Feeds:
Berichten
Reacties

Van de eerste tot de tweede zondag in augustus staat dit middeleeuwse dorp helemaal in het teken van kunst en wijn.

Al in 1969 werd er een Amis des Vins opgericht, een vereniging die tot doel had de bevordering van de wijnproductie (inclusief de verkoop van de wijn), o.a. door het organiseren van festiviteiten. De vereniging leidt later een slapend bestaan, tot er in de negentiger jaren weer nieuw leven in wordt geblazen. Naast een zomerfestival wordt het steeds meer getransformeerd in een village-galerie.

Ook de naam van de club wordt veranderd, nu heet het Festival Arts et Vigne, festival van kunst en wijn. Deze week vindt dat voor de 24e keer plaats. Het feest staat dit jaar in het teken van de jaren 50. Dat komt vooral door de film Knock, met in de hoofdrol Omar Sy. ( Die speelde in de beroemde film Intouchables de rol van de uitkeringstrekker, die vooral niet wilde solliciteren als verzorger bij een zwaar gehandicapte, rijke man.) Knock is grotendeels opgenomen in Chatillon en een van de programmaonderdelen is dan ook het bezichtigen van die filmlocaties. Plus een expositie over de jaren 50, de tijd waarin de film zich afspeelt. Op zaterdag wordt die film vertoond, in aanwezigheid van een van de acteurs, niet Omar Sy, die was hier vorig jaar al.

Maar de hoofdmoot is toch wel de village-galerie, waarbij deze keer zo’n 60 kunstenaars hun producten tonen en verkopen in de talloze gerestaureerde garages van de middeleeuwse huizen. Dat waren vroeger schaapskooien, koestallen of zelfs woonhuizen. Ze zijn alleen al mooi om te zien vanwege de oude gewelven.

De feestweek begint met een markt en iedere dag is er wel ergens muziek, op de pleintjes en in de restaurants, en in allerlei stijlen: een fanfare, klassieke muziek, jazz, rock. En op verschillende plekken zijn er exposities.

Ook worden er de hele week allerlei cursussen verzorgd, voor jong en oud, zoals kleien, sieraden maken, aquarelleren etc.

Chatillon-en-Diois is dus bekend vanwege de wijnbouw, die dateert van de 2e eeuw na Chr. Het zijn de hoogstgelegen wijngaarden met een AOC, nu AOP- kwalificatie. Het woord gecontroleerd in die eerste benaming is nu vervangen door beschermd, en dat is terecht: gecontroleerd zegt niet alles. Protégee zegt dat de wijn beslist uit dat gebied moet komen, een beschermde naam dus, de Appellation d’ Origine Protégée.

De wijnvelden liggen op de zuidelijke hellingen van de Vercors, op de grens van het Alpengebied en de Mediterranee. En dat geeft de wijn een bijzonder karakter. In de restaurants in deze regio staan deze wijnen overal op de kaart, zoals de bekende Altitude 640.

Op die hellingen nóg iets bijzonders, de zogenaamde cabanons. Zoveel, dat het lijkt alsof ze vanuit de lucht over die hellingen zijn uitgezaaid.

Aan het eind van de 18e eeuw werden er op de wijngaarden kleine huisjes gebouwd om op een andere manier wijn te kunnen verbouwen, eigenlijk om een bepaalde ziekte beter te kunnen bestrijden. Daarvoor waren er op de hellingen meer materialen nodig en dus ook opslagmogelijkheden daarvoor. Die cabanons hadden een begane grond plus een bovenverdieping. Beneden was de opslag en boven konden de arbeiders slapen en zelfs wonen. Daarom ook was er een schoorsteen gebouwd. Aan de buitenkant zat een trap naar die bovenverdieping en de ruimte onder de trap werd gebruikt als wateropslag. Chatillon kent 70 van die huisjes, die tot in de zeventiger jaren in gebruik waren. Na een periode van verval werden ze mooi gerenoveerd. Tegenwoordig loopt er langs die cabanons een prachtige wandelroute. Nu, in het kader van deze week, kun je ze met een gids op elektrische fietsen bezoeken. En eenmaal zijn de cabanons ‘ s avonds verlicht en kunnen betalende deelnemers lokale producten met de AOP-wijnen van Chatillon proeven, terwijl er muziek bij wordt gemaakt. Na het eten is er een lichtshow met geluid, ook weer met een verwijzing naar de vijftiger jaren. Uiteraard zijn er nog allerlei programmaonderdelen die te maken hebben met de wijnbouw, zoals een begeleide wandeling door de wijngaarden, een uitleg over de druiventeelt op de oude manier, à l’ ancienne, en een uitleg over de teelt van de Clairette.

Het middeleeuwse karakter van het dorp wordt benadrukt door de verlichting ‘ s avonds met toortsen en fakkels. De oude huizen en de intieme pleintjes worden op die manier mooi uitgelicht. Op de laatste dag is er nog een groot bal en dan is het weer voorbij, het Festival Arts et Vigne.

 

PS. Dit was de 200ste column!!

Advertenties

Pharmacie in Montelimar

Het was een uitzonderlijk voorjaar, natter dan we hier ooit hebben meegemaakt. En het overlijden van mijn moeder -vooral alles wat eromheen gebeurde- tikte er behoorlijk in. Daar kun je best somber van worden, maar tegelijkertijd brengt het ook iets moois mee. Niet voor niks luidt het gezegde dat je in tijden van nood je echte vrienden leert kennen. Voor het gemak schaar ik daar de familie van Rien en mijn Rotterdamse achterban ook maar onder.

Het is mede daardoor hier nu iedere dag feest. Eerst komt broer 1 met zijn vrouw een week logeren in de studio. De verhuur van onze appartementen wisselt per jaar nogal eens. Het ene jaar loopt de grote Desse beter, een andere keer de kleinere Justin. Dit jaar is al in een vroeg stadium de grote volgeboekt van 3 mei tot 24 september. Met de kleine hebben wijzelf een fout gemaakt op www.gites.nl en daardoor missen we een beetje het boekseizoen. Dat vinden we niet echt erg. Maar nét precies als Riens beide zusjes na elkaar een paar dagen langskomen, is die ruimte bezet. Gelukkig zijn er goede hotels in Die. Broer nummer 2 is er dit jaar op tijd bij met het doorgeven van zijn vakantiedagen, die past wel weer precies in de studio.

En onze Bekende Nederlander komt ook nog een kleine week. Dat is het leuke van niet alles volproppen. Overigens is die BN-er supergemakkelijk, hij wil ook wel in ons tuinhuisje slapen. Of in het logeerbed, maar daar lig ik regelmatig als Rien door zijn hooikoorts pittig snurkt. Dat moeten we dus vermijden…

Montelimar, nogastad

 

Met mijn hartsvriendinnen doen we allerlei leuke dingen: samen eten, poedelen in het zwembad, een dagje naar Montelimar etc. In die plaats is er overigens een bijzondere beeldententoonstelling: mega grote badeenden, olifanten, duiven enz. Gewoon gratis te bezichtigen.

Ook op de markt in Die is het iedere keer feest. Vaak praten we er even met het oude Franse baasje A., die mij tot op de dag van vandaag nieuwe dingen over de historie van Die vertelt. En heel schattig, ik krijg telkens zelfgemaakte boekwerken ter inzage mee, over de kathedraal, het protestantisme etc.  Bij Café de Paris ontmoeten we ook vaak Nederlanders die hier in de regio wonen. En altijd gebeurt er wat bijzonders. Deze keer kwam er een jong stel op Rien af met de vraag of hij Rien heette. Blijkt hij de zoon te zijn van een vriendin van mijn vriendin. Boy had eerst ongemerkt een foto van ons gemaakt met de vraag daarbij : Zijn dit ze? En dat wordt dan zomaar een leuk gesprekje…

Ook vroegere kampeerders zien we nog regelmatig. Een van de vaste campinggasten, Nelleke heeft eens een zaadbolletje van een palm in Die geplukt. Het lukte haar om er in Nederland prachtige planten van te kweken. En grappig, nu komt er via een andere gast, Christien, een stek bij mij terug. Plant heet Trachycarpus Fortunei.

En een Wordfeudvriendin komt ook nog een dagje plonsen in het zwembad. Via dat spelletje kunnen wij af en toe even wat ” opwinding” kwijt. Zij assisteert mensen met gehoorproblemen, maar die zijn niet altijd even gemakkelijk. ( Iedereen die in een winkel werkt, heeft wel eens te maken met lastpakken.) Dus tussen de bedrijven door moet ze soms haar hart even luchten. Dat doe ik weer bij haar. Het laatste wat ik deelde:

De vorige directrice van het Office de Tourisme is op staande voet ontslagen vanwege haar oorlog met iedereen. Ik kréég niet eens oorlog met haar, want contact leggen was onmogelijk. Nu is er een nieuwe en daar hoorde ik goede berichten over. Dus mijn vraag daar opnieuw neergelegd: Mag mijn affiche van de stadswandelingen hier hangen? Een paar weken lang hoorde ik niks en toen kwam er een mail waarvan ik steil achterover sloeg. Op grond van wetsartikelen zus en zo mocht ik niet gidsen en de boetes waren hoog. Dat geldt voor musea en historische monumenten, maar niet voor het lopen door Die, nota bene aan de hand van mijn eigen, voor hen vertaalde, tekst. Na mijn reactie, gebaseerd op kennis van deskundigen, volgde een tweede mail: Zullen we dit op kantoor bespreken? Ik ging helemaal opgefokt die kant op, dat kun je toch niet maken? Wat er toen gebeurde, daar ben ik nu nog steeds sprakeloos van. De dame voor wie ik 10 jaar alle vertalingen heb gemaakt, stond al op me te wachten. Vloog me meteen om de hals, vroeg hoe het ging en zei dat ze bij het gesprek aanwezig zou zijn. Vervolgens ontmoette ik een uiterst vriendelijke directrice die me het ” probleem” uitlegde. Ze willen een gelijke behandeling voor gelijksoortige partijen en de Franse gids is partenaire, samenwerkingspartner. Zij betaalt een bijdrage en in ruil daarvoor doet het Office een deel van de promotie. Ik betaal al een bijdrage voor de gites, maar krijg daar nooit een reservering voor terug. Niet erg, ik draag graag bij aan een goed functionerend toeristenbureau, want dat is ook in mijn belang. Voorstel van de dames: betaal je bijdrage volgend jaar ook en wij plakken er een ander etiket op.

Achteraf denk ik dat die vriendelijke dames, juist vanwege de ruzies die de voorgangster veroorzaakte, een advies van het landelijke toeristenbureau hebben gevraagd. En op dat niveau komt men met grof geschut, om wildgroei met gidsen tegen te gaan. Dat is óók niet geheel onbegrijpelijk, maar liever niet schieten op mij!! Mijn opluchting over het prettige verloop van het gesprek is ongeveer even groot als mijn woede  voor die tijd…

En ik krijg nóg een hartverzakking te verwerken. Als ik terugrijd van de stadswandeling brandt het olielampje. Dus ‘ s middags ga ik naar de garage en daar wordt meteen even olie aangevuld plus een afspraak gemaakt om de olie te verversen en de filters te vernieuwen. Door de felle zon kan men het peil niet helemaal goed zien, dus hups, nog wat olie erbij. Ik rijd weg en merk dat ik geen snelheid kan maken. Geef wat extra gas en vervolgens gaat iedere auto voor en achter mij knipperen. Toevallig kan ik nog net de toegangsweg naar het station opschieten en dat is het dan. Ik probeer nog een keer te starten en zie weer overal rook. De blinde paniek slaat zó toe, dat ik niet eens meer weet dat ik zelf een telefoon heb. Leen een exemplaar van een passant en bel Rien. Dat schattige vrouwtje zegt tegen mij: Ga even in de schaduw staan, terwijl je wacht. Waarschijnlijk ziet ze dat ook bij mij de stoom al uit de oren komt. Rien geeft de auto een zetje, waardoor ik van de helling naar beneden kan glijden, dus niet meer midden op de weg sta. Griezelig, want ook de rem doet het niet meer.

De garage vertrouwt het niet, voor die 200 meter gaat mijn autootje op de sleepwagen. De volgende dag worden olie en filters vervangen en is het probleem zo opgelost: de garage had olie geknoeid en dat niet gezien door het felle zonlicht. Om de ellende te verzachten krijg ik een flinke korting op de toch al noodzakelijke oliebehandeling, hoef ik het slepen niet te betalen en geeft ze nog een paar relatiegeschenken cadeau. Nou ja, ik ben de schrik alweer te boven.

Er komen nog meer vrienden langs, sommigen met hun logees, anderen gewoon voor de lunch en nog weer anderen speciaal voor de zogenaamde vrijdagen in Die. Daarover de volgende keer meer.

En nog een paar cadeautjes in het leven: ik doe al vanaf 2004 de stadswandeling en nog iedere keer met hetzelfde plezier. Nu zegt een dame: Ik heb er al veel gedaan, maar dit was de beste stadswandeling ever! Mijn dag kan niet meer stuk. En in de postbus ligt nóg een verrassing. Schoonzus K. is ontzettend creatief. Vorig jaar had ze al een paar t- shirts voor mij genaaid. Vanwege het mooie weer had ze nog maar een luchtig exemplaar gemaakt. Precies de goede maat en de juiste kleur. Schattig toch?  Dus die drukke weken in de Drôme…ze kunnen mij niet lang genoeg duren.

 

 

Utopia

Wij zijn tegenwoordig niet meer van die feestbeesten. Ongetwijfeld heeft het met leeftijd te maken: een halve nacht doorhalen…dat lukt ons echt niet meer.Gelukkig geldt dat voor het merendeel van onze vrienden ook. Maar toch, af en toe, krijgen we te maken met een echt feest.

Meer dan 10 jaar hielpen 4 Portugese zusjes ons op de camping, met de gîtes en in de eigen huishouding. Drie begonnen samen een restaurant, nummer 4 ging verhuizen. Maar deze laatste kwam wel aan met vervangster El, een Oost-Europese dame, en ze werkte haar zelf meteen even in. Deze El is absoluut een schatje.( Niks kwaads over haar voorgangers overigens). Ze is altijd even zorgzaam, wil niet dat wij haar helpen met het werk, en is gul in álles: met complimenten, zelfgebakken taart, zelfgemaakte lekkernijen uit haar land etc. Haar man heeft een eigen bedrijf-in-opbouw en doet daarvoor grote investeringen. Zij verdient daarom het huishoudgeld. Dat neemt niet weg dat ze enorme cadeaus geeft. Zo gingen ze vorig jaar “even” een weekendje naar Italië, in verband met een trouwfeest. Vrijdagnacht rijden, zaterdag de bruiloft, zondagnacht terug, enkele reis 500 km…

Ze gaven het bruidspaar € 500,- als cadeau, “want dat zijn wij zo gewend”. En vanwege de verjaardag van haar vader regelt El even een zeer speciale gift: een enorme taart plus een fles champagne, persoonlijk bezorgd door een man in een jacquet en een filmpje ervan op You Tube. Kosten € 100,-. Ook wij vallen regelmatig in de prijzen. Voor de kerstdagen en onze verjaardagen bakte ze steeds een mooie taart. Prachtig en lekker, maar niet zo goed voor de lijn. Daar heb ik trouwens wel wat op gevonden. Via de Hema in Marseille kon ik 2 minitaartvormen laten bezorgen…

Al een paar keer waren we uitgenodigd voor een familiegebeuren bij haar, maar er kwam steeds iets tussen. Nu konden we kiezen tussen een maaltijd op zondag of een apéro op zaterdag. Dat laatste leek ons het beste, even een borrel en daarna thuis eten. Wat een vergissing!

De tafel staat bij binnenkomst al vol met drank en schalen met borrelhappen: broodjes met kaviaar en zalm, toast met zelfgemaakte mayonaise en krabsaus. Die schalen zijn nog niet leeg als er borden met gegrilde gamba’s en kilo’s mosselen rondgaan. De echtgenoot is dan al lang naar de tuin vertrokken, die verzorgt de barbecue: mega hoeveelheden sardientjes, vleespinnen, kippenpootjes en merquez-worstjes. Een gang overslaan is er niet bij, je stelt de gastvrouw teleur als je niet wat neemt. Midden op de tafel staan ook nog rijk gevulde paprika’s en grote schalen met groentesalade.

Het dessert bestaat uit kleine flensjes, gevuld met een zoetige kaas. En dat hoort dan samen gegeten te worden met een taart, een soort baklava. Als klapstuk komt er daarna een nóg grotere taart, met Clairette de Die. De drank vloeit overigens de hele avond al rijkelijk. Ik lust absoluut geen bier, maar heb verschillende keren halve liters voor me staan. Als ik dat afsla, heb ik ineens een theekopje vol met Baileys, ook niet echt mijn favoriete drankje.

We verkeren al die tijd in een bijzonder interessant gezelschap. De echtgenoot komt dus uit dat Europese land -dat noem ik maar even Utopia- en zijn ouders hebben door langdurig verblijf in Portugal een dubbele nationaliteit bemachtigd. Zoonlief kreeg dat ook en met hem zijn vrouw. En dat geeft hen weer het recht om in een ander Europees land de kost te verdienen. Man van El heeft dus een eigen bedrijf en zijn werknemers komen stuk voor stuk uit Utopia. Omdat hun gezinnen achterblijven, gaan die mannen regelmatig terug. Maar ook al zijn ze hier nog maar een paar maanden, ze spreken allemaal Frans. Niet altijd vloeiend, maar dat konden wij hier in ons eerste jaar ook niet. Naast bouwactiviteiten voor derden wordt er ook een bedrijfspand met woning voor de baas gezet. Omdat het vlakbij ons huis is, zie ik ze daar vaak werken, als hun normale werkdag erop zit of op de zaterdagen. Als apen klauteren ze het dak op en af, dan moet je geen hoogtevrees hebben.

Naast werknemers zijn er verschillende familieleden en vrienden van allerlei pluimage,zoals iemand van het Franse Vreemdelingenlegioen. Ik wist niet eens dat dat nog bestond! Hij heeft gemillimeterd haar, een stevig gespierd lijf en is nog aardig en beleefd ook. Terwijl ik dacht dat het Vreemdelingenlegioen bestond uit mensen die nergens anders voor deugden, blijkt het dus te gaan om een Elite-eenheid van het Franse leger. En dat straalt deze gast ook uit.

Terwijl we eten draait El een video van de doopdienst van haar zoontje in Utopia. Wij kijken onze ogen uit. Het lijkt wel een bruiloftsfeest, de hele club doet mee aan folkloristische dansen en als klapper gooien alle vrouwen zakken met kleren in een kleed. Als die geleegd zijn wordt het gedoopte kind midden op het kleed gelegd gelegd en jonassen 10 vrouwen ( de meters) het jongetje langdurig op en neer. Knulletje geniet er zichtbaar van. Daarnaast worden er met geld gevulde enveloppen ingezameld. En dat allemaal in een straatarm land.

Wij schamen ons wel een beetje voor ons “cadeau”, een envelop met € 20,-, bedoeld om voor de jarige dochter iets te kopen. Als je uitgenodigd wordt voor zo’n megapartij moet dat echt wel een beetje in verhouding zijn. Gelukkig komt ze wekelijks bij ons, dat heb ik inmiddels goedgemaakt.

Tijdens het barbecueën is men buiten al begonnen met de muziek. Als de taarten op tafel staan, komt dat gezelschap naar binnen. Daarna begint een van de werknemers te zingen. Het Vreemdelingenlegioen valt in en ook de gastheer gaat meezingen. Typisch folklore en de een vindt dat mooi, een ander niet. Maar bijzonder is het allemaal wel. We hebben nog lang iets om over na te praten.

 

Vrienden van ons gingen een tijd geleden naar de bekende opera van Avignon, uitgevoerd in de open lucht. Ze genoten van de muziek en van de ambiance en wij deelden hen mee, dat wij een volgende keer graag mee zouden willen. Vorige week, tijdens het boodschappen doen, viel hun oog op een foldertje waarin de opvoering van de opera Madame Butterfly van Puccini in de toren van Crest werd aangekondigd. Die toren staat al lang op mijn verlanglijstje: het is hoogste donjon (= vestingtoren) van Frankrijk.

In de 12e eeuw werd het gebouwd als kasteel, een vesting. Vanwege de strategische ligging werd er vaak om gevochten. In 1633 werd het kasteel gesloopt, op bevel van Lodewijk de XIIIe, op de toren na: die werd omgedoopt tot een gevangenis. Dit deel van het oorspronkelijke kasteel is enorm van afmetingen: 32 bij 20 meter en dan 52 meter hoog. Er zijn 15 zalen, die op zich goed weergeven hoe de edelen in de Middeleeuwen woonden. Dat het een gevangenis was, is ook duidelijk: valhekken, werperkers, schietgaten, maar ook graffiti van de gevangenen uit de 17e eeuw.Vanuit die erkers is er een spectaculaire uitzicht op Crest en op de Trois Becs. En daar speelt zich Madame Butterfly dus af.

 

Rien is verzot op alle soorten van muziek, van klassiek tot André Hazes senior. Hij kent alle opera’s ongeveer uit zijn hoofd en kan ook meteen de verhaallijn vertellen. Dus als die vrienden het foldertje laten zien, is hij meteen verkocht.

Om 21 uur begint het spektakel, maar wij zijn er een uurtje eerder, o.a. vanwege mogelijke parkeerproblemen. De parking op de top van de berg heeft niet een grote capaciteit. Het is maar goed dat we vroeg zijn, want we moeten eerst helemaal naar boven, via een ingewikkeld trappenstelsel. Eén keer raken we zelfs de weg kwijt, maar gelukkig worden we ingehaald door een dame die er eerder was. Het is toch ook onlogisch dat je halverwege weer een trap af moet, om boven te komen? Hetzelfde gebeurt ons trouwens op de terugtocht, maar ook daar hebben we een voorganger die het wel weet. In de folder stond gelukkig dat je zelf kleine klapstoeltjes mocht meenemen, want er is behalve de stenen vloer niets om op te zitten. Je moest tóch nog uitkijken met die stoeltjes, want de vloer was nergens recht.

En toen ontvouwde zich de opera, in 3 bedrijven, verdeeld over 3 verdiepingen. En de zangers maakten prachtig gebruik van de ruimte. Normaal spelen ze op een toneel en verdwijnen ze in de coulissen, maar hier gingen ze de trappen op en af. Terwijl we keken naar Madame Butterfly en haar bediende Suzuki kwam achter ons ineens Sharpless, de Amerikaanse consul, zingend van een trap af. En gluiperd Goro danste letterlijk over het podium heen en weer, trap op en af. Het verhaal op zich leent zich ook heel goed voor een opera: De Japanse huwelijksmakelaar Goro verkoopt een huis en een geisha aan een Amerikaanse marinier. Na de bruiloft vertrekt de Amerikaan, onder de belofte terug te komen. Dat doet hij ook, maar dan met zijn nieuwe echtgenote. Madame Butterfly, moeder van zijn kind, is daarover zo verdrietig, dat zij zich zelf doodt met een dolk.

Tussen de verschillende bedrijven door wordt er eerst een podium afgebroken en elders opgebouwd. En wij moeten al die tijd op de trappen wachten. Ondertussen kunnen we de vroegere gevangenis goed bekijken. Ook de brandweer kijkt voortdurend rond, en overal staan mensen met talkie-walkies ( écht andersom in het Frans) te bewaken dat de doorgangen vrij blijven: in geval van calamiteiten zijn zij namelijk verantwoordelijk.

 

Er kunnen hooguit 100 personen tegelijk bij dit spektakel aanwezig zijn. Dan zou je denken dat het een plaatselijke operavereniging is, die deze uitvoering verzorgt. Maar niets is minder waar. De leider van het gezelschap, Andrei Chevtchouk, is directeur van het Theatre Musical de Lyon- Compagnie CALA. De hoofdrolspelers zijn stuk voor stuk afgestudeerd aan het conservatorium, cum laude of met de speciale vermelding van zeer goed op het diploma.

En dat is te horen ook, wat een stemmen!

Het is op en top genieten, zo’n avondje cultuur.

 

 

 

 

 

Eigenlijk heb ik mijn leven lang, totdat we de camping verkochten, keihard gewerkt. Ook hier, in het nieuwe huis, was het in het begin nog best aanpoten. Maar nu het bedrijf in de steigers staat, denk ik soms zomaar: Gut, wat zal ik vandaag nou eens gaan doen?

Voor dat soort momenten heb ik altijd een stapeltje ” toerisme” liggen: wandelingen die nog vertaald moeten worden, een uit te zetten autoroute, een onbekende brochure bestuderen enzovoort. Stilzitten zit er namelijk nog steeds niet in. Dat is ook best grappig bij de huisarts. Al kom ik bij wijze van spreken voor een zere plek op de dikke teen, altijd wordt de bloeddruk gemeten. Doucement!, zegt ze dan, rustig aan. Mijn standaardreactie is dat dit woord in mijn woordenboek niet voorkomt.

Maar goed, vorig jaar kwam ik in een brochure een lavendelroute tegen. Reed die vervolgens in mijn eentje en vond het helemaal niks: nauwelijks lavendel te zien. Dus nog tijdens de rit maakte ik een ander plan. Die trip werd al wel gecontroleerd door vrienden, maar Rien kende hem nog niet. Dus nu mocht hij mee, als chauffeur en fotograaf.

Tussen de dorpjes Marignac en Saint Julien-en-Quint genieten we allereerst van het prachtige kruidendal van Marignac.

De hele vallei van de rivier de Drôme is hét biogebied van Frankrijk en dat geldt voor dit dal in het bijzonder. Er worden hier vooral veel gewassen verbouwd voor homeopathisch en medicinaal gebruik.

Vorig jaar werd ik er verrast door een bijna aquakleurige akker. Schoonzus A. vertelt me nu dat het om Vlas gaat, wat onder andere gebruikt wordt voor lijnzaadolie. Op dezelfde plek staan dit jaar helderblauwe Korenbloemen, een heel veld vol. Daar maakt men een homeopathisch middel tegen bronchitis van.

Er is nóg een mooie paarse akker, weer geen idee wat dat is. Nogmaals is het schoonzus A. die me meldt dat dit Scharlei is. Een geneeskrachtig kruid, rustgevend en kalmerend, o.a. voor menstruatiepijnen.

We buigen linksaf de lieflijke vallei van de Quint in, heel anders qua sfeer. Het miniriviertje meandert mooi door de weilanden, hier en daar met een stroomversnelling. Door de geitenhoedster met haar kudde lijkt het alsof de tijd hier al eeuwen heeft stil gestaan.

Een paar kilometer verder volgen we het dal van de Drôme, tot aan Pontaix. Daar waar de grote weg de rivier oversteekt, gaan wij links een smal straatje in. En dan zitten we ineens in de druivenvallei van Barsac, met overal de druiven van de Clairette om ons heen. Het zijn mooie, glooiende akkers, met vooraan bloeiende rozenstruiken, de zogenaamde signaalplanten: als er een ziekte op de druiven komt, is dat als eerste zichtbaar op de rozenblaadjes. Voor ons ook nieuw is de prachtige cave hier, zeer uitnodigend door alle bloeiende planten rondom het gebouw.

Bij Espenel steken we de Drôme nogmaals over en gaan we via het mooie dorp Mirabel-et- Blacons het rustige dal van de Gervanne in. Die Gervanne is in de zomer een mooi kabbelend beekje, maar in de winter kan het een wilde rivier worden. Kennissen van ons hadden er een motorcamping. Tweemaal zijn ze geconfronteerd met allesvernietigende waterstromen. Dan heb je nét een bedrijf voor € 25.000,- de oevers van het riviertje laten verstevigen, komt er opnieuw zo’n woeste watermassa langs, die hele rotsblokken meeneemt. Dan kun je weer opnieuw beginnen. Het  betekent niet alleen water op je hele terrein, maar ook dikke lagen blubber in je chaletjes. Rotwerk en veel schade.

We rijden door tot Beaufort-sur-Gervanne, een zogenaamde village perché, dus een hoger gelegen dorp. De 14e-eeuwse borstwering is er nog te zien, net als de overblijfselen van 2 torens. Het dorp heeft nauwe straatjes en mooie gewelven. Leuk om even door te lopen.

Van hieruit stijgen we naar Gigors-et-Lozerons. Het laatste dorp ligt heel hoog. Gigors is werkelijk prachtig gerestaureerd. Er schijnen daar bijzondere orchideeën voor te komen. Wij zien alleen nog een paar uitgebloeide….

Inmiddels rijden we in de panoramavallei van de Sye en dit dal wijkt af van de vorige door de mooie uitzichten en de grote hoogteverschillen. Onderweg naar het dorp Cobonne staat op de top van een berg de mooi gerestaureerde kerk Saint- Pierre. Cobonne zelf had vroeger een kasteel, maar nu zijn er nog maar 2 torens over van de 9 die in de toenmalige ringmuur stonden.

Het dorp Aoûste kan ons niet zo bekoren, wel de prachtige rotonde met de ijzeren beeldhouwwerken. Maar deze wordt ver, echt ver overtroffen door de nieuwste kunstwerken bij Mirabel-et-Blacons. Langs de kant van de weg wordt uitgebeeld hoe men de stokken plaatst voor de wijnranken. IJzeren mannen en vrouwen zijn er aan het werk en ook de wijnranken, met hun ijzeren bladeren, zijn prachtig uitgebeeld. Echte kunstwerken. We gaan daar bij Piegros-le-Clastre  een bebost dal van de Drôme in. En alweer is het anders qua sfeer: bosjes van kreupelhout, hogere bebossing, wat wijngaarden, huizen dicht op de rivier.

Als we terugkomen bij Saillans eindigen we deze tocht, ook de fotograaf vond het zeer de moeite waard.

 

 

Mijn (?) Macron

Omdat wij de Nederlandse nationaliteit hebben, mogen wij hier niet meedoen aan de landelijke verkiezingen. Dat neemt niet weg dat de Franse politiek mij wel interesseert. Heel grof ingedeeld bestaat het politieke landschap hier uit links en rechts, met aan beide kanten een extreme versie.

Ik heb nog altijd een rood hart, maar moet erkennen dat de Franse socialist Hollande er weinig van heeft gebakken. Daar zou je bijna Republikein van worden. Maar ja, de voortrekker van die club was echt niet zuiver op de graat. Zette zijn familie op de loonlijst voor werk dat ze niet deden en liet zichzelf voor duizenden euro’s aan kostuums aanmeten zonder te betalen. Daar kun je met goed fatsoen toch niet op stemmen.

En toen was daar ineens Macron. Niet rechts, niet links ( nou ja, een beetje dan, als voormalig socialist), maar in het midden. Hij pakte in no time het hele land in en won de verkiezingen. De eerste effecten van zijn plannen zijn inmiddels merkbaar. Vanwege het milieu werd bijvoorbeeld de dieselolie ineens 10 cent duurder. Niet lekker voor mijn portemonnee, maar wel begrijpelijk. En per 1 juli gaat om dezelfde reden de maximumsnelheid op de wegen naar 80 km. Macron heeft de helft van zijn afgevaardigden vrijwel van de straat geplukt, dus zonder veel politieke ervaring. Daarom regelt hij veel per decreet, daar heeft het parlement geen invloed op. Ondemocratisch? Beslist, maar niet geheel onbegrijpelijk. Om het minste of geringste wordt er hier namelijk gestaakt. Een parlementaire behandeling duurt altijd lang en dan hebben vakbonden alle tijd om het Franse leven te ontregelen. En dat verschillende keren voor hetzelfde wetsvoorstel. Dat omzeilt hij dus.

Zo wil Macron, net als voorgaande presidenten, het onbetaalbare pensioenstelsel aanpakken. Om te beginnen met de cheminots, de bijnaam voor alle mensen die bij de spoorwegen werken. De mannen die vroeger de treinen lieten lopen door steenkolen te stoken, waren door dat zware werk lichamelijk vroeg versleten. Begrijpelijk dat zij daarom op hun 52ste al met pensioen mochten. Maar dat beroep is al heel lang uitgestorven, terwijl die gasten dezelfde rechten behielden. Ook in die  pensioenregeling staat dat het rijdend personeel voor het leven wordt aangesteld en automatisch loonsverhoging krijgt. Hoe verzin je het? Wat doe je dan met iemand die niet functioneert? Zo’n systeem is bovendien volkomen onbetaalbaar, de schuld van de SNCF is inmiddels opgelopen tot 47 miljard. Die heeft de Franse overheid grotendeels overgenomen, maar daar moet wel iets tegenover staan: voor nieuw personeel gelden de gunstige arbeidsvoorwaarden nu niet meer. Uiteraard staat de vakbond op zijn achterste benen, maar het hele land ligt nog steeds niet plat. En nu is het parlement deze week akkoord gegaan met zowel de versobering van de arbeidsvoorwaarden, als de mogelijke privatisering van de spoorwegen. Dat is alvast een begin. Er komt binnen afzienbare tijd überhaupt een heel nieuw pensioenstelsel, waarbij allerlei voordeeltjes voor de publieke sector zullen worden geschrapt. Om nog zo’n voorbeeld te noemen: de Gendarmes mogen op hun 50ste met pensioen. Dat begrijp ik best als je gevaarlijk werk doet, bijvoorbeeld in de achterbuurten van de grote steden. Maar de Gendarmes hier in Die hebben het echt niet zwaar.

Ik denk ook beslist niet te licht over werkzaamheden aan de weg. Maar de kantonniers hier mogen al op hun 55ste met pensioen. Om vervolgens er nog een heel salaris per week bij te klussen. Ik gun het iedereen, maar het moet wel betaalbaar blijven. Dus Macron krijgt mijn steun op dit punt.

Terwijl de dieselprijs ineens omhooggaat, wordt de taxe d’habitation over een paar jaar afgeschaft. (Dat is de onroerendgoedbelasting). Voor de hogere inkomens geldt dat overigens niet, en terecht. Er zit wel een visie achter dit soort maatregelen: het gebruik van je auto kun je best (een beetje) beperken, maar iedereen moet de eigen huisvesting kunnen betalen.

En onverwacht krijgen we ook nog een cadeautje van de president. Wij hebben al jaren een witte werkster. Als ik maandelijks de gewerkte uren opgeef, worden de sociale lasten automatisch geïncasseerd. De helft van dat nettoloon en die premies krijg je via de belastingen terug…áls je tenminste voldoende belasting in Frankrijk betaalt. Want het was een redúctie op die belastingen, geen subsidie. En omdat wij pensioenen hebben die in Nederland belast worden, ging de reductie aan onze neus voorbij. Ineens heeft Macron dat veranderd, heet het nu een credit d’impôt en krijgen we een derde van het betaalde terug. Bedankt. Vanaf januari betalen wij al minder sociale lasten voor ons witte personeel: dat is weer een maatregelen om ouderen langer thuis te kunnen laten wonen. Dan is het toch wel even leuk om bij de ouderen te horen….

Ook fijn: de nota voor de elektriciteit gaat plotseling een stuk omlaag. Het is heerlijk om in een zonnig land te leven, maar het kan ook wel eens wat teveel worden. Dan is de temperatuur in ons huis ineens boven de 30 graden. Die warmte krijg je er niet zomaar uit. Daarom hebben we geïnvesteerd in elektrische rolluiken (we hebben de houten gewoon laten zitten, voor de show). De verkoper wees ons op een mogelijke subsidie: als je kiest voor aluminium aan de binnenkant, betaalt de staat een derde. Dat is wel aantrekkelijk en het heeft ook werkelijk een energiebesparend effect: in de zomer hebben we geen ventilatoren meer aan en in de winter blijft de warmte juist veel langer binnen.

Ineens valt ons oog op wéér een nieuwe subsidieregeling: als je je zolder isoleert kan dat voor € 1,-. Nou, als het te mooi lijkt om waar te zijn, dan ís het ook niet waar. Dat geldt hier ook. Toch gaan we nadenken. Uitsluitend boven de woonkamer is een stuk van ons dak niet geïsoleerd en daar komt de buitentemperatuur gemakkelijk doorheen, in de zomer dus de warmte, in de winter de kou. De staat betaalt weer 30% van de investering en onze elektriciteitsrekening gaat omlaag. Plus dat het een stuk behaaglijker is. Dat het goed is voor het milieu is ook mooi meegenomen.

Deze week was Macron nog op de Nederlandse televisie. Tijdens een officieel bezoek schudde hij handjes met de omstanders. Een puber begroette hem met “He, Manu, hoe gaat het?” Manu is een populaire afkorting van de voornaam Emmanuel. Daar was Manu niet van gediend en de jongen werd ter plekke opgevoed:” Het is hier een officiële bijeenkomst en dan zeg je Meneer of Meneer de President. Ga eerst je school maar eens afmaken en een baan zoeken”. En de puber knikte gedwee.

Kijk, dan denk ik: Dat is nou mijn Macron!

 

 

 

Ieder jaar,rond de twintigste september wordt Die overspoeld door fietsers, want dan vindt de Drômoise plaats.

Het idee is overgenomen van het departement dat hier net aan de andere kant van de Rhône ligt,de Ardêche. De Ardêchoise is een fietsfeest dat vanaf 1992 jaarlijks in juni gedurende 4 dagen plaatsvindt. Daar komen zo’n 14.000 fietsers op af, de liefhebbers, recreanten, families en semi-profs. Er zijn zelfs routes voor gehandicapten, Om het toerisme te bevorderen heeft de Drôme haar eigen variant gecreëerd, de Drômoise, nu alweer voor de elfde keer.

Het stadje Die is het centrum van alle festiviteiten. Dus de brochure opent met een aardige tekst van de wethouder sport, die tegelijk bakker is. Dat is zo grappig in een kleine plaats, het bestuur wordt gevormd door mensen die daarnaast een fulltime baan hebben. Kwaliteiten zijn niet echt vereist, men is al blij vrijwilligers te vinden. Aanwezigheid schijnt ook geen absolute voorwaarde te zijn: de vrouw van mijn vroegere fysiotherapeut werd gevraagd gemeenteraadslid te worden en dat ze een jaar naar het buitenland zou gaan, was geen bezwaar. Niet geheel onbegrijpelijk als je weet dat er gemeenten zijn met maar 30 inwoners, inclusief de kinderen. Maar dit terzijde.

De wethouder begint de brochure met een tekst over zijn zoontje, een fietsfan, die voor de eerste keer meedoet. Het joch waant zich al de kampioen van de Tour de France. Maar het parcours is voor iedereen, niet alleen voor de kleintjes.

Vervolgens is de regio aan de beurt. Een heleboel nietszeggende woorden, samen te vatten met: het vindt plaats in een prachtig decor. En dat klopt. Het departement heeft wél een leuke tekst: Allemaal het zadel op voor de elfde editie! Op weg voor 2 dagen van fietsgeluk! Absoluut de mooiste routes! Te ontdekken op nieuwe kaarten met fietsroutes in de Drôme. En dan hoog, hoger, hoogst in de hiërarchie: de regio Auvergne-Rhône-Alpes. Die voegt daaraan toe dat dit het mooiste gedeelte van Frankrijk is, “al zeggen we het zelf”.

De hele week voorafgaand aan de 2 fietsdagen druppelen de fietsers binnen. Sommigen vlak voor die tijd, anderen zijn er al dagen, ook om de verschillende circuits te ontdekken. Hotels zijn volgeboekt, net als de gïtes en chambres d’hote. Ook de campings pikken een graantje mee. Zelf kregen we al in september vorig jaar een mail met de vraag wat er nog vrij was in de periode tussen half augustus en eind september. Ik schreef: “Alles nog” en kreeg vervolgens een reservering van 5 aaneengesloten weken. We kennen de fietser en zijn vrouw al jaren, een leuk vooruitzicht dus…

Nieuw dit jaar is de tocht van 2 dagen. Deze is volkomen gelijk aan een route die wij al eens voor autorijders hadden uitgezet. Maar 7 cols met de fiets doen en daarbij een hoogteverschil van 2600 meter overbruggen in 128 km, dat is echt wel wat anders. Qua natuur overigens prachtig!

Geef mij maar de simpelste tocht, geschikt voor gezinnen: 20 kilometer en 282 meter hoogteverschil. Met een E-bike prima te doen! Net als de bovengenoemde rit komt deze voor onze deur langs. De iets langere route, van 47 km, is al wel pittiger, met 815 meter hoogteverschil. Er zitten ook een paar scherpe bochten in, dus zomaar naar beneden sjezen is niet zo’n goed idee. Ook hier is het landschap mooi, door de wijngaarden van de Clairette. Weer een stukje moeilijker is de route van 79 km met 1227 meter hoogteverschil. Het is vooral de beruchte Col de Penne, waarbij je op 10 km bijna 500 meter stijgt. Mij niet gezien! Maar wel weer heel mooi, door 3 valleien, namelijk die van de Roanne, de Drôme en die van de Quint. En dan heb je dat gehad, komt er nóg een colletje…. Tip voor als je niet op de fiets zit: boven op de berg is er een Auberge – restaurantje-  met een fenomenaal uitzicht.

Wel 84 km lang en 1321 meter hoogteverschil is het volgende parcours, met 2 cols en een tijdcontrole. Ook deze prachtige route correspondeert met een van onze autotochten.

 En dan 2 ritten alleen voor de allerbesten. De eerste is 119 km lang. Ga je als eerste omhoog naar die Col de Penne, heb je daarna nóg zo’n hoge col en daarna nóg eens zo’n hoge! In totaal is er 2011 meter hoogteverschil te overbruggen. Ik moet zeggen dat ik dat in de auto al griezelig vind.

Tenslotte letterlijk de topper, 147 km, 2598 m hoogteverschil en maar liefst 4 cols. Maar het landschap is overal even mooi, met bergen, kronkelige wegen, diverse keren een vals plat, en ook gewoon rechte stukken.

 Bij alle circuits geldt dat vrijwilligers de veiligheid op de wegen bewaken. Daarnaast zijn er mensen actief bij de start, bij de ravitaillering en bij de tijdritten. Het gaat echt om honderden mensen die dit festijn mogelijk maken.

 Rondom die fietstochten gebeurt er dat weekend in september nog van alles, zoals bijvoorbeeld optochten met oude fietsen.

Kortom, een echt fietsfestijn, de Drômoise, op 22 en 23 september. ( La Diecyclette is een woordgrapje op Bicyclette, fiets)

PS. Alle foto’s zijn uit de brochure van de Drômoise)