Feeds:
Berichten
Reacties

’n Blij ei

Deze uitdrukking hoor en zie je steeds vaker. Daar kon ik me eerst weinig bij voorstellen. Is een ei blij met een biologische scharrelkipmoeder? Misschien wel. Ze zeggen toch ook dat baby’s in de baarmoeder gevoelig zijn voor de stemmingen van de moeder? En de invloed van goede voeding op het kind is al lang vastgesteld. Maar hoe gezond ook, als ei beland je óf in kokend water óf je wordt gebakken. Dus hoezo blij?? Maar toch is het déze uitdrukking die goed weergeeft hoe ik me op dit moment voel. Ik ben namelijk echt een blij ei.

Zoiets heb ik altijd al, als we naar Nederland gaan. We hebben onderweg ook nog eens een schitterende hotelkamer, in de Abdij des Prémontrés in Pont-à-Mousson, wel met een trap van 47 treden: in zo’n oud gebouw zit natuurlijk geen lift. Vanuit de kamer kijken we zo uit op de Moezel. En in de grote kerkzaal was ook nu weer een expositie. Niet eens bekeken, want na de inspannende reis – druk op de weg- wilden we alleen maar een drankje en lekker eten.

De volgende dag reden we van de ene file in de andere, maar we kwamen wel heelhuids bij ons huisje aan. De dagen erna konden we genieten van het mooiste weer dat we de afgelopen 17 jaar hier meemaakten. Daar hadden we ook wel tijd voor. Voorgaande jaren regen we het ene bezoek aan het andere, nu niet. In het weekend hebben we namelijk het Nederlandse feest voor onze verjaardagen en het 40-jarig huwelijk.

Het begon al op vrijdag, toen ik Rien dropte bij vriend R. Daarna lekker shoppen in mijn eentje. Ei is heel blij met een nieuw lingeriesetje (maatje kleiner!) en een mooi kookboek. Daarna gedrieën naar een restaurant waar het buitenterras zeer uitnodigend is. Geweldige sfeer, prettige bediening.  R. wilde de drank betalen en dat heeft ie geweten: voor de maaltijd namen de heren p.p. twee glazen whisky, wijn bij het eten en tot besluit allebei tweemaal een Irisch Coffee. En toen kwamen we terug bij de auto…Ik zou rijden, maar de grote bak van Rien was volkomen ingebouwd. Geen probleem, Rien millimeterde hem er zó uit. Die rijdt zelfs met drank op beter dan ik, wanneer ik nuchter ben! Eenmaal thuis meldde hij me een bestelling van een onderbroek voor € 0,01. Ik dacht: die moet dronken zijn. Zo’n slip met allemaal gekleurde driehoeken is helemaal niks voor hem en die prijs klopt ook niet. Maar een dag later ligt de onderbroek al bij broer T., ons bezorgadres. Inmiddels is duidelijk waarom het zo goedkoop is: als je niet reageert heb je een maandabonnement aan de broek van € 9,98 per keer.

Op die zaterdag dronken we eerst gezellig koffie met mijn vriendinnen. Ze zijn met hun camper neergestreken in Sibculo en het café-restaurant van ons park ligt precies tussen de camping en ons huisje, voor beiden op loopafstand. ’s Middags gingen we naar Zwolle. Harry Jekkers zou die avond optreden voor 900 man. Omdat hij op ons feest wilde komen, mailden we: je kunt bij ons slapen, we willen je ’s avonds ook wel ophalen. Waarop hij ons uitnodigde voor zijn show. Helaas, wij hadden toen al met, zeg maar mijn Wordfeudclubje, 4 man, afgesproken. Dus het was 6 kaarten of niks. Dat wilden we natuurlijk wel zelf betalen, maar de voorstelling was al maanden uitverkocht. Nou, geen probleem, Harry regelde het gewoon even. Rien en ik zaten boven in de loge, absoluut eerste klas. Wat een geweldige voorstelling!!! We werden er ook plaatsvervangend trots van: “Kijk eens, ons vriendje. Doet ie toch leuk he?”

Voorafgaand aan het optreden aten we onze vingers er bijna bij op in theaterrestaurant Koperen Kees. Over service gesproken: bij binnenkomst stond men ons al op te wachten en ik werd persoonlijk begeleid in de lift. Mooie boy ook, we hadden best een paar keer vaker op en neer gemogen, met de lift dan.

Na de voorstelling konden we nog een tijdje met de hoofdmoot van de avond kletsen. En wat een toeval: zijn vriendin is een collega van mijn vriendin S.: zelfde niveau, zelfde regio, zelfde tak van sport…

En dan ons eigen feest, de dag erna, in bistro/restaurant De Rheezerbelten in Hardenberg. Wat een prachtige accommodatie, wat een geweldig personeel, wat een heerlijk eten…alles echt een 10+ waard.

Vanwege het schitterende weer hebben we tot het dessert buiten kunnen zitten. Het grootste cadeau was de aanwezigheid van alle mensen die voor ons van betekenis zijn: familie, vrienden uit Hardenberg en omgeving en mensen die we op de camping in Die hebben leren kennen, dus vaste klanten die vrienden zijn geworden. En Harry natuurlijk.

Ze hoefden van ons geen extra cadeaus mee te nemen, omdat het er- zijn voor ons echt het belangrijkste was. Maar niemand kwam met lege handen. Van de enveloppen met inhoud gaan we “iets” in de tuin doen. Per dag wisselt ons idee daarover van een zonnewijzer plaatsen, een prieel kopen of een rozentuin aanleggen. Maar ook de enveloppen zelf waren al bijzonder: mijn moeder had hem zelf gemaakt, Riens familie had er een prachtige fotocollage in gestopt. En op een derde envelop zat een “postzegel” met een mooie foto van ons. Weer een ander bevatte een diner bon, eentje ook met een bijzonder lieve tekst, het kon echt niet op.

Ik ga alle cadeaus hier niet opsommen, dat is een beetje saai. Twee typisch Nederlandse cadeaus meld ik hier wel. Vrienden M. en J. hebben een heel eind moeten reizen voor een vaas. Dat klinkt als een saai cadeau, maar dat was het niet. Het is dé Holland Vaas, een kunstwerk van Sander Alblas. Het ding is als vaas te gebruiken, maar liggend heeft het de vorm van Nederland. Nou, daar komt geen boeket in!! En de dag na het feest, als we samen een kop koffiedrinken, geeft vriendin S. ons een fiets. Haar tekst op het bijbehorende kaartje is, zoals altijd, weer heel bijzonder: “de kleuren van Nederland en Frankrijk, ons nationaal vervoermiddel, symbool van verbinding. Met speciaal een bloemetje erbij (ook in de Nederlandse kleuren). Slotregel: Bon voyage door het leven!”

Bij de mooie kaasplank van Tout à l’Heure heb ik wel dubbele gevoelens: omdat we nog naar Frankrijk moeten liggen er geen kaasjes op, maar zakjes met nootjes. Als ik die nacht niet kan slapen eet ik zo een half zakje leeg en de weegschaal straft dat meteen af. Thuis direct weer op water en brood…

En vriendin Bruni heeft in totaal 170 foto’s van het feest gemaakt. Dat is echt een mooie herinnering aan deze dag. Fleur heeft daarbij geassisteerd, en ook Tout à l’Heure mocht de camera af en toe vasthouden.

Dan nog een cadeau dat niets te maken heeft met al deze heuglijke feiten: mijn moeders pleegmoeder kreeg op haar 19e verjaardag in 1913 een gezangenboek met een gouden sluiting. Ik ben naar die “oma” genoemd, dus na haar dood erfde ik het. Alleen bleef het in bewaring bij mijn moeder. Tot nu. Het is voor mij een herinnering aan een heel lief mens. Dus ik ben echt een blij ei.

Advertenties

Dit dorp ligt zo’n 25 kilometer verderop, pal aan de rivier de Drôme. In de eerste jaren ging ik daar naar een kapster, die getrouwd was met een Nederlander. Haar man legde haar dan piekfijn uit wat ik wilde: Alleen de puntjes eraf, dus niet een afgrijselijk bloempotmodel. En dat kwam helemaal goed. Mireille was echt een schatje, ik bezocht haar graag in de zaak waar de tijd 50 jaar had stil gestaan.

Vanaf de parkeerplaats liep ik dan door de hoofdstraat en dacht: Niks aan, dit dorpje. Tot ik de stadswandeling in handen kreeg en door de kruip-door-sluip-doorsteegjes de geschiedenis aan mij voorbij zag trekken. Ineens is er een nieuwe versie van die wandeling. We hebben vrienden te logeren, die moeten eraan geloven: de vernieuwde rondleiding gaan we samen ontdekken. En wat is dat weer leuk (en gezellig).

In en rond Saillans zijn er sporen van 6000 jaar bewoning, o.a. door de Voconces, een Keltische stam. De Romeinen vestigden zich later op deze pleisterplaats, langs de route van Valence naar Italië. Zij verbouwden toen al wijn en dat gebeurt nog steeds: vanuit Die gezien zijn het de laatste akkers van de Clairette de Die. Naast de wijnbouw was er de zijdeproductie: moerbeibomen voor de zijderups, spinnerijen, twijnderijen etc. De laatste fabriek werd pas gesloten in 1968.

Dat de Romeinen hier vroeger woonden, is op een aantal plaatsen te zien. Dat begint al voor het Office de Tourisme, het startpunt van de wandeling. Daar liggen 2 enorme marmeren blokken met een deel van een inscriptie. Ze werden gevonden op een plek waar vroeger bij de rivier de paarden werden gewisseld. De stenen zijn afkomstig van een praalgraf van een belangrijke Romein, uit de eerste eeuw na Christus.

Als we verder lopen, blijkt de route op zijn Frans te zijn uitgezet: Het lijkt ons logisch dat de wandeling correspondeert met de gele lijn op een kaartje. Dat levert nogal wat zoekwerk op, tot we ontdekken dat de hele route perfect met rode pijlen staat aangegeven op bordjes op de gevels van huizen. Wat de gele lijn dan wél betekent is ons niet duidelijk geworden.

We zien ook een fontein, zo eentje waar je normaal aan voorbij zou lopen. Maar als je leest dat hij 9 kanten heeft, ga je toch even tellen. Daarna komen we bij de kerk in Saillans, die is echt heel bijzonder en niet voor niks een historisch monument. In de folder die er ligt, lees ik dat de eerste Benedictijner priorij er al werd gesticht ergens aan het eind van de 9e eeuw. In de 12e eeuw werd het een kerk, de basis van de huidige. Ook bijzonder: de authentieke apsiskapel uit de 12e eeuw, de van oorsprong meer hoekige hoofdapsis en de gedeeltelijk herstelde noordelijke apsis.(De 3 ronde uitstulpingen op de foto). In 1575 werd de kerk door godsdienstoorlogen verwoest, later herbouwd en in de 17e en 18e eeuw vergroot.

Er zijn ook sporen van een zuilengang van een klooster ( rechts op de afbeelding).

Niet alleen het gebouw is de moeite waard, ook het interieur. Rien en A. maken er mooie foto’s.

 

Als je de stadswandeling vervolgt, kom je ook op plekken waarvan je denkt: Nou, dat zal wel. Het huis van een beroemde Franse schrijver en dichter, die ook nog eens Minister werd. De gemeentelijke broodoven, niet meer dan een houten luik, met een bordje dat die oven daar heeft gestaan. Of de ” fragmenten van kroonwerk, Romeinse overblijfselen”, dat zijn simpele stenen bovenop een muurtje. Maar er zijn ook écht mooie dingen te zien.

Persoonlijk bewonder ik de smalle straatjes met de gewelven, al dan niet bewoond. Een van die straatjes heeft zelfs 5 bogen. En eentje heeft 2 overspanningen boven elkaar, dat zag ik nog nooit. De bovenste is duidelijk wel later gemaakt. Ook mooi, de ramen met de stenen spijlen, de bogen erboven, de bovendorpels met de accolades en andere decoraties. De prachtige huizen van de gegoede burgerij, een paar zeldzame tuinen, de galets, de straatkeitjes, de antieke bouwstenen, de gehouwen stenen. De daken met de oude dakpannen en verschillende génoises, ter vervanging van de dakgoten, soms wel 4 in totaal. Verder ook veel inscripties op de lateien boven de deuren en af en toe boven een kelderraam.

En ook heel bijzonder, de deur van de oude gevangenis. De sloten zijn indrukwekkend en door het luikje slaat onze fantasie op hol: Kregen de gevangenen hierdoor soms te eten? In de beschrijving staat dat er ook een ontnuchteringszaal was, maar die zit achter de gesloten deur.

En onderweg zien we ook nog oude slagershaken, onder een bewoonde boog. Daar werd een beest zomaar in de buitenlucht geslacht. Het waren echt andere tijden…

Soms moet je wel heel ver naar boven kijken, maar dan zie je ook iets heel moois, zoals het raam met 3 gelobde bogen. En de deur van het oude jachtlokaal, dat Louis XI heet, is gewoon prachtig om te zien. Al met al zeer de moeite waard, echt weer een middagje genieten.

Fatshaming

 

Meestal gaat mijn verhaal over ons leven in Frankrijk, maar soms moet ik gewoon even stoom afblazen over iets dat me opwindt.

Al eens eerder vermeldde ik mijn geboortegewicht, bijna 5 kilo. Het is nog niet zo lang geleden dat mijn moeder bekende dat ik als peuter altijd snoep kreeg, omdat zij zelf dan ook iets mocht. Dus was het wel logisch dat ik lange tijd een mollig meisje bleef. Nog op de HBS nam ik zelf het heft in handen en viel toen lekker af. Tot 1989 bleef ik redelijk op gewicht, al was er wel een periode dat ik het programma van de Weight Watchers volgde. Op mijn werk viel een collega daarmee zo razendsnel af, dat ik dit ook wel wilde, samen met nog 2 anderen. Wat was dat een leuke periode!! Op maandagavond, dus net na het weekend, reden we met zijn viertjes er naartoe. We hadden een strenge begeleidster, dus je hoefde niet wekelijks te zeggen dat je ongesteld was en daarom vocht vasthield. Daar trapte ze niet in en dan volgde een donderpreek ten overstaan van iedereen. Dat waagde je dus niet.

Na mijn eerste dieet, 18 jaar..

Als het lijnen een keer niet zo goed gelukt was, hadden we allerlei trucjes in de aanbieding: de bh ging thuis al uit, je koos voor de minst wegende kleren, de sierraden gingen af en eventueel dronk je de hele dag druppels Solidago, een middeltje om vocht te verliezen. Je hield jezelf op die manier voor de gek, want de volgende week moest die gefakete kilo er dus wel echt af. Ook de onderlinge competitie hielp mee: Potverdorie, zij is wel afgevallen en ik niet….

Binnen een paar weken was ik de overtollige kilo’s kwijt en daarna volgde nog een programma om op gewicht te blijven.

Dat lukte heel aardig, tot ik op de kieslijst voor de Tweede Kamer kwam. Er was een geweldige campagne bedacht: we fietsten 12 keer 50 kilometer per dag, allemaal routes langs de mooiste plekjes van Overijssel. Je zou denken dat je de kilo’s er dan wel aftrapt, maar niets was minder waar: iedere afdeling verwende ons gedurende de hele dag, tot en met grote ijsco’s aan toe. Toen kwam de Tweede Kamer en dat was absoluut funest voor mijn figuur. In die periode was het restaurant voor de Kamerleden bedroevend slecht. Om 5 uur stonden de gebakken aardappelen op de warmhoudplaatjes en ieder half uur ging er een kledder boter op. Met het vlees ging dat net zo en de groenten waren helemaal grijs gekookt… De kilo’s vlogen eraan en die verdwenen nooit meer. In de volgende banen bleef ik ongeveer op hetzelfde gewicht. Maar het ging toch nog even helemaal fout in het jaar voor onze emigratie. In mijn herinnering aten Rien en ik echt iedere avond samen een heel blok chocola. En dat had effect! Maar eenmaal in Frankrijk, als manusje van alles tijdens de bouw van ons sanitairblok, vlogen diezelfde kilo’s er weer af.

In de eerste campingjaren dronken Rien en ik tussen de middag wel 2 mixdrankjes. Een calorieënbom, maar met werkdagen van 15 à 18 uur konden we dat wel hebben. In de jaren erna gingen we gezonder leven: minder werkuren, minder drank (dat ik er snel hoofdpijn van kreeg, hielp ook wel mee) en bewuster eten.

En toen, in 2009, begonnen de schildklierproblemen. Mijn huisarts wilde liever geen medicijnen geven, vanwege de bijwerkingen. Dus ik doorstond de hartkloppingen en benauwdheden en zag telkens de weegschaal verder in de verkeerde richting opkruipen. Elk dieet volgde ik, iedere calorie werd geteld, maar zonder resultaat. Echt om wanhopig van te worden! En ook al kende “iedereen” mijn kwaal, ook al wisten ze hoe erg ik dit vond, toch bleef een aantal van hen mij consequent daarmee kwetsen. Fatshaming noemen ze dat. Een paar voorbeelden:

-Een van onze ” vrienden” hier heeft altijd een schaal met chocolaatjes op tafel. Terwijl Rien die wel 5 x aangeboden krijgt, wordt er scheef naar mij gekeken als ik er 1 neem. Zo van, zou je dat nou wel doen? Dezelfde man schenkt het glas van Rien telkens vol, terwijl ik moet vragen of ik ook een beetje wijn mag.

– Iemand uit Nederland heeft het aan de telefoon regelmatig over onze Bourgondische levensstijl, over dat ik niet zoveel wijn moet drinken, dat ik toch eens aan de lijn moet doen en, als toppertje – na mijn aankondiging dat er vrienden komen eten- het advies: Eet niet te veel he?

Alsof ik de hele dag gebak, snoep en chocola met wijn weg loop te spoelen…Pardon, zít te spoelen, want dikzakken bewegen natuurlijk ook te weinig.

– Ook een mooi voorbeeld: vanwege de zware medicijnen voor de artritis moest ik o.a. naar de longarts. Gewoon uit voorzorg. Die man zag iets wat hij niet vertrouwde en liet een MRI maken. Uitslag: een restant van bronchitis veroorzaakte de benauwdheid van dat moment. En toch voegde een vriendin me daarna toe dat zij het óók benauwd had toen zij een paar kilo te zwaar was. De conclusie is duidelijk, niet?

– En twee mensen die zelf hun leven lang overgewicht hadden, maar door vervelende omstandigheden hun overtollige kilo’s kwijtraakten, meenden mij ook in ieder contact een wijze les te moeten leren. Totdat ik woest werd en zei hun commentaar niet meer te accepteren.

Want iedere uitleg over de schildklier, het effect van de medicijnen, en het ontbreken van een goed dieet, dat drong gewoon niet tot hen door.

De endocrinoloog had het wel gezegd, dat het 2 jaar kon duren voordat het lichaam gewend is aan de hoge dosis schildklierhormonen die je dagelijks kunstmatig toegediend krijgt. En warempel, het was waar! Zomaar, eind mei vorig jaar, stopte het groeiproces. De hele zomer heb ik ervan genoten. Kon wel 4 glazen wijn drinken zonder meteen gestraft te worden. Joepie, wat een genot, letterlijk en figuurlijk! Maar na die mooie zomer was er werk aan de winkel. Inmiddels zijn de eerste kilo’s verdwenen. Nu de rest nog.

Nou is dat van mij maar klein leed, alleen een gekwetst zieltje. Maar er zijn dikke mensen die een baan niet krijgen vanwege hun overgewicht. Want ze zijn vast lui, langzaam, ongezond en improductief. Ook zijn er die geconfronteerd worden met glurende blikken: Wat doe jij allemaal voor slechte dingen in je boodschappenkar? Mensen die, áls ze al eens een patatje eten, zomaar van onbekenden commentaar krijgen: Zou je dat wel doen? Niet goed voor jou! Of mensen die áltijd elk gebakje afslaan en als ze dat één keertje niet doen, meteen veroordeeld worden.

Fatshaming heet dat. Maar wie moet zich nou eigenlijk schamen???

 

Volgens de Franse Wikipedia zijn villages perchés dorpen die boven op een bergtop liggen, van nature dus moeilijk toegankelijk en meestal met vestingmuren.

Ze ontstonden in de prehistorie, men sprak toen over habitants de castellas. Dat laatste woord betekent kasteel en bij bestudering van de brochure over deze bergdorpen valt op dat er vrijwel overal sprake was van een kasteel. Later, tijdens de Romeinse bezetting aan het begin van onze jaartelling, werden er Gallo-Romeinse dorpen gebouwd in de valleien, langs de hoofdwegen. Maar in de 9e en 10e eeuw gingen mensen weer naar de hogergelegen dorpen.

Lang dacht men dat de huizen zo gebouwd werden om zich te verdedigen tegen de Saracenen, een bende van dieven en plunderaars, maar in feite beschermden de rijke heren zo hun bezittingen, zoals ovens en molens.

Aan de bouwstijl van de huizen is te zien hoe mensen vroeger leefden. Het waren hoge huizen, de beesten verbleven op de begane grond,  daarboven 1 of 2 woonlagen en dan een zolder. Vaak was er nog een terras om fruit en groente te drogen. Vanwege ruimtegebrek had men soms een trap aan de buitenkant. En men had een poelie, om materiaal naar boven te transporteren.

De brochure die de villages perchés beschrijft, heeft prachtige teksten, zoals deze: Men bouwde de huizen tegen de berg, “om te zien en gezien te worden”.  Er is heel veel te ontdekken in deze dorpen, als je door de steegjes flaneert. Welk uur van de dag ook, van zonsopgang tot zonsondergang, het licht plaatst alles in reliëf.Veel van de kastelen zijn geheel of gedeeltelijk verdwenen, maar de charme van vroeger is behouden gebleven.

De Drôme kent wel 36 van dit soort hogergelegen dorpen. Ik ga nog autoroutes uitzetten om ze allemaal te kunnen bekijken. Maar hier alvast een paar toppertjes.

Mirmande is zowel 1 van de 150 mooiste dorpen van Frankrijk, als 1 van de 25 mooiste villages perchés in het hele land. ( En dan ook nog eens een botanisch dorp, met een mooie wandelroute langs 150 verschillende rotsplanten).

Het dorp heeft als credo “Tussen kunst en natuur” en dat heeft o.a. te maken met het feit dat er zich veel kunstenaars hebben gevestigd. Het is een prachtig dorp waar de huizen Renaissanceramen hebben, waar de geplaveide straatjes allemaal naar de top leiden, met een kerk uit de 12e eeuw, en her en der mooie vergezichten.

Het dorp zelf dateert van de 12e eeuw en het bereikt in de 19e eeuw een periode van grote bloei, met het kweken van zijderupsen, en het weven en spinnen van de zijde. Daar leefden toen 3000 mensen van. Door het instorten van de zijde-industrie verviel het dorp en werd het een ruïne. In 1926 richtte een schilder er een schilderacademie op en de vele artiesten die daarop afkwamen, restaureerden het dorp.

Ook de moeite waard: l’ Eglise Sainte-Foy uit de 13e eeuw/de wijngaard Charreyon bij de zuidelijke vestingmuren/de botanische route.

Vlakbij ligt het dorp Cliouscat, met als credo “Tussen wijngaarden en cultuur”. Het dorp ligt helemaal rondom een berg. Van oudsher is de grond daar belangrijk, de Clio. Deze leem werd vlakbij het dorp gevonden en tot in de 19e eeuw leefde iedereen hiervan, zoals de wassers van de grond, (potten)draaiers, bosbouwers,vuurmakers en zelfs koetsiers.

Aan het begin van het dorp staat de kerk Saint-Jean-Baptiste, in de 17e eeuw herbouwd. Men stijgt daarna via de hoofdstraat langs eenvoudige huizen met verborgen tuintjes, tot aan de pottenbakkersfabriek, inmiddels een historisch monument. Er zijn nog steeds veel pottenbakkers en galerietjes. Verder mooi om te zien de vierkante poort/toren en de oude wasplaats.

En nog een mooie village perché,  Poët-Célard.

Mirabel-et-Blacons

Boven het riviertje de Roubion gaat de weg steil omhoog naar dit dorp. Bovenop het plein kijkt een imposant kasteel uit de 16e/17e eeuw uit over het dorp, dat in een cirkel op de zuidelijke helling ligt. Het versterkte kasteel van de Graven van Poitiers wordt voor het eerst genoemd in 1278. Het kasteel is te bezoeken, er is een bar, restaurant en taverne in gevestigd.De Chapelle Notre Dame herbergde, zo zegt de overlevering, jonge dames uit het kasteel die nooit trouwden. Ook verdwenen, die kapel. De kerk Sainte-Foy werd in 1850 gesloten, omdat ze niet meer te herstellen was. Deze vormt nu de entree van het dorp. De renovatie van dit dorp begon in 1985 en tegenwoordig, als je de weg met de straatkeien volgt naar de poorten van het kasteel, beneemt de charme van het dorp je de adem.

 

En qua naam soortgelijk, maar verder heel anders, Poët-Leval. Ook deze village perché behoort  tot de 150 mooiste dorpen van Frankrijk. Credo: “Land van dromen en ontdekkingen”. Dit dorp, in 1269 voor het eerst genoemd, heeft een allesoverheersende kasteeltoren. Maar eigenlijk is dat kasteel niet meer dan een toren met 2 zalen. Het dorp werd gebouwd in de 12e eeuw door de Ridders van de Hospitaliers,een middeleeuwse katholieke orde ( ook wel commanderij genoemd), van de Ridders van Malta.Het was van sobere architectuur en bood gastvrijheid aan pelgrims en garnizoenen langs de route naar het Heilige Land. Er was toen ook al een ziekenhuis. In de 13e eeuw bezat de Commanderij verschillende hoedanigheden, landerijen en privileges. Rond haar kasteel en de vestingmuren werden winkeltjes opgericht.

In de 15e eeuw was deze Commanderij een van de belangrijkste in Zuid-Oost Frankrijk. In de 16e en 17e eeuw onderging Poët-Laval de kwellingen van de Reformatie, zoals bijvoorbeeld de jacht op de Hugenoten. De Commanderij vertrok en het kasteel werd vernield. In de 18e eeuw waren er maar liefst 25 glasblazerijen, die ” van hangar naar hangar” gingen. Dit kwam omdat ze veel bos nodig hadden voor het vuur om glas te blazen. In de 19e eeuw was de aardewerkpottenbakkerij, ook een eeuwenoude traditie, op haar hoogtepunt.Aan het eind van deze eeuw verlieten de inwoners dit dorp. Het raakte in verval, zoals de gewelven en gevels. Vanaf 1929 begon het herstel, door een aantal gepassioneerden. Het kasteel werd gerestaureerd in 1996/1997, vooral door een actieve vereniging van vrienden.

Ook mooi om te zien: Museum van het Protestantisme in de Dauphine( 16e eeuw), kasteel ( 12e eeuw), kapel St. Jean des Commandeurs, la Commanderie en het internationale centrum voor kunst en animatie Raymond du Puy.

Dit waren nog maar 4 van de 36 villages perché in de Drome. Ik ken ze lang niet allemaal, ga dus opnieuw op onderzoek uit.

Wordt vast wel vervolgd.

Feestbeest

Als je wat ouder wordt ben je sneller geneigd om over vroeger te praten. Immers, je hebt meer jaren achter je dan voor je.

Zo komt het onderwerp feesten naar boven. De directe aanleiding is ons “Franse ” partijtje de afgelopen week. ( Het ” Nederlandse” volgt later.) Rien en ik ontmoetten elkaar ooit op een studentenfeest. Om het preciezer te zeggen: we passeerden elkaar al eerder in het huis van een studiegenoot, maar op mij maakte dat toen geen indruk. Dit veranderde nog tijdens dat feest, toen Rien behendig een dronken student in de goede richting manoeuvreerde. En hij verdiende een extra pluim, omdat hij me midden in de nacht op zijn brommertje naar mijn kamer terugbracht. Waarschijnlijk kreeg hij daarna wel spijt van die romantische ingeving, want op de terugreis verdwaalde hij volkomen in de stad Groningen…

Toen we eenmaal een stelletje waren, gaven we ons eerste feest samen. Er kwamen wat vrienden van overver, die bleven allemaal slapen in onze kamer van 3 bij 4 meter. Overal lagen mensen, midden in het looppad, onder het bureau en dwars onder ons bed. Het maakte ons niks uit, nu moet ik niet meer denken aan zo’n inbreuk op mijn privacy.

Toen wij en onze vrienden de studies hadden afgerond, zwierf iedereen uit. Bij volgende feesten betekende het automatisch dat de hele club bleef slapen. Op zaterdagmiddag druppelde iedereen binnen, ik zorgde voor de maaltijd en daarna begon de partij, tot diep in de nacht. De volgende ochtend moesten Rien en ik als eersten opstaan, om het ontbijt te maken. Daarna nog een lunch en in de loop van de middag ging iedereen weer naar de eigen woonplaats. Wij moesten dan het huis nog opruimen, de restanten verwerken en de volgende ochtend begon de nieuwe werkweek weer. Maar daar draaiden we onze hand niet voor om.

Toen de vrienden kinderen kregen bleven er steeds minder bij ons slapen. En ook al waren die feesten best heel gezellig, ik kreeg er toch steeds minder zin in. We hadden een druk bestaan met allebei een volledige werkweek, deden aan wedstrijdsport, volgden cursussen en vervulden bestuursfuncties. De boodschappen inslaan voor zo’n partij en de hapjes maken ( ieder jaar weer exclusiever), dat was al een heel gedoe. En dan het feest zelf: eerst sta je tijden in de hal alle gasten te ontvangen en cadeaus uit te pakken. Daarna wordt ieder gesprek onderbroken door vragen zoals: “Heb je ook Apfelkorn?” Tegen de tijd dat je de hele voorraadkast van boven tot onder hebt bekeken, heeft degene met wie jij sprak alweer een ander contact gelegd. En nét heb je weer een leuk babbeltje als iemand zegt dat de cola op is. Daarna gaan de eerste gasten alweer naar huis en sta jij opnieuw een poos bij de deur, om afscheid van iedereen te nemen. Eigenlijk heb je zo’n avond nauwelijks tijd voor de mensen die jíj belangrijk vindt. En precies dat vond ik dus steeds minder leuk.

Eenmaal in Frankrijk veranderden we ons verjaardagsfeestje in een meeting vanaf koffietijd. Ik bakte in eerste instantie wel 5 Nederlandse appeltaarten. Later maakte ik me er gemakkelijk vanaf door bij de bakker een paar Galettes des Rois te kopen, de taart met amandelspijs die je hier op 6 januari eet. En voor de hapjes kreeg ik hulp van de topkok die mij al zoveel leerde. Maar toch….je blijft de gastvrouw die steeds klaar moet staan. De laatste jaren ” verdwenen” we daarom met onze verjaardagen voor een dagje van de aardbol. Dan gingen Rien en ik samen een leuke stad bezoeken en ergens lekker eten.

Maar ja, als je binnen 14 dagen resp. 65 en 70 jaar wordt, en als je het 40-jarig huwelijk nog steeds niet hebt gevierd, dan wordt het toch wel tijd voor een echt feest.

We organiseerden daarom hier een apéro dinatoire, zeg maar een lopend buffet, in het restaurant van de Portugese dames die ons jarenlang hebben geholpen op de camping.

Kaastaart met Molotovdessert

En wat was dat ongelooflijk leuk!

Toen we binnenkwamen stonden alle hapjes al klaar. Dinges, onze ex-schilder, was als barman uiterst charmant. De beide kokkinnen liepen af en aan, om te controleren of er van alles voldoende was. En dus konden wij gewoon genieten van de vrienden die binnenkwamen.

Ik heb zelf niet zo’n boodschap aan beleefdheidsinvitaties, zo van als jij mij uitnodigt, dan moet ik jou ook weer vragen. Dus als je een uitnodiging van mij krijgt, dan is je aanwezigheid het mooiste cadeau. Andere giften hoeven dan niet. Maar eerlijk is eerlijk: ik ben wel helemaal stil van wat we allemaal krijgen. Prachtige bossen bloemen en planten ( en dat ís hier duur!!! ), een heleboel fantastische flessen wijn, een theaterbon, een Portugese likeur en een boek over natuurpark De Vercors. Daar heb ik pakweg al een meter van en dan is het reuze knap dat je net die ene vindt die ik niet nog bezit. Niet geheel toevallig, want de beschreven wandelingen zijn adembenemend mooi en tegelijkertijd doodeng om te doen: met touwen door grotten afdalen, langs steile kliffen lopen…ik krijg er spontaan hoogtevrees van. Maar het is een prachtig boek.

De boeketten zijn trouwens schitterend qua kleur. Ton sur ton, alles in één kleursoort, dat kennen ze hier niet echt. Maar toch passen de gekozen tinten goed bij elkaar. Toen we hier net woonden liet Riens moeder elk jaar voor onze verjaardagen een boeket bezorgen. € 65,- kostte dat en het was net een bont grafstuk. Superlelijk! Natuurlijk was het goed bedoeld, maar tegelijkertijd echt zonde van het geld.

En terwijl het in Nederland – volgens de reclames- steeds meer in de mode is om kakelbonte boeketten te maken, wordt het hier juist wat stemmiger. Wie volgt nu wie??

En nu vergeet ik het boek van mijn oud-collega van de Emancipatieraad, haar tiende, dat zij mij stuurde, omdat ze niet bij het feest kon zijn. Weer reuze interessant, over Moeder Aarde en Moeder Natuur, die samen twintig “Wereldvrouwen” bespreken. Hoe verzin je het!

 

Maar goed, ons Franse feest hebben we achter de rug, het Nederlandse nog voor de boeg. Het verslag komt later. Nu eerst een column schrijven over de ” villages perchés” , de hooggelegen dorpen in de Drome. Het zijn weer pareltjes, de teksten die ik lees, ter voorbereiding….

 

In of boven de wolken bij de Col de Rousset?

Twintig kilometer van Die, 8 haarspeldbochten verderop en zo’n 800 meter hoger ligt de Col de Rousset. De Col vormt de grens tussen de Alpen en de Provence, het is daardoor ook een scheidslijn tussen het klimaat van de bergen en de Mediterranee. En dat merk je meteen als je de tunnel-die vlak voor de Col ligt- uitkomt. Zo gingen wij met vrienden eens op 24 oktober naar boven, om er een wandeling te maken. Thuis liepen we met blote benen en een T-shirt. Namen wel warmere kleren mee, want bij de Col is het meestal 10 graden koeler. Maar toen we de tunnel uitkwamen, wisten we niet wat we zagen: het was een volledig besneeuwd winterlandschap! Het werd een lastige wandeling, maar wel mooi om te doen.

24 oktober…

In de zomer zijn er heel andere activiteiten dan in de winter. De allernieuwste is de luge, de bobslee, over een traject waar je 300 meter stijgt en 760 meter daalt, langs steile hellingen, door verschillende bochten, over een voetgangerspassage, door het bos en langs open plekken. Het is absoluut een sensatie, maar wel een veilige: de bobslee zit vast op een rail, dus je vliegt er niet uit. Nog een activiteit voor de durfals, de zogenaamde trottins, de steps met grote banden. De trottin-tout-terrain is een soort mountainbike met grote banden. Op de camping hadden we eens een moeder die net zo doldriest als haar puberdochter naar beneden sjeesde, die kwam bont en blauw terug. Maar meestal gaat het dus wel goed…

In de zomermaanden is ook de stoeltjeslift open. Boven kun je prachtig de Vale Gieren zien en er is een oriëntatietafel. Vanaf daar heb je een magnifiek uitzicht op Die, de regio Diois en de Grand Veymont (met 2341 m. de hoogste berg van de Drôme). De niet zo sportieve mensen kunnen met de lift ook weer terug, anderen lopen via de skihellingen naar beneden, simpel en mooi om te doen. Voor de kinderen is er nog een groot springkussen waar je 7 meter naar beneden kunt jumpen. En de Pumptrack, een bochtig circuit voor BMX en VTT, steps en skateboards.

En heel erg spannend: er is een Via Ferrata, waarbij je de berg op kunt klauteren, gezekerd aan een kabel en met steunen voor handen en voeten. Je gaat daar van 1215 naar 1375 meter hoogte, bijna loodrecht omhoog. Ik griezel al bij het opschrijven hiervan…

Zelf blijf ik liever met de benen op de grond, bijvoorbeeld met de prachtige bergwandelingen die je kunt maken rond de Col de Rousset. De mooiste 2 zijn toch wel die naar het Plateau du Beure en de Rotsen van de Aiglette. De eerste leidt je naar de top van de Glandasse, de megahoge kliffen waar je ook tientallen Vale Gieren kunt zien. En de rotsen van de Aiglette bereik je via een oude Romeinse weg. Rien heeft ze beiden al tientallen keren gelopen met onze gasten.

In de winter is de Col de Rousset vooral een sneeuwparadijs. Er zijn maar liefst 26 skipistes, waaronder 2 zwarte en 5 rode. Er is 1 stoeltjeslift, de andere zijn slepers. Even verderop is er nog een skigebied, Font d’ Urle, voor wie van afwisseling houdt. Men kan hier niet alleen langlaufen, maar ook alpineskiën en….de biatlon: dat is alpineskiën en daarna met een karabijn schieten. Verschillende wereldkampioenen komen uit deze regio, die kunnen hier naar hartelust oefenen. En nog een bijzonderheid: de Vercors is DE plek voor het trainen van sledehonden. Het is ook mogelijk om een ritje in zo’n slee te maken. Natuurlijk kun je in de winter ook met een gewone slee de hellingen af of weer in de luge, de bobslee over een rail.

Een laatste inspannende bezigheid in de sneeuw is het lopen met de zogenaamde raquettes. Dit zijn een soort tennisrackets, vastgezet aan de schoenen. Door het grotere oppervlak is het mogelijk om over dikke lagen sneeuw te lopen. Dat lijkt mij zeer vermoeiend. Net als het langlaufen tegen de helling op. Dat doen ze met de ski’s in een V-vorm. Ik voorzie dat ik op die manier ongewild met een noodgang richting dal zal gaan. Brr.

Kortgeleden gingen Rien en ik weer eens naar de Col, met de bedoeling er sneeuwfoto’s te maken. Maar de tunnel bood alweer een verrassing, er lag vrijwel geen sneeuw. Gelukkig was het restaurant Le Rustic wel open. Het was er behaaglijk warm, de eigenaar adviseerde ons een huisgemaakte wafel te nemen en Rien at er zijn vingers bijna bij op. Op de terugreis naar huis wachtte ons nog een verrassing. Een parkeerplaats was helemaal gewijd aan de Vale Gier. Deze grote vogel (spanwijdte van de vleugels 2,75 meter!) is in 1999 hier opnieuw uitgezet. In het begin werden ze bijgevoerd met botten uit het abattoir, maar sinds 2007 mogen de karkassen niet meer worden verstrekt. Nu de populatie groeit is de voedselvoorziening dus een probleem, waardoor het een enkele keer voorkomt dat een Gier een koe aanvalt. En dat terwijl het een vredelievend dier is, en ook nuttig, omdat het andere kadavers opruimt. Een paar jaar geleden is de Gypaete Barbu (de Lammergier) hier ook uitgezet. Er kwam een vrouwtje met 2 mannetjes, ze werden in een soort grot gezet en een webcam legde alles vast. En wat ik wonderbaarlijk vond: toen de tijd rijp was, ging het uitgebroede jong op de rand van de berg staan, keek even naar beneden, spreidde zijn vleugels uit en vloog! Die wist dus precies wat ie moest doen…

Als je dat zo ziet, dan kun je alleen maar denken: wat is de natuur hier toch allemachtig prachtig.

 

Me#Too of Pas Moi

Nee, hier ga ik de Me#Too- discussie niet overdoen. Iedereen is het er wel over eens dat je een ander niet ongewenst bij zijn of haar intieme delen aanraakt. Nou ja, iedereen?? Als je Trump heet mag je ongestraft zeggen dat je “ze wel bij hun poesje mag pakken”. En seksuele misdadigers vinden hun gedrag natuurlijk ook volkomen onschuldig.

De beroemde Française Catharine Deneuve deed onverwacht ook een duit in het zakje. Zij beweerde in een krantenartikel – onder de kop Pas Moi, niet ik – met zo’n 100 vrouwelijke medestanders  dat “mannen het recht moeten hebben om jou duidelijk te maken dat ze je leuk vinden”. Wat een pertinente onzin, dat is het onderwerp helemaal niet: een ongewenste intimiteit is heel iets anders dan onschuldig geflirt. Dom, dom. Maar op 1 punt had ze in mijn ogen wel gelijk: je kunt niet zomaar beschuldigingen de wereld in slingeren zonder enige vorm van bewijs. Want dan is het  een heel goedkope afrekening.

En er zit nog een andere waarheid in. ( Voor alle duidelijkheid: ik heb het dus niet over verkrachting of ander seksueel geweld.). Vroeger dachten we echt anders over een aantal zaken. Bijvoorbeeld over roken. Er zijn veel oude film- en televisiebeelden met  mensen die een sigaret in de hand hadden. Dat zie je nu nauwelijks meer. En er was een Alcoholwet voor nodig om een meerderheid van de mensen ervan te overtuigen dat je beter niet met drank op achter het stuur kunt kruipen. Verkrachting is natuurlijk nooit goed geweest, maar in het verleden gold toch wel het stereotype beeld van de man als de veroveraar en hij kon daarom bijna alles maken. En daar heb ik ook wel ervaring mee, Me#Too.

Ik kreeg wat dat betreft mijn vuurdoop in de politiek. Vlak voordat ik naar de Tweede Kamer ging, was ik behoorlijk afgevallen. Dat liet ik graag zien, dus op een partijcongres droeg ik een korte broekrok, een trui met aan de achterkant een ontblote rug en een paar naaldhakken. Het was allemaal netjes, maar toch.

Toen ik een paar maanden later echt in functie was, kreeg ik meteen de wilde mannen achter me aan. Op dat moment nog niet de collega’s, maar de medewerkers. De eerste wilde mij wel even afzetten bij mijn Haagse kamer. Heel naïef stapte ik in zijn auto, maar al rap kreeg ik het gevoel dat er een andere bedoeling achter zat. Toen hij moest wachten voor een kruising, sprintte ik de auto uit. De volgende avond was het weer raak. Die bobo vergezelde mij in de tram, best gezellig hoor, maar bij mijn stopplaats wilde hij ook ineens uitstappen “om mij naar de deur te begeleiden.” Ja dáág, mij naar bed brengen zeker!

En temidden van pakweg 50 mensen vroeg een minister hardop, dus niet eens stiekem in mijn oor, : ” Ga je met mij naar bed?” Het was een onooglijk mannetje, maar zelfs al was het de knapste man op aarde – die had ik thuis al-, dan nog: ik zou meteen bekend staan als een gewillige vrouw. Nou nee, bedankt. Maar het is toch absurd dat iemand in zo’n positie denkt dat hij dat wel kan maken?

Anderen in dat circuit keken mijn bloes ongeveer uit. Een van hen kwam later in de problemen vanwege ongewenst gedrag tegenover vrouwen. Hij ontkende, maar ik wist wel beter.

Beslist niet iedereen was zo, echt niet alle mannen, maar een enkele wel, de liefhebber zullen we maar zeggen. En dan heb je thuis een vrouw, daarnaast een minnares en dan nog lust je er elders wel pap van…Ik veroordeel dat niet, had alleen nooit de behoefte om de nieuwste verovering van zo iemand te zijn. Maar goed, zo lang je nee kunt zeggen, en je nee wordt geaccepteerd (!), ben je geen slachtoffer. Pas moi.

In weer een andere baan ( ik had er 8 voor ons vertrek naar Frankrijk) werd ik geconfronteerd met iemand die zijn handen letterlijk niet thuis kon houden. Dat was zo’n onhandige versierpoging, dat ik er alleen maar om kon lachen. Net als om de man die zomaar vanuit het niets in mijn tepels kneep. Wat dacht hij daar nou mee te bereiken? Dat ik voor zijn charmes viel?  Het was zo krankjorum, dat ik het niet eens als aanstootgevend heb ervaren. Maar dat was het natuurlijk wel.

De eerlijkheid gebied me wel te zeggen dat er naast de mannelijke veroveraars ook de vrouwelijke verleidsters zijn. De zogenaamde Golddiggers, zij die via het bed omhoog willen klimmen. Ook die ben ik in mijn carrière wel tegengekomen. En soms kun je daar nog wel een beetje begrip voor hebben. Want wat zijn je toekomstkansen als je geen opleiding hebt en bijvoorbeeld in de kantine van een fabriek werkt? Maar ook in het politieke circuit zag ik dat. Voor een medewerkster was een Kamerlid heel interessant, voor fractiegenoten de (macht van de) voorzitter. Ik voelde me (en was dat misschien ook wel…) een provinciaaltje in dat circuit. Rien gaf me wekelijks mijn eigen “voorbehoedsmiddel” mee, in de vorm van videobanden. Met een drankje erbij kon ik in mijn eigen appartementje even ontspannen naar een filmpje kijken.

Het is gemakkelijk oordelen over dit soort situaties. Maar als je een baan hebt van 9 tot 5, en je daarna thuis wordt verwacht, dan zijn de verleidingen en ook de mogelijkheden  een stuk minder. En de politiek is een stressbaan. Je moet continu op scherp staan. Zo werd ik eens overvallen door een journalist met vragen over de ontvoerder van Heineken. Dan moet je stante pede een antwoord formuleren, namens jouw fractie, zonder ooit over die kwestie te hebben nagedacht. Dat voelt echt als lopen op glad ijs: je kunt alleen maar hopen dat je overeind blijft. Door zulke spanningen zoeken mensen naar ontlading, in drank en/ of seks. Omdat ik er dicht opzat kon en kan ik het wel een beetje begrijpen. Maar dit kan nooit, echt nooit een vrijbrief zijn voor ongewenste intimiteiten.

Hier in Frankrijk heb ik dit soort Me#Too-achtige ervaringen niet opgedaan. Maar ik ben natuurlijk ook niet meer een lekker jong ding… En ik moet eerlijk zijn, het bovenstaande valt natuurlijk helemaal in het niet bij hetgeen  de echte slachtoffers hebben meegemaakt. Hopelijk zegt over een tijdje niemand meer Me#Too, maar wel Pas Moi.