Feeds:
Berichten
Reacties

L’Hôpital

Die heeft al vanaf de 14e eeuw een eigen hôpital. Ongeveer 20.000 inwoners, in een straal van 80 km om Die, zijn erop aangewezen. Maar haar bestaan staat onder druk: de afdeling chirurgie wordt al uitgekleed en de afdeling verloskunde zal ophouden te bestaan. De bevolking staat op haar achterste benen.  Ook ik vind het prettig dat er goede gezondheidsvoorzieningen binnen handbereik zijn, voor onszelf en onze gasten. Al vaak ben ik er geweest, om Nederlanders qua taal bij te staan of te tolken tussen een psychotische Duitser en de Franse hulpverleners. Of gewoon voor mijzelf…animaatjes-injectiespuit-08600

In het begin was ik vooral verbaasd. De zorg is meer dan goed, wekelijks houden bijvoorbeeld allerlei artsen uit Valence hier spreekuur. Maar het was wel  een oude zooi. Wanneer het precies is opgeknapt, weet ik niet. Maar als ik er nu kom, ziet alles er even fris en vrolijk uit. De muren zijn in pasteltinten geverfd, het linoleum op de vloer is in dezelfde kleur, alle kasten zijn van hetzelfde materiaal, en ook de apparatuur is vernieuwd.

Kwam ik eerder slechts voor 1 akkefietje tegelijk, nu mag ik de hele keten van zorg ondergaan. Al weken heb ik weer last van hartkloppingen. Het komt gewoon niet in mijn hoofd op om naar de huisarts te gaan, ook al wordt het steeds erger, ook al kan ik van benauwdheid soms mijn zin niet afmaken. Tot afgelopen vrijdag.  Ons gebruikelijke ritueel ‘s ochtends is dat ik mijn tanden poets, terwijl Rien al scherend op de computer naar de weersvoorspelling kijkt. Op de camping was dat handig voor de gasten, nu is het praktisch voor mij: als ik weet wat de temperatuur wordt, bepaal ik welke kleren ik die dag zal dragen.

Deze ochtend komt Rien terug met de woorden: het wordt warm vandaag, 30 graden. Het gebeurt volgens mij in een seconde, ineens ben ik volledig bezweet. De thermometer geeft dan ook een fikse verhoging aan. Dus nu wordt toch het tijd voor de huisarts. Daar wordt een veel lagere bloeddruk gemeten dan normaal en een extreem hoog hartritme. Omdat de hartspecialist op vrijdag in Die spreekuur houdt, word ik meteen verwezen naar de Urgence.

Daar gaat de hele trukendoos open, juist omdat de bloeddruk, temperatuur en het hartritme inmiddels weer helemaal normaal zijn….wie het snapt, mag het zeggen. De hartspecialist ( die leukerd van een paar columns terug), geeft voortdurend instructies wat er onderzocht moet worden: bloed uit de arm, uit de pols, hartfilmpje, röntgenfoto van de longen. En ondertussen komen allerlei enge ziektes voorbij: longembolie, ontsteking aan het hart? Vervelen is er niet bij, want er liggen nog 2 mensen naast mij. Nummer 1 is een man van 80, die van zijn racefiets (!) is gevallen. Hij heeft een wond en een fractuur. De eerste wordt behandeld ( dat hoor ik, want door een scherm kan ik niks zien). Voor de breuk moet hij met de helikopter naar Valence, in de scanner. In Nederland zou je hierover een paar discussies hebben: nooit 2 patiënten bij de Eerste Hulp op 1 kamer en liever geen helikopters in de eigen buurt. En ook niet in- en uitlopen van Jan Rap en zijn Maat. Hier is dat dus anders.  Patiënt nummer 3 komt binnen met de ambulance van de Pompiers. Hij heeft veel pijn aan 1 kant van zijn lijf en heeft verschillende keren overgegeven, zeggen de brandweermannen. En ondertussen stroomt de gang vol met mensen die allerlei ongelukjes hebben gehad. Zij gaan dan naar de “gewone” behandelkamers van de Urgence.

Rien vergezelt me naar boven, naar hartspecialist Gabber en die vindt onze ontmoeting weer een buitengewoon genoegen. Hij zegt nog net niet: “Wat leuk om jullie weer te zien”. Gabber doet mijn patiëntenhesje opzij, ziet mijn blote borsten en zegt tegen Rien: O la la!  Een echte levensgenieter dus. Hij onderzoekt het hart, heeft alle resultaten van de onderzoeken en is heel stellig: het is niet het hart! Terwijl ik nog het idee heb dat ik dan naar huis kan, word ik met een rolstoel zo een ziekenkamer ingereden en volgt de intake voor opname. Ik ben echt volkomen verbijsterd!

Ik moet nog even een plasje inleveren en dan hebben ze echt beet: daar zou de ontsteking zitten die de koorts heeft veroorzaakt. Nu kan ik het vergeten: eerst is het 1 nacht blijven, dan 2, dan 3, dan 4.  Maar goed, ik kom op een mooie, zachtgroene kamer met lichtblauwe stoelen en een luxueus en elektrisch verstelbaar bed. Rien brengt mijn Ipad, zodat ik kan lezen. Geen Internet hier en telefoneren mag niet. Maar, typisch Frans, “een beetje” bellen mag wel. Die telefoon gaat vervolgens onophoudelijk en ik krijg achter elkaar SMS-jes van vrienden en familie.

 

Het bloedprikken gaat niet helemaal goed...

Het bloedprikken gaat niet helemaal goed…

Om een uur of zeven ’s avonds hoor ik allerlei geluiden op de gang. Ha, denk ik, daar komt het eten aan. Vanaf negen uur die ochtend had ik niets meer gehad, dus mijn maag knorde. Toen het geklepper ophield, ging ik maar eens kijken. Waren ze me vergeten!! Natuurlijk kwamen ze nog een plateau brengen. En dat was me wat! Van Nederlandse vrienden had ik al iets over de gaarkeuken in andere ziekenhuizen gehoord. Het is grappig hoe Fransen dat veel hoffelijker kunnen zeggen: “ Tu sais déjà que la cuisine n’est pas très fameuse ici”. Je weet al dat de keuken hier niet erg goed bekend staat…

Ook heel bijzonder: er wordt geen koffie en thee geschonken. Dus Rien neemt een kan mee van huis en we drinken op zijn Hollands samen koffie.

 

De eerste nacht heb ik de kamer voor mij alleen, de tweede dag krijg ik gezelschap van een dame op leeftijd. Ze ligt op apegapen, lijkt hardhorend en niet al te slim. Ze negeert mij volledig. Dan komt haar zoon binnen en plotseling communiceert ze. Met de verpleging kan ze eerst ook niet overweg, omdat ze te vaak op het Helpknopje drukt. In die eerste nacht krijgt ze last van” gaz” , eerst laat ze achter elkaar luide winden, daarna gaat ze boeren. Twee keer moet ze uit bed gehaald worden vanwege diaree. Een rumoerig nachtje dus. De nachten daarop gaat het verder prima, ook fijn voor haar…

Het is warm, daarom gaat ze volledig bloot op het bed liggen. Mij interesseert het niet, maar de verpleging schiet in een stuip. Met haar zoon gniffelt ze er later om.

Ze vraagt de verpleging of ze mag bellen, want ze heeft niets bij zich, geen tandenborstel, zeep of washandje. De verpleegster weigert, dus ik geef haar even mijn telefoon. Een uurtje later begint die van haar in haar tas te rinkelen…En dan, op onze derde dag samen begint ze zomaar te praten. Ze is met een Senegalees getrouwd, heeft 5 kinderen met hem en komt 3 maanden per jaar naar Frankrijk. Een dag na aankomst is ze opgenomen en ondertussen is ook haar bagage uit het vliegtuig verdwenen. Dubbele pech.

Op dag 4 word ik door een verpleegkundige gevraagd te tolken voor een Nederlandse vrouw. Ze is net op vakantie en heeft 41 graden koorts. Zij spreekt geen woord Frans, de artsen redden zich niet in het Engels.

Ik ben zelf ook weer de pineut. Om 13 uur worden er 2 echo’s gemaakt: alles in de buik is goed, de schildklier vertoont verscheidene nodulen ( goedaardige gezwelletjes, o.a. 11 en 18 mm groot)  en dat moet nader onderzocht worden, in Valence. De arts heeft me beloofd dat ik na de echo medicijnen zou krijgen. Reageer ik goed, dan mag ik de dag erna naar huis.

Als ik om 6 uur bij de verpleegstersunit ga vragen wanneer ik die pillen krijg, heeft hij ze voorgeschreven voor de volgende dag, waarmee hij dus een volgende opnamedag heeft versierd. Ik ga helemaal door het lint, in het Frans, want hij had het beloofd! ( Een dag later blijkt dat ik bij zijn baas mijn gal heb gespuugd…).

Aan de buurvrouw van de camping vraag ik wat ik tegen dit “onrecht” kan doen.  Ze geeft me de telefoonnummers van Christine, hun vriendin die we daar vaak ontmoeten. Zij is de hoofdverpleegster van 1 etage lager en begint die avond weer met haar werk, na een aantal vrije dagen. Ik ben zo opgewonden, en colère, zegt de verpleegster, dat mijn bloeddruk ineens omhoog schiet. En ook de temperatuur: terwijl ik me volstrekt niet koortsig voel, heb ik ineens 38,8. Ze creëren hun eigen werk! Als ik opmerk dat dit om geld gaat, zegt ze per ongeluk ja en verbetert zich meteen: nee, natuurlijk niet. Maar ze komt wel met 2 campingkoelelementen die ik in mijn slip moet stoppen, zodat de temperatuur omlaag gaat.

Nou, daar koel ik ook verder wat van af…

Koelelementen in mijn slipje...

Koelelementen in mijn slipje…

Christine informeert even bij haar collega’s en ook dat heeft effect: ineens wordt er 2 x bloed geprikt, een hartfilmpje gemaakt en ik krijg de pil die ik moet hebben.  Van de arts mag ik vertrekken na de middagmaaltijd, dat zal wel zijn vanwege de financiën. Terwijl ik de eerste hap naar binnen schuif, komt het Opperhoofd binnen: ik mag weg als ik een handtekening zet. Ik laat zo die  “verrukkelijke” maaltijd staan, terug naar huis, terug naar Rien.

 

Want naast alle ellende is dit ook even een opfriscursus voor het huwelijk: je weet weer precies wat je mist als je niet bij elkaar bent. En misschien ga ik het nu eindelijk leren, om eens wat rustiger te gaan leven….

 

 

Ze worden speciaal voor de toeristen georganiseerd, de zogenaamde Vendredis de Die, zes vrijdagen in Die, zo tussen half juli en eind augustus. Op  4 pleinen is er livemuziek en met een beetje geluk ook nog in 2 verschillende kroegen. Alles gratis, het wordt mede betaald door de plaatselijke ondernemers.affiche-vendredisdedie-d1f7a983

Aan het begin van het centrum ligt Square St. Pierre, met “ Bal Musette et Variétés”.   Dat is vertaald een dansgelegenheid met harmonicamuziek en lichte muziek. En dat klopt. Een accordeon, een toetsenist en een zangeres die vooral Franse nummers uit de tachtiger jaren zingt: het klinkt elke toerist bekend in de oren. Daar wordt echt de hele avond gedanst, vooral door de ouderen van Die zelf. Af en toe waagt een campinggast zich ertussen. Ik zou er uren naar kunnen kijken, naar die dansers. Rien en ik noemen dit het plein van de Vogeltjesdans…

Meestal verkiezen wij andere muziek en dus lopen we verder. Overigens hebben we deze keer daar net onze Henri gemist, die danste er met een nieuwe scharrel. Dat had ik wel even willen zien….

Hier zijn de feestjes

Hier zijn de feestjes

Het volgende plein is Place Jules Plan, een prachtig stukje Die, waar je normaal zo aan voorbijloopt. Hier varieert de muziekstijl nogal, meestal is het jazz of blues ( bijvoorbeeld New Orleans, Django Reinhardt). De ene avond blijf je ademloos staan luisteren, een andere keer is het meer cabaret à la Liza Minnelli, maar dan wel heel erg schel. Daarna nemen we een kijkje bij het Place de la Republique, het centrale plein van Die, waar ook de markt plaats vindt. Deze vrijdagavonden is er standaard een avondmarktje, leuk verlicht, met geinige attracties. Soms jongleurs, soms 2 meisjes die samen prachtige zeepbellen blazen, of een zoete-pinda-bakker, sieradenkraampjes enzovoort. Op de muziek kun je geen peil trekken. De ene keer is het de plaatselijke drumband ( sfeertje leuk, maar het geluid doet je de tenen krommen..), een andere keer neemt iemand je mee door de geschiedenis van de muziek ( maar de verhouding tussen onverstaanbaar Frans en muziek is totaal verkeerd). Soms bof je, dat is het een ijzersterke muziekformatie. Deze keer speelt de band geweldig, maar de zangeres denkt dat ze op een groot plein heel hard en heel hoog uit moet halen. Ik hou het niet lang uit hier, maar de meeste toeristen blijven wel, want op het terras van Café de Paris is het altijd gezellig.

Wij lopen door, vaak is het laatste plein de verrassing van de avond, Place St. Marcel. Ieder jaar is er een Ierse folkzangeres, er komt een rockformatie, een Bluesband of een popband uit de regio.

Deze keer zijn het de Lady Chestnut Blues, die nummers spelen van BB King, The Doors, Ray Charles en The Rolling Stones. Het swingt de pan uit en zelfs Rien gaat de dansvloer op. Hier zijn  vrijwel uitsluitend  Franse leeftijdgenoten van ons en een heel aantal ondernemers leren we zo eens van een andere kant kennen. We zien er ook onze “wintervrienden”. Ik had al een briefje bij de computer liggen: “W. mailen”, want door alle zomerdrukte hebben we te weinig tijd voor onze vrienden. Gelukkig gaat het bij die anderen net zo, ze rollen ook van het ene bezoek in het andere. Een aantal van onze vrienden gaat daar tussendoor ook nog eens naar Nederland en dan wordt het allemaal wel heel lastig afspreken. Maar nu treffen we hen bij dit laatste plein en ook daardoor wordt het een gezellige avond. We wisselen de laatste nieuwtjes uit, over Die, haar inwoners en de zomeractiviteiten. En ondertussen kunnen we niet stil op de bankjes blijven zitten, zo geweldig is de muziek. Volgende week weer, dan is er zelfs een heuse modeshow in Die…

Geweldige band.

Geweldige band.

Een hele week feest is er in het middeleeuwse dorp Châtillon-en-Diois, 18 km verderop. Dit jaar voor de 20e keer vindt daar het Festival Arts et Vigne plaats, het festival van de kunst en de wijn. Naast de Clairette de Die heeft Châtillon zowel een rode als een witte AOC, een vin d’appellation d’origine contrôlée. ( De toevoeging AOC betekent dat het gegarandeerd om een kwaliteitswijn uit die betreffende regio gaat).

Het oude dorp kent een specifieke bouwstijl: de onderste verdieping van de huizen werd vroeger gebruikt om er vee te stallen, daarboven volgden een of meer woonlagen en de bovenste etage was voor opslag van hooi en dergelijke. Tegenwoordig wordt die begane grond vaak gebruikt als schuur, maar niet in de eerste week van augustus. Dan wordt de rotzooi opgeruimd en veranderen die garages in galerietjes. Pakweg zo’n 45 kunstenaars tonen hun werk: schilders, glasblazers, sieradenmakers, pottenbakkers enzovoort.

En daarnaast zijn er de Nocturnes ( vertaald: de nachtgezichten). Op 3 avonden is het dorp verlicht met waxinelichtjes, toortsen en kleine lampjes en er is Middeleeuwse muziek.

Châtillon-en-Diois heeft nóg iets heel bijzonders: zoals de Fransen zo mooi kunnen zeggen ligt er een zaaibed aan cabanons. Een cabanon is een voor deze regio typerende schuur voor landarbeiders. Op de begane grond werden de gereedschappen opgeruimd, op de eerste verdieping sliepen de werkers als het buiten te heet was. Er zijn er veel, hier in de buurt, maar juist in Châtillon zijn er een stuk of 15 prachtig gerestaureerd. En precies in deze week zijn deze ook ’s avonds verlicht. De speciale wandeling is normaal al mooi om te doen, maar nu moet het spectaculair zijn. We gaan het zien. Als gepensioneerden komen wij nu ook eens toe aan dit soort feestjes.

10559892_799542923419774_5194218531418848507_n

 

Momenteel is het hier drukker dan ooit tevoren. Toen de Wereldkampioenschappen Voetbal afgelopen waren, liep volgens mij heel Nederland leeg, allemaal op naar Frankrijk. Normaal nemen de Fransen zelf massaal in augustus vakantie, maar dit jaar gingen die ook al half juli op pad. Daarom zit alles bomvol.

Ook wij verdienen het beleg op onze boterham door de toeristen, dus ik mag volstrekt niet klagen. Dat het drukker is, dat ik iedere keer in een file rijd naar het Office de Tourisme, dat ik geen parkeerplaats kan vinden bij de Intermarché, ach, het is maar klein leed en het gaat weer voorbij. Maar ik kan me zo wezenloos ergeren aan sommige toeristen !( zowel de Franse als de Nederlandse) .  Omdat er geen parkeerplaats is, pak je dus maar die van de gehandicapten. Dat je de auto op een groot blauw vak zet,  het kan je toch echt niet ontgaan. Er staat nog wel een bordje bij: als u mijn parkeerplaats inpikt, neem dan ook mijn handicap over. Maar sommige mensen zijn kennelijk zo egocentrisch, dat ook dit niet helpt. En zijn de boodschappenkarretjes op? In plaats van even te wachten pak je toch die voor een rolstoeler? Een gewone veertiger, gezond van lijf en leden doet dat. Je moet je schamen, als niet-gehandicapte, als je dat soort dingen doet. Met de boodschappenkar voor jonge moeders gaat het net zo: terwijl zij beter kunnen shoppen met hun baby in het speciale kinderstoeltje, lopen toeristen ermee weg.

Maar zoals altijd is het slechts een enkeling, die de verkeerde indruk geeft. Want het gros van de toeristen bestaat gewoon uit keurige mensen. En die zorgen ervoor dat het in de zomer hier toch vooral een feestje is.

De Tamalous

In de Mas Dea Augusta hebben we 2 heel verschillende gastenverblijven: de grote gîte en de kleine studio. De prijs is daarom ook nogal anders.  En dat veroorzaakt weer dat we er een heel nieuwe doelgroep bij krijgen, de guppies zoals wij ze noemen. Vaak jonge stelletjes, bijvoorbeeld een net getrouwd paartje of een marinier met een studente. Het is heel grappig om het verschil te zien met ons en met de gasten van de gîte. Het laatste koppeltje was helemaal idolaat van de map met wandelingen. Ze begonnen bijvoorbeeld aan de bergwandeling naar het Croix St.Justin, goed voor 3,5 uur en 650 meter hoogteverschil. Maar het was hen niet ver genoeg, dus ze koppelden er een tweede wandeling aan vast, naar de Pas de Damiane, in totaal zo’n 17,7  km op en neer.

Onze gasten in de gîte zijn, net als wij, van een wat hogere leeftijd. Lekker genieten rond het zwembad is meer onze stijl. Terwijl de jonkies praten over de routes die ze hebben gelopen, zijn ziektes en kwalen meer onderwerp van gesprek met onze leeftijdsgenoten. De Tamalous noemt de buurman deze groep: Tamalou staat voor Tu as mal ou? Waar heb je pijn?pop-ink-csa-images-injured-man

 

Nou, daar kan ik over meepraten…Vorige week was ik weer eens aan de beurt. Toen we hier eind 2001 kwamen wonen, kregen we een prettige huisarts. Gewapend met een woordenboek kwamen we overal samen uit. Helaas ging de man met pensioen en werden we doorverwezen naar zijn opvolger, meneer Zwaargewicht. Voor de simpele dingen, zoals een herhalingsrecept voor mijn migraine, kon je prima bij hem terecht. Maar toen Rien er eens met schouderklachten kwam, ging het heel erg mis. Rien had vlak voor het seizoen samen met Henri een asfaltpaadje gemaakt en dat was zwaar werk. Vanaf dat moment had hij last van zijn rechterschouder. Net als zijn vader zegt Rien altijd: “Het komt vanzelf en het gaat ook weer vanzelf”, maar deze keer dus niet. Na het seizoen ging hij eindelijk naar de huisarts. De man kwam niet achter zijn bureau vandaan en kon zo zien wat het probleem was: “U moet naar de specialist in Valence voor een operatie”. Dat vonden we wel erg kort door de bocht, dus vroeg Rien om fysiotherapie. Daar kwam niks van in, als hij niet naar de specialist wilde moest ie eerst maar eens medicijnen proberen. Daar werd manlief doodziek van, dus terug naar Zwaargewicht. Die begon weer over de operatie, schreef eerst een verwijsbrief voor de specialist en gaf toen eindelijk toe aan de wens om fysiotherapie te krijgen. Dat hielp vrijwel meteen, want het was slechts een kwestie van overbelasting….

 

Vanwege deze ervaring gingen we naar een andere huisarts, wat hier gemakkelijk kan. Onze buurvrouw regelde dat we terecht konden bij de hare, dokter Borstel. Dat is een lieve vrouw, een onderdeurtje van misschien 150 cm lang, maar goed, aardig en attent. Standaard gekleed in een fleecetrui en een lange broek. Altijd geïnteresseerd in ons leven en onze gewoonten. Als de kwaal is vastgesteld gaat het vervolgens daarover, ze kletst gewoon de tijd vol, (wat gezellig is). Een spreekkamer met in de hoek kinderspeelgoed op de grond, een kast met schots en scheef de boeken erin. Haar recepten zijn alleen te lezen voor kenners, wij komen niet uit het gekrabbel. Maar ze is een goede arts en dat is wat telt.

Toch moesten we nog een keer terug naar de vorige. Bij het regelen van een Frans rijbewijs moest aangegeven worden of je ook een caravan achter de auto wilde slepen. We vulden ja in, dat leek ons wel handig. Maar toen moesten we daarvoor worden gekeurd en dat mocht absoluut niet bij de eigen huisarts. Zwaargewicht had een inloopspreekuur en aan deze keuring zou hij niet veel kunnen verprutsen, dachten we. Het stelde ook helemaal niks voor: Rien en ik moesten de ogen sluiten en op 1 been gaan staan. Toen we allebei overeind bleven, was het goed. Daarna moesten we met een vinger naar onze neus wijzen: ook gelukt. Vanachter zijn bureau vroeg hij aan mij hoe mijn ogen waren. Ik wees op de bril en hij vroeg niet verder. Zwaargewicht stelde nog wat vragen die op het formulier stonden, zette wat kruisjes en dat was het dan. Vijf minuten later waren we buiten,  € 50,- lichter en goedgekeurd….

 

En nu krijg ik ineens te maken met een andere arts… Ik ben een hoofdpijnklant, dus als ik deze keer alweer 5 dagen last heb, is dat niet ongewoon. In de nacht van dinsdag op woensdag word ik wakker met een stuiterende hoofdpijn. Migrainepil erin en verder slapen, tot ik om 7 uur vrijwel tegen de vlakte ga van de douleur, de pijn. En dan voel ik het: het is de kaakholte. In een ver verleden heeft een kaakchirurg bij het verwijderen van een verstandskies grote fouten gemaakt. De hele binnenkant van mijn mond was kapot getrokken en de ontsteking die volgde was bijna niet te genezen. Het is altijd een zwakke plek gebleven. En precies daar heb ik dus regelmatig een kaakholteontsteking.

Borstel weet het en geeft me een niet al te hoge dosis antibiotica, omdat ik daar al genoeg van heb gehad.  Als ik deze woensdag bel voor een afspraak, is ze er niet. Maar ik kan wel meteen terecht bij haar associé, meneer Lichtgewicht.  Wat een wereld van verschil! Ze zitten in hetzelfde gebouw, hebben dezelfde secretaresse, maar daar houden de overeenkomsten ook mee op. Hij is keurig gekleed in een overhemd, is beleefd en op afstand. Hoeft niet te weten wie ik ben, doet zorgvuldig zijn werk en binnen 5 minuten ben ik weer buiten.

Zijn werkkamer is stijlvol ingericht, in mooie kleuren geverfd, een prachtig houten bureau, bijpassende kasten, alle boeken in het gelid. Het recept komt zo uit de computer. En wat voor recept! Dat is met een kanon een mug doodschieten: antibiotica, ontstekingsremmer, neusspray, slijmoplosser en aspirine van 1000 mg per stuk. ( Daar ga ik zelf dus wel voorzichtig mee om…). Toevallig heb ik het verlopen recept van mijn migrainetabletten bij me, omdat ik een herhaling moet vragen. Terwijl het papiertje op de kop ligt, ziet hij dat er slaaptabletten opstaan. “Moet je die ook nog?”, vraagt hij. Waarom zou ik nee zeggen? Dus met een plastic zak vol met pillen kom ik thuis en nog diezelfde dag werd de hoofdpijn heel wat minder. Die meneer Lichtgewicht kan voor mij voorlopig niet meer stuk…k3240329

 

Maar ik pas me al aardig aan bij mijn leeftijdsgenoten: ik ben een echte Tamalou

Villa Felderhof

Vroeger,  tussen 1996 en 2010,  was er een televisieprogramma met die titel. Ik herinner me er weinig van, wel dat het om een prachtige villa ging, op een berghelling, met een geweldig uitzicht op zee.  Dat huis trok kennelijk veel mensen aan. Met name de exacte locatie was een boeiend vraagstuk. Op bijvoorbeeld Fok! Forum vragen mensen zoals Taraboemdijee en Lee Harvey Oswald zich af waar dit mooie huis zich bevindt en vervolgens is er wel iemand die de juiste plaats weet te noemen.  En dan is er op You Tube een filmpje te zien van een man die op zijn fiets naar de bewuste woning rijdt. Daar moet je blij mee zijn. Het hoort kennelijk bij de roem.

Villa Felderhof

Villa Felderhof

Heel wat jaren geleden kwamen wij de vroegere premier Van Agt ergens tegen, allebei op weg naar een vakantieadres. Ik was verrast, moest even goed kijken of hij het wel was en toen keek ik heel snel de andere kant op: je kunt toch niet een Bekende Nederlander zo met open mond aan staan te gapen? Hans van Mierlo zat eens op hetzelfde terras te eten als wij, ook tijdens een vakantie. Hij was fractievoorzitter in de periode dat ik Kamerlid was, min of meer een collega dus. En toch durfde ik hem niet lastig te vallen, het was tenslotte ook zijn vakantie. Rien vond dat ik hem wel even moest begroeten, wat ik kort en krachtig deed. Iedereen heeft tenslotte recht op een privéleven, tenzij je het zelf voortdurend op straat gooit.

 

Dat geldt ook voor ons. Wat in mijn columns staat, is “openbaar bezit”. Dit geef ik zelf prijs. Het wil niet zeggen dat de rest van mijn leven ook van iedereen is. Het is oprecht prettig om bekenden “van vroeger” tegen te komen, in Die, in de supermarkt of op het terras van Café de Paris. Maar het is onmogelijk om iedereen  in ons nieuwe huis te ontvangen. Vooral omdat ik dan in een driedubbele spagaat kom. Ik wil namelijk graag pleasen, aan de verwachtingen voldoen. Maar het is niet leuk voor onze betalende gasten als hier de hele tijd mensen over de vloer zijn, we beloven hen namelijk een rustig verblijf. En… wij hebben zelf een sociaal leven, afspraken waar je aan wilt of moet voldoen. Zo kregen wij eens ‘s ochtends om half 10 een telefoontje van campinggasten “dat ze er zo aankwamen, voor de koffie”. Drie kwartier later dan gezegd waren ze er. In allerijl moest ik vervolgens de fysiotherapeut afbellen, die daar niet blij mee was. En ik vergat dat ik nóg een afspraak had, namelijk een mammografie maken in het ziekenhuis. Toen ik erachter kwam, was het te laat en kreeg ik de wind van voren. Voor straf moest ik achteraan op de wachtlijst. Zo leerden we vanzelf  om wat bewuster met onze eigen tijd om te gaan. Tenminste…meestal. Vorige week was het de buurman van de camping, die vaststelde dat hij ons al een hele tijd niet had gezien. Die man is goud waard voor ons, dus we voelden ons meteen schuldig. Inmiddels hebben we er weer een heel plezierige avond op zitten met hem, zijn vrouw en 2 vriendinnen. Wat hebben we weer veel Franse uitdrukkingen geleerd, zoals patiner dans la choucroute = veel inspanningen leveren met weinig resultaat. Dat kun je toch niet verzinnen, vertaald is het in de zuurkool smeren…Die vergeten we nooit meer. En zoals altijd kookt onze buurvrouw bijzondere dingen voor ons, deze keer een taart met pralines: een zoetig omhulsel rond amandel.

Pralines

Pralines

Vanaf eind april hebben we alweer aardige en boeiende gasten in de gîte. Sommigen kennen we vanuit onze Hardenbergse periode, anderen van de camping en dat schept bij voorbaat al een band. Alhoewel nieuwe mensen ontmoeten natuurlijk ook altijd spannend is. Maar oud of nieuw: voor iedereen proberen we een goede gastheer en –vrouw te zijn.

In ons gastenboek lezen we een boel mooie woorden, maar deze bijdrage was wel heel bijzonder:  Het was weer heerlijk! Zoals we regelmatig zeggen: We hadden weer ons Villa-Felderhofgevoel!

Volgens mij gaat het daarbij niet om hoe groot het is, of hoe luxe, maar om het fijne gevoel op een bepaalde plek. Wij hadden dat vroeger op twee campings, waar we vaak kwamen: bij binnenkomst je meteen thuis voelen. En waarom precies? Daar kan ik niet de vinger opleggen..

En nu hebben we – samen met de bank….- nóg een Villaatje Felderhof. In november bezochten we 4 recreatieparken en bij de laatste dachten we meteen: Dit is het, dit is ons plekje. Daarna gingen we er in maart 4 huisjes bekijken en daar voelden we niks bij. Brochure nummer 5 kwam binnen…en we waren verkocht. Maar toen begon het gedoe pas echt.

Type het woord hypotheek in op Google en je krijgt de indruk dat het gisteren nog geregeld is. Mooi niet dus, als het om een recreatiewoning gaat. Inmiddels heb ik een hechte band met de Rabobank opgebouwd,  en pakweg 50 mailtjes later is het voor de bakker. Een opstalverzekering kun je gemakkelijk en goedkoop regelen, volgens de reclames. Maar Independer vergeet even te melden dat er voor mensen die in het buitenland wonen, andere voorwaarden gelden. Dat we een Nederlands inkomen hebben, een Nederlandse bankrekening, een Nederlands paspoort…het maakt niet uit, regels zijn regels. Na een aantal pogingen lukt het gelukkig toch.

Dit is grote broer..

Dit is grote broer..

Volgend probleem: je moet je zelf aanmelden voor gas, water en elektra. Da’s lekker simpel vanuit Frankrijk… Het vakantiepark neemt dat gelukkig voor zijn rekening, net als de volledige inrichting. Maar naast al dit gedoe hadden we ook wel een paar gelukjes. Zo ontstond er een heel plezierig contact met de verkoper. De aardige man gaf antwoord op iedere vraag: Zoek je een verzekering? Ik heb dat daar geregeld, zoveel kost het, dit is mijn polisnummer, en hier heb je een telefoonnummer van de maatschappij. Nutsvoorzieningen nodig? Een soortgelijk compleet antwoord. Fantastisch, zulke mensen. De makelaar, de bank, de notaris, de parkbeheerder, de verzekeringsagent…allemaal chapeau!

Na heel wat hoofdbrekens en honderden mailtjes is het allemaal geregeld. In oktober gaan we voor het eerst naar ons Villaatje Felderhof, hopen maar dat het net zo goed voelt als het lijkt…

 

PS. Het is volop hoogseizoen en dat brengt toch wat vreemde snoeshanen naar Die. Even een half uurtje boodschappen doen betekent dat ik 4 x de neiging moet onderdrukken om op mijn voorhoofd te wijzen. Bij de supermarkt kruipt een man met zo’n rotvaart voor in de rij, dat de vrouw die daarachter staat uit lijfsbehoud een flinke stap opzij moet doen. Ook ik kan het vege lijf net redden. Voor de volgende toerist is dat de kans om onverwacht ook door het ontstane gat te sprinten. Als ik daarna uit mijn parkeervak wil rijden, doe ik kalm aan, want vanuit mijn ooghoek zie ik een voetganger. Dat weerhoudt een Nederlander er niet van om achter mij langs te scheuren, waarbij de voetganger aan de kant moet springen en ik boven op de rem moet. Even later moet ik alweer een noodstop maken,  terwijl ik op een voorrangsweg rijd. Hebben die mensen geen vakantie? Zijn ze nog helemaal gestrest? Of hebben ze gewoon hun verstand thuis gelaten? Maar ik had mijn korte lontje keurig in bedwang…

Vive la France

Toen de wereld werd gemaakt, stond Frankrijk vast en zeker vooraan, tenminste,  wat natuurschoon betreft. Het land kent echt veel variatie: gebieden die vlak zijn, of heuvelachtig of juist met hoge bergen en diepe dalen. De temperatuur is in het noorden beduidend lager dan in het zuiden. En zelfs de 2 zeeën zijn heel verschillend: de Atlantische Oceaan aan de westkant  zou ik typeren als azuurblauw met hoge golven, terwijl de Middellandse Zee gematigder is en zichtbaar smeriger. Misschien is mijn herinnering gekleurd, maar toch…

Overigens kent ook Nederland schitterende gebieden. Toen ik  eens meedeed aan de campagne voor de Tweede Kamerverkiezing, bedacht men in Overijssel 12 fietstochten van 50 km per dag. Of we veel kiezers zagen, was wel de vraag, maar het was een fantastische ontdekkingsreis.

Ik ben niet de enige die Frankrijk een mooi land vind, dat is te zien aan de stroom toeristen ieder jaar. Het is net als met eb en vloed: zo eind april druppelen de eersten binnen, de vloedgolf komt tussen half juli en half augustus en daarna ebt het langzaam weg. Half oktober is de rust meestal weergekeerd. Die drukte vind ik om verschillende redenen –meestal- heel leuk. Het betekent dat we voortdurend gasten over de vloer hebben, dat vrienden en familie voor korte of wat langere tijd hier zijn en ook dat er van alles wordt georganiseerd.

Ferme en Ferme

Ferme en Ferme

Het begint eind april al met het feest van de Ferme en Ferme, een weekend waarop verschillende agrarische bedrijven Open Dag houden. Een geitenboerderij, een wijnbouwer die uitlegt hoe de Clairette de Die wordt gemaakt, een distilleerderij van medicinale kruiden, een Nederlandse die van haar eigen groenten allerlei chutneys maakt…er is heel veel te zien.

 

In september was hier vroeger het Fête de la Clairette, een geweldig feest. Met een ossenkar werden de eerste druiven binnengehaald, geperst en aangeboden aan het publiek. Voor € 5,- kocht je een speciaal glas en vervolgens mocht je overal de echte Clairette proeven. Met al die stalletjes naast elkaar leerde je wel het verschil kennen tussen een topwijn en zeepsop. Vanwege de toeristen werd het feest eerst verschoven naar augustus, daarna naar een ander dorp… en het was volledig om zeep geholpen. Vorig jaar voor het eerst was er in mei het feest van de Espiègleries, het feest van de bubbels. Toen vond ik het drie keer niks: een paar kraampjes op een grote parkeerplaats, dat was het. Maar dit jaar pakte men het beter aan: alle stalletjes stonden in de winkelstraat, echt een gezellige proeverij, overal was muziek, er was een marktje met streekproducten….beslist voor herhaling vatbaar.

affiche-fete-de-la-transhumance-2014-pays-diois-f02e2164

Rond het derde weekend van juni is er altijd de Transhumance, het moment waarop pakweg 2500 schapen door de straatjes van Die naar de hoger gelegen bergweiden worden geleid. Altijd was het ’s ochtends rond half negen, vorig jaar speciaal voor de toeristen om 5 uur s’ middags en ja, dan krijg je het probleem van dit jaar: het was snikheet en niet verantwoord om de beesten in die warmte naar boven te jagen. Ik begrijp dit niet zo goed: uitsluitend voor de toeristen worden die schapen door de stad gejaagd en omdat die mensen een beetje willen uitslapen worden de tijden ook nog eens aangepast. Ik zou bijna lid worden van de Partij voor de Dieren…

 

Van half juli tot half augustus zijn hier de Vendredis de Die.  Overal, maar minimaal op alle pleinen, is er muziek : oubollige Franse muziek, mooie chansons, moderne jazz, Ierse rock, blues en de plaatselijke drumband ( vals, maar wel folklore) , een nachtmarktje, animatie,… allemaal reuzengezellig.

De maand erop is hier de Dromoise, een fietstocht waaraan zo’n 1500 fietsers meedoen, van gezinnen, amateurs tot professionals. De 4 routes variëren dan ook van redelijk simpel tot een ware uitputtingsslag: 70 km steil de bergen op en dan weer steil naar beneden.

Tot slot eind september nog het Festival Est Ouest, een cultureel feest waarbij men een culturele verbinding probeert te leggen tussen Oost en West Europa.

En dan de “tussendoortjes”, zoals het muziekfeest van de brandweer, of de rugbyclub en niet te vergeten de kermis. Dat laatste is niks voor mij en sinds deze week al helemaal niet meer…De Fransen klagen wel eens over de invasie van de plaques jaunes, daarmee bedoelen ze de auto’s met de gele nummerborden, Nederlanders dus. Het is ook knap irritant, als je naar je werk moet en er rijdt een toerist voor je met de snelheid van een slak. Maar duizend keer erger zijn de Franse campers. Die gaan dus nóóit even aan de kant, zelfs niet als ze een hele sleep auto’s achter zich hebben. En in de stad is het helemaal een wanhoop, dan rijden ze maximaal 25 km per uur. Ga zo’n bakbeest maar eens voorbij!

Op weg naar het Office de Tourisme zit ik weer eens achter zo’n kreng. Ik heb haast, moet de stadswandeling gaan doen. Uiteindelijk kan ik links passeren, de parkeerplaats op. Tegenvaller nummer 2: die  is afgezet met een hek, maar daar kan ik wel om heen, net als zo’n 100 andere auto’s al gedaan hebben. In het Journal de Diois, het weekkrantje las ik al dat er in het komende weekend kermis zal zijn. Maar wie rekent er nu op dat die gasten op maandagochtend aankomen? Voor de zekerheid vraag ik het nog even na bij het Office: “Nee hoor, geen zorgen, die komen vandaag nog niet”. Als de stadswandeling gedaan is, wacht me een nare verrassing: precies mijn auto is helemaal geblokkeerd door een kermiswagen. Het is een aanhanger, zonder trekker, de wielen zijn al verzegeld met houtblokken, alles is aangesloten op elektriciteit. Kom daar maar eens weg. Ik vraag het netjes aan zo’n opgeschoten kermisjong, maar die is al helemaal aangebrand: de Police Municipal had dit op moeten lossen. Bij het Office de Tourisme bellen ze speciaal voor mij even heel nijdig naar de politie. Die zegt toe te zullen komen, maar doet dat mooi niet. En daar zit je dan. Natuurlijk kan ik Rien bellen om me op te halen. Maar moet ik mijn auto een week achterlaten? Ik besluit om geduldig te wachten, wat best moeite kost, want geduld is niet mijn sterkste eigenschap…kleurplaat-Paardemolen-s5665

Na 3 kwartier komt er een Fransman aan, druk babbelend met een knappe jonge vrouw. Ik ga als een speer op hem af en vraag of de auto tegenover mij van hem is. Ik wijs hem op de blokkade en hij ziet dat ik alleen kan ontsnappen als hij wegrijdt. Maar ja, hij geeft zijn leuke gesprek met zijn verovering niet zomaar op: “Over 5 minuten vertrek ik.” En geen seconde eerder stapt ie in zijn auto. Opgelucht rijd ik naar huis. De Police wens ik naar de maan, deze geüniformeerde oversteekvaders. Dat ik een nieuwe deuk in mijn auto erbij heb, zonder naamkaartje eraan, neem ik op de koop toe. Dat hoort erbij,  Vive la France….

PS. Rien is helemaal in de wolken, hij heeft een gast die hem vergezelt naar de Col de Rousset…

Rien in de wolken...

Rien in de wolken…

 

 

Spot-light

Mijn vaste lezers weten dat ik de eerste ben die mijn minder goede eigenschappen allemaal kan opnoemen. Met de sterke punten heb ik wat meer moeite, “want wat ik kan, kan een ander ook.”. Zo weet ik wel dat ik redelijk kan koken, maar ja, een recept lezen is ook niet zo moeilijk. En bovendien zijn er altijd wel verbeterpunten.

Door een paar gasten liep ik heel eventjes naast mijn schoenen van verwaandheid. Ze hadden in een aantal restaurants in Die gegeten, maar mijn kookkunst overtrof alles. Lief, toch? Inmiddels sta ik weer met beide voeten op de grond en dat kwam door een volgend etentje.

Provençaals plaatje: lavendel, olijf, vlinderstruik

Provençaals plaatje: lavendel, olijf, vlinderstruik

Met vriendin M. deel ik de passie voor het koken. Toen wij de camping nog hadden, kreeg ik -voordat het hoogseizoen losbarstte-  steeds een mail met het voorstel om een aantal zondagen vrij te houden. Dan zouden we samen gaan eten. Vaak kookte zij en dan zocht ze speciaal recepten uit die ik daarna voor de table d’hôte zou kunnen gebruiken. In de winter haalde ik het in, dan was zij met haar man mijn proefkonijn. Nu wij geen camping meer runnen en zij gepensioneerd zijn, kunnen we de eetafspraken wat beter verdelen.

Kortgeleden waren ze weer eens bij ons. Voor zo’n kooksessie ben ik altijd heel druk met het uitzoeken van recepten. Een nieuw borrelhapje vooraf ( wat ik vergat te maken), een extra toetje als experiment ( wat ik vergat te maken), en voor hen speciaal water met bubbels ( dat ik niet op tafel zette). ’n Droomstart ( maar niet heus).

Het hoofdgerecht was blanquette de dinde, ragout van kalkoen. Mooi romig wit met een beetje oranje van wortel en wat groen/wit van de prei. Omdat het zo’n zachte smaak van zichzelf heeft, mocht er wel een pittige groente bij. Vriendin C. gaf me een recept van een overheerlijke bietenmousse. En in deze tijd van het jaar vallen de rijpe vruchten hier overal van de bomen. Dus een salade erbij van abrikoos, aardbei en meloen =  oranje, rood en geel.  Leuk bedacht en lekker ook. Maar je werd bijna kleurenblind van de combinatie. Foutje en een leer voor een volgende keer….

De  Hortensialaan van oppasser Ed

De Hortensialaan van oppasser Ed

 

Wat ik nooit onder controle zal krijgen, is mijn korte lontje. Onze studio is relatief klein, 22 m2 en daarom ook niet zo duur. Ineens krijgen we verzoeken van een nieuwe doelgroep, jonge stelletjes vooral.

Vorig jaar hadden we al een paar van die guppies en die waren echt schattig. Zij was een soort Doutzen Kroes, die het zwembad helemaal geweldig vond. Hij, een aardig joch, stak alleen zijn teen in het water. En alles was in hun ogen “geweldig”!

Kortgeleden was er een bruidspaar bij ons. Terwijl het oudere stel in de gîte zat te puffen van de warmte, begonnen de jonkies aan een pittige bergwandeling. Wij zaten er qua leeftijd precies tussen in, dus we hadden 3 generaties aan de table d’hôte, heel gezellig. Maar zoals in elke leeftijdscategorie voorkomt, is niet iedereen even correct.

Het mailverkeer van dit stel dertigers begon normaal: ”Is de studio nog beschikbaar?  We kunnen nog schuiven met de data en we hebben niet veel ruimte nodig”. Ik geef netjes antwoord en meld dat de studio eigenlijk door ons niet in september wordt verhuurd, maar dat we voor hen die einddatum wel een beetje willen opschuiven. Misschien had ik te snel één vinger geboden, want ik was meteen mijn hele hand kwijt….

De volgende mail luidde: “Data zijn prima, maar mijn man vindt de studio wel klein. Is er bijvoorbeeld een kleerkast, kunnen de rugzakken er wel staan? Misschien is de grotere gîte beter, maar dan wel tegen een gunstiger tarief”.

Ik leg uit dat er een kledingkast is, dat rugzakken en bergschoenen opgeruimd mogen worden in onze garage, maar dat we de gîte niet tegen een lager tarief aanbieden. Pats, zoek het maar uit. Dat zet ik nog net niet onder de mail, maar denk het eigenlijk wel.

Meteen antwoord terug: “Misverstand, zo had ik het niet bedoeld. Wil toch graag de gîte huren”.

Nou, dat kan. Dus ik verzoek om een reserveringsformulier in te vullen. Antwoord: “Voordat ik dat doe, nog even 1 ding. We willen wel die 25% aanbetalen, maar de rest niet, dat doen we wel bij aankomst. Hopelijk kan je hiermee instemmen, het is toch ook geen hoogseizoen meer.  Alle begrip als dat voor jullie niet kan, maar dan ben ik genoodzaakt een andere verblijfplaats te zoeken”.

Eventjes dreigen dus en wij moeten daar  dan maar mee akkoord gaan? Daar was mijn korte lontje”…. Per omgaande heb ik haar gemaild dat ze een formulier niet hoefde in te vullen, want wij willen hen  niet als gast. Wij bepalen zelf de voorwaarden, niet anderen ( we doen gewoon wat gebruikelijk is bij Gites.nl) . Ik hoop dat ze hier wat van leren. Of ben ik dan een ouwe taart, als ik dat zeg???

Gelukkig komen er meteen twee leuke  reserveringen  van andere jongelui  binnen. Dus ik zal niet iedereen over één kam scheren.

Overgebleven van het vogelvoer...

Overgebleven van het vogelvoer…

 

In de zomermaanden doe ik met toeristen de stadswandelingen door de historie van Die. Ik ben altijd op tijd aanwezig in het Office de Tourisme, want er gaat nog wel eens iets mis: mensen die nog niet betaald hebben, gasten die vergaten zich op te geven, anderen die niet op komen dagen of dubbel op de lijst staan.

Nu sta ik een beetje aan de kant en wacht op wat er gebeuren gaat. Een oudere dame vraagt aan een leeftijdsgenoot :” Bent u de gids?” “Nee”, zegt die, “daar lijk ik toch niet op? Kijk maar eens naar de foto”. Samen bestuderen ze de affiche waarop ik sta afgebeeld. Als ze zich omdraaien, vraag ik of ík er misschien een beetje op lijk. De eerste dame zegt heel beslist: “Nee hoor, absoluut niet!”  Ze gelooft me niet als ik zeg de gids te zijn: Mijn haarkleur was toen anders. Daar heeft ze gelijk in. Het zijn overigens alleraardigste mensen.

Naar de supermarkt gaan is in deze tijd van het jaar ook een feestje. De opstelling in de winkel  kan ik dromen, daarom ga ik er als een speer doorheen. Misschien dat mensen daardoor de indruk hebben dat ik een Française ben?  Ikzelf  herken die toeristen van afstand: ze slenteren – omdat ze alle tijd van de wereld hebben-  of ze kijken zoekend rond, niet wetend waar ze wat kunnen vinden. Regelmatig word ik aangesproken, in brabbelfrans. Zo probeert iemand mij te vragen of het fruit aan de kassa wordt gewogen of op de weegschaal die ze aanwijst. Dat aanwijsvingertje helpt me haar te begrijpen. Het valt ook niet mee, áls je de woorden al kent, is ook de uitspraak nog eens van belang: wegen is peser  , maar omdat de s. tussen 2 klinkers staat, wordt het een z., spreek uit pezzee. Zelf heb ik die fout ook 100 keer gemaakt, maar ik werd er handig in: om problemen te vermijden vroeg ik dan om het gewicht,  le poids. Zo heb ik vroeger ook nooit goed de uitspraak van het getal 20 geleerd. Dus als ik vroeg om vinkt snapte niemand mij. Daarom zei ik, deux fois dix. Twee keer tien is toch ook twintig. Een Nederlander uit de regio herkende het probleem, die had een andere oplossing: “Dan vraag ik gewoon om 21 ( door de verbinding van 20 met 1 –went-ee-uhn-  is de uitspraak automatisch goed), en eet ik zelf die extra karbonade wel op.”

Momenteel is er een nieuwe caissière. De eerste keer vroeg ze me of ze kon helpen met het inpakken van de boodschappen, absoluut ongebruikelijk in Frankrijk. Hoe zo, zag ik er soms uit als een oud, krakkemikkig vrouwtje??? De keer erna zag ze me aan voor een toerist en noemde ze het bedrag ineens in het Engels. Net op dat moment passeerde de hoofdcaissière en die zei:  “Die mevrouw spreekt heel erg goed Frans”. Nou, mijn dag kon niet meer stuk.  Zo gebeurt hier alle dagen wel wat bijzonders. En een beetje spotten, met mijzelf en met anderen, spot-light, dat moet kunnen.

Onze rustplaats

Onze rustplaats

Vriendjes

Kortgeleden zei iemand tegen  mij: “Ik heb maar 1 stel echte vrienden”.  Dat lijkt een beetje op het lied van Henk Westbroek:

Een keer trek je de conclusie.  Vriendschap is een illusie.  Vriendschap is een droom.

Wat moet je dan teleurgesteld zijn in de mensen van wie je dacht dat het vrienden waren! Stomtoevallig vertelt mijn vriendin wat zij meemaakte met een buurvrouw. Ze waren dikke maatjes gedurende 20 jaar en na de verhuizing is het ineens helemaal afgelopen. Madam woont in een koopwoning en nu is een huurder voor haar niet meer interessant.

 

Het doet me denken aan Wijnie. Dat was het toenmalige liefje van een hockeyvriendje van Rien. Tact kwam niet in haar woordenboek voor. Toen ik eens in mijn bikini in de tuin werkte ( jaren geleden, toen ik daar nog een mooi figuurtje voor had ), kwam Wijnie onverwacht langs. Ze zag mijn litteken op de schouder – overgehouden aan een noodzakelijke operatie-  en zei: ”Goh, wat is dat lelijk!” Echt fijn om te horen…

Omdat haar verkering uitraakte, hebben wij nog geholpen met de verhuizing, maar ondank was ons loon. Binnen de kortste keren had ze namelijk een relatie met  het zoontje van een rijke ondernemer. Ze gaf daarna een feest en nodigde een andere hockeyvriend uit, iemand die graag burgemeester wilde worden ( maar dat nooit werd). Ze zei letterlijk “dat wij niet uitgenodigd waren, want wij hoorden niet bij haar niveau”. Nou, daar had ze helemaal gelijk in, dat vonden wij ook. Een paar maanden later zat ik in de Tweede Kamer. Wat was ik haar graag nog eens tegengekomen, zo van: Lekker puh! …

Gelukkig heb ik haar nooit ervaren als vriendin, dus mij kon ze niet raken.

 

Vriendschap en liefde vind ik in het leven net zo noodzakelijk als ademen. Ik kan niet zonder.  Er zijn natuurlijk een heleboel mensen die leuk en aardig zijn, met wie je bijvoorbeeld gezellig kunt eten en drinken. Toch zijn dat niet allemaal (harts) vrienden. Voor mij zijn een paar zaken essentieel. Vrienden moeten voor 100% betrouwbaar zijn. Je diepste emoties zoals  twijfels, angsten, frustraties, verlangens etc. -maar ook dat wat je blij maakt-  kun je bij hen kwijt, zonder angst dat het “op straat” komt te liggen. En ze zíjn er voor je, als je in de shit zit.

Stel dat Rien mij morgen op straat zet ( dat doet ie niet, hoor..), bij wie zou ik dan terecht kunnen?  En als ik acuut geldgebrek heb, wie zou me dan helpen? Antwoord? Vrienden!

( En sommige familieleden natuurlijk..)

 

Op Internet lees ik een aardige spreuk: Vrienden zijn als sterren: je kunt ze niet altijd zien, maar ze zijn er wel altijd..Een paar van die sterren zijn over komen waaien uit Nederland. De vaste club vraagt altijd: “Kunnen we nog iets meenemen?” Ja, ik heb nog wat op het verlanglijstje. We gebruiken graag douchecel van Kneipp, mint eucalyptus, en hier heb ik dat nog steeds niet gevonden. Al 2 x heb ik te weinig meegenomen uit Nederland, ook nu weer. Maar niet getreurd, vriendin C. gaat voor mij naar een drogist. Daar is het schap met Kneipp leeg, dus ze vraag een verkoopster ernaar. Die verwijst naar de bak met aanbiedingen, want de verpakking wordt vernieuwd en dus gaat de oude voorraad eruit. Met maar liefst 75% korting, daarom C pakt alle flessen mee. Bij de kassa komt de volgende verrassing: Op alle Kneipproducten 25% korting. De “slimme” verkoopster komt uit op een betaling van € 0,00. Kijk, zo komt Jan Splinter door de winter….

Ik had ook gevraagd om een paar theeglazen mee te nemen, Fransen drinken dat vocht weinig, dus glazen zijn nauwelijks te vinden. Ik mag de kosten niet eens vergoeden.  En ze nemen zakken vol met drop mee.

Nu lijkt het alsof mijn definitie van vrienden is dat ze cadeautjes geven, maar dat is natuurlijk niet zo. Het grootste cadeau is de vriendschap zelf….

De Koningin

De Koningin

 

Als ze hier aankomen, hebben ze hun prachtige poes bij zich. Deze Koningin is een schatje, wordt vriendjes met alle poezen en honden die voorbij lopen. Maar hoe zal dat gaan met onze Abessijn? Gaia is sinds half december alleen, nadat onze beide katers in 2013 gestorven zijn aan kattenaids. Ze mist haar maatjes erg, maar in plaats van vriendjes te worden met de buurkatten, krijst ze alles bij elkaar als ze er eentje tegenkomt. Vorige week vergiste ze zich: de ene buurkat vloog door haar gekrijs de boom in en toen kwam een andere buurkat aangerend. Gaia ging in diezelfde boom omhoog en toen  zat ze  er als een sandwich tussenin: boven en onder haar een andere kat. Het was te hoog om haar te redden,  dus ze moest het zelf maar oplossen. Een half uur later kwam ze binnen, alsof er niets aan de hand was geweest.

En nu is de Koningin op haar terrein! Vol verbazing kijkt onze Prinses naar haar. Ze loopt er aan alle kanten omheen, snuffelt aan de pluimstaart, kijkt vanaf de trap op haar neer, kijkt omhoog, en gaat uiteindelijk vlak voor haar zitten. Vol verbazing omdat Koningin niet blaast, niet wegloopt, niet in de aanval gaat.

De Prinses

De Prinses

 

Ik denk dat ze vriendjes gaan worden, de Koningin  en de Prinses…

 

 

Kat uit de boom kijken...

Kat uit de boom kijken…

 

 

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 192 andere volgers