Feeds:
Berichten
Reacties

 

Iedere streek, elk land, heeft wel zijn specifieke producten. Zeg je bijvoorbeeld Holland, dan heb je het meteen over kaas en tulpen. Zo is Frankrijk synoniem aan wijn.
De Drôme heeft veel van die typische streekproducten. Het stadje Die is natuurlijk bekend van de Clairette de Die, de mousserende witte wijn. Maar er is hier veel meer lekkers.
Zo is de vallei van de rivier de Drôme hét biogebied van Frankrijk. Dat is begonnen met 2 Nederlandse families, die in 1979 hier op biologische wijze kruiden gingen verbouwen. Hun eigen bedrijf heeft nu 54 werknemers en een jaaromzet van € 82 miljoen. Inmiddels hebben veel mensen hier die werkwijze overgenomen. En ook redelijk uniek: Die heeft maar liefst 2 biosupermarkten.
Een volgende topper uit de Drôme is de truffel, de zwarte diamand. Die laatste benaming heeft te maken met de prijs: je betaalt tussen de € 40 en € 120,- per ons! In feite gaat het om een soort paddenstoel, die onder een zogenaamde truffeleik groeit. De grond moet kalkrijk zijn en er is een mediterraan klimaat nodig, zelf zo’n boompje planten levert dus niet zomaar truffels op.
Onze eerste ervaring met een echte truffel was wel heel bijzonder. Wij aten eens bij de buren van onze buren. Hij is een fervent jager, op ons verzoek had zijn clubje een kudde wilde zwijnen van ons terrein “verjaagd”. En daarom moesten we een avondje bij hem eten. Na de rollade van de zwijnenkop kwam er een schaal tagliatelle op tafel, alleen aangemaakt met een beetje room. Ik dacht nog, in mijn onkunde: Daar had je best iets meer van kunnen maken, een beetje groente erin plus wat vlees bijvoorbeeld. Maar toen kwam JP langs met een zwarte truffel en iedereen kreeg met de kaasschaaf een paar plakjes voor over de pasta. Daar at je je vingers bijna bij op!
Ook zwart, maar dan bovengronds groeiend, zijn er de olijven. Op ongeveer 1300 hectare in en rond Nyons staan zo’n 260.000 olijfbomen.
De grote vruchten worden gebruikt als borrelhap of in het eten, de kleinere zijn voor het persen van olijfolie. Op de markt in Die staan 2 kramen waar je die vruchten kunt kopen. Eén dame uit Nyons verkoopt diverse smaken (met basilicum, Herbes de Provence, knoflook etc.) vanuit haar bestelautootje. En juist dáár staat altijd een rij wachtenden, dat is een goeie graadmeter voor de kwaliteit. Nyons zelf is een bezoek meer dan waard. Op donderdagochtend is er een megagrote, Provençaalse markt. De middag zou je kunnen gebruiken voor een bezoek aan een echte olijfoliedistilleerderij.

Montelimar is de bakermat van de noga. Niet zo duur als de truffel, maar voor snoepgoed best wel pittig geprijsd. Toeristen gaan er hier op de markt nog wel eens de mist mee in. Dan zie je een prachtige taart van noga en bijna kwijlend laat je daarvan een plak afsnijden. Pas daarna dringt het door dat de kostprijs wel zo’n € 30,- per kilo is. Dat lijkt duur, maar het product moet voor 30% uit amandelen en pistachenoten bestaan, met 25% honing en verder eiwitten. Dat zijn dure grondstoffen. En de noga uit Montelimar is nog steeds handwerk. Zo’n 13 uur moet het mengsel koken op houtskool, voordat het eindelijk noga wordt. Als het soms wél machinaal is geproduceerd, dan proef je dat, en let dan vooral op je gebit: knetterhard! Overigens zijn de echte fabrieken en het nogamuseum te bezoeken.

Montelimar, nogastad

Minder bekend, maar niet minder lekker zijn de verschillende “biscuits” uit Saillans. De craquants of croquettes zijn harde koekjes, met bijvoorbeeld stukjes amandel erin.
Overigens lijken deze erg op Italiaanse canistrelli. Maar what’s in a name? Gewoon zo’n koekje dopen in je koffie en smullen maar.
Chocola wordt hier ook veel gemaakt. Een echt grote fabriek, Valrhona, met een eigen opleidingsinstituut, ligt aan de Rhône, net in de Drôme. In de winkelstraat van Crest zit een zaakje waar je het proces van chocola maken zelf kunt bekijken. En in Mirabel-et-Blacons zitten maar liefst 2 fabriekjes waar overheerlijke chocola handmatig wordt gemaakt. We kregen kortgeleden een zakje van vrienden, vast niet van goeie kwaliteit, want het was namelijk zo weg…

Uiteraard heeft deze regio ook haar eigen bekende kaassoorten. De Picodon, een geitenkaas, kun je zowel zacht als hard eten. Hoe langer de geitenmelk rijpt, hoe harder de kaas en ook hoe pittiger de smaak wordt. Bij de geitenkaas uit deze streek kun je erop rekenen dat de beestjes een deel van de dag in de wei lopen. Vooral Crest staat bekend om de Picodon en dat kun je zien ook: op verschillende rotondes staan beelden van de geit..
Zelf vind ik de Bleu de Vercors heerlijk. Dat is een Roquefort-achtige kaas, een blauw-geaderde dus. Die is in de 14e eeuw ontwikkeld door monniken, in het noorden van de Vercors. Deze zachte kaas is heerlijk op een plak stokbrood, maar ook lekker als kaassaus. Mijn eigen tomatensalade maak ik daarmee op smaak: Eerst de dunne plakjes tomaat op een platte schaal uitspreiden, Herbes de Provence erover en dan de kaassaus: fijngeprakte Bleu de Vercors mengen met mayonaise, even verwarmen in de magnetron en klaar…

Een bijzonder “ product” in de Drôme is de pintade, de parelhoen, qua vorm een kruising tussen een kip en een kalkoen. Van oorsprong komt de parelhoen uit Noord Afrika, en is naar Europa gebracht door de Grieken en de Romeinen.Volgens een legende was het Hannibal, die de beesten meenam naar de Drôme. Omdat dit een biogebied is, lopen de pintades in de open lucht rond. De eerste keer dat ik “ een veld” van die mooie dieren zag, stopte ik verbaasd de auto, omdat ik ze nooit eerder zag. Veel restaurants hebben deze parelhoenders op de menukaart staan, maar het is echt wel een kunst om ze goed te bereiden.

Alhoewel lamsvlees echt niet alleen maar hier voorkomt, is l’agneau de Diois absoluut een specialiteit. Dat komt vooral omdat het om biologisch vlees gaat. De minder smakelijke soort uit Nieuw-Zeeland koop je voor de helft van de prijs in de supermarkt. Echt niet doen!Vrij onbekend is de ravioli uit het noorden van de Drôme. Dit product is uitgevonden aan het eind van de 15e eeuw door de charbonniers, de kolenbranders, omdat ze in het bos geen vlees hadden. Dus vulden ze deeglapjes met kruiden, stukjes aardappel, groente, ham en kaas. Dit gebeurt nog steeds op ambachtelijke manier, dus is het niet goedkoop. Wel heel lekker.

Frankrijk associeer je meteen met knoflook. Dat de Drôme een heel grote leverancier daarvan is, is nauwelijks bekend. De mix van de grond, de zon en de mistral geven deze knoflook een beetje zoetige smaak en een echt witte kleur, met hier en daar wat paarse “ vlammen”. De teelt gaat terug naar ongeveer 1600.

Alhoewel vooral de Provence bekend staat om de grote lavendelvelden, heeft dit departement er ook heel veel, te bewonderen via speciaal uitgezette autoroutes. In de buurt van Die zijn maar liefst 2 distilleerderijen, waar o. a. olie, zeep en gezichtscrème van wordt gemaakt. Voor ons huis ligt ook een akker, daar genieten we echt van.

Tenslotte de Noix de Grenoble, de walnoten. Vroeger stonden er in deze regio vele akkers met moerbeibomen, de mûriers, die dienden voor de zijderupskwekerij. Toen daar de klad inkwam, kregen boeren subsidie voor het aanleggen van walnotenplantages. Deze specifieke soort, Noix de Grenoble, is van een uitmuntende kwaliteit. De halve noten gaan naar de betere banketbakkers, de rest wordt gebruikt voor walnotenolie. Gewoon een handvol noten snoepen is natuurlijk ook heerlijk.

De Drôme is een prachtig departement, het heeft niet alleen veel moois te bieden, maar ook veel lekkers.

Advertenties

Ik ben blij dat ik niet meer in de landelijke politiek zit. Kijk nu naar het kinderpardon. Sommige buitenlanders weten van meet af aan dat ze nooit een verblijfsvergunning zullen krijgen. Desondanks worden er 3 kinderen in dat gezin geboren. En als dan het moment van uitzetting eindelijk toch nabij is, zoekt men de publiciteit. Ophoepelen dus??? In eerste instantie zou je dat wel denken. Maar die kinderen hebben nooit om deze situatie gevraagd. Ze zijn hier volledig geïntegreerd, spreken de taal van hun ouders niet en hebben in dat “moederland” een heel andere toekomst dan in Nederland. Is dus de overheid de grote boosdoener? Ook daar kun je wel enige nuances bij aanbrengen. Hoe zoek je nu uit of iemand een fantast is of een echt slachtoffer? En als de buitenlander met nieuwe argumenten naar voren komt, is het dan billijk om dat opnieuw te toetsen? Is het bovendien niet heel menselijk én begrijpelijk dat  vluchtelingen en buitenlanders streven naar een gelukkig bestaan? Zoals u en ik?
Kortom, ik ben blij dat ik hier niet over hoef te beslissen.
Maar van de ongenuanceerde meningen over vreemdelingen heb ik mijn buik weer eens vol.

Zelf ben ik ook een buitenlander, maar een slechte behandeling onderga ik heel zelden. Heel soms ben ik toch weer even aan de beurt…
Het verschil tussen een – al dan niet economische- vreemdeling en ons was al merkbaar bij het aanvragen van de verblijfsvergunning. Wij werden keurig te woord gestaan bij de Préfecture, terwijl “ donkere” mensen geen poot aan de grond kregen. De ambtenaren vonden dat wij, in tegenstelling tot die anderen, wél een zekere bron van inkomsten zouden gaan genieten. Dat concludeerden zij uit ons gelikte ondernemersplan. Maar als je nou écht verstand van ondernemen hebt, weet je dat je in een plan alles wel kunt opschrijven. (Achteraf kwam er van dat plan bijna niets uit, behalve dan de eindconclusie, dat we het wel zouden redden). Overigens stuurden diezelfde ambtenaren ons een jaar lang van het kastje naar de muur: We kregen geen verblijfsvergunning als we niet ingeschreven waren bij de Chambre de Commerce, de Kamer van Koophandel. Daar werden we niet ingeschreven omdat we geen ziektekostenverzekering hadden. En die kregen we weer niet omdat we niet geregistreerd waren bij de Chambre de Commerce, een lekkere cirkelredenering. Uiteindelijk was met 1 telefoontje van onze accountant alles geregeld…
Maar tot op de dag van vandaag merken we dat sommige mensen denken dat je stom en achterlijk bent, als je niet perfect de taal spreekt en schrijft. Nu hebben we weer zo’n voorbeeld bij de hand, met de ziektekostenverzekering. Die club geeft überhaupt nooit antwoord op mails en brieven, de reden waarom we deze organisatie niet La RAM noemen, maar La RAMP.
Nu voer ik een strijd over € 28,-.
Iedere week, op zondagavond, moet ik mezelf een spuit toedienen en dat mag ik beslist niet vergeten. Toen we de laatste keer naar Nederland reden, op een zondag, bleek die spuit kapot te zijn. Gelukkig had ik er nog eentje bij me, dus voor die avond was ik gered. Maar in Nederland moest ik een nieuwe regelen bij de apotheek. Dat was een heel gedoe, want zo’n medicijn mogen ze niet zomaar afgeven, daar kwam zelfs mijn paspoort aan te pas. Het leek wel of het om een kilo heroïne ging, ipv om een simpel spuitje…
Eenmaal terug in Frankrijk stuurde ik de factuur naar mijn Assurance Maladie, met het verzoek mijn kosten te vergoeden. In een brief legde ik het waarom uit. Want als je zelf niet genoeg medicijnen meeneemt vanuit Frankrijk, krijg je die sowieso niet vergoed. Ik maakte foto’s van de kapotte spuit, kopietjes van mijn ziektepas en van de Europese verzekering ( want, zo weten we van een vriendin, als die laatste verlopen is, krijg je óók niks vergoed.) Als reactie ontving ik eerst een formulier specifiek voor buitenlandse ziektekosten. Oké, dat vulde ik in en stuurde het terug. Nu krijg ik alwéer een formulier: of ik de reis wil bewijzen, de ziekenhuisopname en de ontvangen vergoeding vanuit Nederland. Laaiend stuur ik een brief terug: Hoe moet ik die reis bewijzen, met bonnetjes van de benzine soms? En een ziekenhuisopname? Lees die bijgevoegde brief van mij! Het is de allereerste keer  in 17 jaar, dat wij een vergoeding vragen voor in het buitenland gemaakte kosten en dan ook nog voor een minimaal bedrag. Rien zegt: Laat toch zitten!  Aan m’n hoela, ik denk echt dat dit kantoorgrietje meent een buitenlander te grazen kunnen nemen. Dat laat ik niet gebeuren.

Maar het kan veel veel erger. Onze hulp in de huishouding, de liefste die we ooit hadden, wordt ook duidelijk slechter behandeld omdat ze buitenlander is. Zij, laten we haar Maan noemen, is op exact dezelfde manier verzekerd tegen ziektekosten als wij, dus de basis met een aanvulling tot 100%. Maar wel bij een andere maatschappij. Overal moet ze fors bijbetalen. Zo was ze in het weekend bij haar vaste huisarts en die bracht € 50,- in rekening voor het consult. Dat op zich is al onzinnig, maar op zijn minst had hij een factuur moeten geven. Die had ze dan bij haar ziektekostenverzekering kunnen indienen, voor een vergoeding. Het vragen van een factuur is haar volledig onbekend, terwijl ze hier al 5 jaar woont. Iemand uit de zorgsector had haar dat toch eens kunnen vertellen? Of gewoon ongevraagd zo’n factuur moeten geven? Hierdoor heeft ze wel honderden euro’s per jaar teveel betaald. Háár huisarts is echt van een heel ander slag dan de mijne. Als je een chronische ziekte hebt, mogen er geen eigen bijdragen in rekening worden gebracht voor alle kosten die deze ziekte betreffen, zelfs niet de simpele aspirientjes. Dat wist ik niet, maar mijn huisarts vertelde dit en regelde zelf de formaliteiten daarvoor wel even. Zo kan het dus ook.

Met de verblijfsvergunning wordt Maan ook van het kastje naar de muur gestuurd en dat in het kwadraat. Haar situatie is  niet eenvoudig: ze is geboren in Oost Europa en daar getrouwd met een landgenoot. Die heeft door zijn moeder- vroeger werkzaam in Portugal- een Portugees paspoort gekregen. Maan en haar man hebben ook in Portugal gewoond en zij kreeg een Portugese verblijfsvergunning. Manlief vond werk in Frankrijk -dat mag met een Europees paspoort- en Maan volgde.
Ze woont hier al zo’n 5 jaar en kan dat bewijzen, heeft 2 kinderen die naar school gaan en ze betaalt haar belastingen. Nu moet Maan die Portugese verblijfsvergunning omzetten in een Franse. “Frankrijk” stuurt haar naar de Portugese ambassade in Marseille ( enkele reis 225 km…). Daar verwijzen ze haar terug: “Frankrijk”  moet dat regelen. Maar wie, wat en waar? We hebben hier een paar vriendelijk dames bij de Sous-Prefect, een onderafdeling van het departement. Zij schrijven echter alleen op een blaadje op welke momenten Maan terecht kan bij het departement in Valence en dat is het dan. Nog steeds weet ze niet welke documenten ze moet overleggen. Dikke kans dus dat ze straks voor niks 140 km aflegt. Wat is het nou voor moeite om haar even te helpen?

Met bovenstaande voorbeelden wil ik niet beweren dat iedere buitenlander recht heeft op een vrije vestiging. Ik vind ook, dat je best eisen mag stellen aan wie wel en wie niet toegelaten wordt. Maar een menselijke benadering, dat kost toch niks?

PS. En precies als ik deze column afheb komt het bericht dar er een compromis is over het kinderpardon…

 

 

Op zich heb ik niet zoveel met mijn verjaardag, al vind ik het wel een cadeautje als je er weer een jaar bij hebt in een redelijk goede gezondheid. Dat is immers het beste wat je kunt krijgen, toch, naast liefde en geluk?
De behoefte om dat jaarlijks uitgebreid te vieren, voel ik niet meer zo. Twee jaar was ik op mijn verjaardag in mijn eentje in Nederland en beide keren kon ik door ijzel mijn huisje niet uit. Niks aan dus. Vorig jaar viel het op een zondag, ook geen lekker moment om iets te ondernemen. Nu heb ik al een tijd het plan om een dagje naar Grenoble te gaan.

De verjaardag zelf begint al goed. Poes Gaia doet – 2,5 week na terugkomst uit Nederland- nog steeds niet echt lief tegen me: mijn afwezigheid werd niet gewaardeerd. Nu komt ze de badkamer in, gaat op haar achterpootjes tegen het wastafelmeubel staan (nog nooit gebeurd) en doet het kopje in de knuffelstand: Aaien maar! En daarna belt mijn reismaatje al, die weet dat we vroeg op stap gaan.trapgevel

In de zomer is de trip van Die naar het noorden van de Drôme al heel mooi, maar ‘s winters is het echt sprookjesachtig. In alle jaargetijden is het verrassend dat je na de tunnel van de Col de Rousset in een heel ander landschap en klimaat terecht komt. Ook aan de bouwstijl zie je meteen de scheidslijn tussen de Méditerranée en de Alpen. De grotere gebouwen lijken op Oostenrijkse chalets, de kleinere huizen hebben typische trapgevels. En na de tunnel kom je in deze tijd van het jaar meteen in een witte wereld terecht. Even verderop wordt het nóg mooier: de bomen zijn prachtig berijpt. En bepaald sprookjesachtig wordt het als we bij de Gorges de Bourne aankomen (in feite net buiten de Drôme). Water dat via de berghellingen naar beneden sijpelt, bevriest en maakt schitterende ijspegels, hele wanden vol, kilometerslang. Wat een plaatje(s)!
Het is er sowieso mooi, langs de bergengten en onder de overhangende rotsen door. In Villard-de-Lans, qua aanzicht een Oostenrijks skioord, drinken we cappuccino. Een echte dus. De Franse bars hebben allemaal de mogelijkheid om melk op te schuimen, dus het zou simpel zijn om ook een echte cappuccino te maken. Maar in 99% van de gevallen krijg je koffie met slagroom. Daar houd ik niet zo van. Maar hier treffen we het. Precies tijdens het spitsuur rijden we Grenoble binnen. Uiteindelijk komen we bij de gedroomde parkeergarage uit, pal onder het Office de Tourisme. Normaal halen we daar even de plattegrond van de stad, maar ja, midi, dus dicht. Maar we denken de weg wel te kennen. Niet dus, we lopen eindeloos rondjes.

Er zijn in onze directe woonomgeving geen Chinese restaurants, dus in een grote stad grijpen we meteen die kans. Eerder aten we in een Aziatisch restaurant precies achter het Office, maar ja, die is er nu niet meer. Na veel omzwervingen vinden we toch iets dat erop lijkt. Maar wat een gedoe! Bij binnenkomst moeten we op een scherm intoetsen wat we willen eten. Kiezen uit een menukaart met alleen Chinese gerechten met hier en daar een Frans woord ertussen, dat is echt niet simpel.
Het woord soupe kennen we, Rien kiest voor de nouille, soep met noedels, ik voor de miso tofu. Dat laatste woord komt me wel bekend voor.
Daarna kiezen we voor gyozas. De Fransen noemen het de Japanse ravioli, een deeglapje dat gevuld is met lam, varken of garnaal. Accompagné, dus samen met rijst of koolsla. Gelukkig dat we soep kozen, daardoor hebben we een eetlepel, want met stokjes eten is voor ons een middag vullend programma. De rode wijn komt weer uit de koelkast, dat vinden we zo’n rare gewoonte in Frankrijk. Net zo vreemd is het om rode wijn in het kleinste glas te schenken. Rien heeft bij zijn horecacursus geleerd dat je vanwege het aroma juist het grootste glas moet nemen. Maar Frankrijk is een wijnland, wie weet het nu beter?

En dan wordt het tijd om naar Lafayette te gaan, een warenhuis vergelijkbaar met de Bijenkorf. Naast goedkope spullen hebben ze vooral de duurdere merken in huis. Maar het is uitverkoop, dus sla je slag! De aanbiedingen gelden alleen als je een klantenkaart hebt, dat moeten we dus eerst even regelen. Thuisgekomen snap ik waarom: ze bombarderen je vanaf dag 1 met mails.
Ik wil nu graag een nieuwe handtas en Rien zoekt er eentje met 50% korting. Dank je de koekoek, dan kost ie toch nog € 285,-. Ik hoef geen ding van plastic, maar zo’n dure wil ik echt niet. Net als met een horloge: ik wil zonder pijn in mijn buik over een paar jaar een nieuwe kunnen kiezen.
Omdat in Die onze gewaardeerde schoenverkoper met pensioen is, kijkt Rien hier even naar nieuwe schoenen. De keus is niet groot, maar toch vindt hij een paar beauty’s. Bij elke aanschaf krijgen we een bon van € 15,- om te besteden bij de parfumerie. Ook lekker. Bij iedere kassa probeert men ons, echt opdringerig, een creditcard aan te smeren. Ze willen wel de hele winkel met ons meelopen, zodat we alsnog op elke aanschaf € 15,- extra korting krijgen. Krijgen ze soms provisie daarop? Wij willen helemaal niet zo’n kaart! In het verleden heb ik eens een verkeerde toets ingedrukt bij de Intermarché. De boodschappen van € 60,- zou ik daarna in 18 maanden afbetalen, met 20% rente…Te gek voor woorden.
Bij de laatste betaling krijgen we alwéér bonnen: als we binnen 2 maanden terugkomen krijgen we 2 x € 10,- korting. Even het gezonde verstand gebruiken: dat betekent 3 uur rijden, 140 km, voor dat bedrag???
Rien wil eigenlijk nog een nieuwe zomerjas, want hij heeft spijt van een goedkope aanschaf van 2 jaar geleden. Tot zijn stomme verwondering zijn die jassen er nu niet. Ja, daarvoor is het nu uitverkoop, dan gaat de wintercollectie eruit.  Dus misschien later? Voor vandaag is het in ieder geval wel genoeg.

We drinken nog een kop nepcappuccino – meer slagroom dan koffie- en rijden dan naar huis. De haarspeldbochten van de Col de Rousset zijn prima te doen in het donker, je ziet geen afgronden… Dat klinkt trouwens enger dan het is, zolang wij hier wonen zijn daar geen mensen verongelukt.

Thuis begint er een ander feestje: heel veel felicitaties per mail, WhatsApp, SMS, Facebook. Zelfs een speciaal bericht van de supermarkt en de ziektekostenverzekeraar. Plus veel telefoontjes. En gedurende een week komen er nog kaarten per post.
L’anniversaire is toch best leuk. Op naar de volgende.

Auto-avonturen

Op sommige vlakken hebben wij beslist een turbulent leven geleid, bijvoorbeeld door mijn baanwisselingen of Riens droom om naar Frankrijk te verhuizen. Op andere terreinen zijn we redelijk voorspelbaar, misschien wel een beetje saai. Zo zijn wij óók met auto’s echte Francofielen. Al gingen we daarbij wel eens eventjes vreemd.

Ik was net 19 jaar, toen we ons eerste exemplaar kochten. Per trein naar Riens ouders met een weekendretour kostte toen 30 gulden p.p.. Broer P.was datzelfde bedrag kwijt. Voor 300 gulden konden we een meer dan 10 jaar oude Opel Kadet kopen, maar geen maatschappij wilde ons verzekeren. Ik had toen een studentenkamer in een achterbuurtje, mijn huisbaas wist wel een oplossing. Mijn ouders wilden in die periode dat wij ons zouden gaan verloven. Dat was onder studenten toen beslist het toppunt van burgerlijkheid. Daarom maakten wij er, als compromis, ons eigen feestje van. We leenden een tent en gingen begin april- ons verstand was kennelijk ook nog in ontwikkeling- naar een camping op de Veluwe en verloofden ons daar in alle stilte. Gelukkig waren we toen nog straalverliefd, want wat was het koud! Dat vond de auto ook, die weigerde iedere ochtend. De campingbaas was zo goed om ons dagelijks aan te slepen, maar zijn afscheidswoorden waren best begrijpelijk: “Leuk dat jullie hier waren, maar ook fijn dat je weer vertrekt.”Citroens Ami Break en Lelijke Eend
Als schrootwaarde kregen we een paar maanden later 60 gulden terug. En na de zomer konden we door onze vakantiebaantjes een beter vervoermiddel kopen. Toen ook hier mankementen aan kwamen, kozen we een Engelse auto. Met 4 man maakten we een proefrit, om goed te kunnen beoordelen of er wat mis was. Toch werden we belazerd: om te verdoezelen dat de lagers kapot waren, was er zaagsel in gedaan. Zo moesten we hem ook weer doorverkopen, geld voor een dure reparatie was er immers niet. Gelukkig was de koper een zoon van een garagehouder, dat suste ons geweten. Overigens nam deze jongen óns op zijn beurt ook weer te grazen: hij wilde die auto wel kopen, op voorwaarde dat we zijn antieke Renault 4 voor een klein bedrag wilden inruilen. Daar hebben we maar kort in gereden: als we de afrit van de snelweg afdaalden leek het wel of we gingen vliegen! En de bodem rechts voor was één groot, zwart gat.
Daarna kochten we van een monteur een opgeknapte Ami Break, maar die hield het ook niet lang vol. Twee Renaultjes later, tot dan dus 7 oude barrels in 4 jaar, kreeg Rien zijn eerste baan.
We moesten er wel geld voor lenen, maar met Riens salaris- voor ex-studenten een enorm bedrag- konden we ons een nieuwe Renault 4 Safari veroorloven. Toen we de dealer vroegen naar de inruilwaarde van ons eigen exemplaar was het antwoord: “Wees maar blij dat je niet van de weg bent gehaald, de balken zijn volledig verrot”. Die man was overigens wel de eerste betrouwbare verkoper.

We bleven de Franse auto’s trouw, tot een splinternieuwe Renault 5 binnen de kortste keren verroestte. Even gingen we vreemd met een Honda. Daar waren we echt gelukkig mee tot Riens herniaoperatie, de instap was toen voor hem veel te laag. Daarna bleven we bij het merk Citroën.

Zelf geef ik niet zoveel om auto’s, voor mij is een apart modelletje belangrijk, bijvoorbeeld een Volkswagen Kever ( met voorin een zandzak omdat ie anders instabiel was) of een Mazda met een mooi, rond kontje. Maar ik ben wel altijd degene die aangeeft dat Rien een nieuwe(re) moet kopen. We gebruiken zijn wagen uitsluitend voor de langere afstanden. Dan moet je er toch niet aan denken dat je hier om middernacht op een bergweg motorpech krijgt? Of onderweg naar Nederland bent en dan al je bagage over moet laden in een leenauto? Dus Rien krijgt huiswerk, hij moet onze mogelijkheden onderzoeken.
Bij toeval heeft de Peugeotdealer hier een Open Dag als wij voorbijrijden. Een aardige verkoper staat ons te woord, regelt een proefrit en belt een paar keer. Maar ook al gunnen we hem de koop, Rien kan met zijn lange lijf niet zitten in de ene Peugeot( 3008) en de andere( 5008) is zo’n bakbeest, die willen we niet. Dus op naar onze vertrouwde Citroëngarage. Van een bepaald model krijgen we een folder mee. De verkoper is beslist geen vervelende man, maar hij is onzeker en spreekt ons niet zo aan. Biedt ook veel te weinig voor onze auto. Maar dan stuurt hij toch een mail: de auto staat nu in de showroom, kom maar kijken. We vinden het model echt mooi, maar de inruil van onze eigen wagen blijft gewoon te laag. We besluiten naar Valence te rijden en daar een Mitsubishi-garage te zoeken. Die hebben een hybride-versie, de auto lijkt verder vergelijkbaar met wat we nu hebben. Daar worden we vrijwel meteen afgepoeierd: de dames in de receptie kijken niet op of om, de verkoper heeft het druk met een andere klant, die er niet is! Hij heeft ook geen brochure van de auto. Noteert wel onze gegevens en belooft een prijsopgave te doen: ” Van de meest luxe versie dan maar?” Denkt hij dat we fantasten of oplichters zijn? Of houdt hij niet van buitenlanders? Geen probleem, ik wil dit showroommodel nog niet gratis hebben, het is echt een lompe kar.
Dan komt Citroën alsnog over de brug. Meer inruilwaarde geven ze niet, maar wel een aardige korting op de aan te schaffen auto. Het gaat tenslotte om het verschil, nietwaar?

En dan krijgt dit verhaal ineens een andere wending. We gaan een dagje op stap met lieve vrienden. Eerst koffie drinken bij hen, daarna ergens lunchen. Het is Riens beurt om te rijden. Na een heerlijke maaltijd in Grignan gaan we naar wijndomein La Montine, dat jaarlijks een proeverij organiseert. Als echte profs gooien we iedere keer na een paar slokjes de rest weg. Wel begrotelijk als het om wijnen gaat van € 40,- per fles. Gelukkig hebben ze ook betaalbare drankjes die goed smaken, dus we gaan niet ” leeg” terug.
De navigator leidt ons helemaal door de binnenlanden, in het donker, maar uiteindelijk komen we weer thuis. Uiteraard hebben we gesproken over de avonturen met auto’s, over wat ons exemplaar nog waard is, dat ie steeds op tijd de onderhoudsbeurten heeft gehad, dat er voor de zomer wel nieuwe banden om moeten, enzovoort. ’s Avonds krijgen we volkomen onverwacht een mail, onze vrienden vragen of zij de auto mogen kopen. “We weten dat jullie geen garantie kunnen geven, zoals een garage dat doet, en we zullen er nooit ruzie over krijgen, ook niet als de auto een dag na aankoop instort”. We zijn perplex en ook een beetje huiverig, want “met je vrienden moet je wandelen, niet handelen.” Overigens hebben we met verschillende stellen hier prettige ervaringen met dingen aan elkaar verkopen, of onderlinge dienstverlening, zonder dat het ooit tot problemen heeft geleid. Maar toch…we aarzelen.
We stellen voor dat ze de auto meenemen naar hun eigen garage of dat ze bij onze monteur informeren naar de staat van de auto, maar dat vinden ze niet nodig. Dus op hoop van zegen maar. En ze krijgen er nog een cadeautje bij, een nieuwe accu. In dit geval ben ik wel blij dat ie het nu begeeft en niet over 2 maanden.

Overigens is de “nieuwe aanwinst” wel een tweede keus. We hadden erg graag een elektrische auto willen kopen, maar dat is voor de lange afstanden nog echt een avontuur. De volgende dan maar…

Op deze nieuwjaarsdag sluit ik me graag aan bij de wens van MarcMarie Huijbregts: Laat alle pijn, verdriet en teleurstelling achter in 2018 en neem het geluk mee naar 2019.

In hogere sferen

Onze eerste kerst in Frankrijk, in 2001, was voor mij een diepe teleurstelling. Ik wílde al helemaal niet weg uit Nederland, o.a. vanwege alle dierbaren die er achterbleven. En daarbij kwam het gebrek aan kerstsfeer hier: weinig verlichting en wat er toen brandde was spuuglelijk. Alles knipperde in alle kleuren van de regenboog. Inmiddels is het wel een stuk smaakvoller geworden. En wij hebben een nieuwe kring van dierbaren hier gecreëerd, met wie we de feestdagen doorbrengen. Maar toch….ik zou zo graag de kerstsfeer in Nederland weer eens willen proeven! Met mijn vriendinnen maak ik in de zomer al plannen daarvoor.

Het begin van deze reis is onverwacht vervelend: Riens auto start niet -op zondag! -, het is een probleem met de accu. Voor de zekerheid leg ik startkabels in de auto. Onderweg geen problemen, maar het voelt gewoon onzeker. In Nederland wordt er een nieuwe ingezet, probleem opgelost.

Ik reis met vriendin L. die zelf niet rijdt, maar wel prettig gezelschap is. Bovendien navigeert ze goed. We nemen een kamer in Hotel Arlon, in België, maar wat een drama! In de cafetaria staat een meisje absoluut liefdeloos te koken. De hamburger leek wel van karton, de frietjes waren smakeloze bleekscheten. De inrichting daar heeft een hoog plasticgehalte, ook niet echt uitnodigend. In alle opzichten vergane glorie, dat is geen aanrader.
In Nederland word ik dagenlang in de watten gelegd door mijn vriendinnen. Lekker eten, borrelen, genieten van de prachtige herfststukken van C, shoppen, naar de kaasboerderij, kerstsfeer proeven in de mooie omgeving daar, naar een gigantisch en mooi verlicht tuincentrum, eten bij de Griek Olympia: eigenlijk is het één groot feest. En de topper: speciaal voor mij hebben ze gin-tonic in huis gehaald!
In mijn eentje rijd ik de Randstad in, voor familiebezoek. Had van tevoren echt nachtmerries van het drukke verkeer, want dat ben ik hier natuurlijk helemaal niet meer gewend. Een paar dagen later ga ik naar vriendin S. in Den Haag en ook die reis verloopt voorspoedig. Best stoer toch? Omdat S. net met pensioen is gegaan, heeft ze een angstig hondje uit Spanje laten komen. Het beest heet zoiets als Blaf, maar geeft geen kik. Die is bij haar best in een warm bad terecht gekomen.

Mijn vriendinnen, die ik in 2003 op de camping heb leren kennen, gaan met mij naar Theo en Paula, óók van de camping. Behalve dat het onwijs gezellig is, kan ik ook nu weer een hele avond genieten van alle kerstverlichting overal. Dat is zo leuk in Nederland, je kunt mooi naar binnen kijken. In Frankrijk is dat echt heel anders.
De laatste dag doen we de stadswandeling in Leiden. Het is zo ongelooflijk koud, dat ik bijna in mijn broek bevries. Gelukkig weten de meiden een goede zaak, waar ik warmere kleding koop. Als we ergens lunchen vraag ik of ze Glühwein hebben. Het staat niet op de kaart, maar speciaal voor mij wordt het even geregeld. Ik mag gratis proeven, top toch? En we drinken -ook gratis- koffie door de munten die Wolky aan haar klanten geeft. Ik ben een heel goede Internetklant van dit schoenenmerk, maar een cadeautje kan er nooit af. Vriendin R. heeft dus wel genoeg munten gespaard.

En dan is het tijd voor een paar dagen in het huisje in het Oosten. Dat is dan ineens héél kaal en alleen, ook al heb ik daar een druk programma. Thee drinken bij de een, met een ander eten in het paviljoen bij ons huisje. En een bijzondere lunch met B., een collega met wie ik in de vorige eeuw slechts 2 jaar samenwerkte en nog steeds een leuk contact heb. Op zondag naar een vriendin met wie ik de Kunstroute in Hardenberg wil lopen. Maar dat gaat niet door: ik ben weer in Nederland en dus is het slecht weer, het sneeuwt grrr….Een been breken is nóóit leuk, maar al helemaal niet als je ver van huis bent. Ik durf dus niet, het blijft wel op mijn verlanglijstje staan. De dag erna ga ik nog even thee drinken bij Gea en Hans, een van de gouden teams van de camping. Het duurt geen 2 minuten voordat we over die goede oude tijd praten.
Tussendoor scoor ik ook nog op een grappige manier nieuwe kleren. Hier in Frankrijk kan ik die niet zo goed vinden, want de grotere maten zijn niet overal te koop. De Nederlandse 42 valt daar al onder.  In november had ik mijn voorraad op peil gebracht. Nu kijk ik eigenlijk alleen even rond, maar een verkoopster schiet mij meteen aan: ” We hebben nog een half uurtje een korting van 30% op de hele collectie”. Een mooi zwartrood gestreept vestje is al sterk afgeprijsd en na de korting moet ik nog € 14,- betalen. Dat kun je dan toch niet laten liggen? Ik gris ook nog een goedkoop glittervestje mee voor de kerst. En “vind” ergens nog een mooi zomerjasje. Heb ik nu niks aan, maar die tijd komt nog wel.

Bij de kaasboerin

Bij de kaasboerin

En ik ga ook nog op stap met een andere man, heel gezellig!
Mijn computer in Frankrijk is minstens 8 jaar oud en die vertoont kuren. Soms duurt het echt een aantal minuten voor hij opgestart is, dat is voor een ongeduldig iemand echt een ramp. Ik klaag steen en been, maar als Rien alleen maar naar dat kreng kijkt, doet ie alles normaal. Tot het apparaat eindelijk bezwijkt…gelukkig! En dan lopen we tegen een typisch probleem aan. Het Franse toetsenbord van computers en telefoons is heel anders dan de Nederlandse versie. Nou hebben we dat inmiddels wel onder de knie, maar “ons” toetsenbord blijft toch gemakkelijker. Dat geldt ook voor de Nederlandstalige versie van Windows. Vroeger regelde je dat allemaal via een chat met Dell in Ierland. Maar dat kan tegenwoordig niet meer. Dus bestelt Rien een nieuwe computer en laat die bezorgen bij zijn maatje in Nederland. Dat is een mooie gelegenheid om samen lekker te lunchen. Ik drop vriendlief daarna weer bij zijn huis en vertrek dan naar het westen. Daar heeft C. een prachtig kerststuk voor mij klaar staan, echt lief.

De volgende dag vertrekken L. en ik na de spits richting Frankrijk. De reis gaat voorspoedig, tot het donker wordt. Dan bel ik mijn eigen reisagent. Rien regelt een mooi hotel, la Bonbonnière in Talant, een voorstad van Dijon, maar let daarbij even niet op de afstand. Ruim 20 km door druk stadsverkeer, maar met mijn navigator L. gaat dat moeiteloos. En het was absoluut de moeite waard. De volgende ochtend zitten we op tijd in de auto. Rien heeft net een nieuwe telefoon en ik krijg zijn afdankertje. Door de app “Zoek mijn IPhone” kan hij me tijdens de reis volgen. Zo ziet hij dat vlak vóór mij de tunnels in Lyon worden afgesloten en daarom belt hij me. Maar ja, Jacqueline en knopjes…dat gaat dus fout. Gelukkig zie ik zelf het bord bouchon precies op de plek waar ik nog net de périferique op kan zwaaien, de kleine rondweg in Lyon. Zonder files bereiken we daarna ons huis.

Het was echt, echt heerlijk om de kerstsfeer te proeven in Nederland, maar weer thuis, met man en poes…dat is ook fijn! En Rien heeft het hele huis feestelijk aangekleed, omdat ik daar zo van houd. Dat is goed thuiskomen, dus ik verkeer nog steeds in hogere sferen…..

 

Voor 2019  wens ik u een bruisend jaar, vol liefde en gezelligheid.

Kerststuk van C.

 

 

Vanaf maart 2002 gaan wij 2 x per jaar naar Nederland. De eerste keren maakte ik 5 weken van tevoren al een doe-lijstje. Door de opbouw van de camping hadden we namelijk een boel andere dingen aan het hoofd. Nu is dat wel anders. Desondanks is het altijd krankjorum druk voordat we kunnen vertrekken.

Om maar wat voorbeelden te noemen. Onze poezenprinses doet haar behoefte bij voorkeur in de tuin. Toch moet ze de kattenbak binnen wel eens gebruiken. Bij het passeren ruiken we dat soms en dan grijpen we in. Maar voordat onze oppassers aankomen moet de bak dus persé uitgeboend zijn. Idem met de koelkast en de vriezer. Er moet uiteraard voldoende kattenvoer in huis zijn en dat betekent 3 soorten brokjes, 2 verschillende zakjes met zacht voer, knabbelstokjes en stukjes kip, de laatsten apart verpakt in de diepvries. En dat in een hoeveelheid waar ze wel 3 maanden van kan leven.

De winterbanden moeten bij beide auto’s worden geregeld. Precies 1 keer gokten we dat het nog wel kon en dat hebben we geweten. Vanwege hevige sneeuwbuien moesten wij heel België door met een gangetje van 40 km per uur, terwijl iedereen met winterbanden ons voorbij sjeesde. In de laatste week voordat we naar Nederland gaan hebben we daarom nu een dubbele afspraak. Eerst auto 1 naar de garage, meteen doorrijden naar het laboratorium voor onze jaarlijkse controle en daarna thuis ontbijten. Normaal is de eerste wagen dan klaar en kunnen we nummer 2 brengen. Maar nu loopt het anders, uiteindelijk worden er 6 banden afgekeurd, niet helemaal onverwacht. Bij de garage hebben wij de gewoonte om meteen af te rekenen. Maar helaas, het pinapparaat is kapot. Ik wil daarna een cheque brengen, maar – dat zul je altijd zien- het boekje is leeg en het nieuwe is niet aangekomen. Gelukkig geeft de garage mij een RIB, een Rélevé d’Identité Bancaire – de bankgegevens met het IBAN nummer erbij- zodat Rien het geld kan overmaken.

Nieuwe brillen

Onze huisarts vond de griepinjectie tot nu toe nooit nodig, nu moeten we dat wel doen en ook beslist vóór onze reis. Dus alweer een extra tripje naar de apotheek. Nog zoiets. Als je in Frankrijk je ogen wilt laten meten, moet je naar de oogarts, en die heeft een wachtlijst van drie tot vier maanden. En ja hoor, twee weken voor ons vertrek kunnen we er pas terecht. Daardoor krijgen we uiteindelijk de nieuwe brillen een dag voordat we afreizen. Eerst een keertje op en neer, 80 km., om de montuurtjes uit te zoeken en dan nogmaals om ze op te halen. Dat kost ons 2 x een middag. Het kan dan nog niet op met de onverwachte klussen. Zo stuurt een van mijn pensioenfondsen een brief met het verwijt dat ik de In-leven-verklaring niet heb ingeleverd. Potverdorie, de ambtenaar van de gemeente is mijn getuige dat die ingevuld en gepost is. Maar ja, ik moet er weer achteraan. Zucht.

Als onze oppassers uit Nederland aankomen, hebben we alle klussen afgewerkt. Geheel ontspannen kunnen we met hen uit eten. Onze poes vindt het niet leuk als wij niet thuis zijn, dus normaal komt zij dan, uit baldadigheid, behoorlijk laat binnen. Nu is ze er meteen, begint te eten, komt op schoot, gaat weer eten en daarna weer op schoot. Ik aai haar, niks aan de hand. Als Rien naar het toilet wil, sprint ze voor hem uit. Dat betekent: Meelopen! Ik wil vers water! En wel nu! Hij pakt haar even op en ze geeft een kreet van de pijn. Daar begrijpen we niks van. Als ze daarna weer op mijn schoot springt, zie ik een open wond op haar flank. Toevallig is onze oppas een gepensioneerde dierenarts, dus die roep ik uit zijn bed. Hij ontsmet de wond, zegt dat het niet ernstig is en dat hij het goed in de gaten zal houden.

Met een gerust hart gaan we de volgende dag op weg naar Nederland. Als we een paar uur gereden hebben, komt er een telefoontje: onze dame heeft nóg een open wond, deze is 3 cm en moet echt worden gehecht. Op zondag! Met veel moeite krijgen we een dienstdoende dierenarts te pakken. Deze ontdekt nog een derde wond, onder de andere oksel. Onder verdoving worden er pakweg 20 kleine hechtingen aangebracht. Hij denkt, net als onze oppassers, dat Gaia ergens in verstrikt is geraakt en zich los heeft geworsteld. En dat gebeurt dus net als wij niet thuis zijn! Heel naar, niet in het minst voor de oppassers. Iedere dag krijgen we gelukkig een verslag over de stand van zaken, soms met een foto erbij.

De ellende is inmiddels voorbij, en de knuffelfactor van Gaia is door de goede verzorging wederom een graadje opgeschroefd…

Uit angst toch eerder naar huis te moeten -vanwege onze prinses- plan ik alle afspraken achter elkaar en vaak 2 op een dag. Druk, druk, druk dus. Maar de ene is nog leuker dan de andere. Zo gaan we naar een feest van vrienden. In ’t Waarhuis in Aduarderzijl- een mooi, karakteristiek en drie eeuwen oud rechthuis- wordt gegeten, gedronken en gekletst. Tussen de bedrijven door zingen de eigenaren, de kok en zijn vrouw, prachtige songs. Ook heel bijzonder, vooral voor mijzelf: Ik draag een jurk! Een rok of jurk heb ik in Frankrijk niet meer aan gehad. Ze zien me hier aankomen! In de zomer in luchtige kleding, in de winter -voorheen- als bouwvakker verkleed, en dan ineens als dame? De Diois komen vast niet meer bij. Maar ik moet eerlijk zeggen dat het advies van mijn favoriete verkoopster heel goed is. Ze probeert me al zo’n 2 jaar in een jurk te persen, tot nu toe zonder succes. Maar ja, met dit feest voor de boeg, met een hoog jurkgehalte, moet ik wel…En wat heel schattig is: de verkoopster is speciaal voor mij aanwezig in de winkel, op wat voor haar normaliter een vrije dag is. Top.

De dag na dit feest gaan Rien en ik samen naar een voorstelling van Ellen ten Damme. Wat een geweldige zangeres! Wat een energie! Wat een spetterende show! Ze hupt en springt over het podium op enorm hoge hakken en heeft haar stem dan ook nog onder controle. Alleen erop lópen vind ik tegenwoordig al een hele uitdaging. Ook heel grappig: Als we thuis zijn, wijst het theater per mail ons op de volgende voorstellingen, onder andere een optreden van de Chippendales. Laat ik dan net in mijn eentje in Nederland zijn! Wie weet…

 

Doordat alle afspraken in het eerste deel zijn gepland, hebben we zowaar de laatste 3 dagen voor onszelf. Wij zetten de tuintafel voor het raam, strooien iedere dag voer voor de vogels en eekhoorns en zitten daardoor echt eersteklas…

 

En dan komt de tijd om weer naar Frankrijk te gaan. We vertrekken wat vroeger dan anders en het is volgens de navigator minder kilometers dan we gedacht hadden, dus opgewekt gaan we op reis. Dat gevoel gaat snel over: het is een aaneenrijging van wegwerkzaamheden, ernstige auto-ongelukken en ellenlange files. We doen uiteindelijk 10 uur over 600 kilometer, maar komen wel heelhuids aan. En dat is wat telt.

De tweede reisdag worden we geconfronteerd met de Gilets Jaunes, de Gele Hesjes. Macron heeft een aantal heftige beslissingen genomen. Zo wordt voor de laagste inkomens de Taxe d’ Habitation, een deel van de onroerendgoedbelasting, afgeschaft. Daartegenover zijn de brandstofprijzen heel snel verhoogd. Plotseling ontstaat er een opstand. Al ver voor Dijon geven borden boven de weg aan dat heel Lyon geblokkeerd is, niet alleen de weg door de stad, maar ook de grote rondweg. Wij kiezen eieren voor ons geld en nemen een andere route. Vlak voor Grenoble duiken wij toch de fuik in: de Gele Hesjes hebben de afrit van de tolweg geblokkeerd, zorgen voor enig oponthoud maar ook voor een gratis doorgang. En in tegenstelling tot de televisiebeelden:  het is een gemoedelijk sfeertje, de betogers en Gendarmes staan gezellig met elkaar te kletsen. Dat zien we de dagen erna ook.

Thuis kunnen we lekker knuffelen met Gaia, die – zoals het een poes betaamt- even goed laat merken dat ons vertrek niet op prijs werd gesteld. Pontificaal gaat ze spinnen bij de oppas, niet bij ons. De oppassers nemen ons daarna mee uit eten, ondanks alle extra zorgen die zij hadden. Chapeau!

En dan kan ik gaan aftellen voordat ik (weer) vertrek, voor mijn vrouwentripje.

 

AOW, AaahOhWee

Regelmatig lees je iets over de koopkrachtdaling van ouderen. Dat hebben wij niet echt meegekregen, misschien heeft onze voorgeschiedenis daar wel mee te maken. Als campingeigenaar ben je zelfstandig ondernemer, met een onzeker inkomen. Soms verdien je goed, maar door omstandigheden buiten je schuld kan dat ook zo omdraaien. Een hittegolf in Frankrijk, prachtige temperaturen in Nederland, een benzineoorlog…mensen die nog niet hebben geboekt, maken dan zó een andere keus. Het omgekeerde geldt ook: bij slecht weer in Nederland stromen de toeristen deze kant op. Maar het blijft dus altijd onzeker. Sinds Rien zijn pensioen heeft, komt er zomaar elke maand een vast bedrag op de bankrekening. Dat ervaren wij als pure rijkdom. Mij hoor je dus niet klagen.

En nu moet ik zelf AOW aanvragen. Grote griebel, wat is dat ingewikkeld! Toen we in Frankrijk gingen wonen en werken, adviseerde de accountant mij om “meewerkend echtgenoot” te worden. Onbetaald, want anders werd het te duur in de premies voor de sociale voorzieningen. En, zei ze, jij krijgt later toch al een goed pensioen. Als het daarbij was gebleven, was er geen vuiltje aan de lucht geweest. Dan had ik simpelweg de gekorte AOW kunnen aanvragen. Maar ja, in de zomer van 2012 heb ik nog als kok gewerkt op Domaine du Mûrier. Omdat daar netjes premies van zijn betaald, heb ik recht op een -uiteraard minimaal- pensioen. Drie jaar geleden kreeg ik daarover al eens een brief. Vervolgens gingen wij naar Valence, om dat pensioentje op te vragen. Met de benzinekosten, het parkeergeld en de kop koffie die we dronken, zaten we al in de min. Dus die vroege aanvraag hebben we toen maar laten zitten.

Vanaf 2013 werk ik hier als stadsgids. Drie maanden lang, 1 à 2 x per week leid ik mensen door de historie van Die. Daar verdien ik een leuk zakcentje mee, waar dan 25% aan sociale lasten en 5% belasting afgaat. Maar dan ben ik wel verzekerd voor de ziektekosten. En…- dat wist ik niet eens- daar bouw ik pensioen mee op.

Dat moet ik nu tegelijk aanvragen met de Nederlandse AOW, of ik nu stop of niet. Gelukkig helpt onze accountant daarmee, want aan dat soort administratieve processen waag ik me niet meer. Dat deed ik op de camping eens, toen de regeling van de witte werkster ook voor kleine bedrijven inging. Dapper begon ik, om bij vraag 3 al helemaal de kluts kwijt te raken. Wat is uw taux? Taux?? Het woordenboek gaf wel de vertaling, nl. het belastingpercentage, maar welk percentage, over welk bedrag? En als je vraag 3 niet had ingevuld, kwam je niet verder. Grrrrr…..

Het kan nog erger: Heb je je eindelijk, eindelijk door een tiental vragen heen geworsteld, valt Internet eruit. Weg alles wat je hebt ingevuld! Wat ik toen zei, kan ik hier niet op paper zetten…

Gelukkig is de Sociale Verzekeringsbank in Nederland heel klantvriendelijk. Een aardige meneer belt me terug -na een mail van mij- en stuurt de benodigde formulieren op. Heel fijn, nu heb ik meteen de naam van iemand die me daar kan helpen.

Want AaahOhWee, wat is het lastig! Bij Rien ging het simpel, die heeft in het onderwijs gewerkt en daarna zijn eigen bedrijf gehad. Alle data zo voorhanden. En Rien is bovendien een Piet Precies, die bewaart alles keurig in mappen en ordners, op datum of op alfabet. Ik verzamel óók alles, alleen weet ik nooit wáár…

Maar liefst 9 verschillende banen had ik in Nederland. Toen ik vanwege stemproblemen afgekeurd werd uit het onderwijs ben ik per dezelfde datum begonnen in een andere functie. Maar eerst op proef, dus met een herplaatsingstoelage. Toen ik uit de Tweede Kamer ging, startte ik de dag erna bij de Emancipatieraad. Omdat dit parttime was, kreeg ik wachtgeld, waarop de verdiensten werden gekort. Dat gebeurde ook met mijn inkomen als lid van de Provinciale Staten. Op de dag dat de Emancipatieraad ophield te bestaan, kon ik beginnen in een andere functie. Omdat het een aan de overheid gelieerde instelling was, werd er maximaal gebruik gemaakt van mijn wachtgeld, eigenlijk dus werken met behoud van uitkering, voor een bepaalde periode. En nu moet ik bewijsstukken van dat alles verzamelen…Zucht.

Ik ben zelf dus een chaoot met papieren, ben regelmatig wat kwijt en vind het pas na lang zoeken terug. Nu kan ik bijvoorbeeld mijn aanstelling als lid van de Emancipatieraad niet vinden. Dat was een Koninklijk Besluit, dus een aanstellingsbrief met de -echt handgeschreven- handtekening van Koningin Beatrix eronder. Dat zou ik toch nooit weggooien??? Maar ja, die brief is niet te vinden.

Nou hebben we met onze verhuizing naar Frankrijk ook wel pech gehad. We hadden een erkende verhuizer ingeschakeld, die onze inboedel een paar maanden in de opslag had. Toen hij met de vrachtwagen in Die aankwam, bleek er van alles te missen. Dat onze matrassen er niet waren en twee fauteuils ook niet, dat hadden we meteen door. Het duurde toch nog 3 maanden voordat die ook kwamen, en pas nadat we dreigden nieuwe te kopen op hun rekening. Hoezo erkend??? Een ” nest” grote bloempotten voor de tuin is nooit meer boven water gekomen. Die hadden zij niet gehad, zeiden ze.

Datzelfde geldt voor sommige boeken en een deel van onze administratie. Je mist het een en ander, maar je kunt niet bewijzen dat het bij hen in de opslag was. En nu zoek ik me dus wezenloos naar stukken die hier misschien nooit geweest zijn. Op mijn speurtocht kom ik wel dingen tegen waarvan ik niet eens wist dat ik ze in mijn bezit had. Bijvoorbeeld de rapporten van de lagere school en die van de HBS. Leuk om terug te zien.

We zinken nog een stukje verder het bureaucratische moeras in. Eerst komt er een mail van het Office de Tourisme, dat onze gite opnieuw geklasseerd moet worden. Wat een onzin, via hen krijgen we 0% reserveringen binnen. Toch informeer ik even. Gelukkig maar, want het ontmoedigingsbeleid voor wildgroei à la Airbnb is pittig: de toeristenbelasting wordt bij het ontbreken van een geldige classificatie verhoogd tot 4% van de huursom, met een maximum van € 2,40 per persoon per dag. Goedemorgen, voor onze gasten betekent dat een verhoging van 66%. En daarbovenop voor de eigenaar óók nog een nare maatregel. Omdat je geen enkele aftrekpost hebt voor appartementen (niet voor de bouw, inrichting, schoonmaakster, niks) geldt er een vaste regel: 29% van de ontvangen huursom wordt meegenomen voor de belastingen. Bij niet geklasseerde appartementen wordt dat 50%. Nou, die rekensom is snel gemaakt…Toch maar die € 165,- betalen voor de keuring. Maar de papierhandel die hierbij weer komt kijken!!! Alle afmetingen moeten worden genoteerd. Denken ze dat zo’n appartement krimpt of zo?? En deze: Zitten de hotelschakelaars er nog in? Nee, die hebben we inmiddels gesloopt. Echt idioot, dit soort vragen. Overigens is dit landelijk vastgesteld beleid, ons Office valt niets te verwijten.

En dan moeten we als toegift een bewijs bij de gemeente halen dat ons appartement ingeschreven staat. Die heeft nota bene net een brief gestuurd dat ze onze toeristenbelasting heeft ontvangen. Zijn daar geen computers waarin bestanden zijn gekoppeld?

Het houdt nog niet op met de bureaucratie. Een van mijn pensioentjes is ineens een stuk lager, daarom informeer ik naar de reden. Krijg keurig antwoord: mijn belastingvrijstelling geldt niet meer, die moet ik opnieuw aanvragen. Ook dat is gek: de Belastingdiensten van verschillende landen wisselen wél uit wat jij op je bank hebt staan, maar simpelweg informeren of jij belastingplichtig bent in een ander land is er niet bij. Dat moeten wij dus zelf bewijzen, met een formulier van 9 velletjes.

Na die hele papierwinkel mag ik best even klagen, AaaahOhWee dus. Maar alles is opgestuurd, hopen maar dat het goed komt.

PS. De volgende column komt ietsje later dan normaal.