Feeds:
Berichten
Reacties

Einde seizoen

Het was weer een prachtig seizoen, bijna een tien plus, met slechts 1 smetje. Zo onbelangrijk, dat ik het alweer vergeten was. Totdat ik mijn handgeschreven commentaar op het reserveringsformulier teruglas. “Kapotte spullen”.

Nou is het heel normaal dat er wel eens iets stuk gaat, zoals een kurkentrekker, de knoflookpers, een handvat van een mesje of een lamp die ermee stopt. Dat gebeurt in je eigen huishouding ook. En -ik geef het toe- soms doe je gewoon iets stoms: je handen met kerrie niet afspoelen onder de kraan, maar afvegen aan de vaatdoek. Oeps, die vlek gaat er nooit meer uit.

Onze gasten overkomt dat ook. De waarborgsom spreken we daarvoor nooit aan, alhoewel we dat punt dit jaar wel héél dicht waren genaderd…

Toen we de gîte bouwden, hebben we er een grote, glazen pui in laten maken. Van buitenaf kun je niet zien wat erbinnen gebeurt, maar toch heb ik, vanwege het gevoel van privacy, vitrages gekocht. Het was echt een toevalstreffer: een paar chique gordijnen waren sterk afgeprijsd en daardoor ineens betaalbaar.

Bij een van de gasten wapperen die vitrages dagenlang naar buiten, totdat de deur dichtwaait en er een grote winkelhaak in zit. Als dit gemeld wordt, krijgt Rien ongevraagd meteen te horen dat ons ophangsysteem niet deugt. Dat heeft er werkelijk niets mee te maken. Gelukkig ben ik er niet bij, want ik kan daar niet zo goed tegen: terwijl je zelf iets doms doet meteen de bal over de schutting gooien. We trekken het niet van de waarborgsom af, ook al moet ik 3 gordijnen vervangen. Maar wel een aantekening dus…

Gelukkig waren álle, echt álle andere gasten helemaal top. Het begon al ergens in maart, toen ik een mailtje kreeg van Dinie. Zij was indertijd met haar gezin een van de eerste gasten op de camping. Dinie en Arend konden hun pubers af en toe wel achter het behang plakken, maar wij vonden het grut allerliefst. (Dat vonden wij van de ouders trouwens ook…) Ieder jaar kwamen ze terug, ook in het nieuwe huis, en nu in het voorjaar dus dat mailtje:

Dochterlief moet een afstudeerscriptie schrijven, wil dat bij jullie doen en vraagt of ik dan meega, kan dat?

Tuurlijk. Een paar dagen later:

Manlief en het vriendje van de dochter willen ook mee, kan dat?

Ook goed, gezellig, maar dan liever wel in 2 gîtes.

Het weekend daarna:

Zoon wil ook mee, kan dat?

Het wordt wel behelpen, die moet dan maar op de slaapbank.

Nog een paar weken later:

Zoon heeft een nieuwe vriendin, mag die ook mee?

Ja, dan moeten zij maar in het tuinhuisje slapen.

Zo begint ons seizoen, met 6 gasten tegelijk, en wat was dat gezellig! Die scriptie is volgens mijn waarneming met de ogen dicht bij het zwembad geschreven, maar inmiddels is dochter T. wel afgestudeerd.

Een paar dagen na hun vertrek komt Maartje, eveneens een vaste gast van de camping, om haar tweede echtgenoot de prachtige Drôme te laten zien. Ook dat is weer leuk, net als trouwens met de daaropvolgende gasten.

Soms springt een stel eruit door toevalligheden. Met voor ons onbekende Hardenbergers -waar wij 25 jaar woonden- heb je ineens gesprekken over “Ken je die en die ook?” En een ander paar komt uit Assen, waar Rien en ik beiden woonden als pubers. In de studententijd gingen we er stappen, op een plek waar nu een grote nieuwbouwwijk uit de grond is gestampt. Grappig, dat zo allerlei jeugdherinneringen bovenkomen.

En ” de meiden” komen weer terug. Ik bedoel niet mijn 2 hartsvriendinnen die ook weer op de camping staan, maar een soortgelijk koppel. In 2014 waren ze hier voor het eerst en het was reuze gezellig. Maar, zeiden ze, wij gaan nooit 2 x naar dezelfde plek. Om het daaropvolgende jaar meteen weer op de stoep te staan…En inderdaad sloegen ze toen even over. Dit jaar waren ze er weer, nu zelfs 3 weken. Voorzichtig begonnen ze al over een volgende keer te praten. Tegelijkertijd kwam er een mail binnen van een mij onbekende dame:

Ik weet dat ik heel vroeg ben, maar zijn de volgende 2 weken in augustus 2019 nog vrij? Onze meiden reageerden meteen: Ons verblijf vastleggen! En de andere dame kon gelukkig haar vakantie nog opschuiven.

Voor de vierde keer zijn Martine en Anders hier. Dat is zo leuk van verschillende mensen over de vloer hebben, iedereen brengt zijn eigen ervaringen mee. Anders is bijvoorbeeld onderhoudsmonteur bij een patatfabriek. We vernemen wat er allemaal- volledig computergestuurd- gebeurt met de aardappel die binnenkomt, totdat ie als frietjes in een zak er weer uitgaat. En Martine is activiteitenbegeleidster bij dementerende ouderen. Hier in de regio struint ze alle brocantes af, de rommelmarkten, om materiaal voor haar ” oudjes” te scoren. En wederom neemt ze een vuilniszak met lavendel mee. Haar cliënten wrijven de zaadjes eruit en Martine maakt daarbij toastjes met Boursin, zo hebben ze een echte Franse middag…Geweldig vind ik dat soort verhalen.

Ook bijzonder: aan het begin van het seizoen krijgen we een reservering binnen van een onbekende meneer, die de naam van zijn partner erbij vermeld. He, die ken ik!! In het eerste jaar van de Sociale Academie hebben we in ieder geval enige tijd samen in een groep gezeten. Ik kwam daarna in een zooitje ongeregeld terecht. Was daar verreweg de jongste, zo groen als gras en bloedserieus, terwijl de rest te typeren was als langharig werkschuw tuig. Ik keek mijn ogen uit, dan ging zo’n gast naar de supermarkt, koos een dure wijn voor tussen de middag (????) en plakte er voor het afrekenen een sticker op van een goedkope fles. En als je je ‘ s avonds niet lam zoop in hun gezelschap of zo stoned als een garnaal werd, dan hoorde je er niet echt bij. Niet mijn clubje dus. A. had het beter bekeken, die zat in de groep waar ik achteraf ook bij had gemoeten. Ik keek reuze tegen haar op. Ze was een jaar ouder dan ik, had veel meer levenservaring en woonde bij haar ouders op een zelfstandige etage. Het is nu ontzettend leuk om uit te wisselen hoe onze levens nadien zijn verlopen. En ook grappig, haar partner is een beer van een vent (leuk en aardig) en die goede man is bang voor poezen, zelfs voor dat kleine schatje van ons. Rien begrijpt daar niks van, zo’ n poes doet toch niks? Nou, ik snap hem volkomen, angst kun je namelijk niet beredeneren. Ik ben bang voor een spin, terwijl die niet eens een kattenkrab uitdeelt.

Trix is onze laatste gast dit jaar in de studio. Ze is in haar eentje, daarom moeten we wel iedere dag wijn met haar drinken. Wat een straf he? Het is beslist een zwaar leven, als je appartementen verhuurt…

Naast al deze gasten zijn er ook familieleden en vrienden die langskomen, in de studio, in een hotel – omdat wij geen plek hebben- of op de camping. Bijna alle dagen feest dus. De laatste gasten zijn nu vertrokken. En het is net als op de camping: Na de winter kun je niet wáchten tot de eerste gasten komen. En nu is het heel fijn om weer een tijdje met zijn tweetjes te zijn. Uit principe klussen we niet tijdens het seizoen, nu staat de eerste verfpot al klaar. Aan de bak dus, na een prachtig seizoen.

 

PS. Terwijl de rozen nog volop in bloei staan, zijn de vuurdoorns in onze heggen al in herfsttooi.

Advertenties

Pies en poep

Wees niet bezorgd, dit wordt geen column over mijn stoelgang. Wel over onze bijzondere ervaringen met menselijke uitwerpselen.

Toen wij de boerderij hier kochten stond in de koopakte dat onze afvoer in de nabije toekomst aan nieuwe milieueisen zou moeten voldoen. Vervolgens hoorden we daar nooit meer iets van. Wat de camping betreft waren de voorwaarden wél heel strikt: er werd uitsluitend een openingsvergunning verleend als ons sanitair op het riool aangesloten zou worden óf als er een eigen zuiveringsinstallatie aangelegd werd. En dat laatste was een uiterst kostbare zaak. Maar we hadden geluk: de riolering van de gemeente Die liep onder onze grond, het was een kwestie van een geul laten graven en daarna aansluiten.

Wij voelden ons meestal gezegend met de gasten, ze waren vaak leuk, aardig, netjes en correct. Maar nét niet altijd, niet allemaal … Zo raakte de septictank van de boerderij eens verstopt, omdat een huurster van een appartement haar maandverbandjes door het toilet spoelde. Midden in het seizoen stond onze binnenplaats daardoor onder de drek. Daarna sloten we ook het huis op de riolering aan. Probleem opgelost, nou ja…dít probleem dan.

Er zijn wel meer mensen die een vreemde relatie met hun eigen afvalproducten hebben. Vanwege de hygiëne hadden we hangtoiletten (níet de Franse hurkpotten) en in de achterwand waren bakken ingebouwd voor tampons en maandverband. Op een dag kwam de schoonmaakster de receptie invliegen, terwijl de stoom uit haar oren kwam. Ze trof nu al voor de derde keer een mensendrol in die bakjes aan en daar greep zij dan in. Buiten de schoolvakanties waren er geen kinderen op de camping en honden lukt het niet om hun poep op die manier te verstoppen, dus de dader moest wel een volwassene zijn. Op dat moment hadden we een gast die niet alles op een rijtje had, dus we kalmeerden de toiletjuffrouw: ” Die gaat morgen weg, het probleem is dan opgelost”. Niet dus, daarna gebeurde het nog een keer, de dader was kennelijk een ” normaal” iemand. Nou ja, normaal? En hoe gestoord ben je als je -echt gebeurd!- ruim een meter naast de pot poept? Of de wanden even lekker insmeert…

Naast de pot piesen, dat gebeurt nog wel eens, omdat mannen niet goed richten of een borreltje te veel op hebben. Maar je uitwerpselen ernaast droppen??? Volgens mij ben je knettergek, als je je eigen drol uit de pot vist en dan in het bakje voor het maandverband stopt. Op die momenten werd ik wel heel nieuwsgierig naar wat zo iemand thuis doet…

Nu maken we dit niet meer mee. En toch gaat er hier ook wel eens iets mis. Dit huis had 6 jaar leeg gestaan, voor wij het kochten en dat was niet zo goed voor allerlei leidingen, afvoerbuizen etc. En dat merk(t)en we af en toe. Toen bijvoorbeeld in november 2014 onze oppas arriveerde, liet ik vol trots de nieuwe studio zien. Werd daar verrast door een kerriekleurige smurrie in de douchebak. Het nieuwe toilet was gelukkig nog niet gebruikt, dus het was geen poep of pies. De afvoer van het water vanuit de studio en onze eigen keuken, dat bleek teveel te zijn voor dezelfde, flink aangekoekte buis.

Deze week hadden we weer een stinkend zaakje bij de hand. Bij verkoop van gebouwen is hier een bouwkundig en technisch rapport verplicht. Dat moest ook gebeuren toen de camping in andere handen overging. Het was toen een wassen neus, die keurmeester was echt niet van deze wereld. Hij constateerde o.a. dat er geen afvoer van de wasemkap was. Nou, een hele hoge dus. Ook miste hij de aardlekschakelaar, die was er volgens hem niet. Nu hadden wij die boerderij indertijd gekocht met net zo’n keuringsrapport en daar ontbraken echt wezenlijke zaken. Op zoek naar een stopcontact in een slaapkamer bleken er bijvoorbeeld 2 gaatjes in een houten plint te zitten, met daarachter elektriciteitsdraden in alle kleuren van de regenboog. Levensgevaarlijk! En voor die ondeskundige man moesten we € 2000,- betalen ( bedrijfskeuring, dus extra duur).

Toen we dit huis kochten waren er diverse technische rapporten, o.a. over de afvoer van water en riolering. Allemaal dik in orde. Bij een controle zijn we nu ineens aan de beurt, het hele afvoersysteem wordt afgekeurd. Als Rien met de controlerende dame binnen komt, staat zijn gezicht op onweer. Maar na een tijdje doorpraten wordt het wel begrijpelijker. In 2012 is het systeem goedgekeurd, omdat er -doordat het huis de 6 jaar ervoor niet bewoond was- geen enkel probleem zichtbaar was. Maar nu wordt de afvoer dagelijks gebruikt. De septictank zit vol, de overstort functioneert niet goed en daardoor kan er “vloeistof” in het slootje voor ons huis komen. Hetgeen, terecht, verboden is. Het eerste is simpel te verhelpen, het tweede is lastiger. De afvoerbuizen hebben namelijk een te sterke helling, zegt de dame.

Voor het legen van de tank komt er een prachtige vrachtwagen voorgereden. Die niet alleen leegt, maar ook reinigt en met een computer de binnenkant van de buizen controleert. Daarna komt er een man langs die alles bestudeert en zijn conclusie is niet misselijk: volgens hem moeten we kiezen tussen een nieuwe septictank óf een groter uitvloeiveld. En daarnaast een beter aangelegd buizensysteem. In beide gevallen gaat het hele grasveld op de schop. Wat een klus! Gelukkig worden we niet gesommeerd om het direct aan te pakken. En dan komen onze buurtjes weer een avondje eten. Zij stellen ons onmiddellijk gerust: in het dorp naast ons zijn alle afvoersystemen afgekeurd en niemand die er verder iets aan doet. En bovendien zijn de ervaringen met zo’n speciale septictank helemaal niet goed, dus in het ergste geval moeten we het uitvloeiveld wat vergroten. We wachten eerst maar even op de offerte.

Wel passend bij dit onderwerp is mijn toenemende hekel aan zogenaamde kouwe kak, vooral als mensen opscheppen over hun bezittingen, inkomen en/of intelligentie. Bijvoorbeeld:” Ik heb een afspraak met iemand die nog rijker is dan ik…” Maar hoe rijk ook, deze man drinkt steeds koffie op onze kosten en geeft nooit iets terug. Zijn kakmadam begroet ons met de woorden dat we zo’n belachelijke helm op hebben. (We zijn hen fietsend gepasseerd). De keer daarop zijn haar eerste woorden: ” Ben je weer op je fietsje?” Alsof we op roestige rammelkasten rijden, i.p.v. op goeie elektrische fietsen. Ik begrijp echt niet waarom iemand zo denigrerend doet. Zo gauw ze nu onze kant op komen, vertrekken wij…Lekker kak!

Een ander voorbeeld, nog stugger, van een man in ons gezelschap die alleen voor zichzelf en 2 familieleden koffie bestelt. Als Rien daarom voor ons eigen groepje een rondje aan de ober doorgeeft, roept deze gast heel hard: “Ja, en voor mij ook een biertje!” We zijn iedere keer weer met stomheid geslagen over zoveel lompheid, zoveel arrogantie, over zulk gebrek aan sociale intelligentie.

Gelukkig zijn er altijd mensen die wél leuk zijn, zoals bijvoorbeeld A. Iedere woensdag neemt hij speciaal voor ons boeken mee over de geschiedenis van Die, over haar “tweelingsteden”, of een klapper met affiches die hij ooit zelf maakte. Een uiterst belezen man, autodidact en niks geen kouwe kak. Voor Rien heeft hij deze keer een speciaal cadeautje meegenomen. Een bordje met de tekst: Vrouwen zijn niet gecompliceerd, het zijn de mannen die niets begrijpen. De grap zit natuurlijk in het woord Rien.

En weer thuis ontvangen we de een na laatste gast van dit seizoen. Ze komt meteen binnen met een tas vol cadeaus. Zelfs de poes is niet vergeten. Dat maakt alle ergernis van de marktdag weer helemaal goed.

Misschien zijn we het pies- poepstadium weer te boven, voor de kouwe kak moet ik nog een strategie bedenken. Iemand tips??

Concullega’s

Tijdens onze laatste jaren in Nederland was Rien zelfstandig ondernemer en “ontwierp” ik een leergang voor startende ondernemers. Ik leende daarvoor veel kennis uit de boeken van zijn cursus Algemene Ondernemersvaardigheden. Zo ook alles over EVA, je Enig VerkoopArgument, oftewel: hoe onderscheid jij je van collega’s in dezelfde branche? Je kraakt hen niet af, zoals je wel ziet in reclames. Dat is niet alleen onaardig, maar ook onverstandig. Want als er iets te vergelijken valt, is er ook meer te kiezen. En als er meer keuze is, trekt dat extra klanten aan. Win-win dus voor beide kanten.

Dat geldt ook voor campings en appartementen. Voordat wij ons vestigden in Die moesten wij antwoord geven op de vraag wat ons unieke verkoopargument zou worden, hoe wij ons wilden onderscheiden van de andere campings. Grote kampeerplekken, dat bedachten we zelf. Broer T. maakte daar extréém grote plekken van.

Over de omgang met collega’s dachten we van tevoren helemaal niet na. Dat kwam vanzelf, toen de verkoper van de boerderij ons verwees naar de overburen, eigenaren van een echt grote camping. En in plaats van te denken dat ze er een concurrent bij kregen, vlak voor de eigen deur, hielpen ze ons waar ze maar konden. Hij gaf ons talloze tips en stelde ons even zo vaak gerust als er weer eens een vergunning was geweigerd. Zij verwees meteen kampeerders door, toen hun camping ” complet” was. Wij vingen weer een gezin van hen op dat een nacht te vroeg arriveerde, waardoor het besproken huisje nog niet vrij was. Onze campings waren absoluut verschillend, daarom konden we over en weer ook gasten doorverwijzen. Bijvoorbeeld als mensen mij vroegen of er animatie voor de kinderen was. Bij de overburen wel, niet bij ons. Ook een andere camping hielp met de start, door te wijzen op onze winterstalling voor caravans. Dat werd ons eerste vaste inkomen.

Ook met concullega’s is het belangrijk dat het geen eenrichtingsverkeer is. En dat hoeft niet beslist in de toeristenbranche te zijn. Een etentje aanbieden, passen op de huisdieren, een avondje assisteren in het restaurant, omdat er te weinig helpers zijn… je doet gewoon wat je kunt. En als mensen nóóit iets teruggeven, dan stop je vanzelf met daar verder energie in te stoppen.

Nu heb ik alweer een tijdje contact met een Nederlandse inwoonster van de Drôme, die net zo gek op dit departement is als ik. Die er graag over schrijft, op een eigen weblog, namelijk. www.drome-blog.nl. En heel slim, dat kondigde ze aan op www.nederlanders.fr., een website voor Nederlanders met een huis in Frankrijk.

Al sinds we hier wonen verzamel ik alle informatie over de Drôme, met het idee er ooit een boek over te schrijven, omdat een Nederlands versie over dit gebied niet beschikbaar is. Maar Sabine is me voor. Haar blog leidt tot een tv-opname, ze wordt gastredacteur bij Côte & Provence én ze krijgt de vraag om dat boek te schrijven. Ik zou natuurlijk stik jaloers kunnen zijn, maar gelukkig voel ik dat niet zo. In tegendeel, ik werk graag mee aan haar blog en verschaf informatie en foto’s voor haar boek. In ruil daarvoor zet zij overal mijn naam bij. Wij ontdekken – heel gezellig- samen de kanaaltjestocht in Valence en ik krijg van haar een -oude- dorpswandeling door Bourdeaux. Talloze malen reden we al door dit dorp, dronken er zelfs op een terras koffie, maar nooit bezichtigden we het eeuwenoude, hooggelegen dorp zelf. Nu wel.

De oude ruïnes van het kasteel torenen hoog boven Bourdeaux uit. Heel bijzonder: in deze hele regio vochten de katholieke bisschoppen van Die eeuwenlang tegen de protestantse graven van Poitiers. Meestal bouwden ze in de buurt van elkaar een kasteel, zodat ze de tegenstander goed in het oog konden houden. Hier in Bourdeaux is er de Grand Manteau, de Grote muur van de Toren van de bisschoppen van Die uit de 12e eeuw, 3 meter dik en 25 meter hoog. En maar ietsje verderop, echt op tientallen meters, ligt de Grande Salle, waar de toren van de graven van Poitiers uit de 13e eeuw is. Eenmaal boven heb je een schitterend uitzicht over het dal. Ook bijzonder is het Renaissancehuis van het eind van de 15e eeuw, met een overhellend dak en een prachtige raamomlijsting. En persoonlijk vind ik de oude klokkentoren mooi, de beffroi, uit de 13e eeuw.

Uiteraard gaan we bij Sabine langs, om haar net uitgekomen boek te scoren. Verrassende Drôme is echt heel mooi geworden. 159 pagina’s over “mijn” regio: de Diois, de hele vallei van de Drôme, de iets zuidelijker gelegen Drôme Provençale en een hoofdstuk over de steden in die gebieden.

Ze beschrijft natuurlijk de mooiste plekken qua natuur, de leukste dorpjes, bijzondere markten, streekproducten, gezellige terrasjes, bijzondere restaurants. Maar ook krijg je informatie over waar de bewoners van leven, welke bijzondere activiteiten je waar kunt ondernemen enz. Ik vind het echt een wereldboek en voor liefhebbers van de Drôme beslist een must. Ik heb echt geen aandelen in de verkoop, dit is een eerlijke beoordeling…

Interesse? In Nederland gewoon te koop via Bol.com. Verrassende Drôme, Sabine Dekker. En voor de mensen rondom Die: ik heb er een paar op voorraad.

 

En tenslotte nog een toppertje onder de taalblunders. Aan het eind van het zomerseizoen komt men hier weer uit zijn holletje: de toeristen zijn grotendeels naar huis, net als de logees van iedereen. En ook al was dat allemaal heel fijn, nu is er weer tijd voor zeg maar de wintervrienden. Het regent daardoor afspraken.

Fransen hebben niks met verjaardagen, tenzij het een kroonjaar is. Dus als wij bij de buurvrouw op haar verjaardag op de stoep staan, met een schattig plantje, is ze blij verrast. En we ontkomen er niet aan om de volgende dag daar te gaan eten. Zoals altijd heeft ze weer iets bijzonders op tafel gezet. Daarom nodig ik hen uit om bij ons te komen eten. Heb een nieuw kookboek en wil graag recepten uitproberen. Vraag aan Rien wat proefkonijn in het Frans is (we hebben op de telefoon een woordenboek). Ondertussen leg ik hen uit wat Rien op zoekt: une personne ou un lapin pour tester les recettes. Daar begrijpt de buurvrouw helemaal niks van: gaan we een konijn testen? Rien vindt het woord cobaye. Daarmee wordt het nog gekker, dat is – als tweede betekenis- een cavia. Die Fransen eten veel dingen die wij Nederlanders niet lusten, zoals orgaanvlees, maar nu spannen wij echt wel de kroon met het eten van cavia’s…Nog snikkend van de lach gaan we naar huis..

 

 

Het is alweer een eeuwigheid geleden dat ik de wandelroutes door de wijngaarden van de Clairette heb vertaald.

De legende van de ontdekking van deze sprankelende wijn is grappig. Ruim 2000 jaar geleden hielden de bewoners hier zich al bezig met de wijnbouw. De legende verhaalt dat zij eens hun kruiken met wijn voor het invallen van de winter in de Drôme lieten liggen, gewoon omdat ze die vergeten waren. Toen ze deze in het voorjaar weer tegenkwamen, ontdekten ze dat het een zoete, bruisende wijn was geworden. Het huidige proces is nog steeds op dit principe gebaseerd: de most wordt tijdens de gisting koud gehouden, waardoor de natuurlijke suikers bewaard blijven. Na het bottelen gaat het proces van gisting door die suikers verder en ook de bubbelvorming. Overigens is deze zogenaamde Tradition een mix van 2 druivensoorten, de Clairette en de Muskaat. De andere soort, de Brut wordt eerst alleen van de Clairettedruif gemaakt en daar wordt tijdens de tweede gisting een likeur aan toegevoegd.

In de folder met die wijnwandelingen staat een poëtische tekst: De wijngaarden van de Diois strekken zich langs de rivier de Drôme uit over bijna 1600 hectaren, in een prachtig natuurbehouden gebied, waar de zachtheid van het zuiden en de frisse Alpenlucht elkaar tegenkomen. De Drôme slingert tussen de berghellingen, door wijngaarden, lavendelvelden en fruitbomen. De wijnen lijken op dat landschap: charmerend en verrassend.

De routes zijn tamelijk eenvoudig, ze duren 3 tot 6 kwartier met een maximale stijging van 160 meter. En dat laatste niet eens achter elkaar, maar verdeeld over de hele wandeling. Simpel dus en mede daarom zijn ze populair. Die eerste vertalingen kostten best veel tijd. Fransen zijn geneigd om een route met punt A en B aan te geven en vergeten dan te melden dat je drie keer bij een kruising komt. Nederlanders willen graag alles tot 3 cijfers achter de komma helder hebben. Dus wij moesten nogal wat info toevoegen. En nu is dat geheel overbodig: er zijn prachtige bordjes geplaatst die de paden goed aangeven.

 

De eerste van de wandelingen, genoemd In het land van de Gervanne, ligt het verst naar het westen. De route loopt rond het dorpje Suze en langs het riviertje de Gervanne.

Op verzoek van 2 gasten loopt Rien de tweede tocht, die Onder de Trois Becs heet, naar het gebergte dat er hoog boven uittorent. De start is bij Saint-Sauveur-en-Diois, een schattig dorpje met 64 inwoners. Ook weer zo mooi beschreven: “Het pad ligt bezaaid met bosrijke heuvels”. De derde wandelroute is meer een pedagogisch ontdekkingspad. Diverse etappes in de wijnbouw worden op borden uitgelegd: snoei, bloei, krenten, opbinden, pluk, bescherming tegen ongedierte en de aarde. Het Land van de Marne (mergel) is vooral interessant vanwege de geologie: “Toen de bergen uit de zee verrezen ontstond er uit de aardkorst een koepel van 3000 meter hoogte, midden in het keteldal van Vercheny. Water maakte groeven in de lagen, waarna afgravingen volgden.” Mergel is een mengsel van klei en kalk en is daarom goed voor de wijnbouw, met name de muskaatdruif.

Dichtbij ons huis ligt de 5e route, bij Ponet, de Vallei van de Wijnen. Ponet is een schilderachtig dorp en ligt in een ” dichte” vallei, aan alle kanten omsloten door bergen.

En dan iets bijzonders; In de oude folder stond nog een zesde wandeling, die net boven Die loopt. Prachtig langs een riviertje met stroomversnellingen en weer uitkomend op de oude vestingmuren. Om onduidelijke redenen is deze in de nieuwe folder weggevallen.

Het Balkon van de Haut Diois is de naam van de zevende route, bij het plaatsje Barnave. Dit botanische dorp met kleine straatjes, oude huizen en gewelfde doorgangen heeft ook een leuke Auberge, waar je heerlijk onder de gewelven kunt eten. De wandeling loopt over een soort balkon, 100 meter lang, boven het dorp en van daaruit heb je ook een prachtig uitzicht. Wij liepen deze route eens nadat het een tijd geregend had. Er bleef steeds meer klei aan onze bergschoenen plakken, waardoor het letterlijke een zware tocht werd.

En tenslotte de laatste, Tussen Wijn en Cabanons. Hier liggen veel wijngaarden aan de voet van de majestueuze Glandasse. Het is een zaaibed van cabanons, kleine schuurtjes, in een prachtig panorama. En deze hadden we dus willen lopen, met een volgende gast.

Onze BN-er, laten we hem vanwege de privacy Whico noemen, naar zijn favoriete drankje- komt langs met zijn nieuwe auto. Toen we vorig jaar bij hem waren, werden we rondgereden in zijn 20 jaar oude Jeep. Whico hecht volstrekt niet aan nieuwe spullen, maar nu moest hij er toch aan geloven. De airco deed het niet meer, dus draaide hij zelf zijn raampjes open, handmatig. Maar zijn vriendin was daar niet zo van gecharmeerd, het pas geföhnde haar raakte daardoor de war. Toen de deur eruit viel ook nog werd het helemaal penibel. Gelukkig had zijn dealer een showroommodel klaarstaan. Op weg naar ons moest Whico allerlei nieuwe snufjes ontdekken: elektrische ramen, navigatie, handsfree telefoon, cruise control, parkeerhulp enzovoort. Helemaal enthousiast demonstreerde hij alles aan Rien.

We hadden graag met hem een van de bovengenoemde wijnwandelingen willen doen, maar hij is redelijk vermoeid. Over 3 weken beginnen zijn try-outs. Hij oefent bij ons de speciaal voor die shows geschreven liedjes en doet en passant de hele voorstelling voor. Vraagt steeds: Vind je het niet vervelend? Maar we hangen aan zijn lippen!

Tweemaal gaan we uit eten en ook al heeft hij een bekend gezicht, niemand herkent hem. Zijn bezoek leidt ook tot iets grappigs. We zitten op een terrasje, als bekenden erbij komen. Die man vraagt beleefd aan Whico wat hij voor de kost doet. “Nou,” zegt Whico, “ik doe iets in het theater”. Heel verbaasd vraagt de man of hij daar wel van kan leven. Denkt misschien dat hij de toneelknecht is of zo. ” Dat gaat best”, is het antwoord. Klopt wel, die nieuwe auto verdient hij met 3 optredens, maar geen moment schept hij daarover op.

Na 2 nachten bij ons moet hij weer verder. Jammer, want het verveelt geen seconde met hem. Dus ja, die wandeling nummer 8 moeten Rien en ik nu maar samendoen.

Van 8 tot 16 september wordt voor de vijfde keer ” de maand van de wijn” gevierd. In het hele gebied van de Clairette zijn er in totaal 24 activiteiten, zoals begeleide wandelingen door de wijngaarden, te voet of met de elektrische fiets. Allerlei proeverijen in diverse caves, niet alleen van wijn maar ook van in deze regio gemaakte chocola. Je kunt zelf meedoen aan de wijnpluk, ook bij maanlicht. En de 17e september, tijdens de Open Monumentendagen, is er een fototentoonstelling over de wijngaarden vroeger en nu, in het Museum te Die, ook weer gratis toegankelijk.

 

Zeg nou zelf, Die is een bruisende stad, net als de Clairette. Of, zoals de folder het stelt:

In het midden stroomt de rivier de Drôme, het fluitglas van de Clairette weerkaatst haar gebied, de mensen tintelen…

 

Al jaren organiseert de gemeente Die tussen half juli en half augustus de zogenaamde Vendredis de Die.

Om 18 uur begint er een nachtmarkt en de verlichte kraampjes zijn vooral mooi als het donker is. Het is een marché des créateurs, dus een ambachtsmarkt. Er worden allerlei zelfgemaakte producten verkocht, zoals sieraden, mode, tassen, decoraties voor in huis en siervoorwerpen van glas, hout en aardewerk. Men maakt er ter plekke crêpes, de kleine pannenkoekjes, en ook is er huisgemaakt ijs te koop. De winkels in de hoofdstraat zijn eveneens geopend. Om warm te lopen komt de plaatselijk drumband een paar keer langs. Was dat in hun eerste jaren niet om aan te horen, tegenwoordig bewijzen ze dat oefening kunst baart: het repertoire van de 20 muzikanten bestaat uit herkenbare muziek. Je hebt dan ook meteen de neiging om mee te marcheren.

 

Maar het belangrijkste van deze avonden is toch de muziek op de pleinen van Die. Het eerste plein, Square St. Pierre, is de afgelopen winter volledig gerenoveerd. Omdat Die een beschermd stadsgezicht is, mag zo’n ontwerp niet worden gemaakt door een plaatselijke tekenaar. Daarvoor wordt een bureau ingeschakeld dat gespecialiseerd is in de aanpassing binnen een historische omgeving. Het is nog steeds niet af, in september gaat men verder, maar het is nu al mooi.

Het tweede plein, Place Jules Plan, ligt helemaal verscholen tussen de karakteristieke huizen in. Regelmatig worden we hier echt verrast door de muzikanten. Deze keer is het  Agnès Ravaux, die ballades zingt van de bekende zangeres Barbara. Wikipedia zegt over Barbara dat het een Belgische zangeres is die poëtische teksten schrijft, met dramatiek en diepgang. Dat zien we in deze vertolking terug. Agnès zingt de sterren van de hemel, in goed verstaanbaar Frans en met haar handen uitbeeldend wat ze verhaalt. Het publiek waardeert het ook: mensen die hier aankomen blijven luisteren tot het eind.

De 2 volgende vrijdagen zijn we met vrienden bij de muziek en dat is toch wat anders: beide keren blijven we steken bij Café de Paris, van waar we een prachtig uitzicht hebben op de band die tegenover ons, op het Place de la Republique, speelt. Eerst is het een rockband waarvan de zanger zich met zijn kleding en zijn haar iedere keer aanpast aan het lied, dus de Elvislook, Chuck Berry, een Johnny Halliday etc. En hij kan ook nog eens verdienstelijk zingen. De gitarist is, zoals Harry Jekkers dat in zijn voorstelling noemt, een lantarenpaal: die speelt wel, maar het lichaam beweegt niet.

De keer daarop is daar een band met onze voormalige postbode, die zijn betaalde baan aan de wilgen heeft gehangen om van de muziek te kunnen leven. En dat lukt hem zo te zien aardig. In ieder geval genieten wij volop van de bekende songs die hij vertolkt.

Wij kennen de man al jaren. Nederlanders zijn gewend om meteen aan mensen te vragen of ze iets willen drinken. En helemaal als je net op je terras koffie drinkt. De vuilnismannen, de postbode, de buurman, allemaal moesten daar even aan wennen, maar na een eerste aarzeling schoven ze toch aan. Op een dag vroeg onze vaste postbode of we werk hadden voor zijn dochter. Dát kwam reuze goed uit! Onze Portugese dames gaan namelijk ieder jaar in augustus naar hun moederland. Midden in het seizoen een vervanger vinden is echt niet gemakkelijk. Dus we wilden die dochter wel. De volgende dag meldde ik JP, dat we eigenlijk 2 mensen nodig hebben. ” Geen probleem,” zei JP, ” ik heb 3 dochters”.

De kennismaking verliep vlot, de meiden werkten goed en we hadden ongelooflijk veel plezier met hen en over hen. Zo kwamen ze ‘ s avonds bij de table d’hôte bedienen in hotpants. Omdat ze buitengewoon goed geproportioneerd waren, nam de belangstelling voor de gezamenlijke maaltijd plotseling sterk toe. En dat de dames zo mooi waren, hadden ze zelf absoluut niet in de gaten, dus niks geen verwaand gedrag. Jeanet en Paula waren voor de gasten echt schattig. Probeerden ook in hun beste Engels een beetje met hen te converseren. En lachwekkend: de arme studentjes kwamen naar het werk in een auto die zijn beste tijd al lang had gehad. Zo zaten de spiegels met Duck tape vastgeplakt. Het jaar daarop kwamen ze niet meer terug, want ze wilden nu als vakantiewerk toch wel meer wéken en meer úren werken en dat hadden wij niet te biedén. Maar met Oud en Nieuw kregen we – en dat is redelijk uniek in Frankrijk – een kaart van hen met daarop alleen de tekst: Van je leukste werknemers.

Op het laatste plein, Place St. Marcel, speelt er nog een muzikant mee, die we ook in een andere setting kennen. We hadden hem al eens op de camping ontmoet. Regelmatig kwamen daar allerlei honden en katten aanlopen. Wij hadden al 2 poezen opgenomen en er is een grens aan wat je kunt en wilt. Honden kwamen er helemaal niet in, dat was geen goede combinatie met onze veestapel. Dus toen Keesje met een loslopende hond aan kwam zetten, zeiden we: ” Breng die maar terug naar waar je hem gevonden hebt”. Maar ja, dat hielp niet en uiteindelijk was het beest weer bij ons. Toen ik vervolgens de Gendarmerie belde vroeg deze gedetailleerd naar de hond: ras, kleur, halsband…en alles klopte. De hond was als weggelopen gemeld en de Gendarmerie zou de eigenaar gaan bellen. Even later kwam er een aardige man, breed lachend, ons terrein op. Hij herkende ons meteen, maar wij hem niet. Was het onze tandarts, die wij alleen kenden met een kapje voor zijn mond en een witte doktersjas aan. Nu dus in spijkerbroek en t- shirt. Dat is echt heel anders.

Bij de Vendredis de Die is hij altijd van de partij, als toetsenist in de band Les Anonymes. Maar nu herkennen we hem wel.

Omdat Die op deze vrijdagavonden bruist, komen er ook nog eens spontaan allerlei bandjes optreden. Met de pet rondgaan levert dan snel wat geld op. Er is ook een vlammenwerper, een pindaboer, een verlichte fietstaxi: iedereen pakt zo een graantje mee. In het verleden kwamen er ook goochelaars voorbij en een heuse trommelband. Dit jaar even niet.

Nu is het weer voorbij, de Vendredis de Die, volgend jaar een nieuwe ronde. Ik kan me er nu alweer op verheugen.

Van de eerste tot de tweede zondag in augustus staat dit middeleeuwse dorp helemaal in het teken van kunst en wijn.

Al in 1969 werd er een Amis des Vins opgericht, een vereniging die tot doel had de bevordering van de wijnproductie (inclusief de verkoop van de wijn), o.a. door het organiseren van festiviteiten. De vereniging leidt later een slapend bestaan, tot er in de negentiger jaren weer nieuw leven in wordt geblazen. Naast een zomerfestival wordt het steeds meer getransformeerd in een village-galerie.

Ook de naam van de club wordt veranderd, nu heet het Festival Arts et Vigne, festival van kunst en wijn. Deze week vindt dat voor de 24e keer plaats. Het feest staat dit jaar in het teken van de jaren 50. Dat komt vooral door de film Knock, met in de hoofdrol Omar Sy. ( Die speelde in de beroemde film Intouchables de rol van de uitkeringstrekker, die vooral niet wilde solliciteren als verzorger bij een zwaar gehandicapte, rijke man.) Knock is grotendeels opgenomen in Chatillon en een van de programmaonderdelen is dan ook het bezichtigen van die filmlocaties. Plus een expositie over de jaren 50, de tijd waarin de film zich afspeelt. Op zaterdag wordt die film vertoond, in aanwezigheid van een van de acteurs, niet Omar Sy, die was hier vorig jaar al.

Maar de hoofdmoot is toch wel de village-galerie, waarbij deze keer zo’n 60 kunstenaars hun producten tonen en verkopen in de talloze gerestaureerde garages van de middeleeuwse huizen. Dat waren vroeger schaapskooien, koestallen of zelfs woonhuizen. Ze zijn alleen al mooi om te zien vanwege de oude gewelven.

De feestweek begint met een markt en iedere dag is er wel ergens muziek, op de pleintjes en in de restaurants, en in allerlei stijlen: een fanfare, klassieke muziek, jazz, rock. En op verschillende plekken zijn er exposities.

Ook worden er de hele week allerlei cursussen verzorgd, voor jong en oud, zoals kleien, sieraden maken, aquarelleren etc.

Chatillon-en-Diois is dus bekend vanwege de wijnbouw, die dateert van de 2e eeuw na Chr. Het zijn de hoogstgelegen wijngaarden met een AOC, nu AOP- kwalificatie. Het woord gecontroleerd in die eerste benaming is nu vervangen door beschermd, en dat is terecht: gecontroleerd zegt niet alles. Protégee zegt dat de wijn beslist uit dat gebied moet komen, een beschermde naam dus, de Appellation d’ Origine Protégée.

De wijnvelden liggen op de zuidelijke hellingen van de Vercors, op de grens van het Alpengebied en de Mediterranee. En dat geeft de wijn een bijzonder karakter. In de restaurants in deze regio staan deze wijnen overal op de kaart, zoals de bekende Altitude 640.

Op die hellingen nóg iets bijzonders, de zogenaamde cabanons. Zoveel, dat het lijkt alsof ze vanuit de lucht over die hellingen zijn uitgezaaid.

Aan het eind van de 18e eeuw werden er op de wijngaarden kleine huisjes gebouwd om op een andere manier wijn te kunnen verbouwen, eigenlijk om een bepaalde ziekte beter te kunnen bestrijden. Daarvoor waren er op de hellingen meer materialen nodig en dus ook opslagmogelijkheden daarvoor. Die cabanons hadden een begane grond plus een bovenverdieping. Beneden was de opslag en boven konden de arbeiders slapen en zelfs wonen. Daarom ook was er een schoorsteen gebouwd. Aan de buitenkant zat een trap naar die bovenverdieping en de ruimte onder de trap werd gebruikt als wateropslag. Chatillon kent 70 van die huisjes, die tot in de zeventiger jaren in gebruik waren. Na een periode van verval werden ze mooi gerenoveerd. Tegenwoordig loopt er langs die cabanons een prachtige wandelroute. Nu, in het kader van deze week, kun je ze met een gids op elektrische fietsen bezoeken. En eenmaal zijn de cabanons ‘ s avonds verlicht en kunnen betalende deelnemers lokale producten met de AOP-wijnen van Chatillon proeven, terwijl er muziek bij wordt gemaakt. Na het eten is er een lichtshow met geluid, ook weer met een verwijzing naar de vijftiger jaren. Uiteraard zijn er nog allerlei programmaonderdelen die te maken hebben met de wijnbouw, zoals een begeleide wandeling door de wijngaarden, een uitleg over de druiventeelt op de oude manier, à l’ ancienne, en een uitleg over de teelt van de Clairette.

Het middeleeuwse karakter van het dorp wordt benadrukt door de verlichting ‘ s avonds met toortsen en fakkels. De oude huizen en de intieme pleintjes worden op die manier mooi uitgelicht. Op de laatste dag is er nog een groot bal en dan is het weer voorbij, het Festival Arts et Vigne.

 

PS. Dit was de 200ste column!!

Pharmacie in Montelimar

Het was een uitzonderlijk voorjaar, natter dan we hier ooit hebben meegemaakt. En het overlijden van mijn moeder -vooral alles wat eromheen gebeurde- tikte er behoorlijk in. Daar kun je best somber van worden, maar tegelijkertijd brengt het ook iets moois mee. Niet voor niks luidt het gezegde dat je in tijden van nood je echte vrienden leert kennen. Voor het gemak schaar ik daar de familie van Rien en mijn Rotterdamse achterban ook maar onder.

Het is mede daardoor hier nu iedere dag feest. Eerst komt broer 1 met zijn vrouw een week logeren in de studio. De verhuur van onze appartementen wisselt per jaar nogal eens. Het ene jaar loopt de grote Desse beter, een andere keer de kleinere Justin. Dit jaar is al in een vroeg stadium de grote volgeboekt van 3 mei tot 24 september. Met de kleine hebben wijzelf een fout gemaakt op www.gites.nl en daardoor missen we een beetje het boekseizoen. Dat vinden we niet echt erg. Maar nét precies als Riens beide zusjes na elkaar een paar dagen langskomen, is die ruimte bezet. Gelukkig zijn er goede hotels in Die. Broer nummer 2 is er dit jaar op tijd bij met het doorgeven van zijn vakantiedagen, die past wel weer precies in de studio.

En onze Bekende Nederlander komt ook nog een kleine week. Dat is het leuke van niet alles volproppen. Overigens is die BN-er supergemakkelijk, hij wil ook wel in ons tuinhuisje slapen. Of in het logeerbed, maar daar lig ik regelmatig als Rien door zijn hooikoorts pittig snurkt. Dat moeten we dus vermijden…

Montelimar, nogastad

 

Met mijn hartsvriendinnen doen we allerlei leuke dingen: samen eten, poedelen in het zwembad, een dagje naar Montelimar etc. In die plaats is er overigens een bijzondere beeldententoonstelling: mega grote badeenden, olifanten, duiven enz. Gewoon gratis te bezichtigen.

Ook op de markt in Die is het iedere keer feest. Vaak praten we er even met het oude Franse baasje A., die mij tot op de dag van vandaag nieuwe dingen over de historie van Die vertelt. En heel schattig, ik krijg telkens zelfgemaakte boekwerken ter inzage mee, over de kathedraal, het protestantisme etc.  Bij Café de Paris ontmoeten we ook vaak Nederlanders die hier in de regio wonen. En altijd gebeurt er wat bijzonders. Deze keer kwam er een jong stel op Rien af met de vraag of hij Rien heette. Blijkt hij de zoon te zijn van een vriendin van mijn vriendin. Boy had eerst ongemerkt een foto van ons gemaakt met de vraag daarbij : Zijn dit ze? En dat wordt dan zomaar een leuk gesprekje…

Ook vroegere kampeerders zien we nog regelmatig. Een van de vaste campinggasten, Nelleke heeft eens een zaadbolletje van een palm in Die geplukt. Het lukte haar om er in Nederland prachtige planten van te kweken. En grappig, nu komt er via een andere gast, Christien, een stek bij mij terug. Plant heet Trachycarpus Fortunei.

En een Wordfeudvriendin komt ook nog een dagje plonsen in het zwembad. Via dat spelletje kunnen wij af en toe even wat ” opwinding” kwijt. Zij assisteert mensen met gehoorproblemen, maar die zijn niet altijd even gemakkelijk. ( Iedereen die in een winkel werkt, heeft wel eens te maken met lastpakken.) Dus tussen de bedrijven door moet ze soms haar hart even luchten. Dat doe ik weer bij haar. Het laatste wat ik deelde:

De vorige directrice van het Office de Tourisme is op staande voet ontslagen vanwege haar oorlog met iedereen. Ik kréég niet eens oorlog met haar, want contact leggen was onmogelijk. Nu is er een nieuwe en daar hoorde ik goede berichten over. Dus mijn vraag daar opnieuw neergelegd: Mag mijn affiche van de stadswandelingen hier hangen? Een paar weken lang hoorde ik niks en toen kwam er een mail waarvan ik steil achterover sloeg. Op grond van wetsartikelen zus en zo mocht ik niet gidsen en de boetes waren hoog. Dat geldt voor musea en historische monumenten, maar niet voor het lopen door Die, nota bene aan de hand van mijn eigen, voor hen vertaalde, tekst. Na mijn reactie, gebaseerd op kennis van deskundigen, volgde een tweede mail: Zullen we dit op kantoor bespreken? Ik ging helemaal opgefokt die kant op, dat kun je toch niet maken? Wat er toen gebeurde, daar ben ik nu nog steeds sprakeloos van. De dame voor wie ik 10 jaar alle vertalingen heb gemaakt, stond al op me te wachten. Vloog me meteen om de hals, vroeg hoe het ging en zei dat ze bij het gesprek aanwezig zou zijn. Vervolgens ontmoette ik een uiterst vriendelijke directrice die me het ” probleem” uitlegde. Ze willen een gelijke behandeling voor gelijksoortige partijen en de Franse gids is partenaire, samenwerkingspartner. Zij betaalt een bijdrage en in ruil daarvoor doet het Office een deel van de promotie. Ik betaal al een bijdrage voor de gites, maar krijg daar nooit een reservering voor terug. Niet erg, ik draag graag bij aan een goed functionerend toeristenbureau, want dat is ook in mijn belang. Voorstel van de dames: betaal je bijdrage volgend jaar ook en wij plakken er een ander etiket op.

Achteraf denk ik dat die vriendelijke dames, juist vanwege de ruzies die de voorgangster veroorzaakte, een advies van het landelijke toeristenbureau hebben gevraagd. En op dat niveau komt men met grof geschut, om wildgroei met gidsen tegen te gaan. Dat is óók niet geheel onbegrijpelijk, maar liever niet schieten op mij!! Mijn opluchting over het prettige verloop van het gesprek is ongeveer even groot als mijn woede  voor die tijd…

En ik krijg nóg een hartverzakking te verwerken. Als ik terugrijd van de stadswandeling brandt het olielampje. Dus ‘ s middags ga ik naar de garage en daar wordt meteen even olie aangevuld plus een afspraak gemaakt om de olie te verversen en de filters te vernieuwen. Door de felle zon kan men het peil niet helemaal goed zien, dus hups, nog wat olie erbij. Ik rijd weg en merk dat ik geen snelheid kan maken. Geef wat extra gas en vervolgens gaat iedere auto voor en achter mij knipperen. Toevallig kan ik nog net de toegangsweg naar het station opschieten en dat is het dan. Ik probeer nog een keer te starten en zie weer overal rook. De blinde paniek slaat zó toe, dat ik niet eens meer weet dat ik zelf een telefoon heb. Leen een exemplaar van een passant en bel Rien. Dat schattige vrouwtje zegt tegen mij: Ga even in de schaduw staan, terwijl je wacht. Waarschijnlijk ziet ze dat ook bij mij de stoom al uit de oren komt. Rien geeft de auto een zetje, waardoor ik van de helling naar beneden kan glijden, dus niet meer midden op de weg sta. Griezelig, want ook de rem doet het niet meer.

De garage vertrouwt het niet, voor die 200 meter gaat mijn autootje op de sleepwagen. De volgende dag worden olie en filters vervangen en is het probleem zo opgelost: de garage had olie geknoeid en dat niet gezien door het felle zonlicht. Om de ellende te verzachten krijg ik een flinke korting op de toch al noodzakelijke oliebehandeling, hoef ik het slepen niet te betalen en geeft ze nog een paar relatiegeschenken cadeau. Nou ja, ik ben de schrik alweer te boven.

Er komen nog meer vrienden langs, sommigen met hun logees, anderen gewoon voor de lunch en nog weer anderen speciaal voor de zogenaamde vrijdagen in Die. Daarover de volgende keer meer.

En nog een paar cadeautjes in het leven: ik doe al vanaf 2004 de stadswandeling en nog iedere keer met hetzelfde plezier. Nu zegt een dame: Ik heb er al veel gedaan, maar dit was de beste stadswandeling ever! Mijn dag kan niet meer stuk. En in de postbus ligt nóg een verrassing. Schoonzus K. is ontzettend creatief. Vorig jaar had ze al een paar t- shirts voor mij genaaid. Vanwege het mooie weer had ze nog maar een luchtig exemplaar gemaakt. Precies de goede maat en de juiste kleur. Schattig toch?  Dus die drukke weken in de Drôme…ze kunnen mij niet lang genoeg duren.