Feeds:
Berichten
Reacties

Het historische stadje Die lijkt op het eerste gezicht niet heel bijzonder: een lange winkelstraat, een kathedraal en een paar leuke terrasjes. Maar er is heel veel te ontdekken, ook steeds opnieuw. Bij de stadswandeling bijvoorbeeld stellen mensen me soms vragen waar ik op dat moment geen antwoord op heb. En dat moet ik dan thuis meteen uitzoeken…

De vraag was deze keer wat het verschil is tussen een basiliek en een kathedraal. Wikepedia zegt dat een basiliek een bepaalde bouwvorm is. In de Klassieke Oudheid diende een basiliek als markthal en beursgebouw, later als rechtszaal. In de tijd van de Romeinen werd het een kerkgebouw met een middenschip en 2 zijbeuken. Voor de Katholieken is de term basiliek een eretitel voor een bijzonder kerkgebouw.

Een kathedraal is de belangrijkste kerk in een bisdom. Het is niet alleen een groot gebouw, maar ook groots, met rijke versieringen. De combinatie met een basiliek komt ook voor, dan heet het een kathedrale basiliek. En, zo staat erbij: als een bisdom wordt opgeheven, blijft de kathedraal als zodanig in gebruik. Dat laatste is het geval in Die.

Weer eens nieuwe feiten opzoeken vind ik echt interessant. Zo las ik dat er tussen 325 en 1801 een bisschop in Die was. In dat laatste jaar sloot Napoleon een concordate, een overeenkomst met de Paus: er werd een nieuwe indeling van de bisdommen gemaakt en dat van Die verviel. Valence werd het enige bisdom in de Drôme.

In eerste instantie had die bisschop hier helemaal geen kathedraal, maar een kerk. In de zesde eeuw werd er een doopkapel bij gebouwd, later kwam daar een klooster bij, huizen voor monniken en een kerkhof voor kinderen: die laatsten mochten immers niet op een gewoon kerkhof liggen als ze nog niet gedoopt waren. Bij de renovatie van Place de la Republique in 2013 vond men voor het gebouw van de Sous-Prefect een gaaf skelet en daaronder was nog een kerkhof geweest. Van die kinderen misschien??

Pas in 909 is er echt sprake van een kathedraal, die de naam Sainte-Marie draagt. Godsdienstoorlogen zorgen ervoor dat het gebouw diverse malen geheel of gedeeltelijk verwoest wordt. Dat is prachtig te zien aan de gevels: op onverwachte plekken zijn de kantstenen van deuren en ramen te zien, tegenwoordig allemaal dichtgemetseld. En ook opvallend: de oplettende kijker ziet verticale breuklijnen, waar de bouwstenen links een ander formaat hebben dan rechts.
Het is mooi om die muren te bestuderen vanaf Cafe de Paris, met een kopje koffie of een glas wijn….

In 1673 is de kathedraal voor het laatst weer opgebouwd. Maar dat geldt niet voor de klokkentoren: er zijn foto’s dat die maar 2 verdiepingen had. In 1933 werd de klok van 1530 weer op zijn plek gezet. En pas in 1927 is de huidige spits van smeedijzer er bovenop geplaatst. Mooi om te zien: de hergebruikte Romeinse zuilen, op iedere verdieping 4 stuks.

De stadswandeling doe ik vanaf 2004 en nog steeds ontdek ik nieuwe dingen, al zijn het soms anderen die mij daar op wijzen. Zo vroeg een leuke puber waarom 1 van de bisschoppen ( er zijn 8 standbeelden) een afgehouwen hoofd onder zijn voet had. Dat was me in al die jaren nog nooit opgevallen. Had er ook niets over gelezen. Maar ik heb hier in Die mijn eigen orakel: Mijn oudere vriend A. weet alles, echt alles over de kathedraal. En altijd als ik hem zie, deelt hij mij zijn nieuwste ontdekkingen mee. Ik stel hem de vraag, en hij geeft als verklaring dat het afgehouwen hoofd staat voor de ongelovige, die door de bisschop terechtgesteld is, misschien als afschrikwekkend voorbeeld voor anderen.
A. heeft een boekje geschreven over de Cathedrale Notre Dame de Die. Ik krijg het eerst exemplaar en hij schrijft er voor in: pour Jacqueline, en très, très grande amitié. Zet er dan nog gauw achter, in kleine letters: zonder haar echtgenoot te vergeten. In grote vriendschap dus.

Op nóg een vraag weet ik even geen antwoord: waarom er boven de westelijke ingang, in de boog boven de deur, een menselijk gezicht met ingevallen ogen te zien is. Thuis lees ik dat het een masker is, waarschijnlijk bedoeld om het kwaad af te wenden.
En wat we ook vaak over het hoofd zien, de 12 kapitelen boven de 3 ingangen van de klokkentoren. Ze gelden als de mooiste voorbeelden daarvan uit de 12e eeuw. Het gaat daarbij om de offerande van Kaïn en Abel, het zoenoffer van Abraham, een vrouwelijk paardmens en een naakte man: de een strijdend tegen een griffioen en de ander tegen een draak. En bij de zuidelijke deur eveneens gevechten tussen een mens en een dier. Ook binnen zijn er nog verschillende van die kapitelen -uit de 13e eeuw- te zien. Helaas zitten ze erg hoog. Voor een echte bestudering kun je het beste even op de grond gaan liggen. Maar dan denken ze vast dat ik gek ben geworden…

Waar de meeste mensen ook aan voorbijlopen is de prachtig gerestaureerde zonnewijzer op de buitenkant van de apsiskapel. Een paar jaar geleden heeft een groep langdurig werklozen de restauratie uitgevoerd en het is werkelijk heel mooi geworden.  Met ook een mooie tekst: Het Ware Licht verlicht iedereen.

En tot besluit nog een aardig verhaal. In 1858 is de vloer in de kathedraal geplaveid. En daarom zie je niet, zoals in de meeste oude kerken, de graven van de rijke burgers. Waarom dat is gedaan? Misschien omdat de graven niet goed waren afgedicht en de kerkgangers daardoor last hadden van die rijke stinkerds.

Het blijft toch boeiend, zo’n oude kathedraal met een heel levensverhaal. Zeker als je daar weer eens met een frisse blik tegen aan kijkt.

 

 

Intimi(teiten)

 

Het is druk in de zomer. We hebben natuurlijk onze eigen gasten, maar er komt ook van alles aanwaaien. Zo staan mijn vriendinnen al een paar weken op onze voormalige camping. We ontmoeten elkaar op de markt, borrelen bij hen of bij ons of op het terras van Domaine du Mûrier. Heel apart: iedereen vraagt altijd of we daar wel eens komen. Jazeker, we hebben nog steeds een leuk contact met de nieuwe eigenaar en zijn gezin. Bij de overname van zo’n bedrijf kun je over 1001 dingen onenigheid krijgen, maar dat is nul keer gebeurd, gelukkig. Natuurlijk doet hij een aantal dingen anders, maar daar bemoeien we ons niet mee. Ieder heeft immers zijn eigen stijl.
Zo’n voorbeeld van je overal mee bemoeien kennen we hier uit de regio. Kindlief heeft het bedrijf van pa en moe overgenomen en zij leveren luid en duidelijk commentaar op alles. Dat lijkt me niet gemakkelijk, een reden temeer om het zelf niet te doen. En bovendien, als je voor iets betaald hebt, is het van jou. Dan mag je ermee doen wat je wilt.

Maar we hebben best wel eens gemengde gevoelens als we daar zijn. Rien mist het hele campinggebeuren nog steeds, ik vooral het koken voor de gasten. En de mensen natuurlijk, sommige tenminste. Soms zijn er kampeerders die alleen een plek huren en zich met niemand bemoeien. (Toen wij beiden een drukke baan hadden, deden we ook zo ). Anderen vinden het geweldig om de hele vakantie met Jan en Alleman te kleppen. De meeste gasten zitten daar ergens tussenin. Wij, als campingbazen, hadden met de één een hartstikke leuk contact en met een ander nauwelijks. En soms klikte het gewoon van twee kanten en ontstonden er hechte relaties. Met dat soort gasten heb ik ook buiten het seizoen regelmatig contact.

Met twee van die stellen gaan we op de 14e juli, de nationale feestdag, eerst naar een restaurant en later naar het vuurwerk. Ineens gaat het gesprek een intieme kant op.

Zo las ik een column van Aaf Brandt Corstius, waarin zij de vervuiling door maandverband en tampons aan de orde stelde. Om die vervuiling tegen te gaan is er nu een cup, om vaginaal in te brengen. Aaf zag het al helemaal voor zich: een volle cup die overstroomt, speciaal als je net een witte broek aan hebt. Of de cup valt uit je handen bij het verschonen en veroorzaakt een bloedbad. Ik moet zeggen: die column las als een thriller…
Voor mij was dit onbekend, maar vriendin Bruni, al 5 jaar gepensioneerd als bedrijfsleider in een drogisterij, kende het cupje en beaamde alle nadelen.
Vriendin Paula had ook nog wat intiems te vertellen. Het vrijen met haar echtgenoot was ineens wat pijnlijk. Ze vroeg of hij soms een ragebol aan zijn geslachtsdeel had zitten. Het idee!!! Brrr. Bij de huisarts bleek het om een schimmelinfectie te gaan. Daar krijg je dan 1 pil voor en dan volgt intern een grote schoonmaak. Maar ondertussen was manlief ook besmet. Die had, volgens Paula, ineens een bloemkool. Wat ik me daarbij moet voorstellen weet ik niet, maar het was wel lachwekkend.
Heel vroeger heb ik het ook eens gehad, tijdens een vakantie in Frankrijk. Ik wist wat het was en zocht het Franse woord voor schimmel. Dat is best ingewikkeld.
Het is geen paard, een cheval pommelé. Ook geen mycose, een huidziekte. Ik koos voor moissisure, uitslag. Dat leek me wel passend, maar het was het ook niet. De apothekersassistente noemde het een champignon. He? Een champignon? Die kun je toch eten? Maar ja, die groeit ook in het donker…

Paula pijnigde haar echtgenoot wel vaker. Als ze een zwaar gevoel in haar voorhoofd heeft, gebruikt ze Toco Tholin, een huismiddeltje met onder andere menthol erin. Met de vingers doe je een paar druppels op het voorhoofd. En dan moet je niet, zoals zij deed, daarna je echtgenoot betasten bij zijn intieme delen… Door de manier waarop ze dit vertelde zagen we het allemaal voor ons.
Fleur deed ook een duit in het zakje: toen ze pas verliefd was, ging ze een weekendje weg met haar geliefde. Ze wilde even spontaan op het bed duiken, maar zag over het hoofd dat het om twee eenpersoons bedden ging. Prompt viel ze ertussen: weg romantisch moment!
En Bruni dacht: Ik zal je krijgen, met dat gespring op bed. Die stopte toen kussens onder de dekens, waardoor Fleurs romantische idee nog een keer de mist in ging.
We lachen door deze grappen tranen met tuiten en daardoor merken we nauwelijks dat het vuurwerk wordt afgeblazen: er staat teveel wind en dat is een gevaar voor het historische stadje en de natuur eromheen.
Niet getreurd, onze avond was ondanks dat ook al perfect.

En nog een onverwachte ontmoeting: in de tijd dat ik lid was van de Tweede Kamer, liepen daar 250 parlementair journalisten rond. Dat zijn, net als politici, ook maar gewone mensen, dus de een is goed in zijn vak, een ander niet echt en een hoop zitten er tussenin. Ik kende er best veel, vooral omdat de collega met wie ik de werkkamer deelde, Willem Vermeend, ongekend populair was. Die had altijd wel iets interessants te melden. Een van de betere vrouwelijke journalisten uit die periode liep ik later bij de Emancipatieraad nog eens tegen het lijf. Dat werd een prettig gesprek. En daarna verloren we elkaar uit het oog.
Ineens melden mijn vriendinnen dat ze, volkomen toevallig, op Domaine du Mûrier terecht is gekomen. Fleur geeft haar meteen een exemplaar van mijn eerste boek en dat las ze in een ruk uit. Ik krijg een SMS: Gegrinnikt over de Haagse slangenkuil, recente trauma’s Franse bureaucratie. Feest van herkenning maar vooral: wat een heerlijke aire naturelle heb je gerealiseerd. Mijn dag kan dan al niet meer niet meer stuk! De volgende middag ontmoeten we haar bij de verjaardag van Bruni en wat is dat gezellig. We hebben het niet eens over de politiek.

Ondertussen hebben we ook nog een avondje Franse les. Onze tuinvrouw is alweer postiljon d ‘ amour: we hebben het over de offertes die we vragen voor het schoonmaken van onze gevels. Het is typisch Frans, gewoon weken wachten met een reactie. Tuinvrouw meldt dat onze leraar – waarmee ze bevriend is- zijn muren net heeft laten restaureren. Dus gaan we daar eens kijken. Maar ja, dat betekent automatisch een eetafspraak. En ook automatisch een avondje les. Soms begrijp ik echt niet wat ik fout doe. Bijvoorbeeld champignon, dat zeg je zelfs in het Nederlands als sjampienjon. Maar het is niet goed, het is eerder sjampiennnnnjon. Vrouwlief is ook lerares, maar afkomstig uit het Noorden en daar hebben ze andere accenten. Maandag, lundi dus, spreken wij uit zoals het er staat. Leraar is het niet met zijn vrouw eens, hij zegt meer leundi. Wie heeft er gelijk?
Maar goed, we krijgen wel het telefoonnummer van meneer Steenkool, we sturen hem een SMS en wonder boven wonder regelt hij meteen een afspraak. Na 2 weken heeft ook een derde bedrijf zich gemeld, we zijn benieuwd. Het gaat vast heel mooi worden. Nog even wachten, het is een klus voor als alle gasten weg zijn.

En nog een toetje: De vriendin van onze beste vrienden gaat met pensioen en ze stuurt een schattig kaartje: De hond heeft er genoeg van om altijd maar alleen thuis te zijn. Daarom heeft ze  besloten “de prendre ma ras de bol“. Dat betekent ergens de buik vol van hebben. Voor ons weer een leuk feestje, met alleen maar intimi.

 

Als je goed kijkt zijn de vlekken op de gevel wel te zien..

 

 

Op zo’n 18 km van Die ligt het dorpje Luc-en-Diois. Tientallen keren reden we er doorheen, maar we stonden er letterlijk en figuurlijk niet bij stil. Al viel iedere keer onze mond open van verbazing bij de Pic de Luc. Boven het dorp ligt een berg met een hoge top, de zogenaamde Pic. In 1442 scheurde een deel ervan los. Enorme brokken steen vielen in de rivier. Deze stapel rotsen noemt men de Claps, afkomstig van het Occitaanse woord clap of clapas (= rotsblok). Occitaans is het dialect dat men sprak van hier tot de Middellandse Zee: De Langue d’Oc ofwel de taal van de Oc.
Door de versperring van de Drôme ontstonden er 2 meren, het Grote Meer, ongeveer 5 km lang en 300 hectare, en het Kleine Meer, van 6 hectare.

De drooglegging van het Grote Meer gebeurde door een gat in de rotsblokken te boren, eind 18e eeuw. De Drôme springt vanaf dat punt tientallen meters omlaag.
En elke keer als ik die grote rotsblokken passeer, vraag ik me af: Wat zou ik gedacht hebben als ik  in 1442 had geleefd? Zou het een nachtmerrie zijn? Had ik de avond ervoor teveel gedronken misschien?
De mensen die er toen woonden, maakten meteen gebruik van de situatie: het meer werd een grote visvijver totdat  de eigenaren van de grond, de monniken van Chartreux, het land onteigenden.
Tegenwoordig is het kleine meer een aardige spartelvijver, met een snack. Voor de kinderen is het water leuk, ouderen kunnen naast de rotsblokken en het vallende water omhoog lopen, zo’n 10 minuten, tot aan de zogenaamde Saute de la Drôme.

En voor het eerst lopen we de dorpswandeling van Luc-en-Diois. Weg van de hoofdstraat ga je ineens terug in de tijd. Een stuk van een marmeren Romeinse zuil markeert de toegang naar het oude stadje, dat ontstond in de eerste eeuw voor Christus. Luc was toen de hoofdstad van de Voconces, een Gallo-Romeinse stam met een gebied zo groot als het huidige departement. Om onbekende redenen werd in de 2e eeuw na Chr. ineens Die de hoofdstad, daarna verloor Luc zijn betekenis. Op verschillende plaatsen zijn nog hergebruikte overblijfselen van de Romeinen te zien, zoals een sarcofaag ( nu in gebruik als bloembak), een fragment van een altaar, een stenen goot op Romeinse manier gemaakt (en petit appareil) en bij het Office de Tourisme staat een deel van een Romeinse zuil mooi ingemetseld in de muur. De fontein er tegenover heeft een kapiteel aan de top, eveneens afkomstig van een Romeinse zuil.

Abt Froment, foto Office de Tourisme

Ook al heel lang op mijn te -doen- lijstje, de fossielenverzameling van abt Froment. Iedere vrijdagochtend (als er ook een schattig en typisch Frans marktje is) te bezichtigen in het gemeentehuis. In juli en augustus overigens iedere ochtend, en gratis.
Wat we nog gemist hebben is de zadelmakerij. De familie Roland heeft daar 4 generaties lang zadels voor paarden gemaakt en hersteld, tot 1952, toen de tractoren hen van de markt verdreven. Het ziet er nog steeds zo uit als toen, alsof de laatste Roland een ommetje is gaan maken. De openingstijden zijn hetzelfde als bij de fossielenverzameling, ook gratis. Dus waarom niet even kijken? Wij hebben het gemist, dus het blijft op mijn lijstje staan…

Zadelmakerij, foto Office de Tourisme

En ook een soort van een nachtmerrie, maar van een heel andere categorie: we moeten weer eens naar het ziekenhuis in Valence, gewoon voor controle. Mijn arts begint zo langzamerhand een beetje te ontdooien, maar elke vorm van humor ontgaat haar. Ik moet nu mijn medicijn zelf gaan spuiten, ergens in een vetlaag.
“Nou, dat is gemakkelijk bij mij”, zei ik.
Geen lachje kon eraf. En dan te bedenken dat haar man, ook arts in hetzelfde ziekenhuis, zo’n vrolijke Frans is.

Maar goed, op de terugreis aten we in een restaurantje waar we eerder heel goed en uiterst plezierig hebben gezeten/ gegeten. Nu liet de bediening te wensen over, om het maar zwak uit te drukken. Binnen waren 3 tafels bezet, 1 dame hield zich met de gasten daar bezig. Buiten, bij ons dus, ging het om zeker 10 tafels en de ober rende zich de benen onder zijn lijf vandaan. Toch redde hij het niet. Een Franse dame riep hem boos – maar wel gevat- toe:
“Moeten we soms met de wijn wachten tot de wijnoogst?”
Bij ons ging het goed tot de koffie. Die kwam niet, ook al vroeg Rien er 5 x om. Op het laatst ging hij die zelf maar halen, tegelijk met de rekening. Want inmiddels ergerden wij ons mateloos aan de nachtmerrie naast ons. Echt  vervelende kinderen.

En voor het geval dat u denkt dat ik een kinderhater ben: er waren nog 5 andere kleintjes. Ze vermaakten zich prima met en onder de takken van een treurwilg en speelden zoet in het grind. Eén zo’n wijsneus was een jaar of zes, had een grote uilenbril op en kon net lezen. Zei geheel zelfstandig tegen de ober: “Ik wil geen kindermenu, wel mosselen met frites. En een glas Grenadine met niet teveel water”. Dat vind ik nou echt leuk, zo’n eigenwijs kruimeltje…

Nog een paar foto’s van de Claps de Luc..

 

 

 

Waaibomenhout

Waaibomenhout komt van bomen, die met de wind meewaaien en dat hout is daardoor nergens geschikt voor. Het wordt in de spreektaal vaak gebruikt voor houtproducten van een slechte kwaliteit. Wijzelf nemen dat wat ruimer: als iets niet deugt noemen wij het waaibomenhout, ook als het van een ander materiaal is.

En daar hebben we nogal wat ervaring mee opgedaan. Onze eerste tent bijvoorbeeld was van een soort plastic gemaakt. Aan de Middellandse Zee, in de verzengende hitte, kookten we haast gaar in dat ding. En de Mistral waaide zo hard, dat het zand via alle luchtgaten naar binnen stroomde. We werden bijna levend begraven.
Vanwege een hernia van Rien was het kamperen in een tent slechts van korte duur. Samen met vrienden kochten we eerst een oud caravannetje en toen dat beviel een nieuwe. Een Beijerland, zo heette dat merk. Midden in de eerste nacht zakten Rien en ik door het bed. Nee, we sliepen gewoon, geen wilde toestanden. Hoe los je dat nou op, om 3 uur ’s nachts, op een camping? We ondersteunden het bed met het reservewiel en een krat boeken, maar van slapen kwam niks meer, ik durfde me die nacht niet meer te verroeren.
De lattenbodem bleek op een paar minischroefjes te rusten, dat was de volgende dag zo gerepareerd. Bij een nieuwe caravan van hetzelfde merk kwamen de bovenkastjes van de keuken zomaar naar beneden. De term waaibomenhout is dus absoluut van toepassing op Beijerland.
Op onze eigen camping overigens hadden we voor de verhuur een caravan van het merk Hobby. Pas later begrepen we de opmerking dat je met een Hobby meteen een hobby erbij hebt: er was altijd gedoe met dat ding. Zo moesten we al snel het matras vervangen. Uiteraard kon dat alleen bij Hobby en dat was dubbel duur. Wel heel zuur dat ook dit nieuwe matras binnen 5 jaar alweer helemaal versleten was. Ik zoek liever andere hobby’s….

Toen we de boerderij hier kochten, dachten we nogal simpel over een sanitairblok. Er stonden nog drie muren van een vroegere gierkelder: een muurtje erbij, dak erop, inrichten en klaar is Kees. Dachten we. Maar er kwam een heel nieuw gebouw, met 2 verdiepingen, gemetseld door vakmensen. Tegen de tijd dat de vloertegels gelegd moesten worden, waren onze reserves bijna op. Een vriendje wist wel een zaak, waar ze restpartijen verkochten. Wij namen bij voorbaat al 10% extra tegels, want nabestellen zou lastig worden. Toen wisten we nog niet dat onze tegelzetters alleen met liters bier vooruit te branden waren en dat ze dus heel veel tegels zouden “verknippen”.

Precies in die tijd ging deze tegeltoko failliet, een nabestelling was daarom überhaupt niet mogelijk. Bij dezelfde zaak hadden we 2 houten deuren gekocht voor dat sanitairblok, ook waaibomenhout: ieder jaar moest Rien na de winter schuren, anders gingen ze niet meer open of dicht. En zo betaal je heel veel leergeld.

Bij dit huis zouden we alles goed aanpakken, dat was ons voornemen. Maar ja.. een van onze Portugese bouwvakkers had zelf een keuken in Valence gekocht, echt goedkoop en van prima kwaliteit. Privé wilde ik beslist een Schmidtkeuken, maar voor de grote gîte was een goedkoper exemplaar wel een optie. Ter plekke aangekomen leek het aanbod echt fantastisch: 50% korting op alle meubels en op alle inbouwapparatuur. Daar tekenden we voor. De keukenkasten werden precies op de afgesproken dag geleverd en geplaatst, maar de inbouwapparatuur moet tot op de dag van vandaag nog worden geleverd. Op het goede moment werd ik heel nijdig: ” Als het nu niet met spoed wordt geleverd, kom ik de aanbetaling ophalen”. Zonder te blikken of te blozen kreeg ik mijn cheque terug. Maar goed ook, want niet veel later ging de zaak failliet. Onze plaatselijke keukenboer leverde toen de apparatuur en zei fijntjes: “Ik had die kastjes voor dezelfde prijs kunnen leveren, want goedkoop is het niet. Ze verdubbelen eerst de prijs en geven dan 50% korting”. Gelukkig is het allemaal wel van goede kwaliteit.

Voor de bouw van de studio namen we in eerste instantie een andere beslissing. Eigenlijk moest het een logeermogelijkheid voor vrienden en familie worden. Dat hoefde dus niet luxe te zijn. Maar bij het uitzoeken van een goedkope douchecabine kregen we al problemen: dat was echt waaibomenhout! Alles trilde, als je een deur open deed was je al blij dat ie ook weer dicht kon. No way, niet zulke troep in ons huis.

Er kwam een folder in de bus met goedkope bedden, dus ik vroeg de speciaalzaak of hij die kon leveren. “Ja, kunnen wel, maar  doen we niet”, was zijn antwoord. En hij liet me in de toonzaal het verschil in kwaliteit zien: die goedkope waren gemaakt van waaibomenhout. En daar gingen we weer, betaalden drie maal zo veel. Maar het zijn goede bedden, dat wel. Bij het eerste gebruik van dit onderkomen dienden zich meteen de volgende problemen aan: in het voor- en najaar is verwarming wel prettig en ventilatie in de badkamer ook. Natuurlijk meteen door ons geregeld. Goedkoop is het dus niet geworden…

Er kan in een seizoen altijd iets kapot gaan. Nu was een sifon onder een aanrecht ineens een beetje lek. Ook al staat er – bij toeval- een afwasbak onder, het hoort niet zo. En dus gaat Rien dat meteen repareren.
Wij zullen ook best eens een steek laten vallen, maar de kans daarop moet je zo klein mogelijk maken. Stel je voor dat mensen van ons zeggen: da’s waaibomenhout..

 

 

Musee de Die

Al een paar keer was ik in het museum van Die en eerlijk gezegd vond ik er maar weinig aan.Er zijn 8 zogenaamde tijdzalen, waaronder eentje vol met Romeinse munten en een met oude landbouwwerktuigen. Soms hebben ze een speciale collectie, zoals die met oude ansichtkaarten van Die en de regio. Omdat het mij wat tegenviel, besteedde ik er tijdens de stadswandelingen ook niet veel aandacht aan.
Tot nu.
Afgelopen zaterdag was het een nationale monumentendag, in het kader van de archeologie en oude molens. En dus was het museum weer eens gratis te bezichtigen. Vlak voordat we naar de markt gingen, pikten we dit nog even mee.
Hebben we toch al die jaren over het hoofd gezien wat de meest bijzondere dingen zijn! Er was namelijk buiten nog een gebouw met allemaal stenen overblijfselen uit de Prehistorie, de tijd van de Romeinen en de Middeleeuwen.

De oudste voorwerpen in het museum zijn een menhir van 4 meter hoog, enige vuistbijlen en een bronzen armband. In die vroege periode ( zo’n 250 jaar voor Christus ) kwam ook Hannibal hier voorbij.
De Romeinen woonden in dit gebied globaal tussen 100 jaar voor Chr. en 480 jaar na het begin van de jaartelling. Ze maakten er een mooie stad van, met een groot plein – een forum-, een paar tempels, 2 aquaducten en verschillende thermen. Op het eerste gezicht lijkt het of dat allemaal verdwenen is. Maar behalve de restanten die als vulling in de stadsmuur zijn gebruikt, liggen er dus ook heel wat van die overblijfselen in het museum: delen van grafzerken, afbeeldingen van hoofden, sierstenen van een dakgoot, een graftombe met dakpannen, een altaar plus een deel van een prachtig mozaïek, gevonden in Pontaix. En nog heel veel meer. Veel van de voorwerpen hebben Latijnse teksten, daar studeer ik nog even op…

Ook in de Middeleeuwen bruiste Die. Er was al eeuwen een bisschop met een eigen paleis, maar ook een protestantse academie, een meisjeskostschool, een klooster met nonnen en eentje met de Cordeliers. Er waren ondernemers nodig om iedereen van voedsel en kleren te voorzien. Daar kwamen dan weer rijke burgers op af,die mooie, grote huizen lieten bouwen. En ook uit die periode liggen in het museum mooie stenen overblijfselen, zoals een kapiteel en een deel van de stenen balustrade in de kathedraal plus een lachende leeuwenkop. Alle foto’s staan op de Facebookpagina van Mas Dea Augusta

Het museum is gehuisvest in een mooi herenhuis uit de 18e eeuw. Nu nog wel, want de gemeente Die wil de hele collectie graag overbrengen naar het bisschoppelijk paleis. Een prachtidee, maar eerst ” even” het geld regelen…

Museum is uiteraard te bezichtigen, in juni alle middagen in juli en augustus ook ‘ s ochtends.

En…. deze zaterdag alweer gratis!!!

 

Verliefd op de Drôme, dat ben ik nog steeds, ook omdat ik hier telkens nieuwe dingen ontdek. Wat dat betreft heb ik wel een zielsverwant gevonden in Sabine, de oprichtster van Drôme-blog. Het is al minstens een jaar geleden dat zij schreef over de watervallen bij Pontaix. Ik printte het uit, legde het op mijn bureau en verder kwam het niet. Tot kort geleden gasten van ons schitterende foto’s van het dorpje maakten. Nu moest en zou ik erheen…

Het departement de Drôme kent veel mooie stadjes en dorpjes. Dat Pontaix het meest gefotografeerde is, komt vooral door de strategische ligging: veel toeristen rijden er langs, moeten afremmen en zien dan hoe mooi het plaat(s)je is.
De Romeinen hadden die goeie plek ook al in de gaten: het lag aan de Romeinse route van Valence naar Italië en er was een overgang over de rivier. Vanaf de bergtop had men zicht op alle passanten en kon men de toegang tot de vallei van de Drôme daardoor goed verdedigen. Op de bergtop bouwde men daarom in de 12e eeuw een kasteel. Tegenwoordig staan er nog paar resten van de muren overeind.

Foto Jan Verschuur

Het dorp zelf ontstond in de Middeleeuwen en dat is nog te zien aan de oude huizen. Waar de toeristen voor stoppen, dat zijn de mooie, oude panden die met de voeten in de rivier staan. De 3 bruggen over de rivier zijn altijd een lust voor het oog vanwege de vele bloembakken die eraan hangen. En ook de tempel is aan de buitenkant heel speciaal, met haar 2 boven de rivier hangende erkers.

Op de resten van een kapel uit de 12e eeuw bouwde men in de 15e eeuw de huidige tempel. Inmiddels is deze geklasseerd als historisch monument en zijn er diverse restauraties verricht. Eerst de klokkentoren, toen de buitenmuren die door de rivier werden aangetast, daarna de deur uit de 17e eeuw, de beweegbare preekstoel, ook 17e eeuw, en de tribune. Vervolgens de fresco’s uit de 13e en 14e eeuw op de Noordelijke muur, waaronder Christus aan het kruis (14e eeuw) met Maria en Magdalena. Later werd de westelijke muur gerenoveerd met daar de litres, de zwarte rouwbanden, onderbroken door emblemen, de tekens van de Hugenoten in de 16e eeuw.( In juli en augustus is de tempel soms open voor publiek).

Watervallen en waterbassins van het riviertje l’Aiguebelle: Alleen als je echt goed kijkt kun je vanaf de doorgaande weg een waterval zien. Om er dicht bij te komen, moet je wel het dorpje inlopen. Meteen tegenover de voetgangersbrug is er een  viol, een typisch woord uit het Diois voor een steegje. Daarna ga je onder een soustet door, een gewelfde doorgang. Vervolgens via een trappetje een beetje stijgen en dan zie je al snel het eerste watervalletje met een mooi waterbassin. Wat nu? Het pad gaat duidelijk verder aan de overkant van het beekje. We wagen het erop, komen net tot onze enkels in het water en dan kunnen we op naar de volgende waterval. Het wordt spannend: aan de rechterkant gaat de helling steil naar beneden, en links moet je echt goed bukken, omdat je anders je hoofd stoot. Maar er is langs dat hele stuk een stang aan de rots bevestigd, zodat je je stevig kunt vasthouden.

De beloning is echt de moeite waard: we komen bij de mooie tweede waterval. Je bent er helemaal alleen op de wereld, het water klettert in een bassin en loopt daarna naar beneden. Je wordt er stil van.
Het is mogelijk om hier terug te gaan, maar wij waden nog een keer door het water, op naar de ruïne. Dat is best klauteren tussen het struikgewas, maar niet moeilijk noch gevaarlijk. Boven is er een prachtig uitzicht op de rivier, naar links en rechts.Er zijn 2 routes naar beneden, een langere via de wijngaarden van de Clairette, en de kortste direct naar het dorp. Wij kiezen de kortste, de langere kennen we al.

Het pad is net twee voeten breed, maar o, wat zijn de bloemen er mooi! Verschillende Orchideeën, de Campanula, het Bijenkorfje, Wilde Tijm, Wilde Valeriaan,Wilde Anjers, Stokrozen. Vlakbij het dorp zijn er eerst een paar ruïnes van oude huizen, daarna wordt het dichtere bebouwing. Eenmaal beneden is het beslist de moeite waard om niet meteen naar de auto te lopen, maar ook de rest van Pontaix even te bekijken.

En wij hebben, net als al die toeristen, ook veel foto’s gemaakt. Een leuke herinnering aan een leuke wandeling.

 

PS: Meer foto’s staan op onze Facebook- pagina Mas Dea Augusta

Kortgeleden zorgde een cyberaanval wereldwijd voor problemen. Ik was op dat moment al bezig met een column over oplichters, fraudeurs en hackers, vooral gebaseerd op de -grappige-  eigen ervaringen.
Het is niet altijd pure domheid, als mensen in dat soort trucs trappen. Zelf waren we in Nederland jaren klant bij dezelfde garage. Als we een andere auto wilden, kregen we er zo eentje mee voor een test. Tot iemand na zo’n proefritje niet meer terugkwam. Toen was het vertrouwen van die ondernemer wel weg.
Meestal vinden we dit soort oplichting echt erg voor de getroffenen, maar eenmaal lachten we in ons vuistje. We hadden ons huis in 1978 goed verkocht en werkten daarom soepel mee met de nieuwe bewoners. Zo hadden we, terwijl we er nog woonden, al allerlei wanstaltige lampen aan onze plafonds, “want er was net een elektricien bij hen op bezoek”. En omdat ze zo snel mogelijk wilden verhuizen, mochten de schoonmakers op onze verhuisdag “achter ons aan werken”. Wat niet helemaal goed ging, want voor ik het in de gaten had, werden onze kasten door hen leeggehaald. Een week na de verhuizing waren alle struiken in de tuin tot aan de grond gekortwiekt, ondanks het feit dat in de koopakte stond dat wij een paar weken de tijd hadden om deze te verplanten. Een half jaar later stond de koopster in de Privé, met een zielig verhaal over hoe haar vriend al haar spaargeld er door gejast had en daarna met de noorderzon verdween. Gerechtigheid. Slecht gedrag komt altijd bij je terug…

Hier in Frankrijk komen we regelmatig in aanraking met allerlei vormen van fraude, oplichting en ook met hackers. Meestal zijn we er wel op bedacht, maar eenmaal op de camping werd onze computer gehackt voor we het in de gaten hadden. Ze konden niet bij onze bankgegevens, zagen niets over onze gasten of de reserveringen, maar al onze bestanden waren niet meer toegankelijk. Wat een ramp, zo midden in het seizoen! De hele planning moest opnieuw, de standaardformulieren waren weg, de lijst met aanbetalingen ook enzovoort. Sindsdien hebben we 3 vormen van bescherming en wordt er dagelijks een back-up gemaakt.
Ondanks alle waarschuwingen vindt nog niet iedereen een virusprogramma belangrijk. Een van onze vrienden was daardoor ook aan de beurt. Zijn vrouw schrijft graag brieven en stukjes voor bruiloften en partijen en wilde dat eens verlevendigen met poëziealbumplaatjes. Manlief, erg dyslectisch, typte het woord poesie in en kreeg meteen een hoeveelheid porno binnen. Met dat soort bestanden ontvang je onmiddellijk meer ellende. In paniek belde hij Rien op: “Ik kan niet meer mijn computer in, heb een waarschuwing van de Gendarmerie en moet € 100,- boete betalen voordat ik weer met mijn computer mag werken.” Het was pure oplichting en Rien vond het een leuke klus om dit probleem gratis te verhelpen.

Vrijwel dagelijks krijg ik voor ons bedrijf mails die niet koosjer zijn. Dan willen mensen een gîte bij ons huren in een onrendabele periode, met 3 of 4 personen en dan gedurende een paar weken. Het ziet er betrouwbaar uit, bijvoorbeeld een man met vrouw en kind, of 4 managers van een Engels bedrijf. Voor als je het geld echt nodig hebt, is dat een aantrekkelijk verzoek. Maar de schrijver wil altijd meteen weten hoeveel het in totaal gaat kosten en hoe dat betaald kan worden. Dan weet ik al hoe laat het is. Als je erop ingaat, stuurt men een cheque met een veel te hoog bedrag, gevolgd door het verzoek om het teveel betaalde terug te storten. Pas na 3 weken komt de bank er achter dat de eerste cheque niet gedekt is, en jij bent je betaalde geld wel kwijt.
Nieuw is de volgende toevoeging: Wilt u bij de totale kosten € 1000,- optellen vanwege de kosten van de vliegtickets en € 200,- voor uw commissie? Wegens een bankstaking kunnen wij namelijk niet bij ons geld. En gij gelooft het…

Deze is ook heel grappig qua taalgebruik:

Je vous contact afin de vous soumet ma reservation du 16/06/2017 au 17/07/2017 je serais accompagnee de mon epoux. Si vous avez de la disponibiliter veuillez me faire parvenir un devis, au pire des cas donner moi vos disponibiliters ulterrieure car nos dates de sejour son flexible. Ik maak zelf ook best fouten in de Franse taal, maar dit is echt, echt dieptreurig. Gewoon de spellingscontrole even aanzetten, dat scheelt al de helft…

Een heel bijzonder aanbod krijgen we vanuit Oekraïne: men wil onze website in het Oekraïens vertalen, want er zijn daar minstens 40 miljoen potentiële klanten. Heb het even opgezocht, het land heeft 45 miljoen inwoners. De oorlog daar is mij in ieder geval niet ontgaan, dus hoeveel vakantiegangers heeft dat land eigenlijk? En gaan die mensen naar Die in Frankrijk?

Een investeringsmaatschappij uit Maleisië wil echt graag in ons bedrijf investeren, we krijgen diverse mails. Ik hoef alleen maar de gegevens op te sturen. En ons telefoonnummer melden, dan kunnen we praten over mogelijke investeringen. Idioten, die hebben geen idee wat voor soort bedrijf(je)  we hebben.
Rien en ik hebben ook nog eens “ het voorrecht dat we op een business lijst geplaatst kunnen worden”. Ook in dat geval krijgen we een grote som geld. Grappig, de afzender is dezelfde als onder een andere mail, die is kennelijk vergeten dat hij ons al eerder had benaderd met een zwetsverhaal…
En fijn: Mijn mailadres heeft meegedaan aan een loterij en daar is de hoofdprijs op gevallen, wel € 616.810,-. Of ik maar even contact wil opnemen.

Echt ontroerend is het volgende verhaal:
Ik heb kanker, ben weduwe en heb geen kinderen, maar wel heel veel geld. Anderhalf miljoen Euro wil ik weggeven. Heeft u daar een bestemming voor ? Ik wil niet sterven zonder een goede bestemming van mijn geld. En die mevrouw heeft mij uitgekozen. Geweldig toch?

Heel bijzonder : de kleinzoon van de koning van Benin kan alle problemen oplossen, zoals prostaatkanker, werkloosheid, gedoe met je vrouw, falen op seksueel gebied, juridische problemen enzovoort. Hij ondertekent de mail met fetisj, als naam, wat bovennatuurlijke kracht betekent. Is er iemand die dat gelooft? Als hij bovennatuurlijke krachten heeft zou hij toch weten dat hij bij mij aan het verkeerde adres is?

En voor iedereen met seksuele problemen ( Waarom krijg ík dat in hemelsnaam???) een bericht van de online apotheek: Mijn broer is apotheker en die kan alle erectieproblemen verhelpen. Maar ook als je epilepsie hebt, oogproblemen, slaaptekort, een gevoelige huid en kanker…hij lost het allemaal op. Bestel hier online je pillen…

Bij alles vraag ik me af: waarom zou iemand mij zoveel geld willen geven, waarom zou iemand in ons bedrijf willen investeren, hier in Die? Hoe kan iemand per mail beslissen welke pillen ik zou kunnen gebruiken voor welke oogafwijking dan ook?

En toch zijn er altijd mensen die voor de bijl gaan. In de familiekring liet een lichamelijk gehandicapte zich eens een duur matras opdringen, terwijl het niet veel meer was dan een lap schuimrubber. Hoe durf je dat te doen. Zo kreeg ze ook, net als veel ouderen, een telefoonabonnement aangesmeerd, dat suggereerde goedkoop te zijn, maar het beslist niet was. Gelukkig waren er andere familieleden die te hulp schoten en alles konden annuleren.

Omdat wij een bedrijf hebben worden we regelmatig gewaarschuwd door de Gendarmerie. Maar het allerbeste is toch zelf een beetje wantrouwend te zijn: de computer goed beschermen tegen ongewenste indringers en niet alle mooie woorden geloven.
En elke keer ook een beetje lachen om al die onnozele mailtjes…