Feeds:
Berichten
Reacties

Een huis of een bedrijf verkopen is geen dagelijkse kost. Toch heb ik de indruk dat dit in Nederland een stuk soepeler gaat dan hier. Of komt het omdat wij de Franse spelregels niet helemaal kennen?

Toen de eerste kijker per email een bod uitbracht, waren we helemaal perplex. Het was meer dan onze bodemprijs en we hadden ons “wisselgeld” – in de vorm van een weiland van meer dan een hectare- niet eens in hoeven te zetten. We zochten de grenzen op en accepteerden het uiteindelijke bod. Vervolgens kom je in een onbekende mallemolen terecht.

In Nederland was het de makelaar die een voorlopig koopcontract opstelde en de notaris maakte de definitieve akte. Een paar dagen voor de verkoop ontving je dan een kopie, zodat je eventuele fouten nog kon verbeteren. Op de dag zelf werd, onder het genot van een kop koffie, de akte in no time voorgelezen en getekend. Binnen een half uur stond je weer buiten. Hier moeten we voor het voorlopig koopcontract naar de notaris. Er is een bijeenkomst gepland van 10 tot 12 uur, het wordt uiteindelijk een uur extra, met de jas aan, zonder een kop koffie.

Van alles moet er nog worden uigezocht. Zo bestaat ons terrein uit pakweg 8 percelen. Een ervan hebben we niet mee verkocht, op een ander rust een servitude: het recht van overpad op het weggetje dat naar de camping municipal en het stadje Die leidt. Op een derde kavel rust de servitude dat onze buurman water uit ons kanaaltje af mag tappen. Het stond allemaal netjes in onze koopakte van 2002 vermeld, dus hoeveel fouten kun je maken? Nou, 0ngeveer drie dus. Elke keer lopen we met 5 man ( notaris, makelaar, koper, Rien en ik) naar een andere kamer waar de kaarten van het kadaster hangen.

In die akte staat ook een concurrentiebeding: binnen een straal van 30 km mogen wij niet een nieuwe camping starten. Maar we willen een huis met gîtes, dat hebben we direct duidelijk gemaakt. Dus dat moet in de tekst. Bedacht wordt dat het niet binnen een vogelvlucht van 500 meter mag. Maar wat is precies een vogelvlucht? Wij weer allemaal naar de kaarten en met linialen wordt een cirkel uitgezet.

Dan moet er een onderscheid worden gemaakt tussen het privédomein en ons bedrijf. De notaris pakt de telefoon, belt met onze accountant en er wordt met een natte vinger een scheidslijn getrokken. Die pakt echter verkeerd voor ons uit. Ook al hebben we ons bedrijf zelf helemaal opgebouwd en de hypotheek al die jaren privé betaald, toch moet er over het bedrijf meerwaardebelasting worden betaald, de zogenaamde Plus Value. Wordt het bedrag te hoog? Oké, dan belt de notaris weer even met de accountant om te dealen over een andere verdeling. Wij zitten erbij en kijken ernaar, want wat de notaris zegt is in dit geval heilig. Als wij zelf een extreme verhouding voorstellen, krijgen we namelijk een landelijke inspectie op ons dak…

De koopdatum zou op 1-1- 2012 zijn, maar ook dat was voor ons nadelig, dus wordt het 31-1-2012. We hadden namelijk de boerderij zelf gekocht op 12-1-2002 en ieder volledig jaar dat je er langer woont wordt de Plus Value een beetje minder. Dat het hele systeem van de Plus Value per 1-1-2012 drastisch wordt veranderd en de belasting vele malen hoger wordt, weten we dan nog niet. Het geldt voor ons gelukkig ook niet, omdat de voorlopige koopakte van voor 1 januari dateert. Dat zou ons pakweg € 20.000 meer kosten. Ik vind belasting betalen normaal, en ook : hoe meer je verdient, hoe meer je moet betalen. Maar dit zou wel heel zuur zijn.

Als de voorlopige koopakte eindelijk klaar is, moeten we alle velletjes van een paraaf voorzien, sommige pagina’s echt signeren en voorzien van “Lu et approuvé”, gelezen en akkoord bevonden. En dat zijn er een hele hoop. Ons huis en het bedrijf zijn helemaal op de kop gezet door een keuringsinstituut. Elk “mankementje” werd opgeschreven, zoals een beetje lood in oude verflagen, of een kroonsteentje dat van een lamp naar beneden was geschoven. Tientallen pagina’s, allemaal paraferen.

Je denkt dan in rustig vaarwater te komen tot de definitieve koopakte wordt getekend, maar niks hoor. Er is continu onrust aan het front. Om een voorbeeld te nomen: Als er een akkoord met de bank is, heeft de klant nog 11 dagen bedenktijd. Het is een wet, waarvan niet mag worden afgeweken. Koper mail zijn akkoord per Chronopost, een verzekerde maildienst: het komt aan in Die, maar niet op het hoofdkantoor van de bank in Grenoble. Daardoor is op de dag van de definitieve akte de financiering niet rond. Maar wij zijn spekkoper: als de koopsom niet betaald is op 29 februari 2012 moet de koper de boete van 10% uitkeren. Dat scenario is hoogst onwaarschijnlijk, want hij kan bewijzen dat de bank fout zit…oma's oude telefoon

Ondertussen gaan wij gewoon door met de voorbereidingen van het seizoen ( reserveringen, aanbetalingen), maar ook met de verhuizing. Het nieuwe huurhuis is een verhaal apart. Het staat achter een eeuwenoude boerderij, het ouderlijk huis van de vorige eigenaresse. Tot een paar jaar geleden woonde de moeder daar nog, verstoken van alle vormen van comfort. In 2000 werd erachter een mooi, nieuw huis gebouwd. Maar tijdens dat proces ging er iets mis in de relatie van de bouwster en haar partner. De man verdween, de vrouw trok het niet meer en dat eindigde in zelfmoord. Het pand werd te koop gezet, de buren kochten het en maakten de gestarte nieuwbouw op een prachtige manier af. Maar er ontbreken wat dingen, omdat het gebruikt is als vakantiewoning. Wij regelen dat zelf, zoals een vaste telefoonverbinding, aan- en afvoer voor een wasmachine etc. Daar dachten we nogal licht over, maar sinds vorig weekend weten we beter.

Rien zoekt op Internet naar een goed aanbod voor de mobiele en vaste telefoon en een Internetverbinding. Het kost heel wat moeite om via snel ratelende doorkiesmenu’s op de juiste plek te komen. Je hoort bijvoorbeeld het woord tiejèsje, maar dat staat niet in het woordenboek. Het is dièse, een hekje dus. Uiteindelijk heeft Rien een dame aan de lijn die hem vlot helpt. Nieuwe telefoon? Geen probleem. Internet en mobiel? Kan allemaal geregeld worden. Even later volgt per mail de bevestiging: ze hebben onze oude faxlijn genomen ( die hoort bij dit bedrijf, dus onmogelijk) en er is in de nieuwe woonplaats niet eens bereik via SFR. Weer contact met de club, nu met de afdeling Opzeggingen. Geduldig legt de meneer het uit: we  hebben een opzegtermijn van 8 dagen, dus als het pakketje met informatie komt, kan alles geannuleerd worden. Als dat gedaan is zijn we terug bij af. En we vragen ons af:  In het huis zit een oude lijn, zouden we die niet kunnen activeren?

Om te vermijden dat we weer van het kastje naar de muur gaan, vragen we de Franse leraar ons te helpen. Die belt werkelijk de hele Drôme en de Ardêche door! De telefoon stond op naam van zeg maar De Vries, waar er dus duizenden van zijn. J.L. belt met de buren, de ex-, een tante. De moeder van de ex wordt gebeld, een nicht, de moeder van een vriendin, en weer een vriend. Een vriendin van J.L. zelf is ongeveer een wandelende telegraaf, die weet alles. En ja hoor, na 3 uur bellen hebben we het oude nummer te pakken en J.L. vraagt en passant ook een nieuw nummer. Nu is Rien bezig om de Internetverbinding te regelen, het mobiele nummer en een abonnement.

Het is, zoals de Franse leraar zegt: een jeu de piste, een echte hindernisbaan…

P.S.: Ook al hebben wij de camping verkocht, wij (met Thierry) hebben nog vrijwilligers nodig (in blokken van 4,6 of 8 weken) van ongeveer 1 juli tot 23 september. Dat is belangrijk vanwege de contacten met onze Nederlands gasten. Meer weten? Mail dan naar jacq.beijlen@wanadoo.fr 

En voor de liefhebbers: onze nieuwe schoonmaakster.

 

 

Aardverschuivingen

 

Iedereen maakt het in zijn leven mee, een gebeurtenis waardoor het lijkt alsof je wereld op zijn grondvesten trilt. Je partner of kind krijgt een levensbedreigende ziekte, je wordt ingeruild voor een jonger exemplaar, vrienden blijken het tegenovergestelde te zijn en soms wordt je vertrouwen volledig beschaamd. Rien en ik zijn gelukkig en gezond. En dat inruilen…als je elkaar 40 jaar kent is het bijna antiek en automatisch waardevol.

Een totale omslag kan ook het gevolg zijn van een verandering van werk- en woonomgeving.  En dat hebben we al vaak meegemaakt. Ik moest nog een half jaar studeren toen mijn eerste sollicitatiebrief werd verstuurd. Ik dacht daar  wat ervaring mee op te doen – zou wel een paar keer afgewezen worden- ,  maar het was meteen raak. We gingen toen naar een heel andere wereld, van een studentenmilieu naar een achterstandsgebied.  Met een nieuw huis hadden we geluk: op de avond dat we voor het eerst informeerden, verviel er een optie en werden wij de jonge bezitters van een gesubsidieerd koophuis. Achteraf volkomen idioot: als 22-jarige kostverdiener ontving ik minder dan een echtpaar met een bijstandsuitkering. De helft van mijn salaris ging meteen naar de bank en van de rest konden we krap aan rondkomen. Gelukkig kreeg ik een verhuiskostenvergoeding, zodat we vloerbedekking en een paar gordijnen konden kopen. Onze zitbank bestond uit 2 deuren, met matrassen erop, we hadden jute aan de muur, maar het deerde ons allemaal niet.

Vanwege een andere baan was het handiger om in Hardenberg te gaan wonen. Het subsidiehuis verkochten we vlak voordat de woningmarkt instortte. Tijdelijk zaten we in een tot zomerhuisje verbouwd kippenhok, totdat het casco van ons volgende huis klaar was. Ik had mijn fulltime baan ingeruild voor een kleine deeltijdbaan, om een carrièreswitch te kunnen maken. Toen kwam de oliecrisis en verdubbelden de energieprijzen. Geld voor een lampje aan het plafond in het nieuwe huis was er nauwelijks…Maar het kon onze pret niet drukken.

We droomden jaren van een boerderij en vonden die uiteindelijk. Daar woonden we 2 jaar, toen ik werd gevraagd om me kandidaat te stellen voor de Tweede Kamer. Dat durfde ik niet, maar men stelde me gerust: “De kans dat je op een verkiesbare plaats komt is nihil”. Het tegendeel was waar. En als je op die eerste vraag ja hebt gezegd, is er geen weg meer terug. Een paar weken had ik nachtmerries over wat me te wachten stond. Toen drong het tot me door: Als je in het diepe wordt gegooid, moet je zwemmen, want anders verzuip je. 

Dinsdagsochtends om half acht zette Rien me op de trein naar Den Haag, donderdagavond om half een kwam ik weer thuis. De andere dagen waren voor werkbezoeken, vergaderingen in het land, het lezen van stukken en het schrijven van speeches of reacties op wetteksten. Alleen de zondagavond echt vrij. Hoe boeiend zo’n baan ook is, je privéleven ligt volkomen aan duigen. Bovendien: de sfeer daar paste niet bij mij.

In die periode had ik een appartementje in Den Haag. Dat kun je met goud behangen, maar het is gewoon niet “’thuis”. Dan ga je dingen missen waar je in het gewone leven niet eens over nadenkt. Bijvoorbeeld: je kijkt naar het journaal en je bent hogelijk verbaast over iets. Normaal zou je dat meteen ventileren bij je partner, maar in dit geval kun je  het tegen de muur zeggen: er is immers niemand.  Dus toen ik werd benoemd als lid van de Emancipatieraad, was het snel bekeken: met de trein op en neer, ook al kostte dat per  dag 5,5 uur…Niet gek dat ik voor de volgende job een bestemming dichter bij huis zocht, slechts 2 uur reizen per dag. Hier had ik voor het eerst van mijn leven een baan waar ik mijn pensioen wilde halen. Maar ja, ook Rien heeft wat te willen in onze relatie. 

Zijn droom, een camping beginnen in Frankrijk, was echter mijn nachtmerrie. Alles wat je dierbaar is, achterlaten en alweer in het diepe springen…Ook nu was er geen keus: wie A zegt, moet ook B zeggen. Je kunt maar één ding doen en dat is het beste ervan maken. Maar een aardverschuiving is het wel.

Toch heb ik me met volle overgave gestort op het nieuwe avontuur. Gelukkig zie ik overal een uitdaging in. Toiletten schoonmaken mag dan niet mijn hobby zijn, als iedereen langs komt voor een praatje wordt het toch een heel gezellig klusje. En, al zeg ik het zelf, ik ben toch heel erg vooruitgegaan als kokkin: van macaroni naar een 3-gangenmenu is een hele stap. Ook deze winter heb ik alweer nieuwe gerechten voor de table d’hôte op onze vrienden uitgeprobeerd. Met succes, ze leven nog. Maar de volgende aardverschuiving dient zich aan. Domaine du Mûrier is verkocht….

 

We zaten hier nog maar 2 jaar, het bedrijf stond nog in de kinderschoenen, toen we voor het eerst – en niet voor het laatst- de vraag kregen of we de camping wilden verkopen. Vaak waren dat fantasten, mensen die denken dat je in Frankrijk nog voor een appel en een ei iets kunt kopen. Echt serieus namen we dat niet. Bovendien zijn de financieringsregels hier altijd al veel strenger geweest dan in Nederland: maximaal 50% hypotheek, dus 50% eigen geld meebrengen ( tenzij je ervaring hebt in de branche, dan kan men tot 75% hypotheek gaan).

We hebben hierdoor al veel voorbeelden om ons heen gezien, waarbij een voorgenomen koop op het laatst niet doorging: er was nog iets te verhapstukken met een ex, men leverde verkeerde cijfers in, twee broers wilden toch maar niet samenwerken, ruzie om een extra stukje grond enzovoort. Van collega’s weet ik dat ze 3 x bij de notaris waren, de laatste keer was hun hele inboedel al verhuisd en toch werd de koop geannuleerd.  Op basis van die ervaring dachten wij aan de toekomst: als we het nu eens aanbieden bij een makelaar, misschien dat er over 2 of 3 jaar dan een serieuze koper voorbij komt. De ingeschakelde makelaar was een jonge vent met een vlotte babbel. Dit paradijsje verkoop ik binnen een half jaar, zei hij. Grootspraak, dacht ik.

Maar warempel, 17 dagen later stond hij op de stoep met de eerste gegadigde. Een week erna hadden we een mooi bod en 3 dagen later nog eens 3 kijkers. Die laatste 3 werden door ons meteen afgekeurd: 2 van hen zagen al een park vol chalets aan de horizon en het derde stel, Parijzenaars, vonden het wel stil, zo op het platteland. De eerste kijker daarentegen stal meteen ons hart: die zag dat wij een goede formule hebben en dat je die niet moet veranderen.

Met ons verstand weten we dat we hier goed aan doen, dat we met een gerust hart ons bedrijf aan hem kunnen overdragen. In verband met het tekenen van de aktes heeft hij een week bij ons gelogeerd. Iedere dag hebben we minstens 3 uur overleg gehad over de werkzaamheden, over hoe wij het doen. Nog steeds hebben we geen seconde twijfel aan hem. Niet aan hem….

Maar o, wat is dit weer een aardverschuiving! Gelukkig hoef ik niet in 1 keer afscheid te nemen van onze gasten: ik blijf nog koken. De Portugese meisjes blijven hier werken, een aantal van de vrijwilligers komt terug. En wij? Wij blijven in de buurt, willen niet weg uit dit prachtige gebied, met die aardige bewoners. Dus in dat opzicht valt de aardverschuiving nog een beetje mee.

 

En voor alle mensen die zich afvragen of deze column nu stopt: nee hoor, er blijft voldoende om over te schrijven.

Franse chansons

Tot tien tellen –niet altijd mijn sterkste punt- is een van de eerste dingen die je leert in een vreemde taal. Kennelijk zijn me daarbij indertijd een paar dingen ontgaan. Zo hebben wij consequent venk gezegd als we twintig bedoelden. De Fransen keken me niet begrijpend aan: omdat ze aan het eind van het woord een k hoorden dachten ze dat ik cinq bedoelde, vijf dus. Ik heb me er jaren mee gered, vroeg 2 maal 10 karbonades en kreeg dan het juiste aantal.  Het gekke is dat ik met het getal 21 nooit moeite heb gehad, dat ging automatisch goed: went-ee-un.

Pas twee weken geleden werden we gewezen op de wisselende uitspraak van de getallen 6 en 10, resp. six en dix, ( siez en diez). Wij zijn geneigd letterlijk te vertalen, dus als we het hebben over een half jaar geleden zeggen we un demi an. Onze leraar Frans verbetert ons. Het is six mois en dat spreek je uit als sie mwoi. Maar iemand met 6 kinderen heeft siezenfants. Hier is het een koppel-z, doordat het volgende woord met een klinker begint. Best logisch, maar wis het eens uit je geheugen als je het 45 jaar verkeerd hebt gedaan. Overigens hebben ze een soortgelijk geintje met de uitdrukking “over 2 weken”. Dat is niet en deux semaines, maar en quinze jours, 15 dagen dus. Daar hebben we dus allemaal J.L. voor. 

Onze lessen Frans verlopen redelijk ongestructureerd. We praten over het weer, de politiek, de natuur, dansles enzovoort. Soms hebben we een bepaald thema. Vorig jaar wilden we meer weten over de vervoegingen van werkwoorden. Dat hebben we vroeger allemaal geleerd op school, maar het moest een beetje worden afgestoft.  J.L. maakte mooie voorbeeldzinnen, zoals: Toen ik gisteren bij de buren ( zijn) , (zijn) het nodig dat ik hen (inlichten) over de vakantie die we (regelen). Zelf uitzoeken: wat is tegenwoordige tijd, verleden tijd, toekomende tijd, en aanvoegende wijs. Daar zijn we weken druk mee geweest. Rien snapt het helemaal, vooral dat van de subjonctif. Ik ben handiger: ik omzeil gewoon die problemen….

Bij toeval komen we ineens op het onderwerp Franse chansons. Chanson betekent gewoon lied, maar wij weten dat het dan gaat om de typisch Franse zangstijl. Er wordt  een verhaal verteld en vaak gaat het over de liefde voor een partner, een kind of de natuur.

Pakweg 35 jaar geleden gingen we voor het eerst vakantie vieren in Frankrijk, gewapend met een klein woordenboekje en cassettebandjes met Franse chansons in de auto. Een paar zinnen van een lied bleven steeds in het hoofd hangen, zoals Il neige sur le Lac Majore van Mort Schuman. Dat het sneeuwde bij het Lago Maggiore begrepen we wel, de rest van de tekst ontging ons volledig. Dus blèrden we telkens die eerste regel mee om te vervolgen met “”pompompom”, tot die bekende regel weer voorbij kwam. Terwijl we verwachtten dat het over de natuur zou gaan is het eigenlijk een droevig lied, over oorlog, bombardementen, honger en terreur. J’ai tout oublié de bonheur, ik ben het geluk vergeten..Maar ook met onze eigen invulling was het een prachtig  chanson….

Met J.L. nemen we ook Jacques Brel door, o.a. het bekende nummer Amsterdam. De lied over de haven van Amsterdam klinkt schitterend, maar ook als we de tekst voor onze neus hebben, snappen we er geen snars van. Zelfs de woordvoorwoord- vertaling levert weinig op: in de haven van Amsterdam zijn er zeelieden die slapen als wimpels langs de oever. Het klinkt prachtig poëtisch, dat wel..

We behandelen ook Vous permettez, monsieur van Salvatore Adamo. Rien tovert met zijn Ipad een filmpje van Youtube en samen met J.L. zingen we lekker hard de tekst. La Boheme van Charles Aznavour is ook prima te volgen. Deze Armeniër spreekt duidelijk Frans, slikt geen woorden in en gebruikt geen onbekende woorden.( Al deze teksten zijn gemakkelijk via Google te vinden).

Dat geldt niet voor Jean Ferrat, een zeer bekende Franse zanger uit de Ardeche. Zijn Bercuese pour un petit loupio , een slaapliedje voor een welpje, is volstrekt onbegrijpelijk. Het is politiek getint: let op, kleintje, voor je het weet spek je de heren Peugot en Esso en moet je de dienstplicht vervullen. Dan trakteer je de anderen op “pruimen””  ( wij zouden zeggen op blauwe bonen, kogels dus ).

Een prachtig lied is Qui a le droit van Patrick Bruel. Dat is een zanger die net zo populair is als Frans Bauer, maar ietsje intelligenter. Omdat het zo mooi is, hier de hele tekst….

Qui a le droit…

Patrick Bruel, Gérard Presgurvic

On m’avait dit te poses pas trop de questions. Tu sais petit, c’est la vie qui t’ répond . A quoi ça sert de vouloir tout savoir. Regarde en l’air et voit c’ que tu peux voir

On m’avait dit faut écouter son père Le mien a rien dit, quand il s’est fait la paire Maman m’a dit t’es trop p’tit pour comprendre Et j’ai grandi avec une place à prendre

Qui a le droit, qui a le droit Qui a le droit d’ faire ça A un enfant qui croit vraiment C’ que disent les grands

On passe sa vie à dire merci Merci à qui, à quoi ? A faire la pluie et le beau temps Pour des enfants à qui l’on ment

On m’avait dit que les hommes sont tous pareils Y a plusieurs dieux, mais y’ a qu’un seul soleil Oui mais, l’ soleil il brille ou bien il brûle Tu meurs de soif ou bien tu bois des bulles

A toi aussi, j’ suis sur qu’on t’en a dit De belles histoires, tu parles que des conneries ! Alors maintenant, on s’ retrouve sur la route Avec nos peurs, nos angoisses et nos doutes

Qui a le droit, qui a le droit Qui a le droit d’ faire ça A un enfant qui croit vraiment C’ que disent les grands

On passe sa vie à dire merci Merci à qui, à quoi ? A faire la pluie et le beau temps Pour des enfants à qui l’on ment

Wie heeft het recht…

 

Er was me gezegd, dat ik me niet teveel moest afvragen Weet je kleintje, het leven geeft je wel antwoord Wat heeft het voor zin, om alles te willen weten Kijk maar omhoog en zie daar wat je kunt zien

Er was me gezegd dat je naar je vader moet luisteren De mijne zei niets toen hij de benen nam Mama zei me dat ik te klein was om het te begrijpen En toen ik opgroeide, moest ik een plaats vervangen

Wie heeft het recht, wie heeft het recht Wie heeft het recht om dat te doen Tegen een kind, dat echt gelooft Wat de grote mensen zeggen

Je hele leven ben je bezig om “dank je wel” te zeggen Bedankt tegen wie, voor wat ? Je brengt regen en mooie tijden Voor je kinderen tegen wie je liegt…

Er was me gezegd dat alle mensen gelijk zijn. Er zijn meerdere goden, maar er is maar een zon. Ja maar de zon, hij straalt of hij zal je branden Je komt om van de dorst, of je drinkt bruisend water

Tegen jouw ook, ik weet zeker dat het je gezegd is De mooiste verhalen, ga toch weg, gelul ! Dus nu komen we elkaar op onze weg tegen Met onze angsten, onze beklemmingen en onze twijfel

Wie heeft het recht, wie heeft het recht Wie heeft het recht om dat te doen Tegen een kind, dat echt gelooft Wat de grote mensen zeggen

Je hele leven ben je bezig om “dank je wel” te zeggen Bedankt tegen wie, voor wat ? Je brengt regen en mooie tijden Voor je kinderen tegen wie je liegt…

 

En wie kent niet Ne me quitte pas, van Jacques Brel?

Ne me quitte pas

Laat me niet alleen

Ne me quitte pas Il faut oublier Tout peut s’oublier Qui s’enfuit déjà Oublier le temps Des malentendus Et le temps perdu A savoir comment Oublier ces heures Qui tuaient parfois A coups de pourquoi Le coeur du bonheur Ne me quitte pas Ne me quitte pas Ne me quitte pas Ne me quitte pas Ne me quitte pas Ne me quitte pas Ne me quitte pas Ne me quitte pas Laat me niet alleen Toe, vergeet de strijd Toe, vergeet de nijd Laat me niet alleen En die domme tijd Vol van misverstand Ach, vergeet hem Want het was verspilde tijd Hoe vaak hebben wij Met een snijdend woord Ons geluk vermoord Kom, dat is voorbij Laat me niet alleen Laat me niet alleen Laat me niet alleen Laat me niet alleen

 

Leuk he, die Franse les????

Ongeregeldheden

Fransen zijn geen betere mensen dan Nederlanders. Ook hier zijn gebieden waar altijd wel iets aan de hand is. Bijvoorbeeld in de banlieus, de Bijlmerachtige buitenwijken van de grote steden. Op het platteland is het kalmer, zeker hier in Die. De grootste zonde van de plaatselijke jeugd bestaat uit wat graffiti, het leegplukken van bloembakken of het in de fik zetten van een afvalcontainer. De verontwaardiging is dan groot, het komt dan ook meteen in de krant.

 

De kinderen worden hier –meestal- nog opgevoed. Of het nu gaat om een feest in de buitenlucht of een etentje in een restaurant: van de kinderen heb je geen last. Die worden van jongs af aan meegenomen, hebben een tas met speelgoed bij zich en ze weten donders goed waar de grenzen liggen.

Nederlandse kinderen zijn lang niet altijd zo. Als ze midden in de supermarkt gaan voetballen, of ze als ze alle kroppen sla aanraken, dan hou ik dus echt niet mijn mond. En ik vraag me dan af of die kinderen geen ouders hebben…

Hetzelfde gevoel heb ik  als ik kijk naar de ongeregeldheden met Oud en Nieuw in Nederland. Dat hoort een feest te zijn, met een beetje vuurwerk erbij. Pakweg 30 jaar geleden was het nog leuk dat de jeugd na middernacht gingen “slepen”. Onze tuinbank vonden we terug in de tuin van de buren, de fiets lag om een lantarenpaal gevouwen, dat soort geintjes. Maar het is kennelijk ontaard. Is het niet te gek voor woorden dat in Den Haag 1000 ( echt duizend!) vrijwilligers alle politieagenten, marechaussees, etc. moeten bijstaan?  Dat de ene gast een auto in de hens zet en een ander de brandweer belemmert of zelfs bedreigt bij het blussen? Dat er een reclamespot nodig is om hulpverleners te beschermen tegen agressie? Weer vraag ik me af: Hebben die mensen geen opvoeding gehad? Maar ja, als je ook maar een flits ziet van de New Kids, waar ieder derde woord KUT ! is, dan gaat de verloedering verder dan de jeugd.

Misschien is het onze leeftijd, maar voor ons zijn orde, regels en wetten belangrijk. Persoonlijk ben ik ervan overtuigd dat heldere regels plus een goede handhaving -en een pittige straf indien nodig, zoals in Frankrijk- heel goed werken.Een voorbeeld: De buurman vraagt ons iets over onze navigator in de auto. Hij heeft er eentje met een radarverklikker en dat is per 1 januari verboden. Bezit ervan kost € 1500,- aan boete plus 6 punten van het rijbewijs. Je hebt maar 12 punten, dus dat tikt lekker aan. Iedereen gaat dus nu als een speer naar zijn autodealer, een correct navigatiesysteem kopen. Maar weer typisch Frans: een verklikker mag niet, maar een waarschuwingssignaal weer wel… 

Wijzelf worden  ook gedwongen om helder te zijn met onze regels. Immers, wat de een mag, mag de ander ook. Onze camping ligt op een prachtig en goed onderhouden terrein. Voor maart hebben we nu alweer iemand geregeld die de door de wilde zwijnen aangerichte schade gaat herstellen. Dat mooie grastapijt willen we niet verpesten door plastic in de voortent of onder een tent. Een fotoreportage in de Volkskrant maakt het effect mooi inzichtelijk. Door een grondzeil wordt het gras geel, maar gaat het niet dood. Plastic verstikt het gras en er ontstaat een rottingsproces dat niet meer te keren is. En dan zijn er mensen die vragen of worteldoek wel mag….worteldoek doe je toch in je tuin om onkruid dood te maken???

Als ik het –ook in mailtjes- netjes uitleg hebben verreweg de meeste mensen er wel begrip voor. Maar af en toe krijg ik een reactie van een echte heks. Blij dat zo iemand besluit om een andere camping te zoeken…

Op dit moment hebben wij te maken met andere “ongeregeldheden”. Na de dood van poes Tosca waren we zo verschrikkelijk verdrietig, dat we al snel spraken over een nieuw poesje. Maar ja, weer een handenbindertje, moet je dat wel doen? En vlak voor een seizoen? Maar op Tweede Kerstdag hebben we ons verstand op nul gezet. Ik ben op Internet gaan kijken en als je alleen maar een nestje ziet ben je al verkocht… De fokster was ook een alleraardigste mevrouw en bovendien getrouwd met een dierenarts, een vertrouwd adres dus. De kleine pluizenbol mocht meteen mee naar huis, 10 weken oud. Daar vond ze het maar eng, zo’n groot nieuw huis, dus ze verstopte zich meteen in de kerstboom, De volgende dag kwamen vrienden op kraamvisite en ook dat was griezelig: van achter een kast hield ze in de gaten wat die mensen deden. Maar  daarna was de angst echt helemaal weg.

Wij zijn heel blij met haar, maar de 2 andere poezen vinden het nog niks, zo’n klein ongeleid projectiel, met slechts 2 standen: ze is óf volledig van de wereld óf ze gaat als een speer door het huis. Ze vindt die mannen reuze spannend, rent er onverschrokken op af, valt pardoes in haar waterbak, vreet de brokjes onder hun neus vandaan. Het is net een Duracel-batterij. Hier zit ze in de houtmand, ook spannend…

En wij? Terwijl wij natuurlijk lachen om al haar strapatsen, moeten we haar wel opvoeden. De ballen uit de kerstboom meppen, kerststukken uit elkaar plukken, happen in de cactus, de kaas van ons brood eten, in de vaatwasser klimmen….er is heel veel wat niet mag. Daar hebben we het nog wel even druk mee.

Hoe vertederend ook: van een goed opvoeding heb je later veel plezier..

Oudere Berichten »

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 161 other followers