recessie komt van 10%- redden wij het wel. Al zullen wij het ook wel gaan merken. Om een voorbeeld te noemen: we hebben een recreatiehuisje in Nederland dat door de verhuur wordt gefinancierd. Als de huuropbrengsten wegvallen, gaan de parkkosten gewoon door. Dat gaat meteen om duizenden Euro’s. En tóch overleven we dat, omdat wij al drie keer bijna verzopen zijn en weer boven kwamen drijven.

In de zomer van 1978 switchte ik van een fulltimebaan naar 8 uur lesgeven, derdegraads bevoegd, beslist geen vetpot. Vier maanden later kwam er een oliecrisis bij en rezen de energieprijzen de pan uit. Niet voor niks heette de nieuwbouwwijk waar we gingen wonen de kangoeroewijk: hoge sprongen, lege buidels…

Het kwam toch weer goed.

Jaren later zegde Rien een halve baan in het onderwijs op. Hij begon een eigen bedrijf en wilde persé de verbouwing van het pand en de inrichting uit eigen zak betalen. Maandenlang leefden we onder het minimum. Daarna steeg het inkomen weer. Tot ons Frankrijk avontuur.

Onze reserves moesten genoeg zijn voor 1,5 jaar. De begroting van de investeringen was echter op drijfzand gebaseerd: het sanitair blok kostte niet 30.000 gulden, maar 80.000, – euro. Wederom moesten we op een houtje bijten, maar we redden het met kunst- en vliegwerk. Dat gaat dus nu ook wel weer lukken.
Bovendien moeten we een beetje realistisch blijven: bij heel veel mensen gaat de klap harder aankomen. En is gezondheid niet heel veel belangrijker?

Dus eigenlijk mag ik niet eens piepen over het feit dat we weer eens in een pechperiode zitten. Dat begon al in september, toen onze Amerikaanse koelkast kapotging op een manier die vrijwel nooit voorkwam. Een nieuwe moest exact dezelfde millimeters hebben en dus betaalden we de hoofdprijs. In november vrat een muis de isolatie van de oven kapot. Moesten we ook vernieuwen. Een radiator in de hal stopte ermee, na 28 jaar: daar kun je geen commentaar op hebben. Wel op de dure badkamerverwarming: kapot, nét nadat de garantietermijn was verstreken. De thermostaatkraan in de douche ging lekken: ook kassiewijlen. En dan nóg een klapper. Toen we hier kwamen wonen had het huis 6 jaar leeggestaan. De boiler van 300 liter was al die tijd niet gebruikt, dus daar knapte vrijwel meteen de bodem onderuit. Wij waren op vakantie, de buurman regelde met de plaatselijke verwarmingsboer dat er snel een nieuwe kwam, en dan krijg je automatisch de duurste.

Nu sta ik op een ochtend in de buanderie, het washok, op te ruimen. Niks aan de hand. Na de siësta kom ik er weer: de hele ruimte is net een sauna, overal stoom, condens gutst langs het raam. Door overdruk is het deksel van de boiler omhooggeschoten. Alweer een nieuwe nodig. Dit komt maar zelden voor, zegt de leverancier, maar ja, wel bij ons.
Met de zitmaaier heeft Rien ook 2 x pech. Het is drassig en hij glijdt zo de greppel in, gelukkig niet op de kop. Buurman trekt hem er weer uit met zijn kleine Jeep.
Twee weken later is het nog eens raak. Midden in de boomgaard houdt het kreng ermee op. Rien wil de maaier met mijn autootje eruit trekken, maar ook die loopt vast. Uiteindelijk krijgt Rien de NEMO weer op een vaste ondergrond. Maar ja, wat nu? Buurman van de camping mag door de confinement niet langskomen, alle bedrijven die iets zouden kunnen doen zijn gesloten. Dus Rien bestelt een treuil. Ik moet meteen lachen als hij dat woord uitspreekt. Jaren geleden belde mijn overbuurvrouw met de vraag of wij ook een trui hadden. Die wilde ze graag lenen. Dat vond ik maar gek: waarom zou zij nou een trui willen lenen? Dat het om een lier ging had ik even niet door. Maar goed, via Internet komt er een lier en na 2 weken is de zitmaaier bevrijd. Nu nog een nieuwe accu. Hopelijk kan Rien dan weer maaien.

Maar al die pech bij elkaar heeft ook voordelen: Door alle onkosten hebben we ineens minder te besteden. Dus recessie? Daar zitten wij al in. En het goede nieuws? We hebben nog steeds te eten!

Ondertussen maken we kennis met onze nieuwe buren hier. Dat wil zeggen: we horen vooral de buurman, die aan het klussen is. Als de buurvrouw een keer de was ophangt, stapt Rien op haar af. Haar partner komt erbij en ik daarna ook en dat wordt zomaar een gezellig gesprek. Wat weer een toeval: ook buurman is een buitenlander, dat schept meteen een band. Vanwege de confinement mogen we niet een borrel bij elkaar drinken, maar, zegt de buurman: we kunnen best aan beide kanten van het hek gaan zitten en dan allebei ons eigen drankje regelen. Kijk, dat is een man naar mijn hart! En ze kunnen al helemáál niet meer stuk, omdat ze 3 prachtige en lieve poezen hebben. Die beesten blijven vrijwel voortdurend binnen de eigen omheining, zitten rustig om zich heen te kijken, maar onze Gaia kan de “indringers” niet waarderen. Als ze heel sneaky op een avond toch de tuin van de buren ingaat, komt ze daar een vijand tegen. Gekrijs alom. Voor haar zijn het echt wel barre tijden…

En toch valt er ook nog wel wat te lachen. In onze verkoopakte staat vermeld dat wij de riolering aan moeten passen aan de nieuwe normen. Dat is ingewikkeld, want de kopers willen dat graag ecologisch oplossen en ze willen ook de capaciteit verhogen. Daar zijn we samen goed uitgekomen: de verkoopprijs iets omlaag en deze voorwaarde uit de akte. Terwijl in Nederland de makelaar een voorlopige koopakte mag opstellen gaat alles hier via de notaris, dus ook deze wijziging. Helaas, kantoor dicht vanwege het Coronavirus. De gewijzigde akte wordt per mail gestuurd, die moeten we tekenen en daarbij de kopietjes van onze identiteitsbewijzen. De gemeente moet die paspoorten waarmerken, maar dat is een probleem: de Mairie is dicht. Ik bel op en de dame is stupéfait, met stomheid geslagen. Zegt dat ze me terug zal bellen en doet dat prompt. “De politie komt langs om dat te doen”. Vijf minuten later staat de agent op de stoep, met de stempels van de gemeente.

Dus barre tijden? Zolang we niet ziek worden, teken ik hiervoor.

( De Blauwe Druifjes groeien hier spontaan in de berm)

 

Opgesloten

In 2004 werd ik gevraagd columns te schrijven over ons leven hier, de cultuurverschillen tussen Frankrijk en Nederland, de taalproblemen enzovoort. Daar kwamen de belevenissen op de camping bij en ik voegde “toeristische” info toe. En dan af en toe eentje uit de categorie “Lollig bedoeld”. Dat laatste gold voor die van een week geleden.

Meestal zit ik een tijdje te broeden, voordat er een ei is gelegd. En dan gebeurt het dat zo’n “lollige” column ineens een vlag op een modderschuit wordt.Want plotseling ziet onze wereld er anders uit.

 

Het Coronavirus was ons natuurlijk niet ontgaan, eerst in China, daarna in Italië en toen verder Europa in. Wij volgden de adviezen meteen op: handen vaker wassen, niet meer zoenen en een beetje afstand houden. Dat moet ook wel, want formeel horen wij bij de zogenaamde kwetsbaren. Rien ziet er nog steeds uit als een jonge God (of zijn mijn ogen niet meer zo goed?), maar is toch de zeventig gepasseerd. En ik heb een ontstekingsreuma. Dan kun je maar beter het zekere voor het onzekere nemen.

We volgen uiteraard het regionale nieuws en concluderen dat het nog wel meevalt met de besmettingen. We zijn dan ook volledig overrompeld door de plotseling aangekondigde confinement,  de opsluiting.
Macron houdt duidelijk van krachtig optreden, zo was de sluiting van de scholen al in een eerder stadium aangekondigd. Op een bevolking van 67 miljoen mensen waren er toen 6573 patiënten, dat viel eigenlijk nog wel mee voor zo’n groot land. Maar daarvan waren er wel 1187 in de dag voor de aangekondigde opsluiting! Voeg daarbij het feit dat Frankrijk grenst aan Italië, met meer dan 23000 geregistreerde besmettingen op een bevolking van 62 miljoen. Aan de andere grens, met Spanje, gaat het ook hard met het Coronavirus: bijna 13000 gevallen op een bevolking van 49 miljoen mensen. Dus ja, ik begrijp dat krachtige optreden wel.

We lezen dit op maandagavond, kunnen dinsdag tot 12 uur nog vrij bewegen en dat is het dan.
Rien heeft benzine voor de grasmaaier nodig, mijn tank is bijna leeg, dus dat is zijn klus voordat de opsluiting ingaat. Hij dropt mij intussen bij de Intermarché. Een passant zegt daar: “Bon courage!”,veel geluk. Behalve mega lange rijen zijn er lege schappen: geen koffieboon te krijgen en er is nog precies 1 ei te koop. Normaal krijgen wij die van onze buurtjes van de camping, maar ja, daar mogen we niet komen nu….

Wij slaan wat extra vlees en groente in. Niet omdat we bang zijn dat het niet meer te koop zal zijn, maar vanwege de attestation, de verklaring die we per keer mee moeten nemen. Vanaf dinsdag 12 uur mogen we alleen nog op straat komen
– om naar het werk te gaan,
– voor het doen van de noodzakelijke boodschappen
– als we voor onze gezondheid naar buiten moeten (dokter, apotheek enz.)
– voor dringend bezoek aan familie, aan kwetsbare mensen of voor het opvangen van kinderen
– en we mogen, in de buurt van ons huis, een stukje lopen of de hond uitlaten, maar absoluut in je eentje, niet samen.
Er worden 100.000 politieagenten ingezet om dit te controleren en zonder formulier kost dat meteen € 135,-. Normaal grappen we altijd dat we geld van mogelijke bekeuringen liever investeren in een etentje in een restaurant, maar ja, dat zit er nu ook even niet in.

Het sociale leven ligt echt plat, alle afspraken worden geannuleerd. Vanwege onze verhuizing vond de huisarts dat we even wat extra onderzoeken moeten ondergaan. Zo is een bloedonderzoek naar de prostaatwaarden een jaarlijkse happening. Maar de arts wil nu, zonder dat daar verder aanleiding toe is, even een echo laten maken. En ik krijg last van een knie, de linker deze keer: moet dus een röntgen en een MRI laten maken. Maar alles wordt geannuleerd…
Begrijpelijk, want het is niet dringend.

Vriendin M. komt weer naar Frankrijk en bedenkt tijdens de reis hoe ze haar verjaardag vorm zal geven. Maar ze wordt ingehaald door de tijd, zelfs een etentje in beperkte kring mag niet meer. Gelukkig waren ze net op zaterdag nog bij ons. En zoals altijd heb ik veel te veel eten gekookt, dat komt de volgende dag meteen van pas: al op zondag zijn alle restaurants gesloten.

Veel ondernemers houden hun klanten op de hoogte via Facebook. Daar lees ik ook dat op de markt alleen nog de voedselkramen staan. Schoenen, kralen, hoedjes en dat soort zaken zijn verboden. Nou gaan wij eigenlijk alleen naar de markt voor de gezelligheid, voor een kopje koffie en onverwachte ontmoetingen, maar dat is er allemaal niet meer bij, op dit moment.

En de apotheek laat klanten weten dat zijn pand nu eenrichtingsverkeer kent: door de voordeur naar binnen en de achterdeur naar buiten. Heb je Corona-achtige klachten, dan moet je dat meteen melden. Je mag producten in de zaak niet aanraken. Deze keer moet je zélf je verzekeringspas in het controle- apparaat stoppen, en betalen mag ook uitsluitend met een pas. Dat laatste is een ramp voor al die oudere Fransen die liever met een cheque betalen…En, zo waarschuwt de apotheker, er zijn geen maskers meer beschikbaar en ook geen handgel.

Gelukkig kunnen wij onszelf goed bezig houden en hebben met zijn tweetjes gezellig. Dat geldt niet voor iedereen. Er zijn mensen die zichzelf niet kunnen vermaken, die anderen moeten zien en spreken, die niet van lezen houden…die hebben het zwaar.

Om de zwakkeren te beschermen, om de periode van confinement zo kort mogelijk te laten duren, is er maar 1 optie: iedereen moet zich aan de voorschriften houden.
De eerste middag zijn er dus ook meteen 4000 boetes uitgedeeld. Prima, want er zijn toch overal hersenloze figuren, zowel in Frankrijk als in Nederland. Die de gok nemen: ik zie wel als ik het krijg.  Die volstrekt niet aan de medeburgers denken.. Ik zou hen persoonlijk wel willen opsluiten..

Maar het Coronavirus is niet uitsluitend narigheid. Harriët Duurvorst schrijft in haar column in de Volkskrant dat wat ik ook voel.

Ineens zijn allerlei zekerheden verdwenen zoals je gezondheid, financiële welstand, je baan, je vrijheid. Maar er ontstaat ook een nieuwe verwantschap, want we zitten allemaal in hetzelfde schuitje. Er is veel solidariteit en compassie. Ineens waarderen we de zorg weer meer.

En het thuiswerken heeft ook positieve kanten, zoals minder files en minder uitstoot van CO2. De combinatie van werk en zorgtaken is ineens verplicht. Dat opent ook nieuwe perspectieven.
Ze eindigt met What doesn’t kill you, makes you stronger.
Ja, we zitten hier opgesloten. Maar we leven nog!

PS. Mijn vriendin stuurt me een pagina uit een boek van haar favoriete schrijver, Dean Koontz, die in 1981 (!)het volgende schreef:

Bovven

De aanleiding voor deze column is een schattig briefje van oudere Nederlandse kennissen van ons. Het is beslist niet bedoeld om hen als dom af te schilderen, dat zijn ze niet en dat verdienen ze ook niet: ze waren namelijk jarenlang hun gewicht in goud waard voor ons.

Toen we emigreerden zouden we de definitieve koopakte 3 dagen later tekenen. Dat werd uiteindelijk 2 maanden later. We liepen daardoor compleet met onze ziel onder de arm, konden zelfs niet lezen, omdat de boeken “ergens” in de 100 opgestapelde verhuisdozen lagen. Ik wás al niet enthousiast over onze emigratie, maar nu wilde ik wel kruipend terug naar Nederland.

In zo’n bui belde ik Jozef en Maria, de enige Nederlanders die we toen kenden in de Drôme. We gingen er ‘s middags naartoe en kwamen ‘s avonds pas laat thuis, bedolven onder tips. Hoezeer we met hen boften, beseften we nog niet.
Ze hielpen met van alles en nog wat. En toen we twee jaar later gepiepeld werden door een bank en bijna kopje onder gingen, bood Jozef meteen € 10.000, – aan, net als een paar andere vrienden trouwens. Omdat we dat niet wilden, kookte Maria vervolgens regelmatig voor ons en gaf dan een overlevingspakket mee voor thuis.

Maar het was beslist geen eenrichtingsverkeer. Ik schat dat Rien er een paar honderd keer is geweest om problemen met televisies en computers op te lossen. Dan reden we dus 80 km, omdat Jozef de afstandsbediening van de tv verkeerd om in de handen had en daarmee alles ontregelde. Of “De printer doet het niet!”. Nee, niet als je op de fax knop drukt…
En ik was goed voor allerlei formulieren en brieven, het afkopen van een Franse levensverzekering, of het schrijven van een bezwaarschrift. Eenmaal werd ik in het ziekenhuis opgeroepen, om te tolken. Bij binnenkomst was Maria bijna in tranen: “Het gaat heel slecht, ik zit aan de morfine”. Dat bleek dus gewoon paracetamol te zijn…
Zij beiden hadden geen gevoel voor taal, zelfs niet voor het Nederlands. En dat had soms hilarische effecten. Zo kocht Maria eens vlees uit de diepvries -lekker goedkoop- wat hondenvoer bleek te zijn. Het smaakte overigens best.
Inmiddels wonen ze weer in Nederland, omdat het qua taal toch te lastig werd. We onderhouden het contact per brief en ontmoeten elkaar soms.

Nu ontvangen wij een lief briefje en ze schrijft over een kennis. Zijn vrouw is overleden, dus “hij is een saam”.
Prachtig: één en niet meer samen. De man lijdt ook aan “dimensie”.
Misschien dat wij dit soort fouten niet maken in het Nederlands, in het Frans echt wel. De allerleukste in al die jaren blijft toch onze doodserieuze opmerking bij de kachelboer, “dat we doodgegaan waren”. (décédé in plaats van décidé, besloten hebben).
De blunder van het Office de Tourisme mag er trouwens ook zijn. Zij maakt gebruik van een vertaalmachine en dan krijg je soms bizarre uitkomsten. De regio Diois wordt o.a. aangeprezen vanwege haar viols, dat wordt vertaald als verkrachtingen. Een viol is een steegje en heeft als tweede betekenis verkrachting (violence). Niet echt een aanbeveling, lijkt me.

Over het algemeen zeggen mensen tegen ons: Tu te débrouilles bien, je red je goed. Dat klopt, maar het is wel steenkolen Frans…
En dat beseffen we elke keer weer als we een mailtje krijgen van de kopers van ons huis hier. Dat is zulk prachtig taalgebruik! Als ik het tegen de schrijver zeg, is het hoffelijke antwoord dat hij geen Nederlands spreekt…
We boffen echt met hen. Het huis is verkocht, maar wij moeten de afvoer van de septic tank aanpassen aan de nieuwe normen. Dat is ingewikkeld, bovendien willen de nieuwe bewoners een ecologisch systeem. Zij redden ons eruit: Dan passen we de koopacte toch aan? Aan onze kant de verkoopprijs iets verlagen en zij nemen deze verplichting over. Zij regelen dat wel ook even met de notaris.

In ons huis hier staan nogal wat kasten, die hier al waren toen we het kochten. Er zijn daarnaast inmiddels 2 gîtes ingericht. Wat moeten wij toch met al die spullen? We maken een lijst van zaken die we hier willen laten – offert, aangeboden- en een lijst met spullen die we willen verkopen. De kopers nemen alles over, zonder een dubbeltje af te dingen.
We hebben nóg een specifiek probleem, omdat we naar Nederland gaan verhuizen: de bank geeft geen overbruggingskrediet, omdat het onderpand zich in Frankrijk bevindt. Dus eigenlijk moeten wij ons huis hier eerder verkopen, vervolgens 10 dagen elders verblijven, voordat we het Nederlandse huis definitief kunnen kopen. De kopers denken alweer creatief mee: we mogen van hen wat langer blijven wonen, na de verkoop.
Voor dit soort zaken komen ze regelmatig even langs en telkens is het gezellig: we vinden het daarom echt jammer dat we hen niet eerder hebben ontmoet.

Alle afspraken worden per mail geregeld. Dat begint dan met “Bonjour à vous deux” en eindigt met “Bien à vous”. (Goedendag jullie twee en het ga jullie goed) En over de overnamelijst: “Merci de votre offre et au grand plaisir de se revoir bientôt”. Terwijl ze ons van de “rommel” afhelpen, bedanken zij ons en zien ons graag weer.
Dat is toch boffen, met zulke kopers?

Met de bank in Nederland slechten we elke keer een nieuw hobbeltje. Voor het hypotheekdossier moet er bijvoorbeeld een kopie van een geldig paspoort bij. Rien had die al eens gescand, 2 paspoorten op 1 pagina, maar dat mag niet. Ik word daar iebelig van, Rien niet: met knippen en plakken heeft hij het zo voor elkaar. Dan komt de hypotheekofferte, pakweg € 50.000, – te hoog, dus gaan we niet akkoord. Rien blijft de rust zelve, stuurt de correcties even door en dan eindelijk, eindelijk is het rond!
Pas op dat moment durf ik een eerste mail naar de verkopers van het nieuwe huis te sturen. En het antwoord is geweldig: ze hadden net die ochtend aan de makelaar gevraagd of zij wel met ons contact mochten opnemen. Nóg een toevalligheid: ook zij maken een map maken met alle gebruiksaanwijzingen etc. En bij het opruimen kijken zij naar wat wij weer kunnen gebruiken. Wat een leuk contact is ook dat.
Boffen, toch? ( Of bovven?)

Het leuke van een zolderopruiming is dat je zoveel vergeten dingen tegenkomt. Zo heb ik bij de stadswandelingen altijd een map bij me, met daarin de tekst van de rondleiding. Dat is mijn stukje zekerheid: als je het even niet meer weet, heb je altijd je papiertje nog. Vooral met jaartallen komt dat wel van pas.
Zo’n map vult zich dan in de loop der tijd met allerlei foldertjes die ik zo her en der opduikel, bijvoorbeeld tijdens de Journées Européennes du Patrimoine, de Open Monumentendagen.

En nu, surprise, vind ik een soortgelijke map uit de campingperiode, met daarin o.a. prachtige oude ansichtkaarten van Die en vertalingen die ikzelf heb gemaakt, van het mozaïek en dergelijke.

Dat laatste is overigens een bizar verhaal. Indertijd vertaalde ik dat soort folders altijd gratis voor het Office de Tourisme, gevraagd en ongevraagd. Dat kostte zomaar 2 dagen, omdat het vaak ingewikkeld taalgebruik is. Raar, dat je dan niet eens een reactie krijgt. En nog gekker is het wanneer je je eigen tekst als folder tegenkomt op de balie van een andere camping. Dus wél er iets mee doen, maar een mail met een bedankje kost teveel moeite.
Nu overkomt me weer zoiets. Ik vraag aan een instantie of ze mijn Franstalige toeristische boeken uit deze regio kunnen gebruiken. Ruw geschat hadden die boeken een nieuwwaarde van € 600 tot € 700,-. Ja, die willen ze graag. Ik sjouw de 50 boeken van zolder, lever ze in bij een stagiair en moet dan zelfs mijn tas terugvragen. Tot op heden nog geen schriftelijke reactie gehad.  Dat kost toch niks?

Maar goed, díe folders vind ik dus terug. En ook een artikel over La Comtesse de Die. Tijdens de stadswandeling sta ik letterlijk stil bij haar.
Op zich is de buste schattig om te zien, gewoon een lief gezichtje, een beetje bedeesd, op een sokkel, in een miniparkje.

Deze dame, Béatrice de Viennas, leefde in de 12e eeuw en was de dochter van de laatste graaf van Dia, graaf Isoard II. Ze trouwde met Guillaume de Poitiers. Ze behoorde dus qua afkomst en huwelijk tot de hoge Occitaanse society. (Occitaans was de streektaal in vrijwel de hele onderste helft van Frankrijk).
Ze ontving daarom de meest bekende troubadours, verhalenvertellers en jongleurs van die tijd aan haar hof.
Op een van hen, Raimbaut van Oranje, werd ze verliefd. Maar deze was haar ontrouw en dat leverde prachtige liefdesgedichten op. Ze werden vaak uitgevoerd met fluit en ook die muziek is er nog.
Er zijn er 5 bewaard gebleven, de enige uit die periode in de Occitaanse taal. Tijdens  haar leven was ze ook al beroemd: haar gedichten worden vermeld in een lijst van het Vaticaan, al tijdens haar leven.

Ze was dus een gravin van Poitiers, een protestantse familie. Die club streed gedurende 2 eeuwen met de bisschoppen van Die, waarbij het niet alleen om geloof, maar ook om macht en grondgebied ging. Het geweld in de Drôme begon in 1562 en duurde in eerste instantie tot 1598, toen het Edict van Nantes werd gesloten: de protestanten mochten toen vrijelijk hun geloof belijden. Kardinaal Richelieu perkte die vrijheden al in 1629 in en in 1685 maakte Lodewijk de XIVe er helemaal een eind aan. Op dat moment sloegen 200.000 Hugenoten, een Franse vorm van het protestantisme, op de vlucht, van Zuid- Oost Frankrijk via Zwitserland uiteindelijk naar Duitsland.
Die vluchtroute is tegenwoordig een belangrijk en wel 2000 km lang wandelpad, dat ook via Die (Croix St. Justin) loopt.

De oorsprong van de godsdienstoorlogen in deze regio lag in het kasteel van Crest, dat eerst toebehoorde aan een paus. Door een huwelijk kwam het in bezit van de familie van de Poitiers.
Lodewijk de XIIIe ontmantelde dit kasteel in 1633. De toren bleef gelukkig bewaard, omdat men zo slim was om dat een gevangenis te noemen.

De strijd tussen de protestanten en de katholieken is in de Drôme op een bijzondere manier te zien: als éen van de kemphanen ergens op een mooi uitzichtpunt een kasteel of fort bouwde, bleef de ander niet achter. Dat verklaart waarom er in verschillende plaatsen ruïnes van 2 kastelen te vinden zijn. In Die zou de Tour de Purgnon gebouwd zijn op de plek waar vroeger een kasteel stond.

Aan de andere kant van Die, ongeveer achter camping La Pinède, stond het kasteel van de andere partij, waarschijnlijk de katholieken.
Daar woonde volgens de legende La Belle Justine. Deze dochter van nobele mensen was ernstig misvormd. Ze had weliswaar mooie hazelnootkleurige ogen en een melkwitte huid, maar zag er “weerzinwekkend” uit. Uit de beschrijving: scherpe lippen, tanden die uit de hoeken staken als bij een varkenssnuit, geen armen, maar stronken zonder handen…
Om mensen niet te veel te laten schrikken droeg ze voortdurend een kap. De legende vertelt dat ze om die reden de kathedraal bezocht via een speciaal voor haar aangelegde tunnel.
Toch eindigt dit verhaal positief: ze had een deugdzaam karakter en was sterk, werd daarom vereerd als een heldin.
Van het kasteel zijn slechts enkele sporen over. Er is wel een bergwandeling die La Belle Justine heet.